Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Hariprasad Chaurasia, fluitist uit India

05/04/1992

Een leven lang één raga

No no, bromt Hariprasad Chaurasia. Iétsje hoger gebaart deze Indiase meesterfluitist, met kleine handbewegingen bestuurt hij de stem van de jonge vrouw die tegenover hem zit. Zij studeert Indiase klassieke zang aan het Rotterdams Conservatorium en Hari-ji -zoals zijn leerlingen hem liefkozend noemen- is ieder jaar een paar maanden in Nederland om muziek te doceren. 'Nee, over mijn leven praat ik niet met mijn leerlingen', vertelt hij later in de middag, `daaraan wil ik hun tijd niet verspillen.' Toch zouden zij vast smullen van zijn loopbaan: van worstelaar via stenotypist tot wereldberoemd musicus. Maar dat moeten ze maar uit programmatoelichtingen en krante-artikelen halen, vindt Chaurasia: `Ik speel en mijn studenten luisteren, dat is de beste manier om ze te overtuigen'.

Als er in het leskamertje even niet wordt geblazen en gezongen gaan de bamboefluiten van hand tot hand. `Van die zijn de gaten zijn een beetje krap, het is wel een goede fluit', oordeelt de meester. `Deze is heel goed', weet hij na een riedeltje van een seconde. De trotse eigenaar is net die ochtend uit de Verenigde Staten komen overvliegen, hij heeft last van jet lag en kan dus niet slapen. En bovendien, iedere gemiste les is er één.

De leerlingen zijn alert, ze volgen de aanwijzingen nauwgezet op en Chaurasia toont zijn goedkeuring met lichte hoofdknikjes. Het is moeilijk voorstelbaar dat het vriendelijke hoofd van deze erudiete man vroeger bijna geplet werd als er iemand op ging staan om Hari-ji's nekspieren te trainen. `Ze haalden allemaal van dat soort narigheid met mij uit', klaagt hij. `Ik liet het toe om mijn vader tevreden te stellen.'

Worstelen
`Hoe ging het worstelen vandaag?', vroeg mijn vader steevast. `Oh, heel goed, heel goed', zei ik dan. Hij: `Je bent wel erg laat...' `Ja, er werd veel gevochten vandaag, er waren veel worstelaars dusseh...' In werkelijkheid zat de jonge Hariprasad, als het even kon, bij zijn muziekvrienden. Vader was toen al zo oud, misschien kon het hem niet eens meer zoveel schelen.

God had hem wel voorbestemd om musicus te worden, dat weet de fluitist zeker, maar het duurde een tijdje voor hij daar achter kwam. Zijn vader was een succesvol worstelaar en in de stad Allahabad was het in Hariprasads geboortejaar 1938 nog onvermijdelijk dat een zoon zijn vader zou opvolgen. Tot overmaat van ramp overleed moeder toen de jongen vijf jaar oud was, vanaf dat moment was hij overgeleverd aan de nukken van zijn vader. `Op onverwachte momenten kon hij kwaad worden, dan sloeg hij mij. Ik een verstandig jongetje dus ik deed twee dingen: ik bleef zoveel mogelijk bij hem uit de buurt en ik zorgde ervoor dat ik hem tevreden stelde.'

Dat betekende iedere ochtend vroeg op om oefeningen te doen, vechten in de modder en pijn verbijten. Tot zijn vader te oud werd om mee te gaan, toen ging Hariprasad nog wel dagelijks op weg, maar niet meer richting modderbad. `Als mijn vader er niet bij was, waarom zou ik dan vechten?

Chaurasia is de vriendelijkheid zelve. En het geduld. Tijdens de les informeert een filmer naar zijn concertschema, een medewerker komt het lesrooster bijwerken, VPRO-programmamaker Walter Slosse komt binnen voor wat geluidsopnamen van de les. De maestro begroet iedereen vriendelijk, beantwoordt minzaam alle vragen en à la minute is de concentratie steeds weer terug. Nauwgezet stemt de leraar zijn elektronische surrogaat-tambura, een kastje met jaren-zestig chroomglimmend plastic randen, afgewerkt met hout-imitatie plakplastic en voorzien van geribbeld-plastic draaiknopjes, één voor iedere te imiteren snaar. Onophoudelijk klinken de belangrijke tonen van de gespeelde toonschaal, een waas van klanken waartegen een musicus zijn melodieën afzet. Daar dient eigenlijk het snaarinstrument tambura toe, maar dat vereist speler.

Een tabla-speler (drummer) is evenmin voorhanden, daarom is er een tweede kastje. Dha dhin dhin dha knerpt het uit de luidspreker. Handig, betrouwbaar en een prima referentie voor leraar en leerling.

Chaurasia speelt voor. Hij buigt zijn tonen behoedzaam, de mooiste melodieën en de vindingrijkste variaties biedt hij zijn leerlingen schijnbaar achteloos aan. Ze variëren van prettig speelbaar tot venijnig complex. Indiase muziek is de kunst van het variëren en dat betekent zwoegen. Maar dan lukken de oefeningen ook. Het geeft de studenten een goed gevoel en daar beleeft Chaurasia zichtbaar plezier aan.

All India Radio
Chaurasia zong al klassieke muziek toe hij twaalf was, maar op een dag kwam hij onderweg een jongen tegen die op een fluit speelde. `In India staan langs de weg overal waterkranen en gelukkig had die jongen dorst. Hij legde zijn fluit neer om te drinken. Ik had hem horen spelen en ik vond het zó mooi. Ik heb zijn fluit gepakt en ben er als een haas vandoor gegaan.'

Toen hij op de radio klassieke fluitmuziek hoorde wist hij het zeker: de bansuri wilde hij bespelen. Volgens de overlevering verleidde de god Krishna er ooit zijn geliefde Radha mee en een hele schare herderinnetjes. Toen was de bamboe fluit nog een volksinstrument, pas in de twintigste eeuw kreeg de bansuri een plaats in de klassieke muziek.

Chaurasia stopte met zingen, nam fluitles, maar aan een muziekcarrière dacht hij nog niet. Hij volgde een opleiding in stenografie en al snel kon hij als ambtenaar wat geld verdienen. Een enkele keer mocht hij voor de radio in Allahabad een kort stukje spelen, nu eens een kwartiertje 's ochtends, dan weer tien minuten in de namiddag. Dat leverde hem in 1956 een aanbod op van All India Radio in Cuttack, bijna tweeduizend kilometer verderop. `Twee keer zo veel salaris en ik dacht aan mijn typemachine. Dag in dag uit precies doen wat je baas wil: Schrijf op. Type uit. Geef hier. Dus ik nam die baan.'

Luisterparadijs
In Cuttack ontwikkelde Chaurasia zich tot een professioneel musicus. Hij speelde veel voor de radio, de rest van de tijd kon hij onbeperkt oefenen in de studio's. `De radio-archieven stonden bol van de opnamen van de allergrootste musici. Ik speelde ze na, leerde van ze. En alles gratis. Ik was de gelukkigste musicus in de wereld.'

Het gevoel op de juiste plek de juiste dingen te doen heeft hij ook nu hij zelf les geeft in Rotterdam. Als hij in zijn witte katoenen kleding de hal van het conservatorium oversteekt kijkt niemand op of om. Hij ook niet, hij voelt zich er thuis. `Dit is een uitstekende plaats om les te geven. Ik ontmoet veel respect en ik heb getalenteerde leerlingen. Dat heb ik te danken aan Joep Bor die mij heeft uitgenodigd.'

Bor is hoofd van de afdeling Wereldmuziek die behalve Indiase muziek (sinds 1987) ook Spaanse flamenco, Argentijnse tango, Latijnsamerikaanse en Caribische muziek behelst. `Tot mijn verbazing hoorde ik via via dat Hariprasad Chaurasia bij ons wel les wilde geven.' Een het klikte meteen. Chaurasia: `Ik kom al meer dan twintig jaar naar Nederland voor concerten, een jaar of vijf geleden hoorde over dit conservatorium. Vroeger, in India, zochten we een leraar en als hij ons accepteerde gaven we ons helemaal aan hem over. We leerden de structuur van de muziek, de essentie van de raga, het systeem van toonschalen en regels dat de basis vormt van onze klassieke muziek. Misschien heb ik vijf raga's geleerd in tien jaar tijd.

`Tegenwoordig zijn er in India heel veel muziekscholen, daar kan iedereen zich inschrijven, talent of geen talent. Als je zo iemand vraagt: hoeveel raga's ken je? Dan zegt hij of zij: veertig, vijftig. Het aantal raga's is maatgevend geworden voor iemands niveau, maar vraag ze niet naar de structuur, het systeem, daar weten ze niets van. Hier doen studenten eerst toelatingsexamen, wij willen hun en onze tijd niet verspillen.

`Er zijn nu twintig studenten', vult Bor aan, `zangeressen, en studenten voor sitar, sarod, sarangi, viool. Zij krijgen een bijvak tabla, westerse èn Indiase muziekgeschiedenis, solfège, onderwijskunde. Door veel contacturen te regelen tussen docent en student proberen we het beste van de Indiase training te combineren met het beste van de conservatoriumpraktijk.' De Indiase docent zegt ook veel van zijn studenten te leren, want `eigenlijk ben ik geen leraar, ik ben musicus. Sinds ik mij in Cuttack de kunst meester maakte, daar had ik in 1958 ook mijn eerste podiumoptredens.'

Chaurasia was de enige fluitist in de wijde omtrek, jong en veelbelovend bovendien. `Men nodigde me uit voor feesten en bruiloften, en na twee jaar had ik het daar zo druk mee dat ik nauwelijks meer tijd had om naar de studio te gaan. Voor straf werd ik in 1961 overgeplaatst naar Bombay.'

Bollywood
`Filmmuziek redde mijn leven toen ik er na drie maanden bij de radio in Bombay uitvloog.' Opnieuw was de fluitist te vaak weg. Om bij te verdienen natuurlijk, hij moest wel.

Bollywood is de troetelnaam van Bombay, het Hollywood van Azië. Jaarlijks produceert de Indiase filmindustrie meer dan zevenhonderd speelfilms, India is het grootste filmproducerende land ter wereld. Dagelijks kijken gemiddeld 12,5 miljoen Indiërs naar de verhalen over liefde en passie, weemoed en verlangen, helden die winnen en schurken die het onderspit delven. Maar belangrijker dan het al dan niet beantwoorden van liefde, het heroïsch overwinnen of het dartelen van tortelduifjes in de sneeuw is de muziek waarbij dat gebeurt.

Geen film kan zonder muziek. Een film die niet tenminste een tophit oplevert is mislukt. Filmmuziek is de amusementsmuziek van India en in de muziekindustrie verdienen talloze componisten en musici hun brood. Daar zijn hoog gekwalificeerde componisten, musici en zangers bij die prachtige muziek maken. ijzersterke lyrische melodieën omlijsten zij met geraffineerd schmierend strijkorkest en lui swingende trommelbegeleiding. Daarom schamen ook gerenommeerde klassieke musici zich er niet voor filmmuziek te schrijven.

Chaurasia: `In India houdt misschien twintig procent van de mensen van klassieke muziek. Ik wil die andere tachtig procent ook bereiken, daarom ben ik filmmuziek gaan schrijven. De mensen kennen me als Harí terwijl de liefhebbers van klassieke muziek me Hari-ji of Chaurasia noemen. Ik leidt twee verschillende levens in twee verschillende werelden.'

Omgekeerde fluit
Het ging Hariprasad Chaurasia voor de wind in het bruisende Bombay. Toch wilde hij graag zijn spel verbeteren, zijn begrip van de klassieke traditie verdiepen. De vader van Annapurna Devi (destijds de vrouw van Ravi Shankar) en Ali Akbar Khan, de beroemde sarod-speler Alauddin Khan (1862-1972) diende hem van advies: `Als je muziek wilt leren kom dan bij mij of ga naar mijn dochter.

`Waarom komt u naar mij toe? Ik ben geen fluitspeler', zei zij tegen mij. Drie jaar lang bleef ze weigeren, maar uiteindelijk vroeg ze hem eens iets voor te spelen. `U speelt goed, u bent een professioneel musicus en ik kan u niets leren', was haar reactie. Chaurasia speelde in een andere stijl dan Annapurna. Iedere musicus hoort bij een bepaalde school, een gharana, die staat voor expliciete opvattingen over de structuur van muziek, de behandeling van het toonmateriaal, de opbouw van een stuk. `Er is maar één mogelijkheid', zei Annapurna, `u moet hiermee stoppen en helemaal opnieuw beginnen. U speelt rechtshandig, draai uw fluit om en speel vanaf nu linkshandig. Zo niet, vergeet het dan verder maar.'

`Ik heb gehuild. Tien jaar had ik geoefend, ik speelde voor de radio, trad op met concerten, ik gaf les en plotseling kon ik niets meer. Gelukkig was ik de zoon van een worstelaar, hier kwamen kracht en doorzettingsvermogen goed van pas. Het kostte me twee jaar voor ik weer kon spelen, maar de moeite waard was het wel. Ik heb onnoemelijk veel van mijn lerares geleerd.'

Sindsdien speelt Chaurasia op alle grote festivals in India, maar ook in het buitenland. In de Verenigde Staten, in het Bolshoi Theater in Moskou, in vrijwel alle hoofdsteden van Europa. Hoeveel platen en cd's hij met klassieke muziek heeft volgespeeld is niet meer na te gaan, het moeten er meer dan vijftig zijn. Hij speelde jazz met John McLaughlin, is een bewonderaar van Bach en Beethoven, geniet van de concertfaciliteiten in Europa (`prachtige concertzalen, goede geluidsapparatuur'). En hij geeft les.

`Ik leer mijn leerlingen niet hoe ze zich moeten opofferen, ik leer ze hoe ze muziek prachtig moeten maken.' Het liefst zou hij willen dat zijn studenten zich uitsluitend aan de muziek konden wijden. Een ashram in India is zijn ideaal, hij probeert geld bijeen te sprokkelen om een paar zeer getalenteerde en toegewijde leerlingen op en top te verzorgen: eten en drinken, onderdak, muziekles. Maar voorlopig brengt de meester zijn ideeën in Rotterdam in praktijk.

En van tijd tot tijd gaat hij Hariprasad Chaurasia weer terug naar zijn lerares. `Dan buig ik mijn hoofd en vraag: ik wil graag dezelfde raga leren waarmee ik begon. Niet meer dan één raga. Kun je dat geloven? Omdat ik de structuren wil leren begrijpen, de waarde ervan.'

© Peter van Amstel - 1992