Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Jin Hi Kim

18/06/1998

Elke melodie volgt zijn eigen weg

‘De kennismaking met Koreaanse muziek was een openbaring voor me’, vertelt componiste Jin Hi Kim. Het 22-ste Festival Nieuw Muziek in Middelburg dat vandaag van start gaat heeft dit jaar ‘Vrouwen in de avant-garde’ als thema en Kim is er de hoofdgast. Vlak voor haar vertrek uit New York belde zij nog even op om uit te leggen hoe zij door nieuwe muziek te componeren wil bijdragen aan de emancipatie van oude Koreaanse muzikale opvattingen.

Kim was een westers opgevoed meisje van 13 in booming Zuid-Korea, toen de overheid begin jaren zeventig in de dagbladen een opleiding aanprees voor het leren van Koreaanse muziek. Vader Kim spiegelde Jin Hi een glansrijke carrière voor en zij liet zich inschrijven. ‘Ik heb mijn carrière te danken aan een advertentie in de krant’.

Door de stormachtige economische groei naar westers recept veranderde Zuid-Korea in dertig jaar van een door oorlogen verschroeid land in een welvarende natie. Dat betekende tevens bijna het einde van de traditionele kunsten. De nieuwe welgestelden vonden muziek voor piano en viool heel wat chiquer dan die voor citer of bamboe fluit.

Om daarin verandering te brengen bedacht de overheid het systeem van ‘nationale culturele schatten’, een kwalificatie die niet alleen aan gebouwen en artefacten, maar ook aan buitengewoon verdienstelijke musici wordt toegekend. ‘Musici die nu die titel dragen waren destijds mijn leraren’, vertelt Kim, ‘ik kreeg dus een fantastische opleiding’.

Zij leerde hoofse kagok zingen, lange lyrische liederen die gezamenlijk de poëtische naam ‘lied van de tienduizendjarige vreugde’ dragen. ‘Koreaanse hofmuziek is etherische muziek gebaseerd op ideeën uit het boeddhisme, confucianisme en taoisme’, legt Kim uit. ‘Daarom is die muziek zo langzaam en zo abstract. Het gaat niet om het uitdrukken van gevoelens, maar om het hoorbaar maken van de kosmische energie. Als je dat niet begrijpt verveelt deze muziek al gauw.’ Zelfs in Korea zijn er niet zoveel mensen die de oude hofmuziek weten te waarderen.

Maar er is ook stoere volksmuziek zoals p’ansori, de emotioneel geladen opera voor solostem en drummer, ‘en die is tegenwoordig wel weer erg geliefd.’ Ook die maakte Kim zich meester. Toen het tijd was voor een specialisatie koos Kim voor de komungo, een citer met zes zijden snaren die vroeger zowel aan het hof als in de dorpen werd bespeeld. Kim heeft geen voorkeur voor een bepaalde stijl, ‘ik heb ze allemaal leren spelen, dus ik hoef gelukkig niet te kiezen’.

Koreaanse muziek werd voor Kim een passie, daarom zat het haar altijd dwars dat die niet de status genoot van Bachs, Mozarts of Strawinsky’s composities. Om daarin verandering te brengen wilde zij muziek maken waarin de ‘rationele aanpak’ van westerlingen zou samengaan met de oosterse ‘mystieke benadering’. Dat vereiste, vond zij, een grondige studie van westerse muziek. Die kwam tijdens haar opleiding in Korea weliswaar aan bod, maar naar Kims smaak niet grondig genoeg.

Daarom vertrok ze na een geschiedenis- en filosofiestudie aan de Universiteit van Seoul naar de Verenigde Staten. Zij studeerde er bij experimentele componisten als Lou Harrison en Terry Riley, en langzamerhand ontwikkelde Kim zich tot een vooraanstaand vertegenwoordiger van de ‘New Generation East’. Haar reputatie dankt zij vooral aan het concept ‘levende tonen’, wat de beste vertaling is van het Koreaanse begrip sigimse die ze bedenken kon.

‘Het westerse muzieksysteem is opgebouwd uit twaalf tonen, in Koreaanse muziek klinken er drie, vier of hooguit vijf’, licht Kim toe. ‘In onze opvatting zijn de tonen op zichzelf niet zo belangrijk, het gaat om de beweging en de kleur van elke afzonderlijk. Sigimse is een manier om muziek van vijf tonen toch vol te laten klinken. Neem een p’ansori zanger, die zingt niet gewoon een melodie met de juiste toonhoogtes. Hij maakt rasperige geluiden, hij zucht en schreeuwt. Iedere toon krijgt een vibrato, een kleuring of een uithaal. Zonder kun je geen p’ansori zingen.’

Tijdens het festival zal haar nieuwe stuk Agaat slice in première gaan, uitgevoerd door een violist, een slagwerker en wondercelliste Frances Marie Uitti. ‘Ik laat Uitti met haar twee strijkstokken vier tonen tegelijk spelen. Alles gaat in één beweging, maar door het principe van de levende tonen volgt iedere melodie zijn eigen weg. Het is heterofone muziek. Je hoort een soort verrijkte eenstemmigheid, net als in de oude Koreaanse hofmuziek.’

In haar partituren gebruikt Kim symbolen waarmee zij precies aangeeft hoe de tonen tot leven moeten worden gewekt. Zoals in Nong rock (1992) voor vier strijkers en kamungo, dat zij schreef in opdracht van het Kronos Quartet en dat ook in Middelburg te horen zal zijn. ‘Nong staat voor zeer meditatieve muziek in de hofstijl’, verklaart zij de titel. In die muziek vallen stiltes, een toon die al bijna is uitgestorven krijgt nog een haast onhoorbaar vibrato mee. ‘Het rock-gedeelte’, vervolgt Kim, ‘is gebasseerd op de veel extrovertere volksmuziek.’

Al schrijft Kim in haar composities alle nuances nauwgezet voor, vrijuit spelen met improviserende musici doet zij minstens even graag. Regelmatig treedt zij op in duo’s of trio’s met bekende Amerikanen als gitarist Derek Bailey, fluitist James Newton en rietblazer Oliver Lake. In Middelburg gaat zij aan het werk met een violiste. Welk instrument haar medemuzikanten bespelen doet er voor Kim nauwelijks toe, ‘het is vooral de kunst om musici te vinden die mijn bedoelingen begrijpen.’

Gelukkig zijn er tegenwoordig veel westerse musici die hun grenzen willen verleggen, stelt zij vast, ‘muzikanten die de overgeorganiseerde klassieke opvatting beu zijn en te werk gaan op een meer organische, natuurlijke manier’. Hun manier van spelen ligt vaak al heel dicht aan tegen wat Kim sigimse noemt. ‘Dan praten we al dezelfde taal.’

© Peter van Amstel - 1998