Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Chinese hobo-virtuoos Tang Xu

25/10/1996

Een scheepstoeter waar mevrouw Mao weg van was

Spelen voor Richard Nixon en Fidel Castro, Sihanouk en Tito, dat was nog eens wat anders dan een schnabbel in het buurthuis in Bos en Lommer tussen de beginnende rockbandjes. Wat volume betreft doet de Chinese rietblazer Tang Xu (34) niet voor ze onder, in zijn suona van dertig centimeter schuilt de kracht van een forse scheepstoeter. Maar ook het raffinement van een concertinstrument, reden voor festivaldirecteur Ad Pijnenburg om de meesterhoboist uit Nanjing uit te nodigen voor de achtste aflevering van zijn Zuid-Nederlands Jazzfestival.

Xu speelt daar twee concerten, een met Lin Su, bespeelster van de Chinese luit, een ongetwijfeld verrassend duo voor de festivalbezoeker, maar voor de beide muzikanten gesneden koek. Het tweede duet is er een met Michiel Scheen, pianist bij Kenvermogen en het Maarten Altena Kwartet, en die combinatie is nieuw voor iedereen. `Ik speel de melodie, Michiel moet goed naar mij luisteren en zijn eigen dingen toevoegen', aarzelt Xu terwijl hij thuis, in Amsterdam-West, aan een bekertje groene thee nipt. `Het is voor het eerst', vervolgt hij dan opgewekt, `dat de suona hier in combinatie met piano te horen is'.

Tijdens zijn suona-studie aan het Conservatorium in Nanjing koos Xu voor mondorgel en fluiten als bijvakken, maar de liefde voor de hobo werd er alleen maar sterker door. Niet dat hij als achtjarig jongetje uit overtuiging was begonnen te spelen, hij had gewoon geen keuze. Moeder bracht hem onder bij een tante in een provincieplaatsje waar hij als pupil bij jeugdorkest De kleine rode bloem werd ingelijfd. `Heel veel mensen gingen in die tijd dansen, muziek maken, zingen', herinnert Xu zich. Want voor Mao Tse Tung was folklore na de nodig geachte kuisingen een bruikbaar nationalistisch bindmiddel, `en Mao's vrouw was er wég van. Wat Mao zei moesten we doen, want dan was het leuk.' Dat plezier bij decreet was echter niet altijd aan Xu besteed, `soms moest ik wel acht uur per dag oefenen.'

Achteraf is hij er toch wel blij om. Vanwege de optredens voor staatshoofden en ministers waarvoor het gezelschap, honderd kinderen sterk, per overvolle trein naar de grote stad reisde. Vanwege de solo-optredens tijdens nationale manifestaties en de televisie-uitzendingen waarvoor hij later werd gevraagd. En vanwege de eerste prijs die hij in 1990 won op de grote suona-competitie in Han Tzue.

Dat succes droeg er ongetwijfeld toe bij, dat de muziekgroep waarvan Xu deel uitmaakte een jaar later een contract bemachtigde voor zes maanden lang optreden in Nederland, voornamelijk in het diplomatieke circuit. Xu besloot hier te blijven en vroeg een werkvergunning aan. `Dat was niet zo moeilijk, ik was niet de zoveelste kok maar een professioneel musicus, dat soort mensen hadden ze hier nog niet'. Hij vestigde zich als zelfstandig ondernemer en richtte een groep met zes Chinese musici op. Dit volksmuziekensemble speelt op ambassades, tijdens Chinese feestdagen en op festivals. En een enkele keer, `alleen om wat geld te verdienen', in een restaurant.

`We doen alles uit het hoofd', legt Xu uit, `zodat we vrij kunnen spelen. Onze muziek gaat niet van een-twee-drie-vier keer de melodie en klaar; alle muzikanten spelen hun eigen variaties die zij ter plekke improviseren.' Xu maakt een rietje speelklaar door er een tijdje op te sabbelen, speelt dan voor. Zijn klagende glissandi, hartstochtelijke uithalen en klepperende vibrato's verraden een formidabele speeltechniek. En eenmaal op dreef kan hij niet nalaten ook een grapje te demonstreren. `Ik zal even een kipgeluid doen', en hij haalt zijn instrument uit elkaar. Het houten middenstuk met de vingergaten gaat opzij, aan het rietje en de metalen klankbeker heeft hij genoeg voor een levensechte imitatie van een opgewonden kakelende kip.

`Toen Pijnenburg mij vroeg om met Michiel Scheen op te treden dacht ik eerst: het is een serieus festival, dan moet ik serieus spelen en niet grappig. En dat kan het beste met een Chinees ensemble. Maar daarna dacht ik: waarom probeer ik het niet? Het is net als met vreemd eten, je moet het een keer proeven, dan weet je pas of het lekker smaakt.'

Er zijn flinke verschillen tussen Chinese en Westerse muziek, maar die lijken overkomelijk. Zo noteert Xu zijn melodieën het liefst met cijfers in plaats van noten, maar hij heeft boekjes met Chinese melodieën in notenschrift voorhanden. En het spelen met vijf tonen in plaats van de in het Westen gebruikelijke acht of meer is Scheen niet vreemd. Zijn compositie Tretus voor solo-piano bijvoorbeeld is een handig staaltje van pentatoniek, waarin watervlugge loopjes, ostinato baslijntjes en geraffineerde timing ruimschoots compenseren voor dat handjevol tonen minder.

`Natuurlijk', praat Tang Xu zichzelf verder moed in, `in China maakte ik al veel eerder kennis met Europese muziekinstrumenten.' En al kent Scheen de Chinese volksmuziek niet, Xu heeft na een eerste gezamelijke repetitie alle vertrouwen in het welslagen van dit experiment. `Het is spannend en heel leuk ja, het past goed bij elkaar. We gaan niet te veel instuderen, eerder uitproberen. Suona met piano, fluit met piano, mondorgel met piano. Kijken maar.'

© Peter van Amstel - 1996