Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Een halve eeuw Indiase muziek in Nederland

22/10/2008

Raga's en tala's, Bollywood en baithak gana

De Indiase economie is booming. Daarom presenteren meer dan twintig podia, filmhuizen en musea een groots opgezet Amsterdam India Festival. Het biedt oude en nieuwe, deftige en hupse kunsten in tientallen varianten, van architectuur tot acrobatiek. En veel muziek. Er moet een uitwisseling tot stand komen tussen India en Nederland, maar niet iedereen hoeft nog te worden verleid. Indiase muziek klinkt hier al een halve eeuw, zelfs aan het conservatorium.

De intensiefste culturele ‒ alhoewel niet bijzonder kunstzinnige ‒ uitwisseling tussen Nederland en India dateert uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen George Harrison in het Beatlesnummer Norwegian Wood de sitar ter hand nam, was het hek van de dam. Hippies in de hele wereld gingen op zoek naar spirituele verrijking, hasjiesj en een nieuw geluid. In India dachten zij dit alles te kunnen vinden en massaal ging men op reis met een tafelkleedje om de schouders of de heupen, bij wijze van alternatieve klederdracht.
Ravi Shankar was in de ogen van veel westerlingen een zonderling, maar in werkelijkheid was ‒ en is ‒ hij een vooraanstaand musicus. Sommige Amsterdammers wisten dat, want hij speelde al in 1957 in Het Concertgebouw. Dat was het begin van een hele reeks concerten door Indiase topmusici in het Tropeninstituut. Een klein groepje Nederlandse jongeren raakte serieus geïnteresseerd in die prachtige, subliem uitgevoerde muziek. Ook zij reisden naar India, maar dan voor muzieklessen. Na terugkeer organiseerden zij nog meer concerten, nu in de Mozes en Aäronkerk. Daar domineerden de lange haren en de tafelkleedjes, in het Tropeninstituut de stropdas en de avondjurk.

Indiërs en Hindoestanen
Het gunstige muziekklimaat maakte het voor Indiase musici aantrekkelijk zich hier te vestigen. Zij gaven lessen en traden op; Nederland werd hun uitvalsbasis voor internationale tournees. In 1990 startte het Rotterdams Conservatorium een beroepsopleiding klassieke Indiase muziek ‒ buiten India uniek in de wereld ‒ met de wereldberoemde fluitist Hariprasad Chaurasia aan het hoofd (zie interview op volgende pagina’s). Ook sommige Nederlandse muziekscholen begonnen lessen Indiase muziek aan te bieden. De concerten met Indiase kunstmuziek waren inmiddels uitgegroeid tot succesvolle series, met voorstellingen door het hele land.
Populaire en volksmuziek uit India kwamen later, en via een omweg in Nederland terecht. Niet via Engeland, dat van 1858 tot 1947 in India de scepter zwaaide, en waar een levendige Indiaas-Pakistaanse muziekcultuur van bhangra, filmmuziek en Asian underground bestaat; wel via onze eigen voormalige kolonie Suriname, waar na de afschaffing van de slavernij in 1863 veel Indiërs zich als contractarbeider meldden. Zij namen hun volkse en religieuze gebruiken uit India mee, inclusief de bijbehorende muziek. Hun nakomelingen koesteren die tot op de dag van vandaag.
Vooral rond 1975, het jaar van Suriname’s onafhankelijkheid, vestigden veel Hindoestaanse Surinamers zich in Nederland. Hun muziek heet baithak gana (muziek van zittende mensen), liederen begeleid door harmonium, dhool (trommel) en dhantaal (ijzeren staaf). Jongeren richtten rockbandjes op die hindipop spelen, een mengeling van rock, latinjazz en Hindoestaanse melodieën en zangstijlen. De zang lijkt op die van de sterren van het witte doek, want net als bij de Indiërs in India en bij hun nazaten in Engeland of waar ook ter wereld, is filmuziek het populairste genre onder Hindoestanen.

Bruggen slaan
Liefhebbers van Indiase kunstmuziek (sommigen vinden die elitair, moeilijk en slaapverwekkend) en filmmuziek (toegankelijk, aanstekelijk en opwindend) bewegen zich goeddeels in circuits die elkaar nauwelijks overlappen. Het draagbare harmonium is een raakpunt; Britse paters en dominees namen deze psalmenpomp mee naar India. Klassiek geschoolde zangers gebruiken hem sindsdien als begeleidingsinstrument, net als de Hindoestaanse baithak-ganazangers. Ook de klassiek geschoolde musici zelf vormen een link, want velen van hen spelen of componeren tevens filmmuziek, inclusief Shankar en Chaurasia.
Van de Nederlandse componisten hield eerst alleen Ton de Leeuw (1926-1996) zich intensief met oosterse muziek bezig. Onder pop- en jazzmusici was er evenmin veel belangstelling. Maar daar is verandering ingekomen. De Leeuw bracht zijn fascinatie over op een aantal van zijn leerlingen. En vanaf de jaren negentig ontstond er onder jonge, aan Nederlandse conservatoria studerende of afgestudeerde jazzmusici en componisten belangstelling voor Karnatische muziek, de kunstmuziek van Zuid-India. De avontuurlijke musici en componisten van Karnatic Lab zijn de drijvende krachten achter die beweging. Tablaspeler Sandip Bhattacharya is even bedreven in Indiase kunstmuziek als in jazz en experimentele muziek.
Ook de Hindoestaanse zangers Droeh Nankoe en Raj Mohan slaan bruggen. Mohan zingt klassieke Indiase muziek, maar voelt zich bovendien prima op z’n gemak bij pop- en jazzmuzikanten. Nankoe is een veelgevraagd baithak-ganazanger, maar beheerst ook de klassieke Indiase stijlen. Hij was in de leer bij de beste leraren, in India en Nederland, en studeerde af aan het Rotterdams Conservatorium. Zo kunnen Surinaamse Hindoestanen voor hun muzikale wortels tegenwoordig gewoon bij Indiase meesters in Nederland terecht. En Nederlanders zonder die wortels natuurlijk ook.

© Peter van Amstel - 2008