Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Hariprasad Chaurasia, meesterfluitist uit India

23/10/2008

De taal van God

In de huiskamer van een bescheiden portiekwoning in het Rotterdamse Kralingen, bovenste verdieping, zit in een gemakkelijke fauteuil de beroemdste fluitist van India, Hariprasad Chaurasia. De maestro heeft een paar straten verderop zelf een pied à terre, daar woont hij in de maanden dat hij les geeft aan het Rotterdams Conservatorium. De rest van het jaar woont hij in India, of hij reist de wereld rond voor concerten. Dit is het huis van de Indiase vrouw die voor hem zorgt als hij in Nederland is. Het ruikt er naar bloemen en zij schenkt zwarte thee.

Het is laat in de middag, de tijd (als er gemusiceerd zou moeten worden) voor raga multani, of patdip misschien. ‘Een raga hoort bij een bepaalde tijd van de dag’, legt Chaurasia uit, ‘iedere raga heeft zijn eigen karakteristieke gevoelswaarde. Als je bijvoorbeeld ‘s morgens de zon ziet opkomen denk je niet aan moord en doodslag, aan van het balkon afspringen. Je mijmert over je leraar, je ouders, over God. Daarom klinkt een ochtendraga als een gebed.’

In Chaurasia’s geval zou de leraar aan wie hij denkt ongetwijfeld Annapurna Devi zijn, bij haar gaat hij nog altijd te rade. Zijn moeder overleed toen hij vijf was, vader was worstelkampioen, streng, en wilde dat Hariprasad in zijn voetsporen zou treden – aanleiding genoeg voor overpeinzingen. En wat de goden betreft, in zijn jeugd genoot Chaurasia de bescherming van twee van hen: aapgod Hanuman (van de worstelaars) en heer Krishna (van de musici). Sinds lang dient hij er nog maar een.

verdieping
‘Ik wil de schoonheid van muziek tot uiting brengen en die, als het even kan, overbrengen op mijn luisteraars’, zegt Chaurasia. ‘Wat er in hun hoofden omgaat weet ik natuurlijk niet. De een ervaart schoonheid door te mediteren op de tonen van een zorgvuldig opgebouwde alap. Een ander veert juist op als de tabla het ritme inzet. Maar sterke, goede, mooie muziek herkent iedereen, of hij nu een Noor, een Chileen of een Hollander is. Waar het hem in zit? Dat is niet te zeggen. Waarin schuilt de schoonheid van een bloementuin? In het wit? Het groen? Het roze? Of in de manier waarop hij is aangelegd? Iedere kijker, iedere luisteraar bepaalt dat zelf, maar de schoonheid van een mooie tuin of prachtige muziek, die herkent iedereen.’

Hariprasad Chaurasia zong al raga’s toen hij twaalf was, vanaf zijn vijftiende volgde hij zangles bij Raja Ram in Benares. Maar toen hij op de radio fluitmuziek hoorde wist hij het zeker: de bamboefluit bansuri wilde hij bespelen. Chaurasia stopte met zingen en nam les bij Pandit Bholanath. Een enkele keer mocht hij voor de radio in het nabijgelegen Allahabad een kort stukje spelen. Dat leverde hem in 1957 een aanbod op van All India Radio in Cuttack, bijna tweeduizend kilometer verderop. ‘Daar had ik het jaar daarop mijn eerste podiumoptredens’, herinnert hij zich. `Ik kreeg uitnodigingen voor feesten en bruiloften, na twee jaar had ik het daar zo druk mee dat ik nauwelijks meer tijd had om naar de radiostudio te gaan.’ Voor straf werd hij in 1961 overgeplaatst naar het Bombay, om drie maanden later alsnog te worden ontslagen.

‘Filmmuziek redde mij het leven.’ Filmmuziek is de amusementsmuziek van India en in de muziekindustrie verdienen talloze componisten en musici van naam hun brood. Het ging Hariprasad Chaurasia voor de wind in het bruisende Bombay, maar hij wilde graag zijn spel verbeteren en vooral zijn begrip van de kunsttraditie verdiepen. Hij meldde zich bij sarod-speler Alauddin Khan (1862-1972), de vader van de wereldberoemde Ali Akhbar Khan en de schoonvader van Ravi Shankar. `Als je muziek wilt studeren kom dan bij mij, of ga naar mijn dochter Annapurna’, adviseerde de oude meester hem.

levenslang leren
Chaurasia koos voor de dochter. `Waarom komt u bij mij?’, vroeg Annapurna Devi hem, ‘u speelt goed, u bent een professioneel musicus en ik kan u niets leren.’ Pas na jarenlang aandringen gaf zij toe. ‘Ik zie één mogelijkheid. U moet helemaal opnieuw beginnen: draai uw fluit om en speel vanaf nu linkshandig.' De fluitist aarzelde maar deed het. `Het kostte me twee jaar voor ik weer kon spelen, maar het was de belangrijkste beslissing van mijn leven.’

Sindsdien maakte Chaurasia zijn opwachting op alle grote festivals in India, in de Verenigde Staten, in het Bolshoi Theater in Moskou, in vrijwel alle hoofdsteden van Europa en in Paleis Noordeinde in Den Haag. Behalve filmmuziek en raga’s speelde hij jazz met John McLaughlin en Jan Garbarek (1986), en hij is een bewonderaar van Beethoven en Bach. ‘Muziek is muziek. Als ze bedacht is en wordt gespeeld door geniale mensen dan luister ik er graag naar, dan werk ik graag met allerlei musici samen.’

‘Ik vind trouwens dat een topmusicus behalve een groot kenner van muziek en een excellent uitvoerder ook een goede leraar behoort te zijn. Maar dat is het moeilijkste van het vak.’ Chaurasia heeft recht van spreken, sinds eind jaren tachtig doceert hij aan het Rotterdams Conservatorium waar hij bovendien hoofd is van de afdeling Wereldmuziek. In India heeft hij een ashram opgezet, een kleine campus waar acht studenten lessen, kost en inwoning krijgen. Nog eens tientallen studenten uit de omgeving en uit verre buitenlanden volgen er lessen. Alles gratis, ‘de vorderingen van de studenten zijn mijn beloning’.

Ook de leraar zelf blijft leren, als het even kan bezoekt hij zijn lerares Annapurna Devi die inmiddels 82 is, en volgens Chaurasia zeker honderd wordt. Dan zingt zij hem voor. ‘Muziek is de taal van God, je kunt er een heel leven op studeren en dan weet je nog niets. Maar Annapurna beheerst die taal.’

Peter van Amstel

© Peter van Amstel - 2008