Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

European Forum of Worldwide Music Festivals

17/11/1993

Netwerken of sterven

Artiesten kun je kopen, bijvoorbeeld op Le marche des arts et des spectacles Africains in Abidjan, Ivoorkust. `Toegegeven, het heeft wel iets weg van een sex-vakantie naar Thailand', geeft de Britse platenbaas world music consultant Ben Mandelson toe, `maar we zijn geen etno-mafia, de mensen die hier bij elkaar zitten zijn idealisten die hebben geleerd dat je zonder zakelijke aanpak niets kunt bereiken'. Witte mannen en vrouwen deden het afgelopen weekeinde zaken in gekleurde muziek en kozen daarvoor het Haus am Köllnischen Park in Berlijn als onderkomen. Door de gangen schalde hiphop en souljazz, techno en house, want de Worldwide Music Conference is onderdeel van de jaarlijkse bijeenkomst van onafhankelijke pop-platenlabels, de BID (Berlin Independance Days).

Met de oprichting van het European Forum of Worldwide Music Festivals in 1991 deed wereldmuziek haar intrede op de BID. Behalve de leden van die club waren er op de conferentie tientallen agenten en impresario's (sommigen namen hun artiesten mee), platenmaatschappijtjes, tijdschriften en vertegenwoordigers van instellingen op het gebied van cultuur en onderwijs.

Wie op zoek is naar bloedmooie muziek op obscure cassettes van derde-wereld-kwaliteit of naar verhitte verhalen van bestofte wereldreizigers vindt niets van zijn gading op de BID. Frisse jongens en meisjes presenteren er hun muziekgroepen aan de hand van gelikte folders, ondersteund met artikelen in tijdschriften met tenminste een full-colour omslag. De muziek zelf staat op cd.

Kleine labels proberen door zich in een paar genres te specialiseren een marktsegment te veroveren. Zoals het Nederlandse Music & Words, dat zich voornamelijk beweegt op het terrein van folk, cajun & blues. Daarnaast brengt M&W Nederlandse groepen als de Kuni Kids (Zaïrese popmuziek) en Tierra Caliente (Mexicaanse Mariachi-muziek).

In sommige wereldmuzieklanden heeft de tijd ook niet stil gestaan. Adnan Khan vertegenwoordigt in Berlijn het Indiase label Music Today dat vrijwel uitsluitend klassieke en devotionele Noordindiase muziek uitbrengt. Beroemde zangers en instrumentalisten worden in Indiase studio's opgenomen, in Duitsland worden de cd's geproduceerd. En cassettes, want in India is de cd-speler-dichtheid nog gering.

Terwijl in bijvoorbeeld Afrika het eindeloos illegaal doorkopiëren van cassettes de regel is, dragen de cd-makers keurig percentages van de verkoopprijs af aan de artiesten. De mengeling van liefde voor de muziek, idealisme en zakelijke instelling om te overleven hebben de kleine wereldmuzieklabels gemeen met hun festivalcollega's. En ook hier geen gestencilde A4-tjes meer maar zorgvuldig ontworpen full colour info-sheets.

Tegenover de werelmuziekstand zit Jon Kertzer van computersoftwarebedrijf Microsoft, hij demonstreert zijn Interactive journey into the world of musical instruments. Door minimaal verschuiven van een computermuis en het aanklikken van een foto op het scherm ontfutselt hij een stampende steelband aan de elektronica.

Het geluid is vrijwel van cd-kwaliteit, de opnamen zijn grotendeels afkomstig van in de winkel verkrijgbare cd's. Gestopte trompet, hammond-orgel, concertvleugel, alles in kleur en voorzien van toelichtingen, detailfoto's en muziek. Indiase tabla, Kertzer stuurt de aanwijzer naar het trommelvel en het pijltje verandert in een stokje. Doenggggg klinkt vol uit de luidsprekers.

Twee jaar geleden verbijsterde Microsoft vriend en vijand van de digitale vooruitgang met Multimedia Beethoven, een uitvoerige analyse van de Negende symfonie op computer-cd. Vanachter het beeldscherm is iedere maat oproepbaar, in klank en met tekst en uitleg. De samenstelling van het orkest, het leven van de componist, een Negende quiz.

Klassieke muziek studeren kan nu met Multimedia Mozart, Multimedia Strawinsky behandelt de Sacre du printemps. Voor een Multimedia Ravi Shankar zegt Kertzer wel te voelen, een atlas met vierhonderd wereldmuziekfragmenten (peperdure produktie want platenmaatschappijen vragen copy rights) is al in de maak.

`Koop een modem en zoek verbinding' roept EFWMF-adviseur Steve Heap herhaaldelijk. Na de zegen van de fax is electronic mail (het versturen van berichten via wereldwijde computernetwerken) het walhalla. Toerschema's van bands, foto's van artiesten, namen en adressen van producers, prijslijsten van impresario's kunnen binnen seconden waar ook ter wereld tegen lokale telefoontarieven worden opgeroepen. En, voorspelt Kertzer, binnen tien jaar de muziek zelf ook. De netwerken bestaan al, het is een kwestie van invullen.

In schril contrast met deze nieuwe zakelijkheid en de vriendschappelijke samenwerking van de festivalmakers in Berlijn staat de toenemende chaos die de afnemers van muziek signaleren op Europese ministeries en ambassades, en de ronduit vijandige behandeling die musici er ten deel valt.

Aan publieke belangstelling voor hun kunst is geen gebrek. Het Franse Africolor festival trok dit jaar 66.000 bezoekers, Poetry Park in Rotterdam claimt er 80.000. Het Belgische Sfinks festival bedient 25.000 muziekliefhebbers, het van oorsprong Engelse Womad is over heel Europa uitgewaaierd en trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Heimatklänge in Duitsland ontvangt zes weken lang twee à drieduizend mensen per avond. Portugal, Scandinavië (met een traditie van grote volksmuziek en -dansfestivals), Spanje en Italië blijven niet achter.

Maar buitenlandse muzikanten zijn bij overheden niet erg in trek. `Zes maanden achtereen een inkomen van zevenduizend francs, dat is de voorwaarde die Frankrijk sinds kort verbindt aan het verlengen van een verblijfsvergunning' moppert Philippe Conrath van festival Africolor. De uittocht van Afrikaanse musici uit Frankrijk is al begonnen.

Een Belgische festivalmaker vertelt hoe in zijn land een half jaar geleden een rel over handel in Filippijnse vrouwen ontstond naar aanleiding van een reportage in het blad Humo. Paniek bij de overheid, verscherping van toelatingseisen en het vrijwel geheel uitblijven van aangevraagde werkvergunningen -zeker voor vrouwenmuziekgroepen- waren het gevolg.

Er heerst verwarring aan het wereldmuziekfront. Terwijl de opvang van asielzoekers Westeuropese samenlevingen voor luxe-problemen stelt en hier en daar grensovergangen worden vernauwd, zijn andere Europese overheden juist geneigd in de strijd tegen aanloeiend racisme de positieve aspecten van een multiculturele samenleving te benadrukken.

Dat is belangrijk vindt ook Noureddine Ben Redjeb van het vijf jaar geleden in Berlijn opgezette Haus der Kulturen der Welt. `De toenemende Ausländerfeindlichkeit in dit land maakt een instituut als het onze nu zeker noodzakelijk.' Weliswaar heeft het Museum für Volkerkunde een afdeling muzieketnologie, maar `het museum legt de zaken op de plank, wij proberen ze juist af te stoffen'.
Dat betekent cd's uitbrengen en concerten verzorgen.

Maar musici mogen niet zomaar op reis. Daarvoor zijn officiële papieren nodig. Meewerkende ambtenaren moeten die verstrekken. Dat kost tijd. Veel tijd, vooral op de Belgische ambassade in London en op die van Frankrijk in Amsterdam, weet Irene van de Wetering, manager van de Gambiaanse muziekgroep Ifang Bondi. Maar verder weg gaat het ook vaak mis.

Neem zanger (what's in a name) Ali Youssouf Bashir. Vrolijk fluitend is hij op weg naar huis. Een visum voor (laten we zeggen) Nederland op zak, zijn dag kan niet meer stuk.

Een paar dagen eerder. Ali Youssouf stapt goed geluimd de Nederlandse ambassade binnen in (waarom niet) Khartoum. Zijn paspoort had hij daar drie dagen eerder al ingeleverd, samen met een ondertekend contract voor optredens in (vooruit dan maar) de Melkweg in Amsterdam. Een geldige werkvergunning ging daar bij, precies volgens de regels.

Hij heeft pech. De dienstdoende ambtenaar is ziek en er is geen vervanger. Geeft niks. Ali Youssouf kuiert nog een dagje rond in een sloppenwijk, knapt een uiltje in een kartonnen doos en zingt een berustend lied. Want de volgende dag zal zijn visum wèl klaar liggen is hem beloofd.

Hij boft. Het visum is de volgende ochtend nog niet in orde maar de vervanger van de zieke ambtenaar legt hem tenminste uit hoe dat komt. Het Ministerie van Justitie in Den Haag had al làng een fiat moeten geven. Helaas, ze willen maar niet bellen. Zelf contact opnemen? Nee, dat is nu eenmaal de taak van Justitie.

Het wonder geschiedt na zes uur wachten en nog eens vier uur later (de vervanger luncht eerst, werkt daarna een stapel spoedklussen af) is het visum daar en de weg naar een optreden in Nederland ligt open.

Het begint al te schemeren dus stapt onze muzikant flink door, zo is hij nog voor middernacht thuis. Dan kan hij morgen vroeg op, om tegen de middag weer in Khartoum te zijn om op de (doe eens een gooi) Belgische ambassade de papieren voor zijn optreden in (zeg eens wat) Antwerpen te regelen.

Een willekeurig voorbeeld gaat nog wel eens mank, uitgerekend in Nederland is een verbetering in de maak. Melkweg en Soeterijn in Amsterdam en Rasa in Utrecht hebben bij de betrokken ministeries bedongen dat zij, de uitnodigende instanties, binnenkort het visum mogen aanvragen. `Een muzikant zal dan bij het eerste bezoek aan een Nederlandse ambassade op vertoon van zijn paspoort het visum meekrijgen' hoopt Rasa stafmedewerkster Jeanneke den Boer. Helemaal rond is het nog niet en alle ambassades moeten eerst nog worden ingelicht. En meewerken.

Inmiddels is op de jaarmarkt in Abidjan een keur aan Afrikaanse artiesten voorhanden en alle belangrijke producers zijn er aanwezig. Europeanen komen, kopen wat ze willen en gaan weer naar huis. Is dat erg? `De mensen uit Ivoorkust zelf zeggen: kijk, zo werkt dat op een markt' vertelt Mandelson, `zij noemen het systeem buy'em-sell'em. Duurder verkopen dan je hebt ingekocht, daar is niets op tegen.'

Het lijkt op moderne slavenhandel maar er is een verschil. `Voor artiesten is het een vanzelfsprekend onderdeel van hun werk om verkocht te worden' zegt Mandelson. Hij heeft enig recht van spreken want hij is zelf muzikant. Hij heeft eindeloos veel gereisd, kent iedereen en heeft daarom een belangrijke stem in de EFWMF, al maakt hij zelf geen festival. `Om iets te verdelen te hebben moet er worden gehandeld, buy'em-sell'em, maar op een aardige manier, caring and sharing'.

Idealisme en persoonlijke betrokkenheid lijken inderdaad de voornaamste drijfveren voor de in Berlijn aanwezige wereldmuziek-agenten, programmamakers en festivalsamenstellers. Geslepen impressario's (van salsa-orkesten, van Braziliaanse diva's, van Afrikaanse supersterren) die de prijzen opdrijven tot voor zaaleigenaren en individuele festivals onbetaalbare hoogten, laten zich op de kleinschalige BID niet zien.

`Maar er zijn salariskosten, vliegtickets moeten betaald, festivallocaties gehuurd, personeel ingeschakeld' vervolgt Mandelson. `Om te overleven moeten we de beste overeenkomsten sluiten met musici of hun agenten, maar ook met luchtvaartmaatschappijen en zaaleigenaren. Uiteindelijk wordt iedereen daar beter van, ook de artiest om wie het tenslotte allemaal begonnen was'. Daarvoor doet Mandelson zijn uiterste best, `but only Allah is perfect'.

En natúúrlijk moet al die muziek op de Europese podia te horen zijn, die belangstelling is trouwens niets nieuws. `Omdat onze voorouders naar de Perzen keken hebben wij nu piano's, omdat ze bij de Arabieren over de vloer kwamen kennen we strijkinstrumenten en hobo's. Het meeste slagwerk hebben we ook niet zelf bedacht. Maar persoonlijk ben ik met wereldmuziek bezig omdat ik er van houd.'

De Franse impresario Michael Winter is een roerend voorbeeld van een caring and sharing manager. Op 1 januari 1990, vlak na de val van dictator Ceausescu, ontmoette hij in Roemenië de muzikanten van zigeunerorkest Taraf de Haïdouks. Hij haalde ze naar Frankrijk en presenteerde ze op zo veel mogelijk plaatsen in West-Europa. Of dat voor de muzikanten een vloek of een zegen is, daar kan nauwelijks een misverstand over bestaan.

You go fuck, een pak slaag en nog niet de helft van het afgesproken geld was gewoonlijk het loon na drie dagen en nachten spelen (verzoeknummertjes onder bedreiging met een mes) op een traditioneel volksfeest in Roemenië, vertelt Winter. `Hier komen de mensen na twee keer drie kwartier op de muzikanten af om ze te omhelzen.' Het publiek knuffelt ze bijna dood, maar dat vinden ze toch een stuk prettiger. Meer optredens regelt hij per fax, straks per elektronische post.

Winter besteedt al zijn tijd aan Taraf, brengt de stokoude zieke violist Nicolae Neacsu (het gaat goed met hem, hij heeft zich trouwens onsterfelijk gemaakt met zijn hartverscheurend trieste Balada Conducatorolui) naar een goed Parijs ziekenhuis. In Berlijn zit hij achter optredens voor zijn muzikanten aan. `Muzikanten willen nu eenmaal spelen', dat betekent deelnemen aan het netwerk.

Impresario David Flower bouwt aan een netwerk voor Engelse impresario's, José Theelen van de Amsterdamse Melkweg presenteert plannen voor een vrouwenmuziek-netwerk. Het kunstonderwijs ondersteunende instituut LOKV in Utrecht, het Dartington College of Arts in Engeland, het Global Kulturcenter in Noorwegen, overal worden de nieuwe technieken gulzig binnengehaald.

Eigenlijk werken tot nu toe alleen de cd-roms van Jon Kertzer echt goed. De netwerken bestaan wel maar niemand stopt er nog de nodige informatie in. Dat is jammer, want anders had een aantal optredens tijdens deze Worldwide Music Days wellicht kunnen worden voorkomen.

In het Tränenpalast, een tot poppodium verbouwde hal tegenover metrostation Friedrichstrasse, traden tijdens de BID iedere avond wereldmuziekgroepen op. Dansen met Abdel Gadir Salim uit Sudan dat was leuk, maar de prestaties van Hamid Baroudi uit Algerije, Lokua Kanza uit Zaïre, Aj-Tal uit Siberië waren er het meest op hun plaats: ze waren om te huilen.

Voor de EFWMF is de tijd van informele bijeenkomsten voorbij. Deze week is in Nijmegen een stichting opgericht om geld te kunnen aanvragen bij de EEG. Daarmee zal een kantoor worden ingericht. Het reizen van wereldmusici door Europa moet gemakkelijker gemaakt, reiskosten van ensembles moeten gedeeld. Er moet worden onderhandeld met impresariaten over schappelijke prijzen. Samenwerken moet. `It's network or die'.

© Peter van Amstel - 1993