Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - aandachtspunten

31/03/2003

Hinderpalen en eye-openers

Was de beslissing van het Muziekpakhuis met vmbo-klassen aan het werk te gaan al bewonderenswaardig, de keuze voor leerlingen in de opleidingen basisberoeps, praktijkschool en vmbo-op-maat, de onderste regionen, aldaar was ronduit te prijzen. Vooral gezien het ambitieuze plan de leerlingen zelf muziek te laten bedenken en ze niet slechts bijvoorbeeld een tijdje lekker aan het trommelen te zetten. Om kunst moest het gaan. Dapper was het ook van het Vmbo van het ROC van Amsterdam zo’n ambitieus en riskant project op maar liefst vijf scholen tegelijk binnen te halen.

Het basisidee was leerlingen zelfstandig een kunstwerk over hun buurt te laten maken. Ze zouden als een kunstenaar leren kijken en luisteren naar hun dagelijkse leefomgeving. De middelen daartoe waren het experimenteren met allerhande klank voortbrengende objecten, en zelf te maken en bestaande muziekinstrumenten. Ook het opnemen van karakteristieke omgevingsgeluiden en het bewerken daarvan met de computer hoorde erbij.

Het was de bedoeling de deelnemers te leren hoe ze vanuit motieven en celletjes een muzikaal thema, en tenslotte een eigen compositie konden opbouwen. Samen overleggen, experimenteren en nadenken zou een nieuwe manier van de stad ervaren opleveren.

Zover is het niet gekomen. Stadsgeluiden in het vmbo was vooral een spannend en leerzaam experiment voor beleidsmedewerker en coördinator, voor vmbo- en muziekdocenten, en niet in de laatste plaats voor de leerlingen.

In dit boekje komen zij zelf uitvoerig aan het woord. Ieder praat vanuit haar of zijn eigen gezichtspunt vrijuit over ambitie en resultaat, theorie en praktijk, succes en frustratie. In combinatie met lesbeschrijvingen en informatieve stukjes over de scholen en instellingen wordt een zo levendig beeld geschetst van wat er zich gedurende een maand of drie op vijf vmbo-scholen, en in de hoofden van de deelnemers heeft afgespeeld. Dat is heel wat meer dan uit een zakelijke toetsing van behaalde resultaten aan de uitgangspunten zou blijken.

In de verschillende interviews stellen de Stadsgeluiden-deelnemers zich niet alleen aan de lezer voor, zij stellen ook belangrijke kwesties aan de orde. De een spreekt over het musicus-versus-didacticus-dilemma, een ander over de absolute noodzaak van kunst voor scholieren. Een derde lucht haar hart over het relatieve belang van resultaten boeken. Hier volgt een puntsgewijze samenvatting van dergelijke kwesties, gelardeerd met observaties en commentaar.

Voorbereidingen
In de praktische voorbereiding en planning van het project is veel tijd gestoken, toch liep er in het begin het een en ander mis. De juiste lokalen bleken niet altijd beschikbaar, er waren technische mankementen met computers en geluidsapparatuur. Door verschuivingen in roosters werden tussentijden nu en dan onmogelijk kort. Met de nodige vindingrijkheid en onwaarschijnlijke inzet werden oplossingen gevonden, zodat alles na enkele lessen op de meeste plaatsten naar behoren verliep.

De inhoudelijke voorbereiding was minder imposant. Geen van de Muziekpakhuisdocenten had zich grondig voorbereid op het lesgeven aan kinderen uit de onderste regionen van het vmbo-onderwijs, noch hadden zij daar ervaring mee. Zonder uitzondering zijn zij zeer bekwame musici en ervaren muziekleraren, maar muziekles geven aan matig gemotiveerde vmbo-leerlingen is een vak apart, zo bleek al snel.

Waarom zou je als vmbo-leerling iets doen voor zo’n rare, witte, oudere meneer of mevrouw die je niet kent? Die daar een beetje jong en snel staat te doen, alsof hij of zij bij ons hoort? Hoe onaangepast een kunstenaar ook wil zijn, zij of hij moet weten dat vmbo-leerlingen slecht luisteren, niet stilzitten, geen respect betonen, stelen desnoods. Als je chaos niet erg vindt of daar zelfs op uit bent: prima. Maar als je iets wilt uitleggen en om concentratie vraagt, dan heb je trucs nodig. Eens lekker gek met ze doen bestaat niet, want wie zich onaangepast gedraagt staat voor paal, dat is de code.

Een tweede manco was het pijnlijk merkbare gebrek aan ervaring met computers bij de muziekdocenten. Vrijwel geen van hen had ooit een geluidsopname van een minidisk-speler naar een harde schijf gekopieerd. Of een computer op een geluidsinstallatie aangesloten. Het gebruikte muziekprogramma, Cubase SX, is het neusje van de zalm voor professionele geluidstechnici, een complete muziekstudio in een computer. Het doorgronden van zo’n pakket vergt een studie op zich, geen van de muziekdocenten had zich daar tevoren aan gezet.

Cultuurcontrast
De vmbo-docenten waren evenmin volledig voorbereid op het project. Natuurlijk is het goed als een groepje kunstenaars de dagelijkse gang van zaken op school wat komt opschudden. Het is dan wel aan te bevelen dat de ontregeling van de docenten vooraf gaat aan die van de leerlingen. Tenzij ontregelen op zichzelf de bedoeling is, maar dan kunnen vooropgezette kunstzinnige resultaten (een compositie, een uitvoering) geen doelstelling zijn.

De enthousiast ontvangen presentatie voor de zomervakantie was voor de vmbo-docenten als voorbereiding te vrijblijvend en ontoereikend. Het heeft er alle schijn van dat het Muziekpakhuis niet alleen de zwemvaardigheid en bereidheid van vmbo-leerlingen overschatte, maar ook die van de meeste vmbo-docenten. Deze docenten frequenteren doorgaans Concertgebouw of Rijksmuseum niet, laat staan het Bimhuis of het Stedelijk.

Opvallend genoeg waren de meeste leerkrachten na afloop van het project behoorlijk enthousiast over zowel inhoud als resultaten van het geheel. Misschien waren ze blij met de doorbreking van de dagelijkse sleur, en in elk geval onder de indruk van wat er was bereikt, zowel tijdens lessen als in de presentaties. Sommigen zijn zelf met andere oren naar hun omgeving gaan luisteren. En zij hebben bij leerlingen talenten en belangstellingen ontdekt waarvan zij, noch de betrokkenen zelf, vooraf op de hoogte waren.

De prominente aanwezigheid van geüniformeerde ordebewakers zegt veel over het klimaat op een school. De heersende omgangsregels en de mate waarin de schoolbevolking zich daaraan houdt, zijn voor docenten ter plaatse de geaccepteerde dagelijkse praktijk. Voor menig kunstenaar of musicus zijn zij niet minder dan schokkend. Een schok die overigens niet door iedereen als negatief werd ervaren.

Omgekeerd vonden de vmbo-docenten de muzikanten aanvankelijk eng en raar. ROC-beleidsmedewerker Cees Gaasterland gruwt van een vreselijke modernist als Willem Breuker - kennelijk zonder zich te realiseren dat muziekdocent Bob Driessen (actief op de Treublaan) een van diens kompanen van het eerste uur is. Maar al snel was de kou uit de lucht, en achteraf oogstten de muziekdocenten niets dan lof vanwege hun aanpak en inzet.

Het lijkt fantastisch als musici (of kunstenaars in het algemeen) over didactische kwaliteiten voor lesgeven in het vmbo-onderwijs zouden beschikken. Maar beide vaardigheden (kunstzinnige en didactische) bijten elkaar. De ene gericht is gericht op expressie van mooie, interessante, verrassende zaken, de andere op de beheersing van al te wilde neigingen, op aanleren van aangepast gedrag. Een echte kunstenaar in de klas is dus de enige manier om scholieren indringend te confronteren met ideeën, gedragingen en maaksels van een echte kunstenaar. Tijdens Stadsgeluiden bleek helaas de kans dat die in twaalf weken volledig afbrandt verontrustend groot.

Inbedding, tijdgebrek en stress
Veel vmbo-scholen, niet alleen die van de ROCvA, worden geplaagd door gebrek aan docenten, gedateerd of ontbrekend lesmateriaal en achterstallig onderhoud. Deze situatie is er niet een waarin kunstzinnige activiteiten gemakkelijk opbloeien, laat staan dat zij er welig kunnen tieren. In werkelijkheid is kunst- en cultuuronderwijs hier het kind van de rekening.

Het Amsterdams Fonds voor de Kunst bepleit inbedding van een kunstproject in het curriculum van een school, maar dat blijkt zich moeilijk te verdragen met een andere wens, het stimuleren van kunstonderwijs in het vmbo. Als er op een school een docent is die zijn tijd niet incidenteel maar structureel besteedt aan kunstonderwijs, kan kunst overal aarden, ook in het vmbo. Getuige het Huygens College in Amsterdam, waar een bescheiden proefproject voor Stadsgeluiden werd uitgevoerd.

Maar op geen van de vijf deelnemende scholen was zo’n kunstpromotor aanwezig. Kunstzinnige vakken (tekenen, muziek, drama) worden er nauwelijks of niet gegeven en de ckv-uren worden er samengebald tot een paar dagdelen per jaar waarvoor gewoonlijk hapklare, eenmalige evenementen of workshops worden ingekocht. Alleen horecaschool De Berkhoff is daar min of meer een uitzondering op, dankzij de bevlogenheid van de handenarbeiddocent en zijn collega schei- en natuurkunde.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het Stadsgeluiden-project daar goed uit de verf kwam, maar zelfs op De Berkhoff is er geen vervolg. Wel werden er muziekinstrumenten gebouwd tijdens de handenarbeidles. Op het Timorplein en de Klimopweg schreven leerlingen rapteksten tijdens de Nederlandse les en in de Wilhelmina Druckerstraat prijkte achter de muzikanten tijdens het slotconcert een fleurig geschilderd decor. Maar van een grondige doorwerking van de Stadsgeluiden ideeën- en concepten in reguliere lessen was en is nergens sprake.

Voor schoolmanagers en vmbo-docenten betekent het binnenhalen van een kunstproject zowel een extra belasting als extra mensen voor de klas. In het geval van Stadsgeluiden telde vooral dat eerste. Hier waren de muziekdocenten geen vervangers van de vmbo-docenten, vmbo- en muziekdocent bedienden steeds samen een groep. Daarbij kwam dan nog de noodzaak van tussentijds overleg over praktische, inhoudelijke en didactische zaken.

Dat bleek lastig te organiseren, want direct voor of na de muzieklessen waren de vmbo-docenten gewoonlijk bezig met hun dagelijks werk. De muziekdocenten, die al aanzienlijk meer tijd aan het project besteedden dan oorspronkelijk gepland (een van hen repte van drie maal zoveel), waren niet in de gelegenheid buiten de ingeroosterde uren nog eens naar de school te gaan voor overleg. Uitwisseling van de noodzakelijke wederwaardigheden vond daarom bijvoorbeeld per e-mail plaats, of in korte onderonsjes na een les.

De meeste muziekdocenten voelden zich onevenredig zwaar belast, zij hadden het gevoel voor alles verantwoordelijk te zijn - van het aanslepen van spullen, via het aan de praat krijgen van computers, tot het leveren van didactische hoogstandjes. De vmbo-docenten daarentegen, en de begeleidende beleidsmedewerker van het ROCvA hadden, goeddeels terecht, het gevoel dat ze er alles aan deden om het hun gasten zo goed mogelijk naar de zin te maken. De afspraken waren helder, daar was iedereen het over eens, maar gemaakte afspraken zijn nog geen nagekomen afspraken.

Niet dat er ergens onwil te bespeuren viel; vooral tijdgebrek, onervarenheid en toeval speelden iedereen parten. En de eerder gesignaleerde onbekendheid met elkaars omgevingen en denkwijzen.

Wat heet resultaat
Het behalen van resultaten is onlosmakelijk verbonden met de motivatie om door te gaan. Het gaat er echter om wat je als resultaat wilt zien. In het vmbo bestaan daar andere opvattingen over dan in bijvoorbeeld een muziekschool als het Muziekpakhuis. Heel andere zelfs, het was voor sommigen een verrassende ontdekking. Want het allereerste dat een docent die in het vmbo wil werken moet ontwikkelen, is hypergevoeligheid voor het minieme effect.

Een leerling die na enkele lessen hangen in de hoek eindelijk een tamboerijn oppakt, dat is resultaat (‘hij had nog nooit eerder een muziekinstrument aangeraakt’), of twee kinderen die tegelijk een paar klappen slaan (‘ze hadden nog nooit naar elkaar geluisterd’). Het totale resultaat van een serie van tien workshops kan bestaan uit de som van talloze van dergelijke deelresultaten. En dan zijn de meeste daarvan nog niet eens merkbaar, laat staan meetbaar.

Het deelnemen door leerlingen, desnoods passief, moet op zichzelf als een succes worden gezien. Ook de overtuiging dat je ‘het’ nu niet merkt, maar dat er zeker ‘iets’ van zal blijven hangen helpt. Of, in de woorden van muziekdocente Tjakina Oosting: ‘Dat is precies wat ze ervan geleerd hebben: dat het leuk is om te doen.’ De muziekdocenten toonden zich ware meesters in het razendsnel terugschroeven van hun ambities op muziektechnisch en inhoudelijk niveau, maar zonder de hoop op vooruitgang, hoe minimaal soms ook, op te geven.

Toen de Muziekpakhuis-mensen eenmaal hadden ontdekt wat haalbaar was in de situatie waarin zij werkten, maakten de oorspronkelijke ambities plaats voor pragmatische constateringen. Zoals ‘ze hadden het gevoel dat ze serieus werden genomen en heel veel aandacht kregen’. ‘De moeilijkste kinderen van Amsterdam hebben we toch maar aan het trommelen gekregen’, ‘deze manier van muziek maken werd als heel modern ervaren’, en ‘ze zijn op een heel andere manier dan ze gewend zijn met de wereld om zich heen bezig geweest’.

Toch doet onvermijdelijk de kick van een goede voorstelling zich gelden. De successen op De Berkhoff en in de Wilhelmina Druckerstraat maakten de muziekdocenten op de andere scholen licht jaloers: daaraan kon je tenminste zien dat er iets was bereikt. Maar beleidsmedewerker Gaasterland was er nuchter over. Hij had het voorspeld: op twee plaatsten een goede voorstelling, op twee plaatsen wat minder, op een plaats niets.

Er gaat erg veel tijd en energie zitten in het presentabel maken van de resultaten voor derden. Muziekdocent Marc Winder constateerde met enige spijt: ‘We hebben ook een tijdje heel leuk geïmproviseerd, maar we moesten aan de voorstelling gaan werken’. Wat is kunstzinniger, iemand publiekelijk een voorstelling laten spelen of iemand vrijuit maar voor de buitenwereld onzichtbaar laten experimenteren? Het eerste is in elk geval socialer, en sociale argumenten tellen in elk geval in vmbo-kringen stevig mee.

Kunst of kunstje
Het Stadsgeluiden-project is in beginsel zo’n ijzersterk project omdat het nadrukkelijk over kunst gaat. Over luisteren, combineren en componeren. Wat dit betreft bestaat er een merkwaardige discrepantie tussen de kunstonderwijsopvatting van het Muziekpakhuis tegenover die van ROC-beleidsmedewerker en kunst-in-de-school-voorvechter Cees Gaasterland. Voor hem is het belangrijk dat leerlingen andere dingen beleven dan waaraan ze gewend zijn. Brotherhood percussieworkshops en een boottochtje over het IJ daar ook onder.

Hij heeft ongetwijfeld gelijk, maar het Muziekpakhuis wilde nog een stap verder gaan. Voor een vmbo-leerling is het zonder twijfel onvoorstelbaar hoe vijf minuten stilte van Cage, een krijsende saxofoonsolo van Tobias Delius of de mokerslagen van Oestwolskaja mensen in vervoering kunnen brengen. Genieten van moderne, moeilijke kunst heet in vmbo-kringen al gauw elitair, maar heeft in werkelijkheid te maken met kunstgeleerdheid. Samen in de maat leren slaan mag dan eens iets anders zijn, muziek leren herkennen in straatgeluiden is niets minder dan een beginnerscursus kunstgeleerdheid.

Dat het moeilijk bleek in die richting ver te komen lag niet in de eerste plaats aan een te hoge moeilijkheidsgraad van een dergelijke benadering, maar (afgezien van technische problemen) aan de mate van leergierigheid en leermogelijkheid van de deelnemers. Veruit de meeste leerlingen verrieden frisse tegenzin tegen herhalen. Eenmaal een handeling verrichten is leuk, daarna slaat de verveling toe. Plezier beleven aan schaven, polijsten en verbeteren lijkt ze ten ene male vreemd.

Maar in elk geval werden zij ertoe verleid hun oren een tijd lang anders en beter te gebruiken dan zij gewend zijn. Muziekpakhuis-coördinatrice Gerda Holzhaus heeft dan ook het grootste gelijk als zij zegt: ‘Dat minidisc- en computergedoe moeten we er niet uit laten. Juist van het leren luisteren moeten we het allergrootste onderdeel maken.’

© Peter van Amstel - 2003