Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - Juray en Nicky, De Berkhoff

31/03/2003

Chócoladerée-pen

Iedere maandag van negen tot tien hebben Nicky en Juray handenarbeidles van meester Schneider. De hele klas is al een paar weken bezig met zagen, lijmen en schuren aan een miniatuur waterrad van triplex, iedereen maakt er een volgens bouwtekening. Uit deze klas, die meedeed aan het Stadsgeluiden-vmbo-project, werden Nicky en Juray uitverkoren voor de muzikaal-theatrale voortzetting in het Muziekpakhuis.

Zelf muziek maken was nieuw voor ze, maar luisteren doen ze elke dag. Juray bij voorkeur naar heavy metal, Nicky naar de bijna even heftige rap-metal van zijn favoriete band Linkin Park. In zijn vrije uurtjes moet Juray vooral huiswerk maken (‘woensdag alweer een proefwerk’), maar daarnaast weet hij toch nog tijd te vinden voor het spelen van computerspelletjes en het bezoeken van de bioscoop. Nicky houdt bovendien van voetballen en fietsen. Ook hij steekt flink veel tijd in zijn huiswerk.

Want Nicky wil na dit schooljaar overstappen van de basisberoepsopleiding naar een trap hoger, kaderberoeps. ‘Ik teken heel erg graag’, legt hij uit, ‘ik wilde eigenlijk een grafische opleiding doen. Toen ik van de basisschool kwam zeiden de leraren dat ik dat niet zou halen.’ Achteraf had het waarschijnlijk wel gekund, weet hij nu, maar spijt van zijn keuze voor De Berkhoff heeft Nicky niet. ‘Ik heb een Japanse oma, die kan heel goed koken. En ik houd van lekker eten, dus dit leek mij wel wat. Ik maak deze school gewoon af, daarna ga ik iets in de grafische richting doen. Huisinrichting, striptekenen, computerspellen ontwerpen, gewoon een beetje design. Ik vind het wel leuk om als hobby af en toe te koken, maar ik wil er niet mijn werk van maken.’

Juray zit wel uit volle overtuiging op De Berkhoff, hij wil later kok worden. Nee, hij heeft geen koks in de familie, ook in zijn geval zette een grootouder hem op het spoor. ‘Mijn opa kan goed koken, gewoon voor de lol. Ik zat vaak bij hem in de keuken lekkere dingen te maken. In het laatste jaar van de basisschool ben ik hier gaan kijken op een open dag. Het beviel me hier, het zat wel goed, ik heb me meteen laten inschrijven.’

Effe naar de Dam
‘Dat gaat niet door’, is het eerste dat Nicky vertelt als we voor een gesprek neerstrijken in de directiekamer. Hij doelt op het vervolgtraject van Stadsgeluiden in het Muziekpakhuis, dat twee weken eerder van start ging. ‘We zouden met z’n tienen zijn, maar er bleven er maar vier over.’

Van meet af aan deden er in plaats van alle vijf maar drie van de vmbo-scholen aan het vervolgtraject mee. Twee leerlingen per school was het idee, meer dan zes kwamen er dus niet opdagen. Deborah van het Timorplein viel af, zij wilde eigenlijk alleen maar zingen. En Juray viel af. ‘Ik ben wel gaan kijken, maar de eerste les beviel me al niet’, zegt hij. Juray kwam om muziek te maken, ‘al dat gedans en zo, dat vond ik helemaal niks.’ Nicky: ‘Ik had nog wel willen gaan, maar de laatste keer ging het al niet meer door’.

Hier op school hadden ze allebei wel met veel plezier aan Stadsgeluiden meegedaan. Dat was dan ook heel anders, vinden ze. Juray: ‘Hier hadden we twaalf weken. Ja kijk, dat was goed. Om alles te onthouden hadden we die tijd echt wel nodig.’ Toen het project op school begon hadden Juray noch Nicky enig idee waartoe het allemaal moest leiden. ‘Ik wist niet eens dat er een voorstelling moest komen’, herinnert Nicky zich. Toen ze de straat op gingen om opnamen te maken wisten ze niet waarom, maar dat gaf ook eigenlijk niet.

‘Van een kant was het wel leuk om effe naar de Dam te gaan of zoiets, maar op het laatst werd het wel vervelend, dat gedoe met die minidisk. Hoorde je een sirene, moest je dat ding weer aanzetten’, moppert Juray. Dan, toch zichtbaar trots: ‘Ja, ik heb heel veel geluiden opgenomen, echt heel veel. Die hebben we ook bewerkt in de computer en sommige zaten ook in de voorstelling. We hebben er een beetje rare geluidjes van gemaakt, en langere stukjes die steeds werden herhaald.’

Het computerprogramma leren gebruiken kostte Juray weinig moeite, ‘helemaal niet moeilijk, dat ging hartstikke snel. Best leuk, een beetje mixen en zo. Maar ja, ik had toch liever het muziek maken hoor.’ Dat gold ook voor Nicky: ‘Ik ben wel een paar keer de straat op geweest met zo’n minidisk. Maar ik heb bijna niet met de computer gewerkt, want dat vond ik helemaal niets.’ Juray vindt dat zijn straatgeluiden uiteindelijk toch muziek zijn geworden, ‘toen ze het achter elkaar hadden gezet had je wel zo’n ritme. Maar als ik nu op straat loop denk ik echt niet aan muziek of zo.’ ‘Nee. Helemaal niet’, benadrukt Nicky.

Standaardgeluidjes
Spelen op conga’s, pannendeksels en zelfs het slaan met bezems tijdens de presentatie in de Berkhoff, daar hebben de twee wel goede herinneringen aan. (Juray: ‘Nou met die paraplu dacht ik wel bij mezelf, oké, het moet maar’). Ondanks het eindeloos oefenen van het ritme op de lettergrepen van áppelpérensínaasappelchócoladeréé-pen. ‘Ja, dat was een beetje kinderachtig’, maar ze leerden er wel strak samenspelen van. Toen dezelfde muzieklerares twee weken terug in het Muziekpakhuis weer zo begon, zij het nu met ‘winkelwagentje-pannenkoeken of zoiets’, werd het Juray te veel.

‘We zaten daar van half vier tot half zes. Als we nou van alles zelf in elkaar hadden mogen zetten, gewoon een soort van band hadden kunnen vormen, dan zou ik hebben gezegd: ja.’ ‘Alles was nu met standaardgeluidjes’, valt Nicky hem bij, ‘je mocht helemaal niet zelf een leuk deuntje doen of zo.’ Juray: ‘Het ging gewoon helemaal precies hetzelfde als de vorige keer hier op school.’ Nicky: ‘Saai.’ Juray: ‘We zouden ook gaan optreden, maar daarvoor was het oefenen weer veel te kort.’ Nicky: ‘En je ouders mochten niet eens komen luisteren.’

© Peter van Amstel - 2003