Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - Cees Gaasterland, beleidsmedewerker ROCvA

31/03/2003

Zingen bij een orgeltje

'Je moet ze laten kijken, je moet ze laten luisteren. Je moet ze meenemen naar een museum met moderne kunst. Naar een museum met oude kunst. Naar buiten. En laat ze muziek maken.’ De kwaliteit van het kunstonderwijs, of zelfs maar de aanwezigheid ervan, is wel de minste zorg van directies en staven op de vmbo-afdelingen van het ROC van Amsterdam. Vmbo is immers voor krantenlezers synoniem met probleemschool? Kom daar niet mee aan bij beleidsmedewerker Gaasterland. Hij is niet alleen vast overtuigd van de noodzaak van een fikse portie kunst in elk onderwijs, op de vmbo-scholen organiseert hij die ook. ‘Al roepen scholieren van bah, boe en waardeloos: biedt het aan!’, luidt zijn credo. ‘Want het blijft hangen, gegarandeerd.’

Cees Gaasterland (52) begon zijn werkzame leven als jeugdleider. Daarna volgde hij een HBO-opleiding inrichtingen- en cultureel werk, aangevuld met de voortgezette opleiding. Hij kreeg een baan bij een residentiële instelling, zijn taak was het kinderen te behoeden voor de gang naar een inrichting. Vervolgens werd hij projectleider bij een van de voorlopers van het huidige ROC, enkele scholen waar voortijdige schoolverlaters twee dagen onderwijs volgden naast drie dagen werk. De school aan de Klimopweg, een van de Stadsgeluidenlocaties, zat daar toen al bij. Na de ‘de grote fusie in 1997' werd Gaasterland beleidsmedewerker bij het Regionaal Opleidingscentrum van Amsterdam.

‘Het stimuleren van onderwijs in kunst en cultuur binnen het vmbo is een van mijn verantwoordelijkheden’, zegt Gaasterland. ‘Tot mijn 36-ste jaar heb ik alleen uitvoerend werk gedaan met jongeren uit de, zeg maar, minder bevoorrechte klasse. Vandaar mijn belangstelling voor het vmbo, ik zit hier op de goede plek.’ De beleidsmedewerker houdt kantoor in een oud schoolgebouw waar tijdelijk geen leerlingen komen omdat het binnenkort wordt opgeknapt. Als hij op stap moet bereist hij de stad per motorfiets (een fonkelende zwart-met-blauwe BMW van imposant kaliber), gekleed in een overjas over zijn onberispelijke kostuum.

Kunstwereld en vmbo
Gaasterland offreert warm water en een theezakje. Hij neemt plaats in een klaslokaal waar hij zelf nog les gehad zou kunnen hebben; er lijkt sinds de jaren zestig weinig aan veranderd.

‘De Rolling Stones, die draai ik nog altijd’. Gaasterland bezit een flinke collectie lp’s en de Stones vormen daarin het dikste pak. Verder de Eagles, de Beatles en Bon Dylan (‘maar die draai ik minder vaak’), en ook Rod Stuart en Elton John (‘een vreselijke figuur natuurlijk, maar hij heeft fantastische dingen gemaakt’). Verder luistert hij graag naar klassieke pianomuziek, en soms naar jazz. Niet alle nieuwe stromingen zijn aan hem besteed, ‘sommige dingen gaan me echt te ver. Als ik denk aan Loevendie, of hoe heet die ander snuiter, Willem Breuker, zo’n vreselijke modernist, daar word ik helemaal gek van. Maar dat heeft er allemaal niks mee te maken, we moeten het over die kinderen hebben.

‘Ik vind Breitner erg mooi, en Corneille. De impressionisten vind ik prachtig, en Appel is soms heel interessant. Maar ook een man als De Kooning. Nee, ik ben geen alleseter, ik heb uitgesproken voorkeuren. En ik houd van terugkijken in de tijd. Laatst ben ik erachter gekomen dat er ooit op het Museumplein een operagebouw was gepland, recht tegenover het concertgebouw. Een plan van Wibaut, maar de toenmalige concertgebouwdirecteur Mengelberg heeft dat tegengehouden. Het waarom van successen en mislukkingen, dat fascineert me.

‘Kunst en cultuur is een ondergeschoven kindje op de vmbo-scholen, daar moet echt verandering in komen. Misschien komt dat omdat er in Amsterdam zo weinig mensen zijn die het werkelijk interesseert. Mensen die zich met kunst en cultuur bezighouden hebben allemaal een hogere opleiding genoten. Er is dus een grote afstand tussen de kunstwereld en de vmbo-onderwijs dat ver daaronder bestaat. Daar hebben zij helemaal geen weet van.

‘In de kunstwereld wordt vooral gekeken naar resultaten, niet naar het proces. Ik ben een man van het proces. Ik vind het verschrikkelijk belangrijk dat kinderen andere dingen beleven dan die waaraan ze gewend zijn. Binnen het ROC werd tot voor kort weinig gebruik gemaakt van de cultuur in de stad. Dus zijn we drie jaar geleden begonnen met het Brotherhood-project, een serie percussieworkshops op verschillende scholen. En zo kwam van het een het ander. Dit project met het Muziekpakhuis diende zich aan, en het klikte meteen.

Kwatta-productieproces
‘Muziek is een goed middel is om binnen te komen bij het denken van de leerlingen, bij hun leren ook. Muziek spreekt ze aan, interesseert ze. Dit project was dus een goede ingang om ze kennis te laten maken met cultuur. Dat is heel belangrijk voor hun verdere loopbaan, voor hun leven. Net als boeken lezen. Je moet weten dat er kunst om je heen is, het beïnvloedt je denken. Als je open staat voor wat er om je heen gebeurt heb je kans op een goede levensbesteding naast je werkende bestaan. Als je gegrepen kunt worden door dingen, dan wordt het prettiger met je. Misschien merken ze: hé, als ik iets leuk vind dan leer ik er makkelijker iets over.

‘Ajax, vechtsporten en MTV, dat soort dingen bepaalt hun belevingswereld. Daarom is het zo belangrijk dat je die kinderen zoveel mogelijk aanbiedt. Een heleboel zullen ze met negatieve motivatie over zich heen laten komen, gewoon omdat het moet. Zo ging het vroeger ook. ‘In de zesde klas van de lagere school kregen we Peter en de Wolf te horen, zo is het voor mij begonnen. Bij meneer Nieland, een verschrikkelijke muziekleraar die geen orde kon houden en altijd een orgeltje bij zich had. Daar moesten we bij zingen, we vonden het helemaal niks. Toch heeft het in elk geval mij veel goed gedaan. Met andere woorden: wat zakt nu in, wat bewerkstellig je? Je kunt het niet beoordelen.

‘Vroeger, op de technische school, ging je naar de Kwatta fabrieken. Kijken naar het Kwatta-productieproces. Maar er is meer in het leven dan Kwatta-productieprocessen, de rest van hun leven mogen ze misschien zelf in zo’n proces zitten. Dus breng ze naar het Rijksmuseum, breng ze naar het Concertgebouw, weet ik veel waarheen, maar confronteer ze met kunst. En ze vinden het wáárdeloos. Rembrandt? Mondriaan? Prullenmand, bende, woewoe, motherfucker. Vul maar in. Maar later komt het boven.

Dichtgeklapte kinderen
‘Het Stadsgeluidenproject is zo’n beetje volgens mijn verwachtingen verlopen. Bij de voorbereidingen heb ik tegen de mensen van het Muziekpakhuis gezegd: als we het op drie plaatsen goed doen, op een school wat minder goed en op een andere slecht dan is dat een mooi resultaat. En dat is precies uitgekomen.

‘Tja, resultaten, het is moeilijk om daar iets over te zeggen. Want waar meten we dat aan af? Kijken we welke kinderen de mooiste voorstelling hebben laten zien? Ik heb in de Wilhelmina Druckerstraat een prachtige voorstelling gezien, maar van een heel ander niveau dan op de Berkhoff. Maar als ik dat moet honoreren? Het is moeilijk met elkaar vergelijken, de leerlingen op die twee scholen zijn van een volstrekt ander niveau wat intelligentie en mogelijkheden betreft. Daarom ben ik over beide zeer tevreden.

‘In de Wilhelmina Druckerstraat hebben ze er volgens mij een intense beleving aan gehad. Ze hebben er dingen bij getekend, een decor geschilderd, en de presentatie was onderdeel van een uitgebreider programma. Dat zijn voor mij resultaten die hoog scoren. Ik weet wat ze kunnen, en ik denk te weten wat ze eraan beleven. Vooral de intensiteit waarmee ze eraan bezig zijn geweest is voor mij bepalend of een project geslaagd is of niet.

‘Als je kijkt naar de schoolverlaters in Noord, dat was een mindere presentatie. Ik zag dichtgeklapte kinderen, de angst straalde je tegemoet. Je moet niet vergeten, deze leerlingen hebben soms op vijf, zes scholen gezeten waar ze zijn mislukt. Waar ze af moesten vanwege hun grote mond, slechte prestaties of spijbelen. Problemen thuis. Moet ik dan zeggen: wat een waardeloze voorstelling? Ze zongen niet eens, je kon niet zien wat ze werkelijk hadden geleerd. Ik weet zeker, zonder de druk van kijkende medescholieren, ouders en hotemetoten was het veel beter gegaan.

Kunst en cultuur verplicht
‘Vanmorgen was ik op een school in de Alberdinck Thijmstraat, vergelijkbaar met die op de Klimopweg, voor een leerlingentevredenheidsonderzoek. Wat de houding van leerlingen van zestien, zeventien jaar betreft komt daar steevast uit: we laten ons niet kennen. Deze kinderen zijn allemaal eenlingen. Soms klikt het binnen een klein groepje, maar ze houden het cool, ze houden het rustig, ze hoeven zich niet zo nodig bloot te geven. Als je wilt dat ze iets met elkaar doen dan moet je daar eerst doorheen breken. Dat kost tijd. Kunstprojecten kunnen daarbij wonderen doen, maar een serie van tien muziekworkshops is daarvoor eigenlijk te krap bemeten.

‘Het vraagt bovendien aparte didactische vaardigheden om met deze kinderen te kunnen werken, met name met die van de praktijkscholen. En meer dan dat. Op het Timorplein bijvoorbeeld is de klas vrijwel leeg als de juffrouw er niet is. Zij is hun houvast, iemand in wie ze vertrouwen hebben, voor sommigen de enige in hun leven. Een kunstenaar of musicus beschikt niet vanzelf over de benodigde didactiek, en geniet zeker in het begin niet het vertrouwen van de leerlingen. Maar we hebben ze wel nodig.

‘Zij confronteren onze leerkrachten met andere manieren van pedagogisch handelen. Al die vaste vakjes en hokjes, daar moeten we snel vanaf, het onderwijs zoals we het nu geven sluit niet aan bij deze groep. Kijk maar naar de uitval door ziekteverzuim. Je zult maar op een school zitten waar je voortdurend tussenuren hebt omdat er weer een juffrouw of meester ziek is. Dan maar weer keten in kantine. Dat willen ze eigenlijk helemaal niet, ze willen liever iets leuks leren.

‘Vanaf augustus 2003 is ckv een verplicht onderdeel van het derde- en vierdejaarsonderwijs aan het vmbo. Dat vind ik een goed ding, laten die vakken vooral op het rooster staan, dan worden ze in ieder geval gegeven. We zullen met nieuwe docenten te maken krijgen, mensen die door hun achtergrond erg ver af staan van onze groepen. Voor deze groepen heb je zeer gemotiveerde docenten nodig, liefst met allerlei verschillende culturele achtergronden. Mensen die niet afbranden op zaken als, ja hoe zal ik het noemen. Een eh, een vrijwel dodelijk klimaat. Daar moet je tegen kunnen.

Prestatiegericht onderwijs
‘Het binnenhalen van de Muziekpakhuis-mensen was voor ons ook zo’n breekijzer. Bovendien, we kregen er tien weken lang op vijf scholen twee mensen of drie bij op wie we vrijwel zeker konden rekenen, want ze waren nog fris. En ze kwamen met malle ideeën, met een ongebruikelijk plan. Dat is positief. Kijk naar de Wilhelmina Druckerstraat. Ze hebben gevaren op het IJ, bootgeluiden opgenomen, rondgekeken in de havens. Die kinderen waren nog nooit op een boot geweest. En als je dan geluiden moet opnemen, je zag ze denken: waarom nemen we eigenlijk geluiden op?

‘Zoiets zet ze aan tot nadenken over de zin van waar ze mee bezig zijn. Waarom timmer ik eigenlijk een spijker in een plank? Dat moet een leerling bouwkunde zich afvragen. Ik zeg dan: ga eens in de Koepelkerk kijken om te zien wat voor werk ze daar hebben gemaakt. Dat soort opdrachten gaan we steeds meer geven, dat is het nieuwe leren waar we aan werken. We noemen het prestatiegericht onderwijs, in de Wilhelmina Druckerstraat en op het Timorplein is die nieuwe aanpak inmiddels in ontwikkeling genomen.

‘Daar paste dit project prima in. In de Wilhelmina Druckerstraat hadden de leerlingen op de dag van de Stadsgeluiden-voorstelling een complete eindejaarsmarkt georganiseerd. Er waren muziek- en dansvoorstellingen, je kon er tafeltennissen en je portret laten tekenen. Er was een tweedehands markt, een oliebollenkraam. Ze hadden zelf alles geregeld: geld, de nodige spullen, programma verspreiden in de buurt. Het was een prestatie van de leerlingen, daar leren ze van en daar verdienen ze punten mee.

‘Onder onze leerlingen zitten de lastigst te onderwijzen scholieren van Amsterdam. Op de Wilhelmina Druckerstraat zijn kinderen met een intelligentiequotient van zestig tot tachtig. Op de praktijkschool in Oost hebben we ze ook. Wat is dan nog leerbaar? Het is triest voor de kinderen als ze moeten toegeven dat ze eigenlijk niets meer kunnen leren. Kijk, met 25 van deze kinderen kun je niks, dan word je helemaal gek. Maar met tien wel. Ik ben verschrikkelijk blij dat het Stadsgeluidenproject ook met deze kinderen is uitgevoerd. Je kunt niet genoeg van dit soort projecten doen.’

© Peter van Amstel - 2003