Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - Vmbo-docent Karel Schneider

31/03/2003

Kleuterjuf van de banketbakkersschool

‘Aaah, gewéldig’, juicht meester Schneider. ‘Ik heb er af en toe een hard hoofd in gehad, maar de eindpresentatie was prachtig.’ Met een dienstverband van ruim 25 jaar is Karel Schneider (56) een van de langst dienende docenten op horecaschool Gebouw de Berkhoff aan de Wibautstraat. Hij geeft er handvaardigheid, drama, tekenen en techniek. Enthousiasme voor zijn vak en liefde voor de kinderen stralen van Schneider af. ‘Ze komen fris en fruitig binnen, net van de basisschool. Het eerste jaar hier betekent het afscheid van hun jeugd, ik beschouw mezelf zo’n beetje als de kleuterjuf van de Berkhoff.’ Wat hem er niet van weerhoudt een lastige puber, desnoods met een sneer, genadeloos in de hoek te zetten.

Schneiders domein is een groot, licht lokaal met stoere werkbanken en solide krukken. Klei-oven. Potjes met glazuren, spijkers en schroeven. Het ruikt er naar plakkaatverf, naar lijm en harsig vurenhout. Aan een van de wanden hangt gereedschap strak in het gelid. Op tafels, op planken langs de muren en voor de ramen staan kleurige leerlingenwerkstukken te pronken. ‘Kijk daar in de vensterbank, die is klaar’, wijst Schneider. ‘Een fantasiebeest is dat. Ze vinden het leuk om aan zoiets te werken. En de kwaliteit is hoog.’

Naast opdrachten voor ‘ambachtelijke dingen zoals houtverbindingen’ of ‘iets met hefbomen, overbrengingen enzovoort’, geeft de meester zijn pupillen ook graag de vrije hand. Voor de afwerking bijvoorbeeld van ‘klei-objecten, een trekpop, een dingetje voor de kerst’ mogen zij hun fantasie gebruiken. Dit alles onder de stimulerende maar strenge leiding van Schneider, meester op school in Amsterdam, en tekenaar, toneelregisseur en vaste Sinterklaas in zijn woonplaats Wijk bij Duurstede.

Kunstzinnige inslag
‘Van origine ben ik banketbakker. Ik heb ook sociale academie gedaan, daarna heb ik jaren in de kinderbescherming gewerkt. Doordat ik bakker ben geweest kwam ik op deze school terecht. Het eerste jaar gaf ik broodbakken. Het jaar daarop stopte de mevrouw die handvaardigheid gaf ermee, toen heb ik een tijd lang beide vakken gegeven. Tot de directeur mij vroeg: welke kant wil je eigenlijk op? Ik studeerde inmiddels voor handvaardigheid, dus het werd handvaardigheid. Later heb ik nog een een lerarenopleiding tekenen gevolgd, daar ben ik in 1992 afgestudeerd.

‘Drama heeft er altijd al ingezeten, mijn ouders waren toneelspelers en goeie zangers op amateurniveau. Nu ben ik ben voorzitter van een stichting die voorstellingen organiseert, daar zijn grote producties bij. De Koning van Katoren hebben we gedaan, en de Wijze kater van Herman Heijermans. Amateurtoneel op hoog niveau. We hebben net een project achter de rug in Museum Dorestad. Ik heb een meisje van twaalf, dertien jaar laten vertellen hoe haar overgrootmoeder de was deed, het verhaal liep als een rode draad door het museum.

‘Dat is dus mijn kunstzinnige inslag, en dat werkt ook door op school.’

Korte spanningsboog
‘Het eerste jaar zie ik de kinderen ze heel intensief, dan geef ik ze vier uur handvaardigheid, techniek en tekenen. Daarnaast krijgen ze drama en veel gymnastiek. En verzorging, dan hebben ze hier op school hun bakkerspak al aan. Zo gaan ze de bakkerij in, dan leren ze hoe het vak wordt verzorgd. Na een jaar houden de lessen handvaardigheid, tekenen en drama bij mij op, alleen voor techniek zie ik ze dan nog. Tekenen is een examenvak, maar daarvoor gaan ze naar mijn collega. Eind van de tweede klas is het afgelopen met de kermis, vanaf dat moment ligt de nadruk op praktijkvakken zoals brood- en banketbakken.

‘De leerlingen zijn over het algemeen zeer tevreden over de manier waarop wij met ze omgaan. We zijn geen makkelijke leraren, vooral in het begin breng ik heel erg veel structuur aan. Die taak had ik me ook bij dit project toegeëigend.

‘Toen we de plannen voor het Stadsgeluiden-project voorgeschoteld kregen, heb ik heel lang geaarzeld hoor. Zoiets betekent een ontzettende verzwaring van ons normale patroon, het moet er allemaal bij. Toch heb ik besloten het te doen, want ik vond het een ontzettend leuk project. En toen ik die film over de percussieshow van Stomp eenmaal had gezien was ik helemaal verkocht. Tussentijds heb ik hem voor de kinderen vertoond, die vonden hem ook fantastisch.

‘Het ging natuurlijk niet meteen van een leien dakje. Ze moesten sowieso aan de muziekdocenten wennen. Muziekonderwijs is nieuw voor de kinderen, dat geven we hier niet. En wat ze zeggen over vmbo-leerlingen is waar: alles wat ze moeten dat willen ze a priori niet. Je kan boos worden of zeuren, het helpt misschien voor een kort moment maar dan slaat de verveling alweer toe. Het is verveling, typisch vmbo. Ongeconcentreerdheid, korte spanningsboog. Ik denk dat Tjakina, Marc en Gerda af en toe grijze haren hebben gekregen. Je moet eigenlijk zorgen dat je iedere tien minuten iets nieuws aanreikt, dan houd je het spannend.’

Talentjes
‘Een prachtig idee, die percussie. De kinderen hebben het gevoel dat ze ergens op staan te hengsten, en als het dan ook nog gestructureerd gaat... Zo’n einde, aaah: één, twee drie bám en dood. Stil. Geweldig, gewéldig vond ik dat.

‘Het geluiden opnemen vonden ze ook wel spannend. Ik ben een paar keer mee geweest, dat was eerst wel gehakketak want ze moesten alles bijhouden op een lijstje. Ik heb ook wel gelachen hoor. Stonden we op het Frederiksplein om tramgeluiden op te nemen, met iemand aan het begin van de Utrechtsestraat om ons te waarschuwen als er een tram aankwam. Remgeluid wilden ze hebben, de deur die open ging, en ook weer het wegrijden. Ze zetten de microfoon bijna onder de wielen: jongens dat lijkt me niet verstandig.

‘Vanaf het begin heb ik gezegd: luister selectief. Kies één geluid dat je nu hoort, concentreer je daarop. Vraag je eens af of het een geluid is waar je aan gewend bent. Maar dat vonden ze toch wel moeilijk hoor. Tjakina en Marc zeiden: zorg dat je ook geluiden observeert als je op weg naar huis gaat, of naar school. Ze vroegen aan ze: wanneer wil je nou dat het stil is? En wanneer wil je dat juist niet? Dat vond ik wel interessant hoor, want die kinderen worden volgens mij gek als het echt stil is. Zelfs huiswerk maken doen ze vaak met muziek op hun oren, of met de tv aan.

‘Het is natuurlijk heel modern, deze vorm van muziek. Maar ik vind het perfect voor vmbo-leerlingen, want op de een of andere manier kunnen ze er hun energie in kwijt. Vooral in het percussie-deel. Het is voor vmbo-leerlingen een nieuwe vorm van... dé vorm van muziek bijbrengen. Er zijn zelfs wat talentjes komen bovendrijven, kinderen die meer konden dan ze van zichzelf wisten. Als dit niet was gebeurd waren ze daar misschien nooit achter gekomen. Of het ze ook aan het denken heeft gezet? Tja, dat hoop je.

‘Bij de voorstelling waren ze in ieder geval onvoorstelbaar geconcentreerd. Alles viel op zijn plek, dat werkt vaak zo. Dat heb je ook als ik in de klas een playbackshow met ze doe, bij het vak drama. Dat hebben ze in het eerste jaar gehad en dat merk je aan ze. Ze kijken wel naar elkaar van ojee, sta ik niet voor lul? Dat is het eerste wat ze zeggen, maar dan zeg ik altijd: je hebt er moed voor nodig om dit te doen en die heb je gewoon. En als je die niet heb, dan moet je van mij. Klaar. Achteraf krijgen ze dan praats. Van tsjee, wat was ik goed hè! Dan zijn ze trots.’

© Peter van Amstel - 2003