Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - Vmbo-docenten Marie-Monique van Kempen en Richard Beentjes

31/03/2003

Of je tof bent of een eikel

‘Tja, twee van die kunstenaars op school. Ik had me vorig jaar wel opgegeven om mee te doen, maar ja, met hooguit een vaag idee van het project.’ Marie-Monique van Kempen (46) geeft op de Klimopweg Nederlands aan alle klassen, en vindt zichzelf absoluut niet muzikaal. Wel bleek zij de muziekdocenten te kennen, ‘Heleen omdat ze bij mij om de hoek woont, en Peter van een andere baan. Oh, dat moet wel lukken, dacht ik toen, maar het bleef spannend.’

Collega Richard Beentjes (38) was zekerder van zijn zaak, ‘als er een bijzonder project is op school doe ik dat meestal wel’. Vorig schooljaar leidde hij de tien workshops van drumband Brotherhood in goede banen, en ieder jaar trekt Beentjes er met zijn leerlingen op uit, een weekje varen op een binnenvaartschip. Zijn eigenlijke baan is het doceren van techniek en sociale vaardigheden.

Beentjes en Van Kempen zijn twee van de negen docenten op een school die slechts vijf klassen van tien tot twaalf leerlingen telt. De pupillen blijven maar een enkel jaar, locatie Klimopweg is een vmbo-op-maat voor vroegtijdige schoolverlaters en notoire spijbelaars. ‘De meeste leerlingen die we hier krijgen zijn weggestuurd van andere scholen’, legt Beentjes uit, ‘veelal van vmbo-scholen in Amsterdam Noord. Omdat ze daar qua gedrag of door een ernstige leerachterstand niet op hun plek waren.

‘Sommigen komen van het Pedagogisch Psychologisch Instituut, dat is een hulverleningsinstelling voor moeilijk opvoedbare kinderen. Als ze daar min of meer schoolrijp zijn gemaakt komen ze bij ons. Hier zoeken we een passende beroepsopleiding voor iedere leerling.’

Creatief maar niet meteen
‘Onze eerste taak is het ervoor te zorgen dat ze hun mond houden en dat ze weer een normaal schoolritme te pakken krijgen’, vervolgt Beentjes. ‘Gewoon terug naar de schoolbanken en luisteren naar wat de docent te vertellen heeft. Daar zijn we vanaf de zomervakantie tot aan de kerst mee bezig; ik overdrijf het niet.’ Leerlingen die de gewenste orde en regelmaat niet aankunnen worden stevig aangepakt. ‘Als het echt de spuigaten uitloopt kunnen ze van school worden verwijderd. Dat gebeurt niet vaak, dit jaar zijn we er maar een kwijtgeraakt. Terwijl we toch heel streng zijn.’

Deze gestrengheid blijkt zich niet zo eenvoudig te verhouden tot de spontaniteit die nodig is voor een creatief proces. Beentjes: ‘Het probleem is, op het ene moment proberen wij iedereen in die banken te krijgen: jongens stil, we hebben maar negen maanden om uit te zoeken wat je worden wilt. Op het volgende moment haal je ze er weer uit, geef je ze een muziekinstrument en zegt: nu gaan we creatief zijn. Maar niet meteen. Er lagen hier tijdens de eerste les zes minidisk-walkmans met koptelefoontjes en microfoons op tafel. Peter zegt: jongens, niet aankomen hoor, ik ga eerst een verhaal vertellen dus luister even. Ja, zo werkt dat hier niet.’

‘Het is belangrijk dat ze precies weten waar ze aan toe zijn’, vult Van Kempen aan. ‘Dat is ook iets waar we tegenaan liepen, zeg halverwege het project. Waar ging het nou eigenlijk naartoe? Dat bleef te vaag. En als het voor ons al niet duidelijk was...’ Beentjes: ‘We hebben tegen Peter en Heleen gezegd dat ze vooraf moesten uitleggen: we gaan vandaag anderhalf uur met het muziekproject aan de gang. Een half uur percussie, dan een half uur muziek op de computer, en het laatste half uur kijken wat ervan geworden is. Het draait om een overzichtelijk stappenplan, je moet een duidelijke structuur aanbrengen in wat je doet.’

‘Creativiteit is eng voor ze’, weet Beentjes, ‘dus alles wat goed gaat is mooi meegenomen’. ‘Vooral zingen is voor de meesten erg moeilijk’, merkte Van Kempen, ‘dat vinden ze griezelig. Ik vond het bij Heleen nu en dan moeizaam gaan. Dat kwam ook doordat het een beetje eentonig werd, iedere keer weer aan diezelfde liedjes sleutelen.’ Beentjes: ‘Ik denk dat Peter net iets gemakkelijker met zo’n groep kan omgaan. En percussie is gemakkelijker om aan te bieden.’

Stad waar alles kan
‘Als er maar niet de hele tijd wordt gefilmd’, tekent Van Kempen aan, ‘dat heb ik echt als heel storend ervaren. Trouwens, jouw bezoek ook hoor’, wendt zij zich tot schrijver dezes. ‘Want elk dingetje leidt ze af, je hebt zelf gezien hoe ze reageerden op het publiek. Het is extra moeilijk’, benadrukt de lerares nog eens, ‘iets creatiefs aan een publiek te laten zien. Dat zijn ze helemaal niet gewend. Ze hebben hier geen muziek of drama, zelfs geen tekenen, helaas.’

Maar wel Nederlandse les. Onder leiding van Van Kempen schreven de leerlingen rapteksten die ze vervolgens met Muziekpakhuis-Heleen op muziek zetten. Het zijn krachtige, maar nauwelijks vrolijk stemmende verzen die de jongeren aan het papier toevertrouwden. ‘Noord is gestoord, er wordt veel vermoord’, schreven Andy en Merlin, ‘toch moet ik er mee leven’. Of ‘de hele tijd maar roken, mensen en spullen slopen, en anders ja dan verveel je je dood,’ aldus Amarfio en Andres. Danny en Sergio hebben het iets beter naar de zin: ‘Amsterdam is de stad, waar je al je zorgen vergat, (...) de stad waar alles kan’.

Beentjes: ‘Het zijn práchtige teksten, zo hebben ze ontdekt dat ze songteksten kunnen schrijven. Die teksten zijn écht mooi, ze beschrijven hoe zij Amsterdam Noord beleven.’ ‘En Raima heeft ontdekt dat ze prachtig zingen kan’, vult Van Kempen aan. ‘Toen ze met die trommels enzo bezig waren zag je gewoon aan hun gezicht dat ze het leuk vonden. Dan kunnen ze wel blijven zeggen dat het allemaal stom is en belachelijk, dat is vooral uit schaamtegevoel. Toen we op het NDSM-terrein waren om geluiden op te nemen waren ze weer erg enthousiast.

Speurtocht
‘Ik geloof dat ze op een heel andere manier dan ze gewend zijn met de wereld om zich heen zijn bezig geweest.’ Beentjes: ‘Dat ze met die minidisks hun eigen geluiden hebben opgenomen, ik vond het baanbrekend. Er zitten heel mooie opnames bij. Zelf zou ik het risico niet zo snel genomen hebben, want het was riskant.

‘Deze kinderen weten namelijk maar al te goed wat mislukken is’, vervolgt hij. ‘Brotherhood was veiliger, de leerlingen krijgen een trommel en je zegt: dit ritme gaan we trommelen.’ Van Kempen: ‘kop dicht en doen wat je wordt opgedragen.’ Hij: ‘Duidelijk. Altijd prijs.’ Zij: ‘Maar je kan niet zeggen: doe eens creatief, nú ga je creatief doen.’ Hij: ‘Ja, dit was veel ruimer. De leerlingen hebben in ieder geval gemerkt dat hun speurtocht naar geluiden serieus werd genomen. Dat ze werkten aan een presentatie waaraan anderen héél véél aandacht besteedden. Ze zijn in ieder geval serieus genomen.

‘Dus zou ik zo’n project zo weer doen, het was absoluut de moeite waard. Ik denk dan wel aan meer structuur, aan meer duidelijkheid over waar je naartoe gaat. Dat is ook voor ons te lang onzeker geweest.’ Van Kempen: ‘Ik zou het ook later in het jaar doen, als de leerlingen iets beter...’ ‘Ja’, vult Beentjes aan, ‘eerst moet je die kennismakingsstrijd achter de rug hebben. Na de kerst hebben ze een rapport gekregen, kennen ze elkaar en kennen ze ons. Dan weten ze of je tof bent of een eikel.’

© Peter van Amstel - 2003