Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - muzieklessen binnen en buiten

31/03/2003

Zoek de één

‘Hartstikke goed jongens’, prijst Bob Driessen ook meisje Amina die strak en hard de vaasvormige trommel darbuka geselt. Zij en drie jongens hebben de ritmes ingestudeerd die straks moeten samengaan met opgenomen en bewerkte geluiden, waaronder ‘omgekeerde heipalen’ - het achterstevoren weergegeven geluiden van een heimachine. Tatatám gaat het, niet helemaal spatgelijk. Drie klappen gelijk slaan blijkt nog zo simpel niet, maar als het lukt geeft het iedereen een kick, meester Driessen incluis.

Omgekeerde heipalen 
Collega Simon Lutz werkt vandaag met drie jongens aan de ritmische begeleiding van het nummer Kutmarokkanen. In overleg met de zanger gaat hij op zoek naar een lekker tempo. Er wordt serieus en geconcentreerd gewerkt, ook Lutz heeft het behoorlijk naar zijn zin.

Gerda Holzhaus, ditmaal in de rol van regisseuse, treft het minder. De hele groep, zo’n twintig jongens en meisjes tot vruchtbare samenwerking aanzetten blijkt geen sinecure. In de filmzaal werkt zij aan de eindpresentatie. Ze laat de leerlingen lopen of stilstaan op haar teken, een fluitje of een handenklap. Dan moet iedereen bevriezen in de houding waarin hij of zij nét toevallig stond. Vier situaties passen achtereenvolgens de revue, achtereenvolgens in het Vondelpark, bij het World Trade Centre, op de Dappermarkt en op het Museumplein.

Mehmet, die als gewoonlijk zijn jas aan, rugzak om en pet op heeft gehouden, grijpt zijn rol als kaartjesknipper aan om de boel grondig te verstieren. Vriendjes grijnzen vrolijk mee. In de Vondelpark-scène mag Mehmet levend standbeeld spelen, Holzhaus’ dreigement hem naar de leerlingenbegeleider te sturen biedt tijdelijk soelaas. Op de vraag wat Amina wil verkopen op de markt luidt het antwoord: ‘rotzooi’. Mehmet roept: ‘banaantjes’. Maar Haroen vindt zakkenroller spelen leuk, en anderen groeien langzaam in hun rol van ijscoman, toerist of bedelaar. Veel te langzaam, eigenlijk.

‘Hierna kunnen we nog maar één keer oefenen’, drukt de onvermoeibare Holzhaus haar pupillen op het hart. ‘We gaan net zolang door tot alles is gelukt’, voegt ze er nog aan toe. Inmiddels springen kinderen die even moeten wachten als kikkers heen en weer over de tribune. De regisseuse zet stug door, een presentabele eindvoorstelling zál er komen.

Zoek de één
Er moet muziek worden gespeeld. Een task force van twee klassedocenten, een assistente, twee muziekdocenten en een coördinator op een groep van 23 praktijkonderwijs-vmbo-leerlingen is dan geen overbodige luxe. Voorlopig houden de leerlingen zich gedeisd achter de in carré opgestelde tafels. Zij luisteren naar geluiden die ze zelf op straat hebben opgenomen. Brommers en auto’s, een boor- en een heimachine, rinkelende telefoontjes, een fietsbel. Van der Panne en De Jager hebben er een swingende groove onder gemonteerd.

‘Luister, dit gaan jullie zelf ook doen’, legt de muziekmeester uit. Er zijn inmiddels tien minuten verstreken sinds het begin van de les, aandacht heeft plaats gemaakt voor herrie. ‘Ik moet nu even iets opnemen van een meegebracht cd-tje’, roept Van der Panne. De techniek laat hem, niet voor het eerst, in de steek. ‘Uhh, wacht effe, dit apparaat heeft soms kuren.’

‘Hé, mevrouw Dikbil, roept een jongen naar zijn klassenlerares. Zij reageert niet, ze is wel wat gewend. ‘Khalid, ik maak je dood als je mij filmt’, dreigt een ander, maar Khalid is ook wel wat gewend. Net als Van der Panne, onverstoorbaar wendt hij zich weer tot de klas: ‘Oké. Hebben jullie een beetje een idee van wat we gaan doen?’ Waarschijnlijk niet, dat merkt hij wel. De meesten hebben de vraag trouwens gemist. ‘Zijn we er nog bij? Hallo daar!’

Collega De Jager zet een cd-tje op dat een van de leerlingen heeft meegenomen. ‘Anybody, everybody make some noise’, rapt een zanger ten overvloede. ‘If there is a dj in the house, give me some beat’, vervolgt hij, en een stevige beat knalt uit de luidsprekers. ‘Oké’, roept de muziekleraar, beat en noise trotserend, ‘we gaan percussie-instrumenten uitdelen en met z’n allen proberen hierop mee te spelen.’

Iedereen mag uitzoeken. De instrumenten variëren van rondborstige conga’s tot minuscule rammelaartjes, na enig duwen en trekken, roepen en schateren weerspiegelt de verdeling van groot en hard naar klein en zacht nauwkeurig de pikorde in de groep. Dat ook kleine percussie-instrumenten een penetrante klank hebben is langdurig te horen in de kakofonie die spontaan uitbreekt, en nauwelijks te bedaren is. Tegen zoveel inzet is zelfs een team van zes niet opgewassen.

‘Als ik dit doe dan wil ik het gewoon stil hebben.’
‘We gaan de groove opzetten, het is de bedoeling de één te zoeken. Heel simpel. Kijken of het lukt.’
‘We hadden afgesproken: als ik...’
‘Oké, volgende item. We gaan nu even proberen te luisteren... Hallo. Hé! Luisteren.’
‘Als jullie niet luisteren ruimen we de instrumenten op’

Heerlijk vinden de jongens en meisjes het, ze slaan en schudden uit alle macht. Maar de één vinden ze niet. Als de muziekleraren het na een kwartiertje welletjes vinden, hebben de leerlingen er ook genoeg van. Iedereen is intussen wel behoorlijk opwonden geraakt, een van de jongens krijgt woorden met zijn lerares. Heftige woorden, uiterst onbetamelijke woorden zelfs, en de juf die wel wat gewend is pikt dat ditmaal nadrukkelijk niet. Enthousiast melden zich intussen vrijwilligers voor het wegdragen van de instrumenten.

De les krijgt een vervolg in andere lokalen. De helft van de groep zet zich aan het schrijven van teksten die de volgende week op muziek zullen worden gezet. Schrijf een rap over moord, markt of tram luidt de opdracht. Aiwen neemt het niet zo nauw. Hij laat zijn fantasie de vrije loop en verwijdt de thematiek tot neuken in de keuken.

Heupbroek en hoofddoek
Roken is, afgaande op een sticker op de deur, in de gymzaal verboden. Het dragen van buitenschoenen ook. Vooral dat laatste is hinderlijk vandaag, want de verwarming doet het niet. Onder licht gemopper schuifelen oud schoolverlaters en voorheen-notoire-spijbelaars op kousenvoeten naar klaarstaande banken. Jongens met baseballpetjes, blinkend gouden tanden, kettingen en kralen.

Een meisje met weelderige blonde haren toont fier een flink deel van een oogverblindend witte slip boven haar maillotstrakke heupbroek. Bij haar buurvrouw gaan lichaamsvorm en harenpracht verborgen onder zwarte doek, wijd gebreid vest en ruime broek. Een gemêleerd gezelschap neemt plaats voor tekst en uitleg over wat er de komende tien weken te gebeuren staat.

Eerst een demonstratie van het opnemen van geluiden, en het bewerken en arrangeren daarvan. Hoe spannend dat kan zijn, bezweert muziekdocent Peter de Boer, en zo creatief. De reacties zijn lauw. Met zelfgemaakte buisklokken, olievaten en percussie-instrumenten heeft hij voorlopig meer succes.

‘Dit zijn steigerpijpen’, legt De Boer uit, ‘ik heb ze afgezaagd, gestemd en nu hebben ze fantastische klanken’. Dat vinden de jongens en meisje ook, iedereen heeft er inmiddels een in handen en brengt het ding gretig tot galmen. ‘Als je nu even wacht, ík ben de dirigent. Kijk naar de gekleurde stickers. Alleen als ik jouw kleur roep moet je slaan.’ Een van de meisjes valt hem bij: ‘Stil nou, even serieus. We gaan meedoen’.

De Boer springt met armen omhoog in de lucht, schreeuwt ‘rood’ als hij neerkomt, en iedereen met groen, wit, geel, paars, blauw, zwart en rood slaat raak. Hilarische pret, en daarna gaat het beter. Rood, blauw en wit leveren grote drieklanken op, paars een kleine, elk op een andere grondtoon. ‘Ah, mooi’, is het enthousiaste commentaar.

Heleen Karsdorp heeft een lied meegenomen, ‘Well it’s the first time that we meet, we sing it on a funky beat...’. ‘Jééézusss’, reageert een meisje als juf de tekst voorzegt. ‘Dat is geen r&b’, roept een ander. Samen doen valt eerst niet mee, de meisjes staan onwennig te giechelen en de jongens keren zich af. Maar Karsdorp houdt vol, legt uit dat ze er straks percussie bij gaan spelen, en voegt kruidige begeleidingsakkoorden uit een keyboardje toe. Lachen en giechelen gaan niet over, maar meezingen lukt. Een van de meisjes is zelfs uitgesproken enthousiast.

Vooral het volgende onderdeel, een percussie-try-out, is een succes. Bijna zonder aanwijzingen ontstaat een ritme met hoekige syncopen, wie meespeelt heeft het dik naar de zin. Maar tekst en percussie sluiten niet op elkaar aan. ‘De kunst van muziek maken is’, legt De Boer uit, ‘dat wat je doet te maken heeft met wat anderen doen’. Een aantal meisjes zingt nu uit volle borst, de rest van de groep trommelt zich suf. Dit is nog maar de eerste les, het zal verder vooral een kwestie van bijschaven en verfijnen zijn.

En verrassend genoeg kiezen bij het verlaten van de gymzaal zes leerlingen spontaan voor de computerexperimenten. Onder wie drie meisjes. Onder wie heupbroek en hoofddoek.

Water, kroeg en tingeltegels
Met de minidisc-recorder buiten geluiden opnemen is voor bijna iedereen een feest. De leerlingen uit de Wilhelmina Druckerstraat boffen het meest. Het thema is water, en na de nodige oefeningen bij kraan en wasbak, toiletpot en koffie-automaat maken de deelnemers een uitstapje per boot over het IJ en het Noordzeekanaal. Ze komen terug met ronkende dieselmotoren, bruisend boegwater en kletterende regen.

Een groepje leerlingen van de Treublaan krijgt bij wijze van oefenopdracht ook het thema water mee. Na het afdalen van de Amstel-kade bij de Berlagebrug moeten de jongens eerst uitvoerig plassen - niemand die het geluid van dit wateren op disc opneemt. Wel van spetteren met een stokje en plonzen met een baksteen. Het eigenlijke werk vindt plaats bij Station WTC, in het Vondelpark (lopen in het grind), op het Museumplein (tingeltegels, skaters in de half-pipe, accordeons in de Rijksmuseum-passage) en op de Albert Cuyp-markt.

Vooral het bezoek aan het NDSM-terrein valt bij de ex-schoolverlaters van de Klimopweg in Noord in goede aarde, getuige piepende banden, rammelende verfblikken en dreunende olievaten. De jongens en meisjes van het Timorplein komen helaas niet verder dan de directe omgeving van hun school. Daar valt weliswaar genoeg te horen, maar omdat het project in Oost (wegens diefstal en ziekte) voortijdig wordt beëindigd, is daarmee uiteindelijk vrijwel niets gedaan.

De horeca-leerlingen van De Berkhoff oefenen in de eigen keuken op het geluid van potten en pannen. Voor het verklanken van hun thema (een dag: ochtend - middag - avond) maken zij opnamen op straten en pleinen in het centrum van de stad, en ‘s avonds in café’s. Het klikken van een voetgangersstoplicht, luid flapperend opvliegende duiven, een winkelkarretje zonder wielen en Tulpen uit Amsterdam rekenen zij tot hun trofeeën. Jammer van die motorpolitie-agent op de Dam, die zijn sirene niet wil aanzetten.

De rijke oogst aan stadsgeluiden heeft niet geleid tot verrassend boeiende componeeractiviteiten op de computer. Alleen op De Berkhoff wisten enkele leerlingen acceptabele resultaten te boeken. Voor zover de opgenomen geluiden in eindpresentaties terecht kwamen, waren zij door de muziekdocenten bewerkt en gearrangeerd.

© Peter van Amstel - 2003