Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Vocale tradities uit Georgië

04/10/2005

Meerstemmige zang van voor het jaar nul

Dwars door de Kaukasus, het gebergte met toppen hoger dan die van de Alpen, loopt een strook met gematigder hoogtes en valleien, begrensd door de Zwarte Zee in het westen en de Kaspische Zee in het oosten. In de bergen aan de noordkant begint Rusland, in het zuiden liggen Turkije en Iran. Aan de Kaspische Zee ligt Azerbeidzjan, aan de Zwarte Zee Georgië. Georgië is het enige land in de islamitisch georiënteerde regio met een christelijke staatsgodsdienst, een Zeeuws meisje als presidentsvrouw en, minstens even verrassend, met meerstemmige zang als muzikaal visitekaartje.

vroege meerstemmigheid
Gezongen kerkmuziek uit Georgië klinkt ons westerlingen zowel aangenaam vertrouwd als verrassend merkwaardig in de oren. We raken ontroerd door de wonderschone gezangen ter ere van de Allerhoogste, zijn zoon en diens moeder Maria. Ze zijn langzaam, de stemmen klinken zacht omfloerst, de samenzang is evenwichtig en harmonieus. Deze muziek lijkt, kortom, heel erg op wat wij kennen uit onze eigen muziektraditie. Enkele voor ons ongebruikelijke harmonische wendingen en dissonante samenklanken doen daar niets aan af; ze dragen eerder bij aan de waardering voor de harmonieuze schoonheid eromheen.

In januari 2004 werden in de stad Mtskheta, twintig kilometer ten noorden van de hoofdstad Tblisi, de ruïnes gevonden van de vierde-eeuwse kerk gebouwd door koning Mirian. Hij was het die in het jaar 337 het christendom tot staatsgodsdienst verhief in zijn koninkrijk Iberia, nu het oostelijk deel van Georgië. Het is mede aan koning Mirian te danken dat er polyfone muziektradities in de Kaukasus bewaard zijn gebleven; meerstemmigheid gedijt niet in de omringende islamitische culturen.

onderzoek en reconstructie
Eind negentiende eeuw begonnen etnologen onderzoek te doen naar de volksmuziek van Georgië. In de Sovjet-periode nam die ijver verder toe, aan eerlijke muziek door en voor het volk kon volgens de communistische partij-ideologen niet voldoende belang worden gehecht. De eerste opnamen van volksmuziek dateren van rond de vorige eeuwwisseling, toen er min of meer draagbare opnameapparatuur beschikbaar kwam in de vorm van de Edison fonograaf die werkte met wasrollen. Voordien waren de volksmuziekvarianten puur orale tradities.

Van de kerkmuziek bestaan wel oude notaties, ongeveer duizend jaren oud, maar zij worden niet meer begrepen. Een zeventiende-eeuwse notatietechniek is wel leesbaar, maar bij lange na niet toereikend om de toenmalige uitvoeringspraktijk te doorgronden; ook de kerkmuziektraditie was goeddeels een orale, notaties dienden als geheugensteun. Verzamelen, onderzoeken en herconstrueren van muziek uit kerk of kroeg, vocaal of instrumentaal, was dus onontbeerlijk. En in de jaren zestig groeide de behoefte de resultaten daarvan ook hoorbaar te maken. Daarom werden er professionele koren en ensembles in het leven geroepen.

Het Rustavi Koor, opgericht in 1968 en in de loop der jaren met instrumentalisten en dansers uitgegroeid tot Rustavi Ensemble, is daar een van de beroemdste van. De concerten die het koor nu in Nederland brengt bestaan voor de helft uit a cappella kerkmuziek. In de tweede helft van het concert klinkt volksmuziek uit verschillende delen van Georgië, deels a cappella, soms met begeleiding op traditionele instrumenten en nu en dan alleen instrumentaal.

MEERVOUDIGE MEERSTEMMIGHEID

Dat in een christelijke kerk polyfone gezangen klinken lijkt zo bijzonder niet, ook in westerse christelijke kerken prijzen gelovigen sinds duizend jaar de Heer met het zingen van meerstemmige liederen. Maar westerse en Georgische varianten van meerstemmigheid lijken ondanks kleine verschillen sterk op elkaar, hoe dat komt is een mysterie. Zij zijn vrijwel zeker los van elkaar ontwikkeld, die van de Georgiërs twee- tot driehonderd jaar eerder dan die van de westerlingen. Dat verklaart de verschillen, maar waarom lijken zij zo op elkaar?

Meerstemmige muziek is complexer dan eenstemmige, daarom gaan wetenschappers er gewoonlijk vanuit dat het lang heeft geduurd totdat mensen het meerstemmig zingen of musiceren ontdekten. Tot het einde van het eerste millennium bijvoorbeeld; uit geschreven bronnen blijkt dat er in elk geval toen in Georgische én westerse kerken meerstemmig werd gezongen. Over volksmuziek reppen oude geschriften niet.Toch zijn er aanwijzingen dat allerlei volkeren overal ter wereld al eerder meerstemmig musiceerden.

Hoeveel eerder, met hoeveel stemmen tegelijk, waar en op welke manier? Dat is niet meer te achterhalen, maar er zijn theorieën dat meerstemmigheid allang voor het begin van onze jaartelling bestond. Ook in Europa en op de Kaukasus. In dat geval kan er uitwisseling van ideeën en repertoire hebben plaatsgevonden, met als gevolg vergelijkbare of zelfs overeenkomstige meerstemmige volksmuziek. Een andere theorie luidt dat meerstemmigheid in Georgië werd ontwikkeld en van daaruit uitwaaierde naar het Westen - al weet niemand hoe precies.

Aan de Georgische meerstemmige kerkmuziek ging meerstemmige volksmuziek vooraf, zoveel is zeker. De Georgische volksmuziek wordt daarom als een van de grote verworvenheden van het mensdom beschouwd door de NASA, die in 1977 de Voyager de ruimte in schoot met aan boord excellente voorbeelden van menselijk vernuft. Daaronder 27 muziekopnamen zoals composities van Bach en Strawinsky, Indonesische gamelan en een Indiase raga, Johnny B. Goode van Chuck Berry. En het Georgische drinklied Chakrulo (Verstrengeld).

polyphonia
Georgische zang wordt gewoonlijk als polyfonie aangeprezen, het oud-Griekse woord polyphonia betekent dan ook letterlijk ‘wat veel klanken, veel stemmen heeft’. Daarom wordt de term polyfonie soms gebruikt als synoniem voor meerstemmigheid, maar voor kenners heeft polyfonie de betekenis van een bepaalde variant daarvan.

Een eenvoudige vorm van meerstemmigheid ontstaat als een melodie wordt opgefleurd met tegelijk klinkende, lang aangehouden tonen. Hoe sneller die van hoogte veranderen, hoe meer zij samen op een tegenmelodie lijken. Bij de Kakheti en Kartli op de centrale vlaktes in het oostelijk deel van het land is de zang twee- of driestemmig, meestal met zeer langzaam wisselende bourdontonen. Het drinklied Chakrulo dat de NASA met de Voyager meestuurde is daar een voorbeeld van. Twee solostemmen zingen in parallellen (dezelfde melodie op verschillende toonhoogtes) tegen bourdontonen van het koor.

homofonie
Puur homofone muziek klinkt als een reeks akkoorden, alle stemmen hebben hetzelfde ritme. De stemmen hebben soms dezelfde melodie maar op een verschillende toonhoogtes (parallelle beweging), soms verschillen de melodieën (tegenbeweging). Koralen van Johann Sebastian Bach zijn, afgezien van de instrumentale begeleiding, een goed voorbeeld van homofone zang. In het gedragen kerklied Tsmidao gherto (Oh heilige God) zingt het Rustavi Koor goeddeels op deze manier, met slechts hier en daar een paar tonen extra, vooral in de laagste stem.

De levendigheid, virtuositeit en niet zelden brute kracht die zangers in drink-, werk- en strijdliederen, en in pre-christelijke rituele muziek tentoonspreiden, maken in de gezangen voor de christelijke eredienst plaats voor ingetogenheid, relatieve eenvoud en ingehouden stemgebruik. Het tempo is laag, de lettergrepen van de spaarzame tekst worden breed uitgesponnen, de melodie beweegt zich in een eenvoudig, regelmatig ritme zonder tegendraadse accenten.

polyfonie
De term polyfonie beschrijft muziek waarin twee of meer ritmisch en melodisch zelfstandige stemmen gelijktijdig klinken. De afzonderlijke stemmen van een polyfoon stuk zijn vaak mooie, goede melodieën op zichzelf. Wel zijn die zodanig bedacht dat zij samen acceptabele samenklanken opleveren. Bach’s fuga’s zijn westerse schoolvoorbeelden van polyfonie.

Een eenvoudige vorm van polyfonie is het zingen of spelen van steeds herhaalde korte thema’s of motieven in een van de stemmen, ostinato genoemd, zoals te horen in Mkhedruli, een strijdlied van de Imereti, bewoners van de westelijke vlaktes. Driestemmige complexe polyfonie en heterofonie (zie hierna) zijn er geliefd. In Mkhreduli is ook de afwisseling van trio en koor opvallend. Dit lied ligt gemakkelijk in het westers gehoor: scherpe dissonanten ontbreken.

heterofonie
Heterofonie is een stap verder richting zelfstandigheid van stemmen, richting schijnbare chaos zelfs. In heterofonie zijn de samenklanken die ontstaan het toevallige resultaat van gelijktijdig gespeelde, volkomen zelfstandige melodieën. Noch Bach, noch generaties componisten na hem waagde zich er tot ver in de twintigste eeuw aan. Volkszangers in Georgië wel. De Guria op de westelijke vlaktes, het belangrijkste wijnbouwgebied van het land, spannen wat deze stijl betreft de kroon. In deze regio klinkt de meest complexe en gedurfde zang.

Een trio van het Rustavi Koor laat dit horen in het drinklied Chven mshvidoba (Schenk ons vrijheid). Kort na elkaar zetten de boven-, midden- en basstem in, de hoogste beweegt zich voorlopig het snelst, de laagste het langzaamst. Ieder zingt zijn eigen melodie en het duurt niet lang of de bovenstem gaat op de loop. Het draait hier om de muziek, de tekst doet er nauwelijks toe, er klinkt een Georgische variant van ‘tralalalala’. Als achtereenvolgens ook de bas en middenstem op dezelfde vrijgevochten, virtuoze en half geïmproviseerde manier van start gaan, is het zangplezier compleet.

dissonanten
Voor de Svan in de hoge bergen in het noordwesten van het land is het niet ongewoon de helft van het jaar ingesneeuwd en afgesneden van de buitenwereld te leven. Zelfs in de zomer dalen zij niet graag af naar de vallei. Door dit isolement zijn oude muziektradities er onbeïnvloed eeuwenlang bewaard gebleven. De Svan koesteren nog rituele liederen van voor de tijd dat Georgië het christendom omarmde, zoals Lile, een gezang ter ere van de zonnegodin. Het is een stevig lied vol schrijnende samenklanken; de Svan houden van kleine, in westerse oren dissonante intervallen. De meerstemmigheid is een mengeling van parallellenbeweging in de bovenstemmen tegen lang aangehouden tonen in de bas.

GESCHIEDENIS

Archeologische vondsten en oude documenten wijzen uit dat de Georgische muziekcultuur indrukwekkend oud is. Afbeeldingen op een zilveren schaal tonen een ritueel ter ere van de vruchtbaarheidsgodin waarbij liederen en rondedansen werden uitgevoerd. In graven van zo’n veertienhonderd jaar voor Christus zijn benen fluiten gevonden, er bestaan afbeeldingen van muziekinstrumenten uit de negende en tiende eeuw voor Christus. Afbeeldingen op een bronzen gordel, en bronzen beeldjes uit de achtste tot de zesde eeuw voor Christus laten dansers en muzikanten zien.

De Assyrische koning Sargon meldde ruim zevenhonderd jaar voor Christus dat de Georgiërs hun werkzaamheden opluisterden met opgewekte liederen. De Griekse historicus Xenophon schreef in de vierde eeuw voor Christus over Georgische soldaten: ‘...een van hen begon een lied waarna alle anderen invielen met ritmische zang.’ Na afloop van de strijd ‘hakten zij de hoofden van de gesneuvelden af, waarbij zij merkwaardige liederen en dansen uitvoerden’. Het is niet zeker of Xenophon zich verbaasde omdat de muziek die hij hoorde meerstemmig was. Onmogelijk is het niet.

kerkmuziek, hofmuziek
Al in de eerste eeuw van onze jaartelling predikten de apostelen Andreus (de eerstgeroepene) en Simon (de Kanaäniet) het christendom in Georgië. Hun pionierswerk had succes, in 337 promoveerde koning Mirian deze godsdienst tot staatsreligie en overal in het land verrezen christelijke kathedralen. Tijdens erediensten klonken daar gezangen, voorlopig naar buitenlandse voorbeelden uit Palestina en Syrië, maar vooral uit Byzantium. Deze hoofdstad van het Oost-Romeinse rijk werd in 330 door Constantijn de Grote, de eerste christelijke keizer, hernoemd tot Constantinopel.

Van de vijfde tot de achtste eeuw bouwden de Georgiërs ongeveer twintig kloosters, niet alleen in eigen land maar ook in Palestina, Griekenland en Bulgarije. Daar zetten geleerden zich aan het componeren van nieuwe muziek voor de eredienst, mede geïnspireerd door de polyfone volkszang waaraan ze gewend waren. Vast staat dat de laat-zevende-eeuwse kerkmuziek tenminste tweestemmig was. De eerste muzieknotaties stammen uit de tiende eeuw, muzikale tekens boven de teksten die nu niet meer worden begrepen.

Het Georgische politieke en culturele leven bloeide in de elfde en twaalfde eeuw, muziek was een intensief beoefende kunst. Hofmusici reciteerden en zongen gedichten, al dan niet begeleid door blaas-, snaar- en percussie-instrumenten. Geen jachtpartij of veldslag, bruiloft of begrafenis, of er werd muziek gemaakt. Uit geschriften uit die tijd blijkt de veelheid en verfijndheid van de meerstemmige muziek. Misschien al eerder, maar zeker in de twaalfde eeuw werd de Georgische liturgie driestemmig gezongen.

Vanaf de twaalfde eeuw hadden de Mongolen en vele andere indringers het op Georgië gemunt, uit de eeuwen die volgden zijn geen belangwekkende historische, literaire en muzikale bronnen bekend.

notaties en geluidsopnamen
De liturgische muziek zoals die tegenwoordig wordt gezongen is ontleend aan die uit de zeventiende eeuw en later. Het muziekschrift dat in die tijd werd ontwikkeld en tot in de negentiende eeuw werd gebruikt heet chreli, en is wel begrijpelijk. Het is echter niet zo precies dat exacte toonhoogtes en stemmingen eruit blijken, het biedt slechts aanwijzingen. Uit de achttiende eeuw zijn nog talloze waardevolle bronnen bewaard gebleven, maar na de annexatie van Georgië in 1801 door (het eveneens christelijke) Rusland hield het op.

De Russen verboden het zingen op de Georgische, meerstemmige manier. Maar al vanaf het midden van de negentiende eeuw begon de heropleving van de nationale cultuur en in 1860 zag een Comité voor de Restauratie van het Georgische Zingen het licht. Er verschenen artikelen, niet alleen over de kerkmuziek maar voor het eerst ook over de volkse muziektradities. Er werden notaties gemaakt van kerk- en volksmuziek in westers notenschrift, in 1885 werd een eerste reconstructiekoor opgericht. En begin twintigste eeuw gingen de pioniers Dimitri Araqishvili en Zakaria Paliashvili op pad met de fonograaf; vanaf 1907 is Georgische muziek afspeelbaar van wasrollen.

In 1920 herwon het land zijn onafhankelijkheid, maar al een jaar later werd het door het Rode Leger ingelijfd bij de Sovjet-Unie. Het nieuwe regime verbood alle onderzoek naar de religieuze zangtraditie, maar het onderzoek naar de volksmuziek kwam in een stroomversnelling. Uit die tijd stammen de eerste goed gedocumenteerde verslagen en opnamen. Kosten nog moeite werden gespaard; expeditieleiders reisden met zoveel geld dat zijn bij hun superieuren toestemming vroegen wapens te dragen om zich tegen rovers te beschermen.

Georgië en het Westen
Inmiddels hadden ook westerse onderzoekers en componisten de Georgische muzikale weelde ontdekt. De Oostenrijkse antropoloog Siegfried Nadel publiceerde in 1933 een boek met transcripties en uitvoerige commentaren. In een interview met een Sovjet-muziekjournalist verklaarde de toen 84-jarige Igor Stravinski: ‘Het indrukwekkendste dat ik onlangs heb gehoord is een opname van Georgische polyfone zang uit de bergdorpen rond Tblisi.’ In 1977 volgde de internationale en interstellaire bekendheid van het lied Chakrulo, aan boord van de Voyager de ruimte ingeschoten.

Intussen hielden de Georgiërs zich niet uitsluitend bezig met hun eigen tradities. Tegenwoordig beschikt Georgië over eersteklas symfonie-orkesten en ensembles voor westerse muziek. In 1874 richtten musici en componisten in Tblisi een muziekschool op die in 1886 de status van academie verwierf. Afgestudeerde musici van de Newyorkse Juilliard School of Music, en studenten van gerenommeerde componisten als Franz Liszt en Peter Tsjaikovski waren er de eerste docenten. Pianist Artur Rubinstein speelde er een concert om geld te bijeen te vergaren voor de bouw van een nieuw op te richten conservatorium. Zijn standbeeld siert nog altijd het Tblisi Staatsconservatorium. De bekendste Georgische componisten, Gia Kancheli en Sulkhan Nasidze, volgden er hun opleiding.

Enkele jaren geleden is het veiligstellen van de Georgische volks- en religieuze muziek door de regering tot nationale prioriteit verheven, in 2003 zegde de UNESCO financiële steun toe. Het laatste wapenfeit op dit gebied was de oprichting in februari 2005 van een volksmuziekensemble, toegankelijk voor alle studenten van het Conservatorium. Inmiddels brachten professionele gezelschappen als het Rustavi Ensemble de afgelopen tien jaar de Georgische traditionele muziek wereldwijd over het voetlicht.

RUSTAVI KOOR EN ENSEMBLE

Aan de rivier Kura, dertig kilometer stroomafwaarts vanaf Tblisi, ligt de stad Rustavi. In 1968 richtte zanger en volksmuziekonderzoeker Anzor Erkomaishvili daar een koor op dat de naam van het dorp wereldbekendheid gaf, het Rustavi Koor.

Erkomaishvili is telg van een familie van zeven generaties vooraanstaande zangers en koorleiders. Hij studeerde zang aan het Tblisi Staatsconservatorium en verdiepte zich grondig in de Georgische volkse en religieuze muziektradities. Erkomaishvili besteedde jaren aan het opsporen van oude volksliederen, blies bijna vergeten repertoire nieuw leven in en schreef talloze artikelen en boeken over zijn bevindingen. Zijn koor was niet het eerste professionele gezelschap dat zich op het zingen van volksliederen toelegde, maar wel het meest veelzijdige. Sommige ensembles presenteerden een mix van traditionele en populaire muziek, andere zongen en speelden alleen repertoire uit de eigen regio.

In Georgië zijn nog altijd de gebieden te herkennen waar verschillende bevolkingsgroepen zich in lang vervlogen tijden vestigden. Erkomaishvili wilde muziek uit heel Georgië presenteren, daarom bracht hij vertegenwoordigers van de verschillende muziekstijlen bijeen. Samen met hen bouwde hij aan een repertoire waarin alle belangwekkende lokale varianten een plaats kregen. Dat geldt natuurlijk ook voor de religieuze gezangen van de Georgische kerk. Zoals de uiteenlopende volkstradities zicht bieden op karaktertrekken van verschillende bevolkingsgroepen, zo is de kerkmuziek Georgië’s nationale muzikale visitekaartje. De kerkmuziek neemt daarom een belangrijke plaats in op het repertoire van het Rustavi Koor.

Bij Rustavi draait het om het terugvinden en doen herleven van traditionele muziek, om het voortdurend verrijken van het repertoire met unieke liederen en lokale eigenaardigheden. En, niet in de laatste plaats, om het onder de aandacht brengen van dit alles in binnen- en buitenland. Het koor streeft naar de juiste balans tussen de kracht en rauwheid van de volkskoren uit de bergdorpen, en een nieuw, esthetisch verfijnder geluid dat beter geschikt is voor concerten. Ook past Erkomaishvili de traditionele complexe toonschalen enigszins aan om wat rondere, briljantere samenklanken te verkrijgen. Zo ontwikkelde het koor een eigen stijl van uitvoeren waarin perfecte intonatie en onberispelijke zangtechniek voorop staan.

Hoewel vocale muziek zonder begeleiding de hoofdschotel is op het Rustavi-menu, ontbreken traditionele muziekinstrumenten niet. Sommige volksliederen worden begeleid op chonguri (luit), salamuri (fluit) of changi (harp). Ook speelt het Rustavi Trio een aantal instrumentale stukken.

De even veelzijdige als kwalitatief hoogstaande Rustavi-aanpak heeft succes. Van meet af aan werden Erkomaishvili en zijn zangers uitgenodigd bij vrijwel alle nationale culturele evenementen. De internationale roem liet vervolgens niet lang op zich wachten. Gedurende zijn 37-jarig bestaan trad Rustavi meer dan drieduizend keer op in zestig verschillende landen, steevast met staande ovaties en lovende recensies als beloning.

MUZIEKINSTRUMENTEN

Vocale, a cappella gezongen muziek is in Georgië de muzikale hoofdmoot, maar soms worden begeleidende muziekinstrumenten gebruikt ter beleiding van zang of dans. En er is een beperkt repertoire voor puur instrumentale muziek.

larchemi, soinari
Panfluit uit Samegrelo en Guria met zes pijpen.

salamuri
Herdersfluit met vijf, zes of (meestal) zeven vingergaten uit het oosten van Georgië.

gudastviri
Doedelzak met twee melodiepijpen, de ene met zes of zeven, de andere met twee tot vijf vingergaten. Oorspronkelijk bespeeld door rondtrekkende muzikanten.

duduki
Dubbelrietinstrument (hobo) met acht vingergaten, vooral bespeeld in oost-Georgië.

zurna
Enkelrietinstrument (klarinet) met zeven of acht vingergaten, vooral te vinden in de steden en dorpen van oost-Georgië.

panduri
Driesnarige getokkelde luit uit het oosten van Georgië.

chonguri
Viersnarige getokkelde langhalsluit met peervormige klankkast uit het westen van Georgië .

chuniri - chianuri
Strijkinstrument met twee of drie snaren uit westelijk Georgië.

changi
Zes- of zevensnarige harp uit Svaneti.

doli
Tweevellige trommel uit de laaggelegen gebieden in zowel oost- als west-Georgië.

daira
Raamtrommel, gebruikelijk in grote delen van het land.

© Peter van Amstel - 2005