Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Liefde voor Hem en voor elkaar

01/06/2009

Manganiyar Seduction - soefi-zang uit Rajasthan

Pikant mag het heten, het vergelijken van een betaald, oppervlakkig en kortstondig sexavontuurtje met de onbaatzuchtige, eeuwige en onvoorwaardelijke liefde voor de Allerhoogste. De Indiase theatermaker Roysten Abel deinst er niet voor terug, in zijn prikkelende bijdrage aan het komende Holland Festival.

Voor zijn muziekspektakel The Manganiyar Seduction liet Roysten Abel op toneel een vierverdiepingen flatgebouwtje optrekken met 33 kamertjes, bij aanvang van de voorstelling afgesloten met rode gordijnen. In elk kamertje zitten een of meer muzikanten, rondom verlicht door in totaal 444 gloeilampen in simpele zwarte armatuurtjes. Ja, dat doet denken aan de Wallen. ‘In de roze buurt van Amsterdam is alles verbonden met de verleiding van het lichaam’, weet theatermaker Roysten Abel, ‘hier wordt de ziel verleid’.

Abel bedacht zijn Manganiyar Seduction voor de opening van het Filmfestival in New Delhi in 2006. Het was niet voor het eerst dat deze theatermaker en regisseur, afkomstig uit Kerala en afgestudeerd bij de Royal Shakespeare Company in Londen, zich door Nederland liet inspireren. Ter viering van de vierhonderdjarige relatie tussen India en Nederland in 2002 schreef hij The Spirit of Anne Frank, een theaterstuk voor vijf Indiase vrouwen in een trein, op zoek naar de geheimen van waarheid, liefde en verraad, van leven, lijden en dood. Vorig jaar deed hij nog het Tropeninstituut aan met zijn op Shakespeare geënte Othello in Black and White uit 1999. Abel werkt graag met straatartiesten, jongleurs, acrobaten en slangenbezweerders, zoals in zijn oorverdovende concert voor honderd hobo-spelende slangenbezweerders uit 2006. De muzikanten spelen daarin hun eigen vertrouwde melodieën, vermengd met Bollywood-deunen en Schotse balladen. Abel vergroot, vervreemdt en verrast.

Net als in A Hundred Charmers zet hij in Bollywood Seduction veel meer muzikanten, zangers en zangeressen bij elkaar dan gebruikelijk is. De Manganiyars, een Indiase moslimkaste, waren vroeger de hofmuzikanten van de koningen van Rajasthan in het noordwesten van India. Nog net als toen, maar nu voor ieder die betalen wil, bezingen zij de glorie van de toenmalige koningen in verhalende liederen, en die van de eeuwige Allah in teksten van soefi-dichters, de vrijzinnige, mystieke poëten van het Mohammedaanse geloof.

Een voorzanger zingt de tekst een koor valt hem bij. De melodie wordt ondersteund op een draagbaar harmonium (met dank aan missionarissen en zendelingen), strijkinstrumenten (kamanche en sarangi), fluit (bansuri) en hobo (murli). Ieder lied leidt naar een climax, opgebouwd onder aanvuring van trommels (dholak en dhol), kleppers (karthal), mondharp (morchang) en handgeklap. Een traditioneel ensemble heeft zelden zo’n uitgebreide en gevarieerde bezetting, en zeker geen 43-koppige; dat is de hand van Abel. De muziek van Manganiyar Seduction komt dicht in de buurt van Pakistaanse qawwali, wereldwijd bekend van wijlen Nusrat Fateh Ali Khan en van de Sabri Brothers. De muziek gaat over de liefde voor de medemens en die voor god, en mag uitmonden in een religieuze extase - een heerlijk hoogtepunt zonder dogma’s of fatwa’s. Kom daar nu nog eens om, in Pakistan.

Het verband dat Roysten Abel legt tussen verleidingen van het vlees en die van de ziel is dus niet zo kras als het lijkt: al sinds eeuwen bedienen soefi-dichters zich van dergelijke metaforen of, zoals anderen het noemen, dubbelzinnigheden. De soefi-liederen komen vaak in de vorm van ghazal, een dichtvorm uit het oude Perzië met weemoedige, melancholiek stemmende teksten over onvervuld verlangen en de grote vragen van het leven. En over onbereikbare liefde, die zo intens is dat alleen een dichter haar onder woorden kan brengen. Iemand als Amir Khusro uit Perzië, die leefde rond 1300 en wel de vader van de qawwali wordt genoemd:

Ik vraag me af wat voor plaats dat was, waar ik de afgelopen nacht doorbracht.
Overal om mij heen lagen halfdode slachtoffers van de liefde te woelen in ondraaglijke smart.
Daar was een nymfachige beminde met het figuurtje van een cypres en een gezichtje als een tulp,
die meedogenloos de harten van haar aanbidders brak.

Toch blijft de associatie met de roze buurt licht knagen. Aan verleidingen en hoogtepunten ontbreekt het daar niet, maar ware liefde en hartstocht spelen er geen rol van betekenis. Gelukkig zitten de muzikanten (er doen ook vrouwen en kinderen mee) alleen in hun hokjes, of decent naast elkaar. De lampjes stralen geen rood maar wit licht uit, en op het podium staat een dirigent die leiding geeft en toezicht houdt. Als steeds meer gordijntjes open gaan ontvouwt zich een orkest dat eenstemmig, krachtig en steeds sneller zingt en speelt, niet strak gelijk maar met een kartelrandje, de prettige losheid van spontaniteit en speelplezier. De dirigent danst over het podium, zwaait met zijn armen. De zangers en zangeressen geven alles wat ze hebben. Die climax volgt onvermijdelijk, daaraan ontkomt alleen een ijskonijn. 

Manganiyar Seduction, 16, 17, 18 juni 2009 in het Muziekgebouw aan ’t IJ (Holland Festival), www.hollandfestival.nl.

© Peter van Amstel - 2009