Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Nederlands en Japans riet

03/09/2009

Stilte uit het Oosten

Wie zijn muziek met de verwijzing naar stilte aanprijst, heeft tenminste lef. Want ‘rusten klinken altijd goed!’, merkte componist Arnold Schönberg eens nuchter op. Maar niet voor een zenboeddhist: stilte kan veel meer zijn dan een toevallig gebrek aan geluid.

Onder de titel De Kracht van Stilte spelen de Nederlandse basklarinettist MUSO en de Japanse shakuhachispeler Ray Jin in oktober enkele concerten in Nederland. MUSO verrijkt het repertoire voor basklarinet met eigen composities, geïnspireerd op fluitmuziek van Japanse zenmonniken. Het Nederlands-Japanse duo onderzoekt de kunst van het hoorbaar maken van de stilte, een kunst waar oosterlingen een eeuwenoud patent op hebben.

In westerse kunstmuziek speelde stilte tot het begin van de twintigste eeuw nauwelijks een rol. Eenstemmige gregoriaanse zang van monniken mag verstild heten, net als menig requiem of teder liefdeslied. Maar de stilte zelf, even geen noten, even rust, momenten van helemaal niets als structureel onderdeel van de muziek, dat kwam lange tijd niet voor. Daarom kon Claude Debussy in 1893 over zijn opera Pelléas en Melisande schrijven: ‘Ik heb een middel gebruikt, helemaal spontaan trouwens, dat volgens mij tamelijk zeldzaam is, namelijk Stilte (lach niet!) als een middel van expressie! En misschien als enige manier om de emotionele lading van een frase tot uitdrukking te laten komen.’

Stofzuigergeruis
Oosterlingen hadden dat al eeuwen eerder ontdekt. Perzen, Turken en Arabieren gebruikten en gebruiken stilte soms als een doeltreffend middel voor muzikale zeggingskracht. Neem de Iraakse luitist Munir Bashir (1930-1997), die niet alleen een meester van de tonen was; een taqsim (improvisatie) van zijn hand is ook een exposé van minutieus geplaatste adembenemende stiltes. In Indiase muziek vallen soms ook prachtige gaten, als bijvoorbeeld Bhimsen Joshi of Sruti Sadolikar even wacht, even helemaal niet zingt – al klinkt dan altijd minstens nog het waas van tonen van de zoemende tampura. Maar dat is hoorbare stilte, zoals het ruisen van de zee dat de stilte alleen maar benadrukt. Een ruis die ook storende omgevingsgeluiden camoufleert, zoals de stofzuiger die Simon Vestdijk steevast aanzette om de stilte te creëren die hij nodig had om te kunnen schrijven.

In China, Korea en Japan is aandacht voor rust, stilte en leegte ingebakken in de filosofieën achter veel van de daar heersende levensovertuigingen, zoals het confucianisme (Confucius: 'Stilte is de remedie tegen alle kwalen'), het taoisme (Lao Tse: ‘De grootste openbaring is de stilte’) en zenboeddhisme (‘Zeg niets – tenzij het de stilte verbetert’). Zo is het bespelen van de Koreaanse kayagum (citer) of haegum (fluit) niet bedoeld om de stilte te verdrijven, maar om haar te benadrukken, door er zorgvuldig gekozen klanken in en omheen te plaatsen. De Chinese qin (citer) vraagt om een vlekkeloze techniek en grote virtuositeit, maar vooral om een doeltreffend en spaarzaam gebruik daarvan voor het bereiken van ultieme schoonheid.

Japanse boeddhistische monniken waren altijd al meesters in het aanwenden van stilte voor muzikale expressie; zij ontwikkelden er optimaal bruikbare instrumenten voor. Zoals de biwa, een solide luit met vier snaren, afgeleid van de Chinese pipa, maar veel stoerder. Met een enorm groot plectrum laat de bespeler hem niet alleen zoet zingen, maar ook venijnig knallen, raspend over de snaren of hamerend op het bovenblad. Gezongen krijgsgeschiedenissen en heldendichten worden er treffend mee begeleid. De muziek van die andere geweldenaar onder de Japanse solo-instrumenten, de shakuhachi, gaat overigens nergens over – geen verwijzingen naar het leven van alledag, geen verhaal. Het gaat hier om het klankenspel zelf.

Stilte verbeteren
De shakuhachi is een kloeke bamboefluit van ruim een halve meter. Hij diende de zenmonniken van de Fuke-clan, die er vroeger mee door het land trokken, als een geducht afweerwapen. Een geoefend bespeler deelt er ook rake muzikale klappen mee uit. De fluit heeft geen mondstuk maar een inkeping in de rand, wat het moeilijk maakt er geluid aan te ontfutselen. Daar staat het voordeel van een breed scala aan klankmogelijkheden tegenover. De shakuhachi kan ploffen, sissen en hijgen, zingen en wenen. En zwijgen.

Hij trok daarom de aandacht van nieuwsgierige westerlingen, onder wie de popmuzikanten Peter Gabriel, Sade en Björk. En van musici die zich werkelijk de bespeling van het instrument of het begrip van de ideeën erachter willen eigen maken. De Zwitser Andreas Gutzwiller bijvoorbeeld, die al een leven lang shakuhachi studeert, en de Nederlander Frans Moussault. Dan dient zich voor de westerling onvermijdelijk die zenvraag aan: hoe verbeter je de stilte?

Er eerst maar eens naar luisteren, dacht componist John Cage omstreeks 1950 in de Verenigde Staten, en hij schreef 4’33”, een compositie in drie delen voor een willekeurig instrument of een willekeurige combinatie van instrumenten. De uitvoerende musici krijgen de instructie om precies vier minuten en drieëndertig seconden hun instrument niet te bespelen. Onbegrip en hoon vielen de componist ten deel, maar ‘They missed the point’, zo luidde zijn verweer. ‘Er bestaat niet zoiets als stilte. Wat zij dachten dat stilte was, omdat ze niet wisten hoe ze moesten luisteren, was vol toevallige geluiden. Je kon de wind buiten horen waaien tijdens het eerste deel. Tijdens het tweede deel begonnen er regendruppels op het dak te kletteren, en gedurende het derde maakten de mensen zelf allerlei interessante geluiden door te praten of weg te lopen.’

Cage was een van de eerste westerse componisten die zich nadrukkelijk lieten inspireren door Chinese (I Tjing, het boek der veranderingen) en Japanse (zen) manieren van denken en leven en, in hun geval, musiceren en componeren. Andere westerlingen namen de moeite zich oosterse muziek echt eigen te maken, door jarenlange studie bij een Indiase of Indonesische, Chinese of Japanse, Iraanse of Arabische leraar. Vaak op een bijbehorend traditioneel instrument, maar niet per se. Indiase raga’s kunnen prachtig tot hun recht komen op een viool, voor het spelen van muziek in de geest van de Japanse monniken lijkt de basklarinet zich goed te lenen. Maar welk instrument iemand ook kiest, op de weg naar muzikale stilte ligt steevast de zweverigheid in hinderlaag.

Zen op de basklarinet
Frans Moussault (1969) studeerde klarinet en basklarinet aan het Amsterdams conservatorium, daarna bij twee buitenlandse klarinetvirtuozen, Giora Feidman (klezmer) en Alain Damiens (nieuwe muziek). In 2000 studeerde hij shakuhachi in Japan. Sindsdien legt hij zich vooral toe op het componeren en spelen van nieuwe muziek voor basklarinet, geënt op wat hij in Japan opstak van de shakuhachi-traditie. Moussault op zijn Frans uitgesproken klinkt als MUSO op zijn Japans uitgesproken, en dat is de artiestennaam die de basklarinettist gebruikt. Bij wijze van eerbetoon aan de grote veertiende-eeuwse Japanse zenmeester, dichter, tempelarchitect en tuinontwerper Muso Soseki, ook bekend onder de naam Muso Kokushi, wat ‘leraar van de natie’ betekent.

De biografie op MUSO’s website is eigenlijk een credo, waarin de musicus rept van 'onszelf openstellen voor wat is', van het 'vruchtbare domein waarin uit niets iets tevoorschijn komt’, en van stilte in diverse varianten. Hoe dat klinkt is te horen op een cd die hij in 2007 maakte met shakuhachi-speler Ray Jin, kleinzoon van de beroemde shakuhachimeester Nyodo Jin (1891-1961).

Het duo brengt verstilling en bezinning, knorrende bassen onder de, zoals het hoort, met veel hoorbaar ontsnappende lucht geblazen bamboefluit. Zowel aan shakuhachi als basklarinet ontlokken de musici razendknappe effecten en wonderschone, soms verrassende geluiden. MUSO en Jin bieden een fijne ontspannende en rustgevende luisterervaring, met de nodige stiltes, maar of de zenmeesters van weleer het zo bedoelden? Luister naar Tajima Tadashi of Kohachiro Miyata en je merkt: aan de muziek van MUSO ontbreekt het gewicht van een eeuwenoude traditie en de toewijding van een levenlang studeren. De muziek van de meesters is weerbarstig, tegendraads en brutaal, die van MUSO behaaglijk en beleefd.

Misschien dat de bewonderde zenmeester Muso Kokushi er in zijn huidige incarnatie kennis van kan nemen. Het valt te vrezen dat MUSO naar Muso’s maatstaven wel slaagt in een aangename en bekwame doorbreking van de stilte, maar nog niet in een wezenlijk verbetering ervan.

cd’s
Andreas Gutzwiller – Der Wahre Geist der Lehre; Schweizer Kompositionen für Shakuhachi
Bhimsen Joshi – Vocal Phenomenon; The Genius of Pt. Bhimsen Joshi
Kinshi Tsuruta – Biwa, The World of Kinshi Tsuruta
Kohachiro Miyata – Shakuhachi, the Japanese flute
Munir Bashir – L’art du ûd; Maqamat; En Concert, Live a Paris
Sruti Sadolikar – te horen op Night Raga’s
Tajima Tadashi – Shingetsu; Master of Shakuhachi
Seoul Ensemble of Traditional Music – Korean Traditional Music

© Peter van Amstel - 2009