Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Stadsgeluiden - projectcoördinator Gerda Holzhaus

31/03/2003

Musiceren en voorzichtig een beetje bewegen

‘De percussieworkshops met Brotherhood vorig jaar, dát hadden ze zo leuk gevonden, dáár deden ze zo goed in mee!’ Gerda Holzhaus die de driedubbelrol van coördinatrice, regisseuse en cameravrouw speelde in het Stadsgeluiden-project, heeft niets tegen ‘dynamische jongens die met alle energie in hun lijf staan te trommelen, fluitjes erbij, tadadada-pám.’ Maar de ambities van het Muziekpakhuis lagen hoger dan vmbo-scholieren verleiden tot lekker meetrommelen. ‘Wij wilden ze aan het denken zetten met meer onderzoekende opdrachten. Ze zelfstandig aan het werk krijgen. We noemen dit niet voor niets een kunstproject.’

Holzhaus (49) had al een aantal jaren op basisscholen voor de klas gestaan voordat zij zich in 1979 inschreef bij de Toneelacademie in Maastricht. ‘Daar kwam ik terecht tussen mensen als Pierre Bokma en Peter Blok, de hot shots van nu. Maar er heerste een klimaat waarvan ik helemaal niets begreep. Studenten begonnen heel enthousiast, maar binnen een half jaar was het van: nou, ik heb vandaag geen zin in zingen hoor. Zeuren. Spijbelen. Ik dacht: wat ís dit?’

Holzhaus wilde wel actrice worden, maar de lammetenterige houding van haar medestudenten en het schoolse onderwijs aan de academie bevielen haar niet. ‘Jammer, het ging niet’, zegt ze, ‘ik dacht: ik ga het wel op mijn eigen houtje doen.’ Jarenlang stond ze op de planken, onder meer als lid van het Pro Theater en Theatergroep Maccus. Met saxofonist en componist Bob Driessen richtte zij in 1988 Stichting Theamus op, samen tekenden zij voor diverse muziektheaterproducties.

Hun laatste productie heet Bliksemminne, een modern liefdesdrama, vrij naar de pastorale Granida van P.C. Hooft. ‘Bliksemminne werd opgevoerd in de Ridderzaal van het Muiderslot. We hebben het daar 32 keer gespeeld, zowel voor volwassenen als voor scholieren uit de bovenbouw van havo en vwo. Met dat soort projecten verdien ik mijn brood. Dus toen het Muziekpakhuis mij vroeg voor de coördinatie en regie van het Stadsgeluidenproject heb ik meteen ja gezegd.’

Vroeger, op de academie in Maastricht, was het Holzhaus die haar medestudenten optrommelde voor een protestactie in Den Haag. Van alle studenten was zij kennelijk het fanatiekst en energiekst, en nog altijd is zij een regelaar van de pittige variant. Onvervaard pakt zij problemen bij de kop, geen knoop zo complex of Holzhaus hakt hem door. Haperend spullenvervoer heeft zij nog maar net met behendig kunst en vliegwerk in goede banen geleid, of ze staat al weer in de les met haar videocamera paraat. Wat de plaatselijke docenten wel eens deed verzuchten: ‘Gerda, wil je nu alsjeblieft even niet filmen?’

Creatieve bakkersleerlingen
‘Kunst is zo’n essentieel onderdeel van de samenleving’, zegt Holzhaus, ‘en een grote groep jongeren wordt compleet overgeslagen. Vijfenzestig procent van de scholieren in het voortgezet onderwijs zit in het vmbo, die wilden wij wel proberen te bereiken. Je kunt in tien workshops geen muzikanten van ze maken, maar je kunt wel iets doen dat echt iets voorstelt.

‘Moet je dan aansluiten bij hun eigen cultuur en bijvoorbeeld hun favoriete cd’s als uitgangspunt nemen? Of ze een lekker trommelritme leren? Een overstijgende benadering leek ons veel interessanter. Ze zelf een compositie laten maken, van zelf opgenomen geluiden gecombineerd met zelf gespeelde muziek, dat is de gedachte achter Stadsgeluiden.

‘Bakkersschool de Berkhoff was voor ons de modelschool. Vorig jaar zijn daar meteen twee docenten aangewezen om het project te begeleiden. Die kwamen enthousiast met ideeën, het bruiste meteen. In het begin waren er een paar technische haken en ogen, maar alle afspraken zijn daar nagekomen. Goh, realiseerde ik me, zo kan het blijkbaar ook.

‘De leerlingen hebben gericht voor een vak gekozen, ze zijn dus goed gemotiveerd. Ze krijgen in de eerste jaren veel creativiteitsvakken, een tekenles bijvoorbeeld gaat over het ontwerpen van een mooie taart. Creativiteit hangt samen met hun vak. Ze zijn wel typische vmbo-kinderen, ze moeten alles in kleine brokjes leren. Zoveel gram afwegen, nu water toevoegen, dan twee minuten roeren. Maar vergeleken met de andere vmbo’ers kunnen ze zich redelijk goed concentreren en zijn ze gemakkelijk aanspreekbaar. Je legt iets uit en ze doen het, dat is erg prettig werken.’

Musiceren en acteren
‘Sommige muziekdocenten hebben gezegd: dat hele computergedoe is zo ingewikkeld voor die kids, dat moet je eruit laten. Maar op de Berkhoff zijn er echt resultaten mee geboekt, aan de stukjes kun je horen dat de makers ervan hun oren goed hebben gebruikt. Sommige resultaten klinken als een willekeurige mix, van alles door elkaar, maar er zijn ook heel muzikale compositietjes bij. Als ik met vmbo-groepen door zou gaan, dan zou ik dit onderdeel het allergrootst maken. Om de kinderen te leren luisteren.

‘Door te musiceren hebben ze ongelooflijk veel over ritme geleerd. Van zelf een compositie maken kwam niet veel terecht, maar zij hebben wel allerlei klanken bedacht en gevisualiseerd door middel van notaties. Ze hebben geleerd hoe je de verschillende elementen kunt verschuiven, verdichten of uitrekken om ritmes te maken, zowel op trommels als op computers. Wat er op de eindpresentatie te horen was hadden ze dan wel niet allemaal zelf bedacht, hij was wel opgebouwd uit elementen die zij hebben opgenomen, gespeeld en bedacht.

‘Op de Berkhoff en de Treublaan hebben we voorstellingen gemaakt waarin ook werd geacteerd. Ik heb de leerlingen daar over laten nadenken, dat werkte goed. Op de Berkhoff ontstonden er bergen ideeën voor allerlei scènetjes met trein- en metroreizigers, docenten in pyjama, wapperen met kranten en met bezems slaan. Als ik dan zei, ja, dat is leuk om te spelen, dan was steevast hun reactie: oh nee, dat doen we niet.

‘Gek ook dat ze zich tot op het laatste moment geen voorstelling konden maken van de presentatie. Voor hen bleven het losse dingetjes. De voorlaatste workshop hebben werkten we aan een parapludans en een instrumentendans. Toen bleek dat ze nog niet begrepen waar we heen wilden. Pas toen ze het eindresultaat als geheel doornamen, compleet met geluiden, film en toneelstukjes, sloeg de vlam in de pan. Bij de generale repetitie kregen ze in de gaten: hee, dit is eigenlijk heel erg leuk.’

Dingen voor de juf
‘Op de Treublaan is de motivatie van de kinderen over het algemeen laag, dat heb ik ook van de opleidingsmanager gehoord. Het blijkt dat veel ouders hun kinderen, ook al willen of kunnen die dat niet, richting handel en administratie sturen. Want daar kun je later geld mee verdienen, en een kantoorbaan geeft status. Het was voor ons de moeilijkste school, ordeproblemen zijn daar normaal. Toch lag dat niet in de eerste plaats aan de kinderen.

‘Er was geen onderling vertrouwen, ook niet tussen de opleidingsmanager en de kunstvakkendocent. Een tussentijdse evaluatie of een gesprekje tussendoor was nauwelijks te organiseren. Elke keer als ik contact zocht was het antwoord: ja hoor, is goed hoor. De mentaliteit klopte niet, het was kennelijk niet belangrijk wat wij deden, waarom zouden die kinderen het dan belangrijk vinden?

‘Ik heb genoeg met Amsterdamse kids gewerkt om te weten dat het ook een kwestie van verleiden is. Dat ze soms dingen doen voor de juf, en niet omdat ze zo graag muziek willen maken. Dat betekent dat je bij sommigen blij mag zijn als er een half minuutje aan compositie ontstaat. Ik had het eerlijk gezegd niet verwacht, maar ook hier kwamen veel ideeën voor een slotvoorstelling naar boven. Met een klein groepje bij elkaar zijn we aan het fantaseren gegaan: wat moeten we doen, hebben jullie een idee? Uiteindelijk heb ik met vier leerlingen afspraken gemaakt: we gaan een kraam maken, we laten straatmuzikanten optreden. En ja, we gaan alles zelf spelen, met de hele groep.

‘Het enthousiasme was er, maar nu moesten ze het nog doen. Zichzelf presenteren op een podium, dat soort dingen doen ze in principe niet. Maar musiceren en voorzichtig een beetje bewegen, ze durfden het toch. Daarmee hebben we ongelooflijk veel bereikt, zoiets hadden ze nog nooit gedaan.

‘De omgangsregels op deze school waren mij volstrekt onduidelijk. De leiding beweerde dat alles glashelder geregeld was, maar die helderheid heb ik nooit ervaren. Nadat twee jochies een minidisc walkman hadden gestolen werden ze door muziekdocenten Bob en Simon uit de les geweerd, maar de keer daarop kwamen ze doodleuk weer binnenstappen. Heel verwarrend. Was het uit berekening omdat ze anders een alternatief programma moesten doen? Uit schaamtebetuiging of gewoon omdat ze toch graag mee wilden doen? Ik ben er niet achter gekomen.

Hyperactief trommelen
‘Locatie Klimopweg in Noord is een heel gesloten, kleine school voor de opvang van schoolverlaters. Alles is daarop ingericht. Er zitten maar tien leerlingen in een klas, de formatie is ruim en er is veel tijd beschikbaar voor voorbereiding en overleg. Net als op de bakkersschool waren daar twee docenten vanaf het begin bij het Stadsgeluidenproject betrokken. Zij hadden er alle begrip voor dat wij als buitenstaanders moeite hadden de kinderen voor ons te winnen. Ze hielpen ons en droegen oplossingen aan. Jammer dat het een beetje mis ging met het zanggedeelte. De drempel om te zingen waar anderen bij zijn bleek voor deze kinderen erg hoog. Hadden we dat moeten weten? Twee meisjes hebben solo gezongen, dat was toch nog een enorm succes. De rest haakte af, uit pure gêne.

‘Op de school in West was, net als in Noord, goede opvang en goede coördinatie. Al deden hier niet de docenten mee die oorspronkelijk op het project waren gezet. Gelukkig bleek onze muziekdocent Onno een natuurwonder, hij kon uitstekend omgaan met die kids. Sommigen bleken best aardig te kunnen drummen, maar ze konden niet samenspelen. Ze kunnen niet luisteren, dus je hebt ze altijd wat te leren. Al ben je maar in staat om actieve luisteraars van ze te maken. Of als ze hun interesse van MTV-dreunen even verleggen naar trommelen. We hadden gerekend op drukke, hyperactieve kinderen, brutale bekken, noem maar op. Hier zaten zo’n een beetje de moeilijkste kinderen van Amsterdam, en we hebben ze bijna allemaal aan het trommelen gekregen.

‘Het Timorplein is een verhaal apart, daar is het project voortijdig gestopt. In een van de beide groepen was een minidisc-speler gestolen. De daders werden niet gevonden, daarom wilden de muziekdocenten niet meer werken met die groep. De andere groep stond onder leiding van een docente die vaak ziek was. De kinderen hingen zo aan haar, als zij er niet was kwamen zij ook niet. Er waren al veel workshops uitgevallen, toen er drie lessen voor het einde weer een ziekmelding kwam had verder werken geen zin meer.

‘Vijf scholen tegelijk, we wisten van tevoren dat het een pittige klus zou worden. De beleidsmedewerker van het ROC, Cees Gaasterland, had het al gezegd: verwacht niet dat het overal een succes wordt, dat bestaat eenvoudigweg niet.’

Cultuurschok
‘De lastigste kwestie bij een project als dit is: verwacht je van kunstenaars ook solide didactische vaardigheden, en moeten de docenten op school tevens een beetje kunstenaar zijn? Ik heb me daar voortdurend mee bezig gehouden. Veel vmbo-docenten hadden bij dit project lange tijd het gevoel te zwemmen. Van ja, ik weet niet waar het allemaal toe moet leiden. Die onzekerheid is begrijpelijk, want de manier waarop de musici werkten was niet de hunne.

‘Terwijl het in mijn beleving allemaal erg was voorgekauwd. Ritmes werden vooraf vastgesteld. De werking van apparaten werd uitgelegd. Sla nú op die trommel. Jullie gaan dáár naartoe. Ik vond het bijna overgestructureerd en zij zeiden: oei, wat een chaos.

‘We hebben een soort cultuurschok teweeg gebracht, en iedereen vond het prachtig. Als ik kijk naar de evaluaties met de docenten, die waren allemaal positief. Allemaal. Zelfs in Oost, waar de boel is geknapt. We zijn geprezen om onze ongelooflijke inzet. Iedereen was blij verrast dat er bij de presentaties van alles te zien en te horen was. De kunstvakdocent van de Treublaan zei zelfs: Adie voorstelling was het beste dat ik in lange tijd van deze leerlingen heb gezien.'

‘Het concept is heel laagdrempelig. De kids hoeven alleen maar geluiden op te nemen, ze te mixen met een groove en dan hebben ze al zelf muziek gemaakt. Juist daarom is dit project voor het vmbo zo ongelooflijk interessant. Al kan een leerling maar het allerkleinste dingetje bijdragen, zelfs dat bewerkstelligd het gevoel van: wauw, dit is mijn geluid, ik zit in die compositie. Kijk maar naar de enquêtes, voor de leerlingen is het muziek geworden. Hun muziek. Ik krijg helemaal de kriebels in mijn buik als ik bedenk: dát hebben we bereikt, veel meer dan je aan zo’n voorstelling kunt afzien.’

© Peter van Amstel - 2003