Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Gherman Popov

27/05/2010

Our Man from Odessa

Our Man From Odessa is de artiestennaam van accordeonist-zanger Gherman Popov. Hij mixt soundscapes, veldopnamen en levende muziek met ingrediënten die variëren van oosterse toonladders tot volksmuziek uit China, van herders-trancemuziek tot tekenfilmmuziek uit de voormalige Sovjet Unie. De elektronica van het Duitse Kraftwerk was een van zijn inspiratiebronnen. Popov droeg muziek bij aan de film Borat van Sacha Baron Cohen.

1966-1995
Gherman Popov (Odessa, 1966) groeide op in de Sovjet Unie, het grootste land ter wereld en werd gebrainwashed door de communistische propagandamachine. Hij vierde de hoogtijdagen mee en hield nog dapper stand tijdens de neergang van het regime, maar de pijn die de perestrojka teweeg bracht kon hij niet verdragen. Popov vertrok naar het Westen. Hij kwam in 1989 aan in Amsterdam, de stad die hij associeerde met frivool gedrag en een tolerant drugsbeleid. Daar herontdekte Popov de culturele erfenis die de Sovjets hadden nagelaten: de pathos van het ruimteonderzoek, de etnische diversiteit in het land, maar ook de morele en culturele afbraak tijdens het Breznjev-regime. Popov is een verwoed verzamelaar van traditionele muziekinstrumenten, vooral die uit de voormalige Sovjetrepublieken en de satellietstaten. Hij bespeelt ze allemaal, en hij is bovendien een voortreffelijk boventoonzanger. Daarom nodigden vele Amsterdamse muzikanten en groepen hem uit mee te spelen. Popov begon met zanger-percussionist Alec Kopyt (speelde ook in de Amsterdam Klezmer Band) een eigen muzikale carrière onder de naam The Children of Lieutenant Schmidt, later aangevuld met klarinettist Marcel Kuypers en tubaspeler Patrick Votrian. Ze brachten eerst gangsterballaden en gevangenispoëzie, later een wonderlijke mix van Jiddische en Griekse, Russische en Oekraiense liederen. ‘Deze vier heren stonden werkelijk voor niets’, schrijft het Eindovens Dagblad over een optreden in 1992 in het plaatselijke Muziekcentrum. ‘Uren (ophouden bleek een probleem), speelden ze met alles wat ze aan gevoel en muzikaliteit in huis hadden de (redelijk gevulde) zaal plat. Verbluffend waren de virtuoze improvisaties. Deze volksliederen zijn nogal weemoedig en nostalgisch van aard en tegelijkertijd meeslepend en opzwepend. Kortom, je wordt als ontvankelijk luisteraar geraakt tot in het diepst van je ziel.’

1996-2000
Tijdens een van zijn solo-optredens bood een producent van het Nederlandse new age-label Oreade Music Popov zijn opnamestudio aan, waarna kort daarop, in 1994, de cd Isirik verscheen. De muziek daarop is een de mix van Russische teksten met exotische Siberische en Centraal-Aziatische melodieën, kundig gespeeld op merkwaardige instrumenten en gezongen met curieuze stemtechnieken. Tot Popov’s verrassing prees Oreade zijn muziek aan als world healing music, muziek die de wereld geneest, wat niet verhinderte dat het album jonge intellectuelen in de USSR inspireerde tot het verder experimenteren met psychedelische klanken. In de zomer van 1996 richtten Popov, alias Our Man From Odessa, en enkele landgenoten in Amsterdam de groep Sputnik op. Popov bespeelde elektronica en zong, de andere bandleden waren gitarist Dima Beloyartsev, bassist Vladik Budny, zangeres Nelly Dvorko en lounge-dj Maxim Chaposhnikov, alias DJ Goldfinger. Later voegde ook ingenieur-elektricien Yuri Yushtein zich bij het gezelschap dat de solide elektronische klanken van de Duitse groep Kraftwerk verbond met Russische romantiek en de nostalgie van het ruimtetijdperk. Sputnik speelde beroemde melodieën uit Russische en Franse speelfilms, zelfgeschreven meditatieve muziek, droomliederen en ‘interstellaire’ ritmes. De elektronische extravaganza van de groep verscheen op de cd Favourite Songs Of The Soviet Cosmonauts. In de jaren negentig concentreerde Our Man From Odessa zich vooral op soloprojecten voor verschillende labels voor elektronische muziek. Het meeste van dit vroege werk verscheen op het kleine Nederlandse label Kidnap, opgericht en geleid door landgenoten van de ex-Sovjet diaspora. Hij werkte samen met de diva van de Tuvaanse boventonen, zangeres Sainkho Namchilak, met wie hij wereldwijd op grote podia en festivals optrad.

2001 - 2003
Popov stelde vast dat de combinatie van etnische rijkdom en elektronica de ware folklore is van de eenentwintigste eeuw. Bij het begin van het nieuwe millennium richtten Popov en zijn vrienden Solaris op, een nieuw platform voor het uitdragen van hun futuristische visie op geluid en muziek. Niet in de eerste plaats een platenlabel, maar een laboratorium, geïnspireerd op het Russische constructivisme en de onuitroeibare utopische romantiek van de Russen. Popov kortte zijn artiestennaam Our Man from Odessa in tot de compacte, raadselachtiger naam OMFO. Hij zocht contact met gelijkgestemde kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven (Metamatics, Aavikoo, Jimpster, CiM, Felix Kubin), hun namen prijken op de Solaris-cd’s waaronder Aelita, Cheap Electric Paradise en Omnipresence. Deze vlekkeloos uitgegeven albums zijn zonder uitzondering collectors items. Kort na de eeuwwisseling kwam OMFO in contact met Essay Records, een label dat op zoek was naar het verborgen potentieel aan Oost- Europese muziek. Dit leidde tot een succesvolle remix van een nummer geschreven door de Duitse producer en dj Stefan Hantel, alias Shantel, pionier van de fusie van Balkanmuziek en elektronische beats. Deze OMFO Dub kreeg in 2003 een plaats op de internationaal geprezen plaat Bucovina Club, en platenlabel Essay zette Popov aan het werk voor een nieuw album.

2004 - 2005
De samenwerking met Essay Records leverde in 2004 de cd Trans Balkan Express op. Het duurde niet lang of het album was populair in heel Europa en zelfs daarbuiten, dankzij de aandacht van radiomakers en muziekjournalisten. ‘Ik moet het eerste neo-elektro-album nog tegenkomen’, schreef het Canadese muziektijdschrift Exclaim, ‘dat het robotachtige plezier van drummachines en zulke geïnspireerde zangkunst zo succesvol met elkaar in evenwicht brengt. Het is niet allemaal even grillig, maar Cuckoo Dub is is een van de beste dub tracks tot nu toe dit jaar’. En op zijn website prees toneVendor de cd aan met: ‘Trans Balkan Express mengt de muzikale kruidigheid van de zuidoostelijke Europese gebieden met de clubcultuur van het Westen. OMFO reist vanuit Amsterdam via Berlijn naar het achterland van de Europese Unie, de Karpaten, de Zwarte Zee, recht de voortuin van Azië in. Het resultaat is een album, met muziek ergens daarvandaan en van een Balkanbruiloft, dat opgewekt alle muzikale grenzen negeert.’ Door met frisse ideeën en concepten te komen, nam OMFO van meet af aan afstand van de rest van de producenten die zich op het terrein van de Balkanbeat bewegen. Neem de merkwaardige en licht humoristische opname van een Karpatische dorpeling die een volksliedje speelde op een analoge synthesizer. Zoiets maakte OMFO’s muziek voor iedereen toegankelijk, en menig muziekcriticus roemde de eenvoud en directheid van het album.

2006 - 2009
Intussen had ook de Amerikaanse komiek Sasha Baron Cohen, beter bekend als Ali G., Borat of Bruno, de muziek van Popov ontdekt, twee van zijn nummers (Money Boney en Magic Mamaliga) kregen een plaats in de Borat-film Cultural Learnings Of America For Make Benefit Of Glorious Nation Of Kazakhstan, in 2006 uitgebracht door 20th Century Fox. In het voorjaar van 2006 maakte Popov kennis met de in Chili wonende Duitser Uwe Schmidt, alias Señor Coconut, die Kraftwerk-nummers liet swingen door ze onder te dompelen in een pittige latin-saus. De geluidskunstenaar werkte graag mee aan de productie van een nieuw OMFO-album. De mannen wisselden audio- en midibestanden uit, voor het bewerken van het geluid haalden zij het uiterste uit hun soft- en hardware. Een maand later was de muziek voor het album We Are The Sheperds klaar. Popov bracht een bijzondere bezetting bijeen: het Transylvanische wonderkind op cymbalom en accordeon Vasile Nedea, de science fiction-schrijver en virtuoos op tar (luit) en gitaar Rassul Kazimov uit Azerbeidzjan, de vrijheidsstrijder en verhalenverteller, percussionist en zanger Bakhtiyar Eybaliyev, en de Nederlandse muzikante Fay Lovsky die zeldzame instrumenten als de theremin en de zingende zaag bespeelt. Het is allemaal te horen op We Are The Sheperds. In een toelichting schreef Popov onder de pakkende kop Sheperds Of The Universe Unite: ‘Kameraden! Het is geen toeval dat de eerste man in de ruimte (Yuri Gagarin) een herder was. In feite waren de meeste kosmonauten herders, evenals sommigen van hun Amerikaanse collega’s (astronaut William Shephert). En neem de schaapshond Laika – wie had hem niet willen horen blaffen vanuit zijn baan om de aarde?’ En wat de muziek betreft: ‘De herdersfluit begeleidde vroeger het vallen van meteoren, en zonsverduisteringen. Zo veranderde de herder geluiden in een Ruimte Symfonie, verrijkt met Morsecode opgelost in pulserende klikken en bruisende elektronica. Deze onophoudelijke ritmische pulseringen, bedwelmende toonkleuren en geluidseffecten van elektronische en akoestische instrumenten, evenals pretentieloze en heldere melodische patronen, roepen een ongewoon maar einentijds gevoel op. Zo veranderden een eenvoudige trommel, fluit, mondharp in theremin, synthesizer en sampler-sequencer. Zo vonden oude liederen van overal uit hun vaderland hun nieuwe betekenis in de nieuwe omgeving, omringd door wervelende satellieten, briljante sterrenstelsels, rondsuizende kometen en mysterieuze planeten.’ In 2009 verscheen de cd Omnipresence, met opnamen van volksmuziek van de steppen en café-orkestjes uit Tasjkent, aangelengd met Arabeske loopjes en vette beats gegenereerd door samplers en synthesizers.

Discografie (selectie)
Favourite Songs Of The Soviet Cosmonauts (eigen beheer; eind jaren ‘90)
Isirik (Oreade; ORWH 5477-2, 1994)
Bucovina Club Vol. 1 (Essay Recordings; AY 02, 2003)
Trans Balkan Express (Essay Recordings; AY CD 02, 2004)
We Are The Sheperds (Essay Recordings, AY CD 12, 2006)
Omnipresence (Essay Recordings; AY CD 22, 2009)

© Peter van Amstel - 2010