Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Eritrese volksmuziek

27/05/2010

Tsehaytu Beraki

Tsehayu BerakiStrijdbare zangeres en krar-speelster uit Eritrea. Tsehaytu Beraki werd geboren op 1 september 1939 in het dorp Quatit, provincie Akeleguzay in Eritrea. Het land, vanaf 1941 een Brits protectoraat, was toen nog een Italiaanse kolonie. Tsehaytu’s vader overleed toen zij nog een baby was, met haar moeder verhuisde zij naar Asmara, de tegenwoordige hoofdstad van het land. Moeder voorzag in haar levensonderhoud door het verkopen van injera (brood) en zelfgemaakte manden, en haarvlechten. Tsehyatu ging naar school bij de missionarissen, tot in de vierde klas.

Zij was ongeveer acht jaar oud toen een tante drie krars (vijfsnarige lieren, kenmerkend voor de traditionele muziek van Ethiopië en Eritrea) meebracht uit Port Soedan, waarvan zij er zelf een hield. Op haar elfde probeerde Tsehaytu op de krar te spelen, ze bleek talent te hebben en het duurde niet lang of ze speelde en zong op bruiloften en andere feesten. In haar buurt waren veel vrouwen eigenaressen van suwa-café’s, de plaatselijke bierhuizen, en velen van hen waren ook krarspeelsters. Tsehaytu Beraki bewonderde Tsehaytu Zennor het meest, vooral om haar liefdesliedjes (‘Ik wil zo snel mogelijk een man, desnoods zelfs als hij kreupel is’). Overdag gaf de jonge muzikante haar oren en ogen de kost, ’s avonds oefende zij de muziek die zij gehoord had op haar tante’s krar. Tot ongenoegen van haar familie, die niet wilde dat zij muzikante zou worden.

1950 - 1965
In 1950 besloten de Verenigde Naties dat Eritrea een federatie met Ethiopië moest vormen, maar de Ethiopische keizer Haile Selassi maakte daar in 1962 al weer een einde aan. Hij voegde het land aan Ethiopië toe als veertiende provincie. Beraki ging vanaf haar zestiende niet langer naar school, in 1955 ging zij als krar-speelster en zangeres werken in een suwa-café. Ze trad er tien jaar lang op van acht uur in de ochtend tot negen uur in de avond en verdiende daar anderhalve birr per dag mee, minder dan tien eurocent. Sommige bezoekers vroegen haar of ze opnames op cassettebandjes mochten maken voor in de auto, de bus of in hun theehuis, wat Beraki soms wel dertig of veertig birr per keer opleverde. Er kwamen zelfs liefhebbers uit Adis Abbeba langs met min of meer professionele opnameapparatuur. Zij verdienden, zo bleek achteraf, flink geld met Beraki’s muziek. Het Eritrean Liberation Front (ELF) voerde inmiddels een gewapende strijd tegen het Ethiopische leger, en behalve over de liefde zong Beraki vanaf de tweede helft van de jaren zestig steeds vaker ook over haar land, de levensomstandigheden en de politiek. Keizer Haile Selassie probeerde tweedracht te zaaien in het land, boeren raakten hun vruchtbare grond kwijt. In het bierhuis waar zij nog altijd werkte, hoorde Beraki de gesprekken van leiders en politici, zo kwam zij veel te weten over de misère en de problemen van haar landgenoten. Beraki zong over het sociale onrecht, net als veel jonge zangers en zangeressen.

1966 - 1969
In 1966 opende Beraki haar eigen suwa-café en in de volgende twee jaren een tweede, waar zij natuurlijk zelf optrad met haar krar. Er kwamen veel vrijheiddstrijders over de vloer; Beraki raakte sterk politiek betrokken en zij sloot zich aan bij het ELF. In 1971 splitste een deel van de vrijheidsstrijders zich af en vormde het Eritrean People's Liberation Front (EPLF) dat gedurende twee burgeroorlogen strijd voerde met de ELF. Beraki bedacht gewoonlijk haar eigen teksten en muziek, maar de tekst van bijvoorbeeld Gual Selfi Natsnet (De dochter van het front), die gaat over de vernietiging van het rivaliserende EPLF, kreeg zij aangereikt door ELF-leider Ibrahim Totil. Ze speelde meestal alleen, en nu en dan samen met krarspeler Ateweberhan Seghid met wie zij een duet speelde op het Amerikaanse consulaat: Semay Indo Abtzehaya Gatenakaye (Een Afrikaanse haardracht die tot in de hemel reikt).

1970 - 1972
In 1970 nodigde gitarist, componist en platenbaas Tewelde Redda haar uit in zijn studio in Addis Abbeba, ze nam er twaalf nummers op. Vier ervan kwamen vanaf 1972 uit op 45-toeren plaatjes van Philips, twee op het label van de Ethiopiër Amha Eshete en de rest op het Eritrese label Harambe Music. Dankzij de bekendheid die ze kreeg door de singles, kreeg ze na terugkeer in Eritrea veel meer klanten in haar café dan voorheen; zij zochten haar op vanuit alle uithoeken van het land. Beraki speelde nu steeds vaker samen met andere muzikanten, onder meer met Tewelde Redda in de groep Kwakbti Eritrea. De band trad op bij belangwekkende en feestelijke gelegenheden zoals de opening van een bisocoop in Assab in het zuiden van het land aan de Rode Zee, of ter opluistering van vakbondvergaderingen. Zij zong onverbloemd nationalistische liederen, met teksten als ‘In rubberen schoenen en kaki kleren vecht ik voor je. Gekleed in tenue krijg je nooit genoeg van je land’. Studenten organiseerden feesten en politiek getinte toneeluitvoeringen, zij nodigden Beraki uit om te komen zingen, al dan niet tegen betaling.

1973 - 1977
Vanaf 1973 verslechterde de sociale en politieke toestand, het cafébezoek liep terug en Beraki speelt een tijdlang vooral voor zichzelf. Ze kreeg een verhouding met een journalist die in Abu Dabi werkte, dankzij hem kon zij in redelijke weelde leven temidden van veel armoede om haar heen. In 1977 verruilde zij haar krar voor de kalashnikov, om te vechten aan het front. Maar toen zij haar militaire training achter de rug had werd zij aangesteld op de muziekafdeling van het ELF; behalve een dagelijkse patrouille van een uur kon zij al haar tijd aan muziekmaken besteden. Ze vormde een groep, en met een repertoire van populaire liederen maakte zij een tour door Soedan om geld te verdienen voor de organisatie. Zo speelde zij vier jaar voor het ELF, en na de uiteindelijke nederlaag tegen het EPLF trok zij nog eens vier jaar lang door het land om het verzet tegen de regering te steunen.

1978 - 1987
In mei 1978 speelde Beraki tijdens een feest in Tesseney, vlak bij de grens met Soedan, toen de Ethiopische luchtmacht een bombardement uitvoerde op het dorp. Er vielen doden en veel gewonden, ook Beraki raakte zwaar gewond. Het duurde een jaar voor zij was hersteld, ze pakte haar krar weer op maar de verzetsbeweging was verslagen en verdwenen, de strijders waren gevlucht naar Soedan. De zangeres besloot te blijven, reisde zingend en spelend door het land, maar dat bleek al snel te gevaarlijk en ook zij zocht haar toevlucht in Soedan waar ze met andere muzikanten een tijd lang door het land toerde. Geholpen door een Soedanese agent en met een vals paspoort reisde zij vervolgens met een vliegtuig van de Sovjet Unie naar Nederland.

1988 – 1998
In december 1988 vroeg Beraki in Nederland asiel aan en sindsdien woont zij in Rotterdam. Kort na aankomst stuurde zij een tape met haar muziek naar de familieleden en kinderen van de ELF-strijders, het is onduidelijk of het geld dat er ongetwijfeld mee werd verdiend ook werkelijk bij hen terecht kwam. In 1991 versloegen de opstandelingen het Ethiopische regeringsleger, in 1993 werd Eritrea een onafhankelijke staat. Maar in 1998 brak de Eritrees-Ethiopische oorlog uit die tot 2000 duurde. Volgens Human Right Watch leven tot op de dag van vandaag duizenden Ertitreërs in gevangenschap, en is er dwangarbeid op grote schaal. Beraki trad inmiddels op in Engeland, Amerika en Duitsland, en vervolgens in de Verenigde Staten, onder meer in Washington DC in 1997 – het geld dat zij daar verdiende schonk ze aan de plaatselijke EPLF-organisatie.

1999 - 2009
In Nederland kwam Beraki in contact met Terrie Ex van de punkband The Ex; de band werkte al nu en dan samen met Ethiopische muzikanten. Terry Ex biood haar de oefenruimte van de band aan, leerde haar langzamerhand goed kennen en ontdekte dat zij een superster was in haar eigen land – iedereen bleek haar te kennen. Ook stelde hij vast dat er nauwelijks platen van haar waren, en hij vatte het plan op een cd met haar te maken. Vanaf februari 2000 werden er drie jaar lang opnamen gemaakt, Beraki bespeelde alle instrumenten zelf: krar, bas-krar en koboro (trommels). In zes nummers speelde een Nederlandse muzikant mee, de jazzdrummers Han Bennink of Michael Vatcher, drumster Katherina Ex of bassiste Rozemarie Heggen van The Ex. Jongeren uit Eritrea verzorgden de achtergrondkoortjes en het handenklappen. In 2004, Beraki was 65 jaar oud, verscheen de dubbel-cd Selam. Terrie Ex schreef het voorwoord bij de hoestekst (die 36 pagina’s beslaat), dat hij vriendelijk en beleefd afsluit met de woorden ‘Mevrouw Beraki, bedankt!’.

Discografie
Selam (Terp; AS- 07/08, 2004)

© Peter van Amstel - 2010