Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Gaudeamus Muziekweek

04/09/2012

Een beetje in de war

Vliegeren in LepelenburgVliegers en vogels in de open lucht, en binnen knijptoeters en fanfares: de Gaudeamus Muziekweek is begonnen. In het prettige Utrechtse buurtparkje Lepelenburg, niet meer dan een flink plantsoen met muziektent, zoemden zondagmiddag de elektronisch bewerkte en versterkte klanken van een stel vliegers. Maar liefst 22 componisten en geluidskunstenaars maakten middels contactmicrofoons en andere vernuftige elektronica het zingen van vliegertouw en het klapperen van vliegerdoek hoorbaar. Nu eens als een fluisterzachte lentebries, dan weer als een loeiende novemberstorm. De een had genoeg aan een tafeltje vol elektronica, een ander zette er een zangeres tegenaan. Of een trombonist die met zijn schuif het vliegertouw bespeelde. Speels, inventief en bij vlagen wondermooi.

Hoewel de zon verstek liet gaan, was het aangenaam vertoeven in Lepelenburg, ruggelings in het gras met de belofte van een week lang nieuwe kwaliteitsmuziek.

Maandag, de dag erop, werd meteen al duidelijk dat de kenmerkende Gaudeamus-mix van componistenconcours en live nieuwe muziek-compendium een zorgvuldig samengesteld muziekfestival is. Aanstormend talent uit Engeland en Cyprus, twee van de kandidaten voor de muziekprijs van dit jaar, en de prijswinnaar van 2010 waren ingedeeld tussen de wereldberoemdste Nederlandse componist Louis Andriessen en (ooit diens leerling) Martijn Padding. En, zoals in de Muziekweek gebruikelijk, de muziek van oude meesters en jonge honden wordt met dezelfde toewijding en gewoonlijk onberispelijk uitgevoerd door topmusici en ensembles, in dit geval het Asko|Schönberg.

Padding opende zijn Three Summer Pieces met een feestelijke fanfare met knijptoeters, liet daarop een lyrisch deel met heggenschaar volgen, en rondde af met stekelige muziek waarin een goudvissenkom en zelfbedachte alufonen klinken – aluminium buizen van een meter of twee, bespeeld met een grondig ingeharste werkmanshandschoen. Dat is allemaal niet zo grappig als het lijkt, Padding is een meester in het componeren van bloedserieuze speelsheid.

Marko Nikodijevic uit Servië die in 2012 de Gaudeamus Prijs won, kwam met een solide stuk voor piano en ensemble. Prijskandidaat Charlie Piper uit Engeland presenteerde een werk voor groot ensemble met in het slotdeel stoer koper, grommend laag van de fagot en contrabas, brutaal slagwerk, eindigend met een extatische trompetuithaal bij wijze van uitroepteken. Maar zijn mededinger Andys Skordis uit Cyprus gooide met een koperkwintet hogere ogen. Zeven korte, krachtige delen, van een belangwekkend onderonsje tussen bastuba en collegae blazers, via verbazingwekkend ingenieus kakofonisch getetter, tot een diep gerommel en gepruttel dat uitmondde in een feestelijke fanfare.

Louis Andriessens dramatische La Girò was het sluitstuk van de maandagavond, een vioolconcertino dat hij vorig jaar schreef voor violiste Monica Germino, de tekst vrij naar een ware geschiedenis. Volgens Antonio Vivaldi was er anno 1739 in zijn wijde omgeving geen vergelijkbare prima donna als Anna Giró te vinden. La Girò van Andriessen gaat over zoete zang, gratie en lieftalligheid. Over een angstdroom waarin iedere fout van de zangeres de dood van een vriend of geliefde betekent. Over de ultieme schoonheid die een man doet wenen. Andriessen schreef La Girò voor violiste Monica Germino, toen sinds lang zijn muze en nu sinds kort zijn vrouw. Iedere noot, iedere letter zette hij op precies de goede plaats. Zij speelde, vertelde en zong, te beginnen in het Italiaans en eindigend met de onheilspellende woorden van Cees Nooteboom: ‘De zon wordt gewurgd in de wolken, dat schreeuwen, dat zijn geen vogels.’

De vogelgeluiden in de Oude Hortus zijn deze week ook al niet te vertrouwen. Daar hingen Christoph de Boeck en Patricia Pórtela twintig luidsprekertjes in de bomen, waaruit soms de zang en het gekwetter van echte vogels klinkt, maar ook elektronisch bewerkte of gegenereerde varianten daarvan. Hoe meer bezoekers in de tuin hoe synthetischer de geluiden. Als de zon schijnt zingen de virtueel gevederde vriendjes anders dan bij bewolking, laat staan bij regen. Een verontruste natuurliefhebber vroeg de componisten of de echte vogels daar niet van in de war raken. De parensdriftige uil wellicht, de nachtzwaluw misschien? Zij bleven het antwoord schuldig, maar dat ligt eigenlijk voor de hand: een beetje in de war raken van wat je hoort is helemaal niet erg, het is misschien wel het mooiste dat je kan overkomen.

© Peter van Amstel - 2012