Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Guus Janssen - interview in de werkruimte van de pianist-componist, oktober 2007

15/12/2007

Valt hier nog wat te halen?

"Ik kan als een razende tekeer gaan met mijn linkerhand. Autonoom. Dat komt bijna niet voor in jazzmuziek." Guus Janssen is niet alleen een eigenzinnig improvisator, hij is ook een virtuoos pianist, doorkneed in het spelen van eigen en andermans gecomponeerde muziek. "Een componist kan zichzelf gemakkelijk loszingen van de praktijk", zegt Janssen, "zelf ook spelen is leuk én nuttig." Zijn muziek gaat vaak over die van anderen, er klinken herkenbare geluiden, verwijzingen en citaten in door. Soms is het schijn die bedriegt en vaak duurt het maar even, net lang genoeg voor een flits van herkenning. Of het nu in Rusland is of in Amerika, in China of Turkije, Janssen weet zijn luisteraars soms tot ontroerens toe te raken.

uptown - downtown
"Mijn eerste buitenlandse optredens waren in Londen, in de jaren zeventig. In Amsterdam leerde ik de Engelse gitarist Peter Cusack kennen, hij was bij Steim bezig met elektronische muziek maar wilde ook improviseren op gitaar. Daarvoor kwam hij bij mij thuis, samen met saxofonist Paul Termos. Cusack was aangesloten bij het London Musicians' Collective, een vereniging van improviserende musici, hij had daardoor allerlei contacten. Via hem kwam ik op een goed moment in Londen terecht, zo leerde ik steeds meer buitenlandse muzikanten kennen.

"Met John Zorn speelde ik in 1987 stukken van Misha Mengelberg, zoals Number one en Broezimann, onder meer op de October Meeting in het Bimhuis in Amsterdam. Daarna ben ik dankzij hem naar Italië geweest. Met andere muzikanten meegaan is een manier om naar het buitenland te komen, maar er zijn ook mensen die je op reis sturen, omdat ze vinden dat jouw muziek buiten de grenzen moet worden gehoord. Valeria Gorokhovskaya is zo iemand. Zij brengt veel Nederlandse muziek naar Rusland, vaak in opdracht van de Dutch Jazz Connection of Gaudeamus. Ze vond dat ik daar beslist ook heen moest, vooral vanwege die combinatie van componeren en improviseren.

"Wij hebben hier al dertig jaar een muziekcultuur waarbinnen alle schuttingen zijn opgeruimd. Of op zijn minst wordt er over de schuttingen heen gekeken en wie wil stapt bij elkaar de tuin in. Dat gemak waarmee Nederlanders zich binnen allerlei verschillende stijlen en genres bewegen vinden ze in het buitenland heel bijzonder. Je kunt hier naar de opera voor betaalbare prijzen en je hebt niet snel het gevoel dat je ergens niet welkom bent - in Parijs of Berlijn moet je toch de juiste kleren aan en aan de champagne na afloop, dat hoort daar bij de opera.

"In Amerika zijn de circuits, die ze daar uptown en downtown noemen, nog volkomen gescheiden. Uptown componisten opereren alleen op de universiteitscampussen, zij hebben totaal geen boodschap aan de muziek van hun downtown collega's die met nieuwe vormen, met jazzinvloeden en elektronica experimenteren."

schots en scheef
"De eerste keer dat ik in New York speelde, met Paul Termos en mijn broer Wim die drummer is, was in de Knitting Factory, ik denk in 1993. Twee componisten uit Nederland - het publiek denkt daarbij aan iemand als Milton Babbit, of in het gunstigste geval John Cage of Morton Feldman. Maar wij kwamen niet met kant en klare composities, wij stonden daar op een tamelijk wonderlijke manier te improviseren. Componisten die zelf improviseren, dat was daar ongekend.

"Het is wel opvallend dat de mensen mijn muziek soms al kenden, vooral in Amerika en Canada heb ik met meegemaakt dat we het podium opkwamen en de mensen begonnen te juichen. Eerst denk je: ze nemen een loopje met ons, dit kan niet waar zijn. Maar dan begonnen ze titels van stukken te roepen; ze wisten ervan en ze meenden het echt. Ik maak al platen sinds 1978, daar worden er niet zo heel veel van verkocht, maar wel wereldwijd. Dat bleek vooraf een zekere bekendheid op te leveren bij liefhebbers en verzamelaars, die vonden het dan geweldig je in levenden lijve die stukken te zien spelen.

"Een paar jaar geleden is in Toronto Verstelwerk uitgevoerd door het Esprit Orchestra onder leiding van dirigent Alex Pauk, met saxofonist Peter van Bergen, pianist Gerard Bouwhuis en drummer Johan Faber. Daar zitten improvisaties in van de drie solisten en het stuk is totaal bizar. Hoe het met tonaliteit omgaat, hoe het schots en scheef in elkaar zit. Er wordt ook uitbundig in geswingd, maar op een merkwaardige, struikelende manier. Toch is het heel toegankelijke muziek, het klink als een soort geflipte Bernstein. Verstelwerk is een van mijn lievelingsstukken en de dirigent vond het een feest. Het publiek krijgt dat dan gewoon over zich heen, hatsjiekidee, zo kan het ook.

"Ik had het stuk geschreven voor de Donaueschinger Musiktage van 1996, in datzelfde jaar ging daar ook Tao van Louis Andriessen. De schrijfopdracht kwam van de Süd-Westfunk in Baden-Baden, ik denk op het spoor gezet door het Radio Kamerorkest dat al jarenlang om de zoveel tijd een stuk van me vraagt. Mijn muziek past eigenlijk helemaal niet in dat festival, ze is totaal on-Duits. Maar de musici en het publiek waren dolenthousiast en na afloop kwam Alex Pauk op me af: dit gaan we in Toronto doen. Wat dus ook is gebeurd."

taal
"Muziek is in zekere zin een taal, maar zeker geen universele. In de jaren negentig heb ik op een eigenwijze manier thema’s van Lee Konitz gespeeld met de band Sound Lee!. Ik bekijk die thema's op zichzelf, helemaal los van wat er oorspronkelijk mee werd gedaan. 'Janssen completely missed the point, but he found an interesting new one', zoiets heeft Lee Konitz over mijn aanpak gezegd.

"Mensen lijken wat ze horen te vertalen naar wat ze kennen om op de een of andere manier een aanknopingspunt te vinden. Rond 1996 maakte ik twee tournees in China met een trio en met een kwartet. De eigenlijke reden was het voorbereiden van mijn opera Hiero met drie zangeressen uit de Chinese opera. Op het conservatorium van Shanghai liet ik de cd met Landschap met een bleekgezicht horen, dat begint met een improvisatie op klavecimbel. Het instrument heeft een heel laag, luitachtig en omfloerst geluid, en met een trompetmondstuk zit ik glijtonen te spelen. Er gebeurt van alles in dat stuk. Het grappige is: in Shanghai hoorden ze daar de qin in, hun eigen archaïsche citer.

"Ze vonden het respectvol dat ik hun traditie serieus nam, maar daar was ik me bij het spelen helemaal van niet bewust. Ik ken die qin-muziek wel, die is prachtig, en als ik naar muziek luister speelt altijd in mijn achterhoofd: valt hier nog wat te halen? Kennelijk was dat het geval en kregen die klanken een plaats in mijn muzikale raamwerk, waardoor ik op een gegeven moment ook associaties oproep met Chinese muziek.

"In Turkije raakten de mensen echt ontroerd. Ik was daar in 1993 met Theo Loevendie, Martin van Duynhoven en de Turkse kemenche-speler Ihsan Özgen, we speelden stukken uit de klassieke Turkse hofmuziek, maar wel helemaal op onze manier. Ik deed van alles in het binnenwerk van de piano, totaal niet met de bedoeling Turks te klinken, het beviel me gewoon dat zo te doen. Maar de luisteraars dachten: dit is mooi, hij laat die piano klinken als een Turkse citer."

sleutel
"Dankzij Valeria Gorokhovskaya kwam ik dus in Rusland terecht, ondermeer in Nizhny Novgarod en Moskou. De musici van het Moskow Contemporary Music Ensemble waren zo enthousiast dat ik daarna uitvoerig met ze heb samengewerkt, we hebben samen een toer door Rusland gemaakt. De Moskouers spelen graag Zoek voor klavecimbel en piccolo, ik denk omdat het een soort Vivaldi is, maar dan wel in de zesde versnelling. Mijn muziek heeft vaak andere muziek tot onderwerp, die tik heb ik geërfd van Andriessen en zijn generatie. In Zoek is Barokmuziek het onderwerp, en ook het zoeken naar de grote drieklank, het hele stuk door. Dat voelen de mensen natuurlijk aan, het is iets dat ze herkennen.

"Toch levert mijn muziek ook misverstanden op, bij een pianoduo uit Bergen in Noorwegen bijvoorbeeld dat Veranderingen speelde, een lastig, introvert stuk. Het was in eerste instantie Latijn voor ze, ze konden het niet plaatsen. Toen heb ik een uurtje met ze gerepeteerd, een paar dingen over het stuk verteld, en het werd ze volkomen duidelijk wat ik bedoelde. Ik weet niet hoe dat bij andere componisten werkt, maar als ik met mijn muziek naar het buitenland ga dan botst die met het heersende muzikale klimaat. Dat is onvermijdelijk. Het scheelt dan enorm als ik even wat voordoe of vertel. Dan hebben ze ook meteen de sleutel tot de gein die erin zit te pakken."


Dijkdoorbraak, de promotie van Nederlandse muziek in het buitenland, 2007, ISBN/EAN: 978-90-812526-1-4, Muziekcentrum Nederland (bestellen via info@muziekcentrumnederland.nl). © Peter van Amstel - 2007