Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Robin de Raaff - Terugstelen van de tijd

02/11/2012

1 Symfonische rock op een fretloze bas

Terugstelen van de tijdDe naam Jaco Pastorius (1951-1987) valt herhaaldelijk. Deze Amerikaanse rockmuzikant, alias de Paganini van de fretloze bas, was De Raaffs grote held sinds het begin van de jaren tachtig. Pastorius, bekend van Weather Report, Joni Mitchell en postuum geëerd door Miles Davis, betekende voor De Raaff een ‘resolute afslag’. ‘Met mijn vader luisterde ik naar de Matthäus Passion, dat is misschien wel het belangrijkste werk dat er is. Het gold in onze familie als supermeesterwerk, maar ik kan er nog altijd niet de vinger op leggen waarom er ik toen, als jonge jongen, al zo door werd ontroerd.’

Intussen kreeg hij pianoles van zijn vader en toen de tijd rijp was voor een tweede instrument, koos hij voor de basgitaar. Met zijn drie jaar oudere broer op elektrische gitaar vormde hij onmiddellijk een mini-bandje, dat al snel uitgroeide tot een echte band met zanger en drummer. Robin schreef veel van de muziek en de teksten, altijd op zoek naar nieuwe invalshoeken.

Hij pakte de muziek aan op vier fronten tegelijk. Spelen en naspelen van anderen, om zijn instrumentale kennis en kunde te vergroten. In zijn nummers meteen toepassen wat hij al luisterend ontdekte, om zijn componeervaardigheid te verbreden. Samen met anderen muzikale massa opbouwen, om een grote, samenhangende klank te bereiken. En experimenteren met de analoge en digitale klanken van de synthesizer, om zijn gebruik van klankkleuren te ontwikkelen. Het spelen in en componeren voor een band was niet zomaar een aanloopje, laat staat een jeugdzonde van Robin de Raaff. In zijn opera Raaff gunde hij de fretloze bas en een Fender Rhodes de hoofdrol. Sommigen horen in zijn antimetrische figuren en in zijn ritmiek iets van een jazztiming terug. Maar het gaat dieper, De Raaff weet het zeker: ‘Zonder die band had ik nu niet kunnen schrijven zoals ik doe.’

Zijn eerste bewuste luisterervaring was Deep Purple, ‘Ritchie Blackmore is voor mij de meest melodische gitarist die er is.’ Hij maakte kennis met de symfonische, doorgecomponeerde muziek van Pink Floyd, ontdekte de instrumentale nummers van de Canadese band Rush ‘vol onregelmatige ritmes en heel gecompliceerde dingen, dat vond ik fantastisch’. Wat Pastorius deed op zijn bas was voor De Raaff niet minder dan een revelatie. ‘Ik maakte zelf een fretloze bas, probeerde met zijn platen mee te spelen en dat ging al vrij snel heel goed, ook het intoneren. Door te horen dat er bassisten zijn die zoiets ongelooflijks kunnen, zette ik in een keer een zevenmijlsstap vooruit.’

Hij verbreedde zijn horizon verder door zich ook in de klassieken te verdiepen. Hij kocht het vioolconcert van Brahms en stortte zich op de mogelijkheden van de viool. ‘Wat als je een dubbelklank hebt met een licht vibrato? Dan gebeurt er iets met de resonantie van het instrument waardoor een soort van grotere klank wordt opgebouwd. Of als je heel strakke kwinten speelt, dan geeft dat een ongelooflijk mooie, messcherpe klank. Musiceren en intoneren op de millimeter, daar begon ik erg in geïnteresseerd te raken.’ Met zijn band speelde bassist Robin een zelfgecomponeerde, intuïtieve symfonische rockvariant, nauwelijks aan de man te brengen, al was het maar omdat de tijd daarvoor allang voorbij was. Het deed er niet toe, voor hem was vooral het samenspelen belangrijk. En alles ging op het gehoor. ‘Als ik nu voor orkest schrijf, houdt het me heel erg bezig hoe de dingen in elkaar haken. Hoe je met bepaalde muzikale handelingen afzonderlijke instrumenten of instrumentengroepen kunt betrekken in iets dat groter is dan alleen een bepaald klein onderdeel. Daar was ik ook voortdurend mee bezig toen ik nog in die in band speelde. Het opbouwen van zo’n grote klank in een orkest, dat heb ik zeker mede daaraan te danken.’

Net als het nadenken over klankkleur, na de aanzet van Brahms, vervolgens na de aanschaf van een synthesizer. ‘Ik merkte dat bepaalde klanken in het ene register fantastisch, maar in het andere totaal niet werkten. Dus leerde ik mijzelf de ingebouwde geluiden te manipuleren, en nieuwe te maken. Zoals ik toen de synthesizer naar mijn hand zette, doe ik dat nu met een ensemble of orkest.’ Waarvoor hij zich, wel te verstaan, ook grondig verdiepte in het panorama van de twintigste-eeuwse gecomponeerde muziek. Hij las hoe de grote componisten zich, radicaal anders dan al hun voorgangers, bedienden van ritme, melodie en samenklank, van klankkleur, exotiek en folklore, wat leidde tot vrije atonaliteit, twaalftoonsmuziek en alles wat daarna nog kwam. Precies over dat alles had componist Ton de Leeuw in 1964 een boek geschreven dat in 1970 opnieuw verscheen in een aangevulde versie. Muziek van de Twintigste Eeuw diende Robin de Raaff als muzikale zakbijbel.

Dit artikel is een hoofdstuk in Terugstelen van de tijdhet zesde boek in een serie componistenportretten van November Music, het jaarlijkse nieuwe muziek-festival in Den Bosch. Klik hier om de complete publicatie te downloaden als PDF-bestand.

© Peter van Amstel - 2012