Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Robin de Raaff - Terugstelen van de tijd

03/11/2012

2 Illustere voorgangers

Terugstelen van de tijd‘Inmiddels heeft zich weer een nieuw constructivisme aangekondigd’, schreef De Leeuw in zijn boek Muziek van de Twintigste Eeuw, ‘met het werk van de Griekse componist Iannis Xenakis. [...] Zijn concepties doen het klassieke Griekenland herleven; het zoeken naar de waarheid en de schoonheid zijn slechts twee verschillende aspecten van dezelfde menselijke aspiratie. De grenzen tussen kunst en wetenschap vervagen. [...] Mathematiek, filosofie, informatieleer, cybernetica, computertechnieken: Xenakis eist veel van zichzelf en van anderen. Hij is een van de meest visionaire kunstenaars van onze tijd.’

De Raaff kreeg het boek aangereikt door Daan Manneke die, net als hij destijds, in Breda woonde. Manneke zei: ‘Heel interessant wat je aan het doen bent, ga absoluut door, maar lees het boek van Ton de Leeuw.’ De Raaff kocht het meteen en dat betekende een tweede openbaring: na Jaco Pastorius nu Ton de Leeuw. Het boek zette hem aan tot nadenken over alles wat bij hem tot dan toe louter intuïtief gebeurde. ‘Ik maakte gecompliceerde dingen, maar het had geen stijlzuiverheid. Ik gebruikte ritmes die misschien wel Beethovenachtig waren. En een totale wildgroei aan harmonieën, daar zat geen enkele logica in. Het boek: ik kwam er natuurlijk niet meteen helemaal doorheen. Het beluisteren van al die werken die hij behandelde, dat ging natuurlijk niet in Breda. Al hadden ze in de Openbare Bibliotheek wel heel wat partituren, die nam ik natuurlijk allemaal mee naar huis. Het was een snelkookpan, die eerste periode, ik verslond alles wat er binnen mijn bereik kwam.’

Van Bartók leerde De Raaff vraagtekens zetten bij het veronderstelde evenwicht van soorten van maten. ‘Dat je dat kunt omkeren en ombuigen, verknippen tot kleine miniblokjes die je helemaal naar je hand kunt zetten.’ De intensiteit en verfijning van Ligeti spraken hem aan, in tegenstelling tot de abstracte perfectie van Stockhausen, die hij te academisch vond. Hij luisterde naar Boulez en het viel hem op dat van alle muzikale parameters alleen de klankkleur vaak aan diens seriële systeem ontsnapte. ‘Boulez bleef meestal klankkleur vrijelijk inzetten, waarschijnlijk omdat dat nu eenmaal beter werkte.’ Je onttrekken aan een systeem als dat je beter uitkomt, die les nam hij zich ter harte.

‘Xenakis is voor mij nog altijd de meest gecompliceerde puzzel, moeilijk te doorgronden. Hij was als architect bezig met van die verwrongen, wiskundig berekende vormen en structuren. Dat is niet uit te werken in muziek, dacht ik, maar hij deed dat juist wel. Hij kwam daardoor uit op muziek die iets heel anders doet dan je verwacht, door bijvoorbeeld het metrum totaal uit te schakelen. Menig componist in die tijd zei: ik schrijf wel in een vierkwartsmaat, maar iedere tel is even belangrijk en de één mag absoluut het zwaartepunt niet zijn. Terwijl ze bezig waren daar formuleringen voor te vinden, loste Xenakis de kwestie in een klap op door een stuk te schrijven in een eenkwartsmaat. Dat soort dingen haalde ik uit zijn partituren, dat ontwikkelde mijn intellectuele kant.

‘De oerkracht die Stravinsky met zijn Sacre du Printemps ontketende, veroorzaakte Xenakis op een veel intellectualistischer manier. Neem Metastasis, daarin begint het hele strijkorkest unisono, homogeen, inclusief octaven wat in die tijd niet mocht. De eindsituatie is dat de strijkersgroep helemaal uit elkaar is getrokken tot een soort van supercluster van individuele instrumenten. Daarin komen de eerste viool ergens hier terecht, de twintigste ergens daar – Xenakis instrumenteert niet, hij veroorzaakt een enorme detailwerking. Alleen al met dat stuk heeft hij alle componisten van zijn tijd te kijk gezet. Xenakis was de eerste complete anti-romanticus.’

Maar de componisten die De Raaff voorlopig het meest aanspraken, waren de opvolgers van Brahms (dat zeggen ze zelf ook): Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern. ‘Ik was al bezig met de muziek van Berg voordat ik De Leeuws boek in handen kreeg. Jeroen Phaff, nu een bekende musicalster, was de zanger van onze band. Hij droeg allerlei muziek aan, Bartók, Sjostakovitsj, Barber, en op een goeie dag ook Berg’s opera Wozzeck. Daar kon ik op dat moment nog niet zo heel veel mee, maar ik was meteen onder de indruk van de buitengewoon krachtige, intense, maar ook lege muziek. Bij Schönberg kwam ik terecht doordat ik op de radio een uitvoering van Mahlers Tiende Symfonie hoorde. Dat was een ongelooflijk intense ervaring - dat muziek je zo kan pakken had ik nog nooit meegemaakt. Chailly had het stuk met het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin op cd gezet, die moest ik natuurlijk hebben. Daarop stond als laatste nummer de strijkorkestversie van Schönbergs Verklärte Nacht, ook dat maakte een enorme indruk op mij.’

Wat zijn oren hoorden en zijn gevoel hem zei, wilden zijn hersenen doorgronden. Hoe Schönberg met Verklärte Nacht voorgoed afscheid nam van Brahms om zich richting Wagner, chromatiek en atonaliteit te bewegen, en oneindig veel meer, las hij in Muziek van de Twintigste Eeuw. De Leeuw en De Raaff hebben elkaar nooit ontmoet, maar nadat De Raaff in 1995 van de Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging een prijs had gekregen voor De Vlucht van de Magiër, een kwintet voor sopraan, fluit, mandoline, gitaar en harp, bleek dat vooral jurylid De Leeuw volledig voor dit stuk gevallen. ‘Ik heb hem toen een brief gestuurd en daar heeft hij op een heel mooie manier op geantwoord. “Jij bent een componist die zijn eigen weg wel vindt”, schreef hij, dus van een ontmoeting kwam het niet.’ De Leeuw stierf kort daarna in 1996, een paar maanden nadat het stuk in première ging.

Dit artikel is een hoofdstuk in Terugstelen van de tijdhet zesde boek in een serie componistenportretten van November Music, het jaarlijkse nieuwe muziek-festival in Den Bosch. Klik hier om de complete publicatie te downloaden als PDF-bestand.

© Peter van Amstel - 2012