Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Robin de Raaff - Terugstelen van de tijd

05/11/2012

4 Structuur en intuïtie

Terugstelen van de tijdVan niet te onderschatten belang is, benadrukt De Raaff, dat hij tussen 1987 en 1992 twee computeropleidingen volgde en ging programmeren, voordat hij naar het conservatorium ging, ‘componeren en programmeren heeft voor mij van alles met elkaar te maken.’ Zo bedacht hij zijn eigen twaalftoonssysteem waarin niet alleen alle chromatische tonen, maar ook alle mogelijke intervallen binnen een octaaf precies eenmaal voorkomen. Zijn fluitsolo Contradictie I uit 1994 bouwde hij op uit zich herhalende reeksen van intervallen die zich niet na een octaaf, maar na een kleine sext herhaalden. ‘Een C bijvoorbeeld in het middenregister’, legt hij uit, ‘staat daardoor in een heel andere context en heeft een heel andere functie dan een C in een ander register.’

In twee artikelen voor het Tijdschrift voor Muziektheorie van 1997 en 1998 deed De Raaff onder de titel Kunnen getallen tot muziek leiden? uit de doeken hoe een vooropgestelde, door getallen gestuurde structuur de vorm en organisatie van een heel werk kunnen bepalen. En, veel belangrijker nog, betekenis, zeggingskracht en nieuwe vondsten opleveren. Het tweede artikel is een nabespreking over zijn toen net tot stand gekomen Dubbelconcert voor klarinet, basklarinet en orkest, zijn eerste opdracht voor Péter Eötvös en zijn ingang tot de Matinee op de Vrije Zaterdag. De Raaff studeerde toen nog.

‘Structuren krijgen natuurlijk pas een identiteit door de wijze waarop ze worden uitgewerkt’, scheef hij. ‘Toch leidt ook het experimenteren met abstracte structuren soms al tot zeer interessante resultaten. Neem bijvoorbeeld de structuur van het tweede deel van het Dubbelconcert.’ Hij liet zien hoe het eerste deel bestaat uit een klein en een groot segment in de verhouding 1:9. In het kleine segment spelen alleen de solisten, in het grote segment ook het orkest. Dan volgt het tweede deel, dat heeft de lengte van het lange segment uit het eerste deel, duurt dus 1/9 korter. Dit tweede deel is opnieuw gesplitst in twee segmenten, weer in de verhouding 1:9, het kleine voor de solisten en het grote met orkest. Deze procedure herhaalt zich steeds. ‘De schoonheid van deze structuur is’, volgens De Raaff, ‘dat het grote segment als geheel eigenlijk nooit aanbreekt. Het eerste deel van ieder groot segment is immers zelf weer een klein segment. Het resultaat is een zichzelf verdiepende lus, die tot in het oneindige kan doorgaan. Om de structuur eindig te maken, draai ik de laatste keer de proporties om. In elkaar opgesloten lusstructuren zie je heel veel in programmeertalen, daarmee kunnen gemakkelijk indrukwekkende grafische vormen worden gegenereerd. Ik bedenk dit soort structuren eigenlijk alleen maar om mijn fantasie te prikkelen. De eigenlijke werking ervan speelt zich af op een heel basaal niveau: je hoort steeds korter wordende tijdsblokken die de schijn wekken van een zich ontketenende natuurkracht.’

Even verderop in zijn artikel schreef De Raaff over overeenkomsten tussen zijn werk en het kubisme van Robert Delauney: ‘In zijn eerste kubistische schilderijen maakt het centrale perspectief plaats voor een weergave vanuit meerdere gezichtspunten. De vertrouwde oriëntatie op de waarneming van de werkelijkheid heeft in het kubisme plaats gemaakt voor een vanuit het schilderij ontwikkelde, autonome beeldstructuur.’ Mondeling licht hij verder toe: ‘Op soortgelijke manier behandel ik toonhoogte en samenklank, ritmiek en tijdverloop in mijn muziek. Stel je vier verschillende dirigenten voor die tegelijkertijd vier verschillende muziekstukken in vier verschillende tempo’s leiden. Dat is wat ik doe, ik werk in lagen. Ik laat de solist en het orkest zich voortdurend tegen elkaar afzetten, en tegen elkaar afsteken. Daarbij houd ik natuurlijk voortdurend de samenhang in de gaten. Het is zeker geen contrapunt, je kunt het opvatten als een auditieve analogie van visuele dimensies.’

De Raaffs eerste zuiver constructivistische ensemble- en orkeststukken waren Vis-à-Vis en het Dubbelconcert, allebei uit 1997. Het Concerto for Orchestra is ook een goed voorbeeld van een vrijwel zuiver constructivistisch werk. ‘Het denken in getallen heeft me heel erg geholpen, het draagt een eigen muzikale kracht in zich. Mijn systemen hebben alleen maar een schijnbare rigiditeit, ik gun mijzelf altijd een grote mate van vrijheid. In zijn artikel uit 1998 schreef hij het al: ‘Waar nodig onttrek ik me aan de dwang van het systeem, muzikale argumenten zijn voor mij altijd het belangrijkst.’ En: ‘Alle hierboven genoemde technieken dienen vooral een retorisch doel. Ze moeten een logisch en boeiend verhaal opleveren.’

Na het opschrijven van dit credo duurde het nog een jaar of vier totdat De Raaff, vrij plotseling lijkt het, besloot het structuralisme tenminste tijdelijk helemaal af te zweren. Hij moest wel. De opera Raaff diende zich aan, en componeren voor een bestaand libretto verdraagt zich niet met een autonoom constructivisme.

Dit artikel is een hoofdstuk in Terugstelen van de tijdhet zesde boek in een serie componistenportretten van November Music, het jaarlijkse nieuwe muziek-festival in Den Bosch. Klik hier om de complete publicatie te downloaden als PDF-bestand.


© Peter van Amstel - 2012