Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Robin de Raaff - Terugstelen van de tijd

07/11/2012

6 Schoonheid

Terugstelen van de tijd‘Such beauty, such depth, such truth’, emotioneel geraakt prijst M. in Raaff de stem van Dorothea, en daarmee impliciet de muziek die hij zelf schreef. Niet iedere kunstenaar of componist streeft schoonheid na, en wie het al te nadrukkelijk doet, moet waken voor behaagzucht en simplisme; koning Kitsch ligt op de loer. Mozart was een genie maar geen revolutionair, daarom vonden de meesten van zijn welopgevoede tijdgenoten zijn muziek mooi. Maar misschien even geniale componisten die in de twintigste eeuw wel radicaal te werk gingen, konden op afkeur en onbegrip rekenen.

Charles Ives schreef als toelichting bij zijn publicatie van 114 Songs in 1922, teleurgesteld over de algemene weerzin tegen zijn revolutionaire muziek: ‘Is not beauty in music too often confused with something which lets the ears lie back in an easy-chair?’ Hij ging er geen toegankelijker noten om schrijven. Debussy evenmin, die 22 jaar eerder nog een graadje pessimistischer aan de dichter Pierre Louÿs schreef: ‘Alleen stellen mensen de schoonheid niet erg op prijs omdat ze die hinderlijk vinden, ze kunnen haar niet inpassen in hun lelijke kleine geest.’ Robin de Raaff laat zich ook al niet verleiden tot een knieval voor het publiek, hij laat zich niet weerhouden van het schrijven van eigenzinnige, complexe muziek. Maar het streven naar schoonheid, is dat voor hem een drijfveer? ‘Jazeker mijn belangrijkste zelfs.

‘Schoonheid, die voel je natuurlijk zelf heel goed aan, maar het is soms onmogelijk te beschrijven waarom jij dit of dat een mooi moment vindt. Je krijgt poëzie in je muziek door net zo lang te zoeken en alles op elkaar af te stemmen totdat het ontstaat. Het zit hem in het openleggen, het openbaren van iets, iets ontbloten. Dat kan zich afspelen op het niveau van iets heel kleins, een bepaalde melodie in een Mozartsonate of een intens moment in de structuur, of het nou bij Johann Sebastian Bach is, bij Jaco Pastorius, of bij Boulez of Berio. Het heeft met eerlijkheid te maken, met oprechtheid in de muzikale taal. Ik wil dat er een bepaalde helderheid ontstaat, vanaf allereerste stuk Athomus. Met mijn muziek zeg ik dingen die ik echt voel, dat heb ik altijd gedaan.’

Dat lijkt zich moeilijk te verhouden tot het constructivisme van zijn eerdere periode, het structuralisme waarnaar hij nu weer een beetje terugverlangt. Met een uitspraak als 'Het getal verleent me in orkeststukken een schijn van waarheid', zoals hij in 2002 aan journalist Mischa Spel van NRC Handelsblad toevertrouwde. ‘Het ging erover’, legt hij uit, ‘dat indeling van de grote tijd, de structuur, enorme gevolgen heeft voor de kleine tijd, het verloop van noot tot noot. Voor het componeren helpt een goeie planning en berekeningen maken enorm. Maar het gaat verder dan dat. Vooraf structureren geeft me het gevoel dat ik iets waarlijks aan het opbouwen ben, zonder dat zelfs nog maar muziek aan is verbonden. Ook dan spelen schoonheid, diepte en waarheid al een rol, die drie emotionele grootheden zijn de drijfveren bij alles wat ik maak.

‘Structuur is voor mij een onmiddellijke muzikale uiting, niet slechts een onderverdeling van de tijd maar een muzikale ervaring. Omdat muziek zich afspeelt in de tijd, is er een sterke relatie tussen de structuur van een muziekstuk en het tijdsverloop; vooral Stockhausen heeft die relatie uitvoerig onderzocht. Muziek ontvouwt zich in de tijd én is een uitdrukking van de tijd zelf; daar greep op te krijgen is voor een componist misschien wel de grootste uitdaging. “De tijd is een veelvraat, de tijd is een dief”, zingen de geliefden Sid en Nancy in Benjamin Brittens opera Albert Herring. Maar ik steel iets terug van de tijd door hem naar mijn hand te zetten, ik laat de tijd voor mij werken. Zoals in het tweede deel van het Dubbelconcert, waar de consequente verkorting van de duur van de segmenten een zuiver muzikale ervaring oplevert.

‘Overigens, het opzetten en uitwerken van een compositie kost enorm veel tijd, daarvan win je iets van terug bij iedere uitvoering in het bijzijn van mensen die daar allemaal hun tijd aan besteden. Tijd is wat mij betreft het grootste goed dat je met anderen kunt delen.

‘Ik zoek altijd naar manieren om de structuur te promoveren van een abstracte achterlaag naar een hoorbaar fenomeen op de voorgrond. En dat dan gekoppeld aan alle andere muzikale krachten die in het spel zijn. Ik maak de structuren messcherp, zodat ze bijna zichtbaar worden. Alles ontwikkelt zich parallel aan elkaar, en ik denk direct vanuit de mogelijkheden van de instrumenten en het orkest; instrumenteren is voor mij het componeren zelf. Mijn muziek is in feite heel melodisch, het horizontale aspect staat bijna altijd voorop. Ik koester het idee dat er een perfecte melodie bestaat, het perfecte vervolg op de twee noten die je al hebt. En mijn stukken hebben altijd een climax, meestal meerdere zelfs. Die komen niet uit de lucht vallen, iets dat al die tijd al half verscholen aanwezig was, wordt dan in zijn ware naaktheid vertoond. Zo helpt structuur bij het aanbrengen van een innerlijke logica, bij het bouwen van het ultieme bouwwerk. Bach was daar onovertroffen in, bij hem vindt je precies alles waar we het nu over hebben: oprechtheid, eerlijkheid en schoonheid. Dat komt doordat iedere noot die hij schreef onvermijdelijk is.

Niet toevallig bewondert De Raaff Xenakis, de rekenmeester die architect was van zowel gebouwen als muziek. Hij noemt Frank Gehry (Guggenheim Museum, Bilbao), de geraffineerd monumentaal bouwende Louis Kahn, en Richard Meier (stadhuis-bibliotheek van Den Haag met zijn terugspringende en kromme gevelvlakken, vrijstaande kolommen, glazen dakbedekking: licht, lucht en ruimte). Hij roemt Falling Water van Frank Lloyd Wright, de spectaculaire villa die vrij lijkt te hangen boven een rivier. ‘Wright was van de totaalarchitectuur, hij bepaalde niet alleen de ruimtes, nee, hij ontwierp ook de stoelen en bepaalde waar ze moesten staan. Waar je iets mocht ophangen, waar de boeken moesten staan, waar je naar muziek mocht luisteren. Als je dat alles weg zou halen, zou je het hele bouwwerk ontkrachten, het ontdoen van zijn identiteit.’ Dus niet alleen het bouwwerk moet deugen, ook het interieur; niet alleen het grondplan, de detaillering ook. Zoals in het werk van Robin de Raaff zelf: ‘Ja, op mijn muziek is het begrip design zeker van toepassing, in de letterlijke zin van het woord.’

Evenwicht en contrast, samenhang en perfectie, gecombineerd met helderheid en verrassing - in die combinatie zit tenminste een aanzet tot schoonheid. Zoals bij Meier die niet alleen functionele gebouwen schept, maar daarbinnen ook oogverblindend mooie ruimtes, in precies de goede verhoudingen. ‘Bij hem zie ik monumentale grootsheid tegenover heel kleine beslissingen die direct voelbaar zijn’, zegt De Raaff naar aanleiding van en bezoek aan het Museum für angewandte Kunst in Frankfurt. ‘Ik ben er eens het hele gebouw doorgelopen zonder ook maar een blik te werpen op de tentoonstelling van dat moment. Voor mij heeft componeren veel met architectuur te maken. Al weet je natuurlijk nooit wat een luisteraar daarvan merkt, als iemand door mijn architectuur loopt.’

Dit artikel is een hoofdstuk in Terugstelen van de tijdhet zesde boek in een serie componistenportretten van November Music, het jaarlijkse nieuwe muziek-festival in Den Bosch. Klik hier om de complete publicatie te downloaden als PDF-bestand.


© Peter van Amstel - 2012