Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Ik componeer ieder stuk drie keer

15/12/2012

Klas Torstensson

Klas TorstenssonAls Klas Torstensson (Nässjö, 1951) al niet de uitvinder van een ware slow cooking-variant van componeren mag heten, dan is hij toch zeker een vooraanstaand vertegenwoordiger daarvan. Nadat hij zo snel als hij kon afstudeerde als klarinettist aan Ingesund’s Musikhögskolan (“Om er vanaf te zijn”, legt hij uit, om hoofd en handen vrij te hebben voor componeren). Daarnaast studeerde hij twee jaar muziekwetenschap aan de Universiteit van Göteborg. In september 1973 meldde hij zich bij het Instituut voor Sonologie te Utrecht, vanwege de elektronica en de computers daar. En vanwege de opgewekt vrijpostige Nederlandse manier van omgaan met de klassieke muziektraditie.

Hier, merkte hij, waren de circuits van oude en nieuwe muziek, van rock en jazz allang niet meer strikt gescheiden. “Nederland was een land waar ons soort componisten werd gewaardeerd, onze muziek had hier bestaansrecht.” Binnen de kortste keren speelde het Amsterdams Studenten Kamer Orkest (het tegenwoordige Asko|Schönberg) zijn werk, en wat later De Volharding. Dus Klas Torstensson bleef.

Drie lange tegen elkaar geschoven tafels onder meterslange buislampen vormen het riante werkblad van de componist, zijn manier van componeren vraagt behalve tijd ook ruimte en helder licht. Daarop ordentelijke stapels schetsen en partituren. Een puntenslijper. De computer staat op een klein bureau ertegenover – die speelt tijdens het componeren geen rol. Klas Torstensson schetst, tekent en schrijft muziek met potlood, pen en liniaal op ruime vellen papier. “Ik ben opgegroeid in een provincieplaats omringd door bossen en meren, en houthakken is mijn hobby”, zegt hij gekscherend. Geeft hij daarom de voorkeur aan het potlood boven de computermuis?

Vaststaat dat zijn muziek anders had geklonken zonder zijn genenpakket inclusief zandgronden en naaldbossen, ijsvlakten en het noorderlicht. “Net als het nordic light bestaat er zeker ook een nordic sound”, zegt Torstensson. Verstild misschien, en niet lichtvoetig?  “Nee, zeker niet lichtvoetig. Denk aan lange winteravonden. Een zware winterdepressie is ongeveer het grootste geluk dat een Scandinaviër kan overkomen. En dan die blijdschap, het ongelooflijke geluk als de zon zich weer laat zien.”

De in Zweden enthousiast beoefende volksmuziek klinkt zelden zo direct herkenbaar door in Torstenssons composities, als in zijn Pocket Size Violin Concerto. Vroeger speelde hij die muziek zelf, na een spoedcursus viool. “Dat concerto zegt meer over mij dan over volksmuziek”. Frequenter zijn de verwijzingen naar de Zweedse natuur. In een vroeg werk voor koor, zes percussionisten en geluidssporen zingt en knalt het barstende ijs. Soms zit de verwijzing in het plot. De opera De Expeditie gaat over Zweedse wetenschappers die in 1897 als ballonvaarders het Noordpoolgebied in kaart wilden brengen. In Self-Portrait with Percussion voor groot ensemble uit 2006 vallen rake klappen, ongetwijfeld samenhangend met Torstenssons houthakkershobby.

Maar gewoonlijk liggen de noordse invloeden minder aan de oppervlakte. Even duiken ze op in de adembenemende liederencyclus In Großer Sehnsucht voor sopraan en pianotrio die Torstensson voor zijn vrouw schreef, de sopraan Charlotte Riedijk: vijf portretten van imposante vrouwen uit Frankrijk, Mexico en Polen (later Duitsland), met teksten in hun moedertalen, of althans woorden daaruit. Nauwelijks Zweden hier, alleen in het derde lied over Cristina di Svezia, de koningin van Zweden die stierf in Italië. Maar neem de lyrische passages van zijn orkestwerken. Of Urban Songs, met kreten uit een computerhandleiding en flarden citaat van het Britse hiphopduo The Wee Papa Girl Rappers. In Torstenssons muziek zit zijn herkomst meestal verstopt in de zeggingskracht, in de schoonheid, in de helderheid van de structuur.

Dat alles komt niet vanzelf, en al helemaal niet snel. “Ik componeer ieder stuk drie keer”, legt Torstensson uit. Het is niet ongewoon dat hij weken werkt aan een compositie van twintig minuten, want alles moet perfect zijn, niet alleen het eindresultaat maar iedere fase op zich. “Eerst teken ik een schema, dat heeft alles te maken met probleemoplossend gedrag: hoe houd ik de aandacht van een luisteraar twintig minuten vast? Daar hoef ik nog geen noten voor te verzinnen, ik teken alleen een spanningsboog. Misschien die spanning nog wat opvoeren door een beetje uitstel, en ja, hier een hoogtepunt. En dan weer afbouwen, maar hoe? Nee, toch nog even niet, nog even door en dan... Ik bouw het hele stuk als een serie black boxes, nog niet gevuld met materiaal maar met spanningsbogen.” Pas als dat helemaal klaar is, vult hij ze met bouwstenen, gaat hij op zoek naar details en precies de goede noten. Dat is fase twee.

Dan komt die lange tafel van pas, daarop spreidt hij zijn schetsen uit, desnoods een gedeelte op de grond. En hij ziet of het goed is. Na die eerste twee fasen is de compositie voor hem eigenlijk af. “In mijn hoofd klinkt het dan al als een stuk, ik zou het daarbij kunnen laten als het alleen voor mijzelf was.” Maar de muziek moet door anderen worden uitgevoerd, gespeeld voor een publiek. Dus dan volg fase drie. “Achter de piano controleer ik of mijn voorstellingvermogen zó goed was dat ik inderdaad heb opgeschreven wat ik horen wil.”

Of hij nu voor vijf elektrische gitaren en tien koperblazers schrijft, zoals in Electric/Brass dat in december tijdens het festival Amsterdam Electric Guitar Heaven te horen was, of voor solo-stem of bigband: het procedé is hetzelfde, altijd. En omdat hij ruim de tijd neemt, doet Torstensson onwaarschijnlijke vondsten, kan hij eerst ideeën bedenken en ontwikkelen, dan perfectioneren en uitvoeren.

Zo gebruikt hij het uit houten kisten opgetrokken drumstel dat de slagwerker bouwde voor de David Kweksilber Big Band, binnenkort te horen in Muziekgebouw aan ‘t IJ. “Ik wil de percussionist flink laten uithalen, maar niet op een peperdure marimba. Een stel houten kisten klinkt minstens even interessant, en die mogen desnoods kapot.” Breekbare muziek is dan weer te verwachten in een werk voor het New European Ensemble, met de première in april.

© Peter van Amstel - 2012