Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

promotie van NL muziek in het buitenland

15/01/2008

Balanceren op de rand

“In Duitsland zijn we jaloers op de Nederlandse manier van muziek promoten”, zegt programmeur Peter Schulze van JazzFest Berlin. Ken Pickering van de Coastal Jazz and Blues Society in Vancouver herinnert zich de Oktober Meeting in het Bimhuis in 1991 als een sleutelmoment: “Dat was een ongelooflijke gelegenheid, niet alleen om Nederlandse muziek te horen, maar om een snapshot voorgeschoteld te krijgen van de hele Europese geïmproviseerde muziekscene.”

Voortbordurend op die legendarische bijeenkomst organiseert de Dutch Jazz Connection (onlangs opgegaan in Muziekcentrum Nederland) sinds 1998 tweejaarlijks een Dutch Jazz Meeting, een forse reeks korte concerten bedoeld als staalkaart van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek, van hard core impro tot swingende Paramaribop. Sinds 2005, na de verhuizing naar het riante gebouw aan de oever van het IJ, is ook een informatiemarkt er een vast onderdeel van. Vele tientallen Nederlandse musici presenteren zich zo aan vele tientallen buitenlandse smaakmakers.

de wijde wereld in
Zo’n duwtje in de rug op weg naar het buitenland is fijn, maar veruit het meeste werk moet komen van de musici zelf. Of, als het even kan, van een agent of impresario. Saxofonist Yuri Honing reist met zijn trio de hele wereld rond, mede dankzij de inzet en goede zorgen van impresariaat Jazz in Motion. De agente van de vanuit Nederland opererende zanger en bandleider Neco Novellas besteedt wekenlang al haar werktijd aan het bestoken van buitenlandse festivals.

Lang niet iedereen kan zich zo’n vertegenwoordiger veroorloven, sommige musici lukt het op eigen kracht de verre buitenlanden te veroveren. Zoals pianist Albert van Veenendaal, saxofoniste Tineke Postma en zangeres Monika Akihary, die ieder hun eigen impresario’s zijn. Een standaard recept voor succes kunnen zij niet te geven, maar reislust, daadkracht en doorzettingsvermogen zijn de onmisbare ingrediënten.

Op reis gaan om te spelen, te studeren of je oren de kost te geven is een goed begin. Zo voer de achttienjarige Han Bennink in 1960 met cruiseschip de Maasdam naar New York als drummer van een swingtrio met zangeres. Eenmaal aan land hoorde hij de radicale multi-instrumentalist Ornette Coleman spelen met drummer Charles Moffett, en nog geen jaar later trad Bennink zelf regelmatig op met Amerikanen van naam: Johnny Griffin, Ben Webster, Eric Dolphy.

Bijna een halve eeuw later volgde Tineke Postma in zijn kielzog, per vliegtuig weliswaar, nog studerend aan het conservatorium en met een reis- en studiebeurs op zak. Voor zij het wist stond ze met de Amerikaanse band Sisters in Jazz onder leiding van slagwerkster Terri Lyne Carrington op het podium van Carnegie Hall. Vervolgens speelde deze beroemde drumster mee op Postma's tweede cd, waarna Carrington haar pupil Postma weer uitnodigde voor een plaats in de band van Billie & me, een project ter ere van Billie Holliday. Daardoor speelde de saxofoniste in 2005 ineens met grootheden als Dianne Reeves en Nancy Wilson.

showcase en marktkraam
Jong op reis en snel succes, dat is niet voor iedereen weggelegd. Dan biedt misschien het spelen in een showcase of het bemannen van een kraam soelaas.

Soms is het meteen raak. In het geval van Boi Akih bijvoorbeeld, het duo van Monika Akihary en gitarist Niels Brouwer dat verfrissende combinaties aangaat met musici als de Indiase tablaspeler Sandip Bhattacharya en jazzcellist Ernst Reijseger. Na hun optreden op de Dutch Jazz Meeting in 2005 meldde het Jazzkaar Festival in Estland zich, en programmeurs uit Letland, Hongarije en Duitsland. Het Franse festival Jazz sous les Pommiers in Coutances nodigde het viertal uit, er volgde een uitnodiging voor een Russische tournee langs de Wolga.

Zoveel resultaat is uitzonderlijk, weet pianist Albert van Veenendaal. Zijn ervaring met spelen op de Dutch Jazz Meeting was teleurstellend; niet één concert leverde het hem op. Niettemin speelde hij jarenlang regelmatig in Frankrijk en Duitsland met drummer Michael Baird, hij toerde in Polen met saxofoniste Esmée Olthuis. De band Tetzepi bracht hem naar Rusland en Zweden.

Voor Van Veenendaal is spelen in het buitenland een van de aantrekkelijke kanten van zijn vak, al kan hij er niet van leven. Hij houdt het hoofd boven water door muziek te schrijven en te arrangeren, hij geeft lessen en is adviseur van een fonds. En Van Veenendaal speelt zo veel mogelijk in allerlei combinaties. In negen groepen maar liefst van zeer uiteenlopende snit.

luisterliedjes
Het boeken van Nederlandse musici is voor buitenlanders om verschillende redenen de moeite waard. Musici met een perfecte timing, onberispelijk stijlgevoel en jaloersmakende virtuositeit maken een kans. In Japan bijvoorbeeld, waar een groot publiek hunkert naar standards, mainstream jazz en luisterliedjes.

Wie de programmeurs van grote festivals wil bereiken moet meer bieden dan dat. Ideaal is de combinatie van een fonkelnieuw, eigen geluid en grote zeggingskracht. De festivalprogrammeurs roemen nog altijd de radicale vindingrijkheid van de vernieuwers uit de late jaren zestig (Breuker, Mengelberg, Bennink) en de avontuurlijksten onder hun navolgers. Het ICP Orkest en het Breuker Collectief zijn nog altijd in trek.

Nod Knowles van het Engelse Bath Festival, vindt dat ook heel wat jongere musici interessante muziek spelen, “Yuri Honing, zijn bassist Tony Overwater, pianist Michiel Borstlap, om er een paar te noemen. Zij zijn niet echt behoudend, hun muziek is geen hardbop en ze proberen niet als Blue Note-spelers te klinken.” Maar, voegt hij er wel aan toe: “Ze balanceren níet op de rand. Je voelt dat het niet echt experimenteel is, niet venijnig of vooruit dwingend.” Schulze van JazzFest Berlin vult aan: “Het is zeker niet afgelopen met Holland. Ab Baars is natuurlijk iemand om in de gaten te houden. Anton Goudsmit is een perfect voorbeeld voor de nieuwe generatie. En het wordt multicultureler, dat zie je aan mensen als Mola Sylla, Alexei Levin en Michael Moore.”

Spelen in het buitenland heeft aantrekkelijke kanten, er valt zeker wat te verdienen al wordt vrijwel niemand er rijk. Zelfs Han Bennink niet, toch gepokt, gemazeld en wereldberoemd. “Ze noemen me wel eens een cultureel ambassadeur, maar dan zou ik ook graag als zodanig behandeld worden". Hij denkt aan het reizen in de goedkoopste vliegtuigstoelen, aan "heel soms een leuk hotel" en "is er een kleedkamer of wordt het weer omkleden op het toilet?". Maar eenmaal bijgekomen van de jet lag werkt Bennink eigenlijk overal graag: "Al is het nog zo'n waardeloze plek, als de muziek maar lukt. Dan is het gewoon fijn dat onze muziek buiten de grenzen wordt gehoord."

seminargids Dag van de Nederlandse jazz

© Peter van Amstel - 2008