Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Arthur Kleintjens, Ruud Visschedijk

24/06/1999

Duke in het Concertgebouw

Alle grote sterren van de jazzhistorie zijn dood, dus gingen medewerkers van het Filmmuseum op zoek naar films en video’s met de jazzgrootmeesters. ‘Het materiaal dat we tijdens American Adventures laten zien is afkomstig uit Amerikaanse en Europese archieven, en van verzamelaars’, vertelt samensteller en jazzliefhebber Ruud Visschedijk. ‘De meeste films zijn zelden of nooit in Nederland vertoond’. Samen met projectleider Arthur Kleintjens licht hij het programma toe.

‘Jazz is op verschillende manieren gekoppeld geraakt aan film. Tot eind jaren twintig hadden jazz en film ogenschijnlijk niets met elkaar te maken, simpelweg omdat films nog geen geluidsspoor hadden. Toch was er wel een verband, want zowel film als jazz waren uitingsvormen van een nieuw tijdperk, zeker in Europa. Snelheid, modernisme, Amerikanisme, daarom ging het zowel in film als in jazz.

‘In de eerste speelfilm met geluid, The jazz singer uit 1926, kwamen jazz en film bij elkaar. Maar speelfilms kom je in dit programma niet tegen. Die zijn ook prachtig, maar daarin gaat het er over hoe jazz of het leven van jazzmuzikanten wordt omgezet in een verhaal. Het leek ons een goed idee het programma te beperken tot documentaire registraties van concerten. Op een enkele uitzondering na.’

Videoclip
‘Het heeft tot midden jaren dertig geduurd tot jazz en film echt een vruchtbaar huwelijk met elkaar aangingen. Vooral Duke Ellington heeft daar aanvankelijk aan bijgedragen. We laten een filmpje zien uit ons eigen archief, dat heet Symphony in black. Billy Holiday zingt de blues, op straat onder een lantaarnpaal, na een echtelijke ruzie. De scènes zijn doorsneden met fragmenten van de spelende band. Het is eigenlijk een soort videoclip avant la lettre.

‘Wij hebben die film in ons bezit gekregen doordat hij ook in Nederland heeft gedraaid. Mede dankzij dit soort filmpjes waren hij en vele andere grote jazzmusici hier al bekend als beroemde artiesten voordat ze deze kant op kwamen. Dat kwam omdat aan de hoofdfilm in een bioscoop destijds een lang voorprogramma vooraf ging. Daarin zag je een animatiefilm, een journaal, een wetenschappelijke film en ook heel vaak een musical short. Die musical shorts bestonden uit een paar nummers uit een concertregistratie, of het waren korte speelfilmpjes, zoals Symphony in black.’

‘Met Jammin’ the blues legde Gjon Milli in 1944 voor het eerst de sfeer van een jazzsessie treffend vast. Hij filmde de musici zwoegend en rokend, gebruikte scheve kaders en felle zwart-witcontrasten. Zijn film ademt met die kringelende rookslierten tegen een donkere achtergrond dezelfde broeierige sfeer als de hoesfoto’s van de Blue Note-platen uit die tijd.

Gevoel en emotie
‘Op zoek naar meer materiaal werd het ons al snel duidelijk, dat er behalve die musical shorts en speelfilms (vanaf de jaren vijftig) weinig jazzfilms voor de bioscoop zijn geproduceerd. Zodat we vanzelf terecht kwamen in de televisie-archieven. De musical shorts zijn als genre door de televisiemakers gekannibaliseerd. Begin jaren vijftig was het vertonen van drie, vier nummertjes muziek in tien minuten als intermezzo op tv heel gebruikelijk.

‘Televisie werd al snel enorm invloedrijk, ook in Europa. Daar wilden jazzmusici natuurlijk van mee profiteren. Zoals veel mensen voordien in de bioscoop kennis maakten met jazz, verschenen muzikanten als Miles Davis en John Coltrane nu in de huiskamer. Televisie verleende de muzikanten een superstatus.
‘De jazz van de jaren vijftig drukte wel een radicaal ander levensgevoel uit dan die van de jaren dertig. Sinds Charlie Parker (van wie trouwens geen beeldmateriaal te vinden is) was een jazzmusicus een lijdende, spuitende en drinkende kunstenaar. In plaats van vrolijk met de beentjes van de vloer te gaan, zoals voordien bij Louis Armstrong en Fats Waller, werd het publiek geacht te luisteren. Het ging nu om klankkleuren en atmosfeer, om gevoel en emotie.

‘Dat is mooi te zien in de opnamen uit 1957 van Billy Holiday met onder anderen Lester Young en Gerry Mulligan. De sessie speelde zich af in een heel grote studio, de camera had een enorme beweeglijkheid. Die gleed langs de solisten, langs het orkest, dook er van bovenaf in. Er werd weinig in gemonteerd. Er is duidelijk heel goed over nagedacht hoe ze die muziek in beeld moesten brengen.’

Dierentuin
‘Diezelfde zorgvuldige aanpak zie je terug in de registratie van het historische optreden van Duke Ellington in 1958 in het Concertgebouw. En in de beroemde BBC-serie Jazz 625 uit de jaren zestig. Daar stonden iedere week beroemde bands en solisten in de studio. Count Basie, Thelonious Monk, Red Allen, het zijn allemaal klassieke opnamen.

‘We laten ook een paar festivalregistraties met belangwekkende musici zien. Zoals het optreden van tenorsaxofonist en pianist Archie Shepp op het festival in Chateauvallon in 1973. En van saxofonist Sonny Rollins op het Jazzfestival in Laren in datzelfde jaar.

‘Daarnaast hebben we allerlei curiosa toegevoegd. Waaronder, speciaal ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Duke Ellington, een filmpje waarin hij is te zien tijdens een bezoek aan een Hollandse dierentuin.’

Peter van Amstel


American Adventures, juni-juli 1999, Amsterdam © Peter van Amstel - 1999