Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Sounds of Chicago - Johnny Griffin en Von Freeman

25/06/1999

The fastest gun en de burgemeester

‘De programmering van het Bimhuis is eigenlijk continu een Amerikaans avontuur’, zegt programmasamensteller Huub van Riel. Maar in het kader van American Adventures wilde hij iets bijzonders bieden. Dus benaderde hij Von Freeman in Chicago en Johnny Griffin in Parijs met de vraag of ze samen wilden komen spelen. Daar hadden ze wel oren naar. ‘Zij horen bij de beste saxofonisten ter wereld’, stelt Van Riel tevreden vast. ‘Die twee op één podium, dat is uniek.’

‘Er zijn twee superieure tenorsaxofonisten uit de boptraditie, allebei inmiddels in de zeventig maar op de top van hun kunnen’, legt Van Riel uit. ‘Freeman is zo’n beetje de verpersoonlijking van de jazz-scene in Chicago. Zoek maar eens naar een Internet-site over Chicago-jazz, daarop vind je steevast zijn foto.’ Ook Griffin groeide op in Chicago, waar hij destijds regelmatig met Freeman optrad.

Dat accent op Chicago, terwijl New York toch al sinds jaar en dag het centrum is van de moderne jazz, is niet toevallig. Van Riel: ‘Muzikanten daar hebben de laatste tijd een opvallend open houding ten opzichte van collega’s in Europa. Nederlanders als Misha Mengelberg en Ab Baars spelen daar nu met enige regelmaat. Er zijn allerlei samenwerkingsverbanden ontstaan tussen groepen musici uit Chicago met mensen van hier.’

Zwemmen of verzuipen
Bovendien heeft de generatie van Freeman en Griffin een hoop tenorsaxofonisten voortgebracht, grote namen uit de jaren vijftig, de bop- en de hardbop-tijd. ‘Het is interessant om op deze manier te benadrukken’, vindt Van Riel, ‘dat er in Chicago tot op de dag van vandaag altijd een heel sterke lokale scene heeft bestaan.

Chicago werd in de tweede helft van de jaren twintig de hoofdstad van de jazz, onmiddellijk na New Orleans. Door de slechte leefomstandigheden daar vertrokken veel mensen richting Chicago. ‘De mooiste klassieke platen van Louis Armstrong zijn uit die periode. Die muziek was weliswaar geboren in New Orleans, maar de bloeitijd van New Orleans-muziek viel eigenlijk eind jaren twintig in Chicago.’

De jonge Earl Levon Freeman (1922) speelde toen al heel behoorlijk piano. En klarinet, die hij op zijn zevende verruilde voor de saxofoon. In 1946 vormde hij met zijn broer George een trio, gespecialiseerd in het begeleiden van passerende solisten van het kaliber Roy Eldridge, Dizzy Gillespie en Charlie Parker.

De ruim vijf jaar jongere Johnny Griffin (1928) was destijds lid van de band van Lionel Hampton. Op zijn twaalfde had hij zich na een optreden van Gene Ammons bekeerd van piano en steel-guitar tot saxofoon. Toen hij zeventien was kon hij als invaller meespelen met Hampton, met wie hij twee jaar zou blijven samenspelen. Bovendien maakte hij er een gewoonte van zo veel mogelijk jamsessies af te lopen, om te leren volgens de methode ‘zwemmen of verzuipen’.

Inmiddels was het brandpunt van de jazz verschoven naar New York, ook Griffin reisde regelmatig heen en weer voor optredens en plaatopnamen. Toch was de rol van Chicago niet uitgespeeld. Van Riel: ‘Met de opkomst van free jazz, avant garde, of hoe je het ook wil noemen, begon een nieuwe belangrijke periode.’

Bimhuis en Kroeg
Midden jaren zestig ontstond er een soort nieuwe Chicago-school onder aanvoering van de Association for Advancement of Creative Music, waarbij veel musici zich aansloten. Daar waren de belangrijke leden van het Art Ensemble of Chicago bij, rietblazer Roscoe Mitchell, trompettist Lester Bowie. ‘En, niet te vergeten, pianist Muhal Richard Abrams’, vult Van Riel aan, ‘hij is zo’n beetje de aartsvader van die school. Hij leidde een big band die fungeerde als doorgangshuis voor talloze musici. Zijn naam is zo’n beetje het synoniem van AACM.’

Ook Freeman speelde veel en graag met de muzikanten van de AACM. Hij wordt wel gezien als een van de initiatiefnemers van de beweging, maar trad nooit toe als lid. ‘Ik ben altijd meer een eenling geweest’, legde hij eens uit, ‘en dat heeft me misschien geen goed gedaan’. Daarmee zal Freeman niet zijn spel hebben bedoeld, maar veeleer het feit dat hij nooit zo beroemd is geworden als hij verdient.

‘Dat komt ook omdat hij altijd in Chicago is gebleven’, legt Van Riel uit. ‘Freeman houdt niet van reizen. Hij is bekend bij kenners en zijn naam komt voor in alle boeken, maar daardoor is hij nooit enorm populair geworden. Hij kwam pas in 1977 voor het eerst deze kant op, een optreden tijdens het Jazzfestival was zijn Europese debuut. Aansluitend speelde Freeman een aantal concerten in het Bimhuis en in de Kroeg, het jaar daarop legde hij die route nogmaals af. In 1979 stond hij op het Northsea Jazzfestival. Daarna bleef vrijwel stil rond Freeman.

Van Riel: ‘Ik heb hem de afgelopen jaren diverse malen uitgenodigd. Tevergeefs. Hij speelt ontzettend veel in clubs voor eigen publiek, hij heeft vaste gigs die jaren duren. Freeman is echt de jazzburgemeester van Chicago.’ Toch kostte het ditmaal weinig moeite hem over te halen. ‘Ik heb hem uitgelegd dat we het programma ophangen aan Chicago. Dat daar zonder hem natuurlijk geen sprake van kon zijn. Maar het samenspelen met Griffin, dat gaf waarschijnlijk de doorslag.’

Explosieve attack
Griffin was al veel eerder dan Freeman in Nederland, tijdens een tournee in 1962 speelde hij hier met Wim Overgaauw en Han Bennink. Het jaar daarop toerde hij door Nederland met het trio van Pim Jacobs, waar ook Bennink deel van uitmaakte. En negen jaar nadat hij in New York een tijd lang met Thelonious Monk had gespeeld, ontmoette hij de legendarische pianist opnieuw in Nederland. Dat was in 1967 tijdens het New Port Jazzfestival in de Rotterdamse Doelen.

Het beviel Griffin uitstekend aan deze kant van de oceaan. ‘Ik speelde voor mensen van alle leeftijden, door het enthousiasme dat hier ik tegenkwam voelde ik me als een kind met Kerstmis,’ meldde hij enthousiast. In 1978 betrok hij een boerderij in Bergambacht. Van Riel: ‘Hij kende natuurlijk heel wat musici in Nederland, maar hij hield zijn carrière altijd goed in de gaten. Daarom heeft hij zich nooit laten opnemen in een lokale scene. Griffin is getrouwd met een Nederlandse, dat was misschien wel de belangrijkste reden om hier te komen wonen. Hij gebruikte Nederland als uitvalsbasis.’

Griffins spel is ‘fel, snel en lyrisch, exploderend in snelle stukken ‘, prees een Nederlandse recensent de saxofonist in 1978, ‘hij is op en top een hardbopper’. Volgens een Amerikaans collega heeft zijn toon ‘een licht hysterisch randje wat, op zijn beste momenten, een bijna onbeheersbare opwinding teweeg brengt’. Bovendien heeft Griffin de reputatie van fastest gun, de snelste en accuraatste tenorsaxofonist ooit.

Freeman wordt geroemd om zijn explosieve attack en complexe lijnen die hij doorspekt met expressieve effecten. ‘Je kunt de Chicago-saxofonisten herkennen aan een wat merkwaardig klinkend hoog’, voegt Van Riel daaraan toe. ‘Ze hebben de neiging om snel de hoogte in te schieten. Bij Freeman klinkt dat heel vreemd soms, op de rand van onzuiver. Al weet hij natuurlijk precies wat hij doet.’

Zweet en tranen
Voor de begeleiding tijdens American Adventures is gekozen voor de Amerikaanse pianist Horace Parlan, volgens Van Riel ‘een van de beste pianisten van die generatie’. Han Bennink zal achter het slagwerk zitten, Van Riels bewuste eerste keus. De beide saxofonisten zijn het er van harte mee eens, dat is op zichzelf al een garantie voor een onvergetelijk concert.

Want iemand als Von Freeman stelt zijn eisen hoog: ‘Dit is een kunst die maar weinigen gegeven is. Het is iets waarvoor je echt moet studeren en werken, zweten, vechten en huilen om het te pakken te krijgen.’

Peter van Amstel


American Adventures, juni-juli 1999, Amsterdam © Peter van Amstel - 1999