Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Rudi Fuchs in het Concertgebouw

03/07/1999

Muziek met lichtbeelden

‘Over het algemeen ben ik niet zo voor die vermenging’, bekent Rudi Fuchs. ‘Voor de muziek ga je daarheen, voor de kunst kom je hier.’ Maar voor een concert tijdens American Adventures in de kleine zaal van het Concertgebouw maakt de directeur van het Stedelijk Museum een uitzondering. Op 3 juli speelt daar het Asko Ensemble werk van Feldman en Cage, Fuchs vertoont er passende beelden bij. Bovendien is deze zomer in zijn museum extra veel werk te zien van Amerikaanse kunstenaars.

‘Morton Feldman was een goede vriend van Philip Guston’, weet Fuchs, ‘wij hebben twee van zijn schilderijen. Daarbij zoeken we ander werk, een beetje in diezelfde, cartoon-achtige sfeer. Zo ontstaan er in het museum een paar zalen die heel Amerikaans zijn. Met Bruce Naumann, Bill Copley, pop-art. Feldman had contacten in die wereld, hij was zelf ook een tamelijk eigenzinnig type.

‘In de kleinere zalen hangen we prenten op, we hebben een enorme hoeveelheid grafiek van Amerikaanse kunstenaars in onze verzameling. Dit is een mooie gelegenheid daar het een en ander van tentoon te stellen, want niemand heeft dat in jaren kunnen zien. De projecties bij het concert, dat is een verhaal apart. Het moet niet zo zijn dat de musici zitten te spelen terwijl er achter ze af en toe een plaatje verschijnt. Je hebt voor zoiets drie of vier projectoren nodig die verschillende delen van de zaal bestrijken. Maar het moet ook niet te opdringerig zijn.’

Hawaii-shirts
‘Ik bedacht al snel dat ik geen schilderijen wilde gebruiken maar foto’s. American Adventures gaat voor een flink deel over de jaren vijftig en zestig. In die tijd veranderde Amerika langzamerhand van een provinciaal land in een internationaal land, de enorme versnelling is in die periode begonnen. Na de oorlog kwamen Eisenhower, Coca-Cola en pop-art, toen werd Amerika voor ons Amerika.

‘Vanaf de jaren vijftig kwamen er opeens allemaal beelden op ons af die nu voor onze kinderen volkomen normaal zijn. Maar ik kan me nog goed herinneren hoe dat was. Ik had twee ooms in Californië, die waren in de crisistijd vertrokken. Na de oorlog, toen het hier allemaal armoeig was, stuurden ze ons pakketten. Er zaten dadels in, daar hadden we hier nog nooit van gehoord. En kleren, van die Hawaii-shirts, daar pronkten wij in Brabant als eersten mee.

‘Tegelijkertijd waren de Amerikanen bezig met een soort herontdekking van hun land. Zij kregen oog voor de esthetiek van steden als zodanig. Wie bekeek er voor die tijd een Coca-Cola-logo of een lege straat in New York als iets moois, als iets dat op zichzelf staat?

‘Een Romaanse of Gotische kathedraal, dat is mooi, daar is kennelijk iets bijzonders aan. Maar waarom? Wat we mooi vinden is altijd heel sterk gekoppeld aan een historische code, bijgebracht via opvoeding en onderwijs. Op een gegeven moment kwamen die Amerikanen en toen werd schoonheid als het ware rauwer. Allerlei dingen waarvan we vroeger vonden dat ze vulgair, gewoon of platvloers waren, werden opeens mooi. Een auto. Voordien had nooit iemand een auto geschilderd.’

Volstrekt gelukkig
‘Sinds 1880 rijden er auto’s in Europa, dat waren wonderbaarlijke machines. Maar Picasso schilderde gewoon naakten, alsof hij in de zestiende eeuw leefde. Naakt, stilleven, landschap, alles bleef hier gewoon hetzelfde. Robert Delaunay heeft eens een schilderij gemaakt met zo’n reuzenrad en een vliegtuigje, en met de Eiffeltoren. Maar verder, een vliegtuig verscheen niet in de schilderkunst.

‘Dat gebeurde pas na de oorlog. En, komisch genoeg, in de realistische kunst uit Rusland in de jaren dertig. Maar de Europese kunst bleef een beetje pastoraal en idyllisch. De Amerikanen brachten een heel nieuw soort wereld naar voren in hun kunstwerken.

‘En er kwam een hele lawine van foto’s op gang. Foto’s van auto’s, van nieuwe voorwerpen, van de moderne stad, van achterbuurten. Foto’s van allerlei dingen die daarvoor nog nooit waren vastgelegd omdat niemand ze de moeite waard vond. Zo is een soort levensgevoel ontstaan, een benadering van de werkelijkheid... ik noem die altijd maar praktisch. Alles ís er gewoon en daarom kijk je ernaar. En aan wat je ziet heb je genoeg.

‘Ik was een keer in Texas in zo’n typisch stadje in het verre Westen, niet veel meer dan een kruispunt. Daar ontmoette ik de directeur van een plaatselijke krant die eens in de week uitkomt. We zaten te praten in zijn tuin, uitkijkend over het lege, woestijnachtige landschap. En de man zei, volkomen ernstig en volstrekt overtuigd: dit is de mooiste plek in de wereld. En ik dacht: ja, waarom niet.

‘Hij miste een kerkje aan de horizon niet. Hij had alles wat hij nodig had: airconditioning, water en licht, vrienden en een kat. Boeken kocht hij via Internet.

‘Wij houden van een stad als Parijs, waar je een croissant koopt op de hoek, vlak tegenover de boekhandel, om daarna twintig meter verderop in de bioscoop een nieuwe film te bekijken. Wij hebben onszelf opgelegd dat dát cultuur is. Maar daar heeft zo’n man helemaal geen behoefte aan, hij was volstrekt gelukkig.’

Een boom, een oog
‘Die kijk op de wereld kun je het best laten zien door middel van foto’s in zwart-wit. Je ziet eigenlijk alleen maar details: een kop, een hand, een boom, een oog. Mooie, indrukwekkende beelden, en daarbij klinkt dan die muziek. Ik denk dat er in de muziek ook nieuw geluid is bijgekomen. Die Amerikaanse componisten lieten het geluid van de straat toe, het is eigenlijk bijna hetzelfde verhaal. Schilders en componisten, ze waren ook allemaal vrienden van elkaar.

‘Misschien kies ik voor verschillende thema’s, bijvoorbeeld gezichten, stad en landschap. We moeten uitzoeken hoe het werkt. De projecties kunnen synchroon lopen met de muziek. Of misschien gaat de zaal wat vroeger open voor het publiek, die beelden zijn dan te zien en ze verdwijnen langzaam als de muziek begint.

‘Ik heb wel eens eerder zoiets gedaan, soms met een kunstenaar samen, ik weet dus hoe het eruit kan zien. Maar het lijkt mij niet waarschijnlijk dat het Asko Ensemble van nu af aan alle concerten van beelden wil voorzien. Dat moge God verhoeden.’

Peter van Amstel


American Adventures, juni-juli 1999, Amsterdam © Peter van Amstel - 1999