Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

een vaderlandse muziekgeschiedenis

18/11/1991

Wereldmuziek in Nederland

Afro-surinaamse winti-rituelen en Balinese gamelan, klassieke muziek uit India en Turkse rock... Wekelijks vinden in Nederland tientallen goed bezochte concerten met wereldmuziek plaats. Jaarlijks terugkerende festivals, met musici uit de gehele wereld naast groepen en solisten uit Nederland, trekken duizenden bezoekers. In de grote steden zijn gespecialiseerde winkels die CD's met muziek uit de hele wereld verkopen. Iedere zichzelf respecterende platenbaas heeft minstens een selectie wereldmuziek in de schappen staan. Aan muziekscholen en conservatoria wordt muziek uit alle windstreken gedoceerd.

In Nederland leven grote aantallen mensen met een niet-Nederlandse achtergrond, of met ouders of grootouders die van buiten de grenzen kwamen. Sommigen klampen zich vast aan de vaak eeuwenoude tradities van hun voorouders, anderen storten zich vol overgave op de Nederlandse, toch nog altijd typisch westerse samenleving.

Nergens wordt een traditie zo goed bewaard als in den vreemde. Er zijn dan ook muzikanten die zich vooral zien als vertegenwoordigers van hun eigen cultuur, zij spannen zich in om hun culturele identiteit te benadrukken en te bewaren. Daarnaast is er een toenemend aantal muzikanten dat zich in de eerste plaats muzikant voelt. Wel met een eigen inbreng, maar zonder voortdurend de roots te benadrukken. In Nederland ontstaan zo zelfs nieuwe genres die vervolgens in het land van herkomst worden opgepikt.

 

WAAR KOMT AL DIE MUZIEK VANDAAN

Slechts tweehonderdvijfenveertig zakken peper, vijfentwintig last noten en dertig balen foelie nam de eerste Nederlandse vloot die Indië, het huidige Indonesië bereikte, mee naar huis. In 1595 vertrokken, in 1597 weer thuis. Wie geluk had, want een groot deel van de bemanning overleefde de reis niet. Maar één belangrijk ding was duidelijk geworden: de Portugezen hadden de Indische markt maar losjes in handen. In 1602 werd de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht. Het bestuur werd gevestigd op Java, maar middelpunt van de zeer lucratieve handel in specerijen waren de Molukken.

In 1621 zag de West-Indische Compagnie het licht, die de handel op de westelijke koloniën onder zijn hoede nam. Nu ja, handel, de Portugezen en Spanjaarden hadden in De West de touwtjes stevig in handel, de Nederlanders bedreven vooral kaapvaart. Een kleinere compagnie wierp zich in de tweede helft van de zeventiende eeuw op de zeer lonende slavenhandel. In 1636 werden de Caribische eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius en St. Maarten toegevoegd aan het Koninkrijk der Nederlanden: de Nederlandse Antillen. In 1682 werd Suriname een Nederlandse kolonie.

Zo begon het Nederlandse avontuur. De grove winsten die in de koloniën werden gemaakt gingen ten koste van de plaatselijke bevolkingen. Het heeft lang geduurd, maar het bleef niet bij het binnenhalen van handelswaar en zilver. De gekleurde rijksgenoten kwamen zèlf naar Nederland om deel te hebben aan de welvaart daar. Zij brachten hun culturele bagage mee.

Indo's en Molukkers
Rond 1900 woonden er al heel wat Javanen in Nederland, veelal kinderen van vorstelijke ouders, naar Nederland gestuurd om te studeren. De eerste grote stroom Nederlanders keerde vanaf 1945 terug uit Indië, in de daarop volgende decennia gevolgd door tienduizenden Indo's van gemengd Nederlands-Indonesische afkomst.

In 1951 werden 12.500 Molukkers, militairen van het Koninklijke Nederlands Indisch Leger, naar Nederland overgebracht. Tijdelijk, werd hen beloofd, waarna zij collectief uit de dienst werden ontslagen en ondergebracht in woonoorden, verspreid over heel Nederland. Ze zouden nooit terugkeren.

Eind jaren vijftig hadden jonge Indo's en Molukkers een belangrijk aandeel in de populaire muziekscene in Nederland. Zij blonken uit in zoetgevooisde kroncong en Hawaii-muziek met steelguitar, close harmony singing en rock 'n' roll: Indorock. "Dit zijn Nederlandse jongens die hun vak verstaan" en "Hollandse rock uit Zuid-Amerika" schreven de kranten, geheel voorbijgaand aan de Indische achtergrond van de muzikanten. In de loop van de jaren zestig verdwenen zij naar de achtergrond, te lang bleven zij vasthouden aan hun ijzeren repertoire dat snel uit de mode raakte.

Surinamers
Al in de jaren twintig deden Surinaamse jazzmusici van zich spreken. Coleman Hawkins sprak over saxofonist Kid Dynamite als "an excellent saxophone player, really great", maar de grote golf Surinamers moest nog komen.

In 1954 kregen Surinamers en Antillianen de status van Nederlands staatsburger, zodat zij ongehinderd konden reizen tussen hun geboorteland en Nederland. Vooral de voor 1975 aangekondigde onafhankelijkheid van Suriname bracht tienduizenden Surinamers ertoe zich blijvend in Nederland te vestigen. Eerst kwamen de creolen, mensen van Afrikaanse afkomst, de grootste bevolkingsgroep in Suriname. De rituele Afrosurinaamse muziek van de Boslandcreolen, de wat modernere kawina en de dansmuziek kaseko deden hun intrede. Getalenteerde muzikanten ontwikkelden in Nederland de paramaribop, een levensvatbare fusie van elementen uit jazz, latin en Surinaamse muziek.

Al snel volgden ook de Hindoestanen die als contractarbeider uit India naar Suriname waren gereisd. Hun muziek is afgeleid van religieuze en klassieke Indiase muziekgenres: baithak gana, 'muziek van zittende mensen', vocale muziek begeleid door harmonium, dhool (trommel) en dhantaal (ijzeren staaf). Jongeren richtten rockbandjes op die Hindipop spelen, een mengeling van Euro-Amerikaanse rock, latin jazz en Hindoestaanse melodieën en zangstijlen.

De Surinaamse Javanen die als koelie van de ene kolonie naar de andere waren verscheept, introduceerden hun variant van de Javaanse gamelan. Deze muziek werd pas een aantal jaren geleden door enkele jonge Surinamers herontdekt. Dat was net op tijd, want de mensen die nog weten hoe deze muziek gespeeld moet worden zijn al oud.

Van de Indianen, de oorspronkelijke bewoners, kwam ook een kleine groep uit Suriname naar Nederland. Op de Antillen werden zij al lang geleden uitgeroeid.

Gastarbeiders
Een economie is natuurlijk gebaat bij laag betaalde arbeidskrachten die weinig eisen stellen. In 1960 werd er een contract gesloten met Italië voor het leveren van arbeidskrachten. Gasten werden ze genoemd, ondergebracht in slechte huizen en droevige pensions. Zij ontvingen een schamel loon voor zwaar en vaak gevaarlijk werk op scheepswerven, in fabrieken en als schoonmaker.

Na de Italianen volgden Spanjaarden, Portugezen, Kaapverdianen, Turken, Joegoslaven, Tunesiërs, Grieken, Marokkanen en Antillianen. Tot aan het eind van de jaren zeventig werden er door bedrijven nieuwe stromen goedkope arbeiders binnengehaald, tot gruwel van de Nederlandse regering, want er was al lang niet meer voldoende werk voor ze. En wat niemand verwacht had: zij vestigden zich definitief en lieten hun gezinnen overkomen.

Turken en Marokkanen behoren nu tot de grootste minderheidsgroepen in Nederland. Klassieke Arabische en Turkse muziek deden mondjesmaat hun intrede, maar Turkse jongeren grijpen vooral terug op de volksmuziek, met de baglama (getokkelde luit) en darbuka (vaastrommel) als basisinstrumenten. Hetzelfde geldt voor de Marokkanen, voor het grootste deel van Imazighen afkomst, de bewoners van het Atlas- en Rif-gebergte. Zij brachten raamtrommels, ijzeren kleppers, fluiten en snaarinstrumenten mee. Turkse en Marokkaanse muzikanten experimenteren veelvuldig met westerse instrumenten en meerstemmigheid.

Vluchtelingen
Nederland wordt nog altijd beschouwd als een gastvrij land voor vreemdelingen. Maar de eerste Chinezen, die in het begin van deze eeuw als stokers op schepen aankwamen en zich in Nederland wilden vestigen werden schandelijk behandeld. Niettemin vormen zij inmiddels een grote, zij het zeer gesloten bevolkingsgroep, vooral actief in het restaurantwezen. Zij hebben hun eigen culturele verenigingen, met hun muziek treden ze nooit naar buiten, maar iedere Nederlander gaat op zijn tijd 'even langs de Chinees' voor een afhaalmaaltijd.

Als het om vluchtelingen gaat is Nederland inderdaad altijd een tamelijk vriendelijk land geweest. In de jaren dertig werden Oosteuropese en Duitse Joden liefderijk opgenomen, evenals enkele duizenden Hongaarse vluchtelingen in de jaren vijftig. Tsjechoslowaken, Zuidamerikanen, Afrikanen en Vietnamezen... Iedereen kon er terecht. Nederland is nog altijd een geliefd toevluchtsoord, maar het toelatingsbeleid is de laatste jaren aanzienlijk grimmiger geworden.

De bevolkingsgroepen die worden gevormd door vluchtelingen zijn klein, maar vele nationaliteiten hebben muziekgroepen opgeleverd met een meer dan plaatselijke bekendheid. Soms wordt de muziek van deze mensen overgenomen door enthousiaste Nederlanders die hun eigen, al dan niet gemengde ensembles oprichten.

Andere buitenlanders
Nederland en vooral de hoofdstad Amsterdam hebben een grote aantrekkingskracht op kunstenaars en musici uit de hele wereld. Veel buitenlandse muzikanten vestigen zich vrijwillig voor kortere of langere tijd in Nederland, zoals Indianen uit de Andes die 's zomers geld verdienen met het spelen van traditionele muziek op terrassen en pleinen.

Zeer aanwezig zijn ook de muziek- en dansgroepen uit verschillende Afrikaanse landen, die traditioneel repertoire en eigentijdse varianten als highlife en soukous ten gehore brengen.

Nog lang niet iedereen is gewend aan de gedachte dat Nederland voorgoed grote groepen gekleurde mensen huisvest. Vooral in de steden in het dichtbevolkte westen van het land nemen buitenlanders en gekleurde Nederlanders een belangrijke plaats in de samenleving in. Natuurlijk zijn er problemen, er wordt ook gediscrimineerd. Maar velen zien de komst van al die allochtone Nederlanders als een welkome verrijking van de Nederlandse cultuur. En als dat ergens uit blijkt, dan is het wel uit de enorme variatie aan traditionele en gemengde muzieksoorten die in Nederland gespeeld worden.

 

WAAR WORDT AL DIE MUZIEK GESPEELD

Veel gekleurde Nederlandse musici vieren hun grootste successen in het buitenland, vooral in Duitsland. Dat gold voor de Indo's en Molukkers in de jaren zestig, dat geldt voor topformaties nu. Is Nederland te klein voor al dit talent, of willen de radio- en televisiebazen, theaterdirecteuren en festivalorganisatoren er niet van weten? Gelukkig zijn er toch tal van plaatsen waar wereldmuziek van niveau gespeeld wordt.

In besloten kring
Al in de jaren dertig hadden de Javanen hun Indische Culturele Kring, waar Indische muziek, zang en dans beoefend werden. Op Surinaamse rituele bijeenkomsten spelen ingewijde muzikanten op traditionele instrumenten. Op feesten en partijen treden musici op van soms matige kwaliteit, maar met veel succes en goed betaald. Turken en Marokkanen halen beroemdheden uit hun moederland voor veel geld naar Nederland. Politieke vluchtelingen spelen en zingen voor elkaar in Nederlandse opvangcentra.

Dit alles gaat vrijwel geheel aan het algemene publiek voorbij, maar is niet zelden de basis gebleken voor interessante nieuwe ontwikkelingen. In eigen kring geliefde en gerenommeerde groepen proberen ──met wisselend succes── voet aan de grond te krijgen op de Nederlandse podia.

Volkenkundige musea
Javaanse gamelanmuziek, meestal door Nederlanders gespeeld, is vanaf 1940 met grote regelmaat in het Amsterdamse Tropeninstituut, het vroegere Koloniaal Museum, te horen. Daarnaast worden van oudsher in volkenkundige musea buitenlandse musici van hoog niveau gepresenteerd: authentieke traditionele muziek, klassiek of volks, al dan niet gecombineerd met dans. Deze dure produkties worden meestal in Europees verband georganiseerd en bezocht door een tamelijk intellectueel, welgesteld, wit publiek.

De belangstelling voor India in de jaren zestig, gevoed door de samenwerking van sitar guru Ravi Shankar met de Beatles, leidde in Amsterdam tot reeksen concerten waarin meesters van de Indiase muziek optraden. Langzamerhand is er een publiek van liefhebbers en kenners ontstaan, dat in niets meer doet denken aan de in tafelkleedjes gehulde hippies van de jaren zestig.

Vanaf het midden van de jaren zeventig werd men zich in de bolwerken van authenticiteit en traditie langzamerhand bewust van het groeiende arsenaal aan gekleurde muziek in Nederland zèlf. In afwisseling met de 'serieuze' klassieke muziek en folklore werden er eigentijdse, in Nederland verblijvende groepen en solisten gepresenteerd. Helaas, de kwaliteit van het gebodene werd daarbij nog wel eens uit het oog verloren: het was gekleurd dus het was prachtig. Toch heeft deze ontwikkeling een bijdrage geleverd aan de bekendheid van gekleurde muzikanten in Nederland en gaandeweg werd het kaf van het koren gescheiden.

Podia en culturele centra
Hoewel de volkenkundige musea zich in de jaren tachtig ook op de populaire muziek van gekleurde Nederlanders wierpen, bleek een kasekoband of een salsaorkest op het podium van het Royal Tropical Institute toch niet zo'n succes. Voor de achterban van de muzikanten was de situatie ongetwijfeld zo bizar, dat zij vrijwel geheel verstek liet gaan. Gelukkig stonden deze deftige instituten niet alleen. In Amsterdam bleken het van kerk tot cultuurtempel omgebouwde Paradiso en de voormalige melkfabriek De Melkweg veel meer succes te hebben in dit opzicht.

In deze zalen wordt rondgelopen, gepraat, gegeten en gedronken. De sfeer is informeel, er wordt direct gereageerd op de muziek, gedanst. Hier komen bands die van nature geen luistermuziek maar dansmuziek spelen natuurlijk veel beter tot hun recht, wat ook te merken is aan de veelkleurige samenstelling van het publiek. Inmiddels wordt ook hier volks- en klassieke muziek van over de grenzen gepresenteerd, voor een jong en veelkleurig publiek. Paradiso en De Melkweg zijn voor veel gekleurde Nederlandse groepen een springplank naar erkenning en succes.

Turkse en Marokkaanse muzikanten komen ruimschoots aan bod in Cultureel Centrum RASA in Utrecht, waar in samenwerking met organisaties van buitenlanders met grote regelmaat concerten en festivals georganiseerd worden.

Populaire muziek
In de sfeer van klassieke muziek heerst nog een strikte scheiding tussen de officiële concertzalen waar de Grote Westerse Klassieken gevierd worden en enkele podia waar meesters van Aziatische klassieke muziekgenres hun eigen publiek trekken. In de populaire sfeer is deze scheiding veel minder strikt. Getalenteerde gekleurde musici spelen in topformaties van gemengde samenstelling op rock- en jazzpodia. Zij worden als gelegenheidsmuzikant gevraagd in de meest uiteenlopende groepen, voor het spelen van rechttoe rechtaan dansnummertjes tot sophisticated eigentijdse, experimentele muziek.

Tenslotte zijn er talloze gelegenheden waar men terecht kan voor een avondje lekker dansen. In dit circuit zijn de Antilliaanse Latin-jazz- en salsa-orkesten zeer geliefd.

Nederlanders en wereldmuziek
Inmiddels zijn er ook honderden Nederlanders geïnteresseerd geraakt in het spelen van muziek van over de grenzen. In vrijwel alle circuits zijn witte muzikanten actief, het spelen van gamelan is zelfs een grotendeels blanke aangelegenheid. Indiase klassieke muziek, Argentijnse tango, Spaanse flamenco, Afrikaanse percussie en dans, Dominicaanse merengue, muziek uit de Andes, Braziliaanse samba en Jiddische klezmer worden eveneens fanatiek beoefend door witte musici en dansers.

Aan het conservatorium van Rotterdam bestaat sinds enkele jaren een afdeling wereldmuziek, waar muzikanten kunnen afstuderen in Latin, Indiase klassieke muziek en flamenco gitaar. Aan de muziekscholen van Amsterdam, Den Haag en Utrecht leren honderden leerlingen muziek van over de grenzen spelen, onder leiding van gekleurde docenten. In diverse andere steden hebben muziekscholen een afdeling wereldmuziek in voorbereiding.

Het meest opvallende aan de Nederlandse situatie is deze serieuze, soms diepgaande belangstelling voor wereldmuziek bij een groot, gemengd en groeiend publiek. World music is here to stay.

Peter van Amstel


Wereldomroep, 1991, dubbel-cd World Music in the Netherlands © Peter van Amstel - 1991