Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Ihsan Özgen en Nederlandse improvisatoren

25/01/1995

Luisteren, luisteren en nog eens luisteren

`Wij zijn in Turkije gewend aan westerse muziek', vertelt de Turkse musicus Ihsan Özgen. Hij speelt deze week in Nederland een serie concerten met saxofonist Theo Loevendie, pianist Guus Janssen en drummer Martin van Duynhoven. Gewend of niet, de combinatie van drie vrijgevochten Nederlanders en deze Turkse musicus is opmerkelijk. Nèt verschenen er drie cd's waarop Özgen deftige Turkse klassieke muziek speelt. Rustige, intieme, strenge composities en subtiele improvisaties. `In de Turkse muziek is geen geweld, geen agressie', legt Özgen uit. `Misschien heeft de Turkse muziek eens een flinke zet nodig, wat meer power. Daar ben ik echt naar op zoek, wat meer leven in de brouwerij, dat zou leuk zijn.'

Helemaal overtuigd klinkt Özgen niet, deze meester van de gestreken kemenche. Özgens hart gaat uit naar Tanburi Cemil Bey (1873-1916), de laatste grote musicus en componist in de klassieke-muziektraditie van Sultan Selim III, Osman Bey en Zeki Mehmed Agha. Die traditie kwam in gevaar toen de sultan begin vorige eeuw westerse componisten uitnodigde. `De keurtroepen van de sultan, de janisaren, voldeden niet meer', vertelt Özgen. `De sultan vond hun kleding ouderwets, hun muziek was uit de tijd en dat ging ten koste van de gevechtskracht.' Modernisering naar westers model, inclusief een muzikale injectie, moest uitkomst brengen. In 1826 werden de keurtroepen afgeschaft en sindsdien marcheert het Turkse leger op Europese marsmuziek, geschreven door bijvoorbeeld de Italiaanse componist Giusseppe Donizetti (broer van operacomponist Gaetano Donizetti) die in 1828 een vaste aanstelling kreeg als hofkapelmeester van de sultan. Zo deed ook de Europese kunstmuziek zijn intrede en die viel goed in de smaak. Hofmusici werden omgeschoold en in de harem speelde al snel een vrouwen-kamerorkest Mozart, Beethoven en Donizetti.

Het uitroepen van de republiek in 1923 betekende bijna de doodklap voor de Turkse klassieke muziek. Kunst voor en door het volk was Atatürks devies, de in zijn ogen decadente hofmuziek werd verboden. Westerse muziek kwam er voor in de plaats, aan het conservatorium doceerde Paul Hindemith. Atatürk verhief het arrangeren van volksmuziek tot staatsideaal, Béla Bartóks onderzoekswerk in dorpen en op het platteland werd dan ook enthousiast ondersteund.

`Maar tegenwoordig is er een groeiende belangstelling voor de Turkse klassieke traditie', Özgen stelt het tevreden vast. Hij draagt daar zelf dan ook flink aan bij, met muziek- en geschiedenislessen aan het conservatorium en met regelmatige optredens op het podium, voor radio en televisie. En met het volspelen van cassettes en cd's waarvan er een is gewijd aan zijn grote voorbeeld Cemil Bey.

Cemil Bey was een virtuoos op de langhalsluit tanbur, is beroemd om zijn streng klassieke aanpak van de peshrev en geliefd vanwege zijn moderniseringen van een andere instrumentale vorm, de saz samai. Özgen: `Hij bewonderde Franz Liszt, maar hij hield afstand van de westerse muziek. Veel van zijn tijdgenoten haalden die al te gretig binnen. Cemil Bey luisterde.' Liszts virtuoze speelstijl, westerse melodiebouw en ongebruikelijke modulaties slopen zo voorzichtig, haast per ongeluk binnen in Beys composities.

`Luisteren, luisteren en nog eens luisteren, dat was volgens Bey ook de manier om te leren improviseren', vertelt Özgen, `naast eindeloos composities spelen in alle gebruikelijke makams.' De Turkse muziek telt in theorie 347 toonschalen, voor de praktijk zijn er dertien basisreeksen met enkele tientallen veel gebruikte varianten. `Als je de makams door en door kent, de essentie ervan doorgrondt, dan speel je vanzelf de juiste improvisaties volgens de geldende regels'.

Op de cd's toont Özgen zich een meester in deze taksim, de vrij-ritmische improvisatie volgens de straffe regels van de makam. Hij laat zijn kemenche zachtjes zingen, klaaglijke glijers dragen een flinke portie melancholie aan. Zijn zorgvuldig gedoseerde vibrato is meer dan eens goed voor kippevel. `Het vibrato, dat is voor mij het enige verschil tussen Turkse en westerse muziek. Ik moet mijn snaren laten praten. Het vibrato van de kemenche...', mijmert hij met de vingertoppen tegen zijn keel.

Zo'n instrument biedt meer mogelijkheden. Özgen wil eigentijdse muziek maken, daarom ging hij met de Nederlanders in zee. Al weet hij niet eens waar het allemaal precies toe zal leiden. En zonder dat hij te ver van het Turkse gevoel af wil raken. `Ik heb niet de bedoeling een Nederlands musicus te worden. Het gaat om het experiment, het combineren van oud en nieuw, klassiek en modern. Ik dacht: er kunnen interessante dingen gebeuren, per ongeluk misschien. En dat gebeurt ook. De musici pikken mijn ideeën op en ontwikkelen die in hun eigen stijl. Dat betekent veel gezoek maar sommige delen zijn toch best goed?'.

Özgen probeert zijn Nederlandse collega's uit hun tent te lokken, zelf blijft hij vooral Turkse muziek spelen. Kennis nemen van nieuwe muziek maar op afstand, dat leerde hij van zijn grote voorbeeld Cemil Bey. En net als Bey is Özgen een begenadigd vertolker en vurig pleitbezorger van klassieke Turkse muziek. `Ik probeer wel een beetje in de richting van Theo en Guus, van hun sterke, soms agressieve manier van spelen te komen, maar ik heb het liever andersom. Dat zij gevoelig en zacht spelen zoals Turkse muziek vaak klinkt. Zoiets', aarzelt hij. `Want weet je waar het me uiteindelijk om gaat', lacht Ihsan Özgen plotseling zelfverzekerd, `ik wil gewoon de kemenche wereldwijd tot concertinstrument promoveren'.

Peter van Amstel


OnzeWereld, 1995 © Peter van Amstel - 1995