Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Ed Spanjaard - componisten uit China

05/12/1996

Chinese lente

Deze winter begint het Nieuw Ensemble aan de Chinese lente, een serie van drie première-programma's rond Chinese componisten. Eind december gaat daaraan een combinatie van oude Russen en nieuwe Azerbeidzjanen vooraf. Dat heeft niets te maken met obscuur exotisme, maar alles met een passie voor kwaliteitsmuziek. Daarover laat de dirigent van het ensemble geen twijfel bestaan.

`Het is altijd wat met die Italianen', lacht Ed Spanjaard na een geanimeerd telefoongesprek over een onduidelijke uitnodiging voor een concert met het Nieuw Ensemble. Spanjaard is daarvan de vaste dirigent, maar die vertrouwde club heeft hij tijdelijk ingeruild voor het Nederlands Philharmonisch Orkest. Spanjaard heeft een internationale reputatie in het uitvoeren van Verdi-opera's, in december leidt hij een serie uitvoeringen van Rigoletto in de regie van Monique Wagemakers. Hij heeft wel even tijd voor een gesprek, een paar dagen voor de première, want de decors zijn nog niet klaar dus er kan toch niet worden gerepeteerd. Reden genoeg voor Spanjaard om zich ernstig zorgen te maken, maar zodra het Ensemble en zijn geliefde Chinese componisten ter sprake komen trekt Rigoletto zich geruisloos terug naar de achtergrond.

`De opera Wolvendorp van Guo Wenjing was de indrukwekkendste première die ik ooit heb gedirigeerd', stelt Spanjaard onomwonden vast. Dat is een opmerkelijke uitspraak voor een dirigent die Bernard Haitink, Herbert van Karajan en Sir Georg Solti assisteerde, zijn sporen verdiende met oude en nieuwe opera- en orkestmuziek, voor een pianist die beroemde zangers en zangeressen begeleidt. Chinese componisten zijn bovendien niet de enige verre buitenlanders op het Nieuw Ensemble-repertoire.

Bepaalde omstandigheden
`Een jaar of acht geleden', herinnert Spanjaard zich, `was er een Russisch thema in het Holland Festival. Daar hebben we ook aan meegedaan, we speelden toen een goed stuk van componist Karajev uit Baku aan de Kaspische Zee. Naar aanleiding daarvan hebben we een kleine twee jaar geleden samen met zijn leerlingen en vrienden een programma samengesteld van componisten uit Azerbeidzjan.

`Dat was aandoenlijk eigenlijk, hartverscheurend. In hun muziek klinkt zo veel weemoed door, leed, geheven handen zal ik maar zeggen. Er zijn wel een of twee stukken bij die we zeker op ons repertoire zullen houden, maar je proeft toch altijd iets mistroostigs, het leven in de verdrukking daar zet toch een domper op de composities. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de kwaliteit van de componisten. Het zijn gemiddeld tamelijk goede componisten, terwijl de Chinezen uitzonderlijk en eminent zijn.

`Het is altijd de kunst om een trieste emotie of een onrecht dat je is aangedaan zo te verklanken, dat het publiek er kippenvel van krijgt. Maar dan niet uit plaatsvervangende triestheid. Ik doe nu Rigoletto van Verdi, daar komen ook een paar buitengewoon onplezierige karakters in voor. Er zit een moordenaar in, die man zou niet misstaan in de maffia. Maar de muziek is niet alleen sinister, die is ook elegant, die is duister op een spirituele manier.

`Nadat we voor het eerst die Russen hadden gespeeld wilde Karajev het Nieuw Ensemble uitnodigen naar Baku te komen. Maar omdat er onvoldoende geld was vroeg hij mij met een of twee solisten. We zouden een Russisch-Nederlands programma doen met onder meer de Turkish Folk Poems van Theo Loevendie. De concerten waren gepland en er stond een televisie-uitzending op stapel. Een paar weken voor de concertdatum kreeg ik een getypte brief van het ministerie in Baku, dat due to certain circumstances het concert niet door kon gaan. Het was oorlog.

Gelukkig kon Karajev later met een paar vrienden weer hier komen. Al kunnen we ze geen salaris betalen, we zorgen dat ze heel goeie uitvoeringen krijgen en we nodigen ze uit om hier de repetities en de concerten bij te wonen.'

Natuurlijkheid
`Er is maar een klein contingent van levende, grote componisten zoals Ligety, Boulez, Kagel, Kurtag', verklaart Spanjaard de grenzenloze belangstelling van het Ensemble. `Dan kom je bij de mensen van wie je hoopt dat ze een prachtig stuk gaan schrijven als je een opdracht geeft, en bij de jonge componisten waar natuurlijk wel waanzinnige talenten bij zitten. Ten tweede is Nederland waanzinnig rijk aan betrekkelijk kleinschalige ensembles voor hedendaagse muziek die samen een flink terrein bestrijken. Wij hebben geen zin om hen in de wielen te rijden.

`Maar het belangrijkste is, dat wij door die gekke bezetting met tokkelinstrumenten als mandoline, gitaar en harp, en met de mogelijkheid om allerlei slagwerk te gebruiken, als vanzelf terecht kwamen bij andere muziek dan die van de strikt westerse componisten. Onze belangrijkste buitenlandse exotische bron is de Chinese.

`In 1988 ging Joël Bons, de artistiek leider van het ensemble, op zoek naar componisten in China. Hij kende een of twee namen, kwam in Peking terecht en raakte er bevriend met Mo Wuping.' Daarop volgde de kennismaking met de anderen, en toen een enthousiaste Bons zijn ontdekkingen bij het Ensemble presenteerde was ook Spanjaard meteen enthousiast. Met een vruchtbare samenwerking en hechte vriendschappen als resultaat.

Bij het afscheidsetentje met de Chinezen, begin 1991 na de eerste samenwerkinsgperiode, wist Spanjaard dat hij nooit meer zonder ze zou kunnen. `In plaats van tafel speeches staan die jongens op van tafel om volksliedjes uit hun geboortestreek te zingen. Zonder gêne, zonder gebibber, met een natuurlijkheid... het is heel vermakelijk en het grijpt je naar de keel.'

Huiveringwekkend
`We hebben ook Midden-Amerikaanse componisten gedaan, uit Ecuador en Mexico. Twee van hen hadden hun stuk op een synthesizer gemaakt, daardoor had die muziek iets marionettigs. Ke kinke konke kinke kongggg, dat hadden ze dan uitgeschreven', lacht Spanjaard, `en dat paste natuurlijk lang niet altijd lekker op levende spelers. En op een synthesizer kun je gemakkelijk het knopje drie-staat-tot-vier omzetten, wat live niet altijd even soepel gaat. Dus er moest hier en daar wel eens even iets worden aangepast.

`Ik herinner me van Milton Estebez een aandoenlijk soort primitivisme, vergelijkbaar met, zeg maar, naïeve schilderkunst. Waardoor het toch weer een soort charme kreeg, een zekere kracht, bij vlagen brak er iets heel speciaals door. Maar ik had bij dat programma vooral het idee dat ze dachten: we moeten voor een high tech, virtuoos westers ensemble schrijven. Dus zorgden ze dat ze het instrumentarium volop gebruikten, dat ze veel spannende noten maakten, dat het virtuoos was en lekker een beetje ingewikkeld.

`Ik blijf terugkomen op die Chinezen, want dat heb ik met hen nooit gehad. Hun hart zit zo dicht op de muzikale inval die ze naar buiten brengen, daar zit geen zeef tussen van gewichtig gedoe of gezochte complexiteit. Of van zorgen dat een stuk toch minstens een kwartier duurt omdat het anders niet substantieel zou zijn.

Van Mo Wuping speelden we Fan 1, een stuk waarin hij zelf begon te zingen waarna wij dan invielen. Het duurt al met al nog geen zes minuten en het is een van de sterkste uitroeptekens op ons repertoire geworden. Terwijl het onhandig is geschreven. En sommige mensen moeten rare dingen spelen die helemaal niet zo lekker klinken op een instrument. Bepaalde ritmes moesten we aanpassen, maar dat doet er allemaal niet toe.

`Waar ik vooral ontzettend van houd is dat de Chinezen niet bang zijn voor stilte. Goed, natuurlijk kennen we in het Westen orgelpunten en pauzes tussen twee delen, maar van stilte wordt betrekkelijk weinig gebruik gemaakt. Van Qu Xiaosong speelden we als eerste Yi, een stuk met weinig instrumenten en ontzettend veel stilte. Wel een of twee waanzinnig schrijnende kreten, waardoor het stuk vanaf het allereerste begin... Als zoiets werkelijk goed bedacht is, met een werkelijke inspiratie, dan kom je tot een ongelooflijk huiveringwekkend resultaat. Dat heb ik bij andere muziek eigenlijk nooit zo ervaren als met deze.

Drempel voor Vivaldi
Al snel na zijn kennismaking in 1988 met de vijf Chinese componisten, die sindsdien op het repertoire van het Nieuw Ensemble prijken, viel Spanjaard niet alleen hun sterke persoonlijkheid, maar ook hun hartstocht op. `Al binnen vijf minuten na de eerste ontmoeting was ik van dat stomme idee af, dat ik ze misschien niet uit elkaar zou kunnen houden. Dat soort ónzin', lacht hij. `Ik kan me geen groter contrast voorstellen dan tussen die vijf componisten. Zowel in taal, in uiterlijk als in karakter.

`Ik heb veel met Mo Wuping gewerkt, we hebben verschillende stukken gemaakt en ook opgenomen met hem erbij. Hij sprak twee woorden Frans: plus mieux. Ik vroeg hem bijvoorbeeld: vind je de klank van de hobo goed of zou die beter tot zijn recht komen in een trager tempo? Dan zei hij steevast: Plus mieux. En Guo Wenjing, de man van die magistrale opera Wolvendorp, met hem kun je ook fantastisch communiceren. Het enige dat ik van hem versta is tsjekkedifang. Dat is Chinees en het betekent: deze plaats. Dan zei ik: ik wil je híer wat over vragen, is die articulatie goed van de sopraan, of zullen we haar eerder laten ademhalen? Tsjekkedifang tsjekkedifang, antwoordde hij dan. Maar door naar ze te kijken wist ik precies wat ze bedoelden.

`Ze zaten bij de repetities, argumenterend, zingend en gillend, en die hartstocht vind je ook heel erg in de muziek zelf terug. Hartstocht is altijd herkenbaar, maar uitleggen hoe dat werkt is net zo moeilijk als het meten van integriteit. Of van eerlijkheid. Dat is in muziek een merkwaardig iets. Wat de een in trance doet raken, vindt de ander kitsch. Dat soort twijfelgevallen hebben wij natuurlijk ook wel bij de hand gehad, maar nooit bij de Chinezen.'

Spanjaard weet zeker dat hij een scherp gevoel heeft voor onderscheid tussen kunst en kitsch, ook als het muziek uit andere culturen betreft. Zijn hier in het Westen de verschillen tussen muziekgenres immers niet minstens even groot? `Ik heb net een boek gelezen over dirigent Hartmut Haenchen. Het centrum van zijn muzikale diepte ligt ongetwijfeld bij de Duitse muziek. Maar wat mij frappeerde: hij dirigeert nóoit Strawinsky of Ravel, omdat hij daar geen feeling mee heeft. Misschien omdat hij als jongeman in de DDR geen toegang toe had tot hun muziek, omdat de cultuur hem vreemd is, of omdat hij de muziek lelijk vindt. Ik respecteer het dat hij die dan ook niet speelt, maar voor mij zijn Ravel en Strawinsky nou net twee van mijn brood-en-boter-componisten, ik zou niet kunnen leven zonder die twee.

`Maar je kunt niet zomaar zeggen: onze westerse muziek is een samenhangend geheel dat zich onderscheidt van de rest. Het is altijd een kwestie van je gemoed wijd open stellen, dan voel je geen grenzen. Natuurlijk, er is altijd een drempelmoment als je voor het eerst een componist van wie je nog geen werk hebt uitgevoerd gaat spelen. Maar ik kan je wel zeggen: mijn drempel voor Vivaldi is een stuk hoger dan die voor bijvoorbeeld Tan Dun.'

Schouderklopjes
Tan Dun woont tegenwoordig in New York, hij is de meest westers beïnvloede componist van het stel. Hij schreef voor het Nieuw Ensemble een stuk dat Circle heet, omdat het ensemble in vier trio's wordt verdeeld die rondom het publiek zitten. Drie musici op het podium, drie op het balkon en twee maal drie ter weerszijde. `De dirigent staat met zijn gezicht naar de zaal en moet dingen reciteren', legt Spanjaard uit, `en op een gegeven moment ook het publiek laten reageren.

`De mensen moeten tjilpen, ze moeten mummelen, ze moeten schreeuwen. Dat is in Nederland meestal een gênant gebeuren, maar, Joost mag weten waarom, het werkt waanzinnig. Er wordt een web van verwachting en spanning geweven. Een recensent schreef over de première in de kleine zaal van het Concertgebouw wat toch een tamelijk deftige entourage is dat het publiek er aanzienlijk meer uit zijn dak ging dan de Ajax-supporters diezelfde avond op het Leidseplein.

`Voor mij is muziek maken samenspel en communicatie, natuurlijk in de eerste plaats tussen de musici en de dirigent. Ik moet wel eens denken aan die wereldberoemde strijkkwartetten van vroeger. Op tournee boekten de spelers alle vier een ander hotel omdat ze elkaar niet konden luchten of zien. En dan toch samen muziek maken, het schijnt te kunnen. Niet dat wij nu allemaal hartsvrienden zijn, maar er is een absoluut warme kameraadschap. Dat is ontzettend belangrijk.

`Het Nieuw Ensemble bestaat nu vijftien jaar en ik ben er veertien jaar de vaste dirigent van. In die tijd is er ook een soort vindingrijkheid en virtuositeit ontstaan, dus als er zich eens iets onhandigs voordoet, dan komen de mensen zelf met oplossingen en creatieve ideeën. Dat is een luxe, dat is iets heerlijks.'

Een overbodige luxe is het dan ook niet. Spanjaard: `Je komt mensen tegen met onaffe composities, die ellenlange verhalen houden over hoe ze de zon hebben zien opgaan, in welk hotel ze toen logeerden en wat voor gedicht van hun dochter ze net hadden gelezen. Dat denk je na een kwartier -want we zijn heel geduldig- ja maar, hoe moet ik het nu spelen? Komt er nu nog een bladzijde bij of niet? Is het voor de altfluit bedoeld of voor de piccolo? En daar weten ze dan soms geen antwoord op.

`Gelukkig maken we ook het andere uiterste mee. Neem Franco Donatoni, een verrukkelijke componist en een gekke zot. Hij verorbert de ene pasta na de andere, loopt met malle petje rond en deelt gulle schouderklopjes uit. Als we in zijn bijzijn voor het eerst een nieuw stuk van hem spelen, generen we ons omdat we weten dat het veel beter kan. Maar dan juicht de componist: "Bravo, bravissimo, ik heb nog nooit zoiets goeds gehoord." Verder zegt hij niets. Hij vertrouwt erop dat zijn compositie in goede handen is, dat wij de verantwoordelijkheid voor wat hij aan het papier heeft toevertrouwd nu overnemen. Een goed stuk is er tegen bestand dat het in andermans handen komt.

`Het is natuurlijk heel moeilijk een inval of een gevoel in al zijn vrijheid en complexiteit trefzeker op te schrijven. Van de levende grote componisten vind ik Ligety daar een onbetwist meester in. In zijn geweldige Kammerkonzert bijvoorbeeld bereikt hij klanken, kleurvelden en spanningen die niet van deze wereld zijn. Die weet hij perfect neer te schrijven. Af en toe moet je even een voetnoot lezen, maar je kunt het in één zin aan de musici uitleggen, je hebt het zo te pakken.'

Peter van Amstel

In haar video-film De oogst van de stilte portretteerde Eline Flipse de Chinese componisten in China, Parijs en New York, en tijdens de repetities met het Nieuw Ensemble in Amsterdam.


OnzeWereld, 1996

© Peter van Amstel - 1996