Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Adnan Dalkiran en Veronica Divendal: Stichting Kulsan

11/12/1995

Makelaars in Turkse muziek

`Hier hebben we het programma voor 1997, pràchtige muziek, allemaal ècht au-then-tiek Turks', glimt Adnan Dalkiran. Zolang hij en collega Veronica Divendal vertellen over de beslommeringen van het concerten organiseren, over subsidieaanvragen, over hun verzamelreizen tonen zij zich enthousiast, gedreven en vastberaden. Kritisch ook, want al boeken ze mooie successen, ze hebben het gevoel dat het altijd beter kan. Maar zodra de muziek zelf of de musici ter sprake komen tonen zij een ware hartstocht, een onvoorwaardelijke passie. `Oh, er is zùlke mooie muziek bij. Toch, Adnan?'

Kleine revoluties
Kunst en cultuur uit Turkije in Nederland over het voetlicht brengen is de voornaamste taak die Dalkiran en Divendal van Stichting Kulsan zich stellen. Vanuit hun kantoor in het voormalige Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam voorzien zij Nederland van Turkse muziek, bij voorkeur oud maar soms ook nieuw. En altijd voorzien van uitgebreide toelichtingen op papier, op film of door middel van lezingen.

Nederland telt meer van dergelijke organisaties, de meeste dateren van midden- en eind jaren tachtig. Al Farabi en El Hizjra kozen Amsterdam als uitvalsbasis voor hun activiteiten op het gebied van Arabische muziek, literatuur, poëzie. Samponé in Amsterdam spant zich met succes in voor de Surinaamse muziek.

Nederlanders moeten gesticht, er is tenslotte zoveel moois te vinden binnen de drie grootste nieuwe bevolkingsgroepen. En de eigen landgenoten worden natuurlijk niet vergeten, ook zij moeten de evenementen komen bezoeken.

Die dubbele opdracht bleek een lastige. Het Nederlandse concertpubliek liep niet zo hard voor een zanger uit een havenstadje aan de Zwarte Zee, kwam niet massaal luisteren bij straatmuziek uit Marrakech of een winti-ritueel uit Saramacca. En als de voorvechters van allochtonencultuur een schouwburgdirecteur al wisten te verleiden tot een concert, dan liet vervolgens de eigen achterban het afweten. Voor muziek naar de schouwburg gaan, dat was men helemaal niet gewend.

Volksmuziek op het concertpodium met de bedoeling een groot, gemengd publiek te bedienen, het werkte niet. Maar Surinamers die zich op een fusie van kaseko en jazz wierpen boekten wel resultaat. De Marokkanen en Turken vonden een vergelijkbare oplossing; niet de volksmuziek van de massa maar de kunst van een elite werd hun visitekaartje. Stichting Kulsan was daarin het voortvarendst. Dalkiran: `Niet omdat die muziek het beste is, nee, omdat er voor Turkse klassieke muziek een publiek was.' `Een muziekminnend publiek dat de weg naar de zaal wist te vinden', vult Divendal aan. `Turkse onderwijzers, schrijvers, journalisten, kunstenaars, die konden hun ervaringen doorgeven naar de grotere groep'.

Het werkte. Kulsan ontwikkelde zich in krap tien jaar tot Neerlands succesvolste makelaar in Turkse muzieken. En meer dan dat, ook in Turkije bracht deze stichting kleine muzikale revoluties teweeg.

Divan-muziek
Dalkiran (1957) kwam in 1979 vanuit Turkije naar Nederland in het kader van de gezinshereniging, zijn vader werkte hier. Hij begon als ambtenaar, doorliep de sociale academie, maar móest achter de muziek aan. Divendal (1946) is sociologe en kwam door haar betrokkenheid bij de onderwijsvernieuwing in aanraking met migrantenkinderen en hun ouders. Ze verdiepte zich in de Turkse cultuur, leerde de taal en nu is zij werkzaam als professioneel vertaalster. In 1993 verscheen haar vertaling van Orhan Pamuks boek De witte vesting, inmiddels werkt zijn aan diens Nieuw leven dat afgelopen oktober in het Turks verscheen. `Verder ben ik altijd echt gek van muziek geweest', roept zij enthousiast.

`Wij wilden iets laten zien van het kwaliteitsniveau van kunst en cultuur in Turkije', licht Dalkiran toe, `dus ook ons publiciteitsmateriaal moest van hoge kwaliteit zijn. Alles moest van hoge kwaliteit zijn, idealisme alleen is nu eenmaal niet voldoende.' Die professionele aanpak wierp al snel vruchten af, in het voorjaar van 1989 kon Kulsan zich presenteren in het Amsterdamse Soeterijn. `Eerste Turkije-week in Nederland', kopten kranten en tijdschriften. `Alsof er voor het eerst in Nederland iets Turks werd georganiseerd', Dalkiran is nog altijd een beetje verbaasd.

Het programma bestond uit klassieke muziek, lezingen en films, bedoeld voor een ontwikkeld publiek. `Maar voor de Turkse intellectuelen was het ook nieuw', tekent Dalkiran aan, `zij waren opgegroeid in de Turkse republiek.' De elitaire, decadente divan-muziek van de voormalige sultans en pasja's was decennia lang verboden. In Nederland kregen de Turken de kans die muziek opnieuw te ontdekken. Divendal: `Dat gaf ze een gevoel van respect en trots. Ze zeiden goh, dit is ook van ons, wat mooi hè. Als we waren begonnen met de volkstradities, dan hadden ze gedacht: wat doen ze nou, is dat nu onze muziek?'

Kleine bezetting
Kulsan bouwde langzamerhand een reputatie op, dus als er nu een troubadour uit oude, vervlogen tijden op het programma staat, een man alleen met een saz, kijkt iedereen er naar uit. Zeker als het zanger Neet Erta betreft die vorig jaar in Nederland optrad. Dalkiran: `Veel mensen herinnerden zich: zo'n man was er wel in ons leven, twintig jaar geleden. Dus ik zei: Ja, je was hem eventjes vergeten. Maar ik breng hem weer terug.'

Ook Nederlanders toonden vanaf het begin volop belangstelling. Divendal: `Bij de lezingen kwamen altijd veel Turken, bij de films ook. Bij klassieke muziek was het altijd zestig-veertig of zo, daar waren de Nederlanders in de meerderheid.' En bijna altijd waren het er samen veel. Vooral de wervelende derwisjen in hun plechtige wijde witte gewaden maakten veel indruk, de voorstelling in 1993 betekende voor Kulsan de definitieve doorbraak van wereldmuziekpodia als Soeterijn, Rasa en Evenaar naar het concertzalen- en schouwburgencircuit.

`Met de lagere school ben ik een keer naar Konya geweest', vertelt Dalkiran. Daar hebben ze zo'n apparaat met poppetjes die bewegen, derwisjen die dansen met muziek erbij. Ik heb er uren achter elkaar geld in gegooid en gekeken.' Twee jaar geleden moest het er van komen, `Veronica, we gaan derwisjen brengen.' Maar wat bleek, er bestond niet één derwisjen-groep. Zelfs niet in Konya, niks.

`Toen heb ik twintig muzikanten en dansers bij elkaar gebracht, de een werkte bij een bakker, de ander weet ik veel waar. Ja zeiden ze, we kunnen wel zo'n voorstelling maken, maar we hebben niks meneer, er moeten speciale kleren zijn, weet u. Dus ik zei, hier is geld, iemand van jullie moet naar Konya gaan, daar moeten de spullen worden gemaakt.' Het bleek de moeite waard, de Amsterdamse Stadsschouwburg liep twee keer vol. Onder de concertgangers waren honderden Turken die nog nooit in een Nederlandse concertzaal waren geweest. En inmiddels zijn er acht derwisjen-groepen in Istanbul.

`Nog zo'n voorbeeld', vult Divendal aan. `Necdet Yaar is een heel beroemd tanbur-speler. Hij zei: kom vanavond maar langs, er is een concert.' Daar speelde een groep van dertig, vijfendertig musici, van ieder instrument vier of vijf. Later, tijdens de koffie, wilde Yaar weten wat de gasten van de avond hadden gevonden. `Tsja, hij is een topmusicus, een eerbiedwaardig man, maar we hebben het toch maar gezegd: we vinden deze manier van uitvoeren niet mooi. En eenmaal in Nederland bedankte hij ons iedere dag tien keer, want het repertoire dat hij hier bracht, in kleine bezetting, had hij in geen jaren gespeeld. Dat is natuurlijk ontzettend leuk, maar het geeft ook aan hoe lastig het werk is.'

Muziek van de zee
Om het nog moeilijker te maken verlegt Kulsan nu en dan zijn grenzen. Hoewel het in Nederland aan de man brengen van authentieke Turkse kwaliteitsmuziek hun eerste zorg is, zijn Divendal en Dalkiran ook niet vies van een experiment. Met kemençe-virtuoos Ihsan Özgen en drie vrijgevochten Nederlandse musici bijvoorbeeld: saxofonist Theo Loevendie, pianist Guus Janssen en drummer Martin van Duynhoven. En uitgerekend deze gewaagde combinatie verscheen de afgelopen maand op de eerste Kulsan-cd.

Özgen maakte in Turkije drie cd's met streng klassieke Turkse muziek op zijn strijkinstrument kemençe. Tegelijkertijd toonde hij zich een gretig muzikant, nieuwsgierig naar de combinatie van oosterse en westerse improvistaie-techniken, maar met een duidelijk doel voor ogen: het wereldwijd tot concertinstrument promoveren van de kemençe'.

Dat wil Kulsan eigenlijk ook, net als de gestreken tanbur, de bamboefluit ney of de citer kanun. En nog bijna niemand kent de muziek die vrouwen maakten in de harem van het Topkap-paleis, de ceremoniële muziek van de Baktai-orde of de licht-klassieke fasl. Dus die presenteert Kulsan de komende maanden, in wereldmuziekhonk of concertgebouw, van Groningen tot Maastricht.

Er is voor deze drie programma's een subsidie toegekend door het ministerie van OCW, de Gemeente Amsterdam moet nog uitspraak doen. Dalkiran: Aan dit werk zitten veel risico's. Kijk', en hij wappert met een map. `Deze vijf ga ik aanbieden aan de zalen, maar in januari hoor ik pas of ik geld krijg.' Gelukkig is het tot nu toe steeds goed gegaan, bij het Fonds voor de Podiumkunsten in Den Haag vindt Kulsan gewoonlijk een gewillig oor. Voor de periode vanaf 1997 doet de stichting een gooi naar opname in het Kunstenplan, zodat de subsidie voor vier jaar is gegarandeerd. Dalkiran: `In het laatste advies van het Fonds staat dat wij een meer structurele basis nodig hebben, dus van die kant wordt dat nu ook gezien.'

Kunstenplan of niet, Kulsan zal Nederland blijven bestoken met wervelende derwisjen en schmierende zigeuners, zingende Istanbulse joden en de enig overgebleven troubadour. Voor 1997 staat de serie Muziek van de zeeën van Turkije op stapel. `In een van die zeeënprogramma's krijgen we drie mannen van de bergweiden bij een dorp, die daar altijd, jaar in jaar uit de muziek verzorgen. Schítterend gewoon.'

Peter van Amstel


OnzeWereld, 1995

© Peter van Amstel - 1995