Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Habib Koité, zanger-gitarist uit Mali

14/02/1997

Het mooiste meisje en de Toearegs

Zestig kilometer oostelijk van de havenstad Dakar staan de grootste spoorwegdepots van de dertienhonderd kilometer lange rails die Senegal met het achterland verbinden. Toen Habib Koité in 1958 werd geboren werkte zijn vader er als spoorwegbeambte. In zijn vrije tijd wilde pa wel eens een gitaar ter hand nemen, maar het was Habib's moeder die de muzikale traditie van de griot-familie in stand hield. In Kayes, halverwege de spoorlijn net over de grens met Mali, was zij een graag geziene gaste bij feesten ceremonieën. Toch begon popzanger Habib Koité zijn muzikale carrière in eerste instantie als gitarist.

De grootste bevolkingsgroep in Senegal en Mali is die van de Mandinka, bij hen is muziek maken voorbehouden aan families van griots of jali's. In breed uitgemeten verzen bezingen zij belangrijke episoden uit de ongeschreven geschiedenis, op bijeenkomsten eren zij de gastheer. Ook Habib Koité is van geboorte griot, in de dertiende eeuw waren zijn voorouders beschermelingen van de Keita's, de koningen van het uitgestrekte Mali-rijk. Maar al is Koité een muzikant in hart en nieren, hij brak met de traditie van het loftuiten.

In 1970 besloten de Malinese spoorwegdirectie en het Ministerie van Informatie tot het oprichten van een orkest dat in de aankomsthal in Bamako op moderne (elektrische) instrumenten het beste van de Mandinka-muziek ten gehore zou brengen. Op zaterdagavond speelde de -inmiddels legendarische- Rail Band in de tuin van het plaatselijke hotel, de eerste jaren onder aanvoering van de latere popster Salif Keita.

En in Bamako werden aan het Institut National des Arts muzieklessen gegeven. Toen Habib Koité zijn middelbare school achter de rug had aarzelde hij dan ook geen moment. Hij sprong op de trein, reed mee tot het eind, richtte een band op en schreef zich in aan de academie. Binnen een half jaar werd Koité benoemd tot leider van het schoolorkest INA Star en in 1980 studeerde hij af als de beste gitarist van zijn lichting. Waarop onmiddellijk een aanstelling volgde als gitaardocent, een baan die hij nog altijd aanhoudt.

Wat niet echt nodig is, want sinds Koité met zijn elektrische band Bamada van 1991 tot 1993 in Frankrijk drie belangrijke muziekprijzen in de wacht sleepte, volgde de ene internationale aanbieding na de andere. Van Montréal tot Basel, van Kazachstan tot Nijmegen prijkte zijn naam op festivalaffiches, wat zijn populariteit in Afrika zeer ten goede kwam. Want, zo vertelde Koité vorig jaar aan een Frans dagblad: `Op een plaatselijke muzikant wordt hier neergekeken. Pas als je in New York of Parijs bent geweest tel je mee, pas dan word je opgemerkt door de Maliërs.'

Inmiddels moeten zijn landgenoten dus hebben gemerkt, dat Koité zijn eigen weg gaat. In plaats van de lofliederen van de griots, waarop illustere voorgangers als Toumani Diabaté -met wie Koité wel een plaat maakte-, Ami Koita en Salif Keita zich baseren, zingt hij zijn eigen melodieën en teksten. Hij moppert op vrouwen die met smeerseltjes hun huid minder donker maken. Met Fatma, het hoogtepunt van zijn cd Muso Ko probeerde hij met indringende teksten een dreigend conflict met de Toearegs in het noorden te bezweren. Natuurlijk bezingt hij ook het mooiste meisje ter wereld.

En het genot van muziek maken. Daarvoor gebruikt hij opnieuw niet de gangbare imitatie van het spel op de kora, de elegante harp-luit van de griots. Zijn voorbeeld is de laag zoemende zessnarige ngoni van de Fulani. Koité's muziek is in meer dan een opzicht verwant met die van Fulani-diva Oumou Sangaré, die eens opgelucht opmerkte: 'Bij ons mag iedereen die daar de gave voor heeft muziek maken, niet alleen de griots.' Ze blijft dichter dan Koité bij de traditie, gebruikt oude liederen en maar moderniseert die door er nieuwe, geëngageerde teksten bij te maken. En geen elektrische band: `Ik geef te veel om de traditie om die helemaal overboord te zetten.'

Dat doet Koité evenmin. Op zijn gitaar imiteert hij met gebroken akkoorden de vijftonige ngoni-muziek, in zijn band staat naast drummer Souleymane Ann de vurige knijptrommelspeler Baba Sissoko die bovendien nu en dan de xylofoon bespeelt. En Koité ontleent de ritmes van zijn muziek aan de danssa uit de grensstreek met Senegal, terwijl hij bij voorkeur in het Bambara zingt.

Met zijn eigenzinnige, zeer dansbare mix van Afrikaans en westers maakte Koité het afgelopen najaar indruk tijdens de Music Meeting in Nijmegen. Zijn cd staat nog altijd hoog in de wereldmuzieklijsten en haalde een achtste plaats in de Moordlijst van de VPRO en Muziekkrant Oor popexperts. Dat alles levert Habib Koité en Bamada nu een toer op met elf optredens in Nederland.

Peter van Amstel


OnzeWereld, 1997

© Peter van Amstel - 1997