Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Bhimsen Joshi

08/10/1993

Het geheim achter de schoonheid

Bhimsen Joshi, de grootste, bekendste en meest produktieve zanger van Noord-India, logeert dezer dagen in een droevig stemmend hotel: het Internationaal Centrum in Amsterdam. Met zijn leslokalen en praktijkruimten is het zonder twijfel een ideaal onderkomen voor de cursisten van het aanpalende Tropeninstituut; een gearriveerd kunstenaar als de 71 jarige joshi zou je toch beter wensen.

Maar joshi heeft kennelijk erger gezien. Laconiek beent hij door de kamer, blootsvoets. In een kleine notekraker vermorzelt hij bruine rotsjes tot kauwbare proporties. Zijn kaken malen onverstoorbaar door als hij straks moet zingen vergeet hij al het andere. Gelukkig, want alleen vergetelheid, of de troost van een goede opvang (‘Mister Wil will know, he takes care of everything'), kan verklaren dat een musicus er na het verblijf in deze vaalbetonnen stapeldoos niet voor eeuwig het zwijgen toe doet.

Een prater is Pandit Bhimsen joshi van zichzelf al niet. Hij is nauwelijks geneigd uit te wijden over persoonlijke verdiensten of zelfs maar herinneringen op te halen. Zoals aan die ene dag in 1932, toen hij in de menigte op een treinstation een glimp opving van zijn grote voorbeeld Abdul Karim Khan, de grondlegger van de Kirana school. Elke belangrijke stad in Noord India had omstreeks de eeuwwisseling een gharana, een school die stond voor een karakteristieke speelstijl. Die van Kirana is nog steeds de grootste en bekendste zang gharana.

Misschien was de tienjarige Bhimsen die dag wel juist op weg naar de platenwinkel waar, bij wijze van reclame, dag in dag uit Karim Khans 78 toerenplaat Pia bin nahin awat chaain te horen was. Dat was voor Bhimsen ruim voldoende om het zeker te weten: deze zangstijl zou hij zich eigen maken. Hij zou zelf platen gaan maken. En vooral: hij zou zingen voor een publiek, want 'goede muziek, live uitgevoerd, nestelt zich in het oor en blijft daar naklinken. Twee, vier, acht dagen, jaren soms. Opgenomen muziek klinkt niet na.'

Behalve die paar minuten Karim Khan misschien? 'Oh yes, yes. He had such strong notes', die misten hun uitwerking niet.
Na die ervaring verlaat Bhimsen, een jongetje dat altijd achter de muziek aan loopt (in India geen huwelijk zonder feestorkest), het ouderlijk huis. Hij gaat op zoek naar een zangleraar. Nadat hij als zwervertje in Bombay is opgepakt, vindt hij tijdelijk onderdak bij de zanger Hafiz Ali.

Zijn queeste voert hem vervolgens naar Kharagpur, naar Delhi en Jalandhar. In Gaddag, vlak bij zijn woonplaats Dharwar, vindt hij ten slotte in Savai Gandharva de ideale leraar, die wel tot twaalf uur studie per dag van hem vraagt.
Al wordt hij in het Westen nogal eens als zodanig geportretteerd, Joshi is geen romanticus. Wel weet hij als geen andere Indiase zanger emoties los te weken. Hij bekkentrekt, slaat onverhoeds wild om zich heen en springt soms bijna van zijn plaats, maar al dat vertoon zet zijn betoog kracht bij. Een betoog in pure klank dat nergens over gaat, het wonder van de ontroering komt rechtstreeks voort uit de tonen zelf. De milde boog van een melodie stemt melancholiek, de herhaling van een schijnbaar onbeduidend fluistertoontje kan als echo verpletterend toeslaan. 'Die momenten ken ik wel', zegt joshi, 'soms krijgen zanger en publiek tranen in de ogen. In het leven van een musicus zijn er misschien twintig, vijfentwintig van die momenten.'

Het spelen met emoties is natuurlijk het mooiste tegenover een publiek, dan ook zijn verrassingen niet uitgesloten. 'Als de sfeer goed is', zegt joshi, 'en ik zit tegenover echte muziekliefhebbers die de raga, de toonschaal die ik heb gekozen, kennen, dan krijg ik soms een inval en zing ik iets dat ik niet van tevoren had bedacht.'

Minstens vier uur voor een concert begint hij na te denken. Ideeën spelen door zijn hoofd, langzamerhand krijgt het concert vorm. Vlak voor aanvang, als hij de begeleidende snaarinstrumenten heeft gestemd, stelt Joshi definitief vast welke raga hij zal zingen. De zanger heeft de keuze uit meer dan vierhonderd raga varianten (combinaties van toonreeksen met bijbehorende regels voor gebruik), waarvan er ongeveer vijftig regelmatig gezongen worden. Wordt het de ochtend raga Todi, de middag raga Multani, of de avondversie Purvaiya? De meditatieve Yogiya misschien?

Yoshi noemt zichzelf een 'lover of music lovers', maar sommige raga's zijn zo contemplatief en naar binnen gekeerd, dat Joshi er de voor eur aan geeft die in de beslotenheid van een studio te zingen. 'De voorbereidingen voor een opname kosten wel meer tijd', legt Joshi uit. 'Op een plaat ligt mijn muziek voor altijd vast, dus bedenk ik van te voren tot in de details de variaties die ik wil zingen.' En al die grimassen en het armenzwaaien? 'Hahaha, natuurlijk zit ik in de studio ook mee te bewegen. Zodra ik in de muziek zit begint mijn lichaam vanzelf mee te doen'. Het is of hij iets uit de lucht grijpt, tonen, ideeën, inspiratie. Bij dat idee schiet Joshi's vrouw spontaan in de lach. 'No, no, no, it's a habit. Het hoort bij de muziek, logisch toch? Muziek staat zo dicht bij dans.'

Joshi maakte zijn eerste plaatopname in 1942 voor de platenfirma His Master's Voice. Platenbazen trokken in die tijd in India van stad naar stad op zoek naar talent. Joshi had in Bombay al heel wat radio optredens achter de rug en had daarmee studio ervaring. Maar radio ging live en uitzendingen waren van flinke duur. Een bhajan, een religieus lied inkorten voor de plaat was geen probleem, maar een klassieke raga in de strenge khayal stijl? Zo'n stuk duurt gewoonlijk drie kwartier tot een uur, de drieënhalve minuut speeltijd van een 78 toerenplaat is dan wel wat krap.

Alleen het snelle ritmische deel dus maar, of het geheel terugbrengen tot de essentie: twee minuten', alap en anderhalve minuut compositie. Daarmee deed de zanger weliswaar de traditie geweld aan, 'maar wat kon ik doen? Meer kon er niet op.' De ep van zeven minuten betekende in de jaren vijftig al een hele verbetering, de lp met twintig minuten bood in het daaropvolgende decennium uitkomst. Langspeelplaten, daarvan zong Joshi er achttien vol, merendeels voor The Gramophone Company of India (EMI).

De cd maakte het ten slotte mogelijk om een raga in khayal stijl, een raga in de lichtere thumri stijl en een bhajan achter elkaar te zetten. En op de cd-markt weert Joshi zich nog altijd kranig, in 1991 verschenen er liefst zeven cd's met zijn muziek. Zojuist kwam er een dubbel cd uit met opnamen van het veertigste Sawai Gandharva Festival, een jaarlijks terugkerend evenement in Joshi’s woonplaats Puna. En straks, terug in India, gaat hij opnieuw de studio in.

Zelden beluistert hij zijn eigen platen. Voor het oordeel over zijn prestaties steunt hij op zijn vrouw, na elk
concert vraagt hij zich af waar het eventueel aan ontbrak. 'Of de luisteraars de muziek nu kennen of niet, iedereen moet er van kunnen genieten. Perfecte muziek moet de massa aanspreken', maar honderd procent perfectie, vindt hij, heeft hij nog nooit bereikt.

Toch komt hij een heel eind met zijn loepzuivere intonatie, het geheim achter de schoonheid volgens de Kiranaschool. 'Als je exact de juiste tonen zingt zul je iedereen aanspreken. Of men nu in staat is de grammatica van de muziek te doorgronden of niet, people will taste the art.'
Andere scholen benadrukken de ritmiek, cultiveren een virtuoze uitvoeringspraktijk (‘I call that a circus') of hechten veel waarde aan de betekenis van de woorden. 'Ik verzamelde het beste van alle scholen. De tana's, de snelle melodische versieringen werden in de Kirana school bijvoorbeeld niet erg benadrukt.' Maar joshi kon ze wel gebruiken. Ook ontleende hij composities aan andere scholen, hij stroomlijnde de uitvoeringspraktijk.

Pandit Bhimsen Joshi, de Oosterse evenknie van Fischer Dieskau en Carreras, maakt zich niet druk over de housemuziek die door de lobby van zijn Amsterdamse hotel schettert, Hij neemt genoegen met de bloemen en de zweem van wierook waarmee zijn vrouw en dochter de sfeer wat hebben opgekrikt. 'Een stem is veel krachtiger, effectiever dan een instrument', stelt hij tevreden vast. De meester bromt iets laags, lacht dan triomfantelijk: 'Als instrumentalisten spelen, dan zingen ze van binnen.'

Peter van Amstel


Volkskrant, 1993

© Peter van Amstel - 1993