Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Michael Baird laat muziekvorser Hugh Tracey herleven

14/12/1998

Een cadeau aan mijzelf

Redden wat er nog te redden valt, onder dat motto zeulde muziekvorser Hugh Tracey (1903-1977) vanaf 1929 met honderden kilo’s opname-apparatuur door koloniaal Afrika. De muziek die hij tijdens zijn eerste reizen tegenkwam ploegde hij met opwindbare machines in platen van aluminium of acetaat. Pas omstreeks 1950 kwamen de eerste bandopnameapparaten beschikbaar. Die maakten wel een kolossaal 240 Volt agregaat noodzakelijk.

Met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen bouwde de excentrieke Brit, die niets begreep van het dédain waarmee zijn landgenoten de Afrikanen benaderden, aan zijn verzameling. Een groot deel daarvan publiceerde hij op 210 lp’s, maar die zijn al lang niet meer te krijgen. Met het uitbrengen van vier cd’s met muziek uit Tracey’s erfenis maakt Sharp Woods Productions een veelbelovend begin van wat een lange reeks heruitgaven moet worden.

Op de cd’s klinken delicate solozang en robuuste trommelmuziek van de vroegere hoven in Uganda en Ruanda, breekbare klanken van duimpiano’s, muziekbogen en stemmen uit Zambia, imposante spleettrommel- en hoornblazersmuziek uit voormalig Belgisch Kongo. Dit alles met een geluidskwaliteit die nauwelijks doet vermoeden dat het hier om muziek uit de jaren 1950-57 gaat.

Samensteller Michael Baird (44) is er zelf danig van onder de indruk. ‘Niet alleen vanwege de muziek, het is alsof ik met geesten praat. Want iedereen die op deze platen speelt is inmiddels dood.’ SWP is het huislabel van de in Zambia geboren, in Utrecht wonende jazzdrummer en componist. In 1996 reisde Baird met een studiebeurs van WVC naar Grahamstown, Zuid-Afrika, om daar in de archieven van de International Library of African Music (ILAM) zijn ‘muzikale roots op te graven’.

Twee jaar eerder had hij in Nederland Tracey’s zoon Andrew ontmoet, die met een groep Chopi-xylofoonspelers op tournee was. ‘Hij bleek de directeur te zijn van dat instituut’, vertelt Baird onder het koffie zetten. Twee keyboards en een tafel met computerapparatuur scheiden zit- van kookgedeelte in zijn woning aan een rustig straatje in de Utrechtse binnenstad. Alleen de computer staat aan. Er ligt een laagje stof op de toetsen van de keyboards en in zijn drumstudio is hij ook al lange tijd niet geweest. Het wachten is op een e-mail uit Zuid-Afrika met de laatste tekstcorrecties.

Baird is gewend zijn muziek uit te brengen op zijn eigen label. ‘Normaal ben ik zowel componist, drummer als platenbaas’, legt hij uit. ‘Dus ik dacht, het produceren van deze bestaande opnamen is een makkie. Uiteindelijk heb ik zo’n vijf maanden van mijn muziekcarrière opgeofferd aan het werken als producer. Maar deze muziek is te waardevol om niet te worden gehoord.

‘Ik kende de opnamen van Hugh Tracey al jaren, die kopieerde ik van mijn jazzvrienden in Londen. Muzikanten als pianist Stan Tracey -geen familie- en drummer Phil Seamen, eigenlijk de hele Engelse vooruitstrevende scene was in de jaren vijftig en zestig wég van Hugh Tracey. Toen ik nog een beginnend, talentvol jazzdrummer was zocht ik ze op. Zij lieten mij die muziek horen bij een kopje thee. En later merkte ik dat al die opnamen ook circuleerden onder de top-jazzmusici in Parijs.’

Dat is geen wonder, want het muzikale vernuft, de instrumentale effecten op deze cd’s, en vooral de tomeloze energie die er van afspat zijn onweerstaanbaar. Dat verklaart ook hoe Baird het drie weken lang volhield dag in dag uit te luisteren naar de muziek in de Tracey-geluidarchieven. Bijna de complete Zambia- en Zimbabwe-collectie nam hij tot zich per hoofdtelefoon. ‘Kijk, hierin staan alle lp’s beschreven’, en hij haalt de boeken tevoorschijn waarin Hugh Tracey nauwgezet alle opnamen gedocumenteerde.

De hoeveelheid is overstelpend. Tracey besteedde zoveel mogelijk tijd aan zijn veldwerk, dit mede op aanraden van de componisten Ralph Vaughan Williams and Gustav Holst die hij in 1931 in het Royal College of Music in London ontmoette. ‘Zij moedigden mij aan’, schreef Tracey in een van zijn publicaties, ‘mij te concentreren op het ontdekken en opnemen van zoveel mogelijk Afrikaanse muzieksoorten, en voorlopig iedere poging de muziek te noteren achterwege te laten.’

Misschien hadden zij weinig vertrouwen in de muzikale capaciteiten van de boerenzoon, weliswaar uit een rijke familie maar zonder muzikale opleiding. Musici en studenten zouden zo het meest van Tracey’s werk profiteren, vonden Vaughn Williams en Holst, die zouden ook de taak van het transcriberen wel op zich nemen.

Toch schreef Tracey met zijn boek Chopi musicians: their music, poetry and instruments (1948) het standaardwerk over de imposante xylofoonorkesten uit Mozambique. En van 1955 tot 1971 publiceerde hij als redacteur van het tijdschrift African Music een reeks artikelen over de muziekinstrumenten, speelstijlen, toonschalen en muzikale opvattingen die hij ontdekte in het immense gebied tussen Soedan en Kaap de Goed Hoop. Daarvan was destijds nog maar weinig bekend en nog altijd is er nauwelijks klinkende muziek uit die periode beschikbaar.

Baird: ‘Na drie weken luisteren dacht ik: hier moet iets mee gebeuren.’ Terug in Nederland maakte hij een eerste selectie uit de digitale kopieën die hij mee naar huis nam. De afgelopen zomer reisde hij opnieuw naar Grahamstown om de verzameling voor de eerste vier cd’s compleet te maken. Achter de rijen banden in het muziekarchief vond hij bovendien een doos met negatieven van onberispelijke kwaliteit.

Zij tonen harpspelers, bespelers van duimpiano’s in talloze varianten, en grote orkesten met xylofoons, trommels of fluiten. Tracey laat zien hoe pygmeeën in het voormalige Belgisch Kongo geconcentreerd en verbaasd luisteren naar een grote luidsprekerkast waaruit hun eigen, zojuist opgenomen muziek klinkt. Zo’n luistersessie achteraf was Tracey’s vaste gewoonte, het tekent het respect waarmee deze geluidspionier de Afrikanen benaderde.

‘Er komen binnenkort nog twee cd’s uit’, belooft Baird, ‘ik heb met Andrew Tracey de afspraak gemaakt dat er ieder jaar minstens een verschijnt.’ Het is niet zijn bedoeling om een compleet overzicht samen te stellen, benadrukt hij. ‘Ik maak mijn keuzes met liefde en, hopelijk, goede smaak. Luister maar naar de opname Kyuma, een trommelstuk uit Oeganda. Of naar de intieme muziekjes op het kalimba-album uit Zambia. Er zijn stukken bij die mij twintig jaar geleden hebben beïnvloed. Het is ook een cadeau aan mijzelf.’

Peter van Amstel

De cd’s van Sharp Wood Productions zijn alleen te bestellen via het Internet: www.swp-records.com.


Volkskrant, 1998

© Peter van Amstel - 1998