Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

meetings en festivals in Europa

15/01/2008

Improviseren in de etalage

De Dutch Jazz Connection helpt Nederlandse jazzmusici een handje bij het veroveren van het buitenland, want al te vaak bewegen muzikanten en professionals rakelings langs elkaar. Als Nederlandse musici spelen zijn programmeurs uit het buitenland gewoonlijk niet in de buurt, als zij er wel zijn staan de Nederlandse musici nu net niet op het podium. Programmeurs en artistiek directeuren van buitenlandse podia en festivals, veelal lid van het Europe Jazz Network, komen voor vergaderingen graag bijeen tijdens elkaars evenementen om zich in een moeite door te informeren over de muzikale stand van zaken. Waarom dan niet het vergaderen combineren met een uitvoerige, aantrekkelijke presentatie van de beste, interessantste jazz van Nederlandse bodem? Waarbij behalve de EJN-leden zoveel mogelijk andere belangrijke buitenlandse gasten aanwezig zijn? De mensen van de Dutch Jazz Connection vroegen het zich niet lang af, en organiseerden in 1998 de eerste Dutch Jazz Meeting.

In het Bimhuis in Amsterdam, voor een gezelschap van ongeveer tachtig professionals uit het internationale jazzpodium- en festivalcircuit, beten (hoe kon het ook anders) pianist Misha Mengelberg en drummer Han Bennink het spits af. In drie dagen presenteerden vervolgens vijftien Nederlandse jazzcombinaties een staalkaart van Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek, van hard core impro tot swingende Paramaribop. Met tussenpozen van ongeveer twee jaar vonden in Amsterdam tot nu toe vijf afleveringen plaats, de laatste in december 2006, muzikanten plukken er inmiddels de vruchten van. Het Nederlandse voorbeeld kreeg bovendien navolging in verschillende buitenlanden. In Bremen bijvoorbeeld met een German Jazz Meeting in 2006 als onderdeel van festival Jazzahead!. Collega's in Brugge en Gent presenteerden in september 2005 en 2007 hun Flemish Jazz Meeting. Buitenlanders bewonderen Nederlanders niet alleen om hun muzikale improvisaties, maar ook vanwege de manier waarop zij die aan de man weten te brengen.

Amsterdam
Een jazz meeting naar Nederlands recept is meer dan een serie demonstratieconcerten, meer dan een showcase of etalage met doorgewinterde improvisatoren en aanstormend talent. Sinds de vierde aflevering in maart 2005 is ook een informatiemarkt een vast onderdeel van de Dutch Jazz Meeting. Het Bimhuis was inmiddels verhuisd van het uitgewoonde pand aan de Oude Schans naar de fonkelnieuwe locatie aan het IJ. Dat leverde niet alleen een fantastische nieuwe zaal op maar ook, in de lichte, ruimtelijke foyers en portalen van het Muziekgebouw, overvloedige vloerruimte voor een markt. Tijdens een jazz meeting presenteren musici, ensembles en orkesten zich daar vanachter tafels vol drukwerk, video's en cd's, of door al rondlopend contacten aan te knopen met buitenlandse promotors en programmeurs, platenbazen en journalisten. Soms doen de deelnemers meteen goede zaken, voortdurend worden contacten gelegd of opgefrist door het uitwisselen van wensen en ervaringen, visitekaartjes en cd's.

Het lijkt wel of heel improviserend Nederland, en heel jazz producerend en organiserend Europa die ene dag in de twee jaar gezamenlijk Amsterdam aandoet. Net als beleidsmakers, subsidieverstrekkers en diplomaten, en gasten uit landen in andere werelddelen zoals de Verenigde Staten en Zuid-Afrika, Rusland en Japan. De organiserende Dutch Jazz Connection trakteert ze op "A menu of bands that are of high, international quality", vond Nod Knowles van het Bath International Music Festival. György Wallner van het Budapest Music Center: "It has shown really all sides of jazz in the Netherlands, in its entire depth. The info-market was a very good idea!"' En Dmitry Ukhov uit Moskou schreef: "The elders proved their status and it was nice to greet the younger generation."

Bremen
Bij de jonge generatie van de meeting in december 2006 hoort zeker saxofoniste Tineke Postma die haar eigen kwartet leidt en, vooruit, de nieuwe combinatie van gitarist Anton Goudsmit, saxofonist Efraïm Trujillo, bassist Jeroen Vierdag en drummer Martijn Vink. Omdat een enkel showcase optreden zelden voldoende is voor het begin van een internationale carrière, stonden beide bands nog geen drie maanden later alweer in een showcase, ditmaal in Bremen tijdens jazzfestival Jazzahead!. Tussen de tweejaarlijkse edities van de German Jazz Meeting die binnen Jazzahead! plaats vindt, organiseerde festivaladviseur Peter Schulze dit jaar in samenwerking met Jazzinstitut Darmstadt een groots opgezette beurs onder de naam JazzXchange. Als onderdeel daarvan speelden veelbelovende, nog niet internationaal doorgebroken Europese bands korte concerten, een verrassende aanvulling op het hoofdprogramma dat was opgebouwd rond klinkende namen als Joe Zawinul, Rigmor Gustafsson en Kenny Wheeler.

Festival en beurs waren ondergebracht in het even riante als pompeuze Congress Centrum Bremen, toonbeeld van postmodern functionalisme uit het jaar 2005. Drie concertzalen, een grote geflankeerd door twee kleinere, liggen aan een enorme foyer met zuilengalerijen, trappenpartijen en wandconstructies die associaties oproepen met sprookjeskastelen, raketbases en kermisattracties. Voor deze gelegenheid diende de foyer als beursvloer, goeddeels gevuld met kramen en stands van Duitse bedrijven en organisaties: platenmaatschappijen, jazzorganisaties, archieven, omroepen en onderwijsinstellingen. in dit deel van de beurs geen aandacht voor Nederlandse jazz, behalve in de stand van het Prins Claus Conservatorium uit Groningen dat leerlingen probeerde te werven.

Aan de voorzijde van het gebouw, met uitzicht op een uitgestrekt parkeerterrein, is een bar ingericht. Daar voorbij voert een brede gang langs de glazen voorgevel richting Halle 4.1 met een café, nog een verzameling stands en, helemaal achterin, Konzertsaal 4.1. Ook in de gang staan stands, waaronder die van het Nederlandse Jazz in Motion, vertegenwoordiger van saxofonist Yuri Honing (die wel zijn opwachting maakt maar niet op het podium staat), bassist Tony Overwater en drummer Joost Lijbaart. De andere Nederlanders bevolken het kraampjeseiland dat de Dutch Jazz Connection voor ze regelde in Halle 4.1. Er prijken twintig namen op de deelnemerslijst, achter sommige daarvan gaan meerdere musici, bands en ensembles schuil. Vincent Henar van Fra Fra Sound bemant, vlakbij de andere Nederlanders, een eigen stand.

Op het festivalprogramma voor de hoofdpodia prijken dit jaar geen Nederlandse namen, maar wel op het Off Program, een serie showcase concerten die van laat in de ochtend tot vroeg in de avond plaatsvinden in Konzertsaal K 4.1. Met zes van de 23 concerten heeft Nederland daarin een flink aandeel. Gelukkig, want een klein uurtje spelen voor nieuwsgierige programmeurs en promotors is misschien effectiever dan drie dagen lang een stand bemannen. Temeer daar de hoeveelheid belangstelling voor de boekingsbureaus, de musici en hun agenten achter de kramen wat tegenvalt.

etalage
Van de zes Nederlandse gezelschappen die in Bremen spelen heeft het Tineke Postma Quartet met ongeveer honderd luisteraars veruit het meeste publiek. Postma heeft voor de gelegenheid bassist Jeroen Vierdag geleend van het kwartet rond Anton Goudsmit, in beide groepen is Martijn Vink de vaste drummer. Randal Corsen is Postma's pianist. Het nieuwe, eigen materiaal dat het kwartet ten beste geeft klinkt kundig, vriendelijk en fris, het publiek is de musici er dankbaar voor. De jazzy dansbare mengmuziek van Martin Verdonk en zijn Latin Jazz V.S.O.P. trekt een kleine veertig luisteraars, de luisterliedjes van Monica Akihary, die eigenlijk nauwelijks jazz mogen heten, toch nog zo'n dertig. Het Zapp String Quartet speelt eigen nummers met grappige titels als Intieme delen en De man met de hond met de hoed; niet ieder van de ruim twintig luisteraars vindt de uitleg die daarbij nodig is even leuk. De stevige, complexe, bijna overenthousiast gespeelde muziek van New Niks brengt nog geen vijftien mensen binnen.

Zo blijkt in een buitenlandse showcase spelen niet altijd een genoegen, optreden voor een bijna lege zaal kan nauwelijks inspirerend zijn. Nu zijn showcases natuurlijk niet in de eerste plaats voor een publiek van liefhebbers bedoeld, maar voor podium- en festivalprogrammeurs, en andere professionals. En hier geldt de wet van omgekeerde evenredigheid tussen de voorkeur van het publiek en profs: hoe meer het publiek zich thuis voelt, hoe eerder de professionals afhaken. Zij zijn vooral op zoek naar muziek die óf beter is dan wat ze al kenden, óf minstens even goed maar net opvallend anders. Of, en dat gebeurt niet vaak, muziek die ze nooit eerder hoorden en die ze blij verbaasd doet opveren. Zij willen, kortom, worden verwend en verrast om later zelf hun publiek te kunnen verwennen en verrassen.

Dat weten de musici die in showcases spelen ook, daarom reisden ze toch voor een half uurtje zingen of spelen naar Bremen. Want Peter Schulze was daar, die behalve adviseur van Jazzahead! ook programmeur is van JazzFest Berlin, onderdeel van de Berliner Festspiele, evenals Reiner Michalke van het jazzfestival in Moers, Enrico Blumer uit het Italiaanse Clusone en Nod Knowles uit Engeland. En tientallen andere artistiek directeuren en smaakbepalers van grote en kleine festivals, clubs en podia van Scandinavië tot Italië, en zelfs van buiten Europa. Daarom grijpen musici de kans zich te presenteren, want al is zichtbaarheid nog geen garantie voor succes, onzichtbaarheid betekent zeker de dood in de pot.

Zichtbaar en hoorbaar blijven is ook belangrijk voor de oudgedienden, tijdens jazz meetings en muziekbeurzen laten zij zich vertegenwoordigen door hun platenlabels, agenten en boekers. Sommigen van hen spelen al sinds jaar en dag in de hoofdprogramma's van de festivals, wie daar eenmaal staat en in de smaak valt heeft misschien wel de beste kansen op vervolg. Festivaldirecteuren en podiumprogrammeurs gaan nu eenmaal graag luisteren tijdens elkaars festivals, waar zij de musici en bands in hun natuurlijke habitat, op een podium voor publiek, kunnen bekijken, beluisteren en beoordelen. Daarom zien zelfs gezelschappen van het kaliber Instant Composers Pool er niet tegenop naar een Hongaarse provincieplaats af te reizen voor een concert in een tent op een binnenplaats, tegen bescheiden betaling aangevuld met consumptiebonnen voor een volkskeukenrestaurant.

Györ
Precies halverwege Wenen en Boedapest en nét niet aan die mooie blauwe Donau, ligt het Hongaarse provincieplaatsje Györ, in het voorjaar van 2007 weer voor even het brandpunt van de Europese jazz. Tijdens festival Mediawave verzamelden zich daar de toonaangevende programmeurs van Europese jazzfestivals en -podia, de leden van het Europe Jazz Network. Het jaarlijkse, ruim twee weken durende festival Mediawave is zeker geen jazzfestival pur sang, er staat ook volop pop, rock en folk op het programma. In een grote tent op het dorpsplein spelen zigeuners hun traditionele muziek op van hars wit bestoven violen, maar veel muziek in zaaltjes en kelders is van de vooruitstrevende en experimentele soort. Jonge Hongaren brengen new wave rock, en oude en nieuwe jazz. Amerikanen komen met standards en experimentele muziek, er klinkt soms vriendelijke sing-song-pop, maar vooral venijnige underground. Toch is Mediawave ook voor jazzliefhebbers een festival van betekenis, met jaarlijks grote namen als het Art Ensemble of Chicago, John Zorn, Peter Brötzmann en Han Bennink.

Op eerdere afleveringen van Mediawave kwam de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek al vaak aan bod. In 2001 Fra Fra Sound, een jaar later het Willem Breuker Kollektief, de Izaline Calister Band en (wederom) Fra Fra Sound. Tetzepi speelde er in 2003, in de jaren daarna volgden Sean Bergin's MOB en het ICP Orkest (in een bouwvallige synagoge, herinnert Misha Mengelberg zich), Cor Fuhlers Corkestra, Boi Akih en het Tobias Delius 4Tet. Ditmaal zijn Mengelberg met zijn ICP, en trompettist Eric Vloeimans van de partij. Deze muzikanten hebben natuurlijk geen introductie meer nodig bij de programmeurs; Mengelberg en drummer Bennink hebben al bij leven een legendarische status, de bewondering voor de andere ICP-leden is nauwelijks minder. Ook kent iedereen Vloeimans die ditmaal in Györ optreedt met een Frans-Belgisch-Hongaars-Nederlandse gelegenheidscombinatie. Maar al staan zij nog zo goed bekend en hoog aangeschreven, zelfs bij het ICP Orkest of Vloeimans stromen de uitnodigingen niet vanzelf binnen. Dus zijn ze er, als het even kan, graag bij.

's Avonds en in het weekeinde dampen rondom het plein de kramen van de pizzabakkers en worstenbraders, aan grote tafels drinkt het publiek bier, wijn en het Hongaars gedestilleerd palinka. Overdag is het bankje onder de fontein op het dorpsplein, half verstopt achter de grote festivaltent, het domein van een plaatselijke zigeunerfamilie. Op een bankje vlak om de hoek sorteren de mannen van de Nederlandse Instant Composers Pool hun bladmuziek. Behalve Michael Moore, die is zijn papieren kwijtgeraakt in een ander buitenland. Vanavond gaat het twee weken durende festival van start met een concert van ICP. Niet in de gratis toegankelijke festivaltent op het plein (daar spelen vooral folkloregroepen, de beste uit de wijde omtrek), maar op het hoofdpodium in een flinke tent op de binnenplaats van het Xántus János Múzeum. Het publiek aarzelt nog, pas in de loop van het concert raakt de zaal nog half gevuld. Maar alle leden van het Europe Jazz Network zijn present, om na het concert goede herinneringen op te halen en, wie weet, om nieuwe plannen te maken.

© Peter van Amstel - 2008