<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xml:lang="nl">
	<title>Tetterettet</title>
	<subtitle>Peter van Amstel</subtitle>
        <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/indextexts.php"/>
        <link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/atom.xml"/>
	<updated>2010-08-30T16:04:24+02:00</updated>
	<author>
	<name></name>
	<uri>http://www.tetterettet.nl/weblog/indextexts.php</uri>
	<email>mailbox@petervanamstel.nl</email>
	</author>
	<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet</id>
	<generator uri="http://www.pivotlog.net" version="Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind'">Pivot</generator>
	<rights>Copyright (c) 2010, Authors of Tetterettet</rights>
	
	
	
	<entry>
		<title>Shankar &amp; Van Roosendael</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=214" />
		<updated>2010-08-30T16:04:00+02:00</updated>
		<published>2010-08-30T15:51:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.214</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma


Al zijn de concerto's van de Indiase sitarvirtuoos Ravi Shankar geen hoogtepunten van twintigste-eeuws componeren, het zijn wel oprechte en belangwekkende pogingen de structuur, klank en schoonheid van Indiase en westerse muziek onder één noemer te brengen. De nu negentigjarige Shankar was en is van grote betekenis voor de ontdekking van Indiase muziek door westerse componisten, onder wie de Nederlander Jan Rokus van Roosendael (1960-2005).


Te horen op de Concertzender op maandag 20 september 22:00 uur, herhalingen 30 september 17:00 uur en 3 oktober 22:00 uur.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=214"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/roosendael.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Jan Rokus van Roosendael" alt="Jan Rokus van Roosendael" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?month=1&amp;date=2010-09-20" title="Concertzender">radioprogramma</a>
</p>
<p>
Al zijn de concerto's van de Indiase sitarvirtuoos Ravi Shankar geen hoogtepunten van twintigste-eeuws componeren, het zijn wel oprechte en belangwekkende pogingen de structuur, klank en schoonheid van Indiase en westerse muziek onder &eacute;&eacute;n noemer te brengen. De nu negentigjarige Shankar was en is van grote betekenis voor de ontdekking van Indiase muziek door westerse componisten, onder wie de Nederlander Jan Rokus van Roosendael (1960-2005).
</p>
<p>
Te horen op de <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?month=1&amp;date=2010-09-20" title="Concertzender">Concertzender</a> op maandag 20 september 22:00 uur, herhalingen 30 september 17:00 uur en 3 oktober 22:00 uur.</p><p>
Jan Rokus van Roosendaal. Tala (1987). 18:20<br />
Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart<br />
Attacca 28113/4
</p>
<p>
Ravi Shankar. Concerto for Sitar and Orchestra (1970). 39:42<br />
Ravi Shankar, London Symphony Orchestra o.l.v. Andr&eacute; Previn<br />
EMI 5726552</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Cadeautjes voor het oor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=206" />
		<updated>2010-08-26T01:20:00+02:00</updated>
		<published>2010-08-19T23:37:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.206</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Toen de Nederlandse amateurmuzikant Bernard IJzerdraat omstreeks 1940 
een oud veldkanonnetje liet omsmelten tot Javaanse gongs en toetsen, kon
hij niet vermoeden hoeveel westerlingen na hem het gamelanbrons tot 
gonzen zouden brengen. Noch, omgekeerd, dat er Javaanse en Balinese 
componisten zouden opstaan om oude tradities nieuw leven in te blazen 
met nieuwe, vaak westerse technieken. Een bonte stoet van Javaanse, 
Balinese en westerse componisten en topmusici laat tijdens het 
aanstaande Internationaal Gamelan Festival Amsterdam horen hoe het er in
de eenentwintigste eeuw voorstaat met de gamelanmuziek.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=206"><![CDATA[
                <img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/saron.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Saron en hamer" alt="Saron en hamer" class="pivot-image" />Toen de Nederlandse amateurmuzikant Bernard IJzerdraat omstreeks 1940 
een oud veldkanonnetje liet omsmelten tot Javaanse gongs en toetsen, kon
hij niet vermoeden hoeveel westerlingen na hem het gamelanbrons tot 
gonzen zouden brengen. Noch, omgekeerd, dat er Javaanse en Balinese 
componisten zouden opstaan om oude tradities nieuw leven in te blazen 
met nieuwe, vaak westerse technieken. Een bonte stoet van Javaanse, 
Balinese en westerse componisten en topmusici laat tijdens het 
aanstaande Internationaal Gamelan Festival Amsterdam horen hoe het er in
de eenentwintigste eeuw voorstaat met de gamelanmuziek.<p>
Voor hun prilste gamelanimitaties, nog voor het smelten van het veldkanon, bespeelden IJzerdraat en zijn muziekvrienden de accordeon, gitaren en een koekblik. Na tientallen jaren nauwgezet studeren, imiteren en uitvoeren volgens de Indonesische tradities, in het Tropeninstituut en daarbuiten, na Nederland ook in de Verenigde Staten en de rest van de wereld, veroorzaakte opnieuw een Nederlander een doorbraak: componist Ton de Leeuw. Voor hem was de gamelan een verzameling interessante instrumenten, niet minder en niet meer, en daar schreef hij in 1975 zijn compositie <em>Gending</em> voor - het Nederlandse ensemble dat zich toelegt op het spelen van nieuwe gamelanmuziek, ook tijdens dit festival te horen, ontleende er zijn naam aan.
</p>
<p>
Het duurde even voordat Javanen en Balinezen de vertrouwde houten of hoornen hamer wilden verruilen voor afwaskwast of strijkstok, en de traditionele patronen voor een frisse figuren. Maar toen zij eenmaal de smaak te pakken hadden, ging het snel. Er kwam een levendige internationale uitwisseling op gang tussen musici en componisten met een wederzijdse, vaak diepgaande kennis van elkaars technieken en muzieken. Dat leidde nu eens tot behoedzame aanpassingen (nieuwe toonladders, ongebruikelijke vormen), dan weer tot radicale ingrepen (gongs uit de rekken, verschuivende patronen) of gedurfde combinaties met westerse instrumenten. Accordeon, gitaar of een koekblik zelfs - het zou zomaar weer kunnen. Als weloverdachte toevoeging nu, bij wijze van experiment. Zoiets leidt niet zelden tot prachtmuziek, tot surprises en cadeautjes voor het oor in Oost en West.
</p>
<p>
Het festival opent met drie uitvoeringen van <em>Opera Java</em>, een grondig bewerkte podiumversie van de gelijknamige film van regisseur Garin Nugroho, met nieuwe muziek van Rahayu Supanggah. In het programma Gamelan Now! staat het nieuwe componeren centraal, met hoogstandjes van Iwan Gunawan uit Bandung, en van de Balinese componist Made Arnawa die op eigen houtje de <em>minimal music</em> opnieuw uitvond. Op twee avonden, gewijd aan achtereenvolgens Bali en Java, klinkt oude en nieuwe gamelanmuziek in allerlei varianten, waarvan vele met dans.
</p>
<p>
<em>Internationaal Gamelan Festival Amsterdam, 2 tot en met 11 september in het Tropentheater, Amsterdam.
</em>
</p>
<p>
<em>
Luister ook naar het Concertzenderprogramma Leentjebuur - Een Cyclus van Patronen, do 26 aug 17:00 u, zo 5 sep 22:00 u, of on demand via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-08-16&amp;month=0&amp;detail=45025">deze</a> link.</em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Kuifje in het Muziekgebouw</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=205" />
		<updated>2010-08-26T01:21:00+02:00</updated>
		<published>2010-08-16T00:38:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.205</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Het oplaten van misschien wel honderd felgekleurde gasballonnen
met naamkaartjes was vroeger het hoogtepunt van onze zomervakantie in 
Wijk aan
Zee. We keken ze na tot ze als stipjes in de rookpluimen van de 
Hoogovens verdwenen,
dromend van de grote prijs voor wie het verst zou komen. Het 
ballonnenhoogtepunt
van de zomer van 2010 vond afgelopen zaterdagmiddag plaats, toen 
klanksculpturenman
Hans van Koolwijk een kleine vijftig hagelwitte ballonnen opliet in de 
hal van
het Muziekgebouw aan t IJ.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=205"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/hansvankoolwijk_copy1.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Hans van Koolwijk" alt="Hans van Koolwijk" class="pivot-image" />Het oplaten van misschien wel honderd felgekleurde gasballonnen
met naamkaartjes was vroeger het hoogtepunt van onze zomervakantie in 
Wijk aan
Zee. We keken ze na tot ze als stipjes in de rookpluimen van de 
Hoogovens verdwenen,
dromend van de grote prijs voor wie het verst zou komen. Het 
ballonnenhoogtepunt
van de zomer van 2010 vond afgelopen zaterdagmiddag plaats, toen 
klanksculpturenman
Hans van Koolwijk een kleine vijftig hagelwitte ballonnen opliet in de 
hal van
het Muziekgebouw aan &lsquo;t IJ.</p><p>
Er bungelden geen naamkaartjes onder, uit de met rode
en blauwe plastic knijpertjes dichtgehouden slurfjes staken genummerde bamboefluitjes
van verschillende toonhoogtes. Op Van Koolwijks aanwijzingen openden vier (zeg
maar gerust) musici nu en dan een paar knijpertjes, waarna enkele ballonnen ontsnapten.
Zacht fluitend stegen zij loodrecht op. De meeste haalden met gemak het plafond
voordat ze zover leegliepen dat ze, nauwelijks of niet langer hoorbaar
fluitend, eerst zwevend dan vallend weer naar beneden kwamen. Dit ijle fluitjesklankenspel
van stijgende en vallende ballonnetjes zette de feestelijke opening van Klank
als Materie luister bij, een expositie van Van Koolwijks hijgende, puffende, rammelende
en krijsende geluidsinstallaties. Hoogtepunt is zijn fonkelnieuwe
Klankkaatser, een gigantisch ei met een op het oog hoog Kuifjeraketgehalte, dat
de luisteraar die erin durft een betoverende klankensensatie belooft. 
</p>
<p>
Een van
de ballonnetjes bleef intussen als laatste verrassend lang aan het plafond kleven.
Muziekgebouwdirecteur Tino Haenen en zijn rechterhand Jarko Aikens gooiden het
hoofd in de nek en hieven de armen ten hemel om het ballonnetje te vangen. Een argeloze voorbijganger had zomaar kunnen denken dat de twee aanvoerders
van het mooiste nieuwemuziekgebouw ter wereld daar hun wanhoop de vrije loop stonden
te laten, om genade af te smeken in het dreigende, barre Amsterdamse en Nederlandse
nieuwemuziekklimaat. De voortekenen zijn niet bemoedigend. Het ballonnetje was compleet
uitgefloten toen Aikens het tenslotte te pakken kreeg. Vroeger hoorde je ook al
nooit meer iets van de ballon die het langst in de lucht bleef, van een prijsuitreiking
heb ik nimmer iets vernomen.
</p>
<p>
<em>Klank als Materie is een expositie van klanksculpturen van Hans van Koolwijk en componist Hans van Eck, tot en met 12 september te zien en te horen in het Muziekgebouw aan 't IJ. </em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een cyclus van patronen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=213" />
		<updated>2010-08-26T15:22:00+02:00</updated>
		<published>2010-08-15T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.213</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Vanaf 2 september klinkt in het Tropentheater twee weekeinden lang oud repertoire en nieuw werk uit Java en Bali, en, vanuit Indonesië gezien, van ver over zee. Bij de kennismaking  met gamelanmuziek vielen westerse componisten vooral voor drie kenmerken: herhaalde patronen, een cyclische structuur en de zinderende klank van brons. Javanen en Balinezen doen op hun beurt hun voordeel met de metronoom, de muziek van Steve Reich en het dirigentschap.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=213"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/vivier.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:0px solid" title="Claude Vivier" alt="Claude Vivier" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-08-16&amp;month=0&amp;detail=45025" title="Een cyclus van patronen">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Vanaf 2 september klinkt in het Tropentheater twee weekeinden lang oud repertoire en nieuw werk uit Java en Bali, en, vanuit Indonesi&euml; gezien, van ver over zee. Bij de kennismaking  met gamelanmuziek vielen westerse componisten vooral voor drie kenmerken: herhaalde patronen, een cyclische structuur en de zinderende klank van brons. Javanen en Balinezen doen op hun beurt hun voordeel met de metronoom, de muziek van Steve Reich en het dirigentschap.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-08-16&amp;month=0&amp;detail=45025" title="Een cyclus van patronen">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
Iwan Gunawan.<br />
Study in Madenda (1999).<br />
eigen opname componist
</p>
<p>
Evan Ziporyn en Wayan Wija.<br />
Shadow Bang - Angkat (2003).<br />
Wayan Wija en Bang on a Can All Stars<br />
Cantaloupe CA21015
</p>
<p>
Claude Vivier.<br />
Ayaya Moses - Pulau Dewata (1977).<br />
Fred Frith Guitar Quartet<br />
Ambiances Magn&eacute;tiques AM051CD
</p>
<p>
Wayan Lotring.<br />
Hommage &agrave; Wayan Lotring - Sekar Ginotan (1993).<br />
Ensemble olv. Wayan Lotring<br />
Ocora C559076/77
</p>
<p>
Steve Reich.<br />
Early Works - Clapping Music (1972).<br />
Russ Hartenberger en Steve Reich<br />
Nonesuch 7559-79169-2
</p>
<p>
Iwan Gunawan.<br />
Lalamba (2000).<br />
Kyai Fatahillah olv. Iwan Gunawan<br />
eigen opname componist
</p>
<p>
Made Arnawa.<br />
Inspired by Reich (2010).<br />
Semarah Ratih<br />
eigen (repetitie) opname Peter van Amstel
</p>
<p>
Nano Suratno.<br />
Asmat Dream: New Music fromIndonesia, Vol. 1 (Sunda) - Jemplang Polansky (1989).<br />
Ensemble olv. Nano Suratno<br />
Lyrichord LYRCD 7415</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Wat heet oud?</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=212" />
		<updated>2010-08-26T15:23:00+02:00</updated>
		<published>2010-07-26T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.212</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


John Cage was een van de eerste westerse componisten die zich nadrukkelijk lieten inspireren door Chinese en Japanse manieren van denken en doen, van musiceren en componeren. Toru Takemitsu was zijn tegenvoeter, deze Japanner schreef aanvankelijk composities van westerse snit naar voorbeeld van Debussy en Messiaen, pas later bekeerde hij zich tot het gebruik van Japanse instrumenten - de luit biwa en de fluit shakuhachi met name.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=212"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/shakuhachi2.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="shakuhachispeler" alt="shakuhachispeler" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-07-26&amp;month=-1&amp;detail=43918" title="Wat heet oud?">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
John Cage was een van de eerste westerse componisten die zich nadrukkelijk lieten inspireren door Chinese en Japanse manieren van denken en doen, van musiceren en componeren. Toru Takemitsu was zijn tegenvoeter, deze Japanner schreef aanvankelijk composities van westerse snit naar voorbeeld van Debussy en Messiaen, pas later bekeerde hij zich tot het gebruik van Japanse instrumenten - de luit biwa en de fluit shakuhachi met name.
</p>
<p>
Luister naar dit <span style="background-color: #ffffff"><font color="#000000">radio</font>programma </span>via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-07-26&amp;month=-1&amp;detail=43918" title="Wat heet oud?">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
<strong>John Cage</strong>.<br />
Ryoanji - Ryoanji (1985).<br />
Robert Black, contrabas. Eberhard Blum, fluit. Iven Hausmann, trombone. Gudrun Reschke, hobo. John Patrick Thomas, stem.<br />
Hat Hut Records 4106
</p>
<p>
<strong>Toru Takemitsu</strong>.<br />
A Flock Descends Into The Pentagonal Garden e.a.<br />
Solitude Sonore (1958).<br />
Bournemouth Symphony Orchestra olv. Marin Alsop.<br />
Auvidis Ethnic B 6738 
</p>
<p>
<strong>Tajima Tadashi</strong>.<br />
Master of Shakuhachi - Hon Shirabe (1999). Tajima Tadashi.<br />
WDR World Network 32.379.
</p>
<p>
<strong>Toru Takemitsu</strong>.<br />
Three Pieces - November Steps (1967).<br />
Katsuya Yokoyama, bamboefluit shakuhachi. Kinshi Tsuruta, Japanse luit biwa. Het Saito Kinen Orchestra olv. Seji Ozawa.<br />
Philips 432 176-2.
</p>
<p>
<strong>Kinshi Tsuruta</strong>.<br />
The World of Kinshi Tsuruta. Shunkan (1993). Kinshi Tsuruta, stem. Kakuo Tanaka, biwa.<br />
Saito Kakuryu en King Record Co. KICC 5186.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Van Alla Turca tot alla Zappa!</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=211" />
		<updated>2010-08-26T15:23:00+02:00</updated>
		<published>2010-06-21T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.211</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Van alle oosterse muzieksoorten maakte de Turkse militaire kapel de meeste indruk in het achttiende-eeuwse Europa. Het Ottomaanse leger presenteerde zich met veel getinkel, getoeter en geraas, wist ook Wolfgang Amadeus Mozart. Voor piano schreef hij een Rondo alla Turca, en zijn sprookjesopera Die Entführung aus dem Serail opende hij met een kloek spektakelstuk, geïnspireerd op de muziek van het Turkse elitekorps uit die tijd, de janisaren.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=211"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/emre.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Yunus Emre" alt="Yunus Emre" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-06-21&amp;month=-2&amp;detail=43506" title="Van Alla Turca tot alla Zappa!">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Van alle oosterse muzieksoorten maakte de Turkse militaire kapel de meeste indruk in het achttiende-eeuwse Europa. Het Ottomaanse leger presenteerde zich met veel getinkel, getoeter en geraas, wist ook Wolfgang Amadeus Mozart. Voor piano schreef hij een Rondo alla Turca, en zijn sprookjesopera Die Entf&uuml;hrung aus dem Serail opende hij met een kloek spektakelstuk, ge&iuml;nspireerd op de muziek van het Turkse elitekorps uit die tijd, de janisaren.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-06-21&amp;month=-2&amp;detail=43506" title="Van Alla Turca tot alla Zappa!">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
<strong>Wolfgang Amadeus Mozart</strong>. Die Entf&uuml;hrung aus dem Serail - Ouverture (1782).<br />
Z&uuml;rich Opera Orchestra.<br />
Teldec Classical 0630-13811-9
</p>
<p>
<strong>anoniem</strong>. The Janissaries - The Janissaries' Air (1800).<br />
Ensemble of The Turkish Republican Army.<br />
Auvidis Ethnic B 6738
</p>
<p>
<strong>Ahmed Adnan Saygun</strong> (1907-1991). Yunus Emre Oratorio - Chorus (with tenor solo) (1946).<br />
Budapest Symphony Orchestra olv. Hikmet Simsek, Hongaars Radio- en Televisiekoor, tenor Gy&ouml;rgy Korondy.<br />
Hungaroton HCD 31077
</p>
<p>
<strong>Kemani Tatyos Efendi</strong> (1855-1913). Vocal Masterpieces - Bilmen Ki Nedendir, Bana Sen Hor Bakiyorsun? (1900).<br />
Kudsi Erguner Ensemble met zangeres Melihat Gulses.<br />
Traditional Crossroads CD 4278
</p>
<p>
<strong>Dimitri Kantemir</strong> (1673-1723). Sufi Music of Turkey - Aksak Semai (1700).<br />
Kudsi &amp; Suleyman Erguner.<br />
CMP Records CD 3005
</p>
<p>
<strong>Theo Loevendie</strong>. I - Six Turkish Folk Poems (1977).<br />
Rosemary Hardy, Nieuw Ensemble.<br />
Etcetera KTC 1097
</p>
<p>
<strong>Ihsan &Ouml;zgen</strong>. Anatolia - Tanbur Taksim (1995).<br />
Ihsan &Ouml;zgen.<br />
Kalan M&uuml;zik CD 016
</p>
<p>
<strong>Theo Loevendie</strong>. Nederlands-Turkse Ontmoeting in Turkse Muziek - Guus' Fiets is Stuk (1995).<br />
Loevendie, &Ouml;zkan, Janssen, Van Duynhoven.<br />
Stichting Kulsan
</p>
<p>
<strong>anoniem</strong>. G&uuml;l ve B&uuml;b&uuml;l - Dance of the Nightingale (2007).<br />
Baran&aacute;.<br />
LopLop LLr 023
</p>
<p>
<strong>Selim Dogru</strong>. Medcezir - Medcezir (2010).<br />
Axyz Ensemble.<br />
Karnatic Lab KLR 020
</p>
<p>
<strong>&Ccedil;aglayan Yildiz</strong>. Medcezir - Mad Jazzy (2010).<br />
Azyz Ensemble.<br />
Karnatic Lab KLR 0201.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Ghalia Benali sings Om Kalthoum</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=204" />
		<updated>2010-08-26T14:45:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T15:16:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.204</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De Egyptische diva Oum (ook wel Um of Om) Kalsoum (Kalthoum, Kolthom) 
overleed in 1975, maar haar wonderbaarlijke liedkunst begeleid door 
kamerbreed strijkorkest zingt eeuwig na in de oren en harten van 
miljoenen bewonderaars, zo gaat het verhaal. Om de zoveel tijd treedt 
dan ook een ambitieuze zangeres in haar voetsporen. Op 1 juni opent het Holland Festival in Amsterdam met de Egyptische 
operazangeres Amal Maher, A tribute to Oum Kalthoum, uit te voeren Carré
en live op grote schermen te volgen in het Oosterpark. Maher laat zich 
begeleiden door het Nationale Arabische Muziek Ensemble van de Opera van
Caïro. Amal Maher zal dicht tegen Kalsoum aankruipen, maar het kan ook 
anders, vindt de Belgisch-Tunesische Ghalia Benali.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=204"><![CDATA[
                <img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/kalsoum.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Oum Kalsoum" alt="Oum Kalsoum" class="pivot-image" />De Egyptische diva Oum (ook wel Um of Om) Kalsoum (Kalthoum, Kolthom) 
overleed in 1975, maar haar wonderbaarlijke liedkunst begeleid door 
kamerbreed strijkorkest zingt eeuwig na in de oren en harten van 
miljoenen bewonderaars, zo gaat het verhaal. Om de zoveel tijd treedt 
dan ook een ambitieuze zangeres in haar voetsporen. Op 1 juni opent het Holland Festival in Amsterdam met de Egyptische 
operazangeres Amal Maher, A tribute to Oum Kalthoum, uit te voeren Carr&eacute;
en live op grote schermen te volgen in het Oosterpark. Maher laat zich 
begeleiden door het Nationale Arabische Muziek Ensemble van de Opera van
Ca&iuml;ro. Amal Maher zal dicht tegen Kalsoum aankruipen, maar het kan ook 
anders, vindt de Belgisch-Tunesische Ghalia Benali.<p>
Op haar cd <em>Ghalia Benali sings Om Kathoum</em> klinken serieuze, ingetogen liederen, begeleid door niet meer dan een luit en af en toe een raamtrommel (riq) of contrabas. De luit-met-riq-bezetting komt uit de Arabische kunstmuziek, Benali wil ons kennelijk laten horen hoe Oum Kalsoum had geklonken als ze n&iacute;et voor het vette strijkorkest en het struise gebaar had gekozen. Benali's lage alt doet het wel mooi bij de door Moufadhel Adhoum onberispelijk bespeelde luit, maar haar zuchten, steunen en snikken doen in deze setting te overdadig aan, en haar timing is te schools. Iets te geforceerd en iets te braaf - zo had Oum Kalthoum het nooit tot superster gebracht.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Axyz Ensemble: Medcezir, Ebb and Flow</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=203" />
		<updated>2010-08-26T14:46:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T15:13:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.203</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Eb-en-vloed doet zich aan de Turkse kusten maar nauwelijks merkbaar voor - de Zwarte Zee, de Middellandse en die van Marmara laten zich maar nauwelijks door het trekken van de maan in beweging brengen. Toch kozen de twaalf musici van het Axyz Ensemble en zes Turkse gasten de Turkse woorden voor dit natuurverschijnsel, med-cezir, als titel voor een dubbel-cd op basis van muziek uit Anatolië.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=203"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/zee.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Middellandse Zee" alt="Middellandse Zee" class="pivot-image" />Eb-en-vloed doet zich aan de Turkse kusten maar nauwelijks merkbaar voor - de Zwarte Zee, de Middellandse en die van Marmara laten zich maar nauwelijks door het trekken van de maan in beweging brengen. Toch kozen de twaalf musici van het Axyz Ensemble en zes Turkse gasten de Turkse woorden voor dit natuurverschijnsel, <em>med-cezir</em>, als titel voor een dubbel-cd op basis van muziek uit Anatoli&euml;.</p><p>
Geen gepriegel in de marge hier, maar radicale ingrepen en vindingrijke aanvullingen gespeeld op hoog niveau. De cd opent met een traditioneel lied gezongen door Erkan Ogur (die verderop ook tokkelt en strijkt), maar na een minuut of drie gaat het nummer via tromgeroffel en geruis over in <em>Mad Jazzy</em>. Allerhande ritmes nu in een weerbarstig arrangement met zuchtende rietfluit en knerpende basklarinet, speels trompetje en pianogetinkel, springerige en lyrische melodie&euml;n, tutti-explosies. En nog meer aanstekelijk gedoe, ook met elektronica, alles prettig ongeregeld aandoend maar in werkelijkheid geraffineerd en onder controle. Dat blijft twee cd's lang zo, inclusief meeslepende improvisaties, met dank aan de Turkse gastmusici en de in Nederland wonende componist-arrangeur Selim Dogru. En aan de voortreffelijke musici van Axyz die niet alleen bijstuurden, maar zich ook gewillig in beweging lieten brengen door de Turken. Niet, zoals de Middellandse Zee, nauwelijks drie decimeter op en neer, maar met een uitslag van toch gauw een meter of drie.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Jazzrock van allure</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=202" />
		<updated>2010-08-26T14:46:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T15:10:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.202</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zangeres Ceylan Ertem brengt in Baraná het mooiste boven. In Pakhuis Wilhelmina: vlekkenloze zang met stemcapriolen, eigenwijs, de muziek swingend, wringend of verleidelijk funky; Zappaiaans bij vlagen zelfs. Met dank aan popgitarist Jeff Sopacua en cellist Ernst Reijseger. Steven Kamperman pendelde op rieten tussen virtuoze impro en Turkse melodie, Behsat Üvez sprak overtuigend met zijn baglama (maar iets te veel met zijn stem). Percussionist Afra Mussawissade en iedereen met een mooi gedoseerde verzameling samples deden de rest: hier stond ineens een Turks-Nederlandse jazzrockband van allure.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=202"><![CDATA[
                <img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/barana.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Kamperman &amp; &Uuml;vez" alt="Kamperman &amp; &Uuml;vez" class="pivot-image" />Zangeres Ceylan Ertem brengt in Baran&aacute; het mooiste boven. In Pakhuis Wilhelmina: vlekkenloze zang met stemcapriolen, eigenwijs, de muziek swingend, wringend of verleidelijk funky; Zappaiaans bij vlagen zelfs. Met dank aan popgitarist Jeff Sopacua en cellist Ernst Reijseger. Steven Kamperman pendelde op rieten tussen virtuoze impro en Turkse melodie, Behsat &Uuml;vez sprak overtuigend met zijn baglama (maar iets te veel met zijn stem). Percussionist Afra Mussawissade en iedereen met een mooi gedoseerde verzameling samples deden de rest: hier stond ineens een Turks-Nederlandse jazzrockband van allure.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Ziggurat</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=201" />
		<updated>2010-08-26T14:46:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T15:04:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.201</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">In Theo Loevendies ensemble Ziggurat (sinds 2010 opererend onder de naam Zerafin) klinken westerse en exotische instrumenten samen. Het repertoire omvat jazzy stukken, improvisaties en gecomponeerd werk voor verschillende bezettingen. Ensemble Ziggurat kwamt voort uit de samenwerking tussen componist Theo 
Loevendie en Joël Bons, artistiek leider van het Nieuw Ensemble dat in 
1980 mede door Loevendie in het leven was geroepen. In 2002 presenteerde
Bons tijdens de Berliner Feststpiele zijn Atlas Ensemble, samengesteld 
uit leden van het Nieuw Ensemble en niet-westerse musici. Op het 
programma prijkte ook een stuk van Loevendie.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=201"><![CDATA[
                <img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/ziggurat.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:0px solid" title="Ziggurat" alt="Ziggurat" class="pivot-image" />In Theo Loevendie&rsquo;s ensemble Ziggurat (sinds 2010 opererend onder de naam Zerafin) klinken westerse en exotische instrumenten samen. Het repertoire omvat jazzy stukken, improvisaties en gecomponeerd werk voor verschillende bezettingen. Ensemble Ziggurat kwamt voort uit de samenwerking tussen componist Theo 
Loevendie en Jo&euml;l Bons, artistiek leider van het Nieuw Ensemble dat in 
1980 mede door Loevendie in het leven was geroepen. In 2002 presenteerde
Bons tijdens de Berliner Feststpiele zijn Atlas Ensemble, samengesteld 
uit leden van het Nieuw Ensemble en niet-westerse musici. Op het 
programma prijkte ook een stuk van Loevendie.<p>
<strong>2004
</strong><br />
In februari 2004 kwam in de repetitieruimte van het Nieuw Ensemble een verrassend gemengde groep internationale musici bijeen: een Syrische zanger en citerspeler, een Nederlandse panfluitist, een Mexicaanse slagwerker een Oostenrtijkse gambiste, een Zwitserse jazzzangeres, een Canadese sopraan, een Amerikaanse bassist, een Japanse kotospeelster en de Chinese sheng-speler Wu Wei. Zij repeteerden de zevendelinge suite <em>Ziggurat</em> van Theo Loevendie, die in maart in Nederland zijn wereldpremi&egrave;re beleefde als onderdeel van het Nieuw Ensemble-programma De Kleine Bosatlas. Loevendie droomde van een eigen, vast ensemble met zowel westerse als niet-westerse musici. De uitvoering van zijn compositie <em>Ziggurat</em> leidde de geboorte in van het gelijknamige ensemble, dat Loevendie samenstelde uit in Nederland wonende musici. &lsquo;In Ziggurat komt alle muzikale ervaring die ik in mijn leven heb opgedaan samen&rsquo;, zei Loevendie: &lsquo;Jazz, Turkse en Arabische klassieke en volksmuziek, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse ritmes, Johann Sebastian Bach, klarinetstudie en basso-continuolessen aan het klavecimbel van Gustav Leonhardt.&rsquo;
</p>
<p>
<strong>2005
</strong><br />
In een serie concerten met de titel <em>Terra Incognita &ndash; Muziek van Okrahiti</em> zette Ziggurat in 2005 de lijn voort die Loevendie had ingezet, de verdere ontginning van onbekend terrein. In mei reisde ensemble af naar Kazan in de vormalige Sovjetrepubliek Republiek Tatarstan voor concerten tijdens het Europe-Asia Festival. Componist Loevendie, die ook saxofonist en jazzmusicus is, componeerde zelf de meeste stukken voor het ensemble. Maar in het Holland Festival van 2005 speelde Ziggurat ook nieuwe stukken van Evrim Demirel, Guus Janssen, Fabio Nieder en Ayse &Ouml;nder. In het najaar volgde een toer langs Nederlandse podia, met als hoogtepunt in oktober een door pers en publiek enthousiast onthaald concert in het Muziekgebouw aan &rsquo;t IJ, als onderdeel van het Amsterdam China Festival. In Loevendie&rsquo;s <em>Due</em> klinkt een obligate viola da gamba-partij van J.S. Bach als basis voor een wonderschone compositie voor het gehele ensemble, inclusief jazzstem. Aan swingende stukken als <em>Knot</em>, het eigenzinnige <em>Tarika</em> of het melancholieke <em>Alhambra</em> liggen de tot voordien onontgonnen mogelijkheden van bijvoorbeeld oosterse toonschalen, Latijns-Amerikaanse ritmes of Aziatische timbres ten grondslag. Parool-recensente Saskia T&ouml;rnqvist prees de muziek met &lsquo;een surrealistisch klankschap, een drogerende mengeling van jazz, barokmuziek, serialisme en Turkse en Chinese theehuismuziek&rsquo;.
</p>
<p>
<strong>2006 - 2007
</strong><br />
In 2006 en 2007 speelde Ziggurat onder meer een serie concerten in de Amstelkerk, waarin steeds een andere aspect van Ziggurats muzikale palet de nadruk kreeg, onder de titels <em>Spotlight op Oude Meesters</em>, <em>Spotlight op Theater</em> met gaste tapdanseres Marije Nie, <em>Spotlight op Vreemde Teksten</em> met als gast de Tuvaanse boventoonzanger Nikolay Oorzhak, <em>Spotlight op Amsterdam</em> met pianist-componist Wilbert Bulsink en Marije Nie, en <em>Spotlight op het Midden-Oosten</em> met Haytham Safia op Arabische luit. In september 2006 organiseerde Ziggurat in samenwerking met Gaudeamus en het Conservatorium van Amsterdam de Ziggurat International Masterclass for Composers (ZIMA), een week van masterclasses en workshops voor zes geselecteerde, veelbelovende niet-westerse componisten. In november 2006 speelde Ziggurat enkele concerten in Finland. &lsquo;Loevendie zet Lully en Mozart te kijk&rsquo;, kopte de Volkrant in mei 2007 na een concert van Ziggurat met het Nederlands Kamer Orkest. Frits van der Waa schreef over een van de Amstelkerk-concerten: &lsquo;... dit alles ingebed in een programma waarin improvisatie en compositie soepel in elkaar overgingen, waarin ruimte was voor verdieping en gekkigheid, en waarin de musici zich niets aantrokken van scheidslijnen.&rsquo;
</p>
<p>
<strong>2008
</strong><br />
Voor zijn kameropera <em>Babylon</em> riep Loevendie een nieuwe genrenaam in het leven: operina. Van meet af aan had hij al theatrale elementen in de Zigguratconcerten ge&iuml;ntegreerd, maar met <em>Babylon</em> zette Loevendie een volgende stap, muziektheater dat misschien geen opera mag heten, maar wel verder gaat dan een aangekleed concert. De tragikomische operina <em>Babylon</em>, onder regie van Javier Lopez Pi&ntilde;on met acteur Freerk Bos en tapdanseres Marije Nie, gaat over de passie van een componist die aan de hand van uitvoerige naspeuringen de muziek uit de Babylonische tijd nieuw leven wil inblazen. Het stuk ging in oktober 2008 in premi&egrave;re in het Muziekgebouw aan &rsquo;t IJ en reisde vervolgens door het land. In het september 2008 speelde Ziggurat in Maastricht, Heerlen en Venlo met het Limburgs Symfonieorkest <em>Jubilation Jump</em> van Loevendie, ter gelegenheid van het 125-jarig jubileum van het orkest. In het najaar verscheen de cd <em>Ziggurat</em> met werk van Loevendie en Guus Janssen.
</p>
<p>
<strong>2009
</strong><br />
In de loop van 2009 leidde ontevredenheid van de musici over artistieke en organisatorische kwesties tot een breuk met ensembleleider Loevendie. De musici besloten niet uit elkaar te gaan, en zetten het ensemble zonder Loevendie voort onder de naam Zerafin.
</p>
<p>
<strong>Bezetting
</strong><br />
Theo Loevendie &ndash; sopraansaxofoon
<br />
Kristina Fuchs &ndash; mezzosopraan
<br />
Fang Weiling &ndash; erhu (Chinese viool)
<br />
Bassem Alkhouri &ndash; qanun (Arabische citer), tenor
<br />
Raphaela Danksagm&uuml;ller &ndash; duduk (Armeense hobo), blokfluiten, mezzosopraan
<br />
Matthijs Koene &ndash; panfluit
<br />
Karin Preslmayr &ndash; viola da gamba
<br />
Rick Stotijn &ndash; contrabas (tot 2006)
<br />
Victor Vega Garcia &ndash; contrabas (vanaf 2006)
<br />
Diego Espinosa &ndash; slagwerk, bariton</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Tsehaytu Beraki</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=200" />
		<updated>2010-08-26T02:53:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:57:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.200</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Strijdbare zangeres en krar-speelster uit Eritrea. Tsehaytu Beraki werd geboren op 1 september 1939 in het dorp Quatit, provincie Akeleguzay in Eritrea. Het land, vanaf 1941 een Brits protectoraat, was toen nog een Italiaanse kolonie. Tsehaytus vader overleed toen zij nog een baby was, met haar moeder verhuisde zij naar Asmara, de tegenwoordige hoofdstad van het land. Moeder voorzag in haar levensonderhoud door het verkopen van injera (brood) en zelfgemaakte manden, en haarvlechten. Tsehyatu ging naar school bij de missionarissen, tot in de vierde klas.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=200"><![CDATA[
                <img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/beraki.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Tsehayu Beraki" alt="Tsehayu Beraki" class="pivot-image" />Strijdbare zangeres en krar-speelster uit Eritrea. Tsehaytu Beraki werd geboren op 1 september 1939 in het dorp Quatit, provincie Akeleguzay in Eritrea. Het land, vanaf 1941 een Brits protectoraat, was toen nog een Italiaanse kolonie. Tsehaytu&rsquo;s vader overleed toen zij nog een baby was, met haar moeder verhuisde zij naar Asmara, de tegenwoordige hoofdstad van het land. Moeder voorzag in haar levensonderhoud door het verkopen van injera (brood) en zelfgemaakte manden, en haarvlechten. Tsehyatu ging naar school bij de missionarissen, tot in de vierde klas.<p>
Zij was ongeveer acht jaar oud toen een tante drie krars (vijfsnarige lieren, kenmerkend voor de traditionele muziek van Ethiopi&euml; en Eritrea) meebracht uit Port Soedan, waarvan zij er zelf een hield. Op haar elfde probeerde Tsehaytu op de krar te spelen, ze bleek talent te hebben en het duurde niet lang of ze speelde en zong op bruiloften en andere feesten. In haar buurt waren veel vrouwen eigenaressen van suwa-caf&eacute;&rsquo;s, de plaatselijke bierhuizen, en velen van hen waren ook krarspeelsters. Tsehaytu Beraki bewonderde Tsehaytu Zennor het meest, vooral om haar liefdesliedjes (&lsquo;Ik wil zo snel mogelijk een man, desnoods zelfs als hij kreupel is&rsquo;). Overdag gaf de jonge muzikante haar oren en ogen de kost, &rsquo;s avonds oefende zij de muziek die zij gehoord had op haar tante&rsquo;s krar. Tot ongenoegen van haar familie, die niet wilde dat zij muzikante zou worden.
</p>
<p>
<strong>1950 - 1965</strong>
<br />
In 1950 besloten de Verenigde Naties dat Eritrea een federatie met Ethiopi&euml; moest vormen, maar de Ethiopische keizer Haile Selassi maakte daar in 1962 al weer een einde aan. Hij voegde het land aan Ethiopi&euml; toe als veertiende provincie. Beraki ging vanaf haar zestiende niet langer naar school, in 1955 ging zij als krar-speelster en zangeres werken in een suwa-caf&eacute;. Ze trad er tien jaar lang op van acht uur in de ochtend tot negen uur in de avond en verdiende daar anderhalve birr per dag mee, minder dan tien eurocent. Sommige bezoekers vroegen haar of ze opnames op cassettebandjes mochten maken voor in de auto, de bus of in hun theehuis, wat Beraki soms wel dertig of veertig birr per keer opleverde. Er kwamen zelfs liefhebbers uit Adis Abbeba langs met min of meer professionele opnameapparatuur. Zij verdienden, zo bleek achteraf, flink geld met Beraki&rsquo;s muziek. Het Eritrean Liberation Front (ELF) voerde inmiddels een gewapende strijd tegen het Ethiopische leger, en behalve over de liefde zong Beraki vanaf de tweede helft van de jaren zestig steeds vaker ook over haar land, de levensomstandigheden en de politiek. Keizer Haile Selassie probeerde tweedracht te zaaien in het land, boeren raakten hun vruchtbare grond kwijt. In het bierhuis waar zij nog altijd werkte, hoorde Beraki de gesprekken van leiders en politici, zo kwam zij veel te weten over de mis&egrave;re en de problemen van haar landgenoten. Beraki zong over het sociale onrecht, net als veel jonge zangers en zangeressen.
</p>
<p>
<strong>1966 - 1969
</strong><br />
In 1966 opende Beraki haar eigen suwa-caf&eacute; en in de volgende twee jaren een tweede, waar zij natuurlijk zelf optrad met haar krar. Er kwamen veel vrijheiddstrijders over de vloer; Beraki raakte sterk politiek betrokken en zij sloot zich aan bij het ELF. In 1971 splitste een deel van de vrijheidsstrijders zich af en vormde het Eritrean People's Liberation Front (EPLF) dat gedurende twee burgeroorlogen strijd voerde met de ELF. Beraki bedacht gewoonlijk haar eigen teksten en muziek, maar de tekst van bijvoorbeeld <em>Gual Selfi Natsnet</em> (De dochter van het front), die gaat over de vernietiging van het rivaliserende EPLF, kreeg zij aangereikt door ELF-leider Ibrahim Totil. Ze speelde meestal alleen, en nu en dan samen met krarspeler Ateweberhan Seghid met wie zij een duet speelde op het Amerikaanse consulaat: <em>Semay Indo Abtzehaya Gatenakaye</em> (Een Afrikaanse haardracht die tot in de hemel reikt).
</p>
<p>
<strong>1970 - 1972
</strong><br />
In 1970 nodigde gitarist, componist en platenbaas Tewelde Redda haar uit in zijn studio in Addis Abbeba, ze nam er twaalf nummers op. Vier ervan kwamen vanaf 1972 uit op 45-toeren plaatjes van Philips, twee op het label van de Ethiopi&euml;r Amha Eshete en de rest op het Eritrese label Harambe Music. Dankzij de bekendheid die ze kreeg door de singles, kreeg ze na terugkeer in Eritrea veel meer klanten in haar caf&eacute; dan voorheen; zij zochten haar op vanuit alle uithoeken van het land. Beraki speelde nu steeds vaker samen met andere muzikanten, onder meer met Tewelde Redda in de groep Kwakbti Eritrea. De band trad op bij belangwekkende en feestelijke gelegenheden zoals de opening van een bisocoop in Assab in het zuiden van het land aan de Rode Zee, of ter opluistering van vakbondvergaderingen. Zij zong onverbloemd nationalistische liederen, met teksten als &lsquo;In rubberen schoenen en kaki kleren vecht ik voor je. Gekleed in tenue krijg je nooit genoeg van je land&rsquo;. Studenten organiseerden feesten en politiek getinte toneeluitvoeringen, zij nodigden Beraki uit om te komen zingen, al dan niet tegen betaling.
</p>
<p>
<strong>1973 - 1977
</strong><br />
Vanaf 1973 verslechterde de sociale en politieke toestand, het caf&eacute;bezoek liep terug en Beraki speelt een tijdlang vooral voor zichzelf. Ze kreeg een verhouding met een journalist die in Abu Dabi werkte, dankzij hem kon zij in redelijke weelde leven temidden van veel armoede om haar heen. In 1977 verruilde zij haar krar voor de kalashnikov, om te vechten aan het front. Maar toen zij haar militaire training achter de rug had werd zij aangesteld op de muziekafdeling van het ELF; behalve een dagelijkse patrouille van een uur kon zij al haar tijd aan muziekmaken besteden. Ze vormde een groep, en met een repertoire van populaire liederen maakte zij een tour door Soedan om geld te verdienen voor de organisatie. Zo speelde zij vier jaar voor het ELF, en na de uiteindelijke nederlaag tegen het EPLF trok zij nog eens vier jaar lang door het land om het verzet tegen de regering te steunen.
</p>
<p>
<strong>1978 - 1987
</strong><br />
In mei 1978 speelde Beraki tijdens een feest in Tesseney, vlak bij de grens met Soedan, toen de Ethiopische luchtmacht een bombardement uitvoerde op het dorp. Er vielen doden en veel gewonden, ook Beraki raakte zwaar gewond. Het duurde een jaar voor zij was hersteld, ze pakte haar krar weer op maar de verzetsbeweging was verslagen en verdwenen, de strijders waren gevlucht naar Soedan. De zangeres besloot te blijven, reisde zingend en spelend door het land, maar dat bleek al snel te gevaarlijk en ook zij zocht haar toevlucht in Soedan waar ze met andere muzikanten een tijd lang door het land toerde. Geholpen door een Soedanese agent en met een vals paspoort reisde zij vervolgens met een vliegtuig van de Sovjet Unie naar Nederland.
</p>
<p>
<strong>1988 &ndash; 1998
</strong><br />
In december 1988 vroeg Beraki in Nederland asiel aan en sindsdien woont zij in Rotterdam. Kort na aankomst stuurde zij een tape met haar muziek naar de familieleden en kinderen van de ELF-strijders, het is onduidelijk of het geld dat er ongetwijfeld mee werd verdiend ook werkelijk bij hen terecht kwam. In 1991 versloegen de opstandelingen het Ethiopische regeringsleger, in 1993 werd Eritrea een onafhankelijke staat. Maar in 1998 brak de Eritrees-Ethiopische oorlog uit die tot 2000 duurde. Volgens Human Right Watch leven tot op de dag van vandaag duizenden Ertitre&euml;rs in gevangenschap, en is er dwangarbeid op grote schaal. Beraki trad inmiddels op in Engeland, Amerika en Duitsland, en vervolgens in de Verenigde Staten, onder meer in Washington DC in 1997 &ndash; het geld dat zij daar verdiende schonk ze aan de plaatselijke EPLF-organisatie.
</p>
<p>
<strong>1999 - 2009
</strong><br />
In Nederland kwam Beraki in contact met Terrie Ex van de punkband The Ex; de band werkte al nu en dan samen met Ethiopische muzikanten. Terry Ex biood haar de oefenruimte van de band aan, leerde haar langzamerhand goed kennen en ontdekte dat zij een superster was in haar eigen land &ndash; iedereen bleek haar te kennen. Ook stelde hij vast dat er nauwelijks platen van haar waren, en hij vatte het plan op een cd met haar te maken. Vanaf februari 2000 werden er drie jaar lang opnamen gemaakt, Beraki bespeelde alle instrumenten zelf: krar, bas-krar en koboro (trommels). In zes nummers speelde een Nederlandse muzikant mee, de jazzdrummers Han Bennink of Michael Vatcher, drumster Katherina Ex of bassiste Rozemarie Heggen van The Ex. Jongeren uit Eritrea verzorgden de achtergrondkoortjes en het handenklappen. In 2004, Beraki was 65 jaar oud, verscheen de dubbel-cd <em>Selam</em>. Terrie Ex schreef het voorwoord bij de hoestekst (die 36 pagina&rsquo;s beslaat), dat hij vriendelijk en beleefd afsluit met de woorden &lsquo;Mevrouw Beraki, bedankt!&rsquo;.
</p>
<p>
<strong>Discografie
</strong><br />
Selam (Terp; AS- 07/08, 2004)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Patricio Wang</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=199" />
		<updated>2010-08-26T14:47:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:53:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.199</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Multi-instrumentalist en componist Patricio Wang (Chili, 1952) studeerde aan het conservatorium van Santiago de Chili tot hem dat na de coupe van 1973 onmogelijk werd gemaakt. Hij kwam naar Nederland, studeerde hier aan het Koninklijk Conservatorium klassiek gitaar en compositie. Hij werd muzikaal leider van de Chileense groep Quilapayún, en componist van solo- en ensemblemuziek, muziek voor film, dans en theater. Wang speelt als gitarist in vooraanstaande ensembles voor nieuwe muziek in binnen- en buitenland.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=199"><![CDATA[
                Multi-instrumentalist en componist Patricio Wang (Chili, 1952) studeerde aan het conservatorium van Santiago de Chili tot hem dat na de coupe van 1973 onmogelijk werd gemaakt. Hij kwam naar Nederland, studeerde hier aan het Koninklijk Conservatorium klassiek gitaar en compositie. Hij werd muzikaal leider van de Chileense groep Quilapay&uacute;n, en componist van solo- en ensemblemuziek, muziek voor film, dans en theater. Wang speelt als gitarist in vooraanstaande ensembles voor nieuwe muziek in binnen- en buitenland.<p>
<strong>1952 -1964
</strong><br />
Patricio Wang werd geboren in 1952 in Santiago, Chili, de stad waar hij ook opgroeide. Er klonk nauwelijks Chileense muziek in zijn omgeving, de weinige muzikanten die probeerden Chileense volksmuziek te verspreiden kregen geen kans op radio en televisie. Er klonk wel opgepoetste quasitraditionele muziek voor toeristen, en vooral Amerikaanse amusementsmuziek van muzikanten en zangers als Burt Bacharach, Paul Anka en Neil Sedaka.
</p>
<p>
<strong>1965 - 1973
</strong><br />
In 1965 richtten Julio Numhauser, en de broers Julio en Eduardo Carrasco de groep Quilapay&uacute;n op. Gekleed in poncho&rsquo;s bespeelden zij traditionele instrumenten uit de Andes: panfluiten, bamboe fluiten en charango (kleine gitaar), aangevuld met allerhande percussie. In 1966 nam protestzanger Victor Jara de muzikale leiding op zich, de groep oogstte veel succes en steeds meer muzikanten begonnen muziek te maken op Chileense instrumenten. Jara was de Chileense vertegenwoordiger van de nueva canci&oacute;n, letterlijk het nieuwe lied, een Latijns-Amerikaanse beweging van rebellerende zangers en zangeressen die de wandaden van de dictatoriale regimes aan de kaak stelden. Quilapay&uacute;n en Jara brachten strijdliederen uit de Cubaanse revolutie en de Spaanse burgeroorlog, en nieuwe nummers van de zanger zelf. Van 1970 tot 1973, tijdens de regeringsperiode van de hervormingsgezinde president Salvador Allende, waren Quilapay&uacute;n en andere vooruitstrevende binnen- en buitenlandse muzikanten en zangers regelmatig op radio en televisie te horen en te zien. Patrico Wang volgde de opkomst van het Chileense lied en de bloeiperiode ervan tijdens de regering Allende op de voet. Hij studeerde sonologie, architectuur en compositie in Santiago de Chili, schreef muziek voor groepen en solisten, en voor de begeleiding van toneel, dans, muziekktheater en film.
</p>
<p>
<strong>1973 - 1975
</strong><br />
Met de militaire coup van Augusto Pinochet in 1973, waarbij Allende om het leven kwam, eindigde de vrijheid van meningsuiting abrupt en er volgt een periode van zeventien jaar militaire dictatuur. Het regime beschouwde de charango en de panfluit als symbolen van de ongewenste politieke idee&euml;n die in de liedteksten letterlijk te horen zijn. De muzikanten namen hun toevlucht tot het in kerken spelen van westerse barokmuziek op Chileense instrumenten. De junta kon daar nauwelijks bezwaar tegen maken, maar de verwijzing naar de revolutionaire liederen die voorheen met dezelfde instrumenten werden begeleid, was voor de bezoekers, die in grote aantallen kwamen luisteren, zonneklaar. In 1973 richtte Wang zo&rsquo;n groep op, Barroco Andino (Barok uit de Andes). Langzamerhand werd het studeren aan het Conservatorium van Santiago hem onmogelijk gemaakt, vanwege zijn linkse denkbeelden en sympathie&euml;n beschouwde het regime hem als staatsgevaarlijk. Een legerofficier verving de conservatoriumdirecteur en opende de jacht op vooruitstrevende studenten. Wang besloot Chili te verlaten en schreef een uitvoerige brief aan directeur Jan van Vlijmen van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij koos dit conservatorium vanwege de internationale reputatie op het gebied van componeren en het uitvoeren van nieuwe muziek, de Chileense conservatoria schonken daar nauwelijks aandacht aan. Van Vlijmen antwoordde per kerende post dat Wang van harte welkom was.
</p>
<p>
<strong>1976 - 1990
</strong><br />
In januari 1976 meldde Wang zich bij het Koninklijk Conservatorium, waar hij vanaf dat moment klassiek gitaar studeerde bij Antonio Pereira-Arias, instrumentatie bij Louis Andriessen en compositie bij Gilius van Bergeijk. Hij kreeg van de Nederlandse overheid in eerste instantie de status van politiek vluchteling, en later een Nederlands paspoort. In Nederland ging hij door met componeren van muziek voor film, dans en theater. Met de Chileense percussionist en fluitist Renato Freyggang, zangeres Winanda van Vliet (alias Winanda del Sur), flamencogitarist Ricardo Mendeville en danser-acteur Daniel Smith vormde Wang in 1976 de groep Amankay, de groep speelde tot 1981 vooral op manifestaties tegen de dictatuur van Pinochet. Vanaf de oprichting van Hoketus in 1979 door Louis Andriessen was Wang de vaste gitarist van het ensemble dat bestond tot 1986. Inmiddels waren ook de muzikanten van Quilapay&uacute;n hun vaderland ontvlucht, zij hadden zich in Parijs gevestigd. Voor Wang een reden zijn tijd te verdelen tussen de Franse hoofdstad en zijn woonplaats Amsterdam, sinds 1981 is hij muzikant, componist en arrangeur van Quilapay&uacute;n. In 1983 studeerde hij af aan het conservarium met als hoofdvakken compositie en gitaar, in hetzelfde jaar verscheen zijn muziek voor <em>Transiente</em>, een muziektheaterproductie met zeven musici, zeven dansers, twee acteurs en figuranten. In 1986 volgde <em>Don Crist&oacute;bal y Do&ntilde;a Rosita</em>, een a capella-opera voor de tien zangers van vokaal ensemble Tamam, op een libretto van Michiel Bollinger die zich baseerde op het gelijknamige stuk van de Spaanse schrijver Federico Garc&iacute;a Lorca. In 1987 componeerde Wang in opdracht van Amsterdam Culterele Hoofdstad <em>Dialecto de P&aacute;jaros</em>, een cantate voor Quilapay&uacute;n aangevuld ex-Hoketus pianist Gerard Bouwhuis en drie percussionisten, onder wie de Surinaamse slagwerker Ponda O'Bryan. In november van dat jaar maakte de groep met dit stuk een tournee door Nederland.
</p>
<p>
<strong>1990 - 2000
</strong><br />
Vanaf 1990, ook het jaar waarin Pinochet ten val kwam waarna in Chili de democratie terugkeerde, is Wang muzikaal leider van Quilapay&uacute;n. In 1991 wijdde televisiepresentator Han Reiziger een hele aflevering van zijn VPRO-programma Reiziger in Muziek aan het werk van de zowel Chileens geori&euml;nteerde als westers geschoolde musicus en componist. Vanaf 1991 was Wang twee jaar lang muziekredacteur van het Amsterdamse, op Latijnse Amerika gerichte cultureel tijdschrift Jos&eacute; Mart&iacute;. Sinds 1992 is hij gitarist in ensemble LOOS. Met dit ensemble, maar vooral met Quilapay&uacute;n maakte Wang tournees door onder meer Europa en Noord- en Zuid-Amerika. In 1994 ontving Quilapay&uacute;n in Washington de Special Award of the Organization of American States (OAS), in 1995 vond op de Chileense Ambassade in Parijs de benoeming plaats tot lid van de Orde van Gabriela Mistral van de democratische Chileense regering. Uit de tweede helft van de jaren negentig stammen Wangs werken <em>Smyrna</em> (1994) voor koor en klavecimbel, <em>Pinocchio</em> (1995), een opera voor elf zangers en instrumentaal ensemble, die in Nederland zestig maal wordt gespeeld door het Ro Theater. <em>A taste of glamour</em> (1998) is een dans-opera, daarna volgden <em>Kleine Cantate</em> (1999) voor mezzosopraan, strijkkwartet en elektrische gitaar, <em>Suite voor Violeta</em> (2000) voor zang en instrumentaal ensemble, en <em>Amor Am&eacute;rica</em> voor de groep Rumbat&aacute;, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de Chileense dichter Pablo Neruda.
</p>
<p>
<strong>2000 - 2009
</strong><br />
Voor het pianoduo Post &amp; Mulder schreef Wang <em>2 Sisters</em> (2001), met tekstfragmenten uit <em>De Gouden Ezel</em> van Apuleius (derde eeuw v.C.). <em>Proloog</em> (2002) is een compositie voor het Rosa Ensemble: vier stemmen, saxofoon, viool, piano en percussie. Voor de combinatie van LOOS en Dansgroep Krisztina de Ch&acirc;tel schreef Wang <em>Rooms</em> (2002), dat onder meer een jaar later klonk in St. Petersburg tijdens de manifestatie Days of Dutch Culture. Als gitarist trad Wang op in het programma <em>Electric Guitar Now</em> tijdens het Holland Festival van 2003, in 2004 als lid van het CATCH Electric Guitar Quartet met Wiek Hijmans, Seth Josel en basgitarist Mark Haanstra, en tijdens het Output Festival 2004 in het Amsterdamse Muziekgebouw aan &rsquo;t IJ. Hij speelde met Ensemble LOOS en het Radio Kamerorkest de premi&egrave;re van <em>Loopstate</em> van Huib Emmer. Recente composities van Wang zijn onder meer <em>Canciones Salvajes</em> (2004/6) voor zangeres, koor en vijf musici op teksten van Pablo Neruda, <em>El Camino del Agua</em> (2005) voor Strijkorkest, <em>Schipbreuk</em> (2008) voor het LOOS Ensemble (basklarinet, saxofoon, elektrische gitaar, basgitaar, piano, percussie en samplers), en <em>Vocis Informis</em> (2008) voor vrouwenkoor en piano, opnieuw op teksten van Apuleius. In september 2007 verscheen, 26 jaar na de opheffing van de groep Amankay, een heruitgave van de lp <em>Amankay</em> op cd, een herinnering aan de barre tijden van toen en een illustratie van de spagaat die Patricio Wang al die jaren moeiteloos leek te maken. Wang noemt de Chileense protestmuziek en zijn eigen, veelal op minimal music ge&euml;nte composities, beide heel extreem, en hij toont zich wars van concessies aan het publiek. NRC-journalist Frans van Leeuwen noteerde uit zijn mond over authenticiteit en vernieuwing: &lsquo;Ik kom steeds meer muziek tegen waarin zoveel invloeden zijn verwerkt dat de oorspronkelijke bronnen nog maar heel moeilijk zijn terug te vinden. En dan komt bijvoorbeeld de vraag of flamenco met een synthesizer of een elektrische gitaar nog wel authentiek is. Sommige mensen zouden Quilapay&uacute;n waarschijnlijk pas authentiek vinden als we met poncho's en zwarte bolhoeden zouden optreden. Maar het gaat natuurlijk om het muzikale resultaat. Je moet verschil maken tussen purisme en authenticiteit. Voor mij is authenticiteit een kwestie van artistieke eerlijkheid.&rsquo;
</p>
<p>
<strong>Discografie (selectie)
</strong><br />
Barroco Andino (RCA Chili; 1974)
<br />
Barroco Andino: Bach (Ode&oacute;n Chili; 1975)
<br />
Amankay: Vrije Muziek Nederland (eigen beheer; 1979)
<br />
Quilapay&uacute;n: La Revoluci&oacute;n y Las Estrellas (Path&eacute;-Marconi; 2C-070-72562, 1982)
<br />
Quilapay&uacute;n: Tralal&iacute;-Tralal&aacute; (Path&eacute;-Marconi; 1728581 PM-261, 1984)
<br />
Hoketus en De Volharding: Kaalslag (Donemus; 1985)
<br />
Quilapay&uacute;n: Los Tres Tiempos de Am&eacute;rica (Hispavox; 068 790957 1)
<br />
Patricio Wang: Music for Films (ALPW; 1990)
<br />
LOOS: Fundamental (Geestgrond; 1992)
<br />
LOOS: De Tragische Handeling (Acto Tr&aacute;gico) (Donemus; 1996)
<br />
Winanda de Sur: Luna y Mar (Challenge; CHR 70037, 1996)
<br />
LOOS: Huib Emmer (Donemus; 1998)
<br />
Barroco Andino: M&uacute;sica Maravillosa (Warner; 1998 - heruitgave)
<br />
Quilapay&uacute;n: Al Horizonte (Warner; 8573803202, 1999)
<br />
Patricio Wang: Suite Para Violeta (Challenge; 2000)
<br />
LOOS plays Patricio Wang: Music for Rooms (Loos Live Series; 2002)
<br />
Amankay: Vrije Muziek Nederland (Zimbraz Records; MWCD 3030, 2007)
<br />
Patricio Wang: Canciones Salvajes (Zimbraz Records; MWCD 3036, 2009)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Our Man from Odessa</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=198" />
		<updated>2010-08-26T14:47:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:46:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.198</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Our Man From Odessa is de artiestennaam van accordeonist-zanger Gherman Popov. Hij mixt soundscapes, veldopnamen en levende muziek met ingrediënten die variëren van oosterse toonladders tot volksmuziek uit China, van herders-trancemuziek tot tekenfilmmuziek uit de voormalige Sovjet Unie. De elektronica van het Duitse Kraftwerk was een van zijn inspiratiebronnen. Popov droeg muziek bij aan de film Borat van Sacha Baron Cohen.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=198"><![CDATA[
                Our Man From Odessa is de artiestennaam van accordeonist-zanger Gherman Popov. Hij mixt soundscapes, veldopnamen en levende muziek met ingredi&euml;nten die vari&euml;ren van oosterse toonladders tot volksmuziek uit China, van herders-trancemuziek tot tekenfilmmuziek uit de voormalige Sovjet Unie. De elektronica van het Duitse Kraftwerk was een van zijn inspiratiebronnen. Popov droeg muziek bij aan de film Borat van Sacha Baron Cohen.<p>
<strong>1966-1995
</strong><br />
Gherman Popov (Odessa, 1966) groeide op in de Sovjet Unie, het grootste land ter wereld en werd gebrainwashed door de communistische propagandamachine. Hij vierde de hoogtijdagen mee en hield nog dapper stand tijdens de neergang van het regime, maar de pijn die de perestrojka teweeg bracht kon hij niet verdragen. Popov vertrok naar het Westen. Hij kwam in 1989 aan in Amsterdam, de stad die hij associeerde met frivool gedrag en een tolerant drugsbeleid. Daar herontdekte Popov de culturele erfenis die de Sovjets hadden nagelaten: de pathos van het ruimteonderzoek, de etnische diversiteit in het land, maar ook de morele en culturele afbraak tijdens het Breznjev-regime. Popov is een verwoed verzamelaar van traditionele muziekinstrumenten, vooral die uit de voormalige Sovjetrepublieken en de satellietstaten. Hij bespeelt ze allemaal, en hij is bovendien een voortreffelijk boventoonzanger. Daarom nodigden vele Amsterdamse muzikanten en groepen hem uit mee te spelen. Popov begon met zanger-percussionist Alec Kopyt (speelde ook in de Amsterdam Klezmer Band) een eigen muzikale carri&egrave;re onder de naam The Children of Lieutenant Schmidt, later aangevuld met klarinettist Marcel Kuypers en tubaspeler Patrick Votrian. Ze brachten eerst gangsterballaden en gevangenispo&euml;zie, later een wonderlijke mix van Jiddische en Griekse, Russische en Oekraiense liederen. &lsquo;Deze vier heren stonden werkelijk voor niets&rsquo;, schrijft het Eindovens Dagblad over een optreden in 1992 in het plaatselijke Muziekcentrum. &lsquo;Uren (ophouden bleek een probleem), speelden ze met alles wat ze aan gevoel en muzikaliteit in huis hadden de (redelijk gevulde) zaal plat. Verbluffend waren de virtuoze improvisaties. Deze volksliederen zijn nogal weemoedig en nostalgisch van aard en tegelijkertijd meeslepend en opzwepend. Kortom, je wordt als ontvankelijk luisteraar geraakt tot in het diepst van je ziel.&rsquo;
</p>
<p>
<strong>1996-2000
</strong><br />
Tijdens een van zijn solo-optredens bood een producent van het Nederlandse new age-label Oreade Music Popov zijn opnamestudio aan, waarna kort daarop, in 1994, de cd <em>Isirik</em> verscheen. De muziek daarop is een de mix van Russische teksten met exotische Siberische en Centraal-Aziatische melodie&euml;n, kundig gespeeld op merkwaardige instrumenten en gezongen met curieuze stemtechnieken. Tot Popov&rsquo;s verrassing prees Oreade zijn muziek aan als <em>world healing music</em>, muziek die de wereld geneest, wat niet verhinderte dat het album jonge intellectuelen in de USSR inspireerde tot het verder experimenteren met psychedelische klanken. In de zomer van 1996 richtten Popov, alias Our Man From Odessa, en enkele landgenoten in Amsterdam de groep Sputnik op. Popov bespeelde elektronica en zong, de andere bandleden waren gitarist Dima Beloyartsev, bassist Vladik Budny, zangeres Nelly Dvorko en lounge-dj Maxim Chaposhnikov, alias DJ Goldfinger. Later voegde ook ingenieur-elektricien Yuri Yushtein zich bij het gezelschap dat de solide elektronische klanken van de Duitse groep Kraftwerk verbond met Russische romantiek en de nostalgie van het ruimtetijdperk. Sputnik speelde beroemde melodie&euml;n uit Russische en Franse speelfilms, zelfgeschreven meditatieve muziek, droomliederen en &lsquo;interstellaire&rsquo; ritmes. De elektronische extravaganza van de groep verscheen op de cd <em>Favourite Songs Of The Soviet Cosmonauts</em>. In de jaren negentig concentreerde Our Man From Odessa zich vooral op soloprojecten voor verschillende labels voor elektronische muziek. Het meeste van dit vroege werk verscheen op het kleine Nederlandse label Kidnap, opgericht en geleid door landgenoten van de ex-Sovjet diaspora. Hij werkte samen met de diva van de Tuvaanse boventonen, zangeres Sainkho Namchilak, met wie hij wereldwijd op grote podia en festivals optrad.
</p>
<p>
<strong>2001 - 2003
</strong><br />
Popov stelde vast dat de combinatie van etnische rijkdom en elektronica de ware folklore is van de eenentwintigste eeuw. Bij het begin van het nieuwe millennium richtten Popov en zijn vrienden Solaris op, een nieuw platform voor het uitdragen van hun futuristische visie op geluid en muziek. Niet in de eerste plaats een platenlabel, maar een laboratorium, ge&iuml;nspireerd op het Russische constructivisme en de onuitroeibare utopische romantiek van de Russen. Popov kortte zijn artiestennaam Our Man from Odessa in tot de compacte, raadselachtiger naam OMFO. Hij zocht contact met gelijkgestemde kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven (Metamatics, Aavikoo, Jimpster, CiM, Felix Kubin), hun namen prijken op de Solaris-cd&rsquo;s waaronder <em>Aelita</em>, <em>Cheap Electric Paradise</em> en <em>Omnipresence</em>. Deze vlekkeloos uitgegeven albums zijn zonder uitzondering collectors items. Kort na de eeuwwisseling kwam OMFO in contact met Essay Records, een label dat op zoek was naar het verborgen potentieel aan Oost- Europese muziek. Dit leidde tot een succesvolle remix van een nummer geschreven door de Duitse producer en dj Stefan Hantel, alias Shantel, pionier van de fusie van Balkanmuziek en elektronische beats. Deze <em>OMFO Dub</em> kreeg in 2003 een plaats op de internationaal geprezen plaat <em>Bucovina Club</em>, en platenlabel Essay zette Popov aan het werk voor een nieuw album.
</p>
<p>
<strong>2004 - 2005
</strong><br />
De samenwerking met Essay Records leverde in 2004 de cd <em>Trans Balkan Express</em> op. Het duurde niet lang of het album was populair in heel Europa en zelfs daarbuiten, dankzij de aandacht van radiomakers en muziekjournalisten. &lsquo;Ik moet het eerste neo-elektro-album nog tegenkomen&rsquo;, schreef het Canadese muziektijdschrift Exclaim, &lsquo;dat het robotachtige plezier van drummachines en zulke ge&iuml;nspireerde zangkunst zo succesvol met elkaar in evenwicht brengt. Het is niet allemaal even grillig, maar <em>Cuckoo Dub</em> is is een van de beste dub tracks tot nu toe dit jaar&rsquo;. En op zijn website prees toneVendor de cd aan met: &lsquo;<em>Trans Balkan Express</em> mengt de muzikale kruidigheid van de zuidoostelijke Europese gebieden met de clubcultuur van het Westen. OMFO reist vanuit Amsterdam via Berlijn naar het achterland van de Europese Unie, de Karpaten, de Zwarte Zee, recht de voortuin van Azi&euml; in. Het resultaat is een album, met muziek ergens daarvandaan en van een Balkanbruiloft, dat opgewekt alle muzikale grenzen negeert.&rsquo; Door met frisse idee&euml;n en concepten te komen, nam OMFO van meet af aan afstand van de rest van de producenten die zich op het terrein van de Balkanbeat bewegen. Neem de merkwaardige en licht humoristische opname van een Karpatische dorpeling die een volksliedje speelde op een analoge synthesizer. Zoiets maakte OMFO&rsquo;s muziek voor iedereen toegankelijk, en menig muziekcriticus roemde de eenvoud en directheid van het album.
</p>
<p>
<strong>2006 - 2009
</strong><br />
Intussen had ook de Amerikaanse komiek Sasha Baron Cohen, beter bekend als Ali G., Borat of Bruno, de muziek van Popov ontdekt, twee van zijn nummers (<em>Money Boney</em> en <em>Magic Mamaliga</em>) kregen een plaats in de Borat-film <em>Cultural Learnings Of America For Make Benefit Of Glorious Nation Of Kazakhstan</em>, in 2006 uitgebracht door 20th Century Fox. In het voorjaar van 2006 maakte Popov kennis met de in Chili wonende Duitser Uwe Schmidt, alias Se&ntilde;or Coconut, die Kraftwerk-nummers liet swingen door ze onder te dompelen in een pittige latin-saus. De geluidskunstenaar werkte graag mee aan de productie van een nieuw OMFO-album. De mannen wisselden audio- en midibestanden uit, voor het bewerken van het geluid haalden zij het uiterste uit hun soft- en hardware. Een maand later was de muziek voor het album <em>We Are The Sheperds</em> klaar. Popov bracht een bijzondere bezetting bijeen: het Transylvanische wonderkind op cymbalom en accordeon Vasile Nedea, de science fiction-schrijver en virtuoos op tar (luit) en gitaar Rassul Kazimov uit Azerbeidzjan, de vrijheidsstrijder en verhalenverteller, percussionist en zanger Bakhtiyar Eybaliyev, en de Nederlandse muzikante Fay Lovsky die zeldzame instrumenten als de theremin en de zingende zaag bespeelt. Het is allemaal te horen op <em>We Are The Sheperds</em>. In een toelichting schreef Popov onder de pakkende kop <em>Sheperds Of The Universe Unite:</em> &lsquo;Kameraden! Het is geen toeval dat de eerste man in de ruimte (Yuri Gagarin) een herder was. In feite waren de meeste kosmonauten herders, evenals sommigen van hun Amerikaanse collega&rsquo;s (astronaut William Shephert). En neem de schaapshond Laika &ndash; wie had hem niet willen horen blaffen vanuit zijn baan om de aarde?&rsquo; En wat de muziek betreft: &lsquo;De herdersfluit begeleidde vroeger het vallen van meteoren, en zonsverduisteringen. Zo veranderde de herder geluiden in een Ruimte Symfonie, verrijkt met Morsecode opgelost in pulserende klikken en bruisende elektronica. Deze onophoudelijke ritmische pulseringen, bedwelmende toonkleuren en geluidseffecten van elektronische en akoestische instrumenten, evenals pretentieloze en heldere melodische patronen, roepen een ongewoon maar einentijds gevoel op. Zo veranderden een eenvoudige trommel, fluit, mondharp in theremin, synthesizer en sampler-sequencer. Zo vonden oude liederen van overal uit hun vaderland hun nieuwe betekenis in de nieuwe omgeving, omringd door wervelende satellieten, briljante sterrenstelsels, rondsuizende kometen en mysterieuze planeten.&rsquo; In 2009 verscheen de cd <em>Omnipresence</em>, met opnamen van volksmuziek van de steppen en caf&eacute;-orkestjes uit Tasjkent, aangelengd met Arabeske loopjes en vette beats gegenereerd door samplers en synthesizers.
</p>
<p>
<strong>Discografie (selectie)
</strong><br />
Favourite Songs Of The Soviet Cosmonauts (eigen beheer; eind jaren &lsquo;90)
<br />
Isirik (Oreade; ORWH 5477-2, 1994)
<br />
Bucovina Club Vol. 1 (Essay Recordings; AY 02, 2003)
<br />
Trans Balkan Express (Essay Recordings; AY CD 02, 2004)
<br />
We Are The Sheperds (Essay Recordings, AY CD 12, 2006)
<br />
Omnipresence (Essay Recordings; AY CD 22, 2009)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Mola Sylla</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=197" />
		<updated>2010-08-26T14:47:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:36:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.197</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zanger, percussionist en componist uit Dakar, Senegal, gevestigd in Amsterdam. Sylla leerde de muziek van de verschillende Senegalese bevolkingsgroepen zingen en spelen in Dakar. In Nederland maakte hij kennis met jazz en geïmproviseerde muziek, en met de muziek van andere nieuwe Nederlanders. Sindsdien speelt hij met wereldmuziek- en jazzmuzikanten in de meest uiteenlopende combinaties, muziek met een min of meer vast stramien, maar meestal voor een belangrijk deel bestaande uit improvisaties.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=197"><![CDATA[
                <p>
Zanger, percussionist en componist uit Dakar, Senegal, gevestigd in Amsterdam. Sylla leerde de muziek van de verschillende Senegalese bevolkingsgroepen zingen en spelen in Dakar. In Nederland maakte hij kennis met jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek, en met de muziek van andere nieuwe Nederlanders. Sindsdien speelt hij met wereldmuziek- en jazzmuzikanten in de meest uiteenlopende combinaties, muziek met een min of meer vast stramien, maar meestal voor een belangrijk deel bestaande uit improvisaties.</p><p>
<strong>1956-1986
</strong><br />
Mola Sylla werd in 1956 geboren in Dakar, Senegal, waar hij ook 
opgroeide. Zolang als hij zich kan herinneren wilde hij zingen en muziek
maken, maar de familie waarin hij werd geboren was niet die van de 
griots, de kaste van professionele zangers en muzikanten; volgens de 
traditionele opvattingen in Senegal, Mali en omringende landen, is 
alleen voor hen een muzikale carri&egrave;re weggelegd. Sylla koos ervoor 
timmerman te worden, de vaardigheden die hij leerde gebruikte hij om een
muziekinstrument te bouwen, een kist met de toetsen van een duimpiano. 
Mola Sylla leerde zingen en spelen van een vriend die wel lid was van 
een griotfamilie. In de loop van de jaren werd de scheiding tussen griot
en niet-griot, tussen het wel of niet mogen musiceren, minder strikt. 
De wereldberoemde zangers Baaba Maal en Salif Keita bijvoorbeeld zijn 
evenmin griot. Toch durfde Mola Sylla er pas midden jaren tachtig, na 
het overlijden van zijn vader, publiekelijk voor uit te komen dat hij 
muzikant was.
</p>
<p>
<strong>1987-1993
</strong><br />
Met de groep Senemali, een verzameling Senegalese en Malinese muzikanten waarvan hij mede-oprichter was, maakte Sylla in 1987 een Europese tour. Hij besloot in Nederland te blijven en vestigde zich in Amsterdam. Hij zette zijn oren wijd open voor alles wat hier te horen was, waaronder in het Bimhuis de muziek van internationale en Nederlandse jazzmusici en avant-garde improvisatoren. Hij maakte kennis met cellist Tristan Honsinger die hem bleek te kennen van een optreden met Senemali. Honsinger wees hem op de wekelijkse jamsessies in het Bimhuis. Sylla zingt in de talen van verschillende bevolkingsgroepen, waaronder Wolof (zijn moedertaal), Fulani en Mandinka (de taal van de griots), en speelt bijbehorende of ge&iuml;mproviseerde begeleidingen op Afrikaanse trommels, duimpiano&rsquo;s en zelfgemaakte instrumenten. De Nederlandse muzikanten waren onder de indruk van zijn stem en zijn muzikale kwaliteiten, zijn inbreng was even verrassend als vernieuwend. Het duurde niet lang of Sylla trad her en der in Nederland op met Honsinger, met elektronicavirtuoos Richard Teitelbaum, of met klarinettist Daniele d'Agaro.
</p>
<p>
<strong>1994-1998
</strong><br />
In 1994 ontmoetten Sylla en de Russische pianist-accordeonist Alexei Levin elkaar, samen met bassist Vladimir Volkov uit St. Petersburg vormden zij Vershki da Koreshki (later ingekort tot VeDaKi). Het trio diende als basis voor een bezetting met gasten, onder wie bijvoorbeeld de Rus Sergey Starostin (stem, citer, fluiten) en de Indiase tablaspeler Sandip Bhattacharya. Hun muziek bestond goeddeels uit vrije (groeps-) improvisaties op basis van dwingende Afrikaanse en Oost-Europese en Indiase beats. Met deze avontuurlijke, opzwepende mix van wereldmuziekstijlen en improvisatie oogstte de band bewondering in binnen- en buitenland. Daarnaast speelde en zong Sylla als gastmusicus mee op cd&rsquo;s van onder anderen Demis Roussos (<em>Serenade</em>, 1996), Saskia Laroo (<em>Bodymusic</em>, 1998) en het Volkov Trio (<em>Much Better</em>, 1998).
</p>
<p>
<strong>1999 - 2000
</strong><br />
Op uitnodiging van cellist Ernst Reijseger speelde Sylla twee opeenvolgende jaren tijdens het Moers Festival in Duitsland, in 1999 met Han Bennink, percussionist Steve Beresford, de cellisten Wilbert de Joode en Tristan Honsinger, rietblazers Michael Moore en Tobias Delius, pianist Cor Fuhler en bassist Joe Williamson. In 2000 maakte hij deel uit van Moondive III met
<br />
onder anderen trombonist Ray Anderson, cellist Ernst Reijseger, tuba&iuml;st Michel Godard en drummer Eddy Veldman. Het jaar daarop kreegh Sylla carte blanche voor een project dat hij Tukki doopte, wat in het Wolof 'op reis' betekent. Hij presenteerde het als een muzikaal reisverslag van zijn eigen ontwikkeling, het orkest bestond daarom uit muzikanten uit Senegal, Nederland, Rusland, Duistland, Bulgarije en de VS: Mola Sylla (stem, duimpiano, drums), Elhadj Cissoko (kora), Af&eacute;e PB Kass&eacute; (gitaar), Serigne M'Backe (percussie), Ernst Reijseger (cello), Alexei Levin (accordeon, piano), Wladimir Volkov (contrabas), Praful (saxofoons, fluit), Petar Doundakov (keyboards, sampler) en Clarence Becton (drums). De premi&egrave;re vond plaats in het Amsterdamse Bimhuis. Inmiddels speelde en zong Sylla ook met gitarist Frankie Douglas, trombonist Wolter Wierbos, en in Noorwegen trad hij op als gast in een project van de Russische componist-pianist Misja Alperin van het Moscow Art Trio, met de vrouwen van het Bulgaarse zanggezelschap Bulgarian Voices.
</p>
<p>
<strong>2001 - 2004
</strong><br />
Van meet af aan maakte Sylla deel uit van het vanuit Utrecht sinds 2001 opererende Global Village Orchestra. Het orkest telt tien muzikanten met acht verschillende nationaliteiten: Kamil Abbas uit Uighur (viool), Karim Eharruyen uit Marokko (ud), Steven Kamperman uit Nederland (rieten), Akos Laki uit Hongarije (klarinetten), Mark Alban Lotz uit Duitsland (fluiten), Afra Mussawisadeh uit Iran (percussie), Henk Spies uit Nederland (saxen), Mola Sylla, Behsat &Uuml;vez uit Turkije (zang, ud, saz, percussie) en Tjitze Vogel uit Nederland (contrabas). In 2002 volgden samenwerkingen met onder meer de Chris Hinze Combination en de Turks-Servisch-Nederlands-Afrikaanse groep Turqumstances: Mola Sylla, Sjahin During (percussie), O&#287;uz B&uuml;y&uuml;kberber (rieten), &Ccedil;a&#287;layan Y&#305;ld&#305;z (gitaren, ud), Arnold Dooyeweerd (contrabas), Ruben van Rompaey (drums). Sylla presenteerde deze eerste eigen groep tijdens de ZomerJazzFietsTour van 2003. Het jaar erop stond hij daar met Ernst Reijseger en drummer-percussionist Serigne Gueye uit Senegal, hun muziek verscheen op de cd <em>Janna</em>. In 2004 maakte Sylla deel uit van de ongebruikelijke combinatie van Tenore e Concordu de Orosei (traditionele vocale muziek uit Sardini&euml;) met cellist Ernst Reijseger; de muziek diende als filmmuziek in <em>Requiem for a Dying Planet</em> van Werner Herzog.
</p>
<p>
<strong>2005-2009
</strong><br />
In 2005 verscheen de live-cd Xam Xam (Wolof voor begrijpen), samengesteld uit twee concerten in 2004 in Theater de Lieve Vrouw, Amersfoort, dat het project produceerde. De teksten waren gebaseerd op po&euml;zie en proza van de voormalige president van Senegal, van L&eacute;opold S&eacute;dar Senghor, zijn landgenoot David Diop en van Mola Sylla zelf, deels in het Wolof, deels in het Engels. De composities waren van pianist-componist Thijs Borsten. De band bestond naast Sylla uit Sylvia de Hartog (zang), Jeffrey Bruinsma (viool), Thijs Borsten (keyboards), Mouss&eacute; Path&eacute; Mbaye (percussie), Mark Haanstra (bas), Arno van Nieuwenhuize (drums, percussie). In allerhande combinaties vierde Sylla successen in binnnen- en buitenland. In 2009 trad hij met zijn Mola Sylla Band op tijdens het Global Village Festival in Nijmegen, Sylla tekende voor de composities en de band bestond verder uit gitarist Mady Kouyat&eacute;, toetsenist Alexei Levin, bassist Bobby Jacobs, drummer Arno van Nieuwenhuize en percussionist Serigne Gueye. De Cubaanse pianist Omar Sosa bracht in 2009 de cd <em>Afreecanos</em> uit met Sylla, bassist Childo Tomas en drummer Julio Barreto, een bonte mix van Cubaanse, Afrikaanse en aanverwante stijlen.
</p>
<p>
<strong>Discografie (selectie)
</strong><br />
Senemali: Africa One (1988)
<br />
Senemali: Jambar (1992)
<br />
Sasha Waltz &amp; Guests: Travelogues (1995)
<br />
Vershki da Koreshki: Vershki da Koreshki (1996)
<br />
Vershki da Koreshki: Real Life of Plants (1996)
<br />
Vershki da Koreshki: Gombi-Zor (1999)
<br />
Moondive: Musicians on a Mission (1999)
<br />
Jarambi (2000)
<br />
Chris Hinze: Zen the Fire Within (2001)
<br />
Chris Hinze: Akar Akar (2002)
<br />
Vladimir Volkov: Seetu / Mirror (Long Arms Records; 2002)
<br />
Global Village Orchestra: Globalistics (LopLop; LLR 010, 2003)
<br />
Ernst Reijseger, Serigne M.Gueye: Janna (Winter &amp; Winter; 910 094-2, 2003)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Lazarus ‘Leo’ Fuld</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=196" />
		<updated>2010-05-27T14:23:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:23:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.196</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">In Rotterdam geboren zanger van het Jiddische lied. Begon zijn 
zangcarrière als chazan, voorzanger in de synagoge, werd beroemd in 
zowel de westerse als de Arabische wereld, bewonderd door de grote 
stemmen uit zijn tijd, van Frank Sinatra tot Oum Kalsoum.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=196"><![CDATA[
                In Rotterdam geboren zanger van het Jiddische lied. Begon zijn 
zangcarri&egrave;re als chazan, voorzanger in de synagoge, werd beroemd in 
zowel de westerse als de Arabische wereld, bewonderd door de grote 
stemmen uit zijn tijd, van Frank Sinatra tot Oum Kalsoum.<p>
<strong>1912 - 1931
</strong><br />
Toen Lazarus &lsquo;Leo&rsquo; Fuld op 29 oktober 1912 in Rotterdam werd geboren, was hij het derde kind in het arme, joodse gezin Fuld. Na hem kwamen er nog zeven broers en zussen bij. Moeder was een vrome vrouw, vader was uitdrager en marktkoopman, ook stond hij een tijdlang als wonderdokter op markten en kermissen. In de synagoge bleek dat de jonge Leo goed kon zingen. Hij bewonderde de grote Amerikaanse synagogecantors en leerde zichzelf de liederen van de chazan door ze te imiteren. Op zijn zestiende trad hij her en der in het land op als voorzanger, alles wees erop dat hij zich zou ontwikkelen tot een professioneel chazan. Fuld was een intelligente jongen, na zijn middelbare school kreeg hij een studiebeurs om aan het Nederlands-Isra&euml;litisch Seminarium in Amsterdam te studeren voor rabbijn. Maar Fuld maakte zijn studie niet af. Hij besloot zanger te worden en ging als zingende kelner werken in caf&eacute; De Kool op de Kruiskade in Rotterdam. In september 1931 kreeg hij een baantje in de Amsterdamse bioscoop Tip Top in de Jodenbreestraat, waar tijdens de pauzes voornamelijk joodse artiesten niet-joodse liedjes zongen. Hij had veel succes en dat bracht Fuld ertoe bij de VARA-radio te solliciteren. De liedjesmode van dat moment was Duits, operetteachtig repertoire, maar Fuld besloot op het laatste moment zich van zijn medesollicitanten te onderscheiden door een Jiddisch lied te zingen. Hij werd aangenomen, volkszanger Louis Davids introduceerde hem voor zijn eerste radio-optreden en een jaar lang was Fuld, soms meerdere keren per week, live op de radio te horen. In Rotterdam trad hij op in theater Pschorr aan de Coolsingel, het uitgaansgebied waar alle entertainers en zangers van naam (Louis Davids, Koos Speenhoff, Fien de la Mar) hun opwachting maakten.
</p>
<p>
<strong>1932 - 1935
</strong><br />
Fulds eerste stap op weg naar internationale roem was een auditie bij de British Broadcating Corporation in Londen, waar hij de eerste Nederlandse zanger was die in een BBC-microfoon zong. Hij kreeg een contract voor tien uitzendingen. De internationale doorbraak liet vooral niet lang op zich wachten omdat Jack Hylton, de beroemde Britse dansorkestleider, de negentienjarige zanger een contract aanbood voor drie jaar als vaste zanger in zijn orkest. Vanaf dat moment was Fuld te horen met schlagers, swingende songs en een enkel Jiddisch volksliedje in alle belangrijke theaters in Groot-Brittanni&euml; en op het vasteland. In 1933 maakte Fuld zijn eerste plaatopnamen in de Berlijnse Odeon studio, vier nummers in het Nederlands en vier in het Jiddisch. De eerste plaat die uitkwam was <em>Ich Fur Aheim</em> met op de B-kant <em>A Brievele Der Mamme</em>. Een jaar later verscheen <em>My Yiddise Mama</em>, een lied van de roemruchte Amerikaanse zangeres en com&eacute;dienne Sophie Tucker. In de versie van Fuld werd het nummer wereldwijd een doorslaand succes.
</p>
<p>
<strong>1936 -1944
</strong><br />
In 1936 kreeg Fuld na een optreden in Parijs een contract aangeboden voor optredens in het French Casino op Broadway, New York, door de Amerikaanse theateragent Clifford Fisher die bovendien producer was van de Folies Berg&egrave;res, en later bekend werd als ontdekker van Edith Piaf. Na het French Casino volgde het Paramount Theatre, Fuld was een ster op Broadway. Langzamerhand zong hij meer Jiddische en Hebreeuwse liedjes, met nummers als <em>Rosinkes Mit Mandeln,</em> <em>Ich Hob Dich Zu Viel Lieb</em>, <em>Doina</em> en <em>Wo Ahin Soll Ich Geh'n</em> gooide hij hoge ogen. Fuld was inmiddels getrouwd met Marjorie Winifred Gotlib uit Engeland, maar in 1937 scheidde hij van haar om in New York te huwen met Sjaan uit Beverwijk.
</p>
<p>
<strong>1940 - 1945
</strong><br />
Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verliep Fulds visum voor Amerika en hij vertrok naar Nederland om het te laten vernieuwen. Hij reisde opnieuw af naar de Verenigde Staten voor een tournee, twee maanden voordat de nazi&rsquo;s Nederland bezetten. Samen met schrijver Hendrik Willem van Loon en orkestleider Max Tak verzorgde hij vanuit een Newyorkse radiostudio uitzendingen bestemd voor Nederland, voor het toenmalige Oost-Indi&euml; en voor de Nederlandse koopvaardijvloot. Zijn grootste hit in deze periode was <em>In Mijn Scheepje Op De Zee</em>, dat ook het favoriete oorlogslied was van koningin Wilhelmina. Langzamerhand kwamen de berichten door over de jodendeportaties. Leo Fuld verloor bijna zijn hele familie, op een zuster na werden zij vermoord in de Duitse concentratiekampen. Hij wilde en kon niet meer zingen.
</p>
<p>
<strong>1946 - 1950
</strong><br />
Na de oorlog bleef Fuld tot 1948 in de Verenigde Staten, vervolgens keerde hij terug naar Nederland. Daar was zijn joodse publiek bijna helemaal verdwenen, maar Fulds dagelijkse voorstellingen in het Amsterdamse theater Tuschinski waren maandenlang vrijwel uitverkocht. Vervolgens vertrok hij opnieuw naar Londen, hij zong in het London Casino, toerde het land door en schitterde in het London Palladium. Het lied <em>Wo Ahin Soll Ich Geh&rsquo;</em>n dat hij in Parijs in het Jiddisch had horen zingen door een overlevende uit Warschau, en dat hij in een vertaalde versie voor Decca op de plaat zette onder de titel <em>Where can I go?, </em>werd zijn grootste hit, goed voor miljoenen verkochte platen. Milton Berle, Perry Como en Frank Sinatra nodigden Fuld uit voor gastoptredens in hun televisieshows in New York. Vanaf dat moment rekende de Rotterdamse zanger zijn collega&rsquo;s Billy Holliday, Al Jolson en Edith Piaf tot zijn grootste fans. Het succes leverde hem talloze optredens op, in New York, Hollywood, Chicago, Miami, Rio de Janeiro, Sao Paulo, Buenos Aires, Santiago.
</p>
<p>
<strong>1951 - 1991
</strong><br />
Fuld deelde in Parijs tien weken lang een affiche en het podium van het ABC Theatre met Edith Piaf. Langzamerhand veroverde hij ook de Arabische wereld dankzij optredens in Alexandri&euml;, Beirut, Casablanca, Algiers en Tunis, met het zingen van Jiddische liedjes. In Ca&iuml;ro woonden de legendarische Egyptische zangeres Oum Kalsoum en haar manlijke evenknie Mohamed Abdelwahab, de Egyptische president Nasser en de ambassadeur van Ethiopi&euml; de shows van Fuld in de Auberges de Pyramides bij. Met als gevolg dat de Ethiopische keizer Halie Selassie Fuld liet boeken voor een optreden ter gelegenheid van de bruiloft van zijn dochter, in zijn paleis in Addis Abbeba. In 1954 won Fuld in Frankrijk de Grand Prix du Disque met het nummer <em>l&rsquo;Emigrant</em>, speciaal voor hem geschreven door Charles Aznavour. In 1956 richtte de zanger in New York zijn club Sabrah op, maar dat werd geen succes en Fuld verhuisde naar Las Vegas. Het was aan de Rotterdamse zanger Leo Fuld te danken dat de grote Arabische artiesten hun opwachting maakten in Parijs. Eigenaar Bruno Cocatrix van Olympia, waar Fuld regelmatig optrad, kloeg erover dat zelfs grote namen zijn zaal niet meer vol kregen. Fuld deed hem de namen Farid el-Attrache, Mohamed Abdelwahab, Abdelhalim Hafiz en Oum Kalsoum aan de hand. Het Olympia-concert van Oum Kalsoum in 1966, haar enige buiten de Arabische wereld, staat als legendarisch te boek. In 1970 scheidde Fuld van Sjaan, hij hertrouwde met Ilone Winter. Tot 1982 trad Fuld nog veelvuldig op, ondermeer in zijn woonplaats Las Vegas, en in 1985 ontving hij vanwege de verdiensten voor zijn vaderland een koninklijke onderscheiding. Maar langzamerhand werd het stil rond de nu 72-jarige zanger.
</p>
<p>
<strong>1992 - 1997
</strong><br />
In 1992 keerde Fuld opnieuw terug naar Nederland, cabaretier Herman van Veen haalde hem over voor de televisie met groot orkest zijn levenslied <em>Wo Ahin Sol Ich Geh'n </em>te zingen. De Nederlandse publicist, musicus en filmmaker Mohamed el-Fers herinnerde zich de muziek van Fuld uit zijn jeugd, zocht hem in 1992 op en maakte een interview met hem voor de Groene Amsterdammer. El-Fer bracht Fuld in contact met de jonge Algerijnse ra&iuml;-muzikanten van de band Ra&iuml;land, de combinatie was een succes onder Marokkaanse jongeren in Nederland. Nog eenmaal verruilde Fuld zijn echtgenote voor een andere, politievrouw Bep van Laar was in 1996 de gelukkige, en ditmaal werd de romance breed uitgemeten in de roddelpers. Het leverde het paar de ene na de ander uitnodiging op voor feesten en party&rsquo;s, waaronder het verjaardagsfeest van acteur Rijk de Gooyer en een feest van de Jordanese kroegbazin Sien Blommers. Wereldburger Fuld kreeg een plaats tussen Hollandse sterren als Koos Alberts, Ria Valk, en Ad&egrave;le Bloemendaal. Producent El-Fer bracht vervolgens de zanger in contact met arrangeur Kees Post, met de bedoeling Fulds Jiddische liederen te voorzien van Arabisch klinkende arrangementen. In 1997 verscheen de cd <em>The Legend</em> op het Ghanese label Hippo Records, vertrouwde melodie&euml;n tegen een ori&euml;ntaalse achtergrond van violen, fluiten en accordeons. Fuld noemde het verschijnen van de cd &lsquo;een droom die werkelijkheid wordt&rsquo;, de plaat werd door menig liefhebber en criticus bestempeld tot de beste die Fuld ooit heeft gemaakt. Hij kon er zelf niet lang van genieten, op 10 juni 1997 overleed Leo Fuld aan een hartaanval.
</p>
<p>
<strong>Discografie (selectie)
</strong>
<br />
A Brievele Der Mamme (Parlophone; 1933)
<br />
My Yiddishe Mama (Victrola; 1934)
<br />
Wo Ahin Soll Ich Geh'n (Decca; 1947)
<br />
Leo Fuld (Artone; MDS S-3022, 1967)
<br />
Shalom Isra&euml;l (Columbia; COL 4681322, 1991)
<br />
The Legend (Hippo Records; 97002, 1997 en 2008)
<br />
Leo Fuld Greatest Hits (Sony BMG; 2003)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Gregor Serban</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=194" />
		<updated>2010-05-27T14:10:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-27T14:10:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.194</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Roemeense zigeunerviolist en orkestleider, beroemd in het Nederlandse
uitgaanscircuit van de jaren dertig tot zestig van de twintigste eeuw.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=194"><![CDATA[
                <p>
Roemeense zigeunerviolist en orkestleider, beroemd in het Nederlandse
uitgaanscircuit van de jaren dertig tot zestig van de twintigste eeuw.</p><strong>1909 - 1930
<br />
</strong>Gregor Serban werd op 1 augustus 1909 in Braila, Roemeni&euml;, geboren in een zigeunerfamilie. Vader Andre&iuml; was cimbalist in een orkest dat bestond uit neven en broers. Ook moeder Ioana Coldoban stamde uit een muzikantenfamilie. Gregor leerde jong viool spelen, op zijn zevende speelde hij mee in het orkest van zijn vader tijdens een optreden voor de Russische tsaar Nicolaas II. Sindsdien trok Gregor met zijn vader en ooms de wereld rond. Als jongen van twaalf vertrok hij naar Parijs om daar overdag een klassieke opleiding te volgens, en 's avonds mee te spelen in het orkest van oom Tanase Codolban, de broer van zijn moeder. Na terugkeer in Roemeni&euml; wierp Serban zich al snel op als orkestleider. Het gebruikelijke repertoire in deze tijd was een ruime keuze uit ouvertures en operettemelodie&euml;n, chansons en klassiek (Weens) repertoire; er klonk nauwelijks traditionele Roemeense zigeunermuziek. Eind jaren twintig verhuisde het gezin Serban naar Berlijn, Gregor studeerde er viool aan het conservatorium en trad regelmatig op met het orkest van zijn vader.
<p>
<strong>1931
<br />
</strong>In 1931 speelde Serban met het orkest van zijn vader in het Prinsessepaviljoen in Scheveningen, hetzelfde jaar waarin zijn oom Coldoban zijn opwachting maakte in De Kroon in Amsterdam. Het publiek was buitengewoon enthousiast, de kranten schreven lovend over de hartstocht en meeslependheid van deze Roemeense zigeuners. Het gezin Serban besloot in Nederland te blijven en vestigde zich in Rijswijk. Gregor zette zijn studie klassiek viool voort aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1936 werd vader Andre&iuml; getroffen door een hersenbloeding tijdens een optreden in Hotel de l'Europe in Amsterdam, en Gregor moest zijn conservatoriumstudie opgeven om met optredens geld te verdienen voor zijn moeder, zussen en broer. &rsquo;s Zomers trad hij op in het Scheveningse Kurhaus, &rsquo;s winters in Hotel De l'Europe in Amsterdam, en nu en dan in het buitenland.
</p>
<p>
<strong>1940 - 1945
<br />
</strong>In 1941 trouwde Serban met Lydia Pachouk, een jaar later werd hun zoon Andre&iuml; geboren. Tijdens de eerste oorlogsjaren werkte Serban in het Carlton Hotel en Tuschinski in Amsterdam, hier en daar verdiende hij wat bij als klassiek violist. Toen hij een oproep van de Duitse <em>Arbeitseinsatz</em> kreeg, dook hij onder. Van de Nederlandse verzetsbeweging kreeg hij een vals paspoort onder de naam Serbanescu.
</p>
<p>
<strong>1946 - 1960
<br />
</strong>Na de oorlog kwam de Nederlandse belangstelling voor zigeunermuziek pas goed op gang, Serban profiteerde daar volop van mee. Hij speelde overal in het land, bijvoorbeeld in Old Dutch in Rotterdam en Royal in Arnhem, en als vanouds in het Kurhaus en Hotel de l'Europe. In Amsterdam speelde hij eens extra lang door omdat pianist Arthur Rubinstein naar hem wil komen luisteren, na zijn eigen concert in het Concertgebouw. Steeds vaker was Serban op de radio te horen bij de AVRO, de KRO, de Wereldomroep en de VARA, en vervolgens ook te zien op de televisie. Zijn repertoire bestond voor driekwart uit Roemeense zigeunermuziek. Hij speelde nu samen met zijn vijftien jaar jongere broer Colea die als pianist was afgestudeerd aan het conservatorium, maar die de piano ook kon laten klinken alsof het een cimbaal was. Dit ensemble bestond verder uit Constantin Badyakoff op tweede viool, cimbalist Tibor Farkas en bassist Henk Lansen. In 1953 speelde de groep voor de koninklijke familie ter gelegenheid van de verjaardag van prins Bernhard. Serban verliet zijn echtgenote Lydia Pachouk en ging in zee met een vrouw die 25 jaar jonger was dan hij.
</p>
<p>
<strong>1961 - 1997
<br />
</strong>In 1964 werd Gregors tweede zoon, Gregor jr. geboren. Begin jaren zestig was het Orkest Gregor Serban regelmatig te horen in de Scheveningse uitgaansgelegenheden l'Heure Bleu, en in Chalet Suisse, waar zijn nieuwe vrouw Henny bedrijfsleider was. Het Kurhaus kwam in financi&euml;le problemen en het podium be&euml;indigde het contract met Serban, maar bij Chalet Suisse had hij inmiddels genoeg verdiend om een eigen restaurant te openen, The Old Dutch in Den Haag. Daar trad hij natuurlijk zelf op, maar rond 1970 waren de hoogtijdagen van de zigeunermuziek in Nederland voorbij. Serban solliciteerde bij het Promenade Orkest van de omroepen. Hij moest daar voorspelen en het verhaal gaat dat de beoordelingscommissie de lastige ouverture van de operette <em>Dichter und Bauer</em> van Franz von Supp&eacute; op de muziekstandaard had klaargelegd, waarop Serban zei: 'Haalt u die lessenaar maar weg, die speel ik uit het hoofd.' In 1974 was Gregor Serban te gast in het legendarische televisieprogramma <em>Voor de Vuist Weg</em> van Willen Duys. De laatste jaren van zijn leven trad Serban nog altijd op, nu met zijn zoon Gregor jr. aan de piano. Zijn jongste zoon, violist Andrei, nam in 2003 het album <em>Gipsy Heart</em> op met zangeres Mariska Veres, dochter van Serbans collega Lajos Veres, de Hongaarse zigeunerviolist die net als Serban in Nederland furore maakte. Gregor Serban overleed op 12 december 1997 in Delft.
</p>
<p>
<strong>Discografie (selectie)
<br />
</strong>Hora de la Virzu (MFP)
<br />
Muzikale Troeven (Riemens Collectie)
<br />
Balkan Melodies (Dureco; 1165772)
<br />
Hollands Glorie (CNR Musicc; 2003)
<br />
Gregor Serban (Dureco; DCD 9010)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Nederlandse componisten in de twintigse eeuw</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=210" />
		<updated>2010-08-26T15:24:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-24T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.210</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Nederlandse componisten in de 20e eeuw. Symfonische variaties in 
ensembleland. Peter Schat was in 1969 een van de rebellerende 
componisten die met hun Notenkraker-actie aandacht vroegen voor muziek 
die zij horen wilden: niet Beethoven, Brahms en Mahler maar hedendaagse 
componisten uit Italie, Frankrijk, Duitslanden als het even kon uit 
Nederland.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=210"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/schat.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Peter Schat" alt="Peter Schat" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-05-24&amp;month=-3&amp;detail=43314" title="Symfonische variaties in ensembleland">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Nederlandse componisten in de 20e eeuw. Symfonische variaties in 
ensembleland. Peter Schat was in 1969 een van de rebellerende 
componisten die met hun Notenkraker-actie aandacht vroegen voor muziek 
die zij horen wilden: niet Beethoven, Brahms en Mahler maar hedendaagse 
componisten uit Italie, Frankrijk, Duitslanden als het even kon uit 
Nederland.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-05-24&amp;month=-3&amp;detail=43314" title="Symfonische variaties in ensembleland">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
<strong>Peter Schat</strong>. De Hemel, Twaalf Symfonische Variaties, opus 37 (1990). 44:50<br />
Koninklijk Concergebouw Orkest o.l.v. Riccardo Chailly<br />
NM Classics 92033
</p>
<p>
<strong>Peter Schat</strong>. Thema, opus 21 (1970). 13:19<br />
Nederlands Blazersensemble o.l.v. Peter Schat<br />
Composers' Voice Highlights CV19</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>De producent, de prins en het dansertje</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=193" />
		<updated>2010-05-02T14:25:00+02:00</updated>
		<published>2010-05-02T14:18:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.193</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">'Kent u mijn vriend Colin McPhee?', vroeg prins Anak Agung Gedé Ngurah 
Mandera uit Peliatan in 1950 aan de Britse muziek- en dansproducent John
Coast. 'Helaas niet Anak Agung, maar dankzij hem ken ik u en Sampih van
naam.' Componist Colin McPhee beschreef in zijn boek A House in Bali
hoe hij in Parijs prins Gedé Ngurah Mandera leerde kennen als musicus 
en ensembleleider. En hoe hij zelf, een paar jaar later op Bali, het 
jonge, veelbelovende dansertje Sampih onder zijn hoede nam. Dankzij deze
componist en de producent, de prins en het dansertje kon in 1952 een 
imposant gezelschap uit Peliatan vertrekken voor een succesvolle tournee
naar London en New York.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=193"><![CDATA[
                'Kent u mijn vriend Colin McPhee?', vroeg prins Anak Agung Ged&eacute; Ngurah 
Mandera uit Peliatan in 1950 aan de Britse muziek- en dansproducent John
Coast. 'Helaas niet Anak Agung, maar dankzij hem ken ik u en Sampih van
naam.' Componist Colin McPhee beschreef in zijn boek <em>A House in Bali</em>
hoe hij in Parijs prins Ged&eacute; Ngurah Mandera leerde kennen als musicus 
en ensembleleider. En hoe hij zelf, een paar jaar later op Bali, het 
jonge, veelbelovende dansertje Sampih onder zijn hoede nam. Dankzij deze
componist en de producent, de prins en het dansertje kon in 1952 een 
imposant gezelschap uit Peliatan vertrekken voor een succesvolle tournee
naar London en New York.<p>
De Amerikaanse pianist en componist McPhee (1900-1964) hoorde in 1931 tijdens de Koloniale Tentoonstelling in Parijs voor het eerst een live-uitvoering van Balinese muziek. Prins Ged&eacute; Ngurah Mandera had de leiding, 'we werden weggestopt, wij Balinezen, als slaven', beklaagde hij zich later. Voor McPhee was de kennismaking niet minder dan een openbaring. Nog hetzelfde jaar vertrok hij voor acht jaar naar Indonesi&euml;, in <em>A House in Bali</em> schetste hij een indrukwekkend beeld van de Balinese samenleving.
</p>
<p>
<strong>Hofdans en kebyar
<br />
</strong>Producent John Coast (1916-1989), voorheen onder meer officier in het Britse leger en persvoorlichter van president Sukarno, schreef op zijn beurt een prachtboek over het voorbereiden en produceren van de eerste internationale Balinese toer na de Tweede Wereldoorlog: <em>Dancing out of Bali</em>, verschenen in 1954. Van beide boeken kwamen niet lang geleden heruitgaven beschikbaar, en wat blijkt: de situatie nu verschilt in bepaalde opzichten niet eens zo veel van de situatie van toen. Het hotel-, strand- en surfplezier aan de zuidelijke stranden even daargelaten: 'Kuta was een vissersdorp', schreef Coast. 'Langs het strand stond een serie lange rafelige hutjes onder bomen, net boven de vloedlijn.' Nu is Kuta een door buitenlandse toeristen drukbezocht vakantieoord.
</p>
<p>
Maar wie, in plaats van aan zee, neerstrijkt in de omgeving van Peliatan en Ubud, ontdekt dat de traditionele hofdans <em>Legong Kraton</em>, de krijgsdans <em>Baris</em>, en vroeg twintigste-eeuwse creaties als <em>Kebyar Duduk</em> en <em>Oleg Tamulilingan</em> nog altijd bovenaan staan op de repertoirelijsten. En regelmatig zijn er, net als toen volgens de enthousiaste Coast en McPhee, uitvoeringen van het volkse muziektheater arja, optredens met gend&egrave;r wayang en optochten met baleganjur-looporkesten. Tijdens de licht verontrustende opvoeringen van de eeuwige strijd tussen het goedaardige beest Barong en de levensgevaarlijke heks Rangda raakt nog altijd menigeen in trance.
</p>
<p>
Zelfs dansmeesters en meesteressen van toen zijn nog niet uitgerangeerd, zoals de nu 71-jarige Gusti Raka Rasmi die als meisje van twaalf schitterde tijdens de 1952-tournee. Sommigen geven nog les, of zij laten zich tijdens het jaarlijkse Bali Arts Festival bewonderen als <em>seniman tua</em>, als oudere artiest. Natuurlijk, de jeugdige buigzaamheid is uit hun lijf verdwenen, maar juist zo tonen zij de pure essentie van de bewegingen, en niet zelden de ontroerende schoonheid ervan.
</p>
<p>
<strong>Slaapkamermuziek
<br />
</strong>De grootste veranderingen vonden plaats voordat bewonderaars als McPhee en Coast op Bali belandden. Nederlanders maakten omstreeks 1600 als eerste westerlingen kennis met de muziek en dans van het eiland. Zij troffen een feodale samenleving aan, Bali was verdeeld in diverse koninkrijken. Ooggetuigen repten van gitzwarte lavastranden langs diepblauwe zee&euml;n, van halfnaakte mensen onder strooien hoofddeksels in goudgele rijstvelden. Van orchidee&euml;n in opgestoken haar boven glitterende danskostuums. En van zinderende, onbegrijpelijke muziek van bronzen instrumenten in tempels en paleizen.
</p>
<p>
De vorsten en edelen waren toegewijde liefhebbers van de kunsten, een paleis telde tenminste vier gamelans. In de eerste plaats de gong ged&eacute;, een groot orkest voor het opluisteren van ceremoni&euml;le en religieuze aangelegenheden. Daarnaast twee kleinere, lichter klinkende combinaties: palegongan voor de klassieke hofdansen en semar pegulingan ter opluistering van &lsquo;s konings slaapkamergenoegens. De balaganjur tenslotte, een combinatie van bekkens en trommels, diende voor de begeleiding van processies.
</p>
<p>
McPhee en Coast maakten pas kennis met dit alles toen de hofcultuur in feite al niet meer bestond. De Nederlandse kolonisten hadden zich niet laten afleiden door de hoofse pracht en praal. Zonder pardon ontnamen zij de vorsten hun macht, het plaatselijk bestuur delegeerden zij aan dorpshoofden onder Nederlands gezag. De musici en dansers die tot dan toe tegen betaling in de hofensembles speelden, stonden er nu alleen voor. Zij maakten van de nood een deugd.
</p>
<p>
<strong>Omsmelten en versnellen
<br />
</strong>Een goed deel van het hofinstrumentarium smolten zij om tot nieuwe instrumenten, en in een moeite door ontwikkelden zij er een nieuwe speelstijl bij: kebyar. Vrije vormen en nieuwe structuren deden hun intrede. Het statige karakter van de gong ged&eacute;, de lieflijke klank van palegongan en semar pagulingan maakten plaats voor krachtig hameren, flitsend passagewerk en spectaculaire overgangen. Ketut Mario, een vermaard danser uit het zuiden van Bali, legde in 1925 met zijn solodans <em>Kebyar Duduk</em> de basis voor een compleet nieuwe, op persoonlijke expressie gerichte dansstijl. Coast was onder de indruk en nam zowel Mario als diens leerling Sampih mee op tournee.
</p>
<p>
Musicus Wayan Lotring (ook geliefd vanwege zijn smaakvolle hand van voedsel kruiden) presenteerde in 1926 de compositie <em>Gambangan</em>, gebaseerd op rituele crematiemuziek voor xylofoonensemble maar nu gespeeld door een palegongan-ensemble. Dit gebruik van strikt gereglementeerd repertoire voor persoonlijke muzikale expressie was destijds een waagstuk. Lotring vestigde er zijn naam mee als individueel, autonoom componist. Dit ontging de beide schrijvers evenmin, beiden roemden hem als musicus en ook <em>Gambangan</em> ging mee op tournee.
</p>
<p>
Toen Coast zich in 1950 meldde bij prins Ged&eacute; Ngurah Mandera, lag het culturele leven in het voormalige paleis van Peliatan vrijwel stil. Maar het plan voor een nieuwe tournee sprak de prins wel aan, en hij liet zich overhalen de muziek en dans nieuw leven in te blazen. Zo nam hij als aanvoerder van een nieuw gezelschap in 1952 revanche voor zijn vernederende ervaring in Parijs: met hun perfecte uitvoeringen en opvallende gedrag maakten de toerende Balinezen nu een verpletterende indruk. &lsquo;De uitvoerders spelen prachtige, complexe muziek zonder elkaar aan te kijken&rsquo;, meldde niemand minder dan de Britse componist Benjamin Britten. &lsquo;Zij hebben het zelfvertrouwen van een slaapwandelaar en roken sigaretten. De muziek is fantastisch rijk - melodisch, ritmisch, die samenklank (wat een orkestratie!!) en vooral de vorm.&rsquo;
</p>
<p>
<strong>Zachte drang
<br />
</strong>Natuurlijk veranderde er wel het een en ander in de afgelopen tachtig jaar. Er kwamen academies voor muziek en dans op Bali, waar naast uitvoerders ook componisten en choreografen zich verder ontwikkelden en nieuw repertoire bedachten. Volgend op tournee van 1952 volgden er talloze meer. Vooraanstaande Balinese musici en dansers kregen aanstellingen als docent of als <em>artist in residence</em> aan westerse kunstinstellingen, sommigen van hen zetten zich aan de studie van westerse muziek. De een verrijkte het klankkleurenpalet van de gamelan met de klepperende bekkens van het balaganjur-looporkest, een enkeling introduceerde instrumentale solo's of pianoakkoorden of een swingend jazzritme.
</p>
<p>
Piepjonge leerlingdansertjes en -danseresjes worden tegenwoordig niet meer hardhandig gekneed en gemangeld om ze in de juiste posities te dwingen. Zo leerde Gusti Raka Rasmi Raka het nog wel, getuige de beschrijving door John Coast. Maar op een foto in de heruitgave van zijn boek is te zien hoe bij lerares Gusti Raka de onverbiddelijke dwang plaats maakte voor een vriendelijk zachte drang.
</p>
<p>
<em>Wie lezen wil hoe het er nu voorstaat met de muziek en dans van Bali, gaat te rade bij Made Bandem en Michael Tenzer. Voor wie de sfeer van vroeger wil proeven om de situatie van nu beter te doorgronden, zijn de wederwaardigheden van de pioniers Coast en McPhee haast onmisbaar. Cd's en dvd's met kebyarmuziek en -dans zijn gemakkelijk te vinden op het internet, enekele cd's met oude opnamen (waaronder die van de 1952-tournee) staan hieronder genoemd.
</em>
</p>
<p>
<em><strong>boeken
<br />
</strong>Colin McPhee: A House in Bali. Periplus, 2000 (1944), ISBN 962-593-629-7.
<br />
John Coast: Dancing Out of Bali. Periplus, 2004 (1953), ISBN 0-7946-0261-4.
<br />
Michael Tenzer: Balinese Music. Periplus, 1991 (1983), ISBN 0-945971-30-3.
<br />
Made Bandem, Fredrik Eugene de Boer: Balinese Dance in Transition: Kaja and Kelod. Oxford University Press, 1995, ISBN 9676530719.
<br />
Michael Tenzer: Gamelan Gong Kebyar. University of Chicago Press, 2000, ISBN 0-226-79281-1.
</em>
</p>
<p>
<em><strong>cd's
<br />
</strong>The Roots of Gamelan - The First Recordings, Bali 1928 &amp; New York 1941. World Arbiter 2001.
<br />
Dancers of Bali - Gamelan of Peliatan 1952. World Arbiter 2007.
<br />
Music for the Gods. Rykodisc RCD 10315.
<br />
Hommage &agrave; Wayan Lotring. Ocora C 559076/77.
</em>
</p>
<p>
<em> </em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Tussen woede en weemoed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=209" />
		<updated>2010-08-26T15:24:00+02:00</updated>
		<published>2010-04-26T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.209</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Jan van Vlijmen was directeur van het Koninklijk Conservatorium in de 
jaren dat daar het radicaal componeren gestalte kreeg. Het &amp;quot;Gebroken Oor
&amp;quot;uit 1984 van Van Vlijmens leerling Cornelis de Bondt is er een 
schoolvoorbeeld van. Inferno uit 1993 van Van Vlijmen zelf klinkt voor 
de Haagse School verassend mooi. Met prachtige instrumentaties en in 
klare lijnen schetst hij de verschrikkingen van WO II, respectvol 
verkent hij het niemandsland tussen woede en weemoed.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=209"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/vanvlijmen.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Jan van Vlijmen" alt="Jan van Vlijmen" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-04-26&amp;month=-4&amp;detail=42467" title="Tussen woede en weemoed">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Jan van Vlijmen was directeur van het Koninklijk Conservatorium in de 
jaren dat daar het radicaal componeren gestalte kreeg. Het &quot;Gebroken Oor
&quot;uit 1984 van Van Vlijmens leerling Cornelis de Bondt is er een 
schoolvoorbeeld van. Inferno uit 1993 van Van Vlijmen zelf klinkt voor 
de Haagse School verassend mooi. Met prachtige instrumentaties en in 
klare lijnen schetst hij de verschrikkingen van WO II, respectvol 
verkent hij het niemandsland tussen woede en weemoed.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-04-26&amp;month=-4&amp;detail=42467" title="Tussen woede en weemoed">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p class="programabstract">
<strong>Cornelis de Bondt</strong>. Het gebroken oor.( 1984) Schonberg Ensemble o.l.v. Micha Hamel. Compsers Voice CV 70/71.
</p>
<p class="programabstract">
<strong>Jan van Vlijmen</strong>. Inferno. ( 1993 ). Schonberg Ensemble, Nederlands 
Kamerkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw.Schonberg editie KTC 9000-CD 2</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Golfjes in het maanlicht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=208" />
		<updated>2010-08-26T15:24:00+02:00</updated>
		<published>2010-03-22T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.208</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Tussen Matthijs Vermeulen en de 38 jaar jongere Ton de Leeuw gaapt een 
muzikale generatiekloof. Toch waren beide componisten op de een of 
andere manier met elkaar verbonden, bijvoorbeeld in hun voorkeur voor de
Franse taal in liederen over de liefde. Ton de Leeuw ontving daarbij 
ook nog eens de Matthijs Vermeulen prijs.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=208"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/tondeleeuw.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Ton de Leeuw" alt="Ton de Leeuw" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-03-22&amp;month=-5&amp;detail=42171" title="Golfjes in het maanlicht">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Tussen Matthijs Vermeulen en de 38 jaar jongere Ton de Leeuw gaapt een 
muzikale generatiekloof. Toch waren beide componisten op de een of 
andere manier met elkaar verbonden, bijvoorbeeld in hun voorkeur voor de
Franse taal in liederen over de liefde. Ton de Leeuw ontving daarbij 
ook nog eens de Matthijs Vermeulen prijs.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-03-22&amp;month=-5&amp;detail=42171" title="Golfjes in het maanlicht">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
<strong>Matthijs Vermeulen</strong>. Trois Chants d'amour III.<br />
Anne Haenen, mezzosopraan. Ton Hartsuiker, piano.<br />
Composers Voice CV41.
</p>
<p>
<strong>Ton de Leeuw</strong>. Car nos Vignes Sont en Fleur.<br />
Nederlands Kamerkoor olv. Ed Spanjaard.<br />
NMclassics 92102.
</p>
<p>
<strong>Matthijs Vermeulen</strong>. Trois Chants d'amour II.
</p>
<p>
<strong>Ton de Leeuw</strong>. Gending.<br />
Ensemble Gending olv. Jurrien Sligter.<br />
NM Classics 92062.
</p>
<p>
<strong>Matthijs Vermeulen</strong>. Trois Chants d'amour I.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Wereldberoemd in Amerika</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=207" />
		<updated>2010-08-26T15:24:00+02:00</updated>
		<published>2010-02-22T22:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.207</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">radioprogramma 


Als buitenlandse roem een graadmeter is, dan telden tenminste twee 
Nederlandse componisten mee in de twintigste eeuw. Zij kregen vaste voet
aan de grond  in de Verenigde Staten: de tachtigjarige Louis Andriessen, telg uit een eerbiedwaardig Utrechts componistengeslacht, en de twaalf  jaar jongere Jacob ter Veldhuis die begon als popmuzikant in Groningen. Beiden zijn verdienstelijke pianisten, in hun werk komt de piano ruim aan bod.


Luister naar dit radioprogramma via uitzending gemist van de Concertzender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=207"><![CDATA[
                <p>
<img src="http://www.tetterettet.nl/weblog/images/jacobtv.jpg" style="float:right;margin-left:10px;margin-bottom:5px;border:1px solid" title="Jacob ter Veldhuis" alt="Jacob ter Veldhuis" class="pivot-image" /><a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-02-22&amp;month=-6&amp;detail=40897" title="Wereldberoemd in Amerika">radioprogramma</a> 
</p>
<p>
Als buitenlandse roem een graadmeter is, dan telden tenminste twee 
Nederlandse componisten mee in de twintigste eeuw. Zij kregen vaste voet
aan de grond  in de Verenigde Staten: de tachtigjarige Louis Andriessen, telg uit een eerbiedwaardig Utrechts componistengeslacht, en de twaalf  jaar jongere Jacob ter Veldhuis die begon als popmuzikant in Groningen. Beiden zijn verdienstelijke pianisten, in hun werk komt de piano ruim aan bod.
</p>
<p>
Luister naar dit radioprogramma via <a href="http://www.concertzender.nl/programmagids.php?date=2010-02-22&amp;month=-6&amp;detail=40897" title="Wereldberoemd in Amerika">uitzending gemist</a> van de Concertzender.</p><p>
<strong>Louis Andriessen</strong>. Rondo Barbaro (1954). Ralph van Raat, piano.<br />
Attacca 2598 &amp; 2599
</p>
<p>
<strong>Louis Andriessen</strong>. The Memory of Roses.<br />
Wals (1974)<br />
Berceuse voor Annie van Os (1985)<br />
Romance voor Caecilia (1991)<br />
Chorale (1992)<br />
Deuxi&egrave;me Chorale (1992)<br />
Ralph van Raat, piano.<br />
Attacca 2598 &amp; 2599
</p>
<p>
<strong>Jacob ter Veldhuis</strong>. Toccata (1988). Kees Wieringa, piano.<br />
Basta 30917528. Jacob ter Veldhuis. Postnuclear Winterscenario No.1 (1991). Kees Wieringa, piano.<br />
Basta 3091752
</p>
<p>
<strong>Louis Andriessen</strong>. Nadir &amp; Zenit (1992).<br />
Konstellaties &amp; Transposities: De Oude Orde &amp; De Bloem. <br />
Konstellaties &amp; Situaties: Nu - &amp;.<br />
Greetje Bijma, stem. Louis Andriessen, piano. Sjoerd van der Broek, elektronica.<br />
BvHaast CD 9303
</p>
<p>
<strong>Jacob ter Veldhuis</strong>. Off and On Situation Blues (1999). Marcel Worms, piano. <br />
Attacca 27103 &amp; 27104
</p>
<p>
<strong>Louis Andriessen</strong>. Image de Moreau (1999). Ivo Janssen, piano.<br />
NM  Extra 98015
</p>
<p>
<strong>Jacob ter Veldhuis</strong>. Honky Tonk Blues (1999). Marcel Worms, piano.<br />
Attacca 27103 &amp; 27104</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>De droom van een zigeunergitarist</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=192" />
		<updated>2010-02-01T14:16:00+02:00</updated>
		<published>2010-01-24T17:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.192</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De maître van de manouche, de Hot Club de
France-zigeunerjazz, werd honderd jaar geleden, op 23 januari 1910,
geboren in Liberchies, België. Maar Frankrijk werd het thuisland van
gitarist Django Reinhardt, Parijs zijn hoofdstad. Daar maakte hij
furore voordat hij eind 1928 bij een brand in zijn woonwagen ernstig
gewond raakte aan rechterbeen en linkerhand. In Parijs meldde hij zich,
uitgerekend op zijn verjaardag, in 1929 in het Saint Louis Hospital
waar de doctoren wel zijn been, maar niet zijn linkerpink en
-ringvinger konden redden.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=192"><![CDATA[
                De <em>ma&icirc;tre</em> van de <em>manouche</em>, de Hot Club de
France-zigeunerjazz, werd honderd jaar geleden, op 23 januari 1910,
geboren in Liberchies, Belgi&euml;. Maar Frankrijk werd het thuisland van
gitarist Django Reinhardt, Parijs zijn hoofdstad. Daar maakte hij
furore voordat hij eind 1928 bij een brand in zijn woonwagen ernstig
gewond raakte aan rechterbeen en linkerhand. In Parijs meldde hij zich,
uitgerekend op zijn verjaardag, in 1929 in het Saint Louis Hospital
waar de doctoren wel zijn been, maar niet zijn linkerpink en
-ringvinger konden redden.<p>
Reinhardt leerde zichzelf met twee vingers opnieuw gitaar spelen. Nog steeds in Parijs ontmoette hij Stephan Grappelli en samen maakten zij het Quintette Hot Club de France wereldberoemd. Reinhardt overleed in 1953, maar voor navolgers en bewonderaars is hij niet dood - zij vieren zijn honderdste verjaardag uitgebreid met festivals en concerten. Het Franse label Le Chant du Monde brengt als eerbetoon een kloeke box uit met 640 opnamen van de gitarist op 26 cd's: <em>Manoir de Ses R&ecirc;ves</em> (Kasteel van Zijn Dromen). Het overzicht begint in 1934, het jaar van Reinhardts ontmoeting met Grappelli.
</p>
<p>
De naam van de box is een variant op de titel van Reinhardts symfonische compositie <em>Manoir de Mes R&ecirc;ves </em>(Kasteel van Mijn Dromen), die tot nu toe nooit is uitgevoerd. Wel is in deze cd-verzameling negen maal het gelijknamige nummer opgenomen. De eerste versie uit februari 1943, gespeeld door het Quintette, opent met de trage, verleidelijke melodie in de klarinet. Daaronder <em>la pompe</em>, de pomp, het karakteristieke strakke vierkwartsritme van half gedempte gitaarakkoorden: <em>tjoemp-tjoemp-tjoemp-tjoemp</em>. Reinhardts solo klinkt ingetogen en fijntjes, maar onvermijdelijk volgen toch de rappe loopjes en springerige omspelingen.
</p>
<p>
De laatste versie van <em>Manoir</em>, opgenomen in 1953 twee maanden voor zijn dood, laat een veel vrijere Reinhardt horen. Nu is hij de enige instrumentalist begeleid door een ritmesectie (piano, bas, drums). Geen <em>pompe</em> maar een rustige, jazzy swing. Reinhardt maakt de melodie breekbaar, improviseert er dan omzichtig wat omheen, kort maar prachtig leunend op een paar <em>off scale</em> tonen. Hier klinkt een jazzgitarist die behalve met Grappelli ook de podia deelde met bijvoorbeeld Louis Armstrong, Coleman Hawkins en Dizzy Gillespe, die de blues tot op het bot ontleedde en zich Charlie Parkers razende bebop eigen maakte, maar dat nu allemaal even niet etaleert.
</p>
<p>
Aan die andere zeven <em>Manoirs</em>, de een met een kamerbreed bigband-arrangement, een ander met wonderlijke tegenmelodie&euml;n, is te horen welke weg de gitarist aflegde. En natuurlijk aan die overige 631 chronologisch gerangschikte nummers, waaronder heel erg snelle, heel erg clich&eacute;matige en heel erg briljante. Django Reinhardt vond een Europese jazzstijl uit, maar beet zich er niet in vast. In zijn late opnamen had hij de gemakkelijk herkenbare stijlkenmerken van de manouche achter zich gelaten. Het zijn vooral de adepten, de Rosenbergs en de Lagr&ecirc;n&eacute;'s, die Reinhardts muziek tot het door velen bewonderde clich&eacute; hebben teruggebracht.
</p>
<p>
Intussen viert de wereld Django Reinhardts verjaardagsfeest, met in zijn geboorteland Belgi&euml; her en der zogenoemde Djangofollies. Tot en met dertig januari woeden Les Nuits Manouches in het Parijse l'Alhambra, en in Samois sur Seine, waar Reinhardt overleed, vindt in juni (traditiegetrouw) het Django Reinhardt Festival plaats. Maar het mooiste eerbetoon komt van het Kristiansand Symphonie Orkest uit Oslo, met onder de solisten de Roemeense violist Florin Niculescu en de Nederlandse gitarist Stochelo Rosenberg. In Oslo en Parijs speelt het orkest in februari niet alleen orkestarrangementen van bekende nummers, maar ook Reinhardts eigen orkestwerken: <em>Diminishing Blackness</em> (werktitel <em>Go Tell Mozart</em>), <em>Bolero</em> (met dank aan Ravel) en (die droom gaat postuum dan eindelijk in vervulling) de wereldpremi&egrave;re van <em>Manoir de Mes R&ecirc;ves.</em>
</p>
<p>
Peter van Amstel
</p>
<p>
cd-box (26 cd's en uitgebreide toelichtingen)
<br />
Django Reinhardt, Manoir de Ses R&ecirc;ves. Le Chant du Monde, 2010.
</p>
<p>
weblinks
<br />
- Djangofollies in Belgi&euml;: www.brosella.be
<br />
- Festival Les Nuits Manouches, Parijs: www.lesnuitsmanouches.com
<br />
- Django Symphonique, Kristiansand Symphonie Orkest: www.mic.no/mic.nsf/doc/art2009021314392667718928</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Robin de Raaff</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=191" />
		<updated>2010-01-24T17:00:00+02:00</updated>
		<published>2010-01-24T16:55:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.191</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Componist Robin de Raaff bouwt concentratie op, er moet een stuk komen voor het Raschèr Saxophone Quartet voor de Matinee in het Concertgebouw. Als een pitbullterriër de tanden erin, zegt hij opgetogen bij een spa-tje blauw in het Amsterdamse café De Jaren. Afgelopen augustus ontving de De Raaff (1968) Bumas Toonzettersprijs voor zijn Vioolconcert, volgens de internationale vakjury de beste Nederlandse compositie van 2008. Een groot stuk voor een grote bezetting, nog maar weinig Nederlanders wagen zich eraan. De Raaff wel, daar wordt ik vrijwel uitsluitend voor gevraagd.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=191"><![CDATA[
                Componist Robin de Raaff bouwt concentratie op, er moet een stuk komen voor het Rasch&egrave;r Saxophone Quartet voor de Matinee in het Concertgebouw. &lsquo;Als een pitbullterri&euml;r de tanden erin&rsquo;, zegt hij opgetogen bij een spa-tje blauw in het Amsterdamse caf&eacute; De Jaren. Afgelopen augustus ontving de De Raaff (1968) Buma&rsquo;s Toonzettersprijs voor zijn Vioolconcert, volgens de internationale vakjury de beste Nederlandse compositie van 2008. Een groot stuk voor een grote bezetting, nog maar weinig Nederlanders wagen zich eraan. De Raaff wel, &rsquo;daar wordt ik vrijwel uitsluitend voor gevraagd&rsquo;.<p>
Niet toevallig speelde de band Quiet City, waarvan hij eind jaren tachtig bassist en componist was, symfonische rock - geen coupletje-refreintje nummers, maar doorgecomponeerde stukken van een minuut of twaalf. Het bassen stond op de tweede plaats en in 1991 meldde De Raaff zich zelfverzekerd bij het Sweelinck Conservatorium met een strijkkwartet, <em>Athomus</em>. &lsquo;Of dat ook het eerste stuk was dat ik aanmeldde bij de Buma weet ik niet meer, maar in elk geval wel bij Donemus.&rsquo;
</p>
<p>
De uitgeverij nam de compositie op zijn de catalogus, en in 1995 behandelde de grote Pierre Boulez het strijkkwartet in een masterclass. Inmiddels had basklarinettist Harry Sparnaay De Raaff&rsquo;s klarinet- en basklarinetduet <em>Equilibre</em> in prem&igrave;ere gebracht in het Parijse Theatre des Champs Elysees. Zowel <em>Athomus</em> als <em>Equilibre</em> werden in de jaren negentig behoorlijk veel gespeeld, al ruim voordat de componist in 1997 cum laude afstudeerde. &lsquo;Nee, daar verdiende ik nauwelijks iets aan. Ik had een studiebeurs, dus dat hoefde ook niet.&rsquo;
</p>
<p>
Ruim tien jaar en veertig composities later tellen de muziekrechten wel degelijk mee. &lsquo;Het gaat in golven, 2004 was echt top&rsquo;, merkte De Raaff toen hij onlangs zijn stapel Bumaformulieren doorwerkte voor een overzicht op zijn nieuwe website. <em>Counter Phrases</em> met Anne Teresa De Keersmaeker liep heel goed, een reeks van zes uitvoeringen van zijn opera <em>RAAFF</em> is ook niet mis. &lsquo;En nu merk ik echt weer de extra belangstelling door die prijs&rsquo;. Dat is gunstig voor zijn saxofoonkwartetconcerto-in-de-maak, het celloconcert dat op stapel staat, een nieuwe opera over Marylin Monroe. &lsquo;Daar ga ik me weer helemaal in vastbijten&rsquo;, ongetwijfeld op zoek naar de expressiviteit, rijke klank en grote virtuositeit waarvan de Toonzettersjury zo onder de indruk was.
</p>
<p>
Peter van Amstel
</p>
<p>
website: www.robinderaaff.com</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Stilte uit het Oosten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=183" />
		<updated>2010-08-26T14:48:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-03T18:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.183</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Wie zijn muziek met de verwijzing naar stilte aanprijst, heeft tenminste lef. Want rusten klinken altijd goed!, merkte componist Arnold Schönberg eens nuchter op. Maar niet voor een zenboeddhist: stilte kan veel meer zijn dan een toevallig gebrek aan geluid.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=183"><![CDATA[
                Wie zijn muziek met de verwijzing naar stilte aanprijst, heeft tenminste lef. Want &lsquo;rusten klinken altijd goed!&rsquo;, merkte componist Arnold Sch&ouml;nberg eens nuchter op. Maar niet voor een zenboeddhist: stilte kan veel meer zijn dan een toevallig gebrek aan geluid.<p>
Onder de titel <em>De Kracht van Stilte</em> spelen de Nederlandse basklarinettist MUSO en de Japanse shakuhachispeler Ray Jin in oktober enkele concerten in Nederland. MUSO verrijkt het repertoire voor basklarinet met eigen composities, ge&iuml;nspireerd op fluitmuziek van Japanse zenmonniken. Het Nederlands-Japanse duo onderzoekt de kunst van het hoorbaar maken van de stilte, een kunst waar oosterlingen een eeuwenoud patent op hebben. 
</p>
<p>
In westerse kunstmuziek speelde stilte tot het begin van de twintigste eeuw nauwelijks een rol. Eenstemmige gregoriaanse zang van monniken mag verstild heten, net als menig requiem of teder liefdeslied. Maar de stilte zelf, even geen noten, even rust, momenten van helemaal niets als structureel onderdeel van de muziek, dat kwam lange tijd niet voor. Daarom kon Claude Debussy in 1893 over zijn opera <em>Pell&eacute;as en Melisande</em> schrijven: &lsquo;Ik heb een middel gebruikt, helemaal spontaan trouwens, dat volgens mij tamelijk zeldzaam is, namelijk Stilte (lach niet!) als een middel van expressie! En misschien als enige manier om de emotionele lading van een frase tot uitdrukking te laten komen.&rsquo; 
</p>
<p>
<strong>Stofzuigergeruis <br />
</strong>Oosterlingen hadden dat al eeuwen eerder ontdekt. Perzen, Turken en Arabieren gebruikten en gebruiken stilte soms als een doeltreffend middel voor muzikale zeggingskracht. Neem de Iraakse luitist Munir Bashir (1930-1997), die niet alleen een meester van de tonen was; een taqsim (improvisatie) van zijn hand is ook een expos&eacute; van minutieus geplaatste adembenemende stiltes. In Indiase muziek vallen soms ook prachtige gaten, als bijvoorbeeld Bhimsen Joshi of Sruti Sadolikar even wacht, even helemaal niet zingt &ndash; al klinkt dan altijd minstens nog het waas van tonen van de zoemende tampura. Maar dat is hoorbare stilte, zoals het ruisen van de zee dat de stilte alleen maar benadrukt. Een ruis die ook storende omgevingsgeluiden camoufleert, zoals de stofzuiger die Simon Vestdijk steevast aanzette om de stilte te cre&euml;ren die hij nodig had om te kunnen schrijven. 
</p>
<p>
In China, Korea en Japan is aandacht voor rust, stilte en leegte ingebakken in de filosofie&euml;n achter veel van de daar heersende levensovertuigingen, zoals het confucianisme (Confucius: 'Stilte is de remedie tegen alle kwalen'), het taoisme (Lao Tse: &lsquo;De grootste openbaring is de stilte&rsquo;) en zenboeddhisme (&lsquo;Zeg niets &ndash; tenzij het de stilte verbetert&rsquo;). Zo is het bespelen van de Koreaanse kayagum (citer) of haegum (fluit) niet bedoeld om de stilte te verdrijven, maar om haar te benadrukken, door er zorgvuldig gekozen klanken in en omheen te plaatsen. De Chinese qin (citer) vraagt om een vlekkeloze techniek en grote virtuositeit, maar vooral om een doeltreffend en spaarzaam gebruik daarvan voor het bereiken van ultieme schoonheid. 
</p>
<p>
Japanse boeddhistische monniken waren altijd al meesters in het aanwenden van stilte voor muzikale expressie; zij ontwikkelden er optimaal bruikbare instrumenten voor. Zoals de biwa, een solide luit met vier snaren, afgeleid van de Chinese pipa, maar veel stoerder. Met een enorm groot plectrum laat de bespeler hem niet alleen zoet zingen, maar ook venijnig knallen, raspend over de snaren of hamerend op het bovenblad. Gezongen krijgsgeschiedenissen en heldendichten worden er treffend mee begeleid. De muziek van die andere geweldenaar onder de Japanse solo-instrumenten, de shakuhachi, gaat overigens nergens over &ndash; geen verwijzingen naar het leven van alledag, geen verhaal. Het gaat hier om het klankenspel zelf. 
</p>
<p>
<strong>Stilte verbeteren <br />
</strong>De shakuhachi is een kloeke bamboefluit van ruim een halve meter. Hij diende de zenmonniken van de Fuke-clan, die er vroeger mee door het land trokken, als een geducht afweerwapen. Een geoefend bespeler deelt er ook rake muzikale klappen mee uit. De fluit heeft geen mondstuk maar een inkeping in de rand, wat het moeilijk maakt er geluid aan te ontfutselen. Daar staat het voordeel van een breed scala aan klankmogelijkheden tegenover. De shakuhachi kan ploffen, sissen en hijgen, zingen en wenen. En zwijgen. 
</p>
<p>
Hij trok daarom de aandacht van nieuwsgierige westerlingen, onder wie de popmuzikanten Peter Gabriel, Sade en Bj&ouml;rk. En van musici die zich werkelijk de bespeling van het instrument of het begrip van de idee&euml;n erachter willen eigen maken. De Zwitser Andreas Gutzwiller bijvoorbeeld, die al een leven lang shakuhachi studeert, en de Nederlander Frans Moussault. Dan dient zich voor de westerling onvermijdelijk die zenvraag aan: hoe verbeter je de stilte? 
</p>
<p>
Er eerst maar eens naar luisteren, dacht componist John Cage omstreeks 1950 in de Verenigde Staten, en hij schreef <em>4&rsquo;33&rdquo;</em>, een compositie in drie delen voor een willekeurig instrument of een willekeurige combinatie van instrumenten. De uitvoerende musici krijgen de instructie om precies vier minuten en drie&euml;ndertig seconden hun instrument niet te bespelen. Onbegrip en hoon vielen de componist ten deel, maar &lsquo;<em>They missed the point</em>&rsquo;, zo luidde zijn verweer. &lsquo;Er bestaat niet zoiets als stilte. Wat zij dachten dat stilte was, omdat ze niet wisten hoe ze moesten luisteren, was vol toevallige geluiden. Je kon de wind buiten horen waaien tijdens het eerste deel. Tijdens het tweede deel begonnen er regendruppels op het dak te kletteren, en gedurende het derde maakten de mensen zelf allerlei interessante geluiden door te praten of weg te lopen.&rsquo; 
</p>
<p>
Cage was een van de eerste westerse componisten die zich nadrukkelijk lieten inspireren door Chinese (<em>I Tjing</em>, het boek der veranderingen) en Japanse (zen) manieren van denken en leven en, in hun geval, musiceren en componeren. Andere westerlingen namen de moeite zich oosterse muziek echt eigen te maken, door jarenlange studie bij een Indiase of Indonesische, Chinese of Japanse, Iraanse of Arabische leraar. Vaak op een bijbehorend traditioneel instrument, maar niet per se. Indiase raga&rsquo;s kunnen prachtig tot hun recht komen op een viool, voor het spelen van muziek in de geest van de Japanse monniken lijkt de basklarinet zich goed te lenen. Maar welk instrument iemand ook kiest, op de weg naar muzikale stilte ligt steevast de zweverigheid in hinderlaag. 
</p>
<p>
<strong>Zen op de basklarinet <br />
</strong>Frans Moussault (1969) studeerde klarinet en basklarinet aan het Amsterdams conservatorium, daarna bij twee buitenlandse klarinetvirtuozen, Giora Feidman (klezmer) en Alain Damiens (nieuwe muziek). In 2000 studeerde hij shakuhachi in Japan. Sindsdien legt hij zich vooral toe op het componeren en spelen van nieuwe muziek voor basklarinet, ge&euml;nt op wat hij in Japan opstak van de shakuhachi-traditie. Moussault op zijn Frans uitgesproken klinkt als MUSO op zijn Japans uitgesproken, en dat is de artiestennaam die de basklarinettist gebruikt. Bij wijze van eerbetoon aan de grote veertiende-eeuwse Japanse zenmeester, dichter, tempelarchitect en tuinontwerper Muso Soseki, ook bekend onder de naam Muso Kokushi, wat &lsquo;leraar van de natie&rsquo; betekent. 
</p>
<p>
De biografie op MUSO&rsquo;s website is eigenlijk een credo, waarin de musicus rept van 'onszelf openstellen voor wat is', van het 'vruchtbare domein waarin uit niets iets tevoorschijn komt&rsquo;, en van stilte in diverse varianten. Hoe dat klinkt is te horen op een cd die hij in 2007 maakte met shakuhachi-speler Ray Jin, kleinzoon van de beroemde shakuhachimeester Nyodo Jin (1891-1961). 
</p>
<p>
Het duo brengt verstilling en bezinning, knorrende bassen onder de, zoals het hoort, met veel hoorbaar ontsnappende lucht geblazen bamboefluit. Zowel aan shakuhachi als basklarinet ontlokken de musici razendknappe effecten en wonderschone, soms verrassende geluiden. MUSO en Jin bieden een fijne ontspannende en rustgevende luisterervaring, met de nodige stiltes, maar of de zenmeesters van weleer het zo bedoelden? Luister naar Tajima Tadashi of Kohachiro Miyata en je merkt: aan de muziek van MUSO ontbreekt het gewicht van een eeuwenoude traditie en de toewijding van een levenlang studeren. De muziek van de meesters is weerbarstig, tegendraads en brutaal, die van MUSO behaaglijk en beleefd. 
</p>
<p>
Misschien dat de bewonderde zenmeester Muso Kokushi er in zijn huidige incarnatie kennis van kan nemen. Het valt te vrezen dat MUSO naar Muso&rsquo;s maatstaven wel slaagt in een aangename en bekwame doorbreking van de stilte, maar nog niet in een wezenlijk verbetering ervan. 
</p>
<p>
<strong>cd&rsquo;s <br />
</strong>Andreas Gutzwiller &ndash; <em>Der Wahre Geist der Lehre; Schweizer Kompositionen f&uuml;r Shakuhachi</em> <br />
Bhimsen Joshi &ndash; <em>Vocal Phenomenon; The Genius of Pt. Bhimsen Joshi</em> <br />
Kinshi Tsuruta &ndash; <em>Biwa, The World of Kinshi Tsuruta</em> <br />
Kohachiro Miyata &ndash; <em>Shakuhachi, the Japanese flute</em> <br />
Munir Bashir &ndash; <em>L&rsquo;art du &ucirc;d; Maqamat; En Concert, Live a Paris</em> <br />
Sruti Sadolikar &ndash; te horen op <em>Night Raga&rsquo;s</em> <br />
Tajima Tadashi &ndash; <em>Shingetsu; Master of Shakuhachi</em> <br />
Seoul Ensemble of Traditional Music &ndash; <em>Korean Traditional Music</em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Muziek voor de ayatollahs</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=184" />
		<updated>2009-10-25T01:26:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-02T17:52:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.184</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De presidentsverkiezingen verliepen er niet eerlijk en ineens staat Iran weer in het brandpunt van de belangstelling. Er is ongerustheid over vrijheden en mensenrechten. En verwarring. Heeft het vroegere Perzië, ooit de grootste beschaving van de oude wereld, nu die kernbom of niet? En klinkt er nog muziek?</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=184"><![CDATA[
                De presidentsverkiezingen verliepen er niet eerlijk en ineens staat Iran weer in het brandpunt van de belangstelling. Er is ongerustheid over vrijheden en mensenrechten. En verwarring. Heeft het vroegere Perzi&euml;, ooit de grootste beschaving van de oude wereld, nu die kernbom of niet? En klinkt er nog muziek?<p>
Wat het eerste betreft: vrijwel zeker niet, maar het verrijken van uranium is al gelukt. Tegen het binnenhalen van explosieve westerse technologie werpt de koran kennelijk geen bezwaren op. Wel tegen de &lsquo;westerse culturele invasie&rsquo;, een &lsquo;serieuze bedreiging van de islamitische waarden&rsquo;. Vooral muziek is onder fanatieke moslims zeer gevreesd. 
</p>
<p>
'Dood aan de dictator' riepen betogers de afgelopen maanden in Iran, 'weg met het islamitische regime', scandeerden demonstrerende Irani&euml;rs en sympathisanten in Amsterdam en tientallen andere wereldsteden. Waarschijnlijk niet in de eerste plaats om weer openlijk muziek naar eigen keuze te mogen spelen en beluisteren, maar fijn zou dat wel zijn. En een teken aan de wand, want een verbod op muziek gaat steevast hand in hand met het beperken van allerhande vrijheden. 
</p>
<p>
Wat de tweede vraag betreft: ja, er klinkt toch veel muziek. Jongeren kunnen en willen niet zonder pop, rock en rap van Iraanse bands als O-Hum, Sarakhs, Kiosk, sommige t&oacute;ch door de overheid getolereerd, andere uit de plaatselijke <em>underground scene</em>. Of gemaakt door Googoosh, Siavash, Andy, bands van landgenoten in Teherangeles, Los Angeles, de stad met de meeste Irani&euml;rs buiten Iran. Pink Floyd en Elton John, Metallica en U2 doen het trouwens ook heel goed. De talloze trotse bezitters van de nieuwste netbooks, iPhones en Blackberry&rsquo;s zijn verdraaid handig in het binnenhalen van nieuwtjes, en de laatste cd&rsquo;s en dvd&rsquo;s waar dan ook vandaan. 
</p>
<p>
Iran heeft ook symfonieorkesten. Die leidden al geen bloeiend bestaan toen Ahmedinajad in december 2005 nadrukkelijk ook westerse klassieke muziek verbood. Dirigent Ali Rahbari had toen uit onvrede zijn Teheran Symfonie Orkest al verlaten. Hij vertrok op de echo van &lsquo;alle mensen worden broeders&rsquo; uit Schillers <em>Ode aan de Vreugde</em>, het slotkoor van Beethovens <em>Negende Symfonie </em>die Rahbari ter afscheid speelde, avond aan avond in volgepakte Teheraanse zalen. 
</p>
<p>
Buiten de grote stad dansen, feesten en bidden de Koerden, Turkmenen, Baluchi&rsquo;s, en leden van nog een heleboel andere bevolkingsgroepen bij muziek op trommels en langhalsluiten, doedelzakken en fluiten. Popgroepen en bands putten nogal eens uit de volkse liederenrepertoires, en soms lenen zij een volksinstrument voor de <em>couleur locale</em>. Zangeres Sima Bina&rsquo;s volksliederen uit alle regio&rsquo;s zijn geliefd bij Irani&euml;rs over de hele wereld. 
</p>
<p>
Dan de Iraanse kunstmuziek, vaak Perzisch klassiek genoemd. Die stamt uit de achttiende eeuw en klonk sindsdien aan de hoven van de sjahs. Toen voor 1979 de ayatollahs nog niet aan de macht waren, vonden moderne Irani&euml;rs haar hopeloos ouderwets. Het gaat om delicate muziek voor duo&rsquo;s of kleine ensembles, combinaties van zachtklinkende instrumenten: tar en setar (luiten), santur (citer), ney (fluit), kamanche (vedel) en viool. Een stem zingt daarbij gedichten, de bespeler van de tombak of zarb (trommel) roffelt er vingervlugge patronen bij. De accenten zijn volle maar zachte bassen; de omfloerste klank van de zarb gaat het diepst van alle vaastrommels. 
</p>
<p>
Luister ayatollahs en Ahmadinejad: deze muziek verheft de ziel, wie kan daar nu op tegen zijn? En luister hippe stedelingen: ouderwetse prachtmuziek is van alle tijden; Elton John is tenslotte ook van vroeger, om van Beethoven maar te zwijgen. 
</p>
<p>
<strong>cd&rsquo;s </strong><br />
Sima Bina &ndash; Hamdel (label onbekend) <br />
Ensemble Moshtaq &ndash; Dashti-Mahur (Buda Records) <br />
Chemirani &ndash; Le Zarb (Harmonia Mundi) <br />
Kayhan Kalhor &amp; Shujaat Husain Khan &ndash; Ghazal (Shanachie)</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Omar Sosa: Across the Divide</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=189" />
		<updated>2010-08-26T14:49:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-01T18:13:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.189</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Op Omar Sosas nieuwe cd buitelen de stijlen en ingrediënten over elkaar. Lui swingende ballads met een jazzy piano of een amechtig zuchtende fluit, opgewonden Joe Zawinul-achtige ritmes, banjo getokkel in een country-variant die aan het Nederlandse NO blues doet denken, gesampelde en vervormde stemmen en geluiden, ritmes uit Afrobeat, rock en jazz.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=189"><![CDATA[
                Op Omar Sosa&rsquo;s nieuwe cd buitelen de stijlen en ingredi&euml;nten over elkaar. Lui swingende ballads met een jazzy piano of een amechtig zuchtende fluit, opgewonden Joe Zawinul-achtige ritmes, banjo getokkel in een country-variant die aan het Nederlandse NO blues doet denken, gesampelde en vervormde stemmen en geluiden, ritmes uit Afrobeat, rock en jazz.Die veelzijdigheid zou te prijzen zijn, als de verschillende nummers op zichzelf wereldschokkend of op zijn minst bijzonder zouden zijn. Maar dat is niet gelukt, de verzameling blijft steken in een willekeurige aaneenschakeling van hoor mij zus eens, hoor mij zo eens. De zeven musici bespelen in de negen nummers maar liefst vijfentwintig verschillende instrumenten, telkens duikt er wel weer een extra geluidje op. Zo&rsquo;n weelderig klankenpalet leidt af, voert weg van de eventuele essentie die dus maar niet duidelijk worden wil.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Nicolás Caballero, Martín Portillo e.a.: Harps of Paraguya</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=188" />
		<updated>2009-11-03T21:13:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-01T18:11:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.188</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Hoe kon het toch gebeuren dat overal in de wereld, van China tot Frankrijk, van Finland tot Nieuw-Zeeland van oudsher op snaren wordt getokkeld, maar in Zuid- en Midden-Amerika niet? Afbeeldingen en artefacten uit de tijd voor Columbus ontdekking van Amerika tonen aan dat er fluiten en trommels waren in overvloed, maar geen enkele luit, lier of harp.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=188"><![CDATA[
                Hoe kon het toch gebeuren dat overal in de wereld, van China tot Frankrijk, van Finland tot Nieuw-Zeeland van oudsher op snaren wordt getokkeld, maar in Zuid- en Midden-Amerika niet? Afbeeldingen en artefacten uit de tijd voor Columbus&rsquo; ontdekking van Amerika tonen aan dat er fluiten en trommels waren in overvloed, maar geen enkele luit, lier of harp.De Inca&rsquo;s, Maya&rsquo;s en Azteken waren hoog ontwikkelde volken, in veel opzichten hun tijd vooruit, maar &oacute;f ze merkten de trillende snaar niet op, &oacute;f hij beviel ze niet. Wellicht het eerste, want toen de Spanjaarden de viool, gitaar en harp brachten, waren mestizos (van gemengd Spaans-Indiaanse bloed) enthousiast genoeg om binnen de kortste keren aangepaste, beter op hun eigen smaak toegesneden varianten te bouwen. Daarna stond niets muzikanten meer in de weg een dansbaar, swingend en virtuoos harprepertoire te ontwikkelen. Zoals in Paraguay, daarvan getuigen de zes meesterharpisten op deze cd aan de hand van negentien hupse polka&rsquo;s en &eacute;&eacute;n gevoelige guarania.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Mohamed Ilyas &amp; Nyota Zamermeta Orchestra of Zanzibar: Taarab</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=187" />
		<updated>2009-09-01T18:09:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-01T18:08:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.187</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De veertien musici en vijf zangeressen van het Nyota Zameremeta Orchestra of Zanzibar kijken je vanuit het cd-hoesje opgewekt aan. Op de cd zelf gaat het al net zo vrolijk toe, aangevoerd door zanger, violist en orkestleider Mohamed Ilyas lijkt het optimisme niet te stuiten: Ze heeft me omarmd, Voorspoed heeft geen naam, en Geen twijfel aan, ik hou van jou luiden de titels van de up-tempo stukken.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=187"><![CDATA[
                De veertien musici en vijf zangeressen van het Nyota Zameremeta Orchestra of Zanzibar kijken je vanuit het cd-hoesje opgewekt aan. Op de cd zelf gaat het al net zo vrolijk toe, aangevoerd door zanger, violist en orkestleider Mohamed Ilyas lijkt het optimisme niet te stuiten: &lsquo;Ze heeft me omarmd&rsquo;, &lsquo;Voorspoed heeft geen naam&rsquo;, en &lsquo;Geen twijfel aan, ik hou van jou&rsquo; luiden de titels van de <em>up-tempo</em> stukken.<p>
In de uitvoering van deze muzikanten klinkt zelfs &lsquo;Ik heb geen ruimte in mijn hart&rsquo; of &lsquo;De rat&rsquo; helemaal niet als iets om je zorgen over te maken. Deze eilandvariant van Arabischgetinte amusementsmuziek, waarin qanun (citer) en ud (luit), accordeon en viool de aanvoerende instrumenten zijn, is geraffineerde, zoete, aanstekelijk swingende feestmuziek. Maar wie de moeite neemt de woorden te volgen (Taarab is van oudsher een liedkunst; alle teksten staan in het Engels vermeld), ontdekt onder de oppervlakte een serieuze ondertoon van levensvragen en wijsheden, van god en gebod.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>John Balke &amp; Amina Alaoui: Siwan &amp; Gharnati</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=186" />
		<updated>2010-08-26T14:50:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-01T18:05:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.186</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zangeres Amina Alaoui, geboren in Fez maar wereldburger in hart en nieren, zingt de oude Andalusische muziek zoals de zestiende-eeuwers het zeker graag hadden gehoord: met perfectie en passie, op basis van kennis en ervaring, eerbiedig maar vrijpostig. Zo streelt zij ook het moderne muziekliefhebbersoor, met traditionele en eigen poëzie, met oude en eigentijdse begeleidingen.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=186"><![CDATA[
                Zangeres Amina Alaoui, geboren in Fez maar wereldburger in hart en nieren, zingt de oude Andalusische muziek zoals de zestiende-eeuwers het zeker graag hadden gehoord: met perfectie en passie, op basis van kennis en ervaring, eerbiedig maar vrijpostig. Zo streelt zij ook het moderne muziekliefhebbersoor, met traditionele en eigen po&euml;zie, met oude en eigentijdse begeleidingen.<p>
Toen in 1492 definitief een einde kwam aan de macht van de Moren op het Iberisch schiereiland, klonk tussen de bogen, moza&iuml;eken en fonteinen niet langer de muziek van Arabische origine. Maar de Andalusische muziek ging niet verloren. De variant uit Granada bijvoorbeeld, gharnati genoemd, bleef bewaard in de theehuizen van Marokko, Algerije en Tunesi&euml;. <br />
Terwijl de musici in Cordoba, Sevilla en Granada hun eenstemmige suites van liederen en instrumentale stukken perfectioneerden, met deels uit het hoofd geleerde, deels ge&iuml;mproviseerde melodie&euml;n, schreven hun christelijke collega&rsquo;s noten. Voor hen was kerkmuziek de norm, meerstemmigheid de uitdaging &ndash; al te frivool mocht het van de Paus niet worden, en ook niet al te ritmisch. Hoe dan ook, iedere stem, iedere ademtocht werd nauwkeurig voorgeschreven, noot voor noot. <br />
In de Arabische wereld was alle muziek strikt genomen altijd al wereldlijk &ndash; van islamitische moskeemuziek is het nooit gekomen. Teksten liggen wel vast en melodie&euml;n tot op zeker hoogte ook, maar alles gaat uit het hoofd, met ruimte voor spontaniteit en eigen inbreng. Het bij elkaar brengen van deze zo verschillende tradities, de oosterse en de westerse, is zelden met zo&rsquo;n gretigheid en hoorbaar plezier gedaan als nu door de Noorse componist-toetsenspeler Jon Balke en de Marokkaanse zangeres-dichteres Alaoui. <br />
Op haar eigen cd <em>Gharnati </em>blijft Alaoui dicht bij de traditie. Er klinken vrijvlinderende melodie&euml;n, ge&euml;chood door ud (luit) en viool, afgewisseld met al even bevlogen instrumentale solo&rsquo;s. Die zijn ook te horen op <em>Siwan</em>, nu ook op trompet door jazztrompettist Jon Hassell. Op <em>Siwan</em> klinkt een mix van Andalusische muziek, oosterse en westerse improvisaties, en renaissance- en barokklanken gespeeld door de Barokksolistene uit Noorwegen. Theorbe, trompet en klavichord gaan hier ongehoord prachtig samen met ud en zarb (trommel), Arabische en Spaanse zang.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Concertzender exit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=185" />
		<updated>2009-09-01T18:00:00+02:00</updated>
		<published>2009-09-01T18:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.185</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De Concertzender houdt per 1 november 2009 op te bestaan. De Nederlandse Publiek Omroep (NPO) stelt vast dat de Concertzender niet past in het beleid. Dat houdt zoveel in als: te veel uiteenlopende muziek die deels ook nog eens ontoegankelijk is voor het grote publiek, en dat alles op een en dezelfde zender.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=185"><![CDATA[
                De Concertzender houdt per 1 november 2009 op te bestaan. De Nederlandse Publiek Omroep (NPO) stelt vast dat de Concertzender niet past in het beleid. Dat houdt zoveel in als: te veel uiteenlopende muziek die deels ook nog eens ontoegankelijk is voor het grote publiek, en dat alles op een en dezelfde zender.<p>
Sinds 1982 was de Concertzender te horen op eigen (kabel-) frequenties, sinds 2006 &lsquo;s nachts en in het weekeinde ook op Radio 6. Al vanaf 2000 kreeg de Concertzender jaarlijks een bijdrage van ongeveer 500.000 euro uit de omroepbegroting. Eind vorig jaar klonken er al dreigende geluiden uit Hilversum, nu valt dus definitief het doek. 
</p>
<p>
Volgens de NPO zal er geen sprake zijn van verschraling. Wereldmuziek heeft een plaats op het tot jazzzender omgebouwde Radio 6; &lsquo;klassieke muziek voor jonge professionals&rsquo; (in samenwerking met het Amsterdam Conservatorium) en nieuwe muziek krijgen elk een web- themakanaal. Maar in een interview, afgelopen juli op Radio 1, stelt Concertzenderdirecteur Gusta Korteweg dat &rsquo;85 procent van de Concertzendertaken zal blijven liggen&rsquo;, vooral doelend op de doorgifte van &lsquo;ontoegankelijker, moeilijker repertoire&rsquo;. Daaronder valt ook wereldmuziek van de niet-populaire soort, zoals hof- en klassieke muziek uit Azi&euml;, en eigenzinnige eigentijdse mengvormen van hoog muzikaal en laag amusementsniveau. 
</p>
<p>
De Concertzender is niet voor het eerst in moeilijkheden, zijn geschiedenis is er een van opstaan en vallen, van kopje onder gaan en toch weer komen bovendrijven. Gusta Korteweg geeft ook nu de strijd niet op, maar met een NPO-directeur die de middelmaat wil dienen, een minister van Cultuur die geen krimp geeft en een ongunstig klimaat voor sponsoring, heeft zij het tij niet mee.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Otra! Otra!</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=182" />
		<updated>2010-05-02T14:25:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T23:33:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.182</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Met gevaar voor eigen leven, zoals gelukkig pas na terugkeer bleek, trakteerden 84 muzikanten uit Nederland de bezoekers van Festival Ollin Kan in Mexico Stad een week lang op wereldmuziek. De dag erop gingen in Mexico de mondkapjes voor en de muziekpodia dicht. Met nog drie overvolle weken te gaan sloot het festival noodgedwongen de poorten - Paban Das Baul in India, Latin Dub Sound in Engeland en Ba Cissoko in Guinée konden hun koffers oningepakt laten. Het Holanda-virus dat de Nederlanders brachten bleek ook buitengewoon aanstekelijk, maar dat doet gelukkig niemand kwaad.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=182"><![CDATA[
                Met gevaar voor eigen leven, zoals gelukkig pas na terugkeer bleek, trakteerden 84 muzikanten uit Nederland de bezoekers van Festival Ollin Kan in Mexico Stad een week lang op wereldmuziek. De dag erop gingen in Mexico de mondkapjes voor en de muziekpodia dicht. Met nog drie overvolle weken te gaan sloot het festival noodgedwongen de poorten - Paban Das Baul in India, Latin Dub Sound in Engeland en Ba Cissoko in Guin&eacute;e konden hun koffers oningepakt laten. Het Holanda-virus dat de Nederlanders brachten bleek ook buitengewoon aanstekelijk, maar dat doet gelukkig niemand kwaad.<p>
Ruim honderd miljoen inwoners in het land, twintig miljoen in de hoofdstad; Mexico, eigenlijk de Verenigde Mexicaanse Staten, is een land van grote getallen. Er leven 707 slangen- en 438 zoogdiersoorten in de woestijnen, <em>wetlands</em> en oerwouden, op vulkaanhellingen en langs de tienduizend kliometer lange kust. Er zijn bergen tot ver boven de vijfduizend meter, met tot de verbeelding sprekende namen als Popocatepetl en Iztaccihuatl, ontleend aan een van de 56 indiaanse talen. De Spanjaarden koloniseerden het land in 1521, na hen volgden talloze andere Europeanen, maar ook Russen en Arabieren, Chinezen en Japanners. En Amerikanen, minder geliefd maar niet te vergeten. 
</p>
<p>
Mexico was dus al behoorlijk rijk aan oude, nieuwe en mengculturen toen in het weekeinde van 11 april 2009 een contingent van 84 musici uit Nederland neerstreek in de hoofdstad. De herkomst van hun vaders en moeders meegerekend vertegenwoordigden zij wel tenminste vijftig verschillende nationaliteiten en evenzoveel muzieksoorten. En ze speelden meer dan veertig concerten in een week. Dat zijn toch getallen die ertoe doen. 
</p>
<p>
<strong>stoelenpolitie <br />
</strong>Onder het golvende baldakijn van het Teatro de la Ciudad, opgetrokken uit melkglas, gietijzer, en omzoomd met kogelronde lampjes, staat op de openingavond van festival Ollin Kan een lange rij. Het Teatro is midden in het fraaie oude stadscentrum, op loopafstand van het centrale plein Z&oacute;calo met de kathedraal, Azteekse ru&iuml;nes en het Nationaal Paleis. Goudkleurige leuningen, lijsten en versieringen omranden podium, balkons en pilaren. Van grote hoogte kijken bevallige muzen en begerige engelen geamuseerd toe, net als de niet-optredende Nederlanders - alleen op het schellinkje was nog plaats. 
</p>
<p>
Vanuit de diepte betovert de vanuit Rotterdam opererende Neco Novellas uit Mozambique de zaal met zijn wonderschone stemgeluid. De Nederlands-Turkse combinatie Tarhana slaat toe met een hybride poppy mix van snerpend saxgeluid en aanminnig levenslied. De Amsterdam Klezmer Band zet de zaal op stelten met uitbundige jiddische feestmuziek, tot vreugde van het publiek dat enthousiast het podium beklimt. Dikke pret bij de band (totdat hun instrumenten in gevaar komen), maar tot ontsteltenis van de zaalwachten die gewend zijn aan opera- en balletliefhebbers, getooid met damestas of vlinderdas. 
</p>
<p>
Festivaldirecteur Jos&eacute; Luis Cruz en de Nederlandse ambassadrice Cora Minderhoud hadden weliswaar vooraf bevlogen gesproken over het cre&euml;ren van mooie momenten in een wrede wereld. Over verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid, over nu zeker even geen racisme. Over het prachtvoorbeeld dat de Nederlanders daarin geven. Maar bij jongeren op sportschoenen, voorzien van rugzakjes en proviand, voelen de dienstdoende suppoosten zich merkbaar slecht op hun gemak. 
</p>
<p>
Drinken, eten en marihuana mogen de tweede avond dan ook echt niet mee naar binnen, een stoelenpolitie ziet er streng op toe dat de zitplaatsen ordelijk bezet raken, te beginnen middenvoor. Het publiek laat het zich allemaal braaf welgevallen en het duurt niet lang of iedereen is alweer in vervoering, in het geheel niet afgeschrikt door de complexe, jazzy klanken van Boi Akih. &lsquo;Is dit nog wel wereldmuziek?&rsquo;, vraagt rietblazer Steven Kamperman zich af. Zelf blaast hij brutaal, virtuoos en bij vlagen vogelvrij de klarinet of saxofoon in Baran&aacute; en Carlama. Inderdaad, in die groepen klinkt Turkse en Balkanvolksmuziek meer op de voorgrond dan de Molukse liedjes bij Boi Akih. Het publiek maakt het niets uit. 
</p>
<p>
<strong>mestizos, indigenas, Piaf en Bach <br />
</strong>Voor een kennismaking andersom, van de Nederlandse gasten met Mexicaanse muziek, is weinig gelegenheid - op de festivalpodia ontmoeten zij vooral elkaar (soms voor het eerst, dat dan weer wel). Maar de straat en het winkelcentrum, de taxi en de metro leveren de nodige aanwijzingen op. Metrostation Universidad ligt het dichtst bij het hotel. Verplaatsbare borden met <em>solo damas</em> (alleen dames) geven aan hoe druk het in de metro kan zijn &ndash; zo druk dat er aparte compartimenten voor vrouwen nodig zijn om ze van graaigrage mannenhanden te vrijwaren. Maar buiten de spits is er in de wagons volop ruimte voor neringdoenden in cd&rsquo;s en dvd&rsquo;s, in kauwgum en allerhande parafernalia. 
</p>
<p>
Handelaars in muziek stappen binnen met een kloeke geluidsinstallatie op de rug. Salsa-compilaties van beroemde artiesten schallen door de coup&eacute;, of <em>La donna e mobile</em> van Verdi, het <em>Hallelujah van H&auml;ndel</em> en lustige operettemelodie&euml;n. Geen van de metroreizigers veert erbij op, ook niet bij marimbamuziek in driekwartsmaat. Een koopman toont op een schermpje danslessen op dvd, vari&euml;rend van onvoorstelbaar krachtig meisjesbillenschudden tot de galante Mexicaanse wals. Het slaat niet aan, niemand wil worden lastiggevallen. Ook niet door een kleine halfnaakte gespierde man die in het gangpad koprollen maakt op een kleedje met gebroken glas. Het kraterlandschap van oude littekens op zijn rug, noch het bloeden van vandaag brengt iemand in beweging. 
</p>
<p>
Straatmuzikanten in het oude centrum spelen bitterzoete mariachimuziek, de een op accordeon in het bijzijn van zijn haveloos geklede vrouw, een ander op een draaiorgeltje en gekleed in een spik-en-span streng beige uniform met pet. Naast de kathedraal, in lendendoek en voorzien van enkelbellen en verentooien, zingen en dansen indianen bij rake trommelslagen. De poort van het Nationaal Paleis zwaait open, onder aanvoering van een venijnig vals maar strak in de maat spelende banda (fanfare), strijkt een regiment ge&uuml;niformeerde gezagsdragers de gigantische Mexicaanse vlag die dagelijks boven de Plaza de la Constituci&oacute;n wappert. 
</p>
<p>
De taxichauffeur die uitsluitend fluitsonates van Bach draait is ongetwijfeld atypisch. Maar op bushokjes en muren hangen ook affiches met aankondigingen voor opera&rsquo;s en eigentijdse muziek, voor rock en jazz. In een winkelcentrum met ijsbaan (buiten is het 31 graden) waarop lenige jongens en meisjes sierlijke figuren en pirouetten draaien, is in de cd-winkel <em>Tropical</em> een forse afdeling (Oscar d&rsquo;Leon, Juan Luis Guerra, Willie Col&oacute;n), naast <em>Ranchera</em> (gevoelige liederen, Maria de Lourdes, Alejandro Fern&aacute;ndez) en <em>Norte&ntilde;o</em> (Tex-Mex, Santiago en Flaco Jimenez, Los Tigres del Norte). Ook de vakken <em>Rock en Espa&ntilde;ol</em> (Spaanstalige rock) en <em>Pop en Espa&ntilde;ol</em> (Spaanstalige liedjes) zijn goed gevuld. Op de flinke afdeling <em>World music</em> staat in de bak <em>E.U.</em> de Franse zangeres Edith Piaf vooraan. Het mag duidelijk zijn: de Mexicaanse stadsbewoner is wel wat gewend. 
</p>
<p>
<strong>uitzinnig dansen <br />
</strong>Het winkelcentrum ligt om de hoek van het riante hotel Fiesta Inn, direct aan de ringweg in het zuidwestelijk deel van de stad. Daar, aan de rand van de stadswijk Tlalpan, logeren de musici en de lobby van het hotel dient als zenuwcentrum van het festival. In de volksbuurten van Tlalpan vinden veruit de meeste optredens van festival Ollin Kan plaats, dit jaar voor de zesde maal. Daarnaast een paar op pleinen in andere wijken en een enkel concert buiten de stad. De toegang is overal gratis, er komen duizenden mensen op af. Vanwege de muziek natuurlijk; dat het festival rond landenthema&rsquo;s is opgebouwd lijkt vooral een bruikbaar handvat voor de samenstellers. Dit jaar staan India, Engeland en West-Afrika centraal, iedere regio gedurende een week. Na Nederland, wel te verstaan, dat ditmaal veruit de grootste (en achteraf de enige) bijdrage leverde. 
</p>
<p>
Vorig jaar mei meldde Jos&eacute; Luis Cruz zich in Rotterdam voor de Dutch Blend Meeting en het aansluitende Dunya Festival. De Dutch Blend Meeting is de wereldmuziekvariant van de Dutch Jazz Meeting en de Nederlandse Muziekdagen, waar Muziekcentrum Nederland (MCN) musici en componisten presenteert aan programmeurs, pers en beleidsmakers uit binnen- en (vooral) buitenland. Cruz toonde zich blij verrast door de indrukwekkende vari&euml;teit op topniveau en legde direct contacten met diverse groepen en bands. MCN nam vervolgens de co&ouml;rdinatie ter hand, het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten+ en de Nederlandse ambassade in Mexico betaalden mee aan voorbereiding en vliegtickets. 
</p>
<p>
Maestro Cruz gunde dertien combinaties elk tenminste drie concerten. Jazzy ensembles met topsolisten en stemkunstenaars (Boi Akih, Barana en Neco Novellas) en doorgewinterde groepen met perfect uitgekristalliseerde acts (Drums United, Di Gojim). Daarnaast poppy bands met jonge, soms haast hyperactieve muzikanten (Kasba, Tarhana, NO blues, Mesechinka) en bands met een relatief hoog volksmuziekgehalte (Beatriz Aguiar, Jimmy Omonga, Carlama, Amsterdam Klezmer Band). Cruz weet waarmee hij zijn publiek kan verwennen: met de virtuoze muzikale clownerie van Di Gojim, met de vet-jiddische en plat-Mokumse liederen van Amsterdam Klezmer, met loeistrakke percussie ter aanvuring van uitdagende Afrikaanse en flamencodans door Drums United, met de on-Nederlands hemelbestormende latin van Beatrice Aguiar en haar band. 
</p>
<p>
Cruz schoot dertien maal raak. Zijn Mexicaanse publiek reageerde adequaat met ademloze concentratie, vrolijk huppelen, enthousiast meebewegen of uitzinnig dansen. In die volgorde bij vrijwel elk concert, en steevast uitmondend in de massaal gescandeerde uitroep om meer: <em>&lsquo;Otra! Otra!'</em> 
</p>
<p>
<strong>Culturele droom <br />
</strong>Al hangt Mexico Stad bij lange na niet vol met aankondigingen van het Ollin Kan festival, op de perspresentatie vooraf zijn heel wat foto- en videocamera&rsquo;s present, en in de loop van de week volgen de nodige radio- en televisie-interviews met de Nederlanders. In Tlalpan hangen de affiches wel, openluchtpodia Conciert&oacute;dromo Ollin Kan trekt daar op vrijdag, zaterdag en zondag duizenden toeschouwers per dag. Hier geen stoelenpolitie, het publiek dromt uit eigen beweging rond het podium samen. Er is volop lekker eten en drinken voorhanden, bij vlagen waait er een wolkje marihuanarook over. 
</p>
<p>
Het Conciert&oacute;dromo blijkt een braakliggend terrein met een tijdelijk maar groot en goed geoutilleerd podium. Het ligt tegen een groot overdekt sportcentrum met zwembad aan, in een opgeruimde, tamelijk wijds opgezette wijk met middelhoge flatgebouwen. De route erheen leidt door nauwe, gemoedelijk aandoende straten, langs beschaduwde pleinen, een eindje de bergen op in zuidwestelijke richting. Agenten van een dertig man sterke gewapende politiemacht beperken zich tot fouilleren bij de entr&eacute;e en wachtlopen bij het hek. Schokkende incidenten, zoals het overmeesteren van een trombonedief door oplettende parkwachten, de avond tevoren bij het podium in het Parque Ecol&oacute;gico Loreto, doen zich hier niet voor. 
</p>
<p>
Tegen de muur van het sportpaleis staat een lange rij chemische toiletten. Daarnaast de biertent van festival-hoofdsponsor Cerveza Sol (jammergenoeg al veel te vroeg uitverkocht), en een kraam met frisdranken en wijn. Op het bordes voor de ingang van het sportgebouw zijn wereldmuziek-cd&rsquo;s te koop, uitstekende koffie en allerhande in Mexico gewaardeerde hapjes, zoals <em>bollito con queso Gouda</em> (bolletje Goudse kaas) en <em>salchichas Alemanas</em> (broodjes met Duitse braadworst en een aardappelprak). Op kleedjes langs een van de hekken verkopen hippe jongens en meisjes hoeden en kralen, kettingen en armbanden, beeldjes en wierook. Op zondagmiddag en -avond zijn er vijf Nederlandse optredens hier, de laatste. Het publiek laat zich opnieuw vijf maal opzwepen tot uitzinnig feestgedruis, de musici krijgen vleugels en overstijgen zichzelf, de euforie is compleet, het kan niet op. 
</p>
<p>
Tienduizenden tevreden toeschouwers in een week, daar mogen de Nederlanders trots op zijn, de organisatoren tonen zich content. En wat te denken van de kinderen in Tapuchula, Zuid-Mexico, waar Boi Akih een concert speelde. Een jongetje dat zichzelf vreemde talen leert vertelt zangeres Monica Akihari dat hij vanwege haar heeft opgezocht waar Jakarta ligt, en nu in Indonesi&euml; ge&iuml;nteresseerd is geraakt. Een nog kleiner meisje spreekt, na het eindeloos en onophoudelijk beluisteren van de Bulgaarse samenzang van Mesechinka, vroegwijs de woorden: &lsquo;dit is mijn culturele droom.&rsquo; 
</p>
<p>
<strong>doorstoten <br />
</strong>Het summum van saamhorigheid wordt bereikt op de laatste avond, als de verzamelde Nederlanders zoals gebruikelijk zitten te eten en te eten drinken in de tot <em>cantina</em> omgetoverde parkeergarage van het hotel. Net als iedereen alles zo&rsquo;n beetje voor gezien houdt, stapt er een mariachigroep binnen. Violen, trompetten, zang. Feest. De Nederlanders zingen luidkeels brede akkoorden onder de uithalen in de Mexicaanse smartlappen. Als het enthousiaste <em>Otra! Otra! Otra!</em>, nu van de Nederlanders, zijn effect begint te verliezen, neemt bassist Eric Calmes de guitarron over en blazen de Kasba-koperblazers een partijtje mee. Tot groot vermaak van de Mexicanen, nu definitief overtuigd: met die <em>Holandeses</em> kun je werkelijk alle kanten uit. 
</p>
<p>
Tjonge, wat hebben de Nederlanders de Mexicanen verwend, en wat fijn was het om te doen, daarover is iedereen het eens. Bovendien, festivaldirecteur Cruz heeft grootse plannen. Voor volgend staat, naast Ollin Kan, het festival Colombia al Parque in Bogot&aacute; op stapel, en daarna wil hij naar andere Latijns-Amerikaanse landen doorstoten. Want als al die groepen uit verre buitenlanden toch al in Mexico zijn, waarom dan niet aansluitend doorgereisd naar elders in de regio? <em>Bueno</em>, volgend jaar even wat minder Nederlanders, relativeert zijn producente Alexa Pauls, maar misschien daarna weer wel? &lsquo;<em>Si, si, claro,</em> dat is heel goed mogelijk.&rsquo;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Kikkerperspectief</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=181" />
		<updated>2009-06-01T23:24:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T23:24:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.181</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Radio 6 gaat goeddeels op slot voor wereldmuziek. Zendermanager ad interim Florent Luyckx, eerder verantwoordelijk voor de stroomlijning van 3FM, was niet blij met 6. Te rommelig en avontuurlijk, met uiteenlopende muziekgenres binnen één programma. Te exotisch ook, hij ziet geen plek meer voor Aziatische wereldmuziek. Radio 6 wordt een jazzzender en krijgt een zwarte ziel´, met Afrikaans en latin, r&amp;b en soul.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=181"><![CDATA[
                Radio 6 gaat goeddeels op slot voor wereldmuziek. Zendermanager ad interim Florent Luyckx, eerder verantwoordelijk voor de stroomlijning van 3FM, was niet blij met 6. Te rommelig en avontuurlijk, met uiteenlopende muziekgenres binnen &eacute;&eacute;n programma. Te exotisch ook, hij ziet geen plek meer voor Aziatische wereldmuziek. Radio 6 wordt een jazzzender en krijgt &lsquo;een zwarte ziel&acute;, met Afrikaans en latin, r&amp;b en soul.<p>
Omhoog kijken vanuit een laag standpunt geeft een machtig dramatisch effect, zij het ten koste van het overzicht. Dit heet kikkerperspectief, hoewel zo&rsquo;n blikvernauwend gezichtspunt lang niet voor alle kikkers geldt. Onlangs was het nog wereldnieuws: Spaanse onderzoekers ontdekten op Madagaskar (land van staatsgreep, dodenritueel en snarengetokkel) meer dan tweehonderd nieuwe kikkersoorten. Felgekleurd en geduldig zijn ze, trefzeker doen ze nu en dan een vliegje kwaad, eventueel vanaf de grond (beperkt assortiment aan smaken), maar veelal vanuit een hoge boom. Mixed identificeert zich graag met het felgekleurde oplettende boomkikkertje dat met lenige tong gretig plukt uit grote verschijnselen dichtbij, maar delicate hapjes verder weg niet versmaadt. 
</p>
<p>
In deze Mixed komen de zomerfestivals ruimschoots aan bod, waar grote namen klinken en aanstormend talent de eerste kansen krijgt. Elk muziekfeest heeft zijn eigen kraak en smaak, om die sfeer werkelijk te proeven moet je er bij zijn; bij Festival Pirineos Sur in Spanje bijvoorbeeld, of het Timitar Festival in Marokko. Mixed reisde ook mee met de 84 musici van dertien Nederlandse wereldmuziekgroepen die in een week tijd Mexico Stad veroverden &ndash; nog n&eacute;t voor het griepuitbraakalarm. Lees ook over de muziek die te mooi, te eigenzinnig of te kwetsbaar is om een miljoenenpubliek te bereiken &ndash; fanfaremuziek uit de Andes bijvoorbeeld, of Rajasthaanse soefi-muziek in een moderne theaterregie. 
</p>
<p>
Mixed wikt, weegt en doseert, en kruipt in alle gevallen graag wat hogerop of dichterbij.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Snarenspel voor de overledenen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=180" />
		<updated>2009-09-01T17:53:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T23:21:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.180</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Op Madagaskar is het opgraven, verfrissen en herbegraven van doden, omlijst met feestelijke muziek en dans, nog altijd heel gewoon. De helft van de ruim twintig miljoen eilandbewoners is aanhanger van traditionele godsdiensten, het koesteren van de relatie tussen levenden en doden staat daarin op een hoog plan. Roomskatholieke priesters laten zich graag uitnodigen voor deze feestelijkheden, de vermenging van christelijke met animistische en andere lokale godsdiensten is nu eenmaal een eeuwenoud en wereldwijd gebruik. De imams van de islamitische minderheid (zeven procent) tonen zich wat minder toeschietelijk.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=180"><![CDATA[
                Op Madagaskar is het opgraven, verfrissen en herbegraven van doden, omlijst met feestelijke muziek en dans, nog altijd heel gewoon. De helft van de ruim twintig miljoen eilandbewoners is aanhanger van traditionele godsdiensten, het koesteren van de relatie tussen levenden en doden staat daarin op een hoog plan. Roomskatholieke priesters laten zich graag uitnodigen voor deze feestelijkheden, de vermenging van christelijke met animistische en andere lokale godsdiensten is nu eenmaal een eeuwenoud en wereldwijd gebruik. De imams van de islamitische minderheid (zeven procent) tonen zich wat minder toeschietelijk.<p>
De hereniging met overleden familieleden mag dan een vreugdevolle gebeurtenis zijn, hun overlijden is dat natuurlijk niet. Dit voorjaar vielen er tientallen doden als gevolg van een door oppositieleider Andry Rajoelina aangewakkerde demonstratie. Inmiddels zijn er meer dan 130 dodelijke slachtoffers te betreuren. Een staatsgreep was het niet, zegt de nieuwe minister-president van de inmiddels zelfbenoemde president Rajoelina, maar juist &lsquo;een directe uiting van democratie&rsquo;. Onvermijdelijk, zegt hij, &lsquo;als de democratie van de volksvertegenwoordiging niet door de offici&euml;le instellingen wordt uitgedragen&rsquo;. Maar de Afrikaanse Unie registreerde wel degelijk een staatsgreep en VN-secretaris Ban Ki Moon dringt aan op snelle verkiezingen. De Europese Commissie maakt zich ernstige zorgen over de dreigende instabiliteit in dit op twee na (achter Groenland en Nieuw-Guinea) grootste eiland van de wereld. 
</p>
<p>
Madagaskar raakte pas vanaf de derde eeuw van de christelijke jaartelling bewoond, vrijwel zeker niet vanuit het nabijgelegen Afrika, maar vanuit Borneo of Celebes in Zuidoost-Azi&euml;. Dat verklaart hoe de buisciter valiha, die sterk lijkt op Zuidoostaziatische exemplaren, het nationale Malagassische instrument kon worden. Er deed zelfs een theorie de ronde dat alle Afrikaanse xylofoons oorspronkelijk via Madagaskar uit Indonesi&euml; afkomstig zijn. Onwaarschijnlijk, maar praktisch gezien niet onmogelijk, want het duurde niet lang of ook het contact met het Afrikaanse vasteland kwam tot stand. 
</p>
<p>
Aan de valiha worden van oudsher magische krachten toegedicht, deze citer was vroeger dan ook in het familiefeest met de doden het toonaangevende muziekinstrument. Hij is gemaakt van een dikke bamboe buis met daarlangs in de lengterichting (tegenwoordig) stalen snaren. In handen van een geoefend muzikant doet hij in mogelijkheden niet onder voor de West-Afrikaanse kora of de Zuid-Amerikaanse harp. Oude valihamuziek komt in complexe, onregelmatige maatsoorten, maar moderne stijlen gaan vaak recht in twee&euml;n of in drie&euml;n. De valiha vond ook zijn weg richting populaire muzieksoorten, zoals omgekeerd moderne instrumenten als gitaar en accordeon hun weg vonden naar het dodenritueel. 
</p>
<p>
Justin Vali en Sylvestre Randafison zijn de valihavirtuozen van dit moment. In de popmuziek van Tarika en Rossy klinkt de typische opgewonden, nerveus swingende Malagassische muziekstijl, met stemmige akkoordenzang en rap zingzeggende zangers en zangeressen. De vingervlugge gitarist D&rsquo;Gary speelt valiha- (en andere) muziek op gitaar, de onnavolgbare R&eacute;gis Gissavo vertaalt Malagassische melodie&euml;n, ritmes en samenklanken naar de accordeon. Jaojoby speelt dansbare popmuziek met pingelende kongojazzgitaar en een straffe discobeat. Veel van deze muzikanten en groepen stonden niet zo lang geleden nog hoog in de internationale wereldmuzieklijsten, ze zijn stuk voor stuk de moeite van het opgraven waard. 
</p>
<p>
cd&rsquo;s <br />
Justin Vali: <em>Rambala</em> <br />
Tarika: <em>Bibiango, Son Egal</em> <br />
Rossy: <em>Island of Ghosts</em> <br />
D&rsquo;Gary (Ernest Randrianasolo): <em>D&rsquo;Gary</em> <br />
Regis Gizavo: <em>Samy Olombelo</em> <br />
Jaojoby: <em>Salegy! </em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Manganiyar Seduction - soefi-zang uit Rajasthan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=179" />
		<updated>2009-06-01T23:16:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T23:15:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.179</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Pikant mag het heten, het vergelijken van een betaald, oppervlakkig en kortstondig sexavontuurtje met de onbaatzuchtige, eeuwige en onvoorwaardelijke liefde voor de Allerhoogste. De Indiase theatermaker Roysten Abel deinst er niet voor terug, in zijn prikkelende bijdrage aan het komende Holland Festival.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=179"><![CDATA[
                Pikant mag het heten, het vergelijken van een betaald, oppervlakkig en kortstondig sexavontuurtje met de onbaatzuchtige, eeuwige en onvoorwaardelijke liefde voor de Allerhoogste. De Indiase theatermaker Roysten Abel deinst er niet voor terug, in zijn prikkelende bijdrage aan het komende Holland Festival.<p>
Voor zijn muziekspektakel <em>The Manganiyar Seduction</em> liet Roysten Abel op toneel een vierverdiepingen flatgebouwtje optrekken met 33 kamertjes, bij aanvang van de voorstelling afgesloten met rode gordijnen. In elk kamertje zitten een of meer muzikanten, rondom verlicht door in totaal 444 gloeilampen in simpele zwarte armatuurtjes. Ja, dat doet denken aan de Wallen. &lsquo;In de roze buurt van Amsterdam is alles verbonden met de verleiding van het lichaam&rsquo;, weet theatermaker Roysten Abel, &lsquo;hier wordt de ziel verleid&rsquo;. 
</p>
<p>
Abel bedacht zijn <em>Manganiyar Seduction</em> voor de opening van het Filmfestival in New Delhi in 2006. Het was niet voor het eerst dat deze theatermaker en regisseur, afkomstig uit Kerala en afgestudeerd bij de Royal Shakespeare Company in Londen, zich door Nederland liet inspireren. Ter viering van de vierhonderdjarige relatie tussen India en Nederland in 2002 schreef hij <em>The Spirit of Anne Frank</em>, een theaterstuk voor vijf Indiase vrouwen in een trein, op zoek naar de geheimen van waarheid, liefde en verraad, van leven, lijden en dood. Vorig jaar deed hij nog het Tropeninstituut aan met zijn op Shakespeare ge&euml;nte <em>Othello in Black and White</em> uit 1999. Abel werkt graag met straatartiesten, jongleurs, acrobaten en slangenbezweerders, zoals in zijn oorverdovende concert voor honderd hobo-spelende slangenbezweerders uit 2006. De muzikanten spelen daarin hun eigen vertrouwde melodie&euml;n, vermengd met Bollywood-deunen en Schotse balladen. Abel vergroot, vervreemdt en verrast. 
</p>
<p>
Net als in <em>A Hundred Charmers</em> zet hij in <em>Bollywood Seduction</em> veel meer muzikanten, zangers en zangeressen bij elkaar dan gebruikelijk is. De Manganiyars, een Indiase moslimkaste, waren vroeger de hofmuzikanten van de koningen van Rajasthan in het noordwesten van India. Nog net als toen, maar nu voor ieder die betalen wil, bezingen zij de glorie van de toenmalige koningen in verhalende liederen, en die van de eeuwige Allah in teksten van soefi-dichters, de vrijzinnige, mystieke po&euml;ten van het Mohammedaanse geloof. 
</p>
<p>
Een voorzanger zingt de tekst een koor valt hem bij. De melodie wordt ondersteund op een draagbaar harmonium (met dank aan missionarissen en zendelingen), strijkinstrumenten (kamanche en sarangi), fluit (bansuri) en hobo (murli). Ieder lied leidt naar een climax, opgebouwd onder aanvuring van trommels (dholak en dhol), kleppers (karthal), mondharp (morchang) en handgeklap. Een traditioneel ensemble heeft zelden zo&rsquo;n uitgebreide en gevarieerde bezetting, en zeker geen 43-koppige; dat is de hand van Abel. De muziek van <em>Manganiyar Seduction</em> komt dicht in de buurt van Pakistaanse qawwali, wereldwijd bekend van wijlen Nusrat Fateh Ali Khan en van de Sabri Brothers. De muziek gaat over de liefde voor de medemens en die voor god, en mag uitmonden in een religieuze extase - een heerlijk hoogtepunt zonder dogma&rsquo;s of fatwa&rsquo;s. Kom daar nu nog eens om, in Pakistan. 
</p>
<p>
Het verband dat Roysten Abel legt tussen verleidingen van het vlees en die van de ziel is dus niet zo kras als het lijkt: al sinds eeuwen bedienen soefi-dichters zich van dergelijke metaforen of, zoals anderen het noemen, dubbelzinnigheden. De soefi-liederen komen vaak in de vorm van ghazal, een dichtvorm uit het oude Perzi&euml; met weemoedige, melancholiek stemmende teksten over onvervuld verlangen en de grote vragen van het leven. En over onbereikbare liefde, die zo intens is dat alleen een dichter haar onder woorden kan brengen. Iemand als Amir Khusro uit Perzi&euml;, die leefde rond 1300 en wel de vader van de qawwali wordt genoemd:
</p>
<p>
<em>Ik vraag me af wat voor plaats dat was, waar ik de afgelopen nacht doorbracht. <br />
</em>O<em>veral om mij heen lagen halfdode slachtoffers van de liefde te woelen in ondraaglijke smart. <br />
</em>D<em>aar was een nymfachige beminde met het figuurtje van een cypres en een gezichtje als een tulp, <br />
</em>d<em>ie meedogenloos de harten van haar aanbidders brak.</em> 
</p>
<p>
Toch blijft de associatie met de roze buurt licht knagen. Aan verleidingen en hoogtepunten ontbreekt het daar niet, maar ware liefde en hartstocht spelen er geen rol van betekenis. Gelukkig zitten de muzikanten (er doen ook vrouwen en kinderen mee) alleen in hun hokjes, of decent naast elkaar. De lampjes stralen geen rood maar wit licht uit, en op het podium staat een dirigent die leiding geeft en toezicht houdt. Als steeds meer gordijntjes open gaan ontvouwt zich een orkest dat eenstemmig, krachtig en steeds sneller zingt en speelt, niet strak gelijk maar met een kartelrandje, de prettige losheid van spontaniteit en speelplezier. De dirigent danst over het podium, zwaait met zijn armen. De zangers en zangeressen geven alles wat ze hebben. Die climax volgt onvermijdelijk, daaraan ontkomt alleen een ijskonijn.  
</p>
<p>
Manganiyar Seduction, 16, 17, 18 juni 2009 in het Muziekgebouw aan &rsquo;t IJ (Holland Festival), <a href="http://www.hollandfestival.nl/">www.hollandfestival.nl</a>.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Kamilya Jubran: Makan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=178" />
		<updated>2009-06-01T15:13:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T15:13:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.178</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zangeres Kamilya Jubran (46) uit Palestina begeleidt zichzelf, net als haar Syrische collega Waed Bouhassoun, op de Arabische luit. Jubrans cd Makan (Plaats) telt negen gezongen moderne gedichten van schrijvers uit Palestina, Irak, Marokko en Senegal. Zij kent de dichters persoonlijk, vier van de teksten schreven zij speciaal voor haar.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=178"><![CDATA[
                Zangeres Kamilya Jubran (46) uit Palestina begeleidt zichzelf, net als haar Syrische collega Waed Bouhassoun, op de Arabische luit. Jubrans cd Makan (Plaats) telt negen gezongen moderne gedichten van schrijvers uit Palestina, Irak, Marokko en Senegal. Zij kent de dichters persoonlijk, vier van de teksten schreven zij speciaal voor haar.<p>
Jubran kruipt in hun woorden en met in gedachten de muziek van haar moederland (vader was instrumentbouwer) componeerde zij eigen haar melodie&euml;n en begeleidingen. Als zangeres, en als bespeelster van ud (luit) en qanun (citer), maakte zij vanaf 1992 furore in ensemble Sabreen uit Oost-Jeruzalem, dat een mix van oosterse en westerse, oude en nieuwe, gecomponeerde en ge&iuml;mproviseerde muziek speelt. Wat zij daarvan leerde komt nu goed van pas: Arabische muziek van een moderne snit voorzien, zonder dat het gekunsteld klinkt. Virtuoos luit spelen, en heel mooi en gevoelig zingen kon Kamilya Jubran al; dat doet ze nu ook, onberispelijk. <br />
<em>Peter van Amstel </em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Waed Bouhassoun: La Voix d’ Amour</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=177" />
		<updated>2009-06-01T15:13:00+02:00</updated>
		<published>2009-06-01T15:11:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.177</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zangeres Waed Bouhassoun (30) uit Syrië begeleidt zichzelf, net als haar Palestijnse collega Kamilya Jubran, op de Arabische luit. Bouhassoun studeerde aan het conservatorium van Damascus, waar zij tegen het einde van haar opleiding een vrouwenensemble oprichtte voor het spelen van oude Arabische kunstmuziek. Dit onder de toepasselijke naam Syrische Vrouwen Takht - takht is de standaard aanduiding voor zon ensemble, dat gewoonlijk wel uit mannen bestaat.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=177"><![CDATA[
                Zangeres Waed Bouhassoun (30) uit Syri&euml; begeleidt zichzelf, net als haar Palestijnse collega Kamilya Jubran, op de Arabische luit. Bouhassoun studeerde aan het conservatorium van Damascus, waar zij tegen het einde van haar opleiding een vrouwenensemble oprichtte voor het spelen van oude Arabische kunstmuziek. Dit onder de toepasselijke naam Syrische Vrouwen Takht - takht is de standaard aanduiding voor zo&rsquo;n ensemble, dat gewoonlijk wel uit mannen bestaat.<p>
Daar bleef het niet bij. Bouhassoun groeide op met de muziek van Oum Kalsoum die haar prachtliederen zong bij groot (strijk-) orkest. Zo zingen wilde Bouhassoun ook, maar dan wel liefst bij haar eigen luit. En zo brengt zij op deze cd de po&euml;zie van soefi-dichters, muezzins (gebedsoproepers) en Oum Kalsoum, met natuurlijk gemak en verbazende zeggingskracht. Als proeve van instrumentale bekwaamheid speelt zij ook nog eens een prachtige taqsim, een instrumentale improvisatie op de ud.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een beetje van de wereld</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=176" />
		<updated>2009-05-16T22:06:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T17:09:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.176</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Extase en mystiek, hypnose en geestverruiming zijn de toverwoorden waarmee Tropentheater, Rasa, Doelen en Zuiderpershuis hun vijfdaagse Trance Festival aanprijzen. Een mens in trance is even van de wereld, in bezit genomen door een vooroudergeest of god die de bezetene in tongen laat spreken, gras laat eten of wilde bewegingen laat maken.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=176"><![CDATA[
                Extase en mystiek, hypnose en geestverruiming zijn de toverwoorden waarmee Tropentheater, Rasa, Doelen en Zuiderpershuis hun vijfdaagse Trance Festival aanprijzen. Een mens in trance is even van de wereld, in bezit genomen door een vooroudergeest of god die de bezetene in tongen laat spreken, gras laat eten of wilde bewegingen laat maken.<p>
Ingewijde toeschouwers kunnen daaruit de wil van de goden, of de te verwachten gang der dingen afleiden. In sommige culturen gaat een shaman of medicijnman in trance om een reis in de geest te maken, waarvan hij of zij later zelf verslag doet. Soefizangers zingen zichzelf in extase om dichter bij de allerhoogste te komen &ndash; geen echte trance, maar de festivalsamenstellers nemen het ruim. Want ook de apendans kecak uit Bali (toeristentheatershow) en westerse minimal music (herhalingen met variaties), Japanse zen-muziek en Jama&iuml;caanse riddims komen aan bod in live-optredens, de wereldomspannende cd- en platenmix van dj Mps Pilot en in film- en videovertoningen. 
</p>
<p>
Juiste muziek lijkt goed te helpen bij het opwekken van een alternatieve staat van bewustzijn, al dan niet in combinatie met intensieve lichaamsbewegingen, diepe ademhalingen, paddenstoelen of alcohol. Die muziek komt in allerlei varianten, van uitzinnig trommelen tot fijnzinnig tokkelen, van luidkeels zingen tot verstild fluiten. Eindeloze herhalingen en repeterende patronen komen vaak voor, maar zeker niet altijd. Afrikanen, soefi&rsquo;s en zen-boeddhisten brengen tijdens dit festival in elk geval uiterst gevarieerd kijk- en luistergenot. Opwindend verrassend en geestverruimend genoeg om tenminste een beetje van de wereld te geraken. 
</p>
<p>
Trance Festival, 1 t/m 5 april 2009 in Amsterdam (Tropentheater), Rotterdam (Doelen), Utrecht (Rasa) en Antwerpen (Zuiderpershuis).</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Muziek op reis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=175" />
		<updated>2009-03-16T17:05:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T17:05:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.175</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Net onder de noordelijke poolcirkel, in de kille naaldbossen van Kuhmo in Finland, en vlak boven de evenaar, aan de rand van het broeierige regenwoud in Sarawak op Borneo, stellen jongeren zich dezelfde prangende vraag: hoe zongen mijn opa en oma? Daarom trekken kleinkinderen het ijs op en het oerwoud in om, zolang het nog kan, oude runoliederen te leren zingen of de archaïsche twee- of driesnarige sape (eigenlijk niet voor meisjes) te leren bespelen.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=175"><![CDATA[
                Net onder de noordelijke poolcirkel, in de kille naaldbossen van Kuhmo in Finland, en vlak boven de evenaar, aan de rand van het broeierige regenwoud in Sarawak op Borneo, stellen jongeren zich dezelfde prangende vraag: hoe zongen mijn opa en oma? Daarom trekken kleinkinderen het ijs op en het oerwoud in om, zolang het nog kan, oude runoliederen te leren zingen of de archa&iuml;sche twee- of driesnarige sape (eigenlijk niet voor meisjes) te leren bespelen.<p>
Nieuwsgierige reizigers kunnen tijdens het Rainforest World Music Festival temidden van traditionele huizen, tempels en pagodes de traditionele muziek van verschillende bevolkingsgroepen op Borneo beluisteren. Of in een namaakdorpje tijdens het Sommela Folk Music Festival het vroegere Karelische plattelandsleven in Finland gewaar worden. De echte liefhebber reist natuurlijk graag door naar afgelegen dorpen en nederzettingen - in Finland kan zelfs dat in georganiseerd verband. 
</p>
<p>
Voor minder exotische maar niet minder aanstekelijke muziek, niet zo nadrukkelijk maar toch onmiskenbaar ge&euml;nt op lokale muzikale erfenissen, hoeft ver reizen niet per se. Binnenkort maken talloze buitenlandse muzikanten weer de reis naar hier. Festivaltijd. Tijdens het Pinksterweekeinde zullen busjes vol Brazilianen heen en weer razen tussen Nijmegen (Music Meeting) en Rotterdam (Dunya). Een paar weken later pendelen muzikanten van ver en der tussen Amsterdam (Roots) en Tilburg (Mundial). Daarna gaat het richting Bouchout (Sfinks). Zigeuners trekken op naar Tilburg (Zigeunerfestival), Aziaten naar Amsterdam (Holland Festival). 
</p>
<p>
Voor wie toch liever zelf op reis gaat maar nog twijfelt tussen Kuhmo en Sarawak: het Finse paardenharenorkest Jouhiorkesteri speelt ook tijdens het Rainforest Festival op Borneo. Westerlingen zijn niet de enigen die zich interesseren voor de muziek van andermans grootouders, desnoods die van tienduizend kilometer verderop.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>De schok van het onbekende</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=169" />
		<updated>2010-08-26T14:51:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:59:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.169</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Het World Minimal Music Festival gaat in april op zoek naar de invloed van de Amerikaanse componisten Riley, Reich en Glass op de muziek van nu. Een week lang is een xylofoonensemble uit Oeganda daarbij te gast voor concerten en workshops. Bij het World Trance Festival prijkt naast zen-, soefi-, gnawa- en voodoo-muziek in Rotterdam ook minimal music op het programma. Toch zitten de roots van de Amerikaanse tegenbeweging uit de jaren zestig niet zo stevig in de exotische grond als het lijkt.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=169"><![CDATA[
                Het World Minimal Music Festival gaat in april op zoek naar de invloed van de Amerikaanse componisten Riley, Reich en Glass op de muziek van nu. Een week lang is een xylofoonensemble uit Oeganda daarbij te gast voor concerten en workshops. Bij het World Trance Festival prijkt naast zen-, soefi-, gnawa- en voodoo-muziek in Rotterdam ook minimal music op het programma. Toch zitten de roots van de Amerikaanse tegenbeweging uit de jaren zestig niet zo stevig in de exotische grond als het lijkt.<p>
Tweede helft jaren zestig, Parijs. De Amerikaanse componist Philip Glass studeerde bij de wereldbefaamde Nadia Boulanger. Met forse tegenzin. Hij beschreef de gecomponeerde muziek van die tijd als &lsquo;een woestenij, gedomineerd door maniakken. Deze engerds probeerden iedereen van die idiote huiveringwekkende muziek te laten schrijven&rsquo;. Muziek was een academische oefening geworden, vond Glass, bedoeld voor voor collega-componisten en wetenschappers, totaal losgezongen van het publiek. Het moest eenvoudiger, begrijpelijker, gestructureerder. Glass kwam op een idee dankzij Ravi Shankar wiens improvisaties hij noteerde in opdracht van een Parijse filmregisseur. &lsquo;In westerse muziek zijn akkoorden en melodie&euml;n de overheersende elementen&rsquo;, stelde Glass vast, &lsquo;het ritme hobbelt er maar wat achteraan. In de meeste niet-westerse muziek is de ritmische structuur in feite de structuur van de muziek. Ik begreep dat dit voor mij het begin van een nieuwe muziektaal kon zijn.&rsquo; 
</p>
<p>
Zomer 1970, Accra, Ghana. De Amerikaanse componist Steve Reich studeerde Ewe-drummuziek bij masterdrummer Gideon Alorworye en zei: &lsquo;Volgens mij is niet-westerse muziek voor westerse componisten en musici tegenwoordig de allerbelangrijkste bron van nieuwe idee&euml;n.&rsquo; Voordien schreef Reich, net als Glass, in de Europese academische traditie, bijvoorbeeld twaalftoonsmuziek voor jazzensemble, &lsquo;<em>the worst thing I&rsquo;ve ever written</em>&rsquo;. In Berkeley liep hij tegen het boek <em>Studies in African Music</em> van A.M. Jones aan, en hij ontdekte 78-toerenplaten met Afrikaanse trommelaars. &lsquo;Ik hoorde muziek met steeds herhaalde patronen die zo over elkaar heen lagen dat de accenten ervan niet samenvielen&rsquo;, schreef Reich. Drie jaar later schoof hij in Seattle aan in de Balinese gamelangroep van I Nyoman Sumandhi. Hij hoorde &lsquo;onafhankelijke herhalingen van gelijktijdige patronen&rsquo;. En daarmee ging hij aan de slag. 
</p>
<p>
Al in 1964 componeerde landgenoot Terry Riley <em>In C</em>, muziek met toevalselementen, zonder vaste lengte, voor een groep van willekeurige grootte (&rsquo;35 zou mooi zijn, maar kleiner of groter kan ook&rsquo;), voortgekomen uit dezelfde afkeer van de elitaire nieuwe muziek-<em>scene</em>. Riley&rsquo;s <em>In C</em> staat te boek als de eerste minimalistische compositie, het werk bestaat uit willekeurige, talloze herhalingen van 53 uitgeschreven melodie&euml;n. Reich en Glass waren dus niet de eerste, maar werden wel de toonaangevende Amerikaanse componisten van de muziek die in de jaren zeventig de naam <em>minimal music</em> kreeg. Muziek met in de oren van sommigen hypnotiserende, in die van anderen zenuwslopende, want eindeloos durende herhalingen. <em>Structures</em>, <em>mallets</em> en <em>loops</em> waren de ingredi&euml;nten, Afrikanen, Balinezen en Indi&euml;rs de leveranciers van basismateriaal - van &lsquo;de nieuwe structuurmodellen voor westerse musici&rsquo;, volgens Reich. 
</p>
<p>
<strong>Bali - interlocking <br />
</strong>De structuur van Indonesische gamelanmuziek is cyclisch, een slag op een grote bronzen gong markeert het eindpunt van een ronde en luidt het begin van de volgende in. Met slagen op kleinere gongs en laag klinkende metallofoons worden kortere tijdspannen gemarkeerd, zo vormt een steeds herhaald patroon een grofmazig maar regelmatig raamwerk waarop melodie&euml;n worden ge&euml;nt. Soms klinken er meer melodie&euml;n tegelijkertijd, tegen elkaar in. De tijd tussen twee gongslagen, de duur van een cylcus, varieert van vele minuten in de ene compositie tot enkele seconden in een andere. 
</p>
<p>
Op de hoogst gestemde instrumenten klinken omspelingen van de melodietonen, op Bali soms met razendsnelle loopjes. Zo snel dat ze voor een enkele muzikant niet speelbaar zijn; de omspelingen worden dan over twee muzikanten verdeeld in afzonderlijke, in elkaar grijpende patronen (<em>interlocking</em>). Ook de twee drummers, de leiders van het orkest, slaan patronen die op deze manier in elkaar gijpen: samen spelen zij &eacute;&eacute;n drumpartij. De Balinezen hebben niet het alleenrecht op deze manier van krachten bundelen, de Javanen doen het ook maar in een minder spectaculair tempo. De Buganda in Uganda komen met vier man achter &eacute;&eacute;n xylofoon wel dicht in de buurt van de Balinese snelheid, mbira-spelers uit Zimbabwe doen het weer wat kalmer aan. 
</p>
<p>
<strong>Ghana - polyritmiek <br />
</strong>Aan de ritmes van de Ewe-bevolking in Ghana zit geen duidelijk begin of eind. Toch vindt iedere muzikant, danser of danseres feilloos zijn of haar plaats in een ingenieus weefsel van ritmische patronen. Anders dan op Bali of in Uganda spelen verschillende muzikanten niet samen &eacute;&eacute;n ritmisch patroon of &eacute;&eacute;n melodie, ze spelen verschillende, zelfstandige ritmes tegen elkaar in. De Ewe blinken uit in deze polyritmiek, in ritmische meerstemmigheid. Ook deze trommel- en percussiemuziek is cyclisch, het samengestelde ritme wordt keer op keer herhaald. 
</p>
<p>
Zoals bronzen gongs de tijd markeren in gamelanmuziek, zo regelt een ijzeren dubbelbel de structuur in de Ewe-muziek. Muzikanten spreken over het belritme, een steeds herhaald patroon, meestal gespeeld op twee ijzeren, aan elkaar vastgemaakte bellen van verschillende toonhoogte (denk aan twee koebellen op een steeltje, in Ghana toepasselijk maar toevallig gong-gong genoemd). Een belritme is kort, de duur ervan is nooit langer dan een paar seconden. Een belritme van twaalf tellen bijvoorbeeld kan worden onderverdeeld in drie groepjes van vier (accenten op tel 1, 5 en 9), of vier groepjes van drie (accenten op 1, 4, 7 en 10). Varianten van beide onderverdelingen, strak en swingend tegelijkertijd gespeeld op verschillende trommels, ratels en rammelaars, leveren de onnavolgbare Afrikaanse polyritmiek op. 
</p>
<p>
Net als de gongstructuur van de Balinezen is de belstructuur van de Ghanezen het raamwerk onder de muziek. Bij de Ewe komt de variatie van een masterdrummer, alleen hij mag vari&euml;ren en improviseren boven (of eigenlijk onder; zijn trommel klinkt het laagst) het basisvlechtwerk. Reich was niet ge&iuml;nteresseerd in de muziek van de masterdrummer maar wel in het vlechtwerk eronder. En niet in de veelstemmige gamelanmuziek zelf maar in de structuur ervan. Daaraan ontleende hij zijn idee&euml;n voor het spelen met ritmische patronen, herhalingen. En het slaan het drummen was hem op het lijf geschreven. <br />
<strong><br />
</strong><strong>India - improvisatie <br />
</strong>In Indiase kunstmuziek is de tijd gestructureerd door tala, een ritmische cyclus van bijvoorbeeld zestien tellen in regelmatige (3+3, 4+4) of onregelmatige (3+2+2, 3+4+3+4, 5+2+3+4) samenstellingen. De meest gebruikte tala&rsquo;s hebben een lengte van zes of meer tellen (ook vijf, zeven, elf), maar meestal niet meer dan zestien. Een korte, snel gespeelde tala duurt een paar seconden; een lange, langzaam gespeelde meerdere minuten. 
</p>
<p>
Vroeger begon een concert van Indiase kunstmuziek met een lang niet-ritmisch, door een solist gespeeld of gezongen deel, pas daarna zette de tabla-speler (drummer) in. Tegenwoordig komt de drummer vaak vrijwel meteen aan bod. Hij houdt zich van begin tot eind aan de structuur van de tala, die steeds wordt herhaald. Gaandeweg het stuk neemt een tabla-speler steeds meer ruimte voor variaties en omspelingen; de structuur blijft hetzelfde maar hij speelt met de invulling ervan. Net als de masterdrummer in Ghana, maar dan zonder een groep muzikanten die het basisritme blijft spelen. Wel in nauw samenspel met de instrumentalist of zanger, die zich ook aan de tala-structuur houdt. 
</p>
<p>
Glass had &oacute;f geen oor, &oacute;f geen belangstelling voor de subtiele toonbuigingen, ingenieuze variaties en vrijbuiterige improvistaies in de Indiase kunstmuziek, voor de lange lijnen. Hij hoorde er patronen in, hij ervoer de tala&rsquo;s als aaneenschakelingen van kleine ritmische cellen, als schakels die samen een ketting vormen. Zo componeren wilde hij ook. 
</p>
<p>
<strong>Herhalen en verschuiven <br />
</strong>De eerste stukken die Glass schreef op basis van zijn nieuwe inzichten, telden tot wel zestig pagina&rsquo;s met uitgeschreven ritmes. Lastig voor de musici, die eigenlijk geen tijd hadden om de bladzijden om te slaan. Daarom bedacht hij een nieuwe manier van noteren. Hij liet &eacute;&eacute;n maat muziek een tijd lang herhalen, dan volgde een tweede maat met een noot meer of minder dan de vorige, ook die geruime tijd herhaald, enzovoort totdat hij twee bladzijden had volgeschreven. Zijn stuk <em>Two Pages</em> ervoer Glass als een conceptuele doorbraak: er hoefde niet meer omgeslagen te worden en, wat belangrijker was, een oplettende luisteraar kon precies volgen wat er in de muziek gebeurde. 
</p>
<p>
Reich bedacht een andere manier van overzichtelijke, kleine veranderingen aanbrengen, die hij <em>phasing</em> noemde. In <em>Piano Phase</em> liet hij twee pianisten een melodietje van twaalf tonen spelen, een tijd lang precies gelijk. Dan moet een van beiden iets langzamer gaan spelen, zodat zijn of haar melodie langzamerhand steeds meer achterblijft ten opzichte van de andere. Vergelijk het met twee identieke treinen die precies naast elkaar rijden, de een mindert vaart totdat zijn voorste wagon precies naast de tweede wagon van de andere trein rijdt. Dan gaan ze weer een tijdje even hard. In <em>Piano Phase</em> raken zo de melodiepatronen steeds een tel meer ten opzichte van elkaar verschoven. In <em>Clapping Music</em> laat Reich twee muzikanten een Afrikaans aandoend belritme van twaalf tellen klappen. Eerst samen, bijvoorbeeld acht keer. Dan verschuift een van beiden het patroon &eacute;&eacute;n tel, dan weer acht herhalingen. Na twaalf keer verschuiven vallen de patronen weer samen en het stuk is uit. 
</p>
<p>
<strong>Middeleeuwen <br />
</strong>Glass, Reich en hun navolgers spreken liever over &lsquo;muziek met repetitieve structuren&rsquo;, maar in eerste instantie was de typering minimal zo gek nog niet. Indonesische, Afrikaanse en Indiase muziek werd van het vlees ontdaan, het geraamte uit elkaar gehaald en met een paar afzonderlijke botjes, de vingerkootjes misschien, gingen de componisten aan de slag. Maar deze nieuwe, brutale, overzichtelijke manier van muziek maken was wel een <em>ear opener</em> voor Brian Eno, Mick Jagger en U2, voor de Estlandse componist Arvo P&auml;rt, de Hongaar Gy&ouml;rgy Ligeti en de Nederlander Simeon ten Holt, voor nog ontelbare anderen. En dankzij de emancipatie van ritmes en patronen kregen slagwerkinstrumenten voor een vooraanstaande plaats in de westerse gecomponeerde muziek. Daarom was de uitvinding van minimal music, muziek van de klare lijn, niet minder dan revolutionair. 
</p>
<p>
Het barre minimalisme van de beginjaren is al lang verlaten. Langzamerhand kreeg repetitieve muziek weer vlees op de botten, al in 1976 met <em>Music for 18 Musicians</em> van Reich en de opera <em>Einstein on the Beach</em> van Glass. Blijft de vraag waarom de Amerikaanse componisten bij vreemde volkeren te rade gingen. In elkaar grijpende patronen kenden wij al in de middeleeuwen, de techniek heette toen hoketus. En repeterende structuren genoeg, neem de dalende, steeds herhaalde baslijn in de barokke passacaglia, het basisiritme van een jazznummer. Igor Strawinsky was al een tijd lang met ritmische cellen in de weer. 
</p>
<p>
Het zal de schok van het onbekende zijn geweest die de minimalisten van het eerste uur de oren deed spitsen en de hersenen kraken. Fijn dat Reich en Glass de westerse wereld herhaaldelijk en nadrukkelijk op de muzikale rijkdommen van Afrika en Azi&euml; wezen, al maakten ze er zelf maar mondjesmaat gebruik van. Hoe inspirerend de kennismaking ook was, de link tussen minimal music en wereldmuziek is niet veel dikker dan flinterdun.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>De opium en het volk</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=168" />
		<updated>2009-09-01T17:54:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:58:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.168</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zestien zware slagen van de grote klok van de Christus Verlosserkathedraal uit 1883 zijn voor Russisch-orthodoxe gelovigen als witte rook: er is een nieuwe patriarch. Kirill luidt zijn naam, voorheen aartsbisschop van Smolensk en Kaliningrad. Rusland mag geen wereldmacht meer heten, maar dankzij het dichtdraaien van een gaskraan, het al dan niet installeren van een batterij Iskanderraketten of een militair ingrijpen in Georgië doen de Russen weer regelmatig van zich spreken. En nu is er een nieuwe geestelijk leider voor honderd miljoen gelovigen  een bevolkingsdeel om rekening mee te houden.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=168"><![CDATA[
                Zestien zware slagen van de grote klok van de Christus Verlosserkathedraal uit 1883 zijn voor Russisch-orthodoxe gelovigen als witte rook: er is een nieuwe patriarch. Kirill luidt zijn naam, voorheen aartsbisschop van Smolensk en Kaliningrad. Rusland mag geen wereldmacht meer heten, maar dankzij het dichtdraaien van een gaskraan, het al dan niet installeren van een batterij Iskanderraketten of een militair ingrijpen in Georgi&euml; doen de Russen weer regelmatig van zich spreken. En nu is er een nieuwe geestelijk leider voor honderd miljoen gelovigen &ndash; een bevolkingsdeel om rekening mee te houden.<p>
<strong>De Russische kunst van het klokkenluiden <br />
</strong>De politiek leiders van Rusland, president Medvedev en zijn premier Poetin, gaan ook weer ter kerke en woonden de inwijdingsceremonie bij &ndash; een opvallende breuk met het barre antigeloofsgeweld van weleer, nadat Karl Marx religie de opium van het volk had genoemd. Misschien vinden Medvedev en Poetin dat eigenlijk ook, maar in deze tijd van financieel-economische crisis komen onderdanen die zichzelf bedwelmen juist goed van pas. <br />
Ruim duizend jaar geleden werd in Rusland het christendom de staatsgodsdienst, in een oosterse variant van het katholicisme. Tussen beide kerken boterde het meteen al niet; nog geen eeuw later waren alle banden met Rome verbroken. De Russen zongen hun eigen lied, naar voorbeeld van de eenstemmige gezangen uit de Aya Sofia in Byzantium, het huidige Istanbul. Een klokkenspel heeft de Aya Sofia niet; de Russische kunst van het klokkenluiden is van recenter datum. 
</p>
<p>
<strong>Twaalf vierstemmige koren <br />
</strong>Muziek in de kerk verstoort altijd de delicate balans tussen religieuze ingetogenheid en kunstzinnige expressie, ook in Rusland. Muziekinstrumenten zijn gewoonlijk uit den boze; de menselijke stem volstaat. Maar meer stemmen en beweeglijker melodie&euml;n mochten wel: in de zeventiende eeuw klonk er in de Russische kerken kunstige, meerstemmige koormuziek. Aan de gebruikelijke drie partijen voor mannenstemmen voegden kerkcomponisten vervolgens een sopraanpartij toe. Hun muziek was een ingenieuze afwisseling van solo- en koorzang, vol scherpe wisselingen in tempo en dynamiek. Prachtig en opwindend, maar het kon nog grootser. Er kwam muziek voor twee, drie en zelfs voor twaalf vierstemmige koren: 48 zangers en zangeressen voor feestelijke koorstukken vol spectaculaire effecten. <br />
Veel geestelijken vatten deze nieuwlichterij op als een ernstige bedreiging van de zuivere geloofsbeleving en eind negentiende eeuw werd de terugkeer naar serenere kerkmuziek ingezet. Gekunstelde constructies maakten plaats voor natuurlijke ritmes op basis van accenten in de gesproken taal. Zowel tekstherhalingen als uitbundige versieringen verdwenen uit de muziek. De verstaanbaarheid van de tekst stond weer voorop. 
</p>
<p>
<strong>Ritmische patronen naar eeuwenoud recept <br />
</strong>Dit is de muziek die klonk in de Christus Verlosserkathedraal, ingewijd in 1883, totdat Stalin hem in 1931 met de grond gelijk maakte. Nu staat hij er weer, heropgebouwd na de val van de Sovjet-Unie, inclusief het klokkenspel. Daarop klonk op 1 februari van dit jaar bij patriarch Kirills troonsbestijging hetzelfde gelui als bij de inauguratie van zijn voorgangers in de zeventiende eeuw. Dit volgens Igor Konovalov, de artistiek verantwoordelijke voor het klokkenluiden van de Christus Verlosserkathedraal en het nabijgelegen Kremlin. <br />
Russische klokken klinken anders dan de onze. Hun klank is minder gedefinieerd en rijker aan boventonen. De Russen spelen er dan ook geen melodie&euml;n op maar ritmische patronen, opnieuw naar eeuwenoud recept. Met dit bloedstollend en bedwelmend gebeier, de gelukzalige vergetelheid van religieuze zang en een sterke patriarch is Rusland zijn crisis natuurlijk nog niet te boven. Maar hij wordt er misschien wat draaglijker door.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Cobla la Principal d’Amsterdam: Live in Catalunya</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=174" />
		<updated>2009-03-16T16:57:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:57:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.174</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">s Zondagmiddags verzamelen zich op de brede stenen trap voor de kathedraal van Barcelona muzikanten met een contrabas, een trommeltje en een verzameling archaïsch ogende toeters. Op het plein aan hun voeten verrijzen stapels van tassen en, als het fris is, jassen. Zodra het orkest begint te spelen maken de mensen een kring, pakken elkaar bij de schouders en verheffen zich op de tenen.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=174"><![CDATA[
                &lsquo;s Zondagmiddags verzamelen zich op de brede stenen trap voor de kathedraal van Barcelona muzikanten met een contrabas, een trommeltje en een verzameling archa&iuml;sch ogende toeters. Op het plein aan hun voeten verrijzen stapels van tassen en, als het fris is, jassen. Zodra het orkest begint te spelen maken de mensen een kring, pakken elkaar bij de schouders en verheffen zich op de tenen.Ogenschijnlijk vrij, maar in werkelijkheid gestuurd door de muziek, dansen zij de deinende sardana. Het Catalaanse volksorkest heet cobla. Aangevoerd door een muzikant met een fluitje en een minuscuul trommeltje, flabiol en tambori, speelt het verrassend afwisselende en gevarieerd gearrangeerde dansmuziek. Het snerpt, het trekt, het klaagt, het juicht. Buiten Spanje is er maar een orkest dat deze muziek van straten en pleinen ook speelt. Zo goed zelfs, dat deze cobla uit Amsterdam het aandurfde ter plekke cd-opnamen te maken. In het hol van de leeuw werd het orkest, hoorbaar aan het geroezemoes tijdens en de bijval na het spelen, enthousiast onthaald. Begrijpelijk, luister maar.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Abid Bahri: Au Gré du Oud</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=173" />
		<updated>2009-03-16T16:55:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:55:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.173</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Op ud, saz, baglama, sentir, udcello, cello, viool, altviool en percussie-instrumenten spelen Abid Bahri, Carolie Eugène, Aurélie Dorzée en Ahmed Khaili muziek uit India, Japan, Iran, Griekenland, Egypte, Marokko, de Sahara en zo nog een paar contreien, kundig en meestal virtuoos, van kunstmuziek via volks tot populair, ook heel erg goed geslaagd wat de stijlimitaties betreft, wat nog niet meevalt bij zon baaierd aan stijlen, maar omdat de muziek zo dicht bij de originelen blijft en de uitvoering zo academisch blinkend briljant, is deze potpourri ook taai en breedlopig.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=173"><![CDATA[
                Op ud, saz, baglama, sentir, udcello, cello, viool, altviool en percussie-instrumenten spelen Abid Bahri, Carolie Eug&egrave;ne, Aur&eacute;lie Dorz&eacute;e en Ahmed Khaili muziek uit India, Japan, Iran, Griekenland, Egypte, Marokko, de Sahara en zo nog een paar contreien, kundig en meestal virtuoos, van kunstmuziek via volks tot populair, ook heel erg goed geslaagd wat de stijlimitaties betreft, wat nog niet meevalt bij zo&rsquo;n baaierd aan stijlen, maar omdat de muziek zo dicht bij de originelen blijft en de uitvoering zo academisch blinkend briljant, is deze potpourri ook taai en breedlopig.Een improviserend musicus van het technisch kaliber Abid Bahri (hij schitterde bij El Hijra, Weshm en Luthomania) en de zijnen, mag best eens brutaal uit de band springen, vrolijke deunen en hapklare citaten volledig achterwege laten. Of eens een tijdje heel weinig noten spelen. Of overtuigen met een bondig statement. Kort.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Mark Alban Lotz: Bite!</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=172" />
		<updated>2009-03-16T16:53:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:53:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.172</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Fluitist Mark Alban Lotz, doorkneed in wereldmuziek in menige variant, heeft de multiculturele muziekwereld onder water ontdekt. Wat je daar kunt horen is bijzonder, exotisch als het snorrebottenslingeren van een Papua, Zwitsers jodelen in een knickerbocker of Inuït-strotzingen met je beste vriendin.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=172"><![CDATA[
                Fluitist Mark Alban Lotz, doorkneed in wereldmuziek in menige variant, heeft de multiculturele muziekwereld onder water ontdekt. Wat je daar kunt horen is bijzonder, exotisch als het snorrebottenslingeren van een Papua, Zwitsers jodelen in een knickerbocker of Inu&iuml;t-strotzingen met je beste vriendin.Zoals Bela Bart&oacute;k de Balkan introk op zoek naar basismateriaal voor zijn composities, en Ab Baars het indianenreservaat voor improvisatie-idee&euml;n, zo ging Mark Alban Lotz te water. Het is geen vissenmuziek meer die hij maakt, zomin als er echte balkan- of indianenmuziek klinkt bij Bart&oacute;k of Baars. In spankelende improvisaties zijn voor de onderwatervolkeren herkenbare verwijzingen te horen naar het wiegenlied van de kwal, de paringsdansmuziek van de meerkat, het zeepaardjesduet. Omdat een vis zijn oor ook wel eens te luisteren legt met land in zicht, zijn er sporen te horen van Aziatische melodie&euml;n, Afrikaanse swing en Caribische uitbundigheid. Dit album zal zowel zee- als landbewoners bekoren. Met toetsenman Albert van Veenendaal, cellist Lysander le Coultre, en percussie- en geluidenman Alan Purves maakte Lotz zijn sprankelendste cd tot nu toe.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Barbara Fortuna: In Santa Pace</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=171" />
		<updated>2009-05-16T22:10:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:51:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.171</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Krachtige stemmen uit volle borst, een beetje geknepen ook, indringend: Hij bloedt, de verlosser. Breder uitgesponnen nu, vol en meerstemmig, de melodie komt even tot rust: En je huilt niet, visserman. Eenstemmig nu met zijn vieren, afgebeten woorden: Hebt mededogen met ons, Heer, dan nogmaals in een langzamere beweging, met nadruk, miserere nostri.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=171"><![CDATA[
                <p>
Krachtige stemmen uit volle borst, een beetje geknepen ook, indringend: &lsquo;Hij bloedt, de verlosser.&rsquo; Breder uitgesponnen nu, vol en meerstemmig, de melodie komt even tot rust: &lsquo;En je huilt niet, visserman.&rsquo; Eenstemmig nu met zijn vieren, afgebeten woorden: &lsquo;Hebt mededogen met ons, Heer&rsquo;, dan nogmaals in een langzamere beweging, met nadruk, &lsquo;<em>miserere nostri&rsquo;.</em></p>Lange bourdontonen onder een sobere melodie, spaarzaam versierd: &lsquo;Dat de wonden van mijn god in mijn ziel gekerfd mogen staan.&rsquo; Op de melodie van het Jezus&rsquo; bloed en de ontbrekende tranen van de visserman: &lsquo;Huil, huil visserman, om het lijden van jouw Heer.&rsquo; Verder ook nog op deze Corsicaanse cd, naast een tweede lied in traditionele a cappella-zangstijl, liturgische teksten in een wat modernere, ook begeleidingsloze variant. En er klinkt lichtvoetiger werk met accordeon, viool, mandoline en contrabas, soms in een frivole driekwartsmaat. Allemaal cadeau, want min of meer overbodig na dat ene bloedstollende lied.
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Compasión: Salmuera</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=170" />
		<updated>2010-08-26T14:52:00+02:00</updated>
		<published>2009-03-16T16:48:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.170</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Sperziebonen, selderie, paddenstoelen, tomaten in salmuera, je kunt er van alles mee inmaken. Met knoflook-salmuera kun je vlees insmeren tijdens het braden. Uit sommige rivieren en meren kun je salmuera zo opscheppen, maar zelf maken uit drinkwater en een paar flinke schappen keukenzout kan ook.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=170"><![CDATA[
                <p>
Sperziebonen, selderie, paddenstoelen, tomaten in salmuera, je kunt er van alles mee inmaken. Met knoflook-salmuera kun je vlees insmeren tijdens het braden. Uit sommige rivieren en meren kun je salmuera zo opscheppen, maar zelf maken uit drinkwater en een paar flinke schappen keukenzout kan ook.</p><p>
Het is een simpele mix en je kunt er de lekkerste dingen mee doen, dat moet ongeveer de gedachte achter de naam van deze cd zijn. Zanger Carlos Denia Moreno en gitarist John Fillmore geven de muziek een hoog flamencogehalte van hoog niveau. Rietblazers Steven Kamperman en Paul Weiling geven ze alle ruimte, maar nemen de zaak soms ook voortvarend over. Niet alle solo&rsquo;s in deze flamencojazzmix zijn even hemelbestormend, maar prikkelende vondsten zijn er genoeg. Percussionist Antal Steixner mag niet onvermeld blijven: de juiste dwingende klappen en vlinderende accenten op de juiste momenten.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Tarhana</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=145" />
		<updated>2008-12-12T02:14:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:14:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.145</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Tarhana krijgt van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ de komende vier jaren subsidie. Tarhana combineert elementen uit de Anatolische muziekcultuur met hedendaagse vormen van jazz, pop en geïmproviseerde muziek, vat de muziekcommisie van het Fonds samen, een mix van Balkan- en Noord-Afrikaanse ritmes, waarin ook zigeuner- en sufi-muziek niet ontbreken en zowel etnische als moderne instrumenten worden gebruikt.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=145"><![CDATA[
                Tarhana krijgt van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ de komende vier jaren subsidie. &lsquo;Tarhana combineert elementen uit de Anatolische muziekcultuur met hedendaagse vormen van jazz, pop en ge&iuml;mproviseerde muziek&rsquo;, vat de muziekcommisie van het Fonds samen, &lsquo;een mix van Balkan- en Noord-Afrikaanse ritmes, waarin ook zigeuner- en sufi-muziek niet ontbreken en zowel etnische als moderne instrumenten worden gebruikt&rsquo;.<p>
Dat is inderdaad allemaal te horen op <em>Mundus</em>. Maar hoe pakt die combinatie uit? Sjahin During, bespeler van Afrikaanse en Anatolische percussie, leidt dit Nederlands-Roemeens-Duits-Turks bezette ensemble. Op deze plaat doen ook Theodosii Spassov, gerenommeerd bespeler van de kaval (fluit) uit Bulgarije, en drummer-zanger Mola Sylla uit Senegal mee. During en de zijnen hebben lustig geknipt, gepuzzeld en gecombineerd, het resultaat is een bonte lappendeken van stijlen, ritmes en instrumenten. Speelvaardigheid, inzet en plezier genoeg, nu nog de samenhang en noodzaak van het combineren, de overtuigingskracht van een solide eigen stijl. Daar gaat Tarhana de komende vier jaar ongetwijfeld hard aan werken.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Akim El Sikameya</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=144" />
		<updated>2008-12-12T02:24:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:11:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.144</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De een valt onmiddellijk voor Akim El Sikameya, een ander wankelt misschien even van verbijstering. Deze zanger-violist uit Oran in het zuiden van Algerije zingt hoog, heel hoog. Zijn stem is sterk maar niet erg vol en open, eerder doordringend en een tikje geknepen. Hij klinkt, oneerbiedig gezegd, een beetje Donald Duckerig.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=144"><![CDATA[
                De een valt onmiddellijk voor Akim El Sikameya, een ander wankelt misschien even van verbijstering. Deze zanger-violist uit Oran in het zuiden van Algerije zingt hoog, heel hoog. Zijn stem is sterk maar niet erg vol en open, eerder doordringend en een tikje geknepen. Hij klinkt, oneerbiedig gezegd, een beetje Donald Duckerig.<p>
Maar wie zich niet laat afschrikken komt ongetwijfeld onder de indruk van trefzekerheid en souplesse. En van El Sikameya&lsquo;s knappe, swingende vioolspel afgezet tegen luit, gitaar of accordeon, geaccentueerd met puntige blazersrifjes of getokkelde violen, subtiel of juist lekker vet ondersteund door bas en percussie. El Sikameya doet denken aan Cheb Mami in diens ballad-achtige nummers (<em>Alache Alache</em>, <em>Trab</em>), de mooiste liedjes die een ra&iuml;-zanger ooit zong. El Sikameya houdt die intensiteit een cd lang vol, ook in zijn snelle nummers. Mede dankzij een weelde aan vindingrijke arrangementen en een stel begaafde medemuzikanten (die, toch een enkel minpuntje, niet bij name worden genoemd).</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Acoustic Arabia</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=143" />
		<updated>2008-12-12T02:09:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:09:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.143</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Platenlabel Putumayo grossiert in verzamelaars met muziek van Tokio tot Kaapstad, van raï tot reggae. De muziekkeuze lijkt vooral gestuurd door veronderstelde toegankelijkheid, en wordt aan de man gebracht met herkenbare woorden als groove en lounge koffie (Cuba) en thee (Azië).</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=143"><![CDATA[
                Platenlabel Putumayo grossiert in verzamelaars met muziek van Tokio tot Kaapstad, van ra&iuml; tot reggae. De muziekkeuze lijkt vooral gestuurd door veronderstelde toegankelijkheid, en wordt aan de man gebracht met herkenbare woorden als <em>groove</em> en <em>lounge</em> koffie (Cuba) en thee (Azi&euml;).<p>
Dat neemt niet weg dat er afleveringen zijn met muziek die je zelf niet zo gemakkelijk bij elkaar sprokkelt. <em>Acoustic Arabia</em> is er zo een. De plaat bevat drie nummer uit het Midden-Oosten (Syri&euml;, Palestina en Libanon), twee uit Oost-Afrika (Soedan) en vier uit het Noord-Afrika (Marokko en Algerije). De Palestijnen bedienen zich van de flamencogitaar, de Libanezen combineren accordeon en Arabische luit, de Soedanezen omarmen (sinds lang) de saxofoon, de Syri&euml;rs combineren concertvleugel en viool met oosterse percussie en Syrische zang. Allemaal lekkere luisterliedjes; afgaande op het boek van Miriam Gazzah ook geknipt voor Nederlands-Marokkaanse jongeren op zoek naar niet-Marokkaanse, Arabisch getinte populaire muziek.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Live at the Nelson Mandela Theatre</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=142" />
		<updated>2009-05-26T17:59:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:06:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.142</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Soweto Gospel Choir is excited to be here this evening, opent een vlekkeloos articulerende stem het optreden in het Nelson Mandela Theatre in Johannesburg. Dit belooft een wonderfull spritual journey te worden. De muziektraditie is die van de Zuid-Afrikaanse kerken, verzekert de stem ons, maar de show is voor het grote podium.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=142"><![CDATA[
                &lsquo;<em>Soweto Gospel Choir is excited to be here this evening</em>&rsquo;, opent een vlekkeloos articulerende stem het optreden in het Nelson Mandela Theatre in Johannesburg. Dit belooft een &lsquo;<em>wonderfull spritual journey</em>&rsquo; te worden. De muziektraditie is die van de Zuid-Afrikaanse kerken, verzekert de stem ons, maar de show is voor het grote podium.<p>
Er klinken religieuze liederen in overvloed, afgewisseld met krakers als <em>One Love</em> van Bob Marley, Bob Dylans <em>I&rsquo;ll Remember You</em> en <em>Amazing Grace</em> (In Nederland begrafenisbegeleidingsmuziek nummer &eacute;&eacute;n in de versie van Mieke Telkamp). Blij, opgewekt en stuwend klinkt het vaak, solide stemmen in koor of vrij meanderend, al dan niet begeleid met weinig spectaculaire percussie en soms een poppy, recht-toe-recht-aan begeleidingsbandje. Deze African Spirit show is een mix van veel levensvreugde en een beetje droefenis, bijeengehouden door een onwrikbaar godsbesef. Aanstekelijk ongetwijfeld voor wie zo&rsquo;n hoog hallelujagehalte aan kan.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Zeven lijstjes en een prijs</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=141" />
		<updated>2008-12-12T02:02:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:02:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.141</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Waarom zou je de wereld op een overzichtelijke manier onderverdelen in genres, soorten en stijlen? Het is onbegonnen werk, nodeloos en blikvernauwend bovendien. Wij van Mixed doen er dan ook zo min mogelijk aan.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=141"><![CDATA[
                Waarom zou je de wereld op een overzichtelijke manier onderverdelen in genres, soorten en stijlen? Het is onbegonnen werk, nodeloos en blikvernauwend bovendien. Wij van Mixed doen er dan ook zo min mogelijk aan.<p>
Ons maakt het niet uit of de mooiste ballad ter wereld een liefdeslied in Swahili of een treurzang in Algerijns-Arabisch is. Het kan ons niet schelen of de gaafste orkestmuziek klinkt op het bordes van de kathedraal van Barcelona, of in de Moffou-club van Bamako. Een Indiase Brit, een Marokkaanse Nederlander, een Zimbabwaanse Amerikaan? <em>So what</em>, als de muziek maar deugt. 
</p>
<p>
Maar omdat niet iedereen van alles houdt, naar hetzelfde luistert, dezelfde gevoeligheden deelt, nu toch maar weer eens een paar overzichtjes gemaakt. Het einde van het jaar is een aangewezen lijstjesmoment. Uit een dikke zeventienhonderd uitgaven koos Mixed zeventig favoriete cd&rsquo;s, in plukjes van tien gerangschikt naar herkomst. Dat wil zeggen: ongeveer, want is het Corsicaanse A Filetta nu Europees, een crossover of allebei? En hoort Rima Khcheich niet bij Nederland nu ze zo vaak bij Yuri Honing zingt? Wij zijn er inmiddels uit, zie onze wereldomspannende toptiens. 
</p>
<p>
Minstens zo leuk voor u, onze lezer, is de Mixed Publieksprijs die u binnenkort gaat toekennen. Vijf in Nederland en vijf in Belgi&euml; opererende groepen zijn genomineerd en u bepaalt welk gezelschap een optreden verdient tijdens het Amsterdam World Festival in februari 2009. 
</p>
<p>
Mooi, klaar. Met zeven lijstjes en een prijs is er voorlopig weer genoeg geordend en geselecteerd. Er valt altijd meer af dan je lief is. Voor de rest van 2009 ruilen we de hokjesgeest weer in voor de onbevangen wijde blik.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Zweven als de Maasai</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=140" />
		<updated>2008-12-12T02:26:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T02:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.140</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Dit zal niet alleen ons leven veranderen, maar heel Kenia, juichte oma Sarah Hussein Obama toen haar kleinzoon Barack de Amerikaanse presidentsverkiezingen had gewonnen. De beelden van blije, dansende Kenianen die CNN vertoonde waren de feestelijkste van allemaal.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=140"><![CDATA[
                <p>
&lsquo;Dit zal niet alleen ons leven veranderen, maar heel Kenia&rsquo;, juichte oma Sarah Hussein Obama toen haar kleinzoon Barack de Amerikaanse presidentsverkiezingen had gewonnen. De beelden van blije, dansende Kenianen die CNN vertoonde waren de feestelijkste van allemaal.</p><p>
De geboortegrond van Obama&rsquo;s grootmoeder en vader had de Verenigde Stammen van Kenia kunnen heten, want het land van bijna veertig miljoen mensen omvat meer dan veertig etnische groepen. Zoals de Inu&iuml;t uit Alaska verschillen van de Mexicanen, zo verschillen de Kenianen rond het Turkanameer dat aan Ethiopi&euml; en Soedan grenst, van de zuiderlingen met uitzicht op de Kilimanjaro, vlak over de grens met Tanzania. De Bantu aan de oostkust leven en denken anders dan de Luo langs het Victoriameer. Sommige Kenianen vereren voorouders en natuurgoden (met rituele muziek en dans), anderen eren de god van de joden en christenen (met psalmen, hymnen en gospels) of die van de moslims (zonder muziek). Zoals overal ter wereld zijn mengelingen van geloven en muziekstijlen ook in Kenia meer regel dan uitzondering. 
</p>
<p>
De oude mevrouw Obama, ruim over de tachtig jaar nu, is een van de ongeveer vijf miljoen Luo. Zij woont in het dorp Nyangoma Kogelo in de provincie Nyanza. Volgens verslaggevers ter plaatse zei ze na de verkiezing van haar kleinzoon: &lsquo;Ik ben zo blij; ik zou kunnen sterven van blijdschap als Obama weer op het vliegveld aankomt.&rsquo; De rest van de familie vierde de overwinning met dans en zang: &lsquo;<em>Obama biro, yaw ne yo</em>&rsquo;, &lsquo;Obama komt eraan, maak de weg vrij.&rsquo; 
</p>
<p>
Daarbij klonk ongetwijfeld stevig getrommel, en ook de achtsnarige lier nyatiti waarbij je kunt zingen en dansen. Hier of daar in Luoland zal misschien nog de abu geblazen zijn, een manslange trompet met een grote kalebas aan het uiteinde. Oma zal genoten hebben, want toen zij nog een meisje was, hoorde ze niets anders dan traditionele muziek. De Luo zijn niet de enigen die nog lieren en citers bespelen, gebouwd van natuurlijke materialen als kalebas en hout, huid en darm. En in de kuststreek klinken nog fluiten van riet en bamboe, alsmede knerpende hobo&rsquo;s van Arabische origine. 
</p>
<p>
Maar veel Kenianen geven tegenwoordig de voorkeur aan populaire muziek op cassette of cd of, als het even kan, live gespeeld. Zeker in de steden Nairobi, Mombasa, Kisumu en Nakuru, waar elektrische bands vari&euml;ren op de pingelende Congo-gitaarstijl. Waar christelijk getinte pop van de Kikuyu-sprekende bevolkingsgroep (de grootste in Kenia) klinkt, Indiaas-Arabisch aandoende, in Swahili gezongen taarab of de overal in het land populaire dansbandmuziek benga. 
</p>
<p>
De Luo bedachten de benga-muziek. Rond 1970 was het veruit de populairste stijl in Kenia. Benga is stevige dansmuziek, een mix van traditionele Luo-ritmes met het snarengeluid van de nyatiti, ge&iuml;miteerd op de (elektrische) gitaar. Daniel Owino Misiani maakte met zijn band Shirati Jazz de benga beroemd in Kenia en ver daarbuiten. Minder uitgesproken Keniaanse, stevig Europees-Amerikaans ge&iuml;nspireerde mengvormen als Swahili rap en Swahili rumba zijn tegenwoordig erg geliefd. En natuurlijk de westerse popmuziek zelf, bij voorkeur r&amp;b en reggae. 
</p>
<p>
De bij Obama&rsquo;s victorie meest toepasselijke feestelijkheden zijn niet die van de Luo, maar die van de Maasai in het zuiden van het land. Bij fenomenaal gezongen meerstemmige muziek springen de mannen rechtstandig omhoog en bereiken daarbij een onwaarschijnlijke hoogte. Die hemelse zweefstand duurt natuurlijk kort; veel te snel komt de onvermijdelijke landing. Na de euforie volgt de alledaagse werkelijkheid, het vee hoeden of een wereldmacht op orde brengen. En dat lukt alleen met beide benen op de grond. 
</p>
<p>
<strong>kijken, lezen, luisteren</strong> <br />
<em>Kenya &amp; Tanzania: Witchcraft &amp; Ritual Music</em> (Elektra Nonesuch, 1975) <br />
<em>Luo Roots: Musical Currents from Western Kenya</em> (Globe Style, 1995) <br />
Henry Makobi: New memories, guitar music from Kenya (Music &amp; Words, 1993) <br />
Daniel Owino Misiani &amp; Shirati: <em>Jazz: Benga Blast!</em> (Earthworks, opnamen uit de jaren zeventig), <em>Club Oasis</em> (Equador Heritage Sounds, 2002) <br />
George Senoga-Zake: <em>Folk music of Kenya</em> (Uzima Press, Nairobi, 1986).</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Rappen en feesten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=139" />
		<updated>2008-12-12T01:56:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T01:52:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.139</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Muziek is een bruikbaar handvat om de medemens beter te leren kennen. Vroeger waren vooral verre volkeren het studieobject van antropologen of etnomusicologen, maar dicht bij huis werkt de methode ook, zo bewijst Miriam Gazzah. Zij stortte zich op de muzikale liefhebberijen van Nederlands-Marokkaanse jongeren.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=139"><![CDATA[
                <p>
Muziek is een bruikbaar handvat om de medemens beter te leren kennen. Vroeger waren vooral verre volkeren het studieobject van antropologen of etnomusicologen, maar dicht bij huis werkt de methode ook, zo bewijst Miriam Gazzah. Zij stortte zich op de muzikale liefhebberijen van Nederlands-Marokkaanse jongeren.</p><p>
&lsquo;Laat op de avond&rsquo;, vertelt de 29-jarige Ali aan de onderzoekster, &lsquo;luister ik graag naar Oum Kalsoum&rsquo;, de Egyptische diva van het lichtklassieke lied. &lsquo;Maar ik houd ook van ra&iuml;, Marokkaanse chaabi, religieuze liederen, gnawa en Nass el Ghiwan.&rsquo; En, als hij in de stemming is, van Cubaanse son. De 22-jarige Dounia luistert naar Egyptische en Saoedische muziek, Marokkaanse chaabi en r&amp;b. Fatima (27) noemt ra&iuml;zangers Cheb Mami en Khaled, zangeres Najat Aatabou en de Arabische zanger Amr Diab, maar ook soul en r&amp;b van Otis Redding, Tina Turner en Norah Jones. Naast, opnieuw, Marokkaanse chaabi. Amal (25) valt voor Bl&oslash;f en Jamaicaanse rap, de Amerikaanse rockband Goo Goo Dolls en koranrecitaties. 
</p>
<p>
Onlangs promoveerde antropologe Miriam Gazzah op een studie naar de sociale betekenis van muziek onder Nederlands-Marokkaanse jongeren. Zij gaat niet erg diep in op de muziek zelf, maar biedt wel een verrassend inkijkje in hun muzikale voorkeuren. Wat na 29 interviews en de nodige concert- en feestbezoekjes komt bovendrijven, is vooral chaabi (populaire muziek), ra&iuml; (vrijgevochten muziek van Algerijnse oorsprong), charki (populaire stijl uit het Midden-Oosten), r&amp;b en hiphop. Die muziek is te horen op megaconcerten met Marokkaanse en Arabische artiesten, tijdens danceparty&rsquo;s met dj&rsquo;s en soms een Nederlands-Marokkaanse chaabiband, op feesten voor alleen vrouwen, tijdens lounge-events en festivals. 
</p>
<p>
<strong>Chaabi tegenover rap en hiphop <br />
</strong>Daar ontmoeten jongeren elkaar, maar op Marokkaanse bruiloften genieten zij het meest van hun gezamenlijke Marokkaanse achtergrond. De feestmuziek daar is chaabi, een moeilijk te defini&euml;ren genre, schrijft Gazzah. Als kenmerkende elementen noemt zij het gebruik van Arabische en westerse instrumenten, de Marokkaans-Arabische en Berbertalen, en het ge&iuml;mproviseerde en feestelijke karakter. De beroemdste chaabimuzikanten: Najat Aatabou, Daoudi, Mustapha Bourgogne en Senhaji. <br />
Chaabi is om van te genieten; als Nederlands-Marokkaanse jongeren z&eacute;lf iets te melden hebben, bedienen zij zich vooral van hiphop en rap &ndash; op alledaags niveau beoefend door wie maar wil, op professioneel niveau aangevoerd door Ali B. Rappers stellen de negatieve beeldvorming over Marokkanen aan de kaak of snijden grote onderwerpen aan &ndash; de oorlog in Irak, de Isra&euml;lisch-Palestijnse kwestie &ndash; vaak in niet bepaald vrolijk stemmende bewoordingen. <br />
<strong><br />
</strong>Miriam Gazzah lijkt te suggereren dat die rebelse hiphopperij vanzelf overgaat als jongeren eenmaal in aanraking komen met de feestelijk nostalgische chaabidansmuziek van het bruiloftsfeest. Het hoe en waarom daarvan wordt echter niet duidelijk. Het onderzoek roept nog meer vragen op. Zo blijken de ondervraagden goeddeels hoogopgeleid (wo, hbo), spreken meestal geen Berbers maar wel Marokkaans-Arabisch en vari&euml;ren in leeftijd van 20 tot 36 jaar. Is deze groep wel representatief voor de Nederlands-Marokkaanse jeugd? Nederlands-Marokkaanse muzikanten die niet rappen komen in het boek nauwelijks voor, en de prachtige Marokkaans-Andalusische kunstmuziek met haar liefdespo&euml;zie al helemaal niet. 
</p>
<p>
Niettemin leert de lezer allerlei wetenswaardigs over Nederlands-Marokkaanse Nederlanders. De moraal: schat de woede, de weerbaarheid en het verzet van de rappers op hun waarde en bezoek eens een Marokkaanse bruiloft, voor de gezelligheid en de typisch Marokkaanse sfeer. 
</p>
<p>
<strong>boek</strong> <br />
Miriam Gazzah - <em>Rhythms and Rhymes of Life: Music and Identification Processes of Dutch-Moroccan Youth</em>, Amsterdam University Press, 2008.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Muziek uit de staatskas</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=138" />
		<updated>2008-12-12T00:09:00+02:00</updated>
		<published>2008-12-12T00:06:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.138</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Een structurele, meerjarige subsidie is voor sommige muziekorganisaties van levensbelang. Het betekent bijvoorbeeld geld voor de huur van een kantoor, een zakelijk leider, een administratief medewerker. Dat alles is niet nodig voor elk orkest of ensemble, voor iedere groep of band. Veruit de meeste muziek bedruipt zichzelf, als er voldoende publiek voor is. Maar een beschaafd land koestert ook kunst die kwetsbaar is. Zoals nieuwe, verrassende, experimentele muziek die niet zo gemakkelijk ingang vindt, waarvan niet iedereen meteen de kwaliteit, genialiteit of schoonheid herkent.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=138"><![CDATA[
                Een structurele, meerjarige subsidie is voor sommige muziekorganisaties van levensbelang. Het betekent bijvoorbeeld geld voor de huur van een kantoor, een zakelijk leider, een administratief medewerker. Dat alles is niet nodig voor elk orkest of ensemble, voor iedere groep of band. Veruit de meeste muziek bedruipt zichzelf, als er voldoende publiek voor is. Maar een beschaafd land koestert ook kunst die kwetsbaar is. Zoals nieuwe, verrassende, experimentele muziek die niet zo gemakkelijk ingang vindt, waarvan niet iedereen meteen de kwaliteit, genialiteit of schoonheid herkent.<p>
De Nederlandse overheid subsidieert de kunsten, ook de minder toegankelijke. Maar de verdeling van het geld is vanouds een heikele kwestie en de machinerie voor het toekennen van meerjarige subsidies dreigde vast te lopen. Politiek Den Haag was het subsidielobbycircus moe; politici en kamerleden willen zich vooral bezighouden met grote lijnen en beleid, niet langer met individuele instellingen. Daarom introduceerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) onder aanvoering van minister Ronald Plasterk een radicaal nieuwe structuur. Voor de muzieksector pakte die verrassend uit. 
</p>
<p>
In een open brief aan de minister beklaagt componist Klaas de Vries zich over &lsquo;het in &eacute;&eacute;n keer wegbezuinigen van zeventien ensembles die zich bezighouden met nieuwe muziek&rsquo;. Hij rept van stilstand, kaalslag en achteruitgang. Ensembleleider Reinbert de Leeuw, jazzgitarist Jan Kuiper en velen van hun collega&rsquo;s, ook uit de hoek van de wereldmuziek, uiten zich in soortgelijke bewoordingen. Het lijkt erop, is het algemene gevoelen, dat alle avontuurlijke, nieuwe muziek uit de vierjarenplannen is verdwenen. En dat raakt behalve de uitvoerders ook de bedenkers van muziek. Voorbarig, luidt de repliek, want er staan meer, beter op de praktijk toegesneden oplossingen op stapel. Al vragen die nog wel enig geduld. 
</p>
<p>
<strong>Landelijke basisinfrastructuur BIS <br />
</strong>Onder het motto &lsquo;meer voor minder&rsquo; ging het kunstenbestel op de schop. Onmisbaar geachte, voor Nederland representatieve kunstinstellingen hebben vrijstelling gekregen van de vierjaarlijkse subsidieaanvraagperikelen. Zij genieten nu een &lsquo;langjarig subsidieperspectief&rsquo;, net als acht cultuurfondsen die per kunstdiscipline subsidies te verdelen krijgen. Daarnaast krijgt een overzichtelijk aantal belangwekkende uitvoerders en organisaties vierjarige ondersteuning van het ministerie van OCW, na advies van de Raad voor Cultuur. 
</p>
<p>
Genoemde instellingen vormen samen de landelijke basisinfrastructuur (BIS), die onder directe verantwoordelijkheid valt van het ministerie van OCW. Andere belangstellenden voor een vierjarige ondersteuning kunnen niet, zoals voorheen, terecht bij OCW, maar moeten een aanvraag indienen bij een van de cultuurfondsen. Het betreffende fonds behandelt de verzoeken en beslist erover, minister en parlement bemoeien zich daar niet mee. 
</p>
<p>
De BIS ziet er voor de podiumkunsten theater en dans zo gek nog niet uit. Maar muziek telt aan uitvoerders slechts tien symfonieorkesten en twee operagezelschappen. Daarnaast enkele productiehuizen, twee postacademische instellingen, en de festivals Holland Festival, Music Meeting en Noorderslag. De rest van de Nederlandse muziekwereld is voor subsidies uit de staatskas aangewezen op het nieuwe Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (NFPK+). 
</p>
<p>
<strong>NFPK+ <br />
</strong>Het NFPK+ is een samenvoeging van de voormalige fondsen voor de podia (FPPM; Fonds voor Podiumprogrammering en Marketing) en de uitvoerders (FAPK; Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten). Aan deze combinatie werd bovendien het Fonds voor de Scheppende Toonkunst (FST) toegevoegd; daaraan herinnert het plusje in de nieuwe naam. 
</p>
<p>
Het aanvragen van vierjarige subsidies bij het NFPK+ staat alle orkesten, ensembles, groepen en bands vrij, behalve als zij deel uitmaken van de basisinfrastructuur. Toch komen pop- en rockbands vrijwel nooit voor in de lijstjes. Arjen Davidse, hoofd afdeling Pop van Muziek Centrum Nederland, legt uit dat vierjarige subsidies helemaal niet geschikt zijn voor het popcircuit. &ldquo;Bands maken geen plannen vier jaar vooruit, zo lang bestaan ze vaak niet eens&rdquo;, zegt hij. &ldquo;En pop is vooral op Hilversum gericht; jazz, klassiek en nieuwe muziek meer op Den Haag.&rdquo; Met andere woorden, popmuzikanten proberen hun geld te verdienen aan radio, televisie en muziekindustrie: &ldquo;Popbands zijn kleine onderneminkjes die hun eigen broek proberen op te houden.&rdquo; 
</p>
<p>
Dat betekent niet dat er geen geld uit Den Haag naar het popcircuit zou gaan. Popfestival Noorderslag zit in de basisinfrastructuur, evenals de productiehuizen Paradiso-Melkweg en Muziekwerkplaats Brabant. Amsterdam Dance Event (elektronische en dancemuziek) krijgt een vierjarige subsidie van het NFPK+. Verder is er de NFPK+-regeling Nederlands Popmuziek Plan: podia en festivals kiezen zelf de bands die ze laten optreden, het fonds dekt een eventueel tekort. Zo kunnen podia avontuurlijk programmeren zonder veel risico te lopen. &ldquo;Een perfecte regeling&rdquo;, vindt Davidse. &ldquo;Mooi toegesneden op de popmuziekpraktijk.&rdquo; 
</p>
<p>
<strong>Vierjarige subsidies <br />
</strong>Spelers van nieuwe, ge&iuml;mproviseerde en wereldmuziek deden wel in groten getale een gooi naar een vierjarensubsidie voor de periode 2009-2012. Diep was de teleurstelling toen eind augustus de besluiten van het NFPK+ bekend werden: er prijkten dramatische scores op de besluitenlijst. Van de 113 aanvragers bij de afdeling Muziek kregen er slechts 37 een toewijzing, daaronder 11 nieuwkomers. Van de voorheen vierjarig gesubsidieerde (vooral) groepen en (enkele) organisaties vielen er 44 af, 26 bleven er over. Van de 55 nieuwe aanvragers werden er 11 beloond. Zo bracht het NFPK+ het aantal vierjarige subsidies terug van 58 naar 37, tegemoetkomend aan de opdracht: meer (geld) voor minder (groepen).
</p>
<p>
Onder de afvallers zijn gerenommeerde ensembles als De Volharding, het experimentele Axyz Ensemble en dito TryTone festival. Het Mondriaan Kwartet verdwijnt, Asko|Sch&ouml;nberg en het Nederlands Kamerkoor worden flink gekort. Zo vielen er gevoelige klappen in de eigentijdse gecomponeerde en ge&iuml;mproviseerde muziek. Wereldmuziek verdween zo&rsquo;n beetje van de lijst. Gedupeerden verwijten de commissie een gebrek aan artistieke visie en kennis van zaken. Zij vinden dat het fonds meer afbreekt dat het opbouwt, kapot maakt wat bloeide. 
</p>
<p>
De 37 gelukkigen worden ruimer dan voorheen bedeeld, dat is winst. Maar &ldquo;het NFPK+ is zich ervan bewust&rdquo;, meldt directeur George Lawson in zijn toelichting, &ldquo;dat de optelsom van die individuele beslissingen ingrijpende gevolgen heeft voor wereldmuziek, gecomponeerde muziek, jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek.&rdquo; De structurele subsidies waren te zeer versnipperd, benadrukken Lawson en muzieksecretaris Henri&euml;tte Post. Post: &ldquo;Er is beoordeeld op kwaliteit en, als dat oordeel positief was, onder meer op bedrijfsvoering. In veel aanvragen ontbrak een overtuigende artistieke meerjarenvisie. Sommige instellingen zijn wel degelijk excellent, maar passen niet in een vierjarenstructuur.&rdquo; 
</p>
<p>
Om voor meer ensembles een projectmatige werkwijze mogelijk te maken is het budget voor de betreffende regelingen verhoogd. Ook voor podia is meer geld beschikbaar in de zogeheten afnameregeling. Post: &ldquo;Podia zijn natuurlijk voor alle muziek van levensbelang, en voor de ontwikkeling van jazz, ge&iuml;mproviseerde muziek en wereldmuziek onontbeerlijk.&rdquo; Fondsdirecteur Lawson heeft zijn adviescommissie Muziek bovendien verzocht aanvullende maatregelen voor te stellen om &lsquo;de vitaliteit&rsquo; van deze delen van de muzieksector &lsquo;ook voor de toekomst te garanderen&rsquo;. 
</p>
<p>
<strong>Aanvullend advies <br />
</strong>Het door Lawson gevraagde nader advies verscheen op 1 november. De tweejaarlijkse Matthijs Vermeulen Prijs voor componisten wordt heringevoerd, er komen stimuleringssubsidies voor talentvolle artistiek leiders. Podia, festivals en ensembles mogen geld aanvragen voor een <em>composer in residence</em>, &ldquo;een avontuurlijk iemand die pakweg een jaar lang een ensemble of podium, in welk genre dan ook, een gezicht geeft&rdquo;. Verder is er sprake van bonussen bij &lsquo;eerlijke afspraken&rsquo; tussen podia en ensembles. Muzieksecretaris Henri&euml;tte Post licht toe: &ldquo;De maatregelen zijn bedoeld ter verbetering van de positie van de wereldmuziek, jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek, en de hedendaagse gecomponeerde muziek, en sluiten bovendien goed aan bij de bestaande productie- en afnamesubsidies.&rdquo; Er komen bonussen. &ldquo;Premies bovenop eventueel al toegekende subsidies voor zowel ensembles als podia, om de broodnodige dialoog tussen die beide partijen een forse impuls te geven.&rdquo; 
</p>
<p>
Dan zorgenkindje wereldmuziek. &ldquo;Dat is een jonge en heterogene sector&rdquo;, zegt Post. &ldquo;Het ontbreekt er aan vertegenwoordigers en belangenbehartigers, aan structuur. Niemand weet precies wat er allemaal omgaat. Wat is de rol en de betekenis van wereldmuziek in Nederland, wat is de economische omvang ervan? Een onderzoek dat deze sector in kaart brengt is zeker geen overbodige luxe.&rdquo; Op initiatief van World Music Forum NL, dat zich als een soort brancheorganisatie opwerpt, en in samenspraak met Muziek Centrum Nederland, het nieuwe sectorinstituut voor alle muziek in Nederland, zullen de onderzoeksvragen worden vastgesteld. Het fonds zal een belangrijk deel van dit onderzoek bekostigen. 
</p>
<p>
Het NFPK+ rept van &lsquo;een duurzame impuls aan de dialoog tussen podia, programmeurs en producerende instellingen&rsquo; en &lsquo;een betere kruisbestuiving tussen vraag en aanbod&rsquo;. Deze aanvullende maatregelen zijn een eerste tegemoetkoming aan de diepe grieven van de muziekwereld. Hoe serieus het NFPK+ de kritiek werkelijk neemt, zal blijken uit de toekenning van tweejarige subsidies. Dat betekent voor de instellingen en ensembles toch weer een paar maanden nagelbijten. 
</p>
<p>
<strong>Tweejarige subsidies <br />
</strong>De tweejarige subsidie is een nieuw fenomeen. Ook de subsidies voor eenmalige projecten (projectsubsidies) blijven bestaan, maar als een instelling de samenhang tussen meerdere projecten overtuigend aantoont, kan het NFPK+ overwegen geld voor twee jaren toe te kennen. Onder de aanvragers zijn heel wat afvallers uit de vierjarenrace. Opnieuw zullen meer aanvragers gezamenlijk meer geld aanvragen dan het fonds te besteden heeft; opnieuw zal het NFPK+ het meer-voor-minderprincipe hanteren. Het kan niet anders of er zullen opnieuw veel afvallers zijn. 
</p>
<p>
Dezelfde commissie die de vierjarenaanvragen beoordeelde zal zich, tot ergernis van de afgewezen aanvragers, nu over de tweejarenaanvragen buigen. Post: &ldquo;Dat klopt niet helemaal. Alle commissies, ook die in de andere disciplines, worden samengesteld uit een <em>pool</em> van adviseurs. In iedere volgende ronde telt de muziekcommissie tenminste twee andere leden. En aan deskundigheid ontbreekt het de commissie zeker niet, vooraf is over de samenstelling ook nooit gemopperd.&rdquo; De aanvragen moesten op 1 december zijn ingediend, de uitslagen zijn te verwachten rond 1 maart. 
</p>
<p>
<strong>Afdeling compositie <br />
</strong>Inmiddels konden componisten uit alle geledingen terecht bij het NFPK+, afdeling Compositie, voor een stipendium, compositieopdracht of werkbeurs. In de nieuwe constellatie verandert er voorlopig weinig aan de aanvraagmogelijkheden en procedures vergeleken met die van het vroegere Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Toch maken de scheppende toonkunstenaars zich zorgen over dreigend formalisme, bureaucratie en regelzucht, terwijl het NFPK+ juist benadrukt dat er nu een veel gestroomlijnder aansluiting mogelijk is met de muziekpraktijk. 
</p>
<p>
Componist Ron Ford is secretaris en daarmee aanvoerder van de afdeling Compositie. Al zijn adviescommissieleden zijn, net als in alle NFPK+-commissies, externe, niet aan het fonds gebonden deskundigen. &ldquo;De commissies beoordelen aanvragen op de te verwachten kwaliteit en originaliteit van de muziek&rdquo;, zegt Ford. &ldquo;Het gaat in eerste instantie om de noten, maar we houden ook rekening met de uitvoeringskansen. Een van de pluspunten van de nieuwe structuur is juist het contact met de andere afdelingen, Muziek, Muziektheater en Dans.&rdquo; De secretarissen houden elkaar zoveel mogelijk op de hoogte van hun bevindingen, &ldquo;maar er zijn momenten waarop een commissie een autonome beslissing neemt.&rdquo; 
</p>
<p>
<strong>Afwachten <br />
</strong>Het wachten is nu eerst op de uitslagen van bezwaarschriften naar aanleiding van de beslissingen van het NFPK+ over de vierjarensubsidies. De afdeling Muziek ontving er 27, een derde van de 76 afgewezen aanvragers. De bewaren kunnen alleen betrekking hebben op formele, procedurele kwesties; uitslag begin januari. De volgende inhoudelijke toets, de beoordeling van de aanvragen voor tweejarige subsidies, vindt in de komende maanden plaats. Omstreeks 1 maart 2009 zal blijken of op het nieuwe fundament dat de minister voor de muziek heeft gelegd een solide, evenwichtig en voor alle gezindten bewoonbaar bouwwerk is verrezen. 
</p>
<p>
___________________________________________________________ 
</p>
<p>
<strong>bedragen (muziek-) subsidies 2009 <br />
</strong>bij benadering, per jaar &ndash; stand 24 oktober 2008 
</p>
<p>
<em>basisinfrastructuur (BIS) (bron: subsidieplan OCW)</em> <br />
BIS totaal &euro; 530.000.000 <br />
- cultuurfondsen &euro; 150.000.000 <br />
- NFPK+  &euro; 58.800.000 <br />
- muziek in BIS totaal &euro; 163.000.000 <br />
- symfonieorkesten (ex Kanjersubsidie KCO) &euro; 60.000.000 <br />
- operagezelschappen &euro; 32.000.000 
</p>
<p>
<em>muzieksubsidies NFPK+ (bron: NFPK+)</em> <br />
muzieksubsidies totaal &euro; 17.887.000 <br />
- vierjarige subsidies &euro; 10.020.000 <br />
- tweejarige projectsubsidies &euro; 1.232.600 <br />
- projectsubsidies &euro; 632.600 <br />
- afnameregeling (podiumprogr. en marketing) &euro; 1.493.300 <br />
- Nederlands Popmuziek Plan &euro; 850.000 <br />
- reprises &euro; 52.000 <br />
- presentatie buitenland &euro; 306.000 <br />
- beurzen &euro; 250.000 <br />
- regeling kleinschalige podia &euro; 650.000 <br />
- instrumentarium Nader Advies &euro; 500.000 <br />
- compositie &euro; 1.900.000 <br />
___________________________________________________________</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een gewillig oor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=133" />
		<updated>2008-11-07T13:01:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-23T00:44:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.133</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Een melodie, ook in India, is opgebouwd uit klanken van verschillende toonhoogten. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar welke reeksen, welke series tonen uit de oneindige hoeveelheid mogelijkheden zijn geschikt om er melodieën mee te bouwen? Zijn dat volgens iedereen altijd en overal dezelfde? En heeft het gebruik van verschillende toonreeksen gevolgen voor de zeggingkracht, de gevoelswaarde of de betekenis van een melodie? In ontwikkelde muziekculturen formuleerden wetenschappers en musici daar ingenieuze, zowel eeuwenoude als moderne theorieën over. Om te beginnen over de keuze en ordening van tonen in toonladders.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=133"><![CDATA[
                Een melodie, ook in India, is opgebouwd uit klanken van verschillende toonhoogten. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar welke reeksen, welke series tonen uit de oneindige hoeveelheid mogelijkheden zijn geschikt om er melodie&euml;n mee te bouwen? Zijn dat volgens iedereen altijd en overal dezelfde? En heeft het gebruik van verschillende toonreeksen gevolgen voor de zeggingkracht, de gevoelswaarde of de betekenis van een melodie? In ontwikkelde muziekculturen formuleerden wetenschappers en musici daar ingenieuze, zowel eeuwenoude als moderne theorie&euml;n over. Om te beginnen over de keuze en ordening van tonen in toonladders.<p>
Toonladders van Chinezen, Indi&euml;rs en westerlingen zijn gebaseerd op een verdeling van het octaaf in twaalf gelijke stapjes &ndash; de steeds herhaalde serie van twaalf afwisselend witte en zwarte toetsen op een piano. Een selectie daaruit (bijvoorbeeld alleen de witte toetsen) vormt een toonladder, die heeft gewoonlijk een naam. In westerse klassieke muziek hebben er twee de overhand: mineur en majeur, elk met zeven tonen. In Chinese muziek is een handvol toonladders van vijf tonen de norm. In India heeft een musicus of componist de keuze uit tientallen toonladders, in een muziekstuk gebruikt hij of zij van begin tot einde precies die ene reeks. Een toonreeks heet in India raga. 
</p>
<p>
Maar het begrip raga omvat veel meer. Om te beginnen kan de toonreeks in stijgende richting andere tonen bevatten dan in dalende richting. Het kan zijn dat de musicus als hij van laag naar hoog gaat een toon moet overslaan, en in dalende richting niet &ndash; of een andere. Er bestaan allerlei min of meer vastgelegde patronen waarmee een musicus zijn melodie&euml;n kan versieren en verfraaien, sommige daarvan zijn meer geschikt voor de ene raga, andere voor een andere. Zo heeft iedere raga zijn eigen karakter, persoonlijkheid zelfs &ndash; de namen van raga&rsquo;s worden met een hoofdletter geschreven. Het is aan de musicus z&oacute; met de mogelijkheden en beperkingen te spelen, dat er een prachtig muziekstuk ontstaat. 
</p>
<p>
In Noord-India (Hindoestaanse muziektraditie) en Zuid-India (Karnatische muziektraditie) is het principe van het ragasysteem hetzelfde, maar de raga&rsquo;s verschillen of hebben andere namen. In Noord-India is een raga bovendien verbonden met het tijdstip waarop hij behoort te klinken (ochtend, avond, nacht), of met een seizoen. Voor menig musicus is het ondenkbaar bij zonsopgang een nachtraga te spelen (of het moet om te oefenen zijn). Toch is het onmogelijk om uit het kale toonmateriaal van een raga af te leiden voor welk moment van de dag hij geschikt is. De behandeling ervan, de regels eromheen maken dat ochtendraga&rsquo;s hupser, springeriger en vrolijker klinken dan nachtraga&rsquo;s. Het gaat om het treffen van de juiste sfeer, die van een klimmende warmrode zon of van een bleekwit glinsterende maan. 
</p>
<p>
Musici spreken van het leren doorgronden van een raga, de groten onder hen besteden er hun hele leven aan. Dan gaat het natuurlijk niet om de toonladder, die zit er na een weekje wel in. Het gaat om het vinden van de perfecte combinatie van klanken en regels, techniek en bezieling. Hoe beter dat lukt, hoe mooier de muziek. En het allermooiste is dat een luisteraar niet over al die kunde en kennis hoeft te beschikken om van die kwaliteit en schoonheid te kunnen genieten. Een gewillig oor volstaat.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>De taal van God</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=132" />
		<updated>2008-11-07T13:01:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-23T00:40:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.132</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">In de huiskamer van een bescheiden portiekwoning in het Rotterdamse Kralingen, bovenste verdieping, zit in een gemakkelijke fauteuil de beroemdste fluitist van India, Hariprasad Chaurasia. De maestro heeft een paar straten verderop zelf een pied à terre, daar woont hij in de maanden dat hij les geeft aan het Rotterdams Conservatorium. De rest van het jaar woont hij in India, of hij reist de wereld rond voor concerten. Dit is het huis van de Indiase vrouw die voor hem zorgt als hij in Nederland is. Het ruikt er naar bloemen en zij schenkt zwarte thee.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=132"><![CDATA[
                In de huiskamer van een bescheiden portiekwoning in het Rotterdamse Kralingen, bovenste verdieping, zit in een gemakkelijke fauteuil de beroemdste fluitist van India, Hariprasad Chaurasia. De maestro heeft een paar straten verderop zelf een pied &agrave; terre, daar woont hij in de maanden dat hij les geeft aan het Rotterdams Conservatorium. De rest van het jaar woont hij in India, of hij reist de wereld rond voor concerten. Dit is het huis van de Indiase vrouw die voor hem zorgt als hij in Nederland is. Het ruikt er naar bloemen en zij schenkt zwarte thee.<p>
Het is laat in de middag, de tijd (als er gemusiceerd zou moeten worden) voor raga multani, of patdip misschien. &lsquo;Een raga hoort bij een bepaalde tijd van de dag&rsquo;, legt Chaurasia uit, &lsquo;iedere raga heeft zijn eigen karakteristieke gevoelswaarde. Als je bijvoorbeeld &lsquo;s morgens de zon ziet opkomen denk je niet aan moord en doodslag, aan van het balkon afspringen. Je mijmert over je leraar, je ouders, over God. Daarom klinkt een ochtendraga als een gebed.&rsquo; 
</p>
<p>
In Chaurasia&rsquo;s geval zou de leraar aan wie hij denkt ongetwijfeld Annapurna Devi zijn, bij haar gaat hij nog altijd te rade. Zijn moeder overleed toen hij vijf was, vader was worstelkampioen, streng, en wilde dat Hariprasad in zijn voetsporen zou treden &ndash; aanleiding genoeg voor overpeinzingen. En wat de goden betreft, in zijn jeugd genoot Chaurasia de bescherming van twee van hen: aapgod Hanuman (van de worstelaars) en heer Krishna (van de musici). Sinds lang dient hij er nog maar een. 
</p>
<p>
<strong>verdieping <br />
</strong>&lsquo;Ik wil de schoonheid van muziek tot uiting brengen en die, als het even kan, overbrengen op mijn luisteraars&rsquo;, zegt Chaurasia. &lsquo;Wat er in hun hoofden omgaat weet ik natuurlijk niet. De een ervaart schoonheid door te mediteren op de tonen van een zorgvuldig opgebouwde alap. Een ander veert juist op als de tabla het ritme inzet. Maar sterke, goede, mooie muziek herkent iedereen, of hij nu een Noor, een Chileen of een Hollander is. Waar het hem in zit? Dat is niet te zeggen. Waarin schuilt de schoonheid van een bloementuin? In het wit? Het groen? Het roze? Of in de manier waarop hij is aangelegd? Iedere kijker, iedere luisteraar bepaalt dat zelf, maar de schoonheid van een mooie tuin of prachtige muziek, die herkent iedereen.&rsquo; 
</p>
<p>
Hariprasad Chaurasia zong al raga&rsquo;s toen hij twaalf was, vanaf zijn vijftiende volgde hij zangles bij Raja Ram in Benares. Maar toen hij op de radio fluitmuziek hoorde wist hij het zeker: de bamboefluit bansuri wilde hij bespelen. Chaurasia stopte met zingen en nam les bij Pandit Bholanath. Een enkele keer mocht hij voor de radio in het nabijgelegen Allahabad een kort stukje spelen. Dat leverde hem in 1957 een aanbod op van All India Radio in Cuttack, bijna tweeduizend kilometer verderop. &lsquo;Daar had ik het jaar daarop mijn eerste podiumoptredens&rsquo;, herinnert hij zich. `Ik kreeg uitnodigingen voor feesten en bruiloften, na twee jaar had ik het daar zo druk mee dat ik nauwelijks meer tijd had om naar de radiostudio te gaan.&rsquo; Voor straf werd hij in 1961 overgeplaatst naar het Bombay, om drie maanden later alsnog te worden ontslagen. 
</p>
<p>
&lsquo;Filmmuziek redde mij het leven.&rsquo; Filmmuziek is de amusementsmuziek van India en in de muziekindustrie verdienen talloze componisten en musici van naam hun brood. Het ging Hariprasad Chaurasia voor de wind in het bruisende Bombay, maar hij wilde graag zijn spel verbeteren en vooral zijn begrip van de kunsttraditie verdiepen. Hij meldde zich bij sarod-speler Alauddin Khan (1862-1972), de vader van de wereldberoemde Ali Akhbar Khan en de schoonvader van Ravi Shankar. `Als je muziek wilt studeren kom dan bij mij, of ga naar mijn dochter Annapurna&rsquo;, adviseerde de oude meester hem. 
</p>
<p>
<strong>levenslang leren <br />
</strong>Chaurasia koos voor de dochter. `Waarom komt u bij mij?&rsquo;, vroeg Annapurna Devi hem, &lsquo;u speelt goed, u bent een professioneel musicus en ik kan u niets leren.&rsquo; Pas na jarenlang aandringen gaf zij toe. &lsquo;Ik zie &eacute;&eacute;n mogelijkheid. U moet helemaal opnieuw beginnen: draai uw fluit om en speel vanaf nu linkshandig.' De fluitist aarzelde maar deed het. `Het kostte me twee jaar voor ik weer kon spelen, maar het was de belangrijkste beslissing van mijn leven.&rsquo; 
</p>
<p>
Sindsdien maakte Chaurasia zijn opwachting op alle grote festivals in India, in de Verenigde Staten, in het Bolshoi Theater in Moskou, in vrijwel alle hoofdsteden van Europa en in Paleis Noordeinde in Den Haag. Behalve filmmuziek en raga&rsquo;s speelde hij jazz met John McLaughlin en Jan Garbarek (1986), en hij is een bewonderaar van Beethoven en Bach. &lsquo;Muziek is muziek. Als ze bedacht is en wordt gespeeld door geniale mensen dan luister ik er graag naar, dan werk ik graag met allerlei musici samen.&rsquo; 
</p>
<p>
&lsquo;Ik vind trouwens dat een topmusicus behalve een groot kenner van muziek en een excellent uitvoerder ook een goede leraar behoort te zijn. Maar dat is het moeilijkste van het vak.&rsquo; Chaurasia heeft recht van spreken, sinds eind jaren tachtig doceert hij aan het Rotterdams Conservatorium waar hij bovendien hoofd is van de afdeling Wereldmuziek. In India heeft hij een ashram opgezet, een kleine campus waar acht studenten lessen, kost en inwoning krijgen. Nog eens tientallen studenten uit de omgeving en uit verre buitenlanden volgen er lessen. Alles gratis, &lsquo;de vorderingen van de studenten zijn mijn beloning&rsquo;. 
</p>
<p>
Ook de leraar zelf blijft leren, als het even kan bezoekt hij zijn lerares Annapurna Devi die inmiddels 82 is, en volgens Chaurasia zeker honderd wordt. Dan zingt zij hem voor. &lsquo;Muziek is de taal van God, je kunt er een heel leven op studeren en dan weet je nog niets. Maar Annapurna beheerst die taal.&rsquo; 
</p>
<p>
Peter van Amstel</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Gewaagd experiment op Nederlands verzoek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=119" />
		<updated>2010-08-26T14:54:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:30:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.119</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Met een Noors-Malinees-Indiase sax-zang-percussieontmoeting à limproviste komt het wel goed als Jan Garbarek, Oumou Sangaré en Trilok Gurtu de gangmakers zijn. Op verzoek van Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven nodigde Gurtu de anderen uit. De Indiase percussionist draait al decennialang mee aan de top en is van alle markten thuis; de zang van Sangaré is stevig verankerd in Mali. Maar wat is het wereldmuziekgehalte van een introverte Noorse rietblazer?</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=119"><![CDATA[
                <p>
Met een Noors-Malinees-Indiase sax-zang-percussieontmoeting <em>&agrave; l&rsquo;improviste</em> komt het wel goed als Jan Garbarek, Oumou Sangar&eacute; en Trilok Gurtu de gangmakers zijn. Op verzoek van Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven nodigde Gurtu de anderen uit. De Indiase percussionist draait al decennialang mee aan de top en is van alle markten thuis; de zang van Sangar&eacute; is stevig verankerd in Mali. Maar wat is het wereldmuziekgehalte van een introverte Noorse rietblazer?</p><p>
&lsquo;<em>Speaking</em>, klinkt het opgewekt aan de andere kant van de lijn, op de vraag of dat Jan Garbarek in Oslo is. De wereldberoemde Noorse specialist in glasheldere melodie&euml;n, lange tonen en indringende klanken is een man van introspectie. &lsquo;Ik haal mijn inspiratie uit alles wat ik in mijn leven heb ervaren en zoek naar de kern van mijn individualiteit. Ik ben dus vooral ge&iuml;nteresseerd in mijzelf &ndash; net als de rest van de wereldbevolking.&rsquo; 
</p>
<p>
Garbarek vertelt graag over zijn ervaringen, op verzoek vooral die met niet-westerse en volksmuziek. &lsquo;Toen ik klein was&rsquo;, herinnert hij zich, &lsquo;was er op de radio nog volop Noorse volksmuziek te horen. Veel zang, dansmuziek, hardanger fele en flatfele.&rsquo; Maar het waren niet de Noorse fiddlers die hem aan het spelen zetten; saxofonist John Coltrane, ook vaak op de radio, kreeg hem te pakken. Vanaf 1961 &ndash; Garbarek was toen veertien &ndash; wilde hij spelen zoals Coltrane. Hij leerde het zichzelf. <br />
&lsquo;In de hoesteksten van Coltrane&rsquo;s platen las ik over zijn belangstelling voor Indiase en Afrikaanse muziek. Die Indi&euml;rs wilde ik zelf ook wel eens horen.&rsquo; Dat gebeurde in 1963, toen de Indiase ambassade in Oslo een concert met sitarspeler Ravi Shankar organiseerde. &lsquo;Hij trad op in een zaal met 800 stoelen, voor 25 man ambassadepersoneel en mij&rsquo;, vertelt Garbarek. &lsquo;Het was een <em>mind blowing experience</em>. Een solist die improviseert op &eacute;&eacute;n enkele toonschaal, geen akkoordenbegeleiding, geen tegenstemmen. Maar alle nuances zaten erin, en ook de emotie. Het was een complete muzikale ervaring.&rsquo; <br />
Pas een paar jaar later deelde Garbarek zelf het podium met een Indiase sitarspeler die toevallig Oslo aandeed. &lsquo;Ik speelde een paar chromatische tonen, maar dat was niet de bedoeling. Die pasten immers niet in de raga. Free jazz was toen mijn ding; voor mij was een raga gewoon een toonladder. Er zijn ook melodische regels en zo, maar daar weet ik niet veel van.&rsquo; 
</p>
<p>
<strong>Jazzrock </strong><br />
Toen Oumou Sangar&eacute; uit Bamako in 1973 met de prille stem van een meisje van vijf haar eerste zangwedstrijd won, had Garbarek al een hele ontwikkeling achter de rug: van Coltrane&rsquo;s modale, spirituele, soms oosters getinte muziek naar hoekige, dissonante avant-gardejazz en weer terug. <br />
Intussen had Trilok Gurtu uit Bombay zijn muzikale mogelijkheden verruimd door een drumstel aan zijn Indiase trommels en percussie-instrumenten toe te voegen &#8210; al bleef hij, zoals het een tablaspeler betaamt, zittend op de grond spelen. Jazz fascineerde hem al jaren. Favoriete muzikant: Coltrane. Hij meldde zich bij trompettist Don Cherry, die kort daarvoor Jan Garbarek had verleid tot samenspelen met een Noorse volkszangeres. Cherry was wereldmuziekliefhebber <em>avant la lettre,</em> woonde tijdelijk in Zweden en bespeelde tijdens zijn optredens &ndash; toeval bestaat niet &ndash; de ngoni, een Afrikaanse luit uit de streek waar Oumou Sangar&eacute; opgroeide. <br />
Ook in 1973, voorwaar een magisch jaar, richtten gitarist John McLaughlin en de Indiase violist Lakshminarayana Shankar het legendarische Mahavishnu Orchestra op. In het kielzog van die band en het kort daarna gevormde Shakti, ontmoetten alle supersterren van de India-jazzrockbeweging elkaar: McLaughlin en L. Shankar, tablaspeler Zakir Hussain en fluitist Hariprasad Chaurasia, Gurtu en Garbarek. Garbarek: &lsquo;Ik kwam L. Shankar en Trilok in Oslo tegen toen zij opnamen kwamen maken voor mijn label, ECM.&rsquo; Met Shankar nam hij in 1983 het album <em>Vision</em> op, in 1987 maakte hij met McLaughlin, Zakir Hussain en Chaurasia de lp <em>Making Music</em>, met Gurtu in 1990 <em>Living Magic</em>. 
</p>
<p>
<strong>Afrika </strong><br />
In laatstgenoemde jaar tourde Oumou Sangar&eacute; voor het eerst door Europa met de percussiegroep Djoliba. Aan haar beroemde landgenoot Ali Farka Tour&eacute; dankte zij een platencontract bij World Circuit en het duurde niet lang of ze was zelf ook beroemd. Trilok Gurtu, altijd al ernstig ge&iuml;nteresseerd in Afrikaanse muziek, raakte onder de indruk. In 2000 maakte hij met vier topzangeressen, onder wie Sangar&eacute;, het album <em>African Fantasy</em>. Voor Garbarek was Afrika voorlopig onbekend terrein. &lsquo;Ik heb nooit veel Afrikaanse musici ontmoet en ging ook niet naar ze op zoek. Zo werk ik nu eenmaal, als een kind dat speelt met de bal die op hem af rolt.&rsquo; <br />
De afgelopen dertig jaar speelden Garbarek en Gurtu vaak samen. Aan de Indi&euml;r dankt de Noor zijn eerste podiumervaring met Afrikaanse musici; nog maar kort geleden, in juli 2008. Op festival Etnosur in Zuid-Spanje speelde hij met een balafonspeler, een ngonispeler en een zangeres uit Mali in de groep van Trilok Gurtu. Garbarek verheugt zich nu op het concert met Oumou Sangar&eacute;. &lsquo;Ik heb haar op cd gehoord; wat een stem! Ik hoop maar dat Trilok me de kans geeft om veel met haar samen te spelen, . het zou jammer zijn als we als verschillende acts toevallig op hetzelfde podium staan.&rsquo; <br />
&lsquo;Zei hij dat? Dat is geweldig nieuws!&rsquo; reageert Trilok Gurtu een half uur later per telefoon vanuit zijn huis. &lsquo;Dat is precies wat ik in Eindhoven van plan ben.&rsquo; De musici zullen elkaar een dag tevoren ontmoeten. Is dat niet een beetje kort dag? &lsquo;Welnee, we hebben al een paar nummers en verder zien we wel. Als het even niet lekker loopt, dan stuur ik het gewoon in een andere richting. Dat komt wel goed.&rsquo; Garbarek zegt het zo: &lsquo;<em>I need to be at gun point</em>, dan komen de beste idee&euml;n. Vanzelf.&rsquo;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Krachten bundelen en lawaai maken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=121" />
		<updated>2008-10-22T23:59:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:30:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.121</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Alleen verstopt in een enkel festival is wereldmuziek terug te vinden in de basisinfrastructuur, het fundament onder het nieuwe Nederlandse kunstenbestel. Wel krijgen drie ensembles en twee productiebureaus een vierjarige subsidie, een magere oogst. Tijd voor de wereldmuzieksector om een vuist te maken.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=121"><![CDATA[
                Alleen verstopt in een enkel festival is wereldmuziek terug te vinden in de basisinfrastructuur, het fundament onder het nieuwe Nederlandse kunstenbestel. Wel krijgen drie ensembles en twee productiebureau&rsquo;s een vierjarige subsidie, een magere oogst. Tijd voor de wereldmuzieksector om een vuist te maken.<p>
&lsquo;De optelsom pakte inderdaad slecht uit&rsquo;, gaf NFPK+-directeur George Lawson toe, ook doelend op jazz en nieuwe muziek. Geflankeerd door drie leden van zijn muziekcommissie voerde hij op 10 september in de Bamzaal van het Muziekgebouw aan &rsquo;t IJ een debat met honderd musici, componisten en muziekprogrammeurs. Passie en verontwaardiging in de zaal, tevredenheid en onbuigzaamheid achter de tafel &ndash; het contrast en wantrouwen tussen de partijen konden nauwelijks groter zijn. <br />
De idee, die nog stamt uit de vorige kabinetsperiode, was zo gek nog niet. Geef onmisbare, voor Nederland representatieve kunstinstellingen een vrijstelling van de vierjaarlijkse subsidieaanvraagperikelen. Geef andere belangwekkende uitvoerders en organisaties subsidies voor vier jaar, zodat de continu&iuml;teit van hun activiteiten is veiliggesteld. Samen vormen zij de landelijke basisinfrastructuur onder directe verantwoordelijkheid van minister Plasterk. Andere belangstellenden dienen een aanvraag in bij het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK+) voor een vierjarensubsidie. Het ministerie bemoeit zich hier niet mee. Projectmatig werkende gezelschappen kunnen voor kortlopende of eenmalige subsidies in aanmerking komen bij hetzelfde fonds. 
</p>
<p>
<strong>kaalslag <br />
</strong>Die structuur lijkt voor theater, dans en musea behoorlijk te werken, maar voor muziek is ze slecht uitgepakt en voor wereldmuziek funest. De basisinfrastructuur telt aan uitvoerders alleen tien symfonie-orkesten en twee operagezelschappen. Van de 113 aanvragers van vierjarensubsidies bij het NFPK+ kregen 37 ensembles een toewijzing, verfrissend misschien, maar daaronder zijn er maar drie die opereren in het overgangsgebied tussen wereldmuziek en jazz: Baran&aacute;, Tarhana en Boi Akih, alledrie nieuwkomers. Verder geen wereldmuziek, alle dertien wereldmuziekensembles in het huidige kunstenplan zijn gewipt. Merkwaardig genoeg speelde geldgebrek geen rol: de commissie muziek heeft minder uitgegeven dan ze beschikbaar had, het overschot is verdwenen naar de pot voor festivals. <br />
Voor oudgedienden als Iraqi Maqam Ensemble, Nueva Manteca, Fra Fra Sound en drie gamelanensembles, en voor de nieuwe aanvrager Karnatic Lab betekent dit vanzelfsprekend groot ongemak. Nog belangrijker is dat de basisinfrastructuur de veelkleurigheid en variatie van het Nederlandse muziekleven niet weerspiegelt. Het toont muziekland Nederland als een kweekvijver vol achttiende- en negentiende-eeuwse symfonie&euml;n en nog oudere barokmuziek - want ook jazz en nieuwe muziek komen nauwelijks aan bod. <br />
Een vierjarige subsidie is voor sommige organisaties van levensbelang. Het betekent bijvoorbeeld: geld voor huur en inrichting van een kantoor(tje), een zakelijk leider, een administratief medewerker. Dat is niet nodig voor ieder ensemble, maar waarom zou dat in de nieuwe muziek, jazz en wereldmuziek aanzienlijk minder vaak nuttig zijn dan in de oude muziek? Het NFPK+ benadrukt het verschil, maar verklaart het niet. 
</p>
<p>
<strong>lawaai maken <br />
</strong>Uit de zaal klinken de verwijten dat de commissie geen blijk geeft van een artistieke visie, geen kennis van zaken heeft, geen interesse toont in nieuwe muziek, jazz en wereldmuziek. Dat het fonds meer afbreekt dat het opbouwt, kapot maakt wat bloeide. Er is sprake van formalisme, van onduidelijke criteria, ongelooflijke zakkigheid. Lawson en de zijnen verweren zich met &lsquo;er zijn andere instrumenten die beter passen bij deze sectoren.&rsquo; <br />
Het ontbreekt velen aan &lsquo;cultureel ondernemerschap&rsquo; en een deugdelijke &lsquo;artistieke meerjarenvisie&rsquo;, volgens Lawson. Daarom zouden bijvoorbeeld tweejarige subsidies en eenmalige projectsubsidies passender zijn; wie nu is afgewezen kan daarvoor alsnog in aanmerking komen. Maar de aanwezigen zijn er niet gerust op. Al was het maar omdat ze straks hun aangepaste plannen moeten indienen bij diezelfde commissie. <br />
Het nog jonge World Music Forum NL wil de belangen van de sector wereldmuziek behartigen. Voorzitter Lucien Ravensburg kondigde aan (tijdens een World Blend Caf&eacute;-bijeenkomst, de avond tevoren in het Tropeninstituut) een open brief aan het Fonds te zullen sturen. En binnenkort heeft het Forum een onderhoud met de muziekcommissie van het Fonds. De huidige verdeling zal er niet door veranderen, maakte Lawson al duidelijk, maar volgens hem zijn er legio mogelijkheden voor de nabije toekomt. &lsquo;Uitslag eind januari 2009&rsquo;, beloofde hij. <br />
In de al veel langer en hechter georganiseerde sectoren nieuwe muziek en jazz staan collectieve bewaarschriften en rechtszaken op stapel. De belangrijkste les voor de sector wereldmuziek is ongetwijfeld: organiseren, krachten bundelen en lawaai maken. Dat lukt nog niet goed, want er is inmiddels wel een website (www.worldmusicforum.nl), maar het meest recente nieuws daarop is vier maanden oud. En over subsidieperikelen geen woord.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>The Essential Guide to China</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=131" />
		<updated>2008-10-22T23:11:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:11:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.131</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Onder de pedante titel De Essentiële Gids brengt het label Union Square Music handige verzamel-cds uit in setjes van drie. Zij bieden een snelle kennismaking die ook nog eens op niveau is, want er zijn uitstekende musici en componisten op te horen.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=131"><![CDATA[
                <p>
Onder de pedante titel De Essenti&euml;le Gids brengt het label Union Square Music handige verzamel-cd&rsquo;s uit in setjes van drie. Zij bieden een snelle kennismaking die ook nog eens op niveau is, want er zijn uitstekende musici en componisten op te horen.</p><p>
De serie opende in 2005 met uitsluitend wereldmuziek (Brazili&euml;, Afrika, Salsa, Arabi&euml;, India), inmiddels passeerden ook jazz, musical, meditatie- en filmmuziek de revue. China is nummer 24 in de reeks, de drie cd&rsquo;s zijn getiteld <em>Classic Folk Music</em>, <em>Film Music</em> en <em>Mediation Music</em>. Maar wat is klassieke volksmuziek? Welke muziek is geschikt voor meditatie? De samenstellers weten het ook niet precies, zij presenteren een ratjetoe vari&euml;rend van gearrangeerde volksliedjes tot kunstzinnige kamermuziek. Filmmuziek is wel een overzichtelijk genre, nog overzichtelijker gemaakt door op drie na alle composities (uit belangwekkende films, dat wel) uit te laten uitvoeren door het Praags Philharmonisch Orkest. Essentieel is een groot woord, laten we het wat deze box betreft houden op: een tipje van de sluier, niet al te zuinigjes opgelicht.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>The Rough Guide to the Music of Japan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=130" />
		<updated>2008-10-22T23:09:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:09:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.130</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Deze Rough Guide biedt een ruwe, maar toch onweerstaanbaar nieuwsgierig makende schets van muziekvarianten in Japan. Harumi Miyako is de koningin van het lied met de snik dat in Japan enka heet; alleen nog de diepte van haar vibrato overtreft de hoogte van haar roem.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=130"><![CDATA[
                Deze Rough Guide biedt een ruwe, maar toch onweerstaanbaar nieuwsgierig makende schets van muziekvarianten in Japan. Harumi Miyako is de koningin van het lied met de snik dat in Japan enka heet; alleen nog de diepte van haar vibrato overtreft de hoogte van haar roem.<p>
Haromi&rsquo;s nummer wordt geflankeerd door een in het Japans gezongen boogie woogie van kort na de Tweede Wereldoorlog, en een vrolijk liedje met hoempa-blaaskapel en accordeon van de inmiddels 56-jarige popzanger Morio Agata. Er klinkt ook adembenemend snerpende zang van Michiko Suga, opzwepende folk-jazz-rock-drum &rsquo;n&rsquo; base-groove van Chanchiki. Verder herbergt Japan nog hofmuziek voor orkesten en kamermuziekensembles, en religieuze en verhalende zang van Boeddhisten. Daarvan zijn alleen een paar te korte stukjes te horen. Jammer ook dat maar twee van alle muzikanten op deze cd in het gelijknamige boek (World Music &ndash; Rough Guide) staan genoemd. Gelukkig zijn de musici en ensembles op deze compilatie beroemd genoeg voor lange lijsten hits in Google.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Spinifex Orchestra: Triodia</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=129" />
		<updated>2008-10-22T23:07:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:07:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.129</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Karnatic Labs wild chamber jazz band, zoals deze negenmansformatie zichzelf aanprijst, houdt het midden tussen jazznonet en kamerorkest. Er klinkt ingenieuze muziek, goeddeels gecomponeerd door musici van het ensemble zelf en aangevuld met knetterende of juist fluistervriendelijke improvisaties  het is maar net waar het moment om vraagt.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=129"><![CDATA[
                Karnatic Lab&rsquo;s <em>wild chamber jazz band</em>, zoals deze negenmansformatie zichzelf aanprijst, houdt het midden tussen jazznonet en kamerorkest. Er klinkt ingenieuze muziek, goeddeels gecomponeerd door musici van het ensemble zelf en aangevuld met knetterende of juist fluistervriendelijke improvisaties &ndash; het is maar net waar het moment om vraagt.<p>
Want nu eens pakken de vijf blazers, de gitarist, accordeonist, bassist en drummer uit met verpletterende tutti&rsquo;s, dan weer verleiden zij hun luisteraars met een zoete melodie, een speels tafereel. Je bespeurt flarden Ethiopische dansmuziek, een zigeuner-Balkan-toeterorkest, een klezmerbandje. Unisono onderonsjes, lang aangehouden bourdontonen, een Spaansig trompetje, ze verraden de brede muzikale belangstelling van componisten en musici. Zij namen al die ingredi&euml;nten zorgvuldig en liefdevol tot zich, om ze te vervormen en te bewerken tot wonderlijk samenhangende, spannende muziekliefhebbersmuziek.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Rima Khcheich: Falak</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=128" />
		<updated>2008-10-22T23:05:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T23:05:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.128</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Als meisje van zestien zong de Libanese Rima Khcheich al heel overtuigend Arabische poëzie bij een Arabische luit (ud). Dat is te horen in het nummer Foutina al-Lathi uit 1988. Na anderhalve minuut doet Khcheich het lied nog eens over in een opname uit 2007.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=128"><![CDATA[
                Als meisje van zestien zong de Libanese Rima Khcheich al heel overtuigend Arabische po&euml;zie bij een Arabische luit (ud). Dat is te horen in het nummer <em>Foutina al-Lathi</em> uit 1988. Na anderhalve minuut doet Khcheich het lied nog eens over in een opname uit 2007.<p>
Intussen beschikte zij over een stem als een klok en een Nederlands begeleidingsensemble. Saxofonist Yuri Honing, bassist Tony Overwater en drummer Joost Lijbaart maakten in 2002 ook al een cd met de zangeres, toen aangevuld met een Arabisch strijkinstrument en ud. Ditmaal is de akoestische gitaar van Maarten van der Grinten het enige snaarinstrument. De musici proberen niet een Libanees kamermuziekensemble te imiteren, zij houden zich aan waar ze goed in zijn: melodieuze saxlijntjes, jazzy gitaarakkoorden, swingende ritmes. Maar als Khcheich bij getokkelde contrabas zingt over afscheid nemen, of over de liefde bij doffe klappen op een raamtrommel en verder niets, vooral dan is zij onweerstaanbaar.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Lekker, leerzaam of verrassend</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=123" />
		<updated>2008-10-22T22:37:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:37:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.123</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Zoetjesaan is het nieuwe muziekseizoen begonnen, maar in oktober en november vallen de eerste rake klappen. Naast de concerten en series die nu al op gang komen, staan er maar liefst vijf niet te missen festivals op stapel: het grootste India Festival in Nederland ooit, een wervelende Flamenco Biënnale, Turkse muziek in soorten en maten tijdens Turkey Now!, explosieve percussie uit de hele wereld in The Big Bang, en ingetogen Koreaanse muziek en dans. Amsterdam, Rotterdam en Utrecht worden rijkelijk bediend, en van The Big Bang genieten ook Enschede en Eindhoven mee. Antwerpen mag niet klagen, festival Made in Korea duurt daar tot ver in 2009.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=123"><![CDATA[
                Zoetjesaan is het nieuwe muziekseizoen begonnen, maar in oktober en november vallen de eerste rake klappen. Naast de concerten en series die nu al op gang komen, staan er maar liefst vijf niet te missen festivals op stapel: het grootste India Festival in Nederland ooit, een wervelende Flamenco Bi&euml;nnale, Turkse muziek in soorten en maten tijdens Turkey Now!, explosieve percussie uit de hele wereld in The Big Bang, en ingetogen Koreaanse muziek en dans. Amsterdam, Rotterdam en Utrecht worden rijkelijk bediend, en van The Big Bang genieten ook Enschede en Eindhoven mee. Antwerpen mag niet klagen, festival Made in Korea duurt daar tot ver in 2009.<p>
Wat Nederland betreft, buiten de Randstad kunnen de smaakmakers kennelijk wel een extra prikkel gebruiken. Dat vond minister Plasterk ook, hij stelde op Prinsjesdag extra geld beschikbaar voor de provincies. Maar liefhebbers van wereldmuziek zijn daarmee niet geholpen, de meeste podiumprogrammeurs branden er hun vingers niet aan. Het zal liggen aan gebrek aan durf, gebrek aan kennis. Net als bij de commissieleden van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten dat onlangs bijna alle langlopende subsidies voor wereldmuziek afschafte. Maar het Fonds heeft reparaties beloofd. 
</p>
<p>
Daarom nog even terug naar die Festivals. Alleen al daar is de alle opwinding, ontroering en kennis te vinden die je ieder commissielid, elke programmeur zou gunnen. Er klinkt klassieke muziek en populaire muziek, religieuze muziek en wereldse muziek, gecomponeerde muziek en ge&iuml;mproviseerde muziek, oude muziek en nieuwe muziek, pure muziek en gemengde muziek, muziek voor de hersenen en muziek voor de benen. 
</p>
<p>
Wie het van een afstandje bekijkt noemt wereldmuziek graag een genre, dat ben je er in een klap vanaf. In werkelijkheid gaat het om muziek in soorten en maten zoals die iedereen kent: pop, gecomponeerd, ge&iuml;mproviseerd, elektronisch. Of, een veel gezondere benadering: lekker, leerzaam of verrassend.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een eindeloos feest van herkenning</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=122" />
		<updated>2008-10-22T22:44:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:33:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.122</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Onder aanvoering van zendermanager Margreet Teunissen krijgt Radio 6 per 1 januari 2009 een grondige onderhoudsbeurt. De Concertzender verdwijnt als radiostation, NPS Output mag niet meer zo heten. Zowel Concertzender als Output presenteren flinke porties wereldmuziek in allerlei varianten.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=122"><![CDATA[
                Onder aanvoering van zendermanager Margreet Teunissen krijgt Radio 6 per 1 januari 2009 een grondige onderhoudsbeurt. De Concertzender verdwijnt als radiostation, NPS Output mag niet meer zo heten. Zowel Concertzender als Output presenteren flinke porties wereldmuziek in allerlei varianten.<p>
Output-samensteller Ben Mendes is beloofd, naar eigen zeggen, dat de inhoud van zijn programma&rsquo;s hetzelfde mag blijven, zij het onder toezicht van de zendermanager. Concertzenderdirecteur Gusta Korteweg heeft minder reden tot optimisme. Omdat de Publieke Omroep veruit de belangrijkste financier is van de Concertzender, komen ook de uitzendingen via webradio, digitale ether en kabel (nu nog in zes regio&rsquo;s) in gevaar. Ook uitzending gemist, de podcasts en de themakanalen (waaronder wereldmuziek) dreigen te verdwijnen. 
</p>
<p>
De Concertzender lijkt niet onder een gelukkig gesternte opgericht, in 1982 door Hans Frankfurther en Jan Wolff. De groei van een aantal uitzenduren per week op de Amsterdamse kabel naar continu&euml; uitzendingen via een satelliet en kabelnetwerken in heel Nederland, bracht de Concertzender in de jaren negentig herhaaldelijk in financi&euml;le problemen. Toetreding tot de Publieke Omroep bood soelaas, vanaf 2000 wordt de Concertzender mede betaald uit de omroepbegroting. Maar in september 2006 nam Radio 6 het kabelkanaal van de Concertzender over, om de avontuurlijke programma&rsquo;s die van Radio 4 en 5 werden verwijderd (jazz, wereldmuziek) door te geven. De Concertzender kreeg delen van het weekeinde en de nachten toegewezen. Sinds midden 2007 is de Concertzender ook weer 24 uur per etmaal te horen, via het internet, de digitale ether (Digitenne) en hier en daar als kabelradio. 
</p>
<p>
&lsquo;Wij zijn te afwijkend&rsquo;, stelt Concertzenderdirecteur Korteweg vast, &lsquo;volgens de Hilversumse normen moet een luisteraar die op een willekeurig afstemt prec&iacute;es te horen krijgen wat hij verwacht.&rsquo; Die zekerheid wenst de Concertzender niet te bieden, &lsquo;wij vinden het juist belangrijk verwachtingspatronen te doorbreken. Een samenleving is gebaat bij vari&euml;teit in kunst en cultuur, niet bij een eindeloos feest van herkenning&rsquo;.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Troost[eloos]</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=120" />
		<updated>2009-09-01T17:55:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:24:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.120</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Muziek biedt troost, leidt in elk geval af van rampspoed en verdriet. Hoe wonderlijk het ook is, de rook is nog maar nauwelijks opgetrokken, het water staat nog hoog, of er wordt alweer gemusiceerd, gezongen en gedanst. Maar welke muziek gaat er eigenlijk schuil achter het nieuws uit verre, vreemde landen? Mixed legt uit.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=120"><![CDATA[
                Muziek biedt troost, leidt in elk geval af van rampspoed en verdriet. Hoe wonderlijk het ook is, de rook is nog maar nauwelijks opgetrokken, het water staat nog hoog, of er wordt alweer gemusiceerd, gezongen en gedanst. Maar welke muziek gaat er eigenlijk schuil achter het nieuws uit verre, vreemde landen? Mixed legt uit.<p>
De lage delen van Ha&iuml;ti staan nog blank, bruggen en wegen zijn verdwenen - met dank aan Fay, Gustav, Hanna en Ike. De rellende die deze orkanen brachten is zo onbeschrijflijk groot, omdat Ha&iuml;ti toch al in deplorabele staat verkeerde - met dank aan de dictators Papa Doc en zijn zoon B&eacute;b&eacute;, en hun incapabele opvolgers. Er is een tekort aan alles. <br />
De Republiek Ha&iuml;ti is het westelijke deel van het eiland Hispaniola; het oostelijk deel is de Dominicaanse Republiek. Cuba ligt ongeveer zestig kilometer westelijk. Ha&iuml;ti werd in 1804 de eerste zwarte republiek ter wereld, na een succesvolle slavenopstand tegen de Franse koloniale overheersers. De Ta&iacute;no Arawakken, de oorspronkelijke eilandbewoners, waren toen allang bezweken aan slavenarbeid en Europese ziektes. 
</p>
<p>
<strong>Compas </strong><br />
Compas (kon&rsquo;pa, kompa) is de nationale dansmuziek van Ha&iuml;ti, bij voorkeur gespeeld door een flink orkest naar voorbeeld van Cubaanse son-orkesten, maar met Afro-Ha&iuml;tiaanse ritmes. Die zijn bijvoorbeeld ontleend aan de nog alom beoefende rituelen van de voudo (een mix van Afrikaanse godsdiensten en katholicisme) en de ra-ra-muziek van het carnaval. De dansband Boukman Eksperyans speelt de opzwepende ra-ra-stijl op dansfeesten. <br />
Orchestra Septentrional viert dit jaar zijn zestigste verjaardag, deze bigband bleef redelijk trouw aan de oorspronkelijke compas-bezetting en de jazzy arrangementen. Tabou Combo, inmiddels veertig jaar oud, is de beroemdste compas-band van nu. Om de temperatuur op dansvloeren nog wat op te voeren, deden Antilliaanse zouk en Amerikaanse rap hun intrede. <br />
De band T-Vice, opgericht in 1991 en dit jaar Band van het Jaar in de prijzenlijst van de Haitian Music &amp; Entertainment Awards, pepte de compas verder op tot power-dansmuziek met invloeden uit Jamaicaanse reggae, Dominicaanse merengue, flamenco en rock. Carimi, een driekoppige elektrische compas-band, is een hooggewaardeerde vertegenwoordiger van de gitaarband-compas variant. Met een jazzy stijl gooit het achtkoppige Djakout Mizik hoge ogen als festivalband &ndash; ook in Parijs. 
</p>
<p>
<strong>Viool, fluit, piano</strong> <br />
Net zoals naar Cuba en de Antillen brachten de Europeanen in de koloniale tijd hun eigen muziekinstrumenten (fluit, viool, klavecimbel, later piano) naar de koloni&euml;n. Zij bespeelden ze zelf en leerden het hun huisslaven, voor het begeleiden van gezelschapsdansen als contredance, polka en menuet. Jan Brokken beschrijft die geschiedenis in zijn prachtboek <em>Waarom Elf Antillianen Knielden voor het Hart van Chopin</em>, op Hai&iuml;ti moet dat ook zo zijn gegaan. <br />
Op Ha&iuml;ti is die traditie vrijwel uitgestorven. Er is nauwelijks muziekonderwijs, misschien ook dat de vroege onafhankelijkheid een rem was op het spelen van Europese muziek. Veel Ha&iuml;tianen vonden een betere toekomst in een buitenland, met name in de Verenigde Staten. Onder hen veel goede muzikanten, ook uit de compas (Tabou Combo en Carimi opereren vanuit New York). Maar een paar jaar geleden vatte de ex-militair, bandleider en componist Iphar&egrave;s Blain het plan op een opera te schrijven op een libretto van de toenmalige burgemeester van Port au Prince, Rassoul Labuchin. <br />
De Nederlandse filmer Hans Fels filmde Labuchin al eens (<em>Mijn Vriend de Burgemeester</em>). Hij regelde geld (va Stichting Doen), een muzikaal leider (Ren&eacute; Nieuwint) en een zeecontainer (verrijdbaar podium), en maakte vervolgens zelf de film <em>Le maryaj lenglensou</em> (De bloedbruiloft) over het voorbereiden en uitvoeren van de eerste Ha&iuml;tiaanse-westerse opera op het eiland ooit.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Muziekles op niveau</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=118" />
		<updated>2009-05-17T16:00:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:10:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.118</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Iedereen kan Indiase muziek leren waarderen, leren spelen zelfs, daarvan is Hariprasad Chaurasia overtuigd. De Indiase fluitist is beroemd van Japan tot in de VS, bespeelde het Bolshoi Theater en Paleis Noordeinde voor de verjaardag van onze koningin. Hij pionierde met jazzgitarist John McLaughlin en saxofonist Jan Garbarek. In Nederland is Chaurasia conservatoriumdocent.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=118"><![CDATA[
                <p>
Iedereen kan Indiase muziek leren waarderen, leren spelen zelfs, daarvan is Hariprasad Chaurasia overtuigd. De Indiase fluitist is beroemd van Japan tot in de VS, bespeelde het Bolshoi Theater en Paleis Noordeinde voor de verjaardag van onze koningin. Hij pionierde met jazzgitarist John McLaughlin en saxofonist Jan Garbarek. In Nederland is Chaurasia conservatoriumdocent.</p><p>
Sinds de oprichting van de afdeling Indiase muziek aan het Rotterdams Conservatorium, bijna twintig jaar geleden, is de nu vijfenzeventigjarige meester van de bansuri (fluit) er hoofddocent. &lsquo;Ik kwam al meer dan twintig jaar naar Nederland voor concerten, toen ik eind jaren tachtig hoorde over het conservatorium in Rotterdam.&rsquo; De idee van een gestructureerde opleiding sprak hem aan. &lsquo;Vroeger, in India, zochten we een leraar en als die ons accepteerde, gaven we ons helemaal over. Door tientallen jaren oefenen en studeren leerden we de structuur van de muziek kennen, de essentie van de verschillende raga&rsquo;s en tala&rsquo;s.&rsquo; <br />
Ook het huis schoonhouden en de was doen hoorden erbij, dat hoeft niet meer. Chaurasia: &lsquo;Ik leer mijn studenten niet hoe ze zich moeten opofferen; wel hoe ze prachtig muziek kunnen maken. In India zijn er tegenwoordig veel muziekscholen waar iedereen zich kan inschrijven, talent of geen talent. Als je zo iemand vraagt hoeveel raga&rsquo;s hij heeft geleerd, dan hoor je: veertig, vijftig. Het aantal raga&rsquo;s is nu maatgevend geworden voor iemands niveau. Maar vraag niet naar de structuur of het systeem, want daar weten ze niets van.&rsquo; Dat leren ze bij Chaurasia wel &ndash; na een toelatingsexamen. &lsquo;We willen h&uacute;n tijd en de onze niet verspillen.&rsquo; 
</p>
<p>
<strong>Vijf raga&rsquo;s van Annapurna <br />
</strong>Zelf leert de meester nog altijd van zijn eigen lerares, Annapurna Devi. &lsquo;Zij is de grootste musicus op aarde&rsquo;, zegt Chaurasia. Devi, nu 82 jaar oud, is de schakel met de twee beroemdste levende Indiase musici, sitarspeler Ravi Shankar (haar broer) en Ali Akbar Khan (haar ex-echtgenoot). Ook broer en echtgenoot gingen bij haar te rade, niet omgekeerd. &lsquo;Annapurna heeft mij misschien vier of vijf raga&rsquo;s leren spelen; meer is niet nodig. Dat is de basis, daarna kun je de rest zelf.&rsquo; <br />
In de leskamer gaan &ndash; als er even niet wordt geblazen of gezongen &ndash; de bamboefluiten van hand tot hand. Chaurasia speelt voor. Hij buigt zijn tonen behoedzaam; de mooiste melodie&euml;n en verrassendste variaties biedt hij zijn leerlingen schijnbaar achteloos aan. Sommige zijn prettig speelbaar, andere venijnig complex. &lsquo;Ik speel en mijn studenten luisteren. Dat is de beste manier om ze te overtuigen.&rsquo; Die studenten bespelen niet per se Indiase instrumenten; er komen ook saxofonisten, violisten en zangers langs, meestal studenten van de afdeling lichte muziek. 
</p>
<p>
<strong>Methode Rotterdam-Chaurasia <br />
</strong>Iedereen volgt bovendien colleges westerse en Indiase muziekgeschiedenis, solf&egrave;ge en onderwijskunde. Er zijn zo veel mogelijk contacturen tussen docent en student. Zo combineert het conservatorium het beste van de Indiase aanpak met de westerse conservatoriumpraktijk. En de studenten in Rotterdam zijn niet de enigen die van Chaurasia&rsquo;s verlichte lespraktijk profiteren. In India heeft hij een ashram opgezet waar acht studenten gratis muziekonderricht, kost en inwoning krijgen. Ook tientallen studenten uit de omgeving en uit verre buitenlanden volgen er lessen volgens de methode Rotterdam-Chaurasia. <br />
Die werkt goed, zoals tijdens het Amsterdam India Festival mag blijken: een aantal van Chaurasia&rsquo;s studenten staat (net als hijzelf) op het programma.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Raga’s en tala’s, Bollywood en baithak gana</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=117" />
		<updated>2008-10-22T22:07:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:07:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.117</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De Indiase economie is booming. Daarom presenteren meer dan twintig podia, filmhuizen en musea een groots opgezet Amsterdam India Festival. Het biedt oude en nieuwe, deftige en hupse kunsten in tientallen varianten, van architectuur tot acrobatiek. En veel muziek. Er moet een uitwisseling tot stand komen tussen India en Nederland, maar niet iedereen hoeft nog te worden verleid. Indiase muziek klinkt hier al een halve eeuw, zelfs aan het conservatorium.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=117"><![CDATA[
                De Indiase economie is <em>booming</em>. Daarom presenteren meer dan twintig podia, filmhuizen en musea een groots opgezet Amsterdam India Festival. Het biedt oude en nieuwe, deftige en hupse kunsten in tientallen varianten, van architectuur tot acrobatiek. En veel muziek. Er moet een uitwisseling tot stand komen tussen India en Nederland, maar niet iedereen hoeft nog te worden verleid. Indiase muziek klinkt hier al een halve eeuw, zelfs aan het conservatorium.<p>
De intensiefste culturele &#8210; alhoewel niet bijzonder kunstzinnige &#8210; uitwisseling tussen Nederland en India dateert uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen George Harrison in het Beatlesnummer <em>Norwegian Wood</em> de sitar ter hand nam, was het hek van de dam. Hippies in de hele wereld gingen op zoek naar spirituele verrijking, hasjiesj en een nieuw geluid. In India dachten zij dit alles te kunnen vinden en massaal ging men op reis met een tafelkleedje om de schouders of de heupen, bij wijze van alternatieve klederdracht. <br />
Ravi Shankar was in de ogen van veel westerlingen een zonderling, maar in werkelijkheid was &#8210; en is &#8210; hij een vooraanstaand musicus. Sommige Amsterdammers wisten dat, want hij speelde al in 1957 in Het Concertgebouw. Dat was het begin van een hele reeks concerten door Indiase topmusici in het Tropeninstituut. Een klein groepje Nederlandse jongeren raakte serieus ge&iuml;nteresseerd in die prachtige, subliem uitgevoerde muziek. Ook zij reisden naar India, maar dan voor muzieklessen. Na terugkeer organiseerden zij nog meer concerten, nu in de Mozes en A&auml;ronkerk. Daar domineerden de lange haren en de tafelkleedjes, in het Tropeninstituut de stropdas en de avondjurk. 
</p>
<p>
<strong>Indi&euml;rs en Hindoestanen</strong> <br />
Het gunstige muziekklimaat maakte het voor Indiase musici aantrekkelijk zich hier te vestigen. Zij gaven lessen en traden op; Nederland werd hun uitvalsbasis voor internationale tournees. In 1990 startte het Rotterdams Conservatorium een beroepsopleiding klassieke Indiase muziek &#8210; buiten India uniek in de wereld &#8210; met de wereldberoemde fluitist Hariprasad Chaurasia aan het hoofd (zie interview op volgende pagina&rsquo;s). Ook sommige Nederlandse muziekscholen begonnen lessen Indiase muziek aan te bieden. De concerten met Indiase kunstmuziek waren inmiddels uitgegroeid tot succesvolle series, met voorstellingen door het hele land. <br />
Populaire en volksmuziek uit India kwamen later, en via een omweg in Nederland terecht. Niet via Engeland, dat van 1858 tot 1947 in India de scepter zwaaide, en waar een levendige Indiaas-Pakistaanse muziekcultuur van bhangra, filmmuziek en Asian underground bestaat; wel via onze eigen voormalige kolonie Suriname, waar na de afschaffing van de slavernij in 1863 veel Indi&euml;rs zich als contractarbeider meldden. Zij namen hun volkse en religieuze gebruiken uit India mee, inclusief de bijbehorende muziek. Hun nakomelingen koesteren die tot op de dag van vandaag. <br />
Vooral rond 1975, het jaar van Suriname&rsquo;s onafhankelijkheid, vestigden veel Hindoestaanse Surinamers zich in Nederland. Hun muziek heet baithak gana (muziek van zittende mensen), liederen begeleid door harmonium, dhool (trommel) en dhantaal (ijzeren staaf). Jongeren richtten rockbandjes op die hindipop spelen, een mengeling van rock, latinjazz en Hindoestaanse melodie&euml;n en zangstijlen. De zang lijkt op die van de sterren van het witte doek, want net als bij de Indi&euml;rs in India en bij hun nazaten in Engeland of waar ook ter wereld, is filmuziek het populairste genre onder Hindoestanen. 
</p>
<p>
<strong>Bruggen slaan <br />
</strong>Liefhebbers van Indiase kunstmuziek (sommigen vinden die elitair, moeilijk en slaapverwekkend) en filmmuziek (toegankelijk, aanstekelijk en opwindend) bewegen zich goeddeels in circuits die elkaar nauwelijks overlappen. Het draagbare harmonium is een raakpunt; Britse paters en dominees namen deze psalmenpomp mee naar India. Klassiek geschoolde zangers gebruiken hem sindsdien als begeleidingsinstrument, net als de Hindoestaanse baithak-ganazangers. Ook de klassiek geschoolde musici zelf vormen een link, want velen van hen spelen of componeren tevens filmmuziek, inclusief Shankar en Chaurasia. <br />
Van de Nederlandse componisten hield eerst alleen Ton de Leeuw (1926-1996) zich intensief met oosterse muziek bezig. Onder pop- en jazzmusici was er evenmin veel belangstelling. Maar daar is verandering ingekomen. De Leeuw bracht zijn fascinatie over op een aantal van zijn leerlingen. En vanaf de jaren negentig ontstond er onder jonge, aan Nederlandse conservatoria studerende of afgestudeerde jazzmusici en componisten belangstelling voor Karnatische muziek, de kunstmuziek van Zuid-India. De avontuurlijke musici en componisten van Karnatic Lab zijn de drijvende krachten achter die beweging. Tablaspeler Sandip Bhattacharya is even bedreven in Indiase kunstmuziek als in jazz en experimentele muziek. <br />
Ook de Hindoestaanse zangers Droeh Nankoe en Raj Mohan slaan bruggen. Mohan zingt klassieke Indiase muziek, maar voelt zich bovendien prima op z&rsquo;n gemak bij pop- en jazzmuzikanten. Nankoe is een veelgevraagd baithak-ganazanger, maar beheerst ook de klassieke Indiase stijlen. Hij was in de leer bij de beste leraren, in India en Nederland, en studeerde af aan het Rotterdams Conservatorium. Zo kunnen Surinaamse Hindoestanen voor hun muzikale wortels tegenwoordig gewoon bij Indiase meesters in Nederland terecht. En Nederlanders zonder die wortels natuurlijk ook.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Bombay Connection Sitar Band</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=116" />
		<updated>2008-10-22T22:01:00+02:00</updated>
		<published>2008-10-22T22:01:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.116</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Indiase filmmuziek is het lievelingsgenre van Hindoestaanse Nederlanders. De bijbehorende dansstijl met zijn kittige handbewegingen en lonkende ogen, en de heerlijk exotische sfeer trekken ook witte meisjes naar Bollywood-dansklasjes. Maar Edo Bouman viel vooral voor de geniale gekte die klinkt tussen de liefdesliedjes door. Met bassist en componist Gerry Arling brengt hij die met hun Bombay Connection Sitar Band live op het podium, in zowel originele als afgeleide varianten.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=116"><![CDATA[
                Indiase filmmuziek is het lievelingsgenre van Hindoestaanse Nederlanders. De bijbehorende dansstijl met zijn kittige handbewegingen en lonkende ogen, en de heerlijk exotische sfeer trekken ook witte meisjes naar Bollywood-dansklasjes. Maar Edo Bouman viel vooral voor de geniale gekte die klinkt tussen de liefdesliedjes door. Met bassist en componist Gerry Arling brengt hij die met hun Bombay Connection Sitar Band live op het podium, in zowel originele als afgeleide varianten.<p>
Een paar maanden na zijn dood kreeg Rahul Dev Burman (1939-1994), alias Pancham, alsnog de status die hij eigenlijk bij leven al verdiende: die van legendarisch filmcomponist. Het kwam goed doordat zijn muziek bij de film <em>1942: A Love Story</em> na zijn dood een enorme hit werd, vertelt Bouman. Hij laat horen hoe Pancham de hartstochtelijke kus van het liefdespaar (knappe jongeman uit welgestelde familie, vader wacht een promotie van de Engelsen; beeldschoon arm meisje, vader mordicus anti-Brits) voorzag van een elegante wals met romantische strijkers en een zoete melodie op een omfloerst klinkende fluit. Maar hij kon meer. 
</p>
<p>
<strong>Zwaar ritmisch zuchten</strong> <br />
Bouman: &lsquo;Pancham combineerde Indiase melodie&euml;n met westerse pop-, rock- en jazzmuziek zoals niemand dat toen nog deed, vol scherpe wendingen en verrassende geluidseffecten.&rsquo; Daardoor zag een filmsc&egrave;ne met muziek van Pancham er tien keer zo indrukwekkend uit als zonder. &lsquo;Nachtclubsc&egrave;nes leverden altijd goeie muziek op. Denk aan wulpse vrouwen, wolken sigarettenrook en flessen whisky&rsquo;, aldus Bouman. Er klinkt een zwoele saxofoon met zoevende vibrafoon, een waaier strijkers, een onheilspellende trompet, een James Bond-gitaartje. Dan het zwaar ritmische zuchten van, om beurten, de zangeres en de zanger &ndash; ook weer zo&rsquo;n merkwaardige Burman-vondst. 
</p>
<p>
<strong>Zaal vol Hindoestanen</strong> <br />
Een paar jaar geleden richtten Bouman en Gerry Arling de Bombay Connection Sitar Band op om live de muziek bij Indiase filmbeelden te kunnen spelen. Ze denken nu aan een uitgebreide bezetting met veel percussie, orgel en synthesizer, vier strijkers als het even kan, en verder blazers en bas. En, onmisbaar deze keer, een goeie zangeres. Bouman: &lsquo;Zo iemand hebben we in Nederland niet; die moet uit India of misschien uit Engeland komen.&rsquo; <br />
Bouman zoekt de filmbeelden bij elkaar, Arling bedenkt de muziek &ndash; de helft covers van originele Burman-composities, de andere helft nieuw gecomponeerd. &lsquo;Met de muziek van Burman en een topzangeres weet ik zeker dat we een zaal vol Hindoestanen trekken.&rsquo;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Mengen (z)onder toezicht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=124" />
		<updated>2010-08-26T14:55:00+02:00</updated>
		<published>2008-08-15T22:43:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.124</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Muzieksoorten en muzikale ingrediënten mixen en mengen is een wonderbaarlijke activiteit: even uitdagend als riskant, met een gerede kans op onbetekenende mengelmoezen en bloedeloze kakofonieën, maar met de belofte van gouden vondsten en hemelbestormende resultaten. In Mixed komen die vondsten en successen in onvermoede en opwindende varianten aan bod, ditmaal onder meer in een zes paginas tellende China Special.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=124"><![CDATA[
                Muzieksoorten en muzikale ingredi&euml;nten mixen en mengen is een wonderbaarlijke activiteit: even uitdagend als riskant, met een gerede kans op onbetekenende mengelmoezen en bloedeloze kakofonie&euml;n, maar met de belofte van gouden vondsten en hemelbestormende resultaten. In Mixed komen die vondsten en successen in onvermoede en opwindende varianten aan bod, ditmaal onder meer in een zes pagina&rsquo;s tellende <em>China Special</em>.<p>
Vermengd raken gebeurt natuurlijk nooit vanzelf - exotische ritmes besmetten niet onverhoeds een rechttoe-rechtaan muzieksoort, westerse akkoorden dringen niet uit eigen beweging in oosterse muziek binnen. Het zijn muzikanten, componisten of arrangeurs die ingrijpen, de een met het vooropgezette doel iets nieuws te maken, de ander zonder duidelijk plan vooraf. 
</p>
<p>
En hoor, uit een saxofoon klinkt plotseling een Indiase toonladder, een Chinees speelt nieuwe westerse muziek op zijn eeuwenoude mondorgel. Een band uit Barcelona maakt een gewaagde maar geslaagde combinatie van New-Yorkse salsa, Cubaanse rumba, Jama&iuml;caanse reggae, Braziliaanse samba, Amerikaanse hiphop, een beetje Balkan en Spaanse flamenco; geheel naar eigen smaak en uit eigen vrije wil. 
</p>
<p>
Maar mengen onder toezicht komt ook voor, als overheden en officials zich met &rsquo;s lands muziek bemoeien, als nationale eer en trots in het geding zijn en staatsdienaren mogen kiezen en verbieden. Lees in onze <em>China Special</em> hoe dat rond de Olympische Spelen in zijn werk gaat. En wat er aan moois in de televisie-uitzendingen vanuit Peking n&iacute;et te horen zal zijn. 
</p>
<p>
De muziek achter het internationale nieuws, daar zult u in de komende afleveringen van Mixed overigens meer van horen.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Hijaz: Dunes</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=125" />
		<updated>2008-10-23T02:11:00+02:00</updated>
		<published>2008-08-01T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.125</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Moufadhel Adhoum uit Tunesië en Azzedine Jazoulli uit Marokko zijn handige musici, respectievelijk op de ud (Arabische luit) en op raam- en vaastrommels uit Berbers-, Arabisch- en Perzischtalige contreien. Op deze cd nemen ze samen het nummer Hiwar voor hun rekening - aardig gedaan, met flukse loopjes en rappe roffels, maar niet betoverend.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=125"><![CDATA[
                Moufadhel Adhoum uit Tunesi&euml; en Azzedine Jazoulli uit Marokko zijn handige musici, respectievelijk op de ud (Arabische luit) en op raam- en vaastrommels uit Berbers-, Arabisch- en Perzischtalige contreien. Op deze cd nemen ze samen het nummer <em>Hiwar</em> voor hun rekening - aardig gedaan, met flukse loopjes en rappe roffels, maar niet betoverend.<p>
Adhoum, die in Tunis ud en accordeon leerde spelen, vestigde zich in 1998 in Belgi&euml;. Sindsdien mengde hij zijn muziek al eens met flamencogitaar, cello en een stem die die Middeleeuwse liederen zong. Vervolgens vormde hij de groep Hijaz die op deze cd te horen is, met naast genoemde Jazoulli drie Belgen: pianist Niko Deman, bassist Chris Mentens en drummer Chryster Aerts. Zij voegen spanning noch verrassing toe, vooral de voortkabbelende pianopartijen maken de muziek even vriendelijk als risicoloos. <em>Wondering why</em>, waarschijnlijk de zesde titel van de plaat (het aantal titels correspondeert niet met het aantal tracks), is onbedoeld van toepassing op het geheel.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Zingen met de tanden op elkaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=111" />
		<updated>2008-08-25T02:07:00+02:00</updated>
		<published>2008-08-01T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.111</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Breekbaar antiek porselein, uitbundige feesten met vuurwerk en raken, en natuurlijk het afhaalrestaurant - daar kennen westerlingen de Chinezen van. Dat zij ook het steltlopen, jojo-en en vliegeren hebben bedacht is minder bekend. De rechtgeaarde sportliefhebber weet dan weer wel dat China tijdens de vorige Olympische zomerspelen, Athene 2004, maar liefst 63 medailles in de wacht sleepte, waarvan 32 van goud. Met judo, taekwondo en tennis eindigde de Volksrepubliek in de top-drie van de wereld; met gewichtheffen en schietsport, schoonspringen en tafeltennis op nummer een. Maar hoe klinkt hun muziek? Daar luistert, behalve de Chinezen zelf, bijna niemand naar.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=111"><![CDATA[
                Breekbaar antiek porselein, uitbundige feesten met vuurwerk en raken, en natuurlijk het afhaalrestaurant - daar kennen westerlingen de Chinezen van. Dat zij ook het steltlopen, jojo-en en vliegeren hebben bedacht is minder bekend. De rechtgeaarde sportliefhebber weet dan weer wel dat China tijdens de vorige Olympische zomerspelen, Athene 2004, maar liefst 63 medailles in de wacht sleepte, waarvan 32 van goud. Met judo, taekwondo en tennis eindigde de Volksrepubliek in de top-drie van de wereld; met gewichtheffen en schietsport, schoonspringen en tafeltennis op nummer een. Maar hoe klinkt hun muziek? Daar luistert, behalve de Chinezen zelf, bijna niemand naar.<p>
Chinese muziek klinkt op het eerste gehoor dan ook wat eigenaardig. Snerpende fluiten, expressief snarengetokkel op luiten en citers, wonderlijke geluidseffecten op trommels, woodblocks en gongetjes. Lange stiltes, soms. Chinezen houden van stemgeluiden die in het Westen ongebruikelijk zijn, zoals de rauwe keelklank met fluitende boventonen, of de geknepen klank van het zingen met de tanden op elkaar. Melodie&euml;n tellen meestal niet meer dan vijf tonen &ndash; een riedeltje op de zwarte toetsen van een piano doet al verrassend Chinees aan. 
</p>
<p>
<strong>Onwaarschijnlijk virtuoos <br />
</strong>Wennen kost tijd, bovendien is er hier niet vaak Chinese muziek te horen. Bij de afhaalchinees kabbelt er vaak flauw gepingelpongel uit de plafondluidsprekertjes, dat geeft geen goede indruk. Liefhebbers van spektakelfilms hebben wel eens Chinese filmmuziek gehoord, een mix van Chinese (volks-) muziek en westerse compositietechnieken. Tan Dun, Chen Qigang en andere collega&rsquo;s componeren niet alleen filmmuziek, hun beste werken zijn concertstukken en opera&rsquo;s. Over Tan, Chen en nog drie Chinese componisten maakte de Nederlandse filmmaakster Eline Flipse de schitterende documentaire <em>Broken Silence.</em> <br />
Muzikanten van 56 officieel erkende en andere bevolkingsgroepen spelen hun eigen volksmuziek in 1001 varianten. Staatsconservatoria leveren topmusici af die Chinese instrumenten bespelen: pipa (Chinese luit), sheng (mondorgel), erhu (Chinese viool) of qin (citer). Zij klinken onwaarschijnlijk virtuoos in oude volks- en hofmuziek, in modern gearrangeerde muziek op traditionele instrumenten, in nieuwe muziek voor de film en voor het opera- of concertpodium. Wu Man (pipa), Wu Wei (sheng), Dai Xiaolian (qin), Chen Fiebing (erhu) zijn er inmiddels wereldberoemd mee geworden. 
</p>
<p>
<strong>Campagne- en pr-bureaus <br />
</strong>De Chinese jeugd geniet van rock en cantopop (uit Canton), en in de grote steden van underground. Popmuzikanten bedenken hun eigen muziek, dus ook hun eigen benadering als zij het Westen willen veroveren. Zangeres Gong Linna presenteerde deze maand haar cd <em>Xiwang</em> (<em>Hoop</em>), een verzameling romantisch getinte luisterliedjes, fijntjes begeleid op een handvol Chinese instrumenten en een cello. Sa Ding Ding kwam een paar maanden eerder met <em>Alive</em>, achter haar stem een vette, solide mix met flink wat elektronica die flink westers aandoet. Misschien dat daarom de organisatie van de Spelen in Peking haar benaderde voor een muzikale bijdrage aan het evenement. &lsquo;Maar de organisatie daar is een rommeltje&rsquo;, vertrouwde zij Mixed toe, dus of het er van komt is maar de vraag. <br />
Nu binnenkort de Spelen losbarsten, dalen er heel wat Chinese en Chinees aandoende klanken over de wereld neer. In schouwburgen en theaters, in reclameboodschappen en in de Olympische uitzendingen zelf zal vooral muziek te horen zijn die, volgens de campagne- en pr-bureaus, een westerling graag horen wil. Misschien is dat wel een goede opstap naar het echte werk, een nieuwsgierigmakend begin, een mooie aanleiding voor wie verder luisteren wil. Het heeft tenslotte ook even geduurd voordat wij het vliegeren, wokken en porselein bakken op waarde wisten te schatten.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Gong Linna: Xiwang (Hope)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=127" />
		<updated>2008-10-22T22:56:00+02:00</updated>
		<published>2008-08-01T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.127</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Met haar soepele, geschoolde stem kan de Chinese zangeres Gong Linna heel mooi en heel lief zingen (ook heel beheerst heel hoog). Zij kan ook rauw uithalen zoals bij volkszangeressen van sommige bevolkingsgroepen gebruikelijk is, maar dat doet Gong Linna kennelijk niet graag.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=127"><![CDATA[
                Met haar soepele, geschoolde stem kan de Chinese zangeres Gong Linna heel mooi en heel lief zingen (ook heel beheerst heel hoog). Zij kan ook rauw uithalen zoals bij volkszangeressen van sommige bevolkingsgroepen gebruikelijk is, maar dat doet Gong Linna kennelijk niet graag.<p>
Slechts af en toe verrast ze ermee, de meeste nummers zijn van de zoetgevooisde soort. Ze gaan over stille nachten, over vreugde en pijn, en natuurlijk over hoop. De zangeres laat zich begeleiden door een klein ensemble van Chinese instrumenten en een cello, soms aangelengd met een vleugje elektronica. Getokkelde en gestreken snaren, mondorgels en fluiten worden onberispelijk bespeeld. De met prettige akkoorden omlijste chanson-achtige luisterliedjes klinken zo smaakvol, breekbaar en verfijnd dat niemand in het Westen ervan zal schrikken.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>The very best of Hugh Tracey</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=126" />
		<updated>2008-10-22T22:54:00+02:00</updated>
		<published>2008-08-01T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.126</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De in Zambia geboren Utrechtse jazzdrummer Michael Baird reisde in 1996 met een studiebeurs naar Grahamstown, Zuid-Afrika, om in de archieven van de International Library of African Music (ILAM) zijn muzikale wortels op te graven. ILAM-directeur Andrew Tracey bleek de zoon van de roemruchte Britse muziekvorser Hugh, die vanaf 1929 met opnameapparatuur door koloniaal Afrika trok.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=126"><![CDATA[
                De in Zambia geboren Utrechtse jazzdrummer Michael Baird reisde in 1996 met een studiebeurs naar Grahamstown, Zuid-Afrika, om in de archieven van de International Library of African Music (ILAM) zijn muzikale wortels op te graven. ILAM-directeur Andrew Tracey bleek de zoon van de roemruchte Britse muziekvorser Hugh, die vanaf 1929 met opnameapparatuur door koloniaal Afrika trok.<p>
Baird dook in de banden en platen met duimpiano&rsquo;s, spleettrommels, trompetten, fluiten en stemmen. De mooiste muziek publiceerde hij op 21 cd&rsquo;s, het beste daar weer van staat op deze verzamelaar, de slotaflevering van de reeks. Er klinkt majesteitelijke hofmuziek uit Rwanda, breekbare zang bij duimpiano uit Zimbabwe, een dansorkest uit 1950 dat het nu wereldberoemde <em>The lion sleeps tonight</em> speelt. Baird eindigt met zes bonustracks, muziek uit 1952 van de toen 22-jarige gitarist-zanger Jean Bosco Mwenda, de uitvinder van de pingelende Kongojazz- en soukous-gitaarstijl die later de wereld veroverde. Een mooier slotakkoord is moeilijk denkbaar.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Balanceren op de rand</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=33" />
		<updated>2008-08-24T01:21:00+02:00</updated>
		<published>2008-05-15T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.33</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">In Duitsland zijn we jaloers op de Nederlandse manier van muziek promoten, zegt programmeur Peter Schulze van JazzFest Berlin. Ken Pickering van de Coastal Jazz and Blues Society in Vancouver herinnert zich de Oktober Meeting in het Bimhuis in 1991 als een sleutelmoment: Dat was een ongelooflijke gelegenheid, niet alleen om Nederlandse muziek te horen, maar om een snapshot voorgeschoteld te krijgen van de hele Europese geïmproviseerde muziekscene.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=33"><![CDATA[
                &ldquo;In Duitsland zijn we jaloers op de Nederlandse manier van muziek promoten&rdquo;, zegt programmeur Peter Schulze van JazzFest Berlin. Ken Pickering van de Coastal Jazz and Blues Society in Vancouver herinnert zich de Oktober Meeting in het Bimhuis in 1991 als een sleutelmoment: &ldquo;Dat was een ongelooflijke gelegenheid, niet alleen om Nederlandse muziek te horen, maar om een snapshot voorgeschoteld te krijgen van de hele Europese ge&iuml;mproviseerde muziekscene.&rdquo;<p>
Voortbordurend op die legendarische bijeenkomst organiseert de Dutch Jazz Connection (onlangs opgegaan in Muziekcentrum Nederland) sinds 1998 tweejaarlijks een Dutch Jazz Meeting, een forse reeks korte concerten bedoeld als staalkaart van de Nederlandse jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek, van <em>hard core</em> impro tot swingende Paramaribop. Sinds 2005, na de verhuizing naar het riante gebouw aan de oever van het IJ, is ook een informatiemarkt er een vast onderdeel van. Vele tientallen Nederlandse musici presenteren zich zo aan vele tientallen buitenlandse smaakmakers. 
</p>
<p>
<strong>de wijde wereld in</strong> <br />
Zo&rsquo;n duwtje in de rug op weg naar het buitenland is fijn, maar veruit het meeste werk moet komen van de musici zelf. Of, als het even kan, van een agent of impresario. Saxofonist Yuri Honing reist met zijn trio de hele wereld rond, mede dankzij de inzet en goede zorgen van impresariaat Jazz in Motion. De agente van de vanuit Nederland opererende zanger en bandleider Neco Novellas besteedt wekenlang al haar werktijd aan het bestoken van buitenlandse festivals. 
</p>
<p>
Lang niet iedereen kan zich zo&rsquo;n vertegenwoordiger veroorloven, sommige musici lukt het op eigen kracht de verre buitenlanden te veroveren. Zoals pianist Albert van Veenendaal, saxofoniste Tineke Postma en zangeres Monika Akihary, die ieder hun eigen impresario&rsquo;s zijn. Een standaard recept voor succes kunnen zij niet te geven, maar reislust, daadkracht en doorzettingsvermogen zijn de onmisbare ingredi&euml;nten. 
</p>
<p>
Op reis gaan om te spelen, te studeren of je oren de kost te geven is een goed begin. Zo voer de achttienjarige Han Bennink in 1960 met cruiseschip de Maasdam naar New York als drummer van een swingtrio met zangeres. Eenmaal aan land hoorde hij de radicale multi-instrumentalist Ornette Coleman spelen met drummer Charles Moffett, en nog geen jaar later trad Bennink zelf regelmatig op met Amerikanen van naam: Johnny Griffin, Ben Webster, Eric Dolphy. 
</p>
<p>
Bijna een halve eeuw later volgde Tineke Postma in zijn kielzog, per vliegtuig weliswaar, nog studerend aan het conservatorium en met een reis- en studiebeurs op zak. Voor zij het wist stond ze met de Amerikaanse band Sisters in Jazz onder leiding van slagwerkster Terri Lyne Carrington op het podium van Carnegie Hall. Vervolgens speelde deze beroemde drumster mee op Postma's tweede cd, waarna Carrington haar pupil Postma weer uitnodigde voor een plaats in de band van <em>Billie &amp; me</em>, een project ter ere van Billie Holliday. Daardoor speelde de saxofoniste in 2005 ineens met grootheden als Dianne Reeves en Nancy Wilson. 
</p>
<p>
<strong>showcase en marktkraam</strong> <br />
Jong op reis en snel succes, dat is niet voor iedereen weggelegd. Dan biedt misschien het spelen in een showcase of het bemannen van een kraam soelaas. 
</p>
<p>
Soms is het meteen raak. In het geval van Boi Akih bijvoorbeeld, het duo van Monika Akihary en gitarist Niels Brouwer dat verfrissende combinaties aangaat met musici als de Indiase tablaspeler Sandip Bhattacharya en jazzcellist Ernst Reijseger. Na hun optreden op de Dutch Jazz Meeting in 2005 meldde het Jazzkaar Festival in Estland zich, en programmeurs uit Letland, Hongarije en Duitsland. Het Franse festival Jazz sous les Pommiers in Coutances nodigde het viertal uit, er volgde een uitnodiging voor een Russische tournee langs de Wolga. 
</p>
<p>
Zoveel resultaat is uitzonderlijk, weet pianist Albert van Veenendaal. Zijn ervaring met spelen op de Dutch Jazz Meeting was teleurstellend; niet &eacute;&eacute;n concert leverde het hem op. Niettemin speelde hij jarenlang regelmatig in Frankrijk en Duitsland met drummer Michael Baird, hij toerde in Polen met saxofoniste Esm&eacute;e Olthuis. De band Tetzepi bracht hem naar Rusland en Zweden. 
</p>
<p>
Voor Van Veenendaal is spelen in het buitenland een van de aantrekkelijke kanten van zijn vak, al kan hij er niet van leven. Hij houdt het hoofd boven water door muziek te schrijven en te arrangeren, hij geeft lessen en is adviseur van een fonds. En Van Veenendaal speelt zo veel mogelijk in allerlei combinaties. In negen groepen maar liefst van zeer uiteenlopende snit. 
</p>
<p>
<strong>luisterliedjes</strong> <br />
Het boeken van Nederlandse musici is voor buitenlanders om verschillende redenen de moeite waard. Musici met een perfecte timing, onberispelijk stijlgevoel en jaloersmakende virtuositeit maken een kans. In Japan bijvoorbeeld, waar een groot publiek hunkert naar standards, mainstream jazz en luisterliedjes. 
</p>
<p>
Wie de programmeurs van grote festivals wil bereiken moet meer bieden dan dat. Ideaal is de combinatie van een fonkelnieuw, eigen geluid en grote zeggingskracht. De festivalprogrammeurs roemen nog altijd de radicale vindingrijkheid van de vernieuwers uit de late jaren zestig (Breuker, Mengelberg, Bennink) en de avontuurlijksten onder hun navolgers. Het ICP Orkest en het Breuker Collectief zijn nog altijd in trek. 
</p>
<p>
Nod Knowles van het Engelse Bath Festival, vindt dat ook heel wat jongere musici interessante muziek spelen, &ldquo;Yuri Honing, zijn bassist Tony Overwater, pianist Michiel Borstlap, om er een paar te noemen. Zij zijn niet echt behoudend, hun muziek is geen hardbop en ze proberen niet als Blue Note-spelers te klinken.&rdquo; Maar, voegt hij er wel aan toe: &ldquo;Ze balanceren n&iacute;et op de rand. Je voelt dat het niet echt experimenteel is, niet venijnig of vooruit dwingend.&rdquo; Schulze van JazzFest Berlin vult aan: &ldquo;Het is zeker niet afgelopen met Holland. Ab Baars is natuurlijk iemand om in de gaten te houden. Anton Goudsmit is een perfect voorbeeld voor de nieuwe generatie. En het wordt multicultureler, dat zie je aan mensen als Mola Sylla, Alexei Levin en Michael Moore.&rdquo; 
</p>
<p>
Spelen in het buitenland heeft aantrekkelijke kanten, er valt zeker wat te verdienen al wordt vrijwel niemand er rijk. Zelfs Han Bennink niet, toch gepokt, gemazeld en wereldberoemd. &ldquo;Ze noemen me wel eens een cultureel ambassadeur, maar dan zou ik ook graag als zodanig behandeld worden&quot;. Hij denkt aan het reizen in de goedkoopste vliegtuigstoelen, aan &quot;heel soms een leuk hotel&quot; en &quot;is er een kleedkamer of wordt het weer omkleden op het toilet?&quot;. Maar eenmaal bijgekomen van de <em>jet lag</em> werkt Bennink eigenlijk overal graag: &quot;Al is het nog zo'n waardeloze plek, als de muziek maar lukt. Dan is het gewoon fijn dat onze muziek buiten de grenzen wordt gehoord.&quot; 
</p>
<p align="right">
<em>seminargids Dag van de Nederlandse jazz</em></p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Muzikale koppelaars in Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=34" />
		<updated>2010-08-26T14:56:00+02:00</updated>
		<published>2008-05-01T00:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.34</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Een beetje riskant is het altijd wel, zon concert na niet meer dan drie, vier repetities. Al bijna tien jaar lang brengt de Music: World Series musici uit de hele wereld samen. Eisen aan de deelnemers: goede zin, enthousiaste inzet en improvisatievermogen. Spelregels: luisteren en reageren, geven en nemen. Resultaat: frisse, verrassende, ongehoorde muziek, enkele diepte- en vele hoogtepunten, en vooral groot speelplezier.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=34"><![CDATA[
                Een beetje riskant is het altijd wel, zo&rsquo;n concert na niet meer dan drie, vier repetities. Al bijna tien jaar lang brengt de Music: World Series musici uit de hele wereld samen. Eisen aan de deelnemers: goede zin, enthousiaste inzet en improvisatievermogen. Spelregels: luisteren en reageren, geven en nemen. Resultaat: frisse, verrassende, ongehoorde muziek, enkele diepte- en vele hoogtepunten, en vooral groot speelplezier.<p>
De Music: World Series (M:WS) werd uit nieuwsgierigheid geboren. In Utrecht, eind vorige eeuw, toen combinaties van jazz en wereldmuziek nog ongewoon waren, vroegen jazzbassist Tjitze Vogel en gelijkgestemde collega&rsquo;s zich af hoe een flamencogitarist, een Afrikaanse percussionist, een jazzbassist en een accordeonist samen zouden klinken. En een saxofoonsolo met tabla en sitar? Proberen maar was het devies, sindsdien brachten Vogel en de zijnen ongeveer tweehonderd verschillende musici uit meer dan vijftig landen samen in gedurfde combinaties. Die speelden alleen al op het SJU-jazzpodium ruim zeventig concerten, en in de loop der jaren steeds vaker ook nog eens tientallen buiten Utrecht. 
</p>
<p>
Bassist Vogel is van alle markten thuis, zijn ervaring met jazz, gecomponeerde muziek, en (een beetje) pop en rock zet hij graag in voor ontmoetingen met Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse, Arabische en Turkse, Indiase en Chinese, Russische of Europese muzikanten. Die passie deelt hij met fluitist Mark Alban Lotz en met de rietblazers Steven Kamperman en Henk Spies; samen met producente Ineke Smits zijn zij de drijvende krachten achter de M:WS. 
</p>
<p>
Kamperman combineert vrijbuiterige jazz met solide Afrikaanse ritmes in zijn band M.O.T. (Modern Madness or Tribal Truth). Met de Turkse saz- en udspeler Behsat &Uuml;vez leidt hij trio Baran&aacute; en het achtkoppige Baran&aacute; &amp; Co. Fluitist Lotz speelt met musici uit de hele wereld, hij legt een extra warme belangstelling voor Cubaanse muziek aan de dag. Spies speelt nu eens met Afrikanen en Surinamers, dan weer met Rajasthanen en Hongaren, en is de bassaxofonist van het Global Village Orchestra dat tien musici uit acht landen telt. Tjitze Vogel leidt dit orkest; musici uit het Global Village Orchestra waren in de beginjaren de steunpilaren van de M:WS. 
</p>
<p>
In november 1998 begon het experiment met om de twee, drie weken een zondagavondconcert op het SJU-jazzpodium. De combinaties van Russen met Afrikanen, Turken en Marokkanen met Nederlanders, van Indiase sitar met viool en contrabas sloegen aan, luisteraars wisten soms niet wat ze hoorden. Utrechts Nieuwsblad-journalist Jeroen de Valk bijvoorbeeld repte van &lsquo;een wonderlijk kwintet met twee Nederlanders, twee Indi&euml;rs en een Afrikaans geori&euml;nteerde Antilliaan waarin op verbluffende wijze alles in elkaar greep.&rsquo; Hij ontdekte: &lsquo;De tabla is het hoogbegaafde kind van het slagwerkassortiment, een klein, onaanzienlijk trommeltje met onverwachte mogelijkheden.&rsquo; 
</p>
<p>
De mogelijkheden waren nog lang niet uitgeput, meer wonderen volgden. De activiteiten in de SJU werden uitgebreid met maandelijkse sessies voor liefhebbers en concerten door amateurs. Balkankoren en klezmergroepjes maakten er op zaterdagavonden hun opwachting, of het Trio Joy, Simone en Annemarie. De beroepsmuzikanten, onder wie velen van wereldformaat, speelden op iedere derde donderdag van de maand onder nieuwsgierig makende titels zoals Van Rajastan naar het Wilde Westen, Ramesh Shotham's Global Tala, of Wu, Xu &amp; the Two Al's. Nu bekende namen als Mola Sylla, Sandip Bhattacharya, Alexei Levin en Monica Akihari gingen erachter schuil, en die van doorgewinterde jazzmusici als drummer Michael Baird, cellist Ernst Reijseger en gitarist Anton Goudsmit 
</p>
<p>
De sessies en amateurconcerten werden in 2006 overgenomen door de SJU, en sindsdien presenteert de Music: World Series vier concertseries per jaar. Nu met concerten op verschillende podia in Nederland waaronder het Haagse, meeproducerende Korzo, het Tropentheater in Amsterdam en steevast ook het SJU-jazzpodium. Met het Oeigoers-Chinees-Nederlandse programma Kashgar Express, eerder deze maand, zit dit seizoen er voor de Music World Series op. Maar 2008-2009 staat alweer op de rol: CaboCubaJazz, Gandhi Bazaar, Mystic Voices en Arabesque. Sommige van de dan samenspelende musici hebben elkaar nu nog nooit ontmoet. Dat hoort bij het spel van confronteren, combineren en improviseren, het biedt weer kans op onverwachte vondsten en onvermoede mogelijkheden.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Typisch Nederlands</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=93" />
		<updated>2008-08-25T02:05:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T24:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.93</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De Nederlandse identiteit is op muziekgebied ook al niet te vinden. Buitenlanders bespeuren wel Nederlandse nuchterheid, beheersing en humor, en vooral veel verschillende stijlen. Die grote variatie bestaat dankzij de gretigheid en kunde waarmee componisten en improvisatoren hier te lande omgaan met allerlei muzikale, theatrale en visuele mogelijkheden, waar ook vandaan. De aan Nederlanders toegeschreven combinatie van nuchterheid, beheersing en humor is misschien niet meer dan een rode draad die dient als waslijn waaraan in een stevige, veranderlijke bries de bonte was vrolijk alle kanten opwappert. Juist het gebrek aan eenvormigheid en conformisme, het a-typische of zelfs anti-typische is, paradoxaal genoeg, eerder typisch Nederlands: dit klinkt niet als Stockhausen, niet als Adams, niet als Sclavis, niet als Marsalis, maar goed klinkt het wel, dit kon wel eens Nederlandse muziek zijn.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=93"><![CDATA[
                <p>
<em>De</em> Nederlandse identiteit is op muziekgebied ook al niet te vinden. Buitenlanders bespeuren wel Nederlandse nuchterheid, beheersing en humor, en vooral veel verschillende stijlen. Die grote variatie bestaat dankzij de gretigheid en kunde waarmee componisten en improvisatoren hier te lande omgaan met allerlei muzikale, theatrale en visuele mogelijkheden, waar ook vandaan. De aan Nederlanders toegeschreven combinatie van nuchterheid, beheersing en humor is misschien niet meer dan een rode draad die dient als waslijn waaraan in een stevige, veranderlijke bries de bonte was vrolijk alle kanten opwappert. Juist het gebrek aan eenvormigheid en conformisme, het a-typische of zelfs anti-typische is, paradoxaal genoeg, eerder typisch Nederlands: dit klinkt niet als Stockhausen, niet als Adams, niet als Sclavis, niet als Marsalis, maar goed klinkt het wel, dit kon wel eens Nederlandse muziek zijn.</p><p>
Gelukkig zijn buitenlandse organisatoren, artistiek leiders en programmeurs helemaal niet op zoek naar de Nederlandse muzikale identiteit, zij kijken de wereld rond en speuren naar kwaliteit gecombineerd met bijzonderheid, schoonheid, brutaliteit. Als een Nederlander dat biedt is het mooi, zo niet dan is er wel een Scandinavi&euml;r, Italiaan of Chinees. Het gaat er dus om dat buitenlanders zien en horen wat muziekland Nederland ze te bieden heeft zodat, als het even mee zit, hun zoektocht hier ten einde komt. Precies daarvoor hebben Gaudeamus, Donemus en de Dutch Jazz Connection zich de afgelopen negen jaar extra ingespannen. Met overtuigend succes. 
</p>
<p>
<strong>Gaudeamus, Donemus, DJC <br />
</strong>Bij het ter perse gaan van dit boek verkeerden de genoemde drie instellingen in de laatste maand van hun zelfstandig bestaan. Vanaf 1 januari 2008 zijn deze instellingen, samen met De Kamervraag, het Nederlands Jazz Archief, de voormalige Nederlandse Jazzdienst en het Nationaal Pop Instituut verenigd in een nieuw instituut, het Muziekcentrum Nederland. De tegenwoordige tijd van werkwoorden in de voorliggende tekst verwijst strikt genomen soms naar een recent verleden, maar de genoemde idee&euml;n, taken en doelstellingen leven goeddeels voort in de plannen van het nieuwe instituut. 
</p>
<p>
Op het buitenland gerichte activiteiten waren al snel belangrijk voor de in 1945 opgerichte Stichting Gaudeamus, getuige de Internationale Gaudeamus Muziekweek die sinds 1951 tweejaarlijks, en sinds 1958 jaarlijks plaatsvindt. Nederlandse componisten en buitenlandse musici waren daar altijd nauw bij betrokken. De taakstelling van Gaudeamus luidt: organiseren, stimuleren en ondersteunen van activiteiten en concerten met eigentijdse muziek in binnen- en buitenland. Jonge, talentvolle musici en componisten hebben daarbij een streepje voor, en nieuwe muziek van Nederlandse bodem krijgt de aandacht die zij verdient. 
</p>
<p>
In 1947 zag Stichting Donemus, Documentatiecentrum voor Nederlandse Muziek, het licht. De bedoeling van Donemus was Nederlandse muziek uit te geven, om er meer belangstelling voor te wekken in binnen- en buitenland. Zo kwam het werk van Nederlandse componisten beschikbaar voor wie maar noten lezen kon. Donemus is het landelijk instituut voor gecomponeerde Nederlandse hedendaagse muziek, het bevordert de verspreiding ervan, ook buiten de landsgrenzen, onder meer door het beschikbaar maken van uitvoerings- en audiomateriaal, het uitgeven van composities en het documenteren van informatiemateriaal. 
</p>
<p>
De in 2002 officieel opgerichte, maar al sinds 1998 actieve Dutch Jazz Connection heeft als doelstelling de internationale bekendheid en concertmogelijkheden van de Nederlandse jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek te bevorderen. Terwijl Donemus en Gaudeamus zich uitsluitend bezig houden met muziek die eigentijds, hedendaags of nieuw heet, maakt de DJC die nadrukkelijke keuze niet. Voordat de DJC zich erop toelegde was en geen Nederlandse instelling voor het promoten buiten de landsgrenzen van jazz en ge&iuml;mprovisserde muziek. 
</p>
<p>
<strong>notenkrakers <br />
</strong>Oprechte, meer dan incidentele buitenlandse belangstelling voor wat er in Nederland op muziekgebied gebeurde, was er tot ver in de late jaren zestig van de twintigste eeuw nauwelijks. Voor die tijd ontbrak het de Nederlanders zeker niet aan buitenlandse contacten, maar de stroom van informatie en idee&euml;n liep richting Nederland. Vooraanstaande buitenlandse componisten kwamen altijd graag naar de Gaudeamus muziekweken, op de jazzpodia speelden beroemde Amerikaanse musici en bands. Zo lieten de Nederlanders zich gretig informeren en imponeren door nieuwigheid en vernuft uit andere landen. Maar als Nederlandse componisten en jazzmusici destijds al iets opvallends, eigens of hoogstaands te bieden hadden, viel het de buitenlandse bezoekers voorlopig nauwelijks op. 
</p>
<p>
Met de oprichting van de Instant Composers Pool (ICP) in 1967 door componist-pianist Misha Mengelberg, saxofonist Willem Breuker en drummer Han Bennink, klonk voor het eerst luid en duidelijk een herkenbaar Nederlands improvisatiegeluid dat in het buitenland bekend werd onder de naam <em>new Dutch swing</em>. Twee jaar later trokken ongeveer veertig actievoerders, onder wie Mengelberg, Breuker en componist Louis Andriessen, met knijpkikkers, ratels en toeters op naar het Amsterdamse Concertgebouw. 
</p>
<p>
Op deze voor die tijd ongehoord provocatieve manier vroegen zij aandacht voor het spelen van modern repertoire, de muziek van hun grote buitenlandse voorbeelden: Xenakis, Stockhausen, Boulez. De actie had niet het beoogde resultaat, de Nederlandse symfonieorkesten bleven hardnekkig het oude, eerbiedwaardige, voornamelijk negentiende-eeuwse repertoire spelen. De jonge garde kwam al snel tot het inzicht dat het logge symfonie-orkesten-apparaat eigenlijk helemaal niet geschikt was voor wat zij wilden: de muziek gespeeld krijgen die zij zelf wilden horen, muziek van vooruitstrevende buitenlanders en van henzelf. 
</p>
<p>
<strong>groeizaam muziekklimaat <br />
</strong>Dus richtte Louis Andriessen in 1972 Orkest de Volharding op voor het spelen van zijn eigen, gelijknamige stuk. Willem Breuker, saxofonist in het orkest, riep in 1974 zijn eigen Willem Breuker Kollektief in het leven. Spraakmakende muziektheaterstukken van de rebellerende componisten, schrijvers en regisseurs kregen een plaats in het Holland Festival, en daardoor internationale aandacht. Na het ICP Orkest, De Volharding en het Willem Breuker Kollektief zagen Hoketus, het Sch&ouml;nberg Ensemble, het (herboren) Asko Ensemble en het Nieuw Ensemble het licht, en nog een hele reeks ensembles voor nieuwe muziek. Dat was het belangwekkende resultaat van de Notenkrakersactivisten, het initi&euml;ren van de Nederlandse ensemblecultuur. 
</p>
<p>
De internationale belangstelling voor ge&iuml;mproviseerde muziek van Nederlandse bodem kreeg met de October Meeting in 1987 in het Amsterdamse Bimhuis een flinke impuls, sindsdien geldt dit podium als een van de meest vooraanstaande jazzpodia in de wereld. De jaarlijkse Internationale Gaudeamus Muziekweek en het Internationaal Gaudeamus Vertolkers Concours maken Nederland aantrekkelijk voor compositiestudenten en jonge componisten, en voor musici en muziekstudenten die ge&iuml;nteresseerd zijn in het spelen van die ongekende variatie aan nieuwe muziek. 
</p>
<p>
Nederlandse conservatoria onderscheidden zich van buitenlandse muziekvakopleidingen door een veelzijdige, niet dogmatische visie op het compositieonderricht - componisten van de Notenkrakersgeneratie gaven en geven er zelf les. Inmiddels hebben de Nederlandse conservatoria afdelingen jazz, zodat ook improvisatoren er terecht kunnen voor een gedegen opleiding. Onder de aan de conservatoria afgestudeerden bevinden zich componisten en musici van wereldformaat. 
</p>
<p>
In dit groeizame muziekklimaat kwam de wereldwijd bewonderde Nederlandse ensemblecultuur tot bloei, gaan componeren en improviseren soms hand in hand, en ontstaat muziek die uitzonderlijk is van snit, hoog van kwaliteit en daarom geschikt voor uitvoering op plaatsen tot ver buiten de polder- en zeedijken. 
</p>
<p>
<strong>dit boek <br />
</strong>Dit boek is een schets van activiteiten die Nederlandse musici en componisten, en buitenlandse programmeurs, artistiek leiders, organisatoren en diplomaten zoal ontplooien om Nederlandse muziek in het buitenland te laten klinken. In sommige gevallen met nadrukkelijke steun en bijdragen, en op initiatief van Gaudeamus, Donemus of de DJC, een enkele keer goeddeels op eigen kracht van de betrokkenen, maar meestal in een mooie balans tussen deze twee uitersten. De keuzes voor wie er in dit boek aan bod komen en wat er verder aan de orde komt, zijn vooral ingegeven door wat buitenlanders zien, horen en belangrijk vinden: welke componisten en musici, welke situaties en ontwikkelingen. 
</p>
<p>
Drie generaties veel in het buitenland gespeelde componisten komen zelf aan het woord, de radicale Louis Andriessen, de kameleontische Jacob ter Veldhuis en de <em>all round</em> Michel van der Aa. Pianist en componist Guus Janssen legt de schakel tussen componeren en improviseren, hij is van beide markten thuis. Ook drie generaties improviserende musici komen aan bod, de tegendraadse drummer Han Bennink, de grensverleggende zangeres Monica Akihary en de talentvolle saxofoniste Tineke Postma. 
</p>
<p>
Improvisatoren spelen hun muziek zelf, maar componisten zijn overgeleverd aan de gratie van hun uitvoerders. Hoe componisten met wisselend succes buitenlanders overhalen en verleiden, is onder andere te lezen in de hoofdstukken over Rusland, Sofia en New York. Hoe belangrijk het is in Nederland gespeeld te worden legt Idske Bakker van het Nederlandse nieuwe muziek-ensemble Insomnio uit. 
</p>
<p>
Het is verbazingwekkend hoe goed sommige belangrijke buitenlanders op de hoogte zijn van de Nederlandse muziek. Zij prijzen de inzet van de Nederlandse muziekorganisaties, maar tonen vooral veel eigen initiatief. De Amerikaanse componist en muziekjournalist Frank J. Oteri is bewonderaar van Peter Schat en Jacob ter Veldhuis. De Britse festivaldirecteur Graham McKenzie, altijd op zoek naar muzikale vrijheid, verrassing en vermenging, vond die vooral in Nederland. De artistiek directeuren van de grote, vooruitstrevende Europese jazzfestivals prijzen vooral de eigenzinnigheid van onze vrije impro. 
</p>
<p>
Naast successen en glansrijke momenten op grote festivals en gerenommeerde podia, komt naar voren hoeveel opbouwwerk en inspanning daaraan meestal vooraf gaat - al lijkt het soms ook vanzelf te gaan. Het verhaal over de jazzmeetings is exemplarisch voor de gerichte promotie-activiteiten van Donemus, Gaudeamus en DJC. Het Sofia-stuk gaat over het veroveren van een heel land, onder nauwelijks ideale omstandigheden en gedreven door persoonlijke betrokkenheid. Het artikel over New York staat voor het grote verlangen naar een doorbraak in Amerika, die in Ter Veldhuis' geval ophanden lijkt. 
</p>
<p>
In het hoofdstuk Dijkdoorbraak staat beschreven wat de drie Dijkdoorbraak-partners teweeg wilden brengen, hoe zij dat hebben aangepakt, wie eraan heeft bijgedragen en wat ervan terecht kwam. Verheugend veel, zoals blijken zal.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Dijkdoorbraak</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=94" />
		<updated>2008-08-23T16:09:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T23:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.94</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Een klinkende de naam ontbrak nog voor het programma dat Donemus (toen nog Muziekgroep Nederland) en Gaudeamus in de periode 1999-2004 uitvoerden met zogenoemde HGIS-C-gelden: Intensivering van de promotie van de Nederlandse hedendaagse muziek in het buitenland. In de periode 2005-2007 kreeg het programma, in feite een verzameling van talloze, veelal kleinschalige projecten, een vervolg onder de naam Dijkdoorbraak, nu gezamenlijk met de Dutch Jazz Connection.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=94"><![CDATA[
                Een klinkende de naam ontbrak nog voor het programma dat Donemus (toen nog Muziekgroep Nederland) en Gaudeamus in de periode 1999-2004 uitvoerden met zogenoemde HGIS-C-gelden: <em>Intensivering van de promotie van de Nederlandse hedendaagse muziek in het buitenland</em>. In de periode 2005-2007 kreeg het programma, in feite een verzameling van talloze, veelal kleinschalige projecten, een vervolg onder de naam Dijkdoorbraak, nu gezamenlijk met de Dutch Jazz Connection.<p>
HGIS-C staat voor Homogene Groep Internationale Samenwerking, de toegevoegde C voor Cultuurmiddelen. HGIS is een bundeling van op het buitenlands gerichte inspanningen van verschillende ministeries, waaronder die van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) en Buitenlandse Zaken (BuZa). BuZa levert de grootste bijdrage aan de HGIS-begroting en co&ouml;rdineert de besluitvorming. Het HGIS-C-geld waarover Gaudeamus en Donemus van 1999 tot 2004 beschikten, was bestemd voor de promotie van moderne Nederlandse muziek in het buitenland. 
</p>
<p>
Om Nederlandse gecomponeerde muziek in het buitenland nadrukkelijker onder de aandacht te brengen dan ooit tevoren, ontwikkelden Gaudeamus en Donemus voor de periode 1999-2004 een strategie die zes zogenoemde instrumenten omvat: componistenreizen, Nederland vrijhaven, Nederlandse radioweek, marktverkenning, bijzondere marketing en productie-ondersteuning. 
</p>
<p>
Bij het inzetten van deze instrumenten is vanzelfsprekend de steun van ambassadeurs, cultureel attach&eacute;'s en medewerkers op Nederlandse ambassades en vertegenwoordigingen onmisbaar. De Dijkdoorbraakpartners onderhouden uitstekende relaties met vertegenwoordigers in Rusland, Canada en de Verenigde Staten. In Europa wordt vooral vruchtbaar samengewerkt met het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Itali&euml;, Tsjechi&euml;, Hongarije en Polen. In Azi&euml; zijn de afgelopen jaren de contacten met China en Japan ge&iuml;ntensiveerd. 
</p>
<p>
<strong>componistenreizen, vrijhaven, radioweek <br />
</strong>Twee van de Dijkdoorbraak promotie-instrumenten steunen op de inzet van componisten en musici zelf. Onder de noemer componistenreizen gaan Nederlandse componisten mee naar concerten of festivals in het buitenland, al dan niet in gezelschap van Nederlandse musici en ensembles die bij die gelegenheid hun muziek spelen. Sommigen van de gekozen componisten genoten al een internationale reputatie, Louis Andriessen en Theo Loevendie bijvoorbeeld. Bij anderen, onder wie Robin de Raaff en Michel van der Aa, leek alles erop te wijzen dat een internationale doorbraak niet lang op zich zou laten wachten, en juist voor aanstormende talenten is het van belang bij uitvoeringen aanwezig te zijn. Zij woonden in het buitenland repetities en uitvoeringen van hun werk bij, en gaven er workshops en lezingen voor vakgenoten, musici en studenten over hun eigen muziek, of over Nederlandse muziek in het algemeen. 
</p>
<p>
Nederland vrijhaven betekent dat buitenlandse componisten en musici naar Nederland komen voor deelname aan workshops, en voor het bijwonen en, als het musici en ensembles betreft, spelen van concerten. Zo komen zij in aanraking met Nederlands muziek die zij, als het even wil, opnemen in hun repertoire en mee terug nemen naar hun land van herkomst. 
</p>
<p>
Een derde instrument dat direct klinkend resultaat oplevert, is een Nederlandse radioweek: buitenlandse radiostations besteden een week lang veel aandacht aan Nederlandse muziek. Vaak zijn daaraan concerten gekoppeld, zoals in 2004 toen er radioweken plaatsvonden in Canada, Belgi&euml;, Sloveni&euml; en Itali&euml;. In Canada waren er concerten met muziek van Peter-Jan Wagemans en Tristan Keuris, in Belgi&euml; werd oude Nederlandse muziek gespeeld, in Sloveni&euml; klonken onder meer composities van Joost Kleppe, Daan Manneke en Ton de Leeuw, en ge&iuml;mproviseerde muziek van het Ig Henneman Kwintet. In Itali&euml; speelde het Asko Ensemble <em>Here [enclosed]</em> van Michel van der Aa, pianist Robin de Raaff speelde <em>Zilver</em> van Louis Andriessen. 
</p>
<p>
<strong>marktverkenning, marketing, ondersteuning <br />
</strong>Aan al deze activiteiten gaat het peilen en aanwakkeren van interesse vooraf: marktverkenning, het op een hoger peil brengen en houden van belangstelling voor Nederlandse muziek in het buitenland, een taak voor stafmedewerkers van Gaudeamus en Donemus. Zij gingen aan de slag in diverse buitenlanden, aanvankelijk met name in de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Rusland, Japan en het Verenigd Koninkrijk. De vaste marktverkenners van de beide instituten gaan regelmatig op reis en bestoken buitenlandse beslissers van achter hun bureau met woord en geschrift, beeld en geluid. Zonodig schakelen zij ad hoc specialisten in voor assistentie en advies. 
</p>
<p>
Soms is enige bijzondere marketing geen overbodige luxe: extra informatie verschaffen, bijvoorbeeld door het uitbrengen van boeken over Nederlandse muziek in de landstaal, zoals gebeurde vooraf aan de Days of Dutch Culture in Moskou. Dat leverde in Russische kranten, tijdschriften en radioprogramma's veel aandacht op voor Nederlandse componisten. 
</p>
<p>
Eenmaal in gang gezet is voor een buitenlands evenement gewoonlijk enige productie-ondersteuning ten behoeve van de Nederlandse deelname nodig. Deze financi&euml;le ondersteuning uit het HGIS-budget is nooit meer dan een bescheiden bijdrage aan een project, voor bijvoorbeeld extra publiciteit, de aanvulling van honoraria, de kosten van extra repetitietijd of de reiskosten van Nederlandse solisten. Deze ondersteuning zal ook de komende jaren nodig zijn, want lang niet altijd is de uitnodigende partij in staat alle kosten te dragen. Geen Nederlandse financi&euml;le bijdrage zou dan betekenen: geen Nederlandse deelname. 
</p>
<p>
<strong>bezoekersprogramma <br />
</strong>Bovenop het HGIS-subsidie voor dit zestraps promotieplan was er in de periode 1999-2004 ook geld beschikbaar uit het budget van het HGIS-Bezoekersprogramma. Onder deze noemer kunnen kunstinstellingen buitenlandse beslissers uitnodigen voor het bijwonen van concerten, festivals en presentaties in Nederland, met vergoeding van de reis- en verblijfskosten. Op muziekgebied gaat het dan om muziekprogrammeurs, leiders van orkesten en ensembles, radiomakers en journalisten. Zo komen jaarlijks tientallen buitenlandse beslissers en smaakmakers naar Nederland voor het bezoeken van de Internationale Gaudeamus Muziekweek, het Holland Festival en de Nederlandse Muziekdagen. Ook bijzondere uitvoeringen of premi&egrave;res van concertmuziek en opera's lenen zich goed voor deze bezoeken. 
</p>
<p>
In het bezoekersprogramma van Gaudeamus en Donemus waren jaarlijks ook activiteiten ondergebracht op de gebieden van oude muziek, popmuziek en jazz, geco&ouml;rdineerd met respectievelijk de Organisatie Oude Muziek, het Nationaal Popinstituut en de Dutch Jazz Connection. 
</p>
<p>
<strong>resultaten <br />
</strong>Mede doordat er al vele jaren in internationale contacten was ge&iuml;nvesteerd, kwamen de resultaten van de ge&iuml;ntensiveerde Gaudeamus- en Donemus-aanpak verheugend snel. Marktonderzoek en projectontwikkeling leidden tot gedetailleerde kennis van afzetmogelijkheden in de verschillende buitenlanden, en tot veel uitstekende relaties met beslissers. De hoeveelheid buitenlandse uitvoeringen, opdrachten en uitnodigingen nam flink toe, evenals het aantal tv- en radio-uitzendingen, boek- en tijdschriftpublicaties met aandacht voor Nederlandse muziek. 
</p>
<p>
De aanwezigheid van componisten bij uitvoeringen van hun werk kwam de kwaliteit van de vertolkingen ten goede. Componisten en improvisatoren kwamen zo in direct contact met buitenlandse collega&rsquo;s, musici en programmeurs, waardoor zij hun blikveld konden verruimen en hun posities bezien in internationaal perspectief. Persoonlijke contacten bleken niet zelden van doorslaggevend belang, daar kan geen schriftelijke promotiecampagne met bladmuziek, geluidsdrager en foto's, noch video of website tegenop. 
</p>
<p>
In de periode 1999-2004 vonden dankzij de HGIS-subsidies 290 componistenreizen plaats, 126 projecten in het buitenland, zestien bijzondere marketingprojecten, en elf Nederland Vrijhaven-evenementen. Nieuwe Nederlandse muziek klonk nu regelmatig bij het Esprit Ensemble uit Canada en het Moscow Contemporary Music Ensemble. Nederlandse muziek, al dan niet gespeeld door Nederlandse musici en ensembles, vond vervolgens versneld haar weg naar gerenommeerde festivals zoals die in Huddersfield, Oslo en Moskou. 
</p>
<p>
De intensieve buitenlandactiviteiten leverden Donemus en Gaudeamus bovendien sterkere posities op in bestaande netwerken, zoals de ISCM (International Society for Contemporary Music), de ECPNM (European Conference of Promotors of New Music), en de IAMIC (International Association of Music Information Centers). 
</p>
<p>
<strong>Dutch Jazz Connection <br />
</strong>Inmiddels zette de Dutch Jazz Connection zich sinds 1998 in voor de internationale promotie van de Nederlandse jazz, onder meer door het organiseren van Dutch Jazz Meetings in Amsterdam, en showcases in het buitenland. Als lid van het Europe Jazz Network staat de DJC in voortdurend contact met de toonaangevende buitenlandse jazzpodia en -festivals.. 
</p>
<p>
De deelname aan de Days of Dutch Culture in St Peterburg in 2003, waar dankzij de DJC Nederlandse jazzmusici en improvisatoren 23 concerten speelden, was de eerste samenwerking van betekenis met Gaudeamus. Bovendien was er nooit eerder zo'n grote delegatie Nederlandse jazzmusici ineens naar het buitenland gereisd. Nog een samenwerkingsproject met (onder meer) Gaudeamus bracht dat jaar vijf jazzbands en -ensembles naar Hongarije en Slowakije: de New Cool Collective Big Band, Zapp!, het Eric Vloeimans Kwartet, de Dick de Graaf &amp; Tony Lakatos Groep en het Yuri Honing Trio. 
</p>
<p>
Ook de DJC maakte voor extra activiteiten dankbaar gebruik van middelen uit het HGIS-Cultuurprogramma, bijvoorbeeld voor het uitnodigen van buitenlandse bezoekers onder wie festivaldirecteuren, programmeurs, radio- en televisiemakers en journalisten. Dankzij HGIS-bijdragen konden meer jazzgroepen naar het buitenland reizen, bijvoorbeeld in 2004 naar het Dutch Touch Festival in Parijs, naar de Yokohama Jazz Promenade in Japan en naar diverse festivals in Itali&euml;. Naar muziekstijl zeer uiteenlopende groepen en musici kwamen daarbij aan bod; het Paul van Kemenade Quintet, het Barend Middelhoff Quartet, de combinatie Guus Janssen en Oene van Geel, Fra Fra Sound en het Willem Breuker Kollektief. 
</p>
<p>
De belangstelling voor Nederlands repertoire in het internationale muziekleven was eind 2004 aanzienlijk toegenomen dankzij de grotere mobiliteit van Nederlandse componisten en improvisatoren, het gegroeide internationale netwerk en de opgebouwde expertise. Genoeg reden om door te zetten, maar dan wel met hogere ambities, met nieuwe zwaartepunten en nu gedrie&euml;n: Gaudeamus, Donemus en Dutch Jazz Connection. De samenwerkingsprojecten van deze drie instellingen leidden tot een gezamenlijk actieplan voor de jaren 2005-2007: Dijkdoorbraak. Opnieuw gesubsidieerd uit het HGIS-Cultuurprogramma werden de activiteiten voorgezet en uitgebreid. 
</p>
<p>
<strong>Dijkdoorbraak <br />
</strong>Voortbouwend op de uitvoerige inventarisatie van de buitenlandse belangstelling en als aanvulling op de beproefde strategie&euml;n, kozen de drie partners nu voor een meer gerichte aanpak. 
</p>
<p>
Van de honderden ensembles en orkesten, productiehuizen, podia en festivals in het buitenland, is slechts een deel toonaangevend voor het internationale muziekleven. De Dijkdoorbraak-partners richtten hun aandacht voor de komende jaren op slechts enkele tientallen van deze productiekernen, die de toepasselijke aanduiding Zeer Interessante Podia (ZIP) kregen. De bedoeling was ze ertoe te bewegen niet slechts zo nu en dan, maar structureel aandacht te besteden aan Nederlandse muziek. Het middel daartoe was coproductie. 
</p>
<p>
Om coproducties voor te bereiden legden vertegenwoordigers van Dijkdoorbraak de nodige werkbezoeken af. Ook Nederlandse componisten, musici en organisatoren reisden naar het buitenland, en buitenlandse musici en programmeurs naar Nederland. Ontmoetingen vonden vaak plaats in het kader van inmiddels ingeburgerde activiteiten en evenementen, zoals de Gaudeamus Muziekweek en de Nederland Vrijhaven-bijeenkomsten. 
</p>
<p>
De coproducties behelsden het gezamenlijk produceren van openbare concertuitvoeringen en radioprogramma&rsquo;s, maar ook van cd&rsquo;s en dvd&rsquo;s, en het publiceren van tijdschriftartikelen en boeken. Gecomponeerd repertoire werd bij voorkeur uitgevoerd door lokale (buitenlandse) musici, eventueel in samenwerking met Nederlandse collega's. Nederlandse improvisatoren werkten nu en dan op het podium samen met musici uit verschillende landen. 
</p>
<p>
In de tweede helft van 2005 vonden de eerste ZIP-coproducties plaats, waaronder uitvoerige tournees van het Moscow Contemporary Music Ensemble en Ensemble Ricochet uit Oekra&iuml;ne, die beide Nederlandse muziek speelden. Daarnaast projecten bij het Boston Modern Orchestra en in het Lincoln Centre in New York. Van Michel van der Aa ging de kameropera <em>One</em> tijdens de Biennale de Venezia, en vervolgens in Estland en Litouwen. In 2006 volgden meer uitvoeringen van <em>One</em>, en onder meer tournees van het Quasar Saxophone Quartet uit Canada met werk van Roderik de Man en Klas Torstensson, een groots opgezet festival Days of Dutch Culture in Moskou, en het grootschalige Schleswig Holstein Festival waarin de Nederlandse muziek in al haar uitingsvormen centraal stond. 
</p>
<p>
Ook de improviserende musici kwamen ruimschoots aan bod, er waren in Noord-Amerika tournees van het ICP, het Ab Baars Kwartet en het Queen Mab Trio met altvioliste Ig Henneman, en in Japan presentaties tijdens de Yokohama Jazz Promenade van onder meer de Louis van Dijk Band, Fay Claassen en het Rob van Bavel Trio. Tijdens Dutch Dare, de viering van vierhonderd jaar betrekkingen met Australi&euml;, verzorgde het ICP Orkest alleen al zeventien concerten en workshops. 
</p>
<p>
<strong>prettige consequenties <br />
</strong>Het aantal buitenlandse muziekactiviteiten waaraan de Dijkdoorbraak-partners bijdroegen is in de afgelopen periode dramatisch toegenomen: projecten van tien in 1999 naar veertig in 2006, componistenreizen van ruim twintig naar zestig en concerten waarin Nederlandse muziek te horen was van dertig naar ruim driehonderd. Niet in cijfers uit te drukken is de toename in omvang en fijnmazigheid van het netwerk dat componisten en musici, organisatoren en uitvoerders, bedenkers en beslissers met elkaar verbindt. 
</p>
<p>
Nederlanders weten dankzij Dijkdoorbraak nu beter dan ooit welke verlangens en belangstellingen er in welke buitenlanden leven. Omgekeerd zijn meer buitenlanders beter dan ooit op de hoogte van wat Nederland ze op muziekgebied te bieden heeft. En, misschien het allerbelangrijkst, bij vragen weten de partijen elkaar nu beter te vinden dan ooit. Deze Dijkdoorbraak is er een met prettige consequenties, een zegen voor de toekomst.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Geobsedeerd door Amerikaanse cultuur</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=95" />
		<updated>2008-08-23T16:10:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T22:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.95</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">&amp;quot;Een mooie mijlpaal, weer een stap verder.&amp;quot; Over zijn minifestival in New York is componist Jacob ter Veldhuis zeker niet ontevreden. Begin mei 2007 klonk in het Whitney Museum at Altria, hartje Manhattan, drie avonden lang alleen muziek van deze door de Amerikaanse cultuur gefascineerde Nederlander. Een mooie gelegenheid om ook een fonkelnieuwe uitgave met zes cd's en twee dvd's vol hoogtepunten te presenteren. Jammer dat de zaal zo galmde, dat het videoscherm van huiskamerformaat was. Maar het doel werd bereikt: exposure. Flink veel publiek bij de concerten, een radioprogramma van twee uur, uitzendingen van muziek van de nieuwe cd's, een riante aankondiging in Time Out, goede recensies in onder meer de New York Times. En meer - dat alles maakt een tegenvaller nu en dan weer ruimschoots goed.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=95"><![CDATA[
                &quot;Een mooie mijlpaal, weer een stap verder.&quot; Over zijn minifestival in New York is componist Jacob ter Veldhuis zeker niet ontevreden. Begin mei 2007 klonk in het Whitney Museum at Altria, hartje Manhattan, drie avonden lang alleen muziek van deze door de Amerikaanse cultuur gefascineerde Nederlander. Een mooie gelegenheid om ook een fonkelnieuwe uitgave met zes cd's en twee dvd's vol hoogtepunten te presenteren. Jammer dat de zaal zo galmde, dat het videoscherm van huiskamerformaat was. Maar het doel werd bereikt: <em>exposure.</em> Flink veel publiek bij de concerten, een radioprogramma van twee uur, uitzendingen van muziek van de nieuwe cd's, een riante aankondiging in Time Out, goede recensies in onder meer de New York Times. En meer - dat alles maakt een tegenvaller nu en dan weer ruimschoots goed.<p>
De hoge benedenverdieping van het gebouw op de hoek van de 42ste straat en Park Avenue, recht tegenover de hoofdingang van trein- en metrostation Grand Central Terminal, klinkt als een kathedraal. Een granieten vloer van vijftien bij veertig meter, hoge wanden van steen en glas. Granieten binnenmuurtjes, granieten zitbanken. De locatie heet Whitney Museum of American Art at Altria, naar de Altria Group, moedermaatschappij van tabaksreus Philip Morris, eigenaar van het pand en weldoener van het Whitney Museum. Hier organiseert het veertien straten noordelijker gelegen Whitney Museum al twintig jaar lang voorstellingen met muziek, dans en theater van Amerikanen van naam. Voor deze jubileumaflevering staat voor het eerst een buitenlander op het programma, Jacob ter Veldhuis. Maar die is volgens het programmaboekje dan ook <em>obsessed with American culture.</em> 
</p>
<p>
<strong>de curator <br />
</strong>Gastvrouw van dit driedaagse minifestival Limor Tomer, <em>curator for performing arts</em> van het Whitney Museum, legt uit waarom zij besloot deze Nederlander te presenteren in dit bolwerk van Amerikaanse kunst. &quot;Mijn definitie van wat Amerikaans is verandert, de grenzen verschuiven. Jacobs werk is zo diep in Amerika verankerd dat hij naar mijn idee de Amerikaanse kunst, de Amerikaanse cultuur een spiegel voorhoudt. Hij is geobsedeerd door Amerikaanse politiek, Amerikaanse spullen, Amerikaanse televisie. Het ruwe materiaal voor alles wat hij doet komt uit Amerika. Het is interessant naar onszelf te kijken door de ogen van een buitenstaander, daarom is het volkomen logisch zijn muziek in ons museum te laten horen. 
</p>
<p>
&quot;Ik maakte kennis met zijn muziek door mijn vrienden van het Prism Saxophone Quartet, zij lieten me <em>Pitch Black</em> en de andere boombox-stukken horen. Ik dacht, oh mijn god, wie is deze man, waarom ken ik hem niet? Waarom kent bijna niemand hem? Het grappige is, terwijl het establishment niet weet wie hij is, zijn er een paar mensen die hem wel kennen: de meest vernieuwende, slimme, risico nemende musici zoals die van het Prism Quartet, het New Century Quartet, en fluitiste Margaret Lancaster. Vooral Margaret vertelde me over hem. Toen besloot ik dat ik iets moest doen om hem bij de mensen op het netvlies te krijgen. Dus schreef ik hem een email: Hallo, ik heet Limor, ik woon in New York, <em>love you</em>. Wil je naar me toekomen, we willen een driedaags minifestival organiseren met jouw werk? Een paar maanden later kwam hij en hier staan we dan, op het festival.&quot; 
</p>
<p>
<em>Jesus is coming</em> voor saxofoonkwartet en ghetto blaster staat klaar op de lessenaars van het Prism Saxophone Quartet. Dansers en danseressen van het Miro Dance Theatre kruipen, hollen en rollen over de vloer om zich op te warmen voor de repetitie van de voorstelling van vanavond. Maar eerst moeten kwartet en luidsprekers de hoek uit, weg van de wanden, om de ergste geluidsreflecties tegen te gaan. Flink naar voren helpt, al helpt het niet veel. Het kwartet zou gemakkelijk zonder versterking kunnen spelen, maar bijna alle stukken op het programma zijn voor musici en boombox. Boombox is de verzamelnaam die Ter Veldhuis bedacht voor welke geluidsapparatuur dan ook, als die maar de samples kan weergeven in zijn stukken voor musici en geluidsspoor. De woorden in de tekstsamples zijn belangrijk, maar ze verstaanbaar krijgen blijkt geen sinecure in deze badkamer van tienduizend kubieke meter. Vanavond als het publiek er is zal het zeker beter klinken, met minder galm, verstaanbaarder ook. Al is niemand er echt gerust op.<em> <br />
</em><br />
<strong>de dansers <br />
</strong>Omdat het zo prettig dichtbij Whitney at Altria is, logeert Ter Veldhuis in Super8Hotel in de 46ste straat. Toevallig staat recht tegenover de ingang van het hotel een grote zachtgroene glazen plaat met daarin ge&euml;tst de namen van vrienden, echtgenoten en collega's van mensen uit de buurt, die op 11 september 2001 het leven lieten. Op Times Square, een paar blokken verderop, registreerde Ter Veldhuis eerder de woorden van een woedende evangelist die nu figureert in zijn compositie <em>Jesus is coming: </em>&quot;God kills, you idiots. God kills. Is he out of his mind? What do you think? I don't know... sort of... ha ha ha ha. Armageddon!&quot; Vanwege &quot;de idee van ophanden zijnde dood en tragedie in uitgesproken steedse omgevingen&quot;, raakte choreografe-danseres Amanda Miller van het Miro Dance Theatre onder de indruk van Ter Veldhuis' boombox muziek. 
</p>
<p>
&quot;Een paar jaar geleden ging ik naar een festival in Nederland&quot;, vertelt zij tijdens een repetitiepauze, &quot;daar hoorde ik een wonderlijke combinatie van geluidssamples en muziekinstrumenten. Nadat ik had ontdekt dat Jacob de componist was, ben ik naar zijn website gegaan en daar kwam ik al die andere stukken tegen. Ik vond die muziek geweldig en <br />
luisterde er veel naar via het internet.&quot; Het idee om er een choreografie bij te maken kwam van het Prism Saxophone Quartet. &quot;Zij zeiden: deze muziek is zo visueel&quot;, vervolgt Miller, &quot;we zouden er graag een avondvullende dansvoorstelling mee willen maken&quot;. &quot;We zijn dol op Nederlanders&quot;, valt mede Miro-choreograaf Tobin Rothlein haar bij. &quot;Ik ben gek op Jacobs waardering voor popcultuur. Zijn muziek is complex en gelaagd, briljant. Hoe meer je er naar luistert, mijn god, het is zo vernuftig, zo goed doordacht. Maar het eerste dat ik hoor is zijn liefde voor muziek, dat roept herinneringen op aan mijn vrienden in Holland.&quot; 
</p>
<p>
In het najaar van 2006 werkte Rothlein met het complete dansgezelschap drie weken lang in het Grand Theatre in Groningen aan zijn productie <em>Civilian/Warrior</em>. Dat stuk gaat over wat het betekent te vechten, bezien vanuit het perspectief van een soldaat en gebaseerd op verhalen, interviews en teksten van dienstplichtigen en veteranen. &quot;De Groningers haalden ons binnen, ze gaven ons een repetitieruimte, een appartement, ze gaven ons te eten. En een budget, een technische ploeg, productieruimte.&quot; Dat schiep een band, het maakte de samenwerking met een Nederlandse componist extra plezierig en interessant. En dan liggen de thematiek van Ter Veldhuis' en Rothleins werk ook nog eens verrassend dicht bij elkaar. 
</p>
<p>
In het Whitney-programma komen <em>doom</em>, <em>death</em> en <em>tragedy</em> volop en in uiteenlopende gedaanten aan de orde. In het agressieve <em>Grab it!</em> is een ter dood veroordeelde gevangene aan het woord, in het sombere <em>Pitch black</em> klinkt de stem van de in Amsterdam verongelukte Amerikaanse trompettist Chet Baker, en die van een bange Billie Holiday in het bitterzoete, soms lieflijk swingende <em>Billie</em>. Ook op het programma staan het verstilde, bijna stilstaande <em>Postnuclear Winterscenario No.10</em> en het verleidelijke, met vogelgeluiden versierde <em>The garden of love</em> naar een gedicht van William Blake, waarin tussen de grafstenen doornstruiken woekeren. Deze stukken zijn kant en klare <em>statements</em>, bijna iedereen die ze hoort vindt ze indrukwekkend genoeg. Hoe voeg je daar als choreograaf nog iets wezenlijks aan toe? &quot;Tja, dat was lastig&quot;, beamen de choreografen. Miller: &quot;We moesten een onderliggend gevoel proberen te vinden en dat benadrukken. Het gaat allemaal over ondergang en tragedie, en toch, alle stukken bieden ook een zeker troost. Dat leek ons de verbindende schakel.&quot; 
</p>
<p>
<strong>de media <br />
</strong>'s Avonds loopt de zaal behoorlijk vol, de meeste van de ongeveer honderd klaargezette stapelstoelen raken bezet. Belangrijk voor de componist: er is nogal wat pers aanwezig. &quot;<em>Provocative, eclectic </em>Pitch black<em>, with dance and sax</em>&quot;, kopt de Philadelphia Inquirer de volgende dag. De New York Times schrijft onder de wat zuiniger kop &quot;<em>Dutch composer samples pop culture and gives it a melody: </em>Zijn orkestmuziek lijkt op Jeff Koons in de serieuze benadering van kitsch&quot;, en &quot;De stukken zelf klonken helder en plezierig en waren moeilijk in een categorie onder te brengen&quot;. Maar ook &quot;haal de woorden weg, zoals hij deed in <em>Postnuclear Winterscenario No.10</em>, en er bleef een New Age-achtige meditatie over&quot;. Tenslotte, precies waarom het allemaal begonnen is: &quot;Toch, het belangrijkste van deze gratis concerten is, dat ze de kans bieden het werk van een kunstenaar te horen - goed uitgevoerd in een tamelijk galmende ruimte - die in Europa van belang is en hier nauwelijks bekend.&quot; Nog veel meer mensen krijgen die kans, want de Prism-Miro combinatie van saxofonisten en dansers gaat met dit Ter Veldhuis-programma toeren in de States. 
</p>
<p>
De donderdag- en vrijdagavondprogramma's lenen zich beter voor een gewijzigde zaalopstelling, hebben Ter Veldhuis en de organisatoren besloten. Woensdagavond is de zaal in de lengte gebruikt, vandaag wordt het de breedte. In het midden van de lange glazen wand langs Park Avenue is een bordes, zeven treden boven de vloer van de zaal. Deze verhoging zal vanaf nu af als podium dienen. Dat betekent opnieuw worstelen met het geluid, die vermaledijde galm. Het viel hem gisteravond &eacute;cht niet mee, zegt Ter Veldhuis, die ook al niet blij is met het huiskamerformaat videoscherm waarop straks <em>Heartbreakers</em> en een deel uit <em>Paradiso</em> zal worden vertoond. &quot;Welk deel zal ik doen?&quot;, overlegt Ter Veldhuis hardop met zichzelf. Hij twijfelt of hij de New Yorkers zal provoceren met een naakte vrouw in het orgastische <em>Heaven of lust</em>, of ze zal verleiden met de weldadig prachtige <em>Heaven of love</em> met suikerzoete videobeelden van videokunstenaar Jaap Drupsteen. Hij kiest voor de liefde en niet voor lust, maar het wordt uiteindelijk <em>Garden of Eden</em> omdat 's avonds de technicus zich vergist. 
</p>
<p>
Ook vanavond speelt een saxofoonkwartet, ditmaal het New Century Quartet. Er klinkt een vette uitvoering van <em>Heartbreakers</em>, een compositie uit 1999 op basis van teksten uit Amerikaanse talk shows met Jerry Springer, oorspronkelijk geschreven voor de Nederlandse jazzband de Houdini's en met beelden van vj Danielle Kwaaitaal. Geen dansers vanavond, wel een informatief gesprek tussen componist Jacob ter Veldhuis, gitarist Kevin R. Gallagher die vrijdag zal spelen, baritonsaxofoniste Connie Frigo van het New Century Quartet, en componist-muziekkenner-journalist Frank J. Oteri die ook een radio-talkshow aan de Nederlander wijdde. Ter Veldhuis schittert in zijn knalrode jasje tussen het bescheiden stemmig zwart van zijn gespreksgenoten. Toch slaat tijdens dit gesprek de vlam niet in de pan, daarvoor zijn de vragen te vriendelijk en de loftuitingen te overvloedig. New Century-altsaxfonist Christopher Hemingway speelt tenslotte bloedstollende duetten met Charlie Parker, Cannonball Adderley en Art Pepper in het razendlastige <em>Buku</em> voor altsaxofoon en boombox. De publieke opkomst valt deze avond wat tegen. Wie er wel is geniet zichtbaar van deze ervaring die soms pijnlijk confronterend, steeds wonderbaarlijk herkenbaar en ook nog eens prettig informatief was. 
</p>
<p>
<strong>de musici <br />
</strong>Het vrijdagconcert heeft het afwisselendste, aantrekkelijkste en best bezochte programma van de drie avonden. 's Middags raast fluitiste Margaret Lancaster hyperopgewonden over het podium tijdens de repetitie van <em>Lipstick</em>, voorspel voor een krachtige en uiterst geconcentreerde uitvoering 's avonds. Celliste Dorothy Lawson schittert in <em>Tatatata</em> en pianiste Kathleen Lancaster, met knalrood geverfde haren en in een kanariegeel straksluitend trainingspak gestoken, overtuigt met <em>The Body of your Dreams</em>. Dit stuk is ongetwijfeld Ter Veldhuis' lichtvoetigste stuk voor boombox en solist, met geluidssamples uit een televisiereclame voor een vermageringsproduct: &quot;<em>fine-tuned wave transmissions will vibrate fat away, no sweat, no workout</em>&quot;. Maar de laatste twee stukken van de avond behoren tot de grimmigste uit het boombox repertoire: <em>Grab it!</em> over een ter dood veroordeelde gevangene, en <em>The White Flag</em> over de oorlog in Irak. 
</p>
<p>
Electric Kompany, een kamermuziekensemble met de bezetting van een rock band onder leiding van gitarist Kevin R. Gallagher, neemt deze stukken voor zijn rekening. Gallagher is, vertelt hij onderweg van een repetitiestudio naar de concertzaal, in de eerste plaats ge&iuml;nteresseerd in de klank van de elektrische gitaar, in de mogelijkheden van zijn instrument in gecomponeerde muziek. Maar natuurlijk ook in de muziek zelf, in de composities die anderen voor hem bedenken en in de betekenis ervan. Voor Gallagher komt Ter Veldhuis aan bijna al die aspecten tegemoet. 
</p>
<p>
&quot;Een vriend die les gaf op hetzelfde universiteit als ik, vertelde me in 2000 over Jacobs muziek. Hij wist dat ik op zoek was naar componisten met popinvloeden in hun werk. Hij had <em>Grab it!</em> voor saxofoon en boombox gehoord en zei: dit moet je horen. Dus ik zette de cd op en binnen een halve minuut was ik op zoek naar Jacobs emailadres. Ik ging naar zijn website en schreef hem een mailtje om de bladmuziek te bestellen. Daarna vertelde ik hem dat ik het stuk wilde arrangeren voor elektrische gitaar, en we begonnen per email idee&euml;n uit te wisselen. De noten in de gitaarversie van <em>Grab it!</em> zijn natuurlijk vrijwel allemaal van Jacob, maar de manier van ermee omgaan op de gitaar is van mij. Zo raakten we bevriend.&quot; 
</p>
<p>
Voor Gallagher slaat Ter Veldhuis een brug tussen het traditionele componeren en de popcultuur. &quot;Jacobs muziek laat jonge componisten zien wat er mogelijk is in eigentijdse muziek, ze hoeven zich niet langer af te vragen hoe ze in de een of andere traditie passen. Als ik vertel dat ik een rockband heb die gecomponeerde muziek speelt, dan deinzen ze altijd een beetje terug. Maar het punt is, als iets goed en met smaak is gemaakt, dan zal het uiteindelijk geaccepteerd raken. Deze boombox-muziek is geen <em>gimmick</em>, dan zou ik mijn groep er niet blootstellen. Jonge componisten zullen ontdekken dat deze man grenzen verlegd en ervoor wordt beloond. We zullen dat steeds vaker zien, eigentijdse muziek zal steeds meer verbonden raken met de moderne samenleving. Die verbinding hoort er natuurlijk te zijn, en Jacob doet dat heel erg goed. Dat is waarom hij me in de eerste plaats zo aansprak.&quot; Van musici als Gallagher, fluitiste Margaret Lancaster en de saxofonisten Connie Frigo en Christopher Hemingway moet Ter Veldhuis het hebben. Zij bijten zich vast in zijn muziek, zij zijn zijn vrienden en ambassadeurs overzee. 
</p>
<p>
De gitaarversie van <em>Grab it!</em> is de afsluiting van het driedaagse Jacob Ter Veldhuis minifestival in Whitney at Altria. Gallagher voorspelde al dat het New Yorkse publiek zich niet laat afschrikken door vermeende godslastering en grof taalgebruik, buiten de stad wel degelijk een probleem. Deze avond brengt Electric Kompany <em>The white flag</em> in wereldpremi&egrave;re, voor Amerikanen ongetwijfeld een gevoelige confrontatie met de waanzin van de oorlog in Irak. Een soldaat vertelt hoe hij een vrouw die met een witte vlag zwaaide heeft doodgeschoten. Zij wilde zich overgeven, bleef op hem aflopen en hij vertrouwde het niet. President Bush komt aan het woord met een bezwerende formule. Het publiek luistert gefascineerd en applaudisseert tenslotte respectvol voor de Nederlander Jacob TV die indringend de Amerikaanse <em>way of life</em> aan de orde stelt en daarmee een gevoelige snaar raakt. 
</p>
<p>
&quot;Jacobs muziek klink als geen andere muziek die ik ooit heb gehoord&quot;, zegt curator Limor Tomer. &quot;Het raakt je ergens diep van binnen, <em>you know</em>. Het gaat zo ver voorbij aan het intellect, aan akkoordwisselingen en oplossingen, aan wat dan ook. Jacob spreekt je aan op een sub-sub-sub-intellectueel niveau, daarom houd ik van hem. Ik kan niet uitleggen hoe hij dat doet, ik denk dat hij het zelf niet eens weet. Dat kun je niet weten, <em>it's magic.</em>&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Improviseren in de etalage</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=96" />
		<updated>2008-08-23T16:17:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T21:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.96</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De Dutch Jazz Connection helpt Nederlandse jazzmusici een handje bij het veroveren van het buitenland, want al te vaak bewegen muzikanten en professionals rakelings langs elkaar. Als Nederlandse musici spelen zijn programmeurs uit het buitenland gewoonlijk niet in de buurt, als zij er wel zijn staan de Nederlandse musici nu net niet op het podium. Programmeurs en artistiek directeuren van buitenlandse podia en festivals, veelal lid van het Europe Jazz Network, komen voor vergaderingen graag bijeen tijdens elkaars evenementen om zich in een moeite door te informeren over de muzikale stand van zaken. Waarom dan niet het vergaderen combineren met een uitvoerige, aantrekkelijke presentatie van de beste, interessantste jazz van Nederlandse bodem? Waarbij behalve de EJN-leden zoveel mogelijk andere belangrijke buitenlandse gasten aanwezig zijn? De mensen van de Dutch Jazz Connection vroegen het zich niet lang af, en organiseerden in 1998 de eerste Dutch Jazz Meeting.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=96"><![CDATA[
                De Dutch Jazz Connection helpt Nederlandse jazzmusici een handje bij het veroveren van het buitenland, want al te vaak bewegen muzikanten en professionals rakelings langs elkaar. Als Nederlandse musici spelen zijn programmeurs uit het buitenland gewoonlijk niet in de buurt, als zij er wel zijn staan de Nederlandse musici nu net niet op het podium. Programmeurs en artistiek directeuren van buitenlandse podia en festivals, veelal lid van het Europe Jazz Network, komen voor vergaderingen graag bijeen tijdens elkaars evenementen om zich in een moeite door te informeren over de muzikale stand van zaken. Waarom dan niet het vergaderen combineren met een uitvoerige, aantrekkelijke presentatie van de beste, interessantste jazz van Nederlandse bodem? Waarbij behalve de EJN-leden zoveel mogelijk andere belangrijke buitenlandse gasten aanwezig zijn? De mensen van de Dutch Jazz Connection vroegen het zich niet lang af, en organiseerden in 1998 de eerste Dutch Jazz Meeting.<p>
In het Bimhuis in Amsterdam, voor een gezelschap van ongeveer tachtig professionals uit het internationale jazzpodium- en festivalcircuit, beten (hoe kon het ook anders) pianist Misha Mengelberg en drummer Han Bennink het spits af. In drie dagen presenteerden vervolgens vijftien Nederlandse jazzcombinaties een staalkaart van Nederlandse jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek, van <em>hard core</em> impro tot swingende Paramaribop. Met tussenpozen van ongeveer twee jaar vonden in Amsterdam tot nu toe vijf afleveringen plaats, de laatste in december 2006, muzikanten plukken er inmiddels de vruchten van. Het Nederlandse voorbeeld kreeg bovendien navolging in verschillende buitenlanden. In Bremen bijvoorbeeld met een German Jazz Meeting in 2006 als onderdeel van festival Jazzahead!. Collega's in Brugge en Gent presenteerden in september 2005 en 2007 hun Flemish Jazz Meeting. Buitenlanders bewonderen Nederlanders niet alleen om hun muzikale improvisaties, maar ook vanwege de manier waarop zij die aan de man weten te brengen. 
</p>
<p>
<strong>Amsterdam <br />
</strong>Een jazz meeting naar Nederlands recept is meer dan een serie demonstratieconcerten, meer dan een <em>showcase</em> of etalage met doorgewinterde improvisatoren en aanstormend talent. Sinds de vierde aflevering in maart 2005 is ook een informatiemarkt een vast onderdeel van de Dutch Jazz Meeting. Het Bimhuis was inmiddels verhuisd van het uitgewoonde pand aan de Oude Schans naar de fonkelnieuwe locatie aan het IJ. Dat leverde niet alleen een fantastische nieuwe zaal op maar ook, in de lichte, ruimtelijke foyers en portalen van het Muziekgebouw, overvloedige vloerruimte voor een markt. Tijdens een jazz meeting presenteren musici, ensembles en orkesten zich daar vanachter tafels vol drukwerk, video's en cd's, of door al rondlopend contacten aan te knopen met buitenlandse promotors en programmeurs, platenbazen en journalisten. Soms doen de deelnemers meteen goede zaken, voortdurend worden contacten gelegd of opgefrist door het uitwisselen van wensen en ervaringen, visitekaartjes en cd's. 
</p>
<p>
Het lijkt wel of heel improviserend Nederland, en heel jazz producerend en organiserend Europa die ene dag in de twee jaar gezamenlijk Amsterdam aandoet. Net als beleidsmakers, subsidieverstrekkers en diplomaten, en gasten uit landen in andere werelddelen zoals de Verenigde Staten en Zuid-Afrika, Rusland en Japan. De organiserende Dutch Jazz Connection trakteert ze op &quot;<em>A menu of bands that are of high, international quality</em>&quot;, vond Nod Knowles van het Bath International Music Festival. Gy&ouml;rgy Wallner van het Budapest Music Center: &quot;<em>It has shown really all sides of jazz in the Netherlands, in its entire depth. The info-market was a very good idea!&quot;</em>' En Dmitry Ukhov uit Moskou schreef: &quot;<em>The elders proved their status and it was nice to greet the younger generation.&quot; <br />
</em><br />
<strong>Bremen <br />
</strong>Bij de jonge generatie van de meeting in december 2006 hoort zeker saxofoniste Tineke Postma die haar eigen kwartet leidt en, vooruit, de nieuwe combinatie van gitarist Anton Goudsmit, saxofonist Efra&iuml;m Trujillo, bassist Jeroen Vierdag en drummer Martijn Vink. Omdat een enkel showcase optreden zelden voldoende is voor het begin van een internationale carri&egrave;re, stonden beide bands nog geen drie maanden later alweer in een <em>showcase</em>, ditmaal in Bremen tijdens jazzfestival Jazzahead!. Tussen de tweejaarlijkse edities van de German Jazz Meeting die binnen Jazzahead! plaats vindt, organiseerde festivaladviseur Peter Schulze dit jaar in samenwerking met Jazzinstitut Darmstadt een groots opgezette beurs onder de naam JazzXchange. Als onderdeel daarvan speelden veelbelovende, nog niet internationaal doorgebroken Europese bands korte concerten, een verrassende aanvulling op het hoofdprogramma dat was opgebouwd rond klinkende namen als Joe Zawinul, Rigmor Gustafsson en Kenny Wheeler. 
</p>
<p>
Festival en beurs waren ondergebracht in het even riante als pompeuze Congress Centrum Bremen, toonbeeld van postmodern functionalisme uit het jaar 2005. Drie concertzalen, een grote geflankeerd door twee kleinere, liggen aan een enorme foyer met zuilengalerijen, trappenpartijen en wandconstructies die associaties oproepen met sprookjeskastelen, raketbases en kermisattracties. Voor deze gelegenheid diende de foyer als beursvloer, goeddeels gevuld met kramen en stands van Duitse bedrijven en organisaties: platenmaatschappijen, jazzorganisaties, archieven, omroepen en onderwijsinstellingen. in dit deel van de beurs geen aandacht voor Nederlandse jazz, behalve in de stand van het Prins Claus Conservatorium uit Groningen dat leerlingen probeerde te werven. 
</p>
<p>
Aan de voorzijde van het gebouw, met uitzicht op een uitgestrekt parkeerterrein, is een bar ingericht. Daar voorbij voert een brede gang langs de glazen voorgevel richting Halle 4.1 met een caf&eacute;, nog een verzameling stands en, helemaal achterin, Konzertsaal 4.1. Ook in de gang staan stands, waaronder die van het Nederlandse Jazz in Motion, vertegenwoordiger van saxofonist Yuri Honing (die wel zijn opwachting maakt maar niet op het podium staat), bassist Tony Overwater en drummer Joost Lijbaart. De andere Nederlanders bevolken het kraampjeseiland dat de Dutch Jazz Connection voor ze regelde in Halle 4.1. Er prijken twintig namen op de deelnemerslijst, achter sommige daarvan gaan meerdere musici, bands en ensembles schuil. Vincent Henar van Fra Fra Sound bemant, vlakbij de andere Nederlanders, een eigen stand. 
</p>
<p>
Op het festivalprogramma voor de hoofdpodia prijken dit jaar geen Nederlandse namen, maar wel op het Off Program, een serie <em>showcase</em> concerten die van laat in de ochtend tot vroeg in de avond plaatsvinden in Konzertsaal K 4.1. Met zes van de 23 concerten heeft Nederland daarin een flink aandeel. Gelukkig, want een klein uurtje spelen voor nieuwsgierige programmeurs en promotors is misschien effectiever dan drie dagen lang een stand bemannen. Temeer daar de hoeveelheid belangstelling voor de boekingsbureaus, de musici en hun agenten achter de kramen wat tegenvalt. 
</p>
<p>
<strong>etalage <br />
</strong>Van de zes Nederlandse gezelschappen die in Bremen spelen heeft het Tineke Postma Quartet met ongeveer honderd luisteraars veruit het meeste publiek. Postma heeft voor de gelegenheid bassist Jeroen Vierdag geleend van het kwartet rond Anton Goudsmit, in beide groepen is Martijn Vink de vaste drummer. Randal Corsen is Postma's pianist. Het nieuwe, eigen materiaal dat het kwartet ten beste geeft klinkt kundig, vriendelijk en fris, het publiek is de musici er dankbaar voor. De jazzy dansbare mengmuziek van Martin Verdonk en zijn Latin Jazz V.S.O.P. trekt een kleine veertig luisteraars, de luisterliedjes van Monica Akihary, die eigenlijk nauwelijks jazz mogen heten, toch nog zo'n dertig. Het Zapp String Quartet speelt eigen nummers met grappige titels als <em>Intieme delen</em> en <em>De man met de hond met de hoed;</em> niet ieder van de ruim twintig luisteraars vindt de uitleg die daarbij nodig is even leuk. De stevige, complexe, bijna overenthousiast gespeelde muziek van New Niks brengt nog geen vijftien mensen binnen. 
</p>
<p>
Zo blijkt in een buitenlandse <em>showcase</em> spelen niet altijd een genoegen, optreden voor een bijna lege zaal kan nauwelijks inspirerend zijn. Nu zijn showcases natuurlijk niet in de eerste plaats voor een publiek van liefhebbers bedoeld, maar voor podium- en festivalprogrammeurs, en andere professionals. En hier geldt de wet van omgekeerde evenredigheid tussen de voorkeur van het publiek en profs: hoe meer het publiek zich thuis voelt, hoe eerder de professionals afhaken. Zij zijn vooral op zoek naar muziek die &oacute;f beter is dan wat ze al kenden, &oacute;f minstens even goed maar net opvallend anders. Of, en dat gebeurt niet vaak, muziek die ze nooit eerder hoorden en die ze blij verbaasd doet opveren. Zij willen, kortom, worden verwend en verrast om later zelf hun publiek te kunnen verwennen en verrassen. 
</p>
<p>
Dat weten de musici die in showcases spelen ook, daarom reisden ze toch voor een half uurtje zingen of spelen naar Bremen. Want Peter Schulze was daar, die behalve adviseur van Jazzahead! ook programmeur is van JazzFest Berlin, onderdeel van de Berliner Festspiele, evenals Reiner Michalke van het jazzfestival in Moers, Enrico Blumer uit het Italiaanse Clusone en Nod Knowles uit Engeland. En tientallen andere artistiek directeuren en smaakbepalers van grote en kleine festivals, clubs en podia van Scandinavi&euml; tot Itali&euml;, en zelfs van buiten Europa. Daarom grijpen musici de kans zich te presenteren, want al is zichtbaarheid nog geen garantie voor succes, onzichtbaarheid betekent zeker de dood in de pot. 
</p>
<p>
Zichtbaar en hoorbaar blijven is ook belangrijk voor de oudgedienden, tijdens jazz meetings en muziekbeurzen laten zij zich vertegenwoordigen door hun platenlabels, agenten en boekers. Sommigen van hen spelen al sinds jaar en dag in de hoofdprogramma's van de festivals, wie daar eenmaal staat en in de smaak valt heeft misschien wel de beste kansen op vervolg. Festivaldirecteuren en podiumprogrammeurs gaan nu eenmaal graag luisteren tijdens elkaars festivals, waar zij de musici en bands in hun natuurlijke habitat, op een podium voor publiek, kunnen bekijken, beluisteren en beoordelen. Daarom zien zelfs gezelschappen van het kaliber Instant Composers Pool er niet tegenop naar een Hongaarse provincieplaats af te reizen voor een concert in een tent op een binnenplaats, tegen bescheiden betaling aangevuld met consumptiebonnen voor een volkskeukenrestaurant. 
</p>
<p>
<strong>Gy&ouml;r <br />
</strong>Precies halverwege Wenen en Boedapest en n&eacute;t niet aan die mooie blauwe Donau, ligt het Hongaarse provincieplaatsje Gy&ouml;r, in het voorjaar van 2007 weer voor even het brandpunt van de Europese jazz. Tijdens festival Mediawave verzamelden zich daar de toonaangevende programmeurs van Europese jazzfestivals en -podia, de leden van het Europe Jazz Network. Het jaarlijkse, ruim twee weken durende festival Mediawave is zeker geen jazzfestival <em>pur sang</em>, er staat ook volop pop, rock en folk op het programma. In een grote tent op het dorpsplein spelen zigeuners hun traditionele muziek op van hars wit bestoven violen, maar veel muziek in zaaltjes en kelders is van de vooruitstrevende en experimentele soort. Jonge Hongaren brengen new wave rock, en oude en nieuwe jazz. Amerikanen komen met standards en experimentele muziek, er klinkt soms vriendelijke sing-song-pop, maar vooral venijnige underground. Toch is Mediawave ook voor jazzliefhebbers een festival van betekenis, met jaarlijks grote namen als het Art Ensemble of Chicago, John Zorn, Peter Br&ouml;tzmann en Han Bennink. 
</p>
<p>
Op eerdere afleveringen van Mediawave kwam de Nederlandse jazz en ge&iuml;mproviseerde muziek al vaak aan bod. In 2001 Fra Fra Sound, een jaar later het Willem Breuker Kollektief, de Izaline Calister Band en (wederom) Fra Fra Sound. Tetzepi speelde er in 2003, in de jaren daarna volgden Sean Bergin's MOB en het ICP Orkest (in een bouwvallige synagoge, herinnert Misha Mengelberg zich), Cor Fuhlers Corkestra, Boi Akih en het Tobias Delius 4Tet. Ditmaal zijn Mengelberg met zijn ICP, en trompettist Eric Vloeimans van de partij. Deze muzikanten hebben natuurlijk geen introductie meer nodig bij de programmeurs; Mengelberg en drummer Bennink hebben al bij leven een legendarische status, de bewondering voor de andere ICP-leden is nauwelijks minder. Ook kent iedereen Vloeimans die ditmaal in Gy&ouml;r optreedt met een Frans-Belgisch-Hongaars-Nederlandse gelegenheidscombinatie. Maar al staan zij nog zo goed bekend en hoog aangeschreven, zelfs bij het ICP Orkest of Vloeimans stromen de uitnodigingen niet vanzelf binnen. Dus zijn ze er, als het even kan, graag bij. 
</p>
<p>
's Avonds en in het weekeinde dampen rondom het plein de kramen van de pizzabakkers en worstenbraders, aan grote tafels drinkt het publiek bier, wijn en het Hongaars gedestilleerd palinka. Overdag is het bankje onder de fontein op het dorpsplein, half verstopt achter de grote festivaltent, het domein van een plaatselijke zigeunerfamilie. Op een bankje vlak om de hoek sorteren de mannen van de Nederlandse Instant Composers Pool hun bladmuziek. Behalve Michael Moore, die is zijn papieren kwijtgeraakt in een ander buitenland. Vanavond gaat het twee weken durende festival van start met een concert van ICP. Niet in de gratis toegankelijke festivaltent op het plein (daar spelen vooral folkloregroepen, de beste uit de wijde omtrek), maar op het hoofdpodium in een flinke tent op de binnenplaats van het X&aacute;ntus J&aacute;nos M&uacute;zeum. Het publiek aarzelt nog, pas in de loop van het concert raakt de zaal nog half gevuld. Maar alle leden van het Europe Jazz Network zijn present, om na het concert goede herinneringen op te halen en, wie weet, om nieuwe plannen te maken.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Kom naar de muziek luisteren, niet om de ster te zien</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=97" />
		<updated>2008-08-23T16:16:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T20:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.97</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Op de helblauw gesausde achtergevel van het Nationaal Museum voor Natuurlijke Historie te Sofia staat in wit en donkerblauw, in grote en kleine letters geschreven: &amp;quot;Zoals de koelte s nachts langs lelies, en langs rozen&amp;quot;, en de rest van Jan Hanlo's gedicht Zo meen ik dat ook jij bent. Het doet een warme, speciale band met Bulgarije vermoeden, maar Nederlands is niet de enige vreemde taal op Bulgaarse muren. Vooruitlopend op de toetreding tot de Europese Unie adopteerden negen lidstaten een muur in Sofia, om daarop een gedicht in de eigen landstaal te tonen. Nederland, bedenker van het project, realiseerde in 2004 als eerste dit idee op een prominente plaats in het oude centrum van de stad. Nu Bulgarije sinds 1 januari 2007 bij de EU hoort, haalt Nederland de banden verder aan met een hele reeks culturele activiteiten.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=97"><![CDATA[
                Op de helblauw gesausde achtergevel van het Nationaal Museum voor Natuurlijke Historie te Sofia staat in wit en donkerblauw, in grote en kleine letters geschreven: &quot;Zoals de koelte &rsquo;s nachts langs lelies, en langs rozen&quot;, en de rest van Jan Hanlo's gedicht <em>Zo meen ik dat ook jij bent</em>. Het doet een warme, speciale band met Bulgarije vermoeden, maar Nederlands is niet de enige vreemde taal op Bulgaarse muren. Vooruitlopend op de toetreding tot de Europese Unie adopteerden negen lidstaten een muur in Sofia, om daarop een gedicht in de eigen landstaal te tonen. Nederland, bedenker van het project, realiseerde in 2004 als eerste dit idee op een prominente plaats in het oude centrum van de stad. Nu Bulgarije sinds 1 januari 2007 bij de EU hoort, haalt Nederland de banden verder aan met een hele reeks culturele activiteiten.<p>
Onder het motto BG-NL: Een Culturele Viering trad in maart de Nederlandse saxofoniste Candy Dulfer met de vrouwenband C.O.E.D. op in Sofia in de grootste zaal van zuidoost Europa. Twee weken later stond het Nederlands Danstheater in dezelfde zaal. In juni was de beurt aan percussioniste Tatiana Koleva en saxofonist Rutger van Otterloo, hun concerten en workshops maakten tevens deel uit van de jaarlijks terugkerende Sofia Muziekweken. Zij speelden in heel wat intiemere gelegenheden, deze Nederlandse bijdrage was wat bescheidener van aard maar wel in hoge mate avontuurlijk. Precies wat festivalprogrammeur Momchil Georgiev nodig had om zijn Muziekweken, inmiddels toe aan de 38ste aflevering, eens wat op te frissen. 
</p>
<p>
<strong>Sofia Muziekweken <br />
</strong>Het grootste auditorium van zuidoost Europa telt 3880 stoelen en is een van de dertien zalen in het Cultuurpaleis, een kolossaal complex uit de communistische tijd die duurde van 1944 tot 1989. De achterstand die de Volksrepubliek Bulgarije in deze 45 jaar opliep is nog lang niet ingehaald, maar de behoefte aan vooruitgang bij de Bulgaren is groot, in elk geval in Sofia. Net als de nieuwsgierigheid ook naar kunst op hoog niveau, zelfs naar moderne dans. De voorstelling van het NDT, met werk van Jiri Kylian en huischoreografen Paul Lightfoot en Sol Le&oacute;n, trok in de hoofdstad meer dan drieduizend bezoekers, ook de tour die volgde was een groot succes. De nieuwe muziek uit Nederland bracht voorlopig wat minder mensen op de been. 
</p>
<p>
Tatiana Koleva, de Nederlandse slagwerkster van Bulgaarse afkomst, specialiste op de marimba, zou in eerste instantie een concert spelen met het Cascais-Oeiras Kamerorkest uit Portugal en een masterclass verzorgen voor percussionisten. Maar van het een kwam het ander. Programmasamensteller Georgiev benoemde Koleva tot <em>artist in residence</em> van de Muziekweken. Er kwam een workshop voor componisten bij. Saxofonist Rutger van Otterloo, met wie Koleva een saxofoon-slagwerkduo vormt, werd uitgenodigd voor een concert met werk van vooral Nederlandse componisten. Intussen organiseerde de in 2006 aan het Rotterdams Conservatorium afgestudeerde componist Peter Dundakov een concert met Nederlandse muziek voor Bulgaarse koren en enkele instrumentalisten - onder wie opnieuw Tatiana Koleva. Van Otterloo en Dimitar Bodurov, een van de in Rotterdam afgestudeerde componisten, werden tenslotte als piano-saxofoon-improvisatieduo toegevoegd aan het programma van de Sofia Muziekweken. 
</p>
<p>
Reeksen allegro's, moderato's en non troppo's uit lang voorbije eeuwen vullen de bladzijden van het festivalboek, met foto's van deftige heren en bevallige dames uit ensembles, koren en orkesten, veelal afkomstig uit Bulgarije zelf. Sofia Gubaidulina's <em>Sieben Worte </em>uit 1982 is een van de weinige recente stukken. Het eerste optreden ooit in Bulgarije van een Ierse harpiste, Janet Harbison met <em>traditionals</em>, psalmen en eigen werk, mocht voor de Bulgaren een verrassing heten. Maar het valt niet te ontkennen: de programma-onderdelen van werkelijk moderne snit kwamen uit Nederland. 
</p>
<p>
<strong>woensdag <br />
</strong>De beste concertzaal van Sofia heet Bulgarije Concertzaal, daar speelde Tatiana Koleva op 5 juni 2007 als soliste met het Portugese kamerorkest Cascais-Oeiras. Nu, ruim een week later, staat zij met Rutger van Otterloo op het podium van de kleine of kamermuziekzaal in hetzelfde pand. Van de ruim tweehonderd stoelen is iets minder dan de helft bezet. Een bejaarde dame met zachtoranje kapsel blijft na de pauze weg, alle anderen tonen zich onder de indruk van de muziek uit Nederland. Daaronder het virtuoze solostuk <em>&lt; &lsquo; Poco espr.</em> dat Mayke Nas schreef voor rietblazer David Kweksilber, nu onberispelijk gespeeld door Van Otterloo op sopraansaxofoon; de indrukwekkende slagwerksolo <em>Dithyrambos</em> van Calliope Tsoupaki, geschreven voor Koleva; <em>Linea</em>, een fonkelnieuw stuk van Ron Ford voor het duo Koleva &amp; Van Otterloo. Na de pauze klinken onder meer een wondermooie bewerking van Bill Evans' <em>Peace Piece</em> en het overrompelend agressieve <em>Grab It!</em> van Jacob ter Veldhuis in de versie voor saxofoon en drums. De luisteraars konden vooraf nauwelijks weten wat ze te wachten stond, te oordelen naar hun applaus en de prettig koortsachtige sfeer beleven zij de avond van hun leven. 
</p>
<p>
&quot;Voor mij heeft spelen in Bulgarije een speciale betekenis&quot;, zegt Tatiana Koleva na afloop, &quot;ik wil absoluut een bijdrage leveren aan de muzikale ontwikkelingen hier. Deze muziek hebben ze hier waarschijnlijk nog nooit gehoord.&quot; Koleva werd geboren in Varna, studeerde muziek in Sofia, Rotterdam en Den Haag. In Nederland staat zij inmiddels bekend als top-percussioniste, ook in Duitsland en Frankrijk sleepte zij prestigieuze muziekprijzen in de wacht. Vrouwenkwartet Electra en het duo met Van Otterloo zijn haar vaste combinaties, als soliste speelt zij met toonaangevende nieuwe-muziekensembles overal ter wereld. Ook in Bulgarije verdiende zij haar sporen, al in 1988 kreeg Koleva de Grote Prijs in de Svetoslav Obretenov Nationale Bulgaarse Competitie, in 1998 nomineerde de Bulgaarse Nationale Radio haar voor de eretitel Musicus van het Jaar. Kennis, kunde en ervaring die zij opdeed tijdens haar studies en optredens geeft Koleva graag door aan de musici en componisten, studenten en luisteraars in haar geboorteland, waar gebrek is aan fatsoenlijke instrumenten en de muziekstandaards van hout en ijzer zijn. 
</p>
<p>
<strong>donderdag <br />
</strong>Voor vanmiddag staat eigenlijk het vervolg van de componistenworkshop op het programma, en voor de avond een extra gastoptreden van Van Otterloo, buiten het festival om, in een jazzclub aan de Vasil Levski Boulevard. Maar de workshop is op verzoek van de deelnemers een dag doorgeschoven en het jazzconcert blijkt afgelast. Een mooi moment om eens uit te zoeken wat precies de betrokkenheid en bijdrage zijn van de ambassade in Sofia aan het BG-NL-project. <em>Public Diplomacy</em> en <em>Press and Cultural Affairs</em> zijn volgens het visitekaartje de verantwoordelijkheden van Diana Zapryanova bij de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij bereidde het complete BG-NL-programma voor, zij bewaakt nauwlettend de voortgang ervan en wil met alle genoegen tekst en uitleg geven. Zolang zij maar niet letterlijk wordt geciteerd, want officieel woordvoerster is Zapryanova niet. 
</p>
<p>
De presentaties van Nederlandse kunst en cultuur tijdens dit jaar van de Bulgaarse toetreding tot de EU zijn bij lange na niet de eerste Nederlandse culturele activiteiten in Bulgarije. Succesvolle samenwerkingsprojecten bijvoorbeeld van het Nederlandse Introdans en het Bulgaars Nationaal Ballet in de afgelopen jaren waren de aanleiding voor het uitnodigen van het Nederlands Dans Theater nu. Jaarlijks vragen Nederlandse musici, beeldend kunstenaars, theatergezelschappen en schrijvers steun bij de ambassade voor het uitvoeren of tonen van hun werk in Bulgarije. De ambassade adviseert de aanvragers bij het verwerven van subsidies in Nederland, maar kan ook zelf een bescheiden budget besteden aan interessante initiatieven. De Bulgaarse rijksoverheid ondersteunt alleen presentaties van Bulgaarse kunst en cultuur. Dankzij de minister van cultuur, die als acteur nog regelmatig op de planken staat, gaat er wel veel geld naar het opknappen van theaters en concertzalen. Plaatselijke overheden stellen geen geld, maar wel theaters, zalen of expositieruimtes beschikbaar voor Nederlandse activiteiten. Al het overige moet worden opgebracht door de organiserende instanties, door Nederlandse fondsen en de ambassade. 
</p>
<p>
Om de Bulgaarse toetreding tot de EU te vieren, waren extra middelen beschikbaar uit de HGIS-gelden. Dat maakte het mogelijk het Nederlands Dans Theater uit te nodigen, C.O.E.D en Candy Dulfer, de latin-band van Lucas van Merwijk met zangeres Izaline Calister. Haar collega Denise Jannah opende in augustus met het Orkest van de Bulgaarse Nationale Omroep het Bansko Jazz Festival. Dit jaar was er eens flink veel geld voor prachtige toonbeelden van Nederlandse cultuur, die ook nog eens aantrekkelijk zijn voor een groot publiek. Wel jammer dat er in de oorspronkelijke opzet geen aandacht was voor eigentijdse, wat moeilijker toegankelijke muzikale bijdragen uit de lage landen. Op initiatief van Koleva en dankzij steun van Gaudeamus en het Fonds voor de Amateurkunst en Podiumkunsten (FAPK) klonk die nieuwe muziek uiteindelijk toch. 
</p>
<p>
<strong>vrijdag <br />
</strong>Zo druk bezocht als Koleva's percussieworkshops waren in de vorige week, zo spaarzaam is de deelname aan de componistenworkshop die vandaag wel doorgaat. Hij vindt plaats in de soci&euml;teitsruimte van de Unie van Bulgaarse Componisten. Comfortabele rode fauteuiltjes langs de wanden, een ongeregeld stapeltje cd's naast een moderne geluidsinstallatie, een glazenkastje maar geen drank. Drie componisten melden zich, zij laten zich door de Nederlanders adviseren over het schrijven voor saxofoon en slagwerk. Aan bondige aanwijzingen hebben zij genoeg, dus binnen drie kwartier staat iedereen weer op straat. Wat zeker niet het einde van de gedachtenwisselingen betekent, bij concerten en in het caf&eacute; komen Bulgaren en Nederlanders elkaar voortdurend tegen. 
</p>
<p>
Later in de middag staan Koleva en een collega-percussionist achter het slagwerk, naast twee Bulgaren met cello en contrabas, in een riante oefenruimte van het Philip Koutev Nationaal Folklore Ensemble. Ook het voltallige vrouwenkoor van dit ensemble is aanwezig, onder leiding van dirigent Georgi Genov repeteren zij nieuwe stukken van drie in Rotterdam afgestudeerde componisten. Er klinken messcherpe stemmen die snijdende dissonanten zingen, arrangementen op basis van Bulgaarse zangtradities. De Rotterdamse componisten gebruikten dit stemgeluid als klankmateriaal, als een bijzonder instrument. Dat is voor deze zangeressen die geen noten kunnen lezen wel even wennen, maar het resultaat mag er zijn. Voor het concert op zaterdagavond in de grote Bulgarije Concertzaal staat nog een tweede koor op het programma, uit de provincie en met aanzienlijk jongere meisjes die wel noten lezen. 
</p>
<p>
Vanavond spelen Van Otterloo en pianist Dimitar Bodurov een ingelast concert met ge&iuml;mproviseerde muziek in het Nationaal Museum. De opkomst is gering, de festivalorganisatie heeft voor deze avond nauwelijks reclame gemaakt. Maar wie er is toont zich weer blij verrast. 
</p>
<p>
<strong>zaterdag <br />
</strong>Een televisie-reportagewagen onttrekt de ingang van de concertzaal aan het zicht, de nationale Bulgaarse omroep maakt opnamen van de twee vrouwenkoren die naast de gebruikelijke gearrangeerde Bulgaarse volkmuziek ook nieuwe Nederlandse stukken zullen zingen. Tegen de achtergrond van een kolossaal pijporgel en gestoken in kleurige klederdrachten uit verschillende regio's kwijten de zangeressen zich dapper van hun ongebruikelijke taak. De Nederlandse componist Paul van Brugge treedt zelf op als declamator van de Shakespeare teksten die hem tot inspiratie dienden voor een stuk met koor en piano. In de andere Nederlandse stukken komen slagwerk, cello en contrabas in verschillende combinaties aan bod. Er zijn verrassende momenten maar tot muzikale hoogtepunten komt het niet. 
</p>
<p>
Het idee voor deze combinaties was van componist Peter Dundakov, Bulgaar van geboorte en afgestudeerd aan het Rotterdams Conservatorium bij Van Brugge. Dundakov benaderde de programmeur van de Muziekweken, Georgiev reageerde enthousiast en Dundakov haalde enkele van zijn toenmalige studiegenoten en zijn vroegere docent over een stuk te schrijven. Een kleine week voor het concert zochten de componisten de koren op om ter plaatse de puntjes op de i te zetten. Pas toen bleek dat zij nauwelijks tegen hun opdracht waren opgewassen. Twee van de composities waren totaal onzingbaar voor ze, waaronder die van Van Brugge. Hij zag zich genoodzaakt zijn stuk terug te trekken, maar verzon ter plekke een oplossing om niet het hele programma in het water te laten vallen. Zelf figureerde hij als declamator in plaats van de oorspronkelijk voorgeschreven sopraan. 
</p>
<p>
Dankzij de aantrekkingskracht van het Koutev koor en de Bulgaarse televisie zullen honderdduizenden Bulgaren kennis nemen van dit gedurfde experiment, dat helaas niet de interessantste Nederlandse bijdrage aan het festival was. 
</p>
<p>
<strong>zondag <br />
</strong>Het festival duurt nog een week, maar de Nederlandse bijdragen zijn achter de rug. Vroeg in de avond, in de rumoerige lobby van Grand Hotel Bulgaria, vertelt Momchil Georgiev over zijn taken, plannen en ambities. Deze muziekjournalist en radiomaker bij de nationale radio, musicus en organisator was tien jaar lang bestuurslid van de Sofia Muziekweken voordat hij, nu ruim een jaar geleden, de programmasamensteller van het festival werd. Georgiev's voorganger ging op 77-jarige leeftijd met pensioen, &quot;vooral vanwege de moeizame financiering van het festival, de eeuwigdurende spanning tussen nationale en plaatselijke overheden&quot;. Het bijeenbrengen van subsidies behoort nu ook tot Georgiev's taken, dus wil hij de Sofia Muziekweken aantrekkelijker maken voor overheden en sponsors, voor adverteerders en publiek. &ldquo;Dat betekent beter zichtbaar worden, meer promotie en het vinden van nieuwe wegen naar een interessante en vernieuwende programmering.&rdquo; 
</p>
<p>
Die vernieuwende programmering kan bijvoorbeeld bestaan uit het uitnodigen van Bulgaarse musici die in het buitenland wonen, het brengen van musici en ensembles die niet eerder in Bulgarije te horen waren, het programmeren van onbekende muziek uit het buitenland, het maken van prikkelende combinaties. Daarmee maakte Georgiev meteen al een voorzichtige start. Zo bracht het kamerorkest uit Portugal het <em>Concierto Barocco</em> van de Bulgaarse componist Gheorghi Arnaoudov in premi&egrave;re. Ook de muziek van Portugese componisten was ongetwijfeld nieuw voor veel Bulgaarse luisteraars, net als die van Sofia Gubaidulina en van de Ierse harpiste. Georgiev: &quot;Ik heb ook, voor het eerst in Bulgarije, een heel kleurrijk, informatief parallelprogramma aan het festival toegevoegd, met workshops en seminars. De onderwerpen lopen uiteen van muziek en multimedia tot de dagelijkse werkzaamheden van een orkest. We hebben een symposium, boekpresentaties en tentoonstellingen; het kan vanalles zijn, als het maar op de een of andere manier met muziek te maken heeft. 
</p>
<p>
&quot;Het was een hele uitdaging dit programma te organiseren met een <em>artist in residence</em> die een concert speelde met een orkest, met haar eigen duo, met de Bulgaarse koren zoals gisteravond, en die ook nog eens workshops leidde. Tatiana heeft een wereldwijde reputatie, ze kan verschillende muziekstijlen en -genres combineren, en daar ook nog eens alles over uitleggen. Slagwerk en saxofoons zijn voor iedere componist hier exotische instrumenten, zij schrijven bij voorkeur muziek voor gebruikelijke ensembles of symfonieorkest. De workshop was bedoeld om uit de dagen. Als &eacute;&eacute;n componist zich uitgedaagd voelt ben ik al tevreden, twee zou fantastisch zijn. 
</p>
<p>
&quot;Voor de Bulgaarse koren was het werken met moderne componisten een compleet nieuwe ervaring. Het resultaat was dan misschien niet zo fantastisch als we hadden gehoopt, maar het was acceptabel. En het betekende een uiterst belangrijke ervaring voor de dirigenten en de zangeressen, het publiek en de pers, want de meesten van hen houden niet van moderne muziek. Ze hebben nooit de kans gehad er veel van te horen; als dit festival geen nieuwe muziek presenteert, doet niemand het in Bulgarije. We moeten de mensen opvoeden door ze premi&egrave;res te geven en eigentijdse muziek. De Sofia Muziekweken is geen festival rond grote sterren, het gaat over muziek. Mensen moeten komen om naar de muziek te luisteren, niet om een ster te zien.&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Honderd componisten en hun werk</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=98" />
		<updated>2008-08-23T16:20:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T19:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.98</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Toen in de tweede helft van de jaren tachtig perestrojka (herstructurering) en glasnost (openheid) de ineenstorting van de Sovjet-Unie inluidden, kwam er langzaam maar zeker weer een vrije uitwisseling van informatie en ideeën met het Westen op gang. Met de val van de Berlijnse muur in 1989 was de laatste fysieke barrière tussen Oost en West geslecht, en gretig stortten musici, componisten en musicologen uit beide werelden zich op elkaars repertoire. In de ravage die vijftig jaar communistisch regime in de republieken teweeg had gebracht, stonden tenminste nog conservatoria en componistenbonden, ensembles en orkesten overeind. Met de geachte vertegenwoordigers van die instellingen haalde Gaudeamus met succes de contacten aan.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=98"><![CDATA[
                Toen in de tweede helft van de jaren tachtig perestrojka (herstructurering) en glasnost (openheid) de ineenstorting van de Sovjet-Unie inluidden, kwam er langzaam maar zeker weer een vrije uitwisseling van informatie en idee&euml;n met het Westen op gang. Met de val van de Berlijnse muur in 1989 was de laatste fysieke barri&egrave;re tussen Oost en West geslecht, en gretig stortten musici, componisten en musicologen uit beide werelden zich op elkaars repertoire. In de ravage die vijftig jaar communistisch regime in de republieken teweeg had gebracht, stonden tenminste nog conservatoria en componistenbonden, ensembles en orkesten overeind. Met de geachte vertegenwoordigers van die instellingen haalde Gaudeamus met succes de contacten aan.<p>
Eerder al, eind jaren tachtig, was de basis daarvoor gelegd door medewerkers van Gaudeamus die een bezoek brachten aan vertegenwoordigers en leden van de componistenbonden in de Sovjet-Unie. Een van de leidende figuren daar, verbonden aan de compositieafdeling van het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou, aanvaardde graag de uitnodiging voor een tegenbezoek, sindsdien bezocht hij diverse malen de jaarlijkse Internationale Gaudeamus Muziekweek, vergezeld door enkele collegae componisten. 
</p>
<p>
De Russen waren toeschietelijk, zij wisten dat ze via Gaudeamus niet alleen toegang tot Nederland, maar tot de hele westerse nieuwe muziek-wereld konden krijgen. In Nederland was inmiddels duidelijk dat er ook achter het IJzeren Gordijn buitengewoon interessante ontwikkelingen hadden plaatsgevonden, zoals de bezoekers van het Holland Festival al in 1989 konden horen. Onder de noemer Muziek uit de Sovjet-Unie klonk daar onder meer de verpletterende muziek van de Galina Oestvolskaja en Sofia Goebaidoelina. De belangstelling voor de uitwisseling van muziek en het kennismaken met componisten was wederzijds. 
</p>
<p>
<strong>Days of Dutch Culture <br />
</strong>Het eerste substanti&euml;le project met Nederlandse muziek in Rusland kwam in 1994 tot in samenwerking met het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou. De leiding van het instituut wilde de vrijheid, blijheid en veelkleurigheid in het Nederlandse componeren laten horen, daarom werd nadrukkelijk De Volharding uitgenodigd. Onder de noemer Vrijheid of Engagement kwamen compositorische, muzikale en musicologische kwesties aan de orde in workshops en discussies, lezingen en demonstraties. Dat beviel beide partijen uitstekend, de publieke belangstelling was groot, maar de contactpersoon van het Tsjaikovski Conservatorium wilde de Nederlandse activiteiten vooral beperken tot zijn eigen instituut. De Nederlanders daarentegen wilden heel Rusland veroveren. 
</p>
<p>
Nadat een groep Russische musicologen, vertegenwoordigers van organisaties, componisten en musici, een tegenbezoek aan Nederland had afgelegd, werd besloten in 1996 de Peter de Grote manifestatie op te luisteren met Nederlandse bijdragen, ditmaal niet alleen in Moskou maar ook in St.-Petersburg. Bovendien ook niet alleen met muziek, maar met alle soorten uitingen van Nederlandse kunst. Een imposante stoet Nederlanders reisde daarvoor naar Rusland, onder wie prins Willem Alexander die de manifestatie opende, de toenmalige ministerpresident Wim Kok en zijn staatssecretaris voor cultuur Aad Nuis. 
</p>
<p>
Toen St.-Petersburg in 2003 driehonderd jaar bestond werd de formule herhaald, nu op initiatief van het internationale culturele-activiteitenbureau SICA, en onder de naam Days of Dutch Culture. Ditmaal was ook de Dutch Jazz Connection bij de organisatie betrokken, voor het eerst vertrok een grote afvaardiging jazz- en improviserende musici naar Rusland. Het Willem Breuker Kollektief was van de partij, het Ig Henneman Kwartet, het Yuri Honing Trio, en nog eens zes solisten en groepen. Zij zetten het jubileumfeest in St.-Petersburg luister bij met 23 optredens. 
</p>
<p>
Er was de mee-organiserende, en in die tijd nog stevig mee-financierende instellingen Gaudeamus en Dutch Jazz Connection natuurlijk veel aan gelegen te achterhalen welke muziek geschikt was voor deze en voor volgende projecten. Gelukkig hadden de Russen daar zelf ook idee&euml;n over, mede dankzij Dmitri Oechov. Deze musicoloog en radiomaker verzorgde destijds wekelijks acht radioprogramma's over hedendaagse gecomponeerde muziek en jazz. De radiostations waarvoor hij werkte hadden ook in de Sovjet-periode toegang tot westerse muziek, daardoor kende Oechov ook Nederlandse jazzmusici en componisten. Toen de Nederlanders eenmaal zelf naar Moskou kwamen, nodigde de radiomaker hen steevast uit voor een optreden in een van zijn shows. Zo klonk hun muziek tot in alle uithoeken van het land. 
</p>
<p>
<strong>Apollinisch uurwerk <br />
</strong>De concerten sloegen aan, in Moskou raakten steevast alle driehonderd stoelen in de Rachmaninovzaal bezet, nergens ging een concert onopgemerkt voorbij. Voor de Russische concertbezoekers was de nieuwe muziek uit Nederland een dankbaar onderwerp voor stevige discussies na afloop. De reacties, positief of negatief, waren hevig. Een enkele keer verliet een luisteraars onder het luidruchtig uiten van krachttermen voortijdig de zaal. 
</p>
<p>
De bijval overheerste, en na Moskou en St.-Petersburg volgden uitvoeringen in Jekaterinenburg, Nizjni Novgorod en Kazan, en in steden overal in Rusland. Voorlopig hoogtepunt was het festival World Cultural Capitals - The Hague in mei 2006, een groot evenement in het enorme Moskouse muziekpaleis Dom Moeziki, Huis van de Muziek. 
</p>
<p>
Den Haag was in 2006 weliswaar geen offici&euml;le culturele hoofdstad van Europa of de wereld, maar voor de Russen was de hoofdstad van Zuid-Holland in cultureel opzicht aantrekkelijk genoeg. Den Haag verzorgde een tentoonstelling over de stad in de foyer van de Dom Moeziki, het in Den Haag gevestigde Sch&ouml;nberg Kwartet speelde er Ketting en Andriessen. De Nederlanders brachten dit evenement onder in de reeks Days of Dutch Culture, na de 2003-aflevering in St.-Petersburg ook al in 2004 gepresenteerd in Nizjni Novgorod. Maar ditmaal met naast de expositie vrijwel uitsluitend hedendaagse gecomponeerde en ge&iuml;mproviseerde muziek. 
</p>
<p>
Om de Nederlandse nieuwe muziek extra inzichtelijk en begrijpelijk te maken, verschenen ruim vooraf aan het festival Russische vertalingen van <em>The essential guide to Dutch music: 100 composers and their work</em> van Jolanda van der Klis, en van <em>Het Apollinisch uurwerk</em> van Louis Andriessen en Elmer Sch&ouml;nberger. Dat leverde veel extra aandacht op in Russische kranten, tijdschriften en radioprogramma's, en daardoor publiek bij de concerten. 
</p>
<p>
In de zeventienhonderd stoelen tellende grote zaal speelde Leo van Doeselaar op het enorme orgel Sweelinck en Wagemans, waarna hij een tour maakte langs Russische kerken. Dirigent Ren&eacute; Gulikers leidde het State Academy Symphony Orchestra of Russia bij de uitvoering van Diderik Wagenaars <em>Tango voor orkest</em>, Jacob ter Veldhuis' <em>Rainbow Concerto voor cello en orkest</em>, en Peter-Jan Wagemans' <em>Zamar's dream</em>. Het Moscow Contemporary Music Ensemble nam zes Nederlandse stukken voor zijn rekening, waaronder een kameropera van Calliope Tsoupaki. Het trio Bennink-Borstlap-Glerum bracht de Moskouers op de hoogte van de impro-stand van zaken in Nederland, Benjamin Hermans opgewekt swingende New Cool Collective verzorgde de klap op de vuurpijl. Net als organist Van Doeselaar gingen de jazzmusici daarna nog verder op reis, in hun geval naar St.-Petersburg en Omsk. 
</p>
<p>
<strong>Russen spelen Nederlanders <br />
</strong>Buiten dergelijke grote evenementen om is er een vrijwel continue stroom van Nederlandse muziek en musici richting Rusland. De Russen spelen onze muziek graag, het Moscow Contemporary Music Ensemble bijvoorbeeld heeft werk van maar liefst 34 Nederlandse componisten op het repertoire. Meer dan eens ging dit ensemble op tournee door heel Rusland met uitsluitend Nederlandse stukken op de speellijst, in gezelschap van Jan Vriend of Roderik de Man. Het grote, jaarlijkse Sacharov Festival in Nizjni Novgorod heeft al een paar keer Nederlandse gecomponeerde muziek en jazz geprogrammeerd en wil meer: voor 2008 staat daar een Nederland-<em>special</em> op stapel. 
</p>
<p>
Langzamerhand kwamen ook de financi&euml;le verhoudingen in balans, volgens het principe: de afnemer betaalt en Nederland ondersteunt. De belangstelling werd er niet minder door, de Russen hebben best iets over voor onze nieuwe Nederlandse muziek.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Balanceren tussen groove en experiment</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=99" />
		<updated>2008-08-23T16:26:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T18:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.99</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Spelen op het podium van een gerenommeerd buitenlands festival is goed voor de internationale carrière van iedere musicus, dat geldt ook in de wereld van de eigentijdse jazz. Maar hoe kom je daar te staan? De promotors van de Dutch Jazz Connection bieden de helpende hand, zij brengen Nederlandse jazz- en improviserende musici onder de aandacht van de artistiek directeuren en programmeurs van vooruitstrevende festivals overal in de wereld. De meeste jazzfestivals in Europa zijn aangesloten bij het Europe Jazz Network (EJN). De vertegenwoordigers ontmoeten elkaar tijdens officiële vergaderingen, maar minstens zo vaak in informele sfeer, bijvoorbeeld tijdens festivals; regelmatig zijn daarbij ook collega's uit andere werelddelen present.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=99"><![CDATA[
                Spelen op het podium van een gerenommeerd buitenlands festival is goed voor de internationale carri&egrave;re van iedere musicus, dat geldt ook in de wereld van de eigentijdse jazz. Maar hoe kom je daar te staan? De promotors van de Dutch Jazz Connection bieden de helpende hand, zij brengen Nederlandse jazz- en improviserende musici onder de aandacht van de artistiek directeuren en programmeurs van vooruitstrevende festivals overal in de wereld. De meeste jazzfestivals in Europa zijn aangesloten bij het Europe Jazz Network (EJN). De vertegenwoordigers ontmoeten elkaar tijdens offici&euml;le vergaderingen, maar minstens zo vaak in informele sfeer, bijvoorbeeld tijdens festivals; regelmatig zijn daarbij ook collega's uit andere werelddelen present.<p>
Een succesvol festival maken met alleen nieuwe, experimentele muziek, met op de affiches vrijwel uitsluitend onbekende, buitenlandse namen is bijna onmogelijk. Het samenstellen van een festivalprogramma is een oefening in het vinden van de juiste balans tussen swingende <em>groove</em> en radicaal experiment. Redenen om daarbij ook buitenlandse musici te programmeren liggen voor de hand. Bijvoorbeeld omdat zij wereldberoemd zijn en nooit eerder op het programma stonden. Of ze kwamen wel vaker langs, maar hebben weer iets nieuws te melden. Ook nodigen deze programmasamenstellers graag musici of combinaties uit die nog nauwelijks bekend maar heel bijzonder zijn. De kans die te vinden ligt hoger in het buitenland, dat is nu eenmaal groter dan het eigen land. 
</p>
<p>
Het boeken van buitenlandse, bijvoorbeeld Nederlandse musici kan om verschillende redenen de moeite en het geld waard zijn, maar ideaal is de combinatie van een fonkelnieuw, eigen geluid en grote zeggingskracht. Ook musici die met perfecte timing, onberispelijk stijlgevoel en jaloersmakende virtuositeit de grootmeesters van vroeger naar de kroon steken maken soms een kans. Maar zij worden zelden uit het buitenland gehaald omdat ze overal ter wereld in eigen land te vinden zijn. Daarom is voor musici die de toonaangevende festivalpodia willen veroveren een eigen stem, een eigen geluid een absolute <em>must</em>. 
</p>
<p>
De criteria daarvoor zijn moeilijk te omschrijven, de programmeurs vertrouwen op hun jarenlange luisterervaring, zij hebben een feilloos oor voor veelbelovend talent. Geen van hen heeft vooraf rigide idee&euml;n over gewenste stijlkenmerken, favoriete technieken of voorkeurscombinaties, ieder gaat tamelijk onbevangen op zoek naar de creatieve kracht van improviserende musici, componisten en arrangeurs. Ook brengt vrijwel iedere programmeur bij wijze van experiment graag musici samen die elkaar anders wellicht niet onmiddellijk zouden tegengekomen. Soms leidt dat tot hemelbestormende resultaten, soms tot een regelrechte ramp, maar vrijwel iedereen is graag bereid risico's te nemen. Dat geldt ook ten aanzien van combinaties met elektronica, of mengingen van stijlen en genres. Vooral de Britten en de Duitsers zijn ge&iuml;nteresseerd in het slechten van de grenzen tussen ge&iuml;mproviseerde en gecomponeerde muziek, en juist daarin zijn sommige Nederlandse musici en componisten dan weer heel erg bedreven. Het kan niet toevallig zijn dat de grondleggers van de new Dutch swing, Willem Breuker en Misha Mengelberg, even bedreven waren en zijn in improviseren als in componeren. 
</p>
<p>
<strong>eerste ontmoetingen <br />
<em>Peter Schulze, JazzFest Berlin, Duitsland:</em></strong> &quot;De muziek van Willem Breuker was een openbaring voor me. In heb hem in 1972 voor de radio in Berlijn opgenomen met zijn Tentet. Willem was de eerste die vrij maar geaard speelde, op een heel grappige manier. Een van zijn stukken was een collage van het Berlijnse lied <em>Berliner Luft</em> en het slotkoor uit Bachs <em>Matth&auml;us Passion</em>. Hij speelde ze door elkaar en dat klonk tegelijkertijd zo respectloos en zo respectvol, het was verbijsterend. Ik vond het geweldig. Willem, Han Bennink en Misha Mengelberg hadden, en hebben nog steeds zo'n gevoel voor vrijheid, een gevoel voor humor zonder leuk te willen doen, een gevoel van energie. En hun muziek is geaard. V&oacute;&oacute;r hen was vrij spelen gewoon een manier om energie kwijt te raken, het spelen van geluiden zonder handen en voeten. Voor mij was dat stuk van Willem de allereerste vitale combinatie van vrijheid en geaardheid. 
</p>
<p>
<em>Ken Pickering, Coastal Jazz and Blues Society, Vancouver, Canada:</em> &quot;Het sleutelmoment voor mij was de Oktober Meeting in het Bimhuis in 1991. Dat was een ongelooflijke gelegenheid, niet alleen om Nederlandse muziek te horen, maar een om snapshot voorgeschoteld te krijgen van de hele Europese ge&iuml;mproviseerde muziekscene. Willem Breuker plaveide de weg voor de Nederlanders, daarna volgden Han en Misha. In Noord-Amerika hebben we wat pionierswerk voor deze jongens gedaan, organisatoren en programmeurs hadden nog nauwelijks iets van Europese muziek gehoord. Wij maakten die acceptabel en interessant voor ze.&quot; 
</p>
<p>
<em>Graham McKenzie, Huddersfield Contemporary Music Festival, Engeland:</em> &quot;Ik ging naar het Bimhuis en daar kwam ik die wonderlijk fantastische musici en karakters tegen, Misha Mengelberg, Tristan Honsinger, Han Bennink, Sean Bergin, Willem Breuker, en ik dacht: poeh, wat gebeurt hier? Dit was totaal nieuw voor mij en mijn houding tegenover muziek veranderde er totaal door. Het veranderde mijn leven.&quot; 
</p>
<p>
<em>Gianbattista Tofoni, TAM Eventi, Itali&euml;:</em> &quot;Bij mijn eerste contact met de Nederlandse musici was het absoluut nieuw voor mij wat ze deden, en compleet anders dan wat er in de rest van de Europese scene gebeurde. Ze vonden een nieuwe weg, een totaal onbevooroordeelde manier zonder grenzen en volkomen oorspronkelijk. En deze mensen konden zowel jazz als gecomponeerde muziek spelen.&quot; 
</p>
<p>
<strong>Nederlandse improvisatie nu <br />
<em>Nod Knowles, Bath Festival, Engeland:</em></strong> &quot;Ik voel me nog altijd het meest aangetrokken tot de oudere garde en de jongens van middelbare leeftijd. Het ICP Orkest verraste me een paar jaar geleden weer eens met hun pastiche van bewerkingen van Ellington-stukken, vooral omdat ze daarmee te kennen gaven open te staan voor Ellington. Maar ook heel wat jongere musici spelen interessante muziek - Yuri Honing en zijn bassist Tony Overwater, Michiel Borstlap om er een paar te noemen. Het is niet echt behoudend, het is geen hardbop en ze proberen niet als Blue Note-spelers te klinken. Maar, net als in Groot Brittanni&euml;, hun muziek balanceert niet op de rand. Honing speelt populaire muziek en populaire melodie&euml;n, wat prachtig is want dat spreekt een breed publiek aan. Maar je voelt dat het niet zo experimenteel is, niet zo venijnig, niet zo vooruit dwingend. Maar Borstlap staat bij mij op het festivalprogramma, samen met Bill Bruford. Twee improvisatoren van verschillende generaties die de muziek van hun eigen keuze spelen, dat leek me wel interessant. We zullen zien wat er gebeurt.&quot; 
</p>
<p>
<em>Graham McKenzie:</em> &quot;De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Nederland, wat de ge&iuml;mproviseerde muziek betreft, nog altijd wordt gedomineerd door de oudere generatie. Hun profiel is nog zo dominant. Jongere musici moeten hun eigen ziel nog vinden, hun eigen stem. Er kan natuurlijk maar &eacute;&eacute;n Han Bennink zijn, &eacute;&eacute;n Misha Mengelberg, dus ze moeten naar iets anders op zoek. Maar de jongeren lijken een beetje weg te zakken in <em>groovy</em> jazz, acid en popjazz. Precies het omgekeerde van wat de oudere generatie deed.&quot; 
</p>
<p>
<em>Jacques Panisset, Grenoble Jazz Festival, Frankrijk:</em> &quot;Het belangrijkst is de Nederlandse benadering van groepsimprovisatie en arrangeren. Een aantal briljante geesten is zo ver verheven boven de rest, dat werpt misschien een schaduw over de anderen.&quot; 
</p>
<p>
<em>Enrico Blumer, Clusone Festival, Itali&euml;:</em> &quot;Siii, Boi Akiiihhh! 
</p>
<p>
<em>Peter Schulze:</em> &quot;Het is niet afgelopen met Holland, helemaal niet. Het wordt multicultureler, dat zie je aan mensen als Mola Sylla, Alexei Levin en Michael Moore. Ab Baars is natuurlijk iemand om in de gaten te houden. Anton Goudsmit is een perfect voorbeeld voor de nieuwe generatie, hij past precies binnen het concept van de <em>new Dutch swing</em> zonder zijn voorgangers te kopi&euml;ren. Dat zijn maar een paar voorbeelden, om aan te geven hoeveel effect een Dutch Jazz Meeting kan hebben. Maar die levert niet de komende maand meteen resultaten op, daar gaat tijd overheen.&quot; 
</p>
<p>
<strong>de wijde wereld in <br />
<em>Enrico Blumer:</em></strong> &quot;Het probleem voor jonge musici is in Nederland hetzelfde als overal in de wereld: het is buitengewoon lastig jezelf te laten opvallen in de magmastroom van enorme aantallen groepen.&quot; 
</p>
<p>
<em>Jacques Panisset:</em> &quot;Vorig jaar hadden we een speciaal programma met het TryTone collectief uit Den Haag en een collectief uit Grenoble. Ze werkten samen en schreven muziek voor elkaar, ze traden op in Nederland en Frankrijk. In de Europse scene nemen steeds meer musici de vrijheid samen te spelen met collega's met wie zij zich verwant voelen, of het nu Italianen of Noren, Belgen, Britten of Nederlanders zijn.&quot; 
</p>
<p>
<em>Graham McKenzie:</em> &quot;Ik ben niet zo ge&iuml;nteresseerd in bestaande ensembles, ik houd ervan mensen bij elkaar te brengen. Voor mij is het element van ontdekking een essentieel bestanddeel van waar het in de nieuwe muziek en jazz om gaat,&quot; 
</p>
<p>
<em>Ken Pickering:</em> &quot;Tegenwoordig studeren er wereldwijd honderdduizenden musici af aan conservatoria waar ze een orthodoxe jazzvariant hebben leren spelen. Deze studenten zouden zich moeten afvragen: hoe kan ik overleven? Ik las op iemands website dat ze in shocktoestand verkeren: na acht jaar studeren kunnen ze geen optredens krijgen! Maar Noorwegen is nu wel heel interessant. Omdat het daar zo afgelegen en ge&iuml;soleerd is, hoeven ze zich op het conservatorium niet alle kneepjes van de orthodoxe Amerikaanse jazz eigen te maken. Jonge musici daar werken samen met elektronicapioniers, met singer-song-writers, met componisten. Dat is buitengewoon fascinerend.&quot; 
</p>
<p>
<em>Jacques Panisset:</em> &quot;Plotseling komt het tot je en je weet: ja, dit is het. Het kan overal vandaan komen, de situatie in Scandinavi&euml; is fantastisch, Zwitserland, Oostenrijk. En we reizen naar Algerije, naar Cuba, naar Argentini&euml;. Ik ga naar festivals om te horen wat mijn collega's hebben uitgekozen, want ik houd niet van showcases. Zo'n optredentje van veertig minuten is geen echt optreden. Met alle respect voor mijn collega's, dat is een politieke oefening.&quot; 
</p>
<p>
<em>Nod Knowles:</em> &quot;Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want in het Bimhuis spelen de bands een complete, tamelijk lange set. En de zaal is open voor publiek, dus het is een echte gig.&quot; 
</p>
<p>
<em>Peter Schulze:</em> &quot;Ik vind dat de Nederlanders buitengewoon goed werk hebben gedaan met het verspreiden van nieuws over wat er gaande is, vooral sinds 1998 door middel van de Dutch Jazz Meeting. Toen werkte ik nog bij de radio, ik heb heel wat bands die op een Meeting speelden uitgenodigd. Nederlandse groepen spelen nu overal in de wereld. In Duitsland zijn we jaloers op de Noren vanwege hun systeem van muziekeducatie, en op de Nederlanders vanwege de manier waarop ze hun muziek promoten.&quot; 
</p>
<p>
<em>Gianbattista Tofoni:</em> &quot;De Jazz Meetings zijn fantastisch, een snapshot van de plaatselijke jazz scene in een paar dagen. Dat soort showcases wordt nu overal in Europa ge&iuml;miteerd. Italiaanse jazzmusici zien Nederland als het paradijs. Wij hebben het Casa del Jazz, opgericht door de burgemeester van Rome, maar dat is niet te vergelijken met het Bimhuis.&quot; 
</p>
<p>
<em>Peter Schulze:</em> &quot;Het nieuwe Bimhuis is een investering waar wij stikjaloers op zijn. Voor zover ik weet is er nergens in Europa nog zo'n zaal.&quot; 
</p>
<p>
<strong>compo &amp; impro <br />
<em>Nod Knowles:</em></strong> &quot;Guus Janssen, ik vind hem absoluut briljant. Hij bewandelt een nieuwe weg met de manier waarop hij ge&iuml;mproviseerde en gecomponeerde muziek combineert. Guus praat daar op een filosofische manier over. Hij zegt dat hij soms niet eens weet of hij een compositie aan het spelen is, of aan het improviseren.&quot; 
</p>
<p>
<em>Graham McKenzie:</em> &quot;Ik heb het altijd erg verfrissend gevonden dat Nederlanders zich op meer dan een manier met muziek mogen bezighouden. In Groot Brittanni&euml; hebben we de neiging alles in hokjes te stoppen: jazz, klassiek, eigentijds, dance, noise. Er bestaat hier een bijna absolute scheiding tussen ge&iuml;mproviseerde en gecomponeerde muziek. Als je een klassiek componist of musicus bent, is het zonder meer schadelijk voor je carri&egrave;re als je je met improvisatie bezig houdt. Maar voor mij is al die verschillende experimentele muziek uit hetzelfde weefsel gemaakt. Tenzij ik hartstikke gek ben en niemand anders er zo over denkt, is er een publiek dat ge&iuml;nteresseerd is in al die combinaties en varianten.&quot; 
</p>
<p>
<em>Nod Knowles:</em> &quot;Het mooie aan jazz is, dat de ontwikkeling nooit ophoudt.&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een pluralistische kijk op muziek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=100" />
		<updated>2008-08-23T23:30:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T17:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.100</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">&amp;quot;Er is zeker een tweerichtingsverkeer tussen oud Amsterdam en Nieuw Amsterdam&amp;quot;, zegt componist, muziekjournalist en radiomaker Frank J. Oteri. Hij is oprichter en hoofdredacteur van New Music Box, een internettijdschrift over hedendaagse Amerikaanse muziek, uitgegeven door het American Music Centre. Oteri bezoekt festivals, beurzen en symposia in de Verenigde Staten en daarbuiten, vaak als vertegenwoordiger van Amerikaanse orkesten en ensembles. De dag na dit gesprek zal hij op het podium van het Whitney Museum at Altria een interview doen met Jacob ter Veldhuis. Ter Veldhuis is niet de enige Nederlandse componist in wie hij geïnteresseerd is, Oteri kon wat Nederlandse muziek betreft wel eens de best geïnformeerde Amerikaan zijn. &amp;quot;Zonder de mensen van Donemus zou ik er waarschijnlijk niet zoveel van weten&amp;quot;, zegt hij. &amp;quot;Donemus biedt een fantastische combinatie van cd's, bladmuziek en expertise.&amp;quot;</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=100"><![CDATA[
                &quot;Er is zeker een tweerichtingsverkeer tussen oud Amsterdam en Nieuw Amsterdam&quot;, zegt componist, muziekjournalist en radiomaker Frank J. Oteri. Hij is oprichter en hoofdredacteur van New Music Box, een internettijdschrift over hedendaagse Amerikaanse muziek, uitgegeven door het American Music Centre. Oteri bezoekt festivals, beurzen en symposia in de Verenigde Staten en daarbuiten, vaak als vertegenwoordiger van Amerikaanse orkesten en ensembles. De dag na dit gesprek zal hij op het podium van het Whitney Museum at Altria een interview doen met Jacob ter Veldhuis. Ter Veldhuis is niet de enige Nederlandse componist in wie hij ge&iuml;nteresseerd is, Oteri kon wat Nederlandse muziek betreft wel eens de best ge&iuml;nformeerde Amerikaan zijn. &quot;Zonder de mensen van Donemus zou ik er waarschijnlijk niet zoveel van weten&quot;, zegt hij. &quot;Donemus biedt een fantastische combinatie van cd's, bladmuziek en expertise.&quot;<p>
Oteri's bescheiden kantoor is in Manhattan, 26-ste Straat, maar een paar blokken verwijderd van zijn favoriete lunchrestaurant Eisenburg. Daar bestelt hij een <em>egg cream</em>, de traditioneel Newyorkse mix zonder ei of room: chocoladesiroop, melk en spuitwater. Oteri: &quot;Het valt me op dat er veel overeenkomsten zijn tussen Nederlandse en Amerikaanse componisten. Bang on a Can-componisten als David Lang, Michael Gordon en Julia Wolfe, en een heleboel jonge collega's hebben in Nederland bij Louis Andriessen gestudeerd. Omgekeerd is Louis sterk be&iuml;nvloed door de Amerikaanse jazz en minimal music. 
</p>
<p>
&quot;Mijn eigen manier van componeren, van klanken combineren, mijn manier van denken over muziek veranderde onder invloed van een andere Nederlandse componist die ik zeer bewonder, maar die niet langer bij ons is, Peter Schat. Ik kwam met zijn werk en idee&euml;n in aanraking toen ik aan de Columbia University studeerde. Ik herinner me dat ik in het tijdschrift Keynotes, uitgegeven door Donemus, een artikel las over Schats toonklok, een ingenieus systeem om toonschalen en akkoorden te construeren. Ik raakte erdoor gefascineerd. Dus toen ik in 2002 in Utrecht was voor de Nederlandse Muziekdagen, moest en zou ik Peter Schat spreken. Gelukkig ontmoetten wij elkaar, een paar maanden voor zijn dood.&quot; 
</p>
<p>
<strong>ge&iuml;mproviseerde solo <br />
</strong>&quot;Ik heb een zeer pluralistische kijk op muziek, ik geloof niet in het beste. Er gebeurt zoveel interessants, componisten doen buitengewoon opwindende dingen. Zo werd ik een paar jaar geleden erg verrast door de muziek van Guus Janssen. Ik vond het prachtig hoe hij jazz speelde op een klavecimbel, een supergoed idee. Zijn vioolconcert, gespeeld door de Amerikaanse violist Mark Feldman, was helemaal geweldig: de solo was van begin tot eind ge&iuml;mproviseerd. 
</p>
<p>
&quot;Daarna hoorde ik Ned McGowan uit Amsterdam, hij had onlangs een groot programma in New York. Met zijn Nederlandse groep Hexnut speelde hij <em>Tools</em> dat uit heel korte delen bestaat, soms niet meer dan een paar seconden, stuk voor stuk imitaties van verschillende zware elektrische gereedschappen. Dat was helemaal nieuw voor het publiek, ze vonden het prachtig. Ook van de muziek van Theo Verbey raak ik behoorlijk opgewonden. En dan Michel van der Aa natuurlijk, spannende muziek. Het gebruik van multimedia is nu overal heel erg in, en de manier waarop Van der Aa elektronica en beelden gebruikt is zonder meer vernieuwend. 
</p>
<p>
&quot;Een van de mooie dingen van Donemus is dat ze jarenlang platen en cd's hebben uitgebracht, zodat iedereen muziek uit Nederland kan horen. Cd's zijn voor mij onmisbaar, als iemand me cd's geeft voel ik me als een kind in een snoepwinkel. Ik wil altijd meer, ik kan er geen genoeg van krijgen. Mede dankzij al die opnamen die ik kreeg werd ik kenner van de Nederlandse muziek. Zo kwam ik ook in aanraking met de muziek van Jacob ter Veldhuis, vervolgens ontmoette ik hem hier in New York in 2002. We zijn gaan lunchen en hij gaf me de cd's van zijn boombox-stukken en van <em>Heartbreakers, Paradiso</em> en de <em>String Quartets</em>. 
</p>
<p>
&quot;Thuis stopte ik er een in mijn cd-speler en plotseling schreeuwde er iemand '<em>motherfucker</em>'. Ik vond het nogal shockerend, waarom was dat? De muziek is heel energiek, heel fysiek, heel opwindend. Het klonk confronterend, ontregelend en dissonant, maar wat ik hoorde beviel wel. Toen zette ik <em>Paradiso</em> op. Die muziek is zo ongewoon mooi. Had ik net kennis gemaakt met iemand die aanvallende, bijna gewelddadige muziek schrijft, en dan deze prachtige, diep ontroerende&hellip; Ik wilde bijna zeggen ouderwetse muziek, maar het is niet ouderwets. Deze muziek voert je mee naar een andere wereld, ze is hemels. Dus ik dacht: dit is een man vol tegenstellingen en dat vond ik buitengewoon interessant. De muziek beviel me, af en toe liet ik haar aan mensen horen, ze werd een deel van mijn verzameling en een deel van mijn leven.&quot; 
</p>
<p>
<strong>meer publiek <br />
</strong>&quot;Er is een verband tussen wat Jacob doet met spraaksamples, en de Amerikaanse muziek. Steve Reich nam gesprekken op die hij bijvoorbeeld gebruikte in <em>Different Trains</em> en in zijn video-docu-opera's als <em>The Cave</em>. Scott Johnson, een rockgitarist die met Laurie Anderson speelde, heeft een stuk met samples gecomponeerd dat <em>John Somebody</em> heet. Philip Kandinsky in Utah heeft veel muziek gemaakt op basis van spelers achter gokmachines in Las Vegas. Kort geleden was ik bij een concert van een alternatieve rockband, The Books. Zij combineren gitaar en bas met videoprojecties van films die ze zelf hebben gemaakt. In een van hun stukken waren projecties te zien van een oudere vrouw, eerst verdeeld over vier schermen, toen over 16, daarna 64. Ik dacht: mijn god, dat is Jacob, dat is <em>Heartbreakers</em>. Maar ik weet zeker dat Jacob nog nooit van The Books heeft gehoord, en zij niet van hem. Dat is wat we hier <em>Zeitgeist</em> noemen. Het is fascinerend. 
</p>
<p>
&quot;Jacobs muziek is natuurlijk anders, en wat belangrijk is: ze is bedacht door iemand die buiten Amerika woont. Daarom is het een commentaar op wat Amerikanen doen en dat is bijzonder. Dat maakt mensen nieuwsgierig, op dezelfde manier waarop Amerikaanse geschiedenisstudenten gefascineerd raken door Alexis de Tocqueville. Deze Fransman kwam in de negentiende eeuw naar Amerika, bleef hier een paar jaar en schreef zijn boek <em>Democratie in Amerika</em>. Omdat hij een buitenstaander was had hij een ander perspectief; zijn boek zegt meer over de Amerikaanse democratie dan welk boek dan ook dat hier is geschreven. Ook Jacob heeft dat perspectief van een buitenlander. Nu kun je moeilijk tegen een publiek zeggen: je moet naar deze muziek luisteren omdat die je meer over jezelf kan vertellen; dat werkt natuurlijk niet. Maar misschien ontdekken de mensen dat zelf wel door er naar te luisteren. 
</p>
<p>
&quot;Een ander sterk punt van Jacob is dat hij gebruik maakt van verschillende repertoires en muziekstijlen, zodat hij misschien ook andere groepen kan bereiken dan de klassieke muziek-gemeenschap. Maar hier wordt het merkwaardig: er bestaat geen breed publiek meer, er is geen <em>mainstream</em> van wat dan ook. Iedereen leeft tegenwoordig in zijn of haar eigen kleine wereld, vooral hier in Amerika. Mensen graven zich in en communiceren niet meer met elkaar, maar misschien heeft Jacob de ideale benadering gevonden. 
</p>
<p>
&quot;Hier opereert hij onder de naam Jacob TV, veel beter uit te spreken en het klinkt een beetje <em>poppy</em>. Daar heb ik geen probleem mee. <em>Poppy</em> betekent: een groter publiek. Wat is er mis met een groter publiek?&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Er valt voortdurend iets te ontdekken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=101" />
		<updated>2009-05-16T21:41:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T16:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.101</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">&amp;quot;Er ligt een flinke Nederlandse nadruk op het programma dit jaar&amp;quot;, schrijft artistiek directeur Graham McKenzie in het programmaboek van zijn Huddersfield Contemporary Music Festival. &amp;quot;Holland is wat de eigentijdse muziek(en) betreft al sinds lang een inspiratiebron en leerschool voor me&amp;quot;, vervolgt hij. De tot huiscomponist in het festival benoemde Yannis Kyriakides, leerling van Louis Andriessen, noemt hij &amp;quot;een van de grootste talenten in de Europese scene&amp;quot;. Sinds het aantreden van McKenzie in 2006 waait er een frisse, voor de Nederlanders buitengewoon gunstige wind door Huddersfield.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=101"><![CDATA[
                &quot;Er ligt een flinke Nederlandse nadruk op het programma dit jaar&quot;, schrijft artistiek directeur Graham McKenzie in het programmaboek van zijn Huddersfield Contemporary Music Festival. &quot;Holland is wat de eigentijdse muziek(en) betreft al sinds lang een inspiratiebron en leerschool voor me&quot;, vervolgt hij. De tot huiscomponist in het festival benoemde Yannis Kyriakides, leerling van Louis Andriessen, noemt hij &quot;een van de grootste talenten in de Europese <em>scene</em>&quot;. Sinds het aantreden van McKenzie in 2006 waait er een frisse, voor de Nederlanders buitengewoon gunstige wind door Huddersfield.<p>
Het festival in Huddersfield bestaat in 2007 dertig jaar en is een van de toonaangevende nieuwe muziekfestivals in de wereld. Nederlanders waren er altijd al welkom, naast beroemdheden uit de hele wereld. In 1981 bijvoorbeeld, toen Harrison Birtwistle&rsquo;s <em>Klarinetkwintet</em> in premi&egrave;re ging, klonk ook Louis Andriessens <em>Hoketus;</em> diens <em>Hadewijch</em> ging in 1993, toen Gy&ouml;rgy Ligeti uit Hongarije en Henryk G&oacute;recki uit Polen op het festival aanwezig waren. Berio en Xenakis, P&auml;rt en Reich maakten in de loop der jaren hun opwachting, maar ook Theo Loevendie en Guus Janssen. Het jaar 2004 had zelfs een opvallend Nederlands accent, met werken van Michel van der Aa, Richard Ayres, Klas Torstensson en extra veel van Richard Rijnvos. 
</p>
<p>
<strong>goed voorbeeld <br />
</strong>Graham McKenzie is wat muziek betreft een kieskeurige omnivoor. Hij baant zich een weg dwars door stijlen en genres, kiest wat hem bevalt, zet eventueel het mes in al te vaste verbanden en bedenkt graag zijn eigen uitdagende combinaties. In september deed hij Amsterdam weer eens aan tijdens de Internationale Gaudeamus Muziekweek, waarvan hij de idee van een Night of the Unexpected overnam voor het festival in Huddersfield, inclusief samensteller Roland Spekle. 
</p>
<p>
In de middag vooraf aan de Night vertelde McKenzie over zijn plannen voor de komende jaren. &quot;Ik was op zoek naar een goed voorbeeld en vroeg me af: waar in Europa heb ik de openheid die ik wil overbrengen het duidelijkst en overvloedigst aangetroffen?&quot; Als regelmatig bezoeker van Bimhuis en IJsbreker, het Holland Festival, de Gaudeamus Muziekweek en de Dutch Jazz Meeting, twijfelde hij niet lang: &quot;Nederland is het land waar dat het geval is.&quot; 
</p>
<p>
Vanuit Glasgow hield McKenzie al sinds jaar en dag het Schotse muziekpubliek scherp door experimentele muziek te programmeren, anderen daartoe aan te zetten, cd's uit te geven op zijn label Isis Music, en door over nieuwe muziek te publiceren. Sinds 1997 was hij directeur van het Centre for Contemporary Arts, en tot op heden is hij mededirecteur van het Center for Improvisational Studies, beide in Glasgow. 
</p>
<p>
&quot;In het Centre for Contemporary Arts was ik verantwoordelijk voor de tentoonstellingen en de films, en ik presenteerde er heel wat experimentele, gecomponeerde en ge&iuml;mproviseerde muziek.&quot; Met saxofonist Evan Parker zette hij festival Free RadICAl op, een ander festival dat is gewijd aan de mix van elektronische muziek en improvisatie noemde hij Subcurrent, en hij richtte het Improvisers Orchestra op. Mc Kenzie: &quot;Een band met een stuk of twintig musici uit de jazz, klassieke muziek, pop en folk. Ik laat ze werken met ervaren improvisatoren uit het Verenigd Koninkrijk en uit het buitenland&quot;. 
</p>
<p>
&quot;Mijn filosofie ten aanzien van de meeste dingen is, ik citeer Cecil Taylor: de compositie begint op het moment dat je de musici kiest. Ik zie mijzelf dus in zekere zin als een componist, ik combineer mensen en idee&euml;n. Nieuwe muziek behoort over ontdekkingen te gaan. In de eigentijdse gecombineerde muziek, maar ook wel in de jazz, zijn er ensembles met musici die al vijfentwintig, dertig jaar met elkaar spelen. Ik vind dat ze een beetje uit die comfortabele positie moeten loskomen, want als je ouder wordt bestaat het gevaar dat je smaak minder flexibel wordt.&quot; Daarom haalt McKenzie graag bestaande ensembles uit elkaar om met de leden nieuwe te formeren. 
</p>
<p>
<strong>avontuurlijke beslissing <br />
</strong>Een van de redenen waarom hij in Huddersfield solliciteerde was, zegt McKenzie, dat het prachtige festival in naam eigentijds, maar in de praktijk tamelijk behoudend was. &quot;Huddersfield bestaat dit jaar dertig jaar, zowel vanwege de omvang als de inhoud was het altijd een buitengewoon festival. Het is gegroeid in een kleine industriestad waar heel weinig culturele activiteiten zijn. Het heeft op een uitstekende manier de muziekgeschiedenis van de 20ste en 21ste eeuw duidelijk gemaakt,. 
</p>
<p>
&quot;Maar de definitie van eigentijdse muziek was heel beperkt: genoteerde muziek, formele compositie. Ik had het gevoel dat het festival voortdurend de successen vierde van componisten die zeventig, tachtig of zelfs honderd jaar geleden geboren zijn. Daarmee laat je niet zien en horen waar het in de eigentijdse muziek werkelijk om gaat. Een van de dingen die ik wilde doen was die definitie verbreden. De muziek weghalen uit de formele concertsituatie met alle opsmuk en ceremonieel, het rituele op- en afgaan, het buigen. Ik was eigenlijk tamelijk verrast dat ze mij aanstelden, dat vond ik een nogal avontuurlijk besluit.&quot; 
</p>
<p>
In zijn eerste jaar in Huddersfield programmeerde McKenzie meteen een aantal langeduurconcerten van zes uur elk; zowel het publiek als de musici konden in en uit lopen. Het festival benoemde jazzbassist en componist Barry Guy tot huiscomponist, om zo ook improviseren een plaats te geven in het programma. McKenzie: &quot;Hij heeft kamermuziek geschreven en een compositie voor een veertigkoppig orkest, en hier stond hij met zijn solo-basimprovisaties. Dat was allemaal nogal riskant, gelukkig waren de reacties enthousiast. Het publiek was zichtbaar jonger en de recettes waren veertig procent hoger dan het jaar ervoor.&quot; 
</p>
<p>
<strong>gezonde dynamiek <br />
</strong>Dit jaar zet McKenzie de verjongingskuur door met huiscomponist Yannis Kyriakides, geboren in Cyprus, getogen in Engeland en in Nederland opgeleid tot componist. &quot;Yannis is vertrouwd met installaties in tentoonstellingsruimtes, met muziektheater, met het schrijven van ensemblestukken en met improvisatie. Ik was vooral benieuwd naar het effect dat hij had op het Ensemble MAE, het vroegere Maarten Altena Ensemble dat van improviseren is overgestapt op het uitvoeren van gecomponeerde muziek.&quot; Dus nodigde McKenzie het MAE uit, maar ook ensemble Insomnio, het Nieuw Ensemble, violiste Monica Germino en fluitiste Anne La Berge, en de improviserende musici Guus Janssen, Cor Fuhler en Gert-Jan Prins. 
</p>
<p>
Niet minder dan negen Nederlandse componisten komen tijdens het festival aan bod, van nestor Louis Andriessen tot benjamin Giel Vleggaar, gespeeld door Nederlandse en buitenlandse musici en ensembles. Inderdaad &quot;een sterke Nederlandse nadruk&quot; dit jaar, en daar zal het niet bij blijven belooft McKenzie. &quot;Ik ben geen cultuurtoerist, na een jaar zeg ik niet: Holland hebben we gedaan, klaar. De komende drie jaren zal ik voor het Huddersfield Festival zeker aan projecten met Nederlanders blijven werken.&quot; Hij is bijvoorbeeld ook ge&iuml;nteresseerd in de invloed van componist en elektronicaspecialist Dick Raaymakers op de Nederlandse muziek. Hij denkt aan cellist Ernst Reijseger en aan de piepjonge ensembles Jargon en Bakin Zub. 
</p>
<p>
&quot;Ik ben altijd op zoek naar wat ik een <em>live experience</em> noem, muziek die niet alleen gehoord maar ook gezien moet worden. Daarom heb ik Monica Germino uitgenodigd, ik zag haar vorig jaar tijdens de Night of the Unexpected. Haar uitvoering van Michael Gordons <em>Industry</em> op elektrische viool was ongelooflijk fysiek, ik was er door overdonderd. En ik begin ook de muziek van Martijn Padding, Robin de Raaff en Roderik de Man steeds meer te waarderen. Het mooie aan Holland is dat de situatie daar voortdurend verandert. Musici, studenten en componisten gaan naar Amsterdam en blijven daar voor lange of korte tijd, waarna ze altijd iets van hun invloed achterlaten. Die dynamiek is heel gezond, daardoor valt er voortdurend iets te ontdekken.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Gewoon vertellen wat je doet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=102" />
		<updated>2008-08-23T23:38:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T15:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.102</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">&amp;quot;In mijn muziektheaterstukken kun je de muziek niet los zien van de filmfragmenten en het podiumbeeld. Met de opera After life merkte ik dat mensen er soms moeite mee hebben de muziek, de actie en het beeld als een volkomen organisch geheel te zien. Op sommige momenten is de film of het toneelbeeld het belangrijkst, dan zet ik de muziek even op een laag pitje. Combineren is waar ik goed in ben, zelf de balans maken tussen die drie lagen. Ik schrijf de noten, ik bepaal wie waar staat op het podium, ik beslis wat er op welk moment te zien is op de video. Zo raakt alles met elkaar vervlochten, veel beter dan wanneer je verschillende personen aan het werk zet nadat de muziek al klaar is.&amp;quot;</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=102"><![CDATA[
                &quot;In mijn muziektheaterstukken kun je de muziek niet los zien van de filmfragmenten en het podiumbeeld. Met de opera <em>After life</em> merkte ik dat mensen er soms moeite mee hebben de muziek, de actie en het beeld als een volkomen organisch geheel te zien. Op sommige momenten is de film of het toneelbeeld het belangrijkst, dan zet ik de muziek even op een laag pitje. Combineren is waar ik goed in ben, zelf de balans maken tussen die drie lagen. Ik schrijf de noten, ik bepaal wie waar staat op het podium, ik beslis wat er op welk moment te zien is op de video. Zo raakt alles met elkaar vervlochten, veel beter dan wanneer je verschillende personen aan het werk zet nadat de muziek al klaar is.&quot;<p>
De carri&egrave;re van Michel van der Aa mag een droomcarri&egrave;re heten. De eerste buitenlandse opdrachten kwamen al toen hij nog compositie studeerde aan het conservatorium in Den Haag, bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk and Louis Andriessen. In 2003 tekende hij een contract bij uitgeverij Boosey &amp; Hawkes, waar Andriessen de enige andere Nederlandse naam is op de lijst. Als een van de weinige Nederlanders maakt Van der Aa overal in de wereld indruk, van Tokio tot Veneti&euml;, van Zweden tot Australi&euml; en van Donaueschingen tot New York. 
</p>
<p>
&quot;Mijn opera's <em>After life</em> en <em>One</em>, en de andere stukken met film of theatrale dingen zijn het succesvolst&quot;, zegt Van der Aa, &quot;maar de <em>hard core</em> muziekliefhebbers vergeet ik zeker niet.&quot; Naast de beide opera's schreef hij onder meer voor groot orkest, voor instrumentaal ensemble en voor ensemble met sopraan, voor percussie, voor solo-piano, en -viool. De klank van akoestische instrumenten en stemmen vult hij graag aan met andere geluiden, vaak met behulp van elektronica. Op zijn website staat zijn stijl omschreven als <em>&quot;characterized by a use of rhythm and chords as structural elements&quot;</em>, het klinkende resultaat daarvan als <em>&quot;strikingly subtle, playful, poetic and transparent&quot;.</em> 
</p>
<p>
&quot;Maar ik aarzel ook niet een schaamteloze aria te schrijven&quot;, voegt hij daar aan toe, &quot;gewoon een goed liedje&quot;. En hij houdt van de directheid van popmuziek, merkbaar in <em>After life</em>. De combinatie van schoonheid, eigenzinnigheid en een zekere mate van hip blijkt aantrekkelijk voor een groter publiek dan een levende componist gewoonlijk kan behagen. Al is Van der Aa op dat laatste zeker niet uit, &quot;<em>One</em> is veel minder direct dan <em>After life&quot;.</em> 
</p>
<p>
<strong>visitekaartje <br />
</strong>&quot;Het allereerste dat ik in het buitenland deed was in 1994 een cursus volgen voor choreografen en componisten in Wakefield, Engeland. Daar ontmoette ik choreografen met wie het heel goed klikte, later vroegen drie van hen mij een werk met ze te maken.&quot; Dat leverde een avondvullend stuk op voor de opening van een nieuwe concertzaal in Norrk&ouml;ping, en een compositie voor de Londense Alston Dance Company. Daarna een opdracht van het New National Opera Theatre in Tokio voor het Japanse Ensemble Nomad, met als <em>spin off</em> drie avonden lang Van der Aa's muziek op een festival in Sapporo. 
</p>
<p>
&quot;Doordat ik in 1999 met <em>Between</em> de Gaudeamus Prijs won, kwamen de mensen van de Donaueschinger Musiktage en uitgeverij Boosey &amp; Hawkes mij op het spoor. De premi&egrave;re van <em>Here [to be found]</em> in Donaueschingen was echt fantastisch, mijn muziek was z&oacute; anders dan de rest, maar de pers was lovend. Dat had ook anders kunnen zijn, ik werd heel erg afgezet tegen de Duitse school.&quot; Van Boosey &amp; Hawkes hoorde hij voorlopig niets. 
</p>
<p>
Na de premi&egrave;re van zijn opera <em>One</em> in Amsterdam, januari 2003, kwam de buitenlandse belangstelling goed op gang. De Berliner Festspiele en Festival d'Automne in Parijs boekten het stuk, uiteindelijk vonden er dertig uitvoeringen in elf landen plaats. Zo werd de opera ook voor Gaudeamus een internationaal visitekaartje. Van der Aa: &quot;Daar ben ik blij om, want zonder Gaudeamus was er helemaal geen <em>One</em> geweest.&quot; 
</p>
<p>
<strong>subsidie <br />
</strong>Kort na de Berlijnse uitvoering in oktober 2003 kreeg de componist een emailtje van Boosey &amp; Hawkes, de grote Engelse muziekuitgeverij. &quot;Ze hadden me een paar jaar gevolgd zonder dat ik er iets van wist, en ze boden mij een contract aan. Ik dacht: nu gaat het gebeuren, kom maar op. 
</p>
<p>
&quot;Maar er gebeurde niets. Er was natuurlijk tijd nodig om de machine op gang te krijgen en daarna is het snel gegaan. Iedereen die er in de muziekwereld toe doet krijgt de Boosey &amp; Hawkes catalogus onder ogen, ineens vroegen mensen die nog nooit van me hadden gehoord om cd's. Want als deze uitgeverij tegen Carnegie Hall zegt: 'ik heb hier echt een geweldig stuk, kijk er eens naar', dan heeft dat oneindig veel meer effect dan wanneer een ander een hele stapel spullen stuurt.&quot; 
</p>
<p>
Hoe verder naar het zuiden van Europa, hoe minder de belangstelling voor de meeste Nederlandse componisten, maar dat geldt niet voor Michel van der Aa. Parijs had hij al snel veroverd en Itali&euml; volgde. &quot;<em>Between</em> voor percussiekwartet en <em>Mask</em> voor ensemble, allebei met <em>sound track</em>, gaan erg over klank, dat soort stukken wordt daar opgepakt&quot;. Dit jaar klinkt Van der Aa's muziek voor de derde keer tijdens de Bi&euml;nnale van Veneti&euml;. Verona wil <em>After life</em>, in Rome gingen al een paar stukken. Buiten Veneti&euml; gaat het vaak om de uitvoering van kleinere werken, mogelijk gemaakt met wat Nederlandse subsidie. 
</p>
<p>
In Australi&euml; woonde Van der Aa in mei 2007 een festival bij, er klonken acht van zijn stukken, en hij gaf er lezingen en lessen. &quot;Een radiomaker had de artistiek directeur op mijn muziek geattendeerd. Zo gemakkelijk gaat het soms.&quot; 
</p>
<p>
<strong>persoonlijkheid <br />
</strong>Vaste voet aan de grond te krijgen in Amerika is de volgende uitdaging. &quot;Ik ken New York vrij goed, in 2002 woonde ik er een jaar om een cursus filmregie te volgen aan de New York Film Academy. Dit jaar heb ik een maand lang in het Lincoln Center een opleiding theaterregie gedaan. Boosey &amp; Hawkes heeft een kantoor in New York, dus langzamerhand zal het daar ook zeker lukken. In de Merkin Hall gaan we in 2009 een avond met mijn muziek, we zijn bezig met <em>After life</em> en er staan al een paar spannende grote projecten op stapel. 
</p>
<p>
&quot;Vanaf het begin heb ik gemerkt dat veel afhankelijk is van persoonlijke contacten, ook tussen componist en programmeur. Wat programmeurs willen horen heeft behalve met kwaliteit van de muziek ook met jouw persoonlijkheid te maken, hoe je hen benadert, hoe goed je interviews doet. Ze willen dat je goed met de pers omgaat zodat er later publiek naar de zaal komt. De meeste mensen willen het liefst muziek horen van grote meesters, iedereen wil programma's zien met namen die ze kennen. Maar gelukkig zijn de meeste programmeurs creatieve geesten, soms met grote ego's, dus nu en dan willen ze een ontdekking doen. <em>That's your way in.</em> 
</p>
<p>
&quot;In het begin had ik er een enorme hekel aan mezelf te verkopen, maar ik heb geleerd dat zonder al te veel schaamte toch te doen. Dus vertel ik dat ik schrijf wat ik zelf in een concertzaal wil horen. Dat ik, zonder dat ik naar het publiek toeschrijf, wil dat de mensen er iets aan hebben. Dat dat vaak goed lukt, zeker ook doordat ik mijn eigen opera's regisseer. En dat ik die filmkant heb, zodat ik muziek met nieuwe media combineer zoals bijna niemand anders dat doet. De tactiek is: gewoon vertellen wat je doet en de follow-up aan de uitgeverij over laten. Of die aanpak succes heeft is een kwestie van timing en geluk.&quot; 
</p>
<p>
<strong>regisseur <br />
</strong>&quot;Ik werk nu aan een liederencyclus voor zangeres Christiane Stotijn met het Concertgebouworkest, in coproductie met twee buitenlandse orkesten. Daarna staan er alleen nog maar buitenlandse opdrachten in mijn agenda, er zit de komende vier, vijf jaar geen wereldpremi&egrave;res in Nederland meer tussen; uitvoeringen natuurlijk wel. Dat is niet omdat er hier geen interesse is, in het buitenland zijn gewoon zijn meer middelen en mogelijkheden. 
</p>
<p>
&quot;Inmiddels heb ik ook geleerd vaker nee te zeggen, ik neem steeds minder opdrachten aan met steeds meer tijd ertussen. Dat is wel een beetje eng, de mensen willen premi&egrave;res horen maar er gebeurt genoeg. Binnenkort drie stukken in Spanje, in juni 2008 Portugal, en we werken aan een semiconcertante uitvoering van <em>After life</em> voor Engeland, misschien ook voor Japan. Ik heb het gevoel dat ik verder wel even wat rustiger aan kan doen zonder dat iedereen me uit het oog verliest. De komende jaren wil ik een betere regisseur worden, misschien dat ik stiekem hier en daar eens een paar stukken van iemand anders zal regisseren. Daarna, over een jaar of drie, vier, komt er weer een nieuwe opera.&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Een nieuwe vorm van jazz</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=103" />
		<updated>2010-08-26T14:57:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T14:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.103</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Boi Akih Management is gevestigd in de woning van zangeres Monica Akihary en gitarist Niels Brouwer, een houten dijkhuisje in Amsterdam-Noord. Platenmaatschappij Enja is weliswaar van onschatbare waarde voor de naamsbekendheid en promotie van Boi Akih in het buitenland, maar al het regel- en productiewerk rond optredens en tournees doet de zangeres voorlopig zelf. &amp;quot;Voor concerten van ons tweeën is dat nog wel te overzien, maar we toeren meestal met meer mensen.&amp;quot; Eind 2007 en begin 2008 treden Akihary en Brouwer vooral even als duo op, maar daarna gaan zij zeker weer met gastmusici aan het werk. Omdat de belangstelling voor Boi Akih groot is, in welke samenstelling dan ook en vooral buiten de landsgrenzen, onderhandelt het duo nu met een impresariaat, niet het kleinste van Nederland.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=103"><![CDATA[
                Boi Akih Management is gevestigd in de woning van zangeres Monica Akihary en gitarist Niels Brouwer, een houten dijkhuisje in Amsterdam-Noord. Platenmaatschappij Enja is weliswaar van onschatbare waarde voor de naamsbekendheid en promotie van Boi Akih in het buitenland, maar al het regel- en productiewerk rond optredens en tournees doet de zangeres voorlopig zelf. &quot;Voor concerten van ons twee&euml;n is dat nog wel te overzien, maar we toeren meestal met meer mensen.&quot; Eind 2007 en begin 2008 treden Akihary en Brouwer vooral even als duo op, maar daarna gaan zij zeker weer met gastmusici aan het werk. Omdat de belangstelling voor Boi Akih groot is, in welke samenstelling dan ook en vooral buiten de landsgrenzen, onderhandelt het duo nu met een impresariaat, niet het kleinste van Nederland.<p>
<strong>aandacht en concentratie <br />
</strong>De associatie met jazz is niet het eerste wat opkomt bij het beluisteren van de vijfde Boi Akih-cd <em>Yalelol</em>. Akihary zingt bij Brouwers gitaar teksten in de moedertaal van haar vader, van het eiland Haruku in de Molukken, oostelijk in de Indonesische archipel. Maar improviseren doen Akihary en Brouwer wel degelijk. Zij in speelse versieringen van de melodie&euml;n, in scat-achtige tussenvoegsels en vrije uitstapjes. Hij in rijkelijk gevarieerde begeleidingen en door het inslaan van verrassende zijpaden op weg naar een volgend couplet. Flamenco en blues, India en West-Afrika klinken in deze muziek door. En John Cage; Brouwer prepareert soms zijn gitaar zoals de Amerikaanse componist vroeger zijn piano. 
</p>
<p>
Brouwer: &quot;We willen muziek maken waar mensen iets aan hebben, een combinatie van mooie melodie&euml;n en vrije, rare, grappige dingen.&quot; Dat levert, zoals Akihary het eens noemde, een &quot;wonderlijke jazzmix&rdquo; op, een &ldquo;nieuwe vorm van jazz, als je wilt.&quot; 
</p>
<p>
Brouwer en Akihary werken samen sinds 1995, ze hadden snel succes en in het seizoen 2000-2001 speelden ze in Nederland ongeveer 25 concerten, vooral in het theater- en schouwburgencicuit. Daarna werd dat minder. Brouwer: &quot;Wij spelen een soort van ge&iuml;mproviseerde muziek, daar hebben theaters en schouwburgen nauwelijks nog interesse voor, en jazzpodia zijn er Nederland bijna niet meer.&quot; Akihary vult aan: &quot;Bovendien kun je tegenwoordig als zelfstandig werkende groep niet meer zomaar bij een theaterdirecteur terecht. Zij werken alleen nog met impresariaten en ook daar is nauwelijks ruimte voor nieuwe ge&iuml;mproviseerde of jazzmuziek.&quot; De Nederlandse jazzfestivals hebben vooral interesse in mainstream jazz en pop-achtige combinaties, en de feestelijke sfeer op Nederlandse openluchtfestivals past niet bij Boi Akihs muziek - die vraagt om aandachtig luisteren. 
</p>
<p>
Half november 2007 speelt het duo Boi Akih op het Novi Sad Jazz Festival in Servi&euml;, maar de echte premi&egrave;re van hun tournee met het <em>Yalelol</em>-repertoire is later diezelfde maand in de Mozartsaal van het Konzerthaus in Wenen. Dan volgen nog een paar concerten in Oostenrijk en Duitsland, in januari 2008 zijn Belgi&euml; en opnieuw Duitsland aan de beurt. Daarna Frankrijk in het voorjaar. Brouwer: &quot;Nederland is gewoon niet groot genoeg, zo simpel ligt het.&quot; 
</p>
<p>
<strong>persoonlijk contact <br />
</strong>Dankzij een optreden tijdens het festival Winternachten in Den Haag, begin 2003, werd Boi Akih voor het eerst uitgenodigd naar Zuid-Afrika. In die tijd speelden de zangeres en gitarist met de Indiase tablaspeler Sandip Bhattacharya en de in kringen van improvisatieliefhebbers wereldberoemde cellist Ernst Reijseger. Akihary: &quot;Ik had Ernst een keer gezegd dat we een project wilden doen waarin hij echt perfect zou passen. 'Stuur maar wat op', zei hij en nadat hij een cd-tje van ons had gehoord: 'ok, ik doe mee'. Bij Enja Records nam dit kwartet de cd <em>Uwa i</em> op, in september 2003 gepresenteerd in het Bimhuis. 
</p>
<p>
In januari van het jaar daarop volgde een reeks concerten in India op uitnodiging van Bhattacharya, en met sitarspeler Ganesh Mohan en bansurispeler Santosh Sant. Daarna in maart een tweede trip naar Zuid-Afrika, en in het najaar zes concerten in Parijs, M&uuml;nchen, Berlijn en Dresden. In 2004 speelde Boi Akih van de dertig concerten [precies] de helft in het buitenland. Van de 35 Nederlandse concerten in 2005 (dat viel dus niet tegen) was het optreden tijdens de Dutch Jazz Meeting in het Bimhuis zonder twijfel het belangrijkste. &quot;Daar hebben we, denk ik, de hoofdprijs weggesleept&quot;, lacht Brouwer. &quot;We traden daar op met Ernst en Sandip, dat betekent heel veel improvisatie en dat sloeg aan. De contacten die we toen legden hebben ons heel wat buitenlandse optredens opgeleverd.&quot; 
</p>
<p>
Het Jazzkaar Festival in Tallinn, Estland, meldde zich. De Jazz Meeting leverde verder concerten op in Letland, Hongarije en Duitsland. Festival Jazz sous les Pommiers in Coutances, Frankrijk, nodigde het viertal uit, en ook een Russische tournee langs vier steden aan de Wolga was het gevolg van de Meeting in Amsterdam. Akihary: &quot;Het is heel belangrijk organisatoren en programmeurs persoonlijk te spreken.&quot; Daarom was zij bijvoorbeeld met gitarist Brouwer (en dankzij platenmaatschappij Enja) present voor een showcase op de jazz meeting tijdens Jazzahead in Bremen in het voorjaar van 2007, en op de wereldmuziekbeurs Womex in Sevilla later dat jaar, zonder Brouwer (en in samenwerking met de Dutch Jazz Connection). 
</p>
<p>
<strong>duizend luisteraars <br />
</strong>&quot;Dit jaar was er op de Womex een gigantisch aanbod, het moet bijna onmogelijk zijn daaruit een keuze te maken. De wereldmuziekprogrammeurs die naar Womex komen waren altijd vooral op zoek naar traditionele en authentieke muziek uit verre landen. Maar nu merkte ik dat ze ook steeds meer op zoek gaan naar interessante mixen, ook naar combinaties met ge&iuml;mproviseerde muziek. Met name in de Aziatische landen vinden ze dat heel interessant, de programmeurs uit Korea en Maleisi&euml;, en Indiase platendistributeurs. Dat is nieuw. Er waren ook radiomakers en concertpromotors uit Oost-Europese landen, waaronder Oekra&iuml;ne, die willen wel dat we daar gaan toeren.&quot; 
</p>
<p>
De musici hebben goede herinneringen aan hun Rusland-tour met Bhattacharya in het voorjaar van 2007. &quot;Na elk concert kwamen de mensen naar ons toe&quot;, vertelt Akihary. &quot;Van stokoud tot piepjong, soms stonden ze met tranen in hun ogen. In Estland gebeurde dat ook keer op keer.&quot; In Zuid-Afrika blijkt het &quot;zwartwit-element&quot; nog een onverwacht grote rol te spelen. &quot;Wij zijn een gemengde band, en dan zing ik ook nog eens in mijn eigen taal. In Zuid-Afrika worden allerlei varianten van dertien hoofdtalen gesproken, maar muzikanten hebben het gevoel dat ze in het Engels moeten zingen. Op het conservatorium van Kaapstad vroegen ze ons: 'We mogen dus best in gemengde samenstelling spelen en in onze taal zingen?' Ze zijn daar nog volop op zoek naar hun eigen <em>roots</em>, dat speelt bij ons helemaal geen rol.&quot; 
</p>
<p>
Buiten Nederland, ook in Europa, is meer belangstelling en aandacht voor nieuwe ontwikkelingen en ge&iuml;mproviseerde muziek dan hier, heeft Boi Akih gemerkt. Op buitenfestivals in Frankrijk zit het publiek stil en geconcentreerd te luisteren, zoals in de tot een stemmig concerttheater omgetoverde steengroeve bij Montpellier. 
</p>
<p>
Monica Akihary zet de live-cd op van hun concert tijdens het Festival Glatt und Verkehrt in het Oostenrijkse Krems. &quot;Daar zijn ze altijd op zoek naar spannende nieuwe muziek met een hoog improvisatiegehalte, dat festival is altijd uitverkocht. Zij noemen onze muziek een 'arrangement van jazz en vrije kamermuziek'.&quot; In Krems speelde Boi Akih met saxofonist Sean Bergin, cellist Ernst Reijseger, bassist Enst Glerum en drummer Victor de Boo, voor meer dan duizend luisteraars. Op hun complexe, tegendraadse muziek met hoekige improvisaties en scheurende gitaar reageerde het publiek laaiend enthousiast. Als om het ongelijk te onderstrepen van al die Nederlandse programmeurs die Boi Akih in 2007 weer weinig aan bod lieten komen.</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Wereldberoemd bij de Angelsaksen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=104" />
		<updated>2009-03-16T17:11:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T13:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.104</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">De eerste keer dat de naam Louis Andriessen in een Amerikaanse krant te lezen viel moet in 1969 zijn geweest. Het Holland Festival presenteerde dat jaar de spraakmakende opera Reconstructie van een collectief van Nederlandse componisten en schrijvers, Andriessen was een van hen. Op 8 juli kopte de New York Times: &amp;quot;'Reconstruction' Aims Satire at U.S. 'Imperialism' in South America&amp;quot;, om daar een paar dagen later geruststellend aan toe te voegen: &amp;quot;The operatic bomb planted in Amsterdam's Theater Carré failed to explode; its charge of political dynamite turned out to be a dud. Instead of the widely prophesied riot, there was an evening of fun and frolic.&amp;quot;</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=104"><![CDATA[
                De eerste keer dat de naam Louis Andriessen in een Amerikaanse krant te lezen viel moet in 1969 zijn geweest. Het Holland Festival presenteerde dat jaar de spraakmakende opera <em>Reconstructie</em> van een collectief van Nederlandse componisten en schrijvers, Andriessen was een van hen. Op 8 juli kopte de New York Times: &quot;'<em>Reconstruction' Aims Satire at U.S. 'Imperialism' in South America</em>&quot;, om daar een paar dagen later geruststellend aan toe te voegen: &quot;<em>The operatic bomb planted in Amsterdam's Theater Carr&eacute; failed to explode; its charge of political dynamite turned out to be a dud. Instead of the widely prophesied riot, there was an evening of fun and frolic</em>.&quot;<p>
Daarmee was de zaak voorlopig afgedaan, van Nederlandse nieuwe muziek waren de Amerikaans muziekcritici vooralsnog niet onder de indruk. Pas veel later werd duidelijk hoe belangrijk de rebellerende groep Nederlandse componisten in 1969 was, ook vanuit internationaal perspectief. Want de vrienden die <em>Reconstructie</em> bedachten<em>,</em> gaven in hetzelfde jaar de aanzet voor de tegenwoordig wereldwijd geprezen Nederlandse ensemblecultuur. Persoonlijk maakte Andriessen al spoedig furore als componist van strenge herhalingen, hamerende akkoorden, eigenzinnige bezettingen met soms amateurzangers en veel koper, en met monumentale werken. Wat dat laatste betreft te beginnen in 1976 met <em>De Staat.</em> 
</p>
<p>
<em>&quot;De Staat</em> was het startschot van mijn internationale doorbraak&quot;, zegt Andriessen. &quot;Ach, internationale doorbraak, dat begrip kwam vroeger thuis niet over onze lippen, dat was te ordinair voor woorden. Van mijn vader moest ik er gewoon voor zorgen dat de noten zo goed mogelijk waren, en echt heel erg mooi. We moesten de muziek dienen, dat vond hij toen en dat vind ik nu nog steeds.&quot; <em>Vroeger thuis</em> was in Utrecht. <em>Vader</em> was componist Hendrik Franciscus Andriessen. <em>Onze lippen</em> waren ook die van Louis' veertien jaar oudere en eveneens componerende broer Jurriaan, en die van zus en pianiste Caecilia. Misschien rekent hij zelfs oom Willem Andriessen mee, eveneens componist, net als grootvader Nicolaas Hendrik. Louis Andriessen houdt een rijke familietraditie hoog. 
</p>
<p>
<strong>eigen ensembles <br />
</strong>Eerst studeerde hij bij zijn vader en zijn broer, daarna bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en vervolgens bij Luciano Berio in Milaan. &quot;Als je in die tijd als componist al naar het buitenland ging&quot;, zegt Andriessen, &quot;was het om te studeren, niet omdat er werk van je werd gespeeld. Jur ging in 1947 naar Parijs in de klas van Messiaen zitten, ik vertrok na mijn afstuderen in 1962 naar Berio in Milaan. Onze generatie dacht nog niet aan internationaal carri&egrave;re maken. Je hield aan die reizen contacten over, maar niet verschrikkelijk veel.&quot; 
</p>
<p>
Terwijl Andriessen in Itali&euml; studeerde, werkten Philips ingenieurs in Nederland aan het opnemen van klinkende muziek op draagbare apparaten. In 1963 lag wereldwijd de handige audio compact cassette klaar. Andriessen: &quot;Als sindsdien een componist uit een ver land op bezoek kwam had hij cassettebandjes bij zich, niet alleen met zijn eigen muziek maar ook met die van een vriendje. Ik wist daardoor al van Steve Reich voordat hier ooit iemand van hem had gehoord.&quot; Omgekeerd ging zo ook Andriessens muziek de wereld rond. 
</p>
<p>
En die viel op, bijvoorbeeld vanwege de verrassend samengestelde ensembles die de componist oprichtte, in eerste instantie voor het spelen van zijn eigen werk. In 1972 schreef hij <em>De Volharding</em>, een robuust toeterstuk met veel herhalingen naar Amerikaans voorbeeld, maar van onmiskenbaar Andriesseniaanse snit. Orkest De Volharding dat hieruit voorkwam is bezet met fluit, drie saxofoons, drie trompetten, drie trombones, hoorn, piano en bas. De zegetocht van dit op democratische leest geschoeide orkest begon in Duitsland en Belgi&euml;, daarna werden Scandinavi&euml; en de rest van West-Europa veroverd. Dat kwam de bekendheid van Nederlandse muziek in het algemeen ten goede, want het orkest nam ook stukken van bijvoorbeeld Misha Mengelberg, Klaas de Vries en Diderik Wagenaar mee de grenzen over. 
</p>
<p>
In 1976 schreef Andriessen opnieuw een stuk in samenwerking met de musici voor wie het bedoeld was, <em>Hoketus</em>, opnieuw met een verrassende bezetting. Ensemble Hoketus bestond uit twee groepen, beide bezet met panfluit, altsaxofoon, basgitaar, piano, elektrische piano en conga. <em>Hoketus</em> is een Andriessen-variant van repetitieve muziek, deels ge&euml;nt op de middeleeuwse hoketustechniek, deels op de Amerikaanse <em>minimal music</em>. Andriessen: &quot;Dat laatste was een voordeel omdat vrijwel elke grote stad in Europa en Amerika zijn eigen <em>minimal</em> bandjes had, en die zochten elkaar op. In de tien jaar dat Hoketus bestond heeft de groep denk ik in elke Europese hoofdstad gespeeld. Daar wisten ze vaak niet wat ze hoorden, dit vonden ze hartstikke goed. Dus kregen ze meteen weer cassettes met een kopietje mee, met als gevolg dat <em>Hoketus</em> al vrij snel in Londen en Vancouver werd gespeeld. En in de VS, mede door dat stuk ben ik daar beroemd geworden.&quot; 
</p>
<p>
<strong>roomboterreclamemuziek <br />
</strong>&quot;Maar de eerste keer dat ik echt het gevoel had dat ik in het buitenland werd erkend was grappig genoeg niet in Londen of New York of Parijs, maar in Warschau in 1977&quot;. In 1976 voltooide Andriessen <em>De Staat</em>, maar het duurde een paar jaar tot ook buiten de grenzen duidelijk werd dat Andriessen op fenomenale nieuwe gedachten was gekomen. Pianist Zygmunt Krauze, artistiek adviseur van festival Warschauer Herbst, ontdekte het als een van de eersten. Midden jaren zeventig ontmoette Andriessen hem, dankzij Gaudeamus, in Nederland. &quot;Een aardige man van mijn leeftijd&quot;, herinnert hij zich. &quot;Ik liet hem een bandje horen met <em>De Staat</em>, uitgevoerd door het Nederlands Blazersensemble. Zygmunt zei meteen: dat wil ik hebben. De eerste keer dat <em>De Staat</em> in het buitenland klonk was dus in Polen, gespeeld door plaatselijke musici. Daarna is het stuk vrij snel ook in Amerika uitgevoerd, tijdens een zomercursus in Tanglewood, Massachusetts. 
</p>
<p>
&quot;Het miraculeuze van <em>De Staat</em> is, denk ik, dat het een onmiddellijke reactie was op die nieuwe repetitieve muziek van Reich en Philip Glass. Maar dan niet op de Amerikaanse manier met een gladjes en makkelijk verloop, wat wij hier roomboterreclamemuziek noemden. Ik voegde er een kritische Europese, chromatische kant aan toe. Soms wordt er niks gerepeteerd, dan gaat het ineens heel snel.&quot; <em>De Staat</em> is bezet met vrouwenstemmen, hobo's, hoorns, trompetten, trombones en altviolen - van ieder vier. Verder twee piano's, twee harpen, twee elektrische gitaren en een basgitaar. Andriessen noemt het &quot;een nachtmerrie-achtige combinatie van popband en big band&quot;. 
</p>
<p>
De nachtmerrie wordt niet in alle landen op waarde geschat. &quot;Internationaal doorbreken is inderdaad erg locatiegebonden&quot;, beaamt Andriessen. &quot;Ik geloof dat ik eigenlijk vooral wereldberoemd ben in de Angelsaksische landen, ook in Australi&euml;. Itali&euml; is niet slecht, Spanje en Portugal zijn zeer matig. In Frankrijk zijn ze boos op mij, zelfs in het Franstalige Montreal. Daar is ooit <em>De Materie</em> gegaan, heel bijzonder, want het is een moeilijk, avondvullend, duur theaterproject. Ik vond de uitvoering behoorlijk goed, maar een gezaghebbende krant schreef de volgende dag in koeienletters: <em>Non, Monsieur Andriessen</em>. Dat leek op de reactie van Le Monde op mijn opera <em>Rosa</em>, daar werd ik <em>le bulldozer</em> genoemd.<em> </em>Het ensemble van Boulez heeft<em> De Staat</em> in Parijs gespeeld, maar wel een beetje nuffig, als een soort Mozart. 
</p>
<p>
&quot;Mijn vader vertelde dat Alphons Diepenbrock omstreeks 1900 eens tegen hem zei: 'Weet je Hen, wat het probleem is? De Duitsers vinden mijn muziek te Frans en de Fransen vinden haar te Duits.' Dat is ook het geval met mijn muziek, niet elegant genoeg voor de Fransen en niet academisch genoeg voor de Duitsers. Nu ga ik niet klagen, ik word zeer gewaardeerd in Duitsland, daar zijn nu ook mensen die zich afzetten tegen dat academisme. Ensemble Modern uit Frankfurt speelt regelmatig mijn stukken, Musikfabrik heeft in Keulen zelfs premi&egrave;res gedaan. Maar Darmstadt heeft me altijd geweerd, daar houden ze heel sterk vast aan het Duitse modernisme.&quot; 
</p>
<p>
<strong>typisch Nederlands <br />
</strong>Andriessen hoeft al lang niet meer met cassettebandjes de boer op, hij is sinds jaren de in het buitenland meest gespeelde Nederlandse componist. Voor roem en bekendheid buiten de landsgrenzen zijn uitgevers en cd's heel belangrijk, weet hij. &quot;Eerst werd ik vooral gesteund door Donemus, later kon ik in de VS de grote stukken kwijt bij platenlabel Nonesuch.&quot; Jarenlang was Andriessen de enige Nederlander onder de hoede van de Britse topuitgeverij Boosey &amp; Hawkes, sinds 2003 deelt hij die eer met zijn leerling Michel van der Aa. Andriessen is nog wel de enige Nederlander wiens werk is opgenomen in de collectie van de Paul Sacher Stiftung in Zwitserland, naast dat van de groten der aarde onder wie zijn helden in de jaren zestig, Stockhausen, Boulez en Berio. Zowel in Nederland als in het buitenland is Andriessen een gezocht pedagoog, hij doceerde onder meer aan Princeton University en was drie maanden verbonden aan Yale University. In 1994 was hij de artistiek leider van het Meltdown Festival van het South Bank Centre te Londen. 
</p>
<p>
Andriessens opera <em>Writing to Vermeer</em> uit 1999 is zijn meest opvallend Nederlands getinte muziektheaterstuk tot nu toe. De titel verwijst naar de beroemde Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, het verhaal speelt zich af in Delft. Kinderkoor De Kickers van Muziekschool Waterland zingt mee, en Michel van der Aa co-componeerde de elektronische muziek. Maar een typisch Nederlandse componist voelt Andriessen zich niet. &quot;Hoewel het verleidelijk is om dat te vinden, ik denk dat het onzin is. Ik laat het mij wel eens aanleunen, soms is het leuk om te gebruiken. Zo nam ik een keer een aardige Amerikaanse mee naar de haven van Marken, naar dat puntje in het IJsselmeer. Pal west zie je dan de kust van de overkant. Maar het was een verschrikkelijke novemberdag met z&uacute;lk rotweer, je zag alleen een grijswitte massa en een vaag donker horizonnetje. De wind blies ons haast van de pier af. Ik zei: nu begrijp je misschien beter waarom ik de muziek maak die ik maak. Een beetje aanstellerij, dat weet ik wel. Maar zij vond het geweldig. Ze snapte precies waar het om ging.&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Hoekig, stoer of pure passie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=105" />
		<updated>2008-08-23T23:46:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T12:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.105</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Het Utrechtse ensemble Insomnio - vijftien musici sterk, jong en succesvol - speelt graag en vaak muziek van levende Nederlandse componisten. Als Nederlands ensemble behoor je dat te doen, vinden Idske Bakker en dirigent Ulrich Pöhl en die samen de artistieke leiding voeren. Bakker ruilde bovendien haar rol als harpiste in voor die van zakelijk leider, zij brengt het ensemble naar steeds meer podia voor actuele muziek in binnen- en buitenland. In 2007 werd Insomnio op voordracht van Gaudeamus door de International Society for Contemporary Music (ISCM) benoemd tot huisensemble. Dat leverde concerten op tijdens de ISCM World Music Days, dit jaar in Hong Kong, voorafgegaan door een internationale tournee langs bij de ISCM aangesloten festivals. Vier buitenlandse optredens zijn inmiddels achter de rug, binnenkort volgen nog het Huddersfield Contemporary Music Festival in Engeland en de World Music Days in Hong Kong.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=105"><![CDATA[
                Het Utrechtse ensemble Insomnio - vijftien musici sterk, jong en succesvol - speelt graag en vaak muziek van levende Nederlandse componisten. Als Nederlands ensemble behoor je dat te doen, vinden Idske Bakker en dirigent Ulrich P&ouml;hl en die samen de artistieke leiding voeren. Bakker ruilde bovendien haar rol als harpiste in voor die van zakelijk leider, zij brengt het ensemble naar steeds meer podia voor actuele muziek in binnen- en buitenland. In 2007 werd Insomnio op voordracht van Gaudeamus door de International Society for Contemporary Music (ISCM) benoemd tot huisensemble. Dat leverde concerten op tijdens de ISCM World Music Days, dit jaar in Hong Kong, voorafgegaan door een internationale tournee langs bij de ISCM aangesloten festivals. Vier buitenlandse optredens zijn inmiddels achter de rug, binnenkort volgen nog het Huddersfield Contemporary Music Festival in Engeland en de World Music Days in Hong Kong.<p>
Het Utrechtse ensemble Insomnio - vijftien musici sterk, jong en succesvol - speelt graag en vaak muziek van levende Nederlandse componisten. Als Nederlands ensemble behoor je dat te doen, vinden Idske Bakker en dirigent Ulrich P&ouml;hl en die samen de artistieke leiding voeren. Bakker ruilde bovendien haar rol als harpiste in voor die van zakelijk leider, zij brengt het ensemble naar steeds meer podia voor actuele muziek in binnen- en buitenland. In 2007 werd Insomnio op voordracht van Gaudeamus door de International Society for Contemporary Music (ISCM) benoemd tot huisensemble. Dat leverde concerten op tijdens de ISCM World Music Days, dit jaar in Hong Kong, voorafgegaan door een internationale tournee langs bij de ISCM aangesloten festivals. Vier buitenlandse optredens zijn inmiddels achter de rug, binnenkort volgen nog het Huddersfield Contemporary Music Festival in Engeland en de World Music Days in Hong Kong. 
</p>
<p>
De invulling van de programma's verschilt van festival tot festival, maar telt altijd drie onderdelen. Een deel bestaat uit werken die geselecteerd waren voor de World Music Days 2007, dat was een voorwaarde van de ISCM. Voor het tweede onderdeel koos een festival in overleg met Insomnio enkele stukken uit, en soms kreeg een componist in het betreffende land een opdracht voor het schrijven van nieuw werk. Het derde onderdeel bestaat uit Nederlandse muziek, een voorwaarde van Insomnio zelf. In het kantoor van Donemus in Amsterdam vertelt Bakker over de wereldpremi&egrave;res van Nederlandse componisten. &quot;Ik legde uit: deze stukken moeten we spelen, anders kunnen we niet komen want dan krijgen we geen reissubsidies uit Nederland.&quot; Vijf Nederlandse componisten kregen van het ensemble een compositieopdracht, de vijf wereldpremi&egrave;res werden prachtig en zorgvuldig ingebed tussen het werk van buitenlanders, waaronder ook nog eens een hele reeks eerste uitvoeringen. 
</p>
<p>
<strong>vijf wereldpremi&egrave;res <br />
</strong>&quot;Het is heel belangrijk dat Nederlandse ensembles de muziek van jonge landgenoten spelen&quot;, zegt Bakker, &quot;anders komen zij vrijwel zeker nooit de grens over. Omgekeerd houden wij ons bijvoorbeeld sinds een paar jaar met Finland bezig. Dat doen we onder meer omdat we goede opnamen hebben gehoord, merendeels gespeeld door Finse ensembles en Finse orkesten. Als die het niet hadden gedaan, wie dan wel? Als uitvoerend kunstenaar functioneer je in een bepaalde omgeving, in een context of hoe je het ook wilt noemen. Dat is jouw voedingsbodem, daar moet je iets mee doen. Je moet meehelpen de situatie gezond te houden en te ontwikkelen, want als je dat niet doet dan heb je daar uiteindelijk ook jezelf mee. 
</p>
<p>
&quot;Als je aan buitenlanders vraagt welke Nederlander zij willen horen, dan is het aantal namen dat zij noemen vaak erg beperkt: Louis Andriessen en Michel van der Aa. Yannis Kyriakides doet het nu erg goed en soms vallen er nog een paar namen. Voor iemand in het buitenland is het nu eenmaal erg lastig de &eacute;cht leuke, nieuwe, interessante dingen te vinden. Ik probeer altijd wat ze al kennen aan nieuwe idee&euml;n te koppelen: als je deze muziek interessant vindt, luister dan ook eens naar die en die. Voor de ISCM-tournee hebben we gekozen vijf heel verschillende componisten.&quot; 
</p>
<p>
Roderik de Man en Martijn Padding zijn in het buitenland tamelijk bekend. Calliope Tsoupaki en Jan van de Putte worden buiten de grenzen minder gespeeld. Alle vijf schreven zij een nieuwe compositie voor Insomnio. Bakker: &quot;Roderiks <em>Chromophores</em> en Martijns <em>Eight metal strings</em> hebben we al een paar keer uitgevoerd. Calliope's <em>Mal di luna</em> was net op tijd klaar voor de wereldpremi&egrave;re tijdens de International Computer Music Conference in Kopenhagen. De werken van Robin en Jan gaan in premi&egrave;re in Huddersfield. 
</p>
<p>
Bakker: &quot;Met Roderik kunnen we goed samenwerken omdat zijn expressieve, lyrische stijl goed past bij het karakter van Insomnio. De muziek van Robin de Raaff is wat academischer en hoekiger. Van hem wilden we al jaren een nieuw stuk hebben, omdat we zo'n beetje met hem zijn opgegroeid. Hij deed zijn eindexamen ongeveer gelijk met ons, en de helft van de Insomnio-musici heeft tijdens Robins eindexamenuitvoering meegespeeld in zijn Fluitconcert. Martijn Padding klinkt stevig, hij schrijft tamelijk stoere muziek die vaak expres n&eacute;t niet helemaal lekker soepel loopt. Jan van de Putte schrijft lange stukken met weinig noten en veel theatrale effecten, de musici moeten daar veel van zichzelf inleggen. Dat is interessant om te doen, om te horen en te zien. En dan Calliope Tsoupaki, zij heeft een stuk geschreven met een cellosolo voor Frances-Marie Uitti. Haar muziek is pure passie.&quot; 
</p>
<p>
<strong>duidelijk profiel <br />
</strong>&quot;Het grote aandeel aan Nederlands repertoire in ons programmavoorstel was voor vrijwel niemand een probleem, we spelen ook niet overal alle vijf de stukken. In Keulen hadden we er nog maar twee, die van Roderik en Martijn. In Weimar en Finland speelden we twee concerten, net als straks in Huddersfield, daar spreiden we het Nederlandse aandeel een beetje uit. Naar Hong Kong gaan Roderik, Martijn, Jan en Robin mee, betaald door Gaudeamus en Donemus uit het budget voor componistenreizen. Dat gebeurt wel vaker, Roderik en Martijn waren ook bij de premi&egrave;res van hun stukken in Keulen. Het meereizen is aantrekkelijk voor de componisten, omdat ze nieuwe contacten kunnen leggen. Voor ons is het extra interessant als we samen met een componist een masterclass of een compositiecursus kunnen geven, zodat we in contact komen met de plaatselijke muziek-scene. Dat hadden we deze keer ook graag gedaan, maar daarvoor ontbraken de tijd en de middelen. 
</p>
<p>
&quot;De Nederlandse composities vormen samen het programma Thuis Best dat we in februari spelen in de Rotterdamse Doelen, het Muziekgebouw aan 't IJ, Vredenburg in Utrecht en Muziekpodium Zeeland in Veere. Het is een leuk, stevig en goed programma geworden. Wij kiezen ervoor ons niet in een enkele stijl te specialiseren, zoals sommige andere ensembles. Er zijn mensen die tegen ons zeggen: jullie moeten kiezen, je moet een duidelijk profiel neerzetten. Dat is marketingtechnisch gesproken misschien wel zo, maar het levert niet de leukste concerten op. 
</p>
<p>
&quot;We hebben ook jarenlang gehoord dat we veel te groot zijn; nog zo'n groot ensemble erbij, dat zou nooit lukken. Maar we zijn er nog steeds. Elk jaar zetten we meer af, spelen we voor een groter publiek - we groeien. We spelen de muziek waarbij we ons lekker voelen, en we leggen ons niet vast. Als er iets langs komt waarvan ik denk: h&eacute;, dit voelt goed, dit is interessant om te spelen, dan wil ik dat kunnen doen. Dat is ook nog eens een goede manier om onze luisteraars in binnen- en buitenland een overzicht te geven van wat er in de nieuwe muziek aan de hand is. In Nederland bijvoorbeeld.&quot;</p>
		]]></content>
		<author>
			<name>Peter</name>
		</author>
	</entry>
	
	
	
	<entry>
		<title>Wereldreiziger tegen wil en dank</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=106" />
		<updated>2008-08-23T23:49:00+02:00</updated>
		<published>2008-01-15T11:00:00+02:00</published>
		<id>tag:tetterettet,2010:Tetterettet.106</id>
		<link rel="related" type="text/html" href=""  />
		<summary type="text">Niet toevallig siert een actiefoto van drummer Han Bennink de voorkant van het standaardwerk over geïmproviseerde muziek in Nederland: Jazz + Classical music + Absurdism  New Dutch swing. Een Amerikaan schreef het, jazzcriticus Kevin Whitehead, dat zegt iets over de internationale reputatie van Nederlandse improvisatoren. Bennink, die ook andere instrumenten bespeelt en bovendien beeldend kunstenaar is, richtte in 1967 met pianist Misha Mengelberg en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool op, tot op de dag van vandaag het avontuurlijkste kwaliteits-improvisatie-orkest van Nederland, misschien wel van de hele wereld. Breuker stapte in 1974 over naar zijn eigen Kollektief, Mengelberg bleef leider van de ICP. Maar Breuker is nu helaas te ziek voor prestaties van wereldformaat, en Mengelberg te vermoeid. Anno 2007 is Bennink de opvallendste grondlegger-ambassadeur van de Nederlandse impro-muziek.</summary>
        <content type="html" xml:lang="nl" xml:base="http://www.tetterettet.nl/weblog/pivot/entry.php?id=106"><![CDATA[
                Niet toevallig siert een actiefoto van drummer Han Bennink de voorkant van het standaardwerk over ge&iuml;mproviseerde muziek in Nederland: <em>Jazz + Classical music + Absurdism &lsquo; New Dutch swing</em>. Een Amerikaan schreef het, jazzcriticus Kevin Whitehead, dat zegt iets over de internationale reputatie van Nederlandse improvisatoren. Bennink, die ook andere instrumenten bespeelt en bovendien beeldend kunstenaar is, richtte in 1967 met pianist Misha Mengelberg en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool op, tot op de dag van vandaag het avontuurlijkste kwaliteits-improvisatie-orkest van Nederland, misschien wel van de hele wereld. Breuker stapte in 1974 over naar zijn eigen Kollektief, Mengelberg bleef leider van de ICP. Maar Breuker is nu helaas te ziek voor prestaties van wereldformaat, en Mengelberg te vermoeid. Anno 2007 is Bennink de opvallendste grondlegger-ambassadeur van de Nederlandse impro-muziek.<p>
<br />
<strong>familie <br />
</strong>Omdat Han Bennink zich op het podium alles veroorlooft dat nodig is om de geluiden te produceren die hij zoekt, is zijn optreden niet alleen voor het oor, maar ook voor het oog een feest. Door een trommelvel te dempen met de hak van zijn schoen (zwaar exemplaar, sok tot halverwege het blote onderbeen) houdt hij beide handen vrij. &quot;Onder het drumstel gaan liggen slapen en snurkgeluiden maken met mijn snaredrum is wat mij betreft net zo interessant als een goeie roffel&quot;, zegt hij. &quot;Al die mogelijkheden behoren tot mijn klankpalet.&quot; 
</p>
<p>
Heel goed drummen in alle denkbare pop- en jazzstijlen kan Bennink ook. Ontzagwekkende uitbarstingen afgewisseld met breekbare subtiliteiten, dat presteren alle drummers van formaat, maar zij doen dat dan weer niet met, pak hem beet, een snaredrum, een eind hout en een scheidsrechtersfluit. &quot;Het is niet een soort van showtje, zo van: nu ga ik even dit doen en daarna even dat. Leuk doen vind ik het ergste dat er is. Maar af en toe gebeurt er iets grappigs, iets buitenmuzikaals, iets onverwachts.&quot; Daarom, en omdat Bennink en zijn medemuzikanten zo onwaarschijnlijk muzikaal zijn, zijn zij overal in de wereld veel gevraagd. 
</p>
<p>
Bennink speelt graag met het ICP Orkest (&quot;mijn familie&quot;), al waren die bijna veertig concerten in 2007 er wel een beetje veel. Dat was dan ook uitzonderlijk, het orkest vierde zijn veertigste verjaardag, de drummer zijn 65ste. Trio Clusone was ook een van Benninks lievelingscombinaties, die speelde in Europa en Noord-Amerika, in West-Afrika en China, in Vietnam en Australi&euml;. Bennink had het na 1998 nog minstens tien jaar volgehouden met zijn Clusone-medemuzikanten Ernst Reijseger en Michael Moore, als beide heren het maar wat beter met elkaar hadden kunnen vinden. Ook met de Nederlandse pianist en elektronische klanken-man Cor Fuhler, saxofonist Tobias Delius en de Duitse saxofonist Peter Br&ouml;tzmann (&quot;mijn broer&quot;) speelt Bennink uit passie en overtuiging. 
</p>
<p>
<strong>ambassadeur <br />
</strong>Maar soms gaat het gewoon om geld verdienen, dat is niet te vermijden. De afgelopen veertig jaar speelde Bennink op alle belangwekkende plaatsen in allerlei combinaties, met Nederlanders, met buitenlanders, op prestigieuze jazzfestivals, op alle podia die ertoe doen en ook op vele andere. Daarnaast geeft hij met plezier les, aan geroutineerde studenten van gerenommeerde instellingen, soms zelfs aan sympathieke beginners in een arm land als Bolivia. Het reizen daarheen, of waar dan ook naartoe, kan hem inmiddels gestolen worden, maar er zit niets anders op. 
</p>
<p>
&quot;In Nederland zijn we wat speelmogelijkheden snel klaar&quot;, zegt Bennink. &quot;Bimhuis, Baerle Nassau en Edam, dan heb ik het wel gehad. Dan nog de Zomer Jazz Fiets Tour eens per jaar in Groningen, misschien een incidenteel concert hier of daar. Vroeger had je overal jazzclubs, die zijn nu allemaal weg. Dan mag je wereldberoemd zijn, voor ons valt in Nederland geen droog broo