Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Frank J. Oteri - New York, mei 2007

15/01/2008

Een pluralistische kijk op muziek

"Er is zeker een tweerichtingsverkeer tussen oud Amsterdam en Nieuw Amsterdam", zegt componist, muziekjournalist en radiomaker Frank J. Oteri. Hij is oprichter en hoofdredacteur van New Music Box, een internettijdschrift over hedendaagse Amerikaanse muziek, uitgegeven door het American Music Centre. Oteri bezoekt festivals, beurzen en symposia in de Verenigde Staten en daarbuiten, vaak als vertegenwoordiger van Amerikaanse orkesten en ensembles. De dag na dit gesprek zal hij op het podium van het Whitney Museum at Altria een interview doen met Jacob ter Veldhuis. Ter Veldhuis is niet de enige Nederlandse componist in wie hij geïnteresseerd is, Oteri kon wat Nederlandse muziek betreft wel eens de best geïnformeerde Amerikaan zijn. "Zonder de mensen van Donemus zou ik er waarschijnlijk niet zoveel van weten", zegt hij. "Donemus biedt een fantastische combinatie van cd's, bladmuziek en expertise."

Oteri's bescheiden kantoor is in Manhattan, 26-ste Straat, maar een paar blokken verwijderd van zijn favoriete lunchrestaurant Eisenburg. Daar bestelt hij een egg cream, de traditioneel Newyorkse mix zonder ei of room: chocoladesiroop, melk en spuitwater. Oteri: "Het valt me op dat er veel overeenkomsten zijn tussen Nederlandse en Amerikaanse componisten. Bang on a Can-componisten als David Lang, Michael Gordon en Julia Wolfe, en een heleboel jonge collega's hebben in Nederland bij Louis Andriessen gestudeerd. Omgekeerd is Louis sterk beïnvloed door de Amerikaanse jazz en minimal music.

"Mijn eigen manier van componeren, van klanken combineren, mijn manier van denken over muziek veranderde onder invloed van een andere Nederlandse componist die ik zeer bewonder, maar die niet langer bij ons is, Peter Schat. Ik kwam met zijn werk en ideeën in aanraking toen ik aan de Columbia University studeerde. Ik herinner me dat ik in het tijdschrift Keynotes, uitgegeven door Donemus, een artikel las over Schats toonklok, een ingenieus systeem om toonschalen en akkoorden te construeren. Ik raakte erdoor gefascineerd. Dus toen ik in 2002 in Utrecht was voor de Nederlandse Muziekdagen, moest en zou ik Peter Schat spreken. Gelukkig ontmoetten wij elkaar, een paar maanden voor zijn dood."

geïmproviseerde solo
"Ik heb een zeer pluralistische kijk op muziek, ik geloof niet in het beste. Er gebeurt zoveel interessants, componisten doen buitengewoon opwindende dingen. Zo werd ik een paar jaar geleden erg verrast door de muziek van Guus Janssen. Ik vond het prachtig hoe hij jazz speelde op een klavecimbel, een supergoed idee. Zijn vioolconcert, gespeeld door de Amerikaanse violist Mark Feldman, was helemaal geweldig: de solo was van begin tot eind geïmproviseerd.

"Daarna hoorde ik Ned McGowan uit Amsterdam, hij had onlangs een groot programma in New York. Met zijn Nederlandse groep Hexnut speelde hij Tools dat uit heel korte delen bestaat, soms niet meer dan een paar seconden, stuk voor stuk imitaties van verschillende zware elektrische gereedschappen. Dat was helemaal nieuw voor het publiek, ze vonden het prachtig. Ook van de muziek van Theo Verbey raak ik behoorlijk opgewonden. En dan Michel van der Aa natuurlijk, spannende muziek. Het gebruik van multimedia is nu overal heel erg in, en de manier waarop Van der Aa elektronica en beelden gebruikt is zonder meer vernieuwend.

"Een van de mooie dingen van Donemus is dat ze jarenlang platen en cd's hebben uitgebracht, zodat iedereen muziek uit Nederland kan horen. Cd's zijn voor mij onmisbaar, als iemand me cd's geeft voel ik me als een kind in een snoepwinkel. Ik wil altijd meer, ik kan er geen genoeg van krijgen. Mede dankzij al die opnamen die ik kreeg werd ik kenner van de Nederlandse muziek. Zo kwam ik ook in aanraking met de muziek van Jacob ter Veldhuis, vervolgens ontmoette ik hem hier in New York in 2002. We zijn gaan lunchen en hij gaf me de cd's van zijn boombox-stukken en van Heartbreakers, Paradiso en de String Quartets.

"Thuis stopte ik er een in mijn cd-speler en plotseling schreeuwde er iemand 'motherfucker'. Ik vond het nogal shockerend, waarom was dat? De muziek is heel energiek, heel fysiek, heel opwindend. Het klonk confronterend, ontregelend en dissonant, maar wat ik hoorde beviel wel. Toen zette ik Paradiso op. Die muziek is zo ongewoon mooi. Had ik net kennis gemaakt met iemand die aanvallende, bijna gewelddadige muziek schrijft, en dan deze prachtige, diep ontroerende… Ik wilde bijna zeggen ouderwetse muziek, maar het is niet ouderwets. Deze muziek voert je mee naar een andere wereld, ze is hemels. Dus ik dacht: dit is een man vol tegenstellingen en dat vond ik buitengewoon interessant. De muziek beviel me, af en toe liet ik haar aan mensen horen, ze werd een deel van mijn verzameling en een deel van mijn leven."

meer publiek
"Er is een verband tussen wat Jacob doet met spraaksamples, en de Amerikaanse muziek. Steve Reich nam gesprekken op die hij bijvoorbeeld gebruikte in Different Trains en in zijn video-docu-opera's als The Cave. Scott Johnson, een rockgitarist die met Laurie Anderson speelde, heeft een stuk met samples gecomponeerd dat John Somebody heet. Philip Kandinsky in Utah heeft veel muziek gemaakt op basis van spelers achter gokmachines in Las Vegas. Kort geleden was ik bij een concert van een alternatieve rockband, The Books. Zij combineren gitaar en bas met videoprojecties van films die ze zelf hebben gemaakt. In een van hun stukken waren projecties te zien van een oudere vrouw, eerst verdeeld over vier schermen, toen over 16, daarna 64. Ik dacht: mijn god, dat is Jacob, dat is Heartbreakers. Maar ik weet zeker dat Jacob nog nooit van The Books heeft gehoord, en zij niet van hem. Dat is wat we hier Zeitgeist noemen. Het is fascinerend.

"Jacobs muziek is natuurlijk anders, en wat belangrijk is: ze is bedacht door iemand die buiten Amerika woont. Daarom is het een commentaar op wat Amerikanen doen en dat is bijzonder. Dat maakt mensen nieuwsgierig, op dezelfde manier waarop Amerikaanse geschiedenisstudenten gefascineerd raken door Alexis de Tocqueville. Deze Fransman kwam in de negentiende eeuw naar Amerika, bleef hier een paar jaar en schreef zijn boek Democratie in Amerika. Omdat hij een buitenstaander was had hij een ander perspectief; zijn boek zegt meer over de Amerikaanse democratie dan welk boek dan ook dat hier is geschreven. Ook Jacob heeft dat perspectief van een buitenlander. Nu kun je moeilijk tegen een publiek zeggen: je moet naar deze muziek luisteren omdat die je meer over jezelf kan vertellen; dat werkt natuurlijk niet. Maar misschien ontdekken de mensen dat zelf wel door er naar te luisteren.

"Een ander sterk punt van Jacob is dat hij gebruik maakt van verschillende repertoires en muziekstijlen, zodat hij misschien ook andere groepen kan bereiken dan de klassieke muziek-gemeenschap. Maar hier wordt het merkwaardig: er bestaat geen breed publiek meer, er is geen mainstream van wat dan ook. Iedereen leeft tegenwoordig in zijn of haar eigen kleine wereld, vooral hier in Amerika. Mensen graven zich in en communiceren niet meer met elkaar, maar misschien heeft Jacob de ideale benadering gevonden.

"Hier opereert hij onder de naam Jacob TV, veel beter uit te spreken en het klinkt een beetje poppy. Daar heb ik geen probleem mee. Poppy betekent: een groter publiek. Wat is er mis met een groter publiek?"

© Peter van Amstel - 2008