Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Michel van der Aa - gesprekken in juli en oktober 2007 bij de componist thuis

15/01/2008

Gewoon vertellen wat je doet

"In mijn muziektheaterstukken kun je de muziek niet los zien van de filmfragmenten en het podiumbeeld. Met de opera After life merkte ik dat mensen er soms moeite mee hebben de muziek, de actie en het beeld als een volkomen organisch geheel te zien. Op sommige momenten is de film of het toneelbeeld het belangrijkst, dan zet ik de muziek even op een laag pitje. Combineren is waar ik goed in ben, zelf de balans maken tussen die drie lagen. Ik schrijf de noten, ik bepaal wie waar staat op het podium, ik beslis wat er op welk moment te zien is op de video. Zo raakt alles met elkaar vervlochten, veel beter dan wanneer je verschillende personen aan het werk zet nadat de muziek al klaar is."

De carrière van Michel van der Aa mag een droomcarrière heten. De eerste buitenlandse opdrachten kwamen al toen hij nog compositie studeerde aan het conservatorium in Den Haag, bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk and Louis Andriessen. In 2003 tekende hij een contract bij uitgeverij Boosey & Hawkes, waar Andriessen de enige andere Nederlandse naam is op de lijst. Als een van de weinige Nederlanders maakt Van der Aa overal in de wereld indruk, van Tokio tot Venetië, van Zweden tot Australië en van Donaueschingen tot New York.

"Mijn opera's After life en One, en de andere stukken met film of theatrale dingen zijn het succesvolst", zegt Van der Aa, "maar de hard core muziekliefhebbers vergeet ik zeker niet." Naast de beide opera's schreef hij onder meer voor groot orkest, voor instrumentaal ensemble en voor ensemble met sopraan, voor percussie, voor solo-piano, en -viool. De klank van akoestische instrumenten en stemmen vult hij graag aan met andere geluiden, vaak met behulp van elektronica. Op zijn website staat zijn stijl omschreven als "characterized by a use of rhythm and chords as structural elements", het klinkende resultaat daarvan als "strikingly subtle, playful, poetic and transparent".

"Maar ik aarzel ook niet een schaamteloze aria te schrijven", voegt hij daar aan toe, "gewoon een goed liedje". En hij houdt van de directheid van popmuziek, merkbaar in After life. De combinatie van schoonheid, eigenzinnigheid en een zekere mate van hip blijkt aantrekkelijk voor een groter publiek dan een levende componist gewoonlijk kan behagen. Al is Van der Aa op dat laatste zeker niet uit, "One is veel minder direct dan After life".

visitekaartje
"Het allereerste dat ik in het buitenland deed was in 1994 een cursus volgen voor choreografen en componisten in Wakefield, Engeland. Daar ontmoette ik choreografen met wie het heel goed klikte, later vroegen drie van hen mij een werk met ze te maken." Dat leverde een avondvullend stuk op voor de opening van een nieuwe concertzaal in Norrköping, en een compositie voor de Londense Alston Dance Company. Daarna een opdracht van het New National Opera Theatre in Tokio voor het Japanse Ensemble Nomad, met als spin off drie avonden lang Van der Aa's muziek op een festival in Sapporo.

"Doordat ik in 1999 met Between de Gaudeamus Prijs won, kwamen de mensen van de Donaueschinger Musiktage en uitgeverij Boosey & Hawkes mij op het spoor. De première van Here [to be found] in Donaueschingen was echt fantastisch, mijn muziek was zó anders dan de rest, maar de pers was lovend. Dat had ook anders kunnen zijn, ik werd heel erg afgezet tegen de Duitse school." Van Boosey & Hawkes hoorde hij voorlopig niets.

Na de première van zijn opera One in Amsterdam, januari 2003, kwam de buitenlandse belangstelling goed op gang. De Berliner Festspiele en Festival d'Automne in Parijs boekten het stuk, uiteindelijk vonden er dertig uitvoeringen in elf landen plaats. Zo werd de opera ook voor Gaudeamus een internationaal visitekaartje. Van der Aa: "Daar ben ik blij om, want zonder Gaudeamus was er helemaal geen One geweest."

subsidie
Kort na de Berlijnse uitvoering in oktober 2003 kreeg de componist een emailtje van Boosey & Hawkes, de grote Engelse muziekuitgeverij. "Ze hadden me een paar jaar gevolgd zonder dat ik er iets van wist, en ze boden mij een contract aan. Ik dacht: nu gaat het gebeuren, kom maar op.

"Maar er gebeurde niets. Er was natuurlijk tijd nodig om de machine op gang te krijgen en daarna is het snel gegaan. Iedereen die er in de muziekwereld toe doet krijgt de Boosey & Hawkes catalogus onder ogen, ineens vroegen mensen die nog nooit van me hadden gehoord om cd's. Want als deze uitgeverij tegen Carnegie Hall zegt: 'ik heb hier echt een geweldig stuk, kijk er eens naar', dan heeft dat oneindig veel meer effect dan wanneer een ander een hele stapel spullen stuurt."

Hoe verder naar het zuiden van Europa, hoe minder de belangstelling voor de meeste Nederlandse componisten, maar dat geldt niet voor Michel van der Aa. Parijs had hij al snel veroverd en Italië volgde. "Between voor percussiekwartet en Mask voor ensemble, allebei met sound track, gaan erg over klank, dat soort stukken wordt daar opgepakt". Dit jaar klinkt Van der Aa's muziek voor de derde keer tijdens de Biënnale van Venetië. Verona wil After life, in Rome gingen al een paar stukken. Buiten Venetië gaat het vaak om de uitvoering van kleinere werken, mogelijk gemaakt met wat Nederlandse subsidie.

In Australië woonde Van der Aa in mei 2007 een festival bij, er klonken acht van zijn stukken, en hij gaf er lezingen en lessen. "Een radiomaker had de artistiek directeur op mijn muziek geattendeerd. Zo gemakkelijk gaat het soms."

persoonlijkheid
Vaste voet aan de grond te krijgen in Amerika is de volgende uitdaging. "Ik ken New York vrij goed, in 2002 woonde ik er een jaar om een cursus filmregie te volgen aan de New York Film Academy. Dit jaar heb ik een maand lang in het Lincoln Center een opleiding theaterregie gedaan. Boosey & Hawkes heeft een kantoor in New York, dus langzamerhand zal het daar ook zeker lukken. In de Merkin Hall gaan we in 2009 een avond met mijn muziek, we zijn bezig met After life en er staan al een paar spannende grote projecten op stapel.

"Vanaf het begin heb ik gemerkt dat veel afhankelijk is van persoonlijke contacten, ook tussen componist en programmeur. Wat programmeurs willen horen heeft behalve met kwaliteit van de muziek ook met jouw persoonlijkheid te maken, hoe je hen benadert, hoe goed je interviews doet. Ze willen dat je goed met de pers omgaat zodat er later publiek naar de zaal komt. De meeste mensen willen het liefst muziek horen van grote meesters, iedereen wil programma's zien met namen die ze kennen. Maar gelukkig zijn de meeste programmeurs creatieve geesten, soms met grote ego's, dus nu en dan willen ze een ontdekking doen. That's your way in.

"In het begin had ik er een enorme hekel aan mezelf te verkopen, maar ik heb geleerd dat zonder al te veel schaamte toch te doen. Dus vertel ik dat ik schrijf wat ik zelf in een concertzaal wil horen. Dat ik, zonder dat ik naar het publiek toeschrijf, wil dat de mensen er iets aan hebben. Dat dat vaak goed lukt, zeker ook doordat ik mijn eigen opera's regisseer. En dat ik die filmkant heb, zodat ik muziek met nieuwe media combineer zoals bijna niemand anders dat doet. De tactiek is: gewoon vertellen wat je doet en de follow-up aan de uitgeverij over laten. Of die aanpak succes heeft is een kwestie van timing en geluk."

regisseur
"Ik werk nu aan een liederencyclus voor zangeres Christiane Stotijn met het Concertgebouworkest, in coproductie met twee buitenlandse orkesten. Daarna staan er alleen nog maar buitenlandse opdrachten in mijn agenda, er zit de komende vier, vijf jaar geen wereldpremières in Nederland meer tussen; uitvoeringen natuurlijk wel. Dat is niet omdat er hier geen interesse is, in het buitenland zijn gewoon zijn meer middelen en mogelijkheden.

"Inmiddels heb ik ook geleerd vaker nee te zeggen, ik neem steeds minder opdrachten aan met steeds meer tijd ertussen. Dat is wel een beetje eng, de mensen willen premières horen maar er gebeurt genoeg. Binnenkort drie stukken in Spanje, in juni 2008 Portugal, en we werken aan een semiconcertante uitvoering van After life voor Engeland, misschien ook voor Japan. Ik heb het gevoel dat ik verder wel even wat rustiger aan kan doen zonder dat iedereen me uit het oog verliest. De komende jaren wil ik een betere regisseur worden, misschien dat ik stiekem hier en daar eens een paar stukken van iemand anders zal regisseren. Daarna, over een jaar of drie, vier, komt er weer een nieuwe opera."

© Peter van Amstel - 2008