Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Louis Andriessen - gesprek in juli 2007 in de huiskamer van de componist

15/01/2008

Wereldberoemd bij de Angelsaksen

De eerste keer dat de naam Louis Andriessen in een Amerikaanse krant te lezen viel moet in 1969 zijn geweest. Het Holland Festival presenteerde dat jaar de spraakmakende opera Reconstructie van een collectief van Nederlandse componisten en schrijvers, Andriessen was een van hen. Op 8 juli kopte de New York Times: "'Reconstruction' Aims Satire at U.S. 'Imperialism' in South America", om daar een paar dagen later geruststellend aan toe te voegen: "The operatic bomb planted in Amsterdam's Theater Carré failed to explode; its charge of political dynamite turned out to be a dud. Instead of the widely prophesied riot, there was an evening of fun and frolic."

Daarmee was de zaak voorlopig afgedaan, van Nederlandse nieuwe muziek waren de Amerikaans muziekcritici vooralsnog niet onder de indruk. Pas veel later werd duidelijk hoe belangrijk de rebellerende groep Nederlandse componisten in 1969 was, ook vanuit internationaal perspectief. Want de vrienden die Reconstructie bedachten, gaven in hetzelfde jaar de aanzet voor de tegenwoordig wereldwijd geprezen Nederlandse ensemblecultuur. Persoonlijk maakte Andriessen al spoedig furore als componist van strenge herhalingen, hamerende akkoorden, eigenzinnige bezettingen met soms amateurzangers en veel koper, en met monumentale werken. Wat dat laatste betreft te beginnen in 1976 met De Staat.

"De Staat was het startschot van mijn internationale doorbraak", zegt Andriessen. "Ach, internationale doorbraak, dat begrip kwam vroeger thuis niet over onze lippen, dat was te ordinair voor woorden. Van mijn vader moest ik er gewoon voor zorgen dat de noten zo goed mogelijk waren, en echt heel erg mooi. We moesten de muziek dienen, dat vond hij toen en dat vind ik nu nog steeds." Vroeger thuis was in Utrecht. Vader was componist Hendrik Franciscus Andriessen. Onze lippen waren ook die van Louis' veertien jaar oudere en eveneens componerende broer Jurriaan, en die van zus en pianiste Caecilia. Misschien rekent hij zelfs oom Willem Andriessen mee, eveneens componist, net als grootvader Nicolaas Hendrik. Louis Andriessen houdt een rijke familietraditie hoog.

eigen ensembles
Eerst studeerde hij bij zijn vader en zijn broer, daarna bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en vervolgens bij Luciano Berio in Milaan. "Als je in die tijd als componist al naar het buitenland ging", zegt Andriessen, "was het om te studeren, niet omdat er werk van je werd gespeeld. Jur ging in 1947 naar Parijs in de klas van Messiaen zitten, ik vertrok na mijn afstuderen in 1962 naar Berio in Milaan. Onze generatie dacht nog niet aan internationaal carrière maken. Je hield aan die reizen contacten over, maar niet verschrikkelijk veel."

Terwijl Andriessen in Italië studeerde, werkten Philips ingenieurs in Nederland aan het opnemen van klinkende muziek op draagbare apparaten. In 1963 lag wereldwijd de handige audio compact cassette klaar. Andriessen: "Als sindsdien een componist uit een ver land op bezoek kwam had hij cassettebandjes bij zich, niet alleen met zijn eigen muziek maar ook met die van een vriendje. Ik wist daardoor al van Steve Reich voordat hier ooit iemand van hem had gehoord." Omgekeerd ging zo ook Andriessens muziek de wereld rond.

En die viel op, bijvoorbeeld vanwege de verrassend samengestelde ensembles die de componist oprichtte, in eerste instantie voor het spelen van zijn eigen werk. In 1972 schreef hij De Volharding, een robuust toeterstuk met veel herhalingen naar Amerikaans voorbeeld, maar van onmiskenbaar Andriesseniaanse snit. Orkest De Volharding dat hieruit voorkwam is bezet met fluit, drie saxofoons, drie trompetten, drie trombones, hoorn, piano en bas. De zegetocht van dit op democratische leest geschoeide orkest begon in Duitsland en België, daarna werden Scandinavië en de rest van West-Europa veroverd. Dat kwam de bekendheid van Nederlandse muziek in het algemeen ten goede, want het orkest nam ook stukken van bijvoorbeeld Misha Mengelberg, Klaas de Vries en Diderik Wagenaar mee de grenzen over.

In 1976 schreef Andriessen opnieuw een stuk in samenwerking met de musici voor wie het bedoeld was, Hoketus, opnieuw met een verrassende bezetting. Ensemble Hoketus bestond uit twee groepen, beide bezet met panfluit, altsaxofoon, basgitaar, piano, elektrische piano en conga. Hoketus is een Andriessen-variant van repetitieve muziek, deels geënt op de middeleeuwse hoketustechniek, deels op de Amerikaanse minimal music. Andriessen: "Dat laatste was een voordeel omdat vrijwel elke grote stad in Europa en Amerika zijn eigen minimal bandjes had, en die zochten elkaar op. In de tien jaar dat Hoketus bestond heeft de groep denk ik in elke Europese hoofdstad gespeeld. Daar wisten ze vaak niet wat ze hoorden, dit vonden ze hartstikke goed. Dus kregen ze meteen weer cassettes met een kopietje mee, met als gevolg dat Hoketus al vrij snel in Londen en Vancouver werd gespeeld. En in de VS, mede door dat stuk ben ik daar beroemd geworden."

roomboterreclamemuziek
"Maar de eerste keer dat ik echt het gevoel had dat ik in het buitenland werd erkend was grappig genoeg niet in Londen of New York of Parijs, maar in Warschau in 1977". In 1976 voltooide Andriessen De Staat, maar het duurde een paar jaar tot ook buiten de grenzen duidelijk werd dat Andriessen op fenomenale nieuwe gedachten was gekomen. Pianist Zygmunt Krauze, artistiek adviseur van festival Warschauer Herbst, ontdekte het als een van de eersten. Midden jaren zeventig ontmoette Andriessen hem, dankzij Gaudeamus, in Nederland. "Een aardige man van mijn leeftijd", herinnert hij zich. "Ik liet hem een bandje horen met De Staat, uitgevoerd door het Nederlands Blazersensemble. Zygmunt zei meteen: dat wil ik hebben. De eerste keer dat De Staat in het buitenland klonk was dus in Polen, gespeeld door plaatselijke musici. Daarna is het stuk vrij snel ook in Amerika uitgevoerd, tijdens een zomercursus in Tanglewood, Massachusetts.

"Het miraculeuze van De Staat is, denk ik, dat het een onmiddellijke reactie was op die nieuwe repetitieve muziek van Reich en Philip Glass. Maar dan niet op de Amerikaanse manier met een gladjes en makkelijk verloop, wat wij hier roomboterreclamemuziek noemden. Ik voegde er een kritische Europese, chromatische kant aan toe. Soms wordt er niks gerepeteerd, dan gaat het ineens heel snel." De Staat is bezet met vrouwenstemmen, hobo's, hoorns, trompetten, trombones en altviolen - van ieder vier. Verder twee piano's, twee harpen, twee elektrische gitaren en een basgitaar. Andriessen noemt het "een nachtmerrie-achtige combinatie van popband en big band".

De nachtmerrie wordt niet in alle landen op waarde geschat. "Internationaal doorbreken is inderdaad erg locatiegebonden", beaamt Andriessen. "Ik geloof dat ik eigenlijk vooral wereldberoemd ben in de Angelsaksische landen, ook in Australië. Italië is niet slecht, Spanje en Portugal zijn zeer matig. In Frankrijk zijn ze boos op mij, zelfs in het Franstalige Montreal. Daar is ooit De Materie gegaan, heel bijzonder, want het is een moeilijk, avondvullend, duur theaterproject. Ik vond de uitvoering behoorlijk goed, maar een gezaghebbende krant schreef de volgende dag in koeienletters: Non, Monsieur Andriessen. Dat leek op de reactie van Le Monde op mijn opera Rosa, daar werd ik le bulldozer genoemd. Het ensemble van Boulez heeft De Staat in Parijs gespeeld, maar wel een beetje nuffig, als een soort Mozart.

"Mijn vader vertelde dat Alphons Diepenbrock omstreeks 1900 eens tegen hem zei: 'Weet je Hen, wat het probleem is? De Duitsers vinden mijn muziek te Frans en de Fransen vinden haar te Duits.' Dat is ook het geval met mijn muziek, niet elegant genoeg voor de Fransen en niet academisch genoeg voor de Duitsers. Nu ga ik niet klagen, ik word zeer gewaardeerd in Duitsland, daar zijn nu ook mensen die zich afzetten tegen dat academisme. Ensemble Modern uit Frankfurt speelt regelmatig mijn stukken, Musikfabrik heeft in Keulen zelfs premières gedaan. Maar Darmstadt heeft me altijd geweerd, daar houden ze heel sterk vast aan het Duitse modernisme."

typisch Nederlands
Andriessen hoeft al lang niet meer met cassettebandjes de boer op, hij is sinds jaren de in het buitenland meest gespeelde Nederlandse componist. Voor roem en bekendheid buiten de landsgrenzen zijn uitgevers en cd's heel belangrijk, weet hij. "Eerst werd ik vooral gesteund door Donemus, later kon ik in de VS de grote stukken kwijt bij platenlabel Nonesuch." Jarenlang was Andriessen de enige Nederlander onder de hoede van de Britse topuitgeverij Boosey & Hawkes, sinds 2003 deelt hij die eer met zijn leerling Michel van der Aa. Andriessen is nog wel de enige Nederlander wiens werk is opgenomen in de collectie van de Paul Sacher Stiftung in Zwitserland, naast dat van de groten der aarde onder wie zijn helden in de jaren zestig, Stockhausen, Boulez en Berio. Zowel in Nederland als in het buitenland is Andriessen een gezocht pedagoog, hij doceerde onder meer aan Princeton University en was drie maanden verbonden aan Yale University. In 1994 was hij de artistiek leider van het Meltdown Festival van het South Bank Centre te Londen.

Andriessens opera Writing to Vermeer uit 1999 is zijn meest opvallend Nederlands getinte muziektheaterstuk tot nu toe. De titel verwijst naar de beroemde Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw, het verhaal speelt zich af in Delft. Kinderkoor De Kickers van Muziekschool Waterland zingt mee, en Michel van der Aa co-componeerde de elektronische muziek. Maar een typisch Nederlandse componist voelt Andriessen zich niet. "Hoewel het verleidelijk is om dat te vinden, ik denk dat het onzin is. Ik laat het mij wel eens aanleunen, soms is het leuk om te gebruiken. Zo nam ik een keer een aardige Amerikaanse mee naar de haven van Marken, naar dat puntje in het IJsselmeer. Pal west zie je dan de kust van de overkant. Maar het was een verschrikkelijke novemberdag met zúlk rotweer, je zag alleen een grijswitte massa en een vaag donker horizonnetje. De wind blies ons haast van de pier af. Ik zei: nu begrijp je misschien beter waarom ik de muziek maak die ik maak. Een beetje aanstellerij, dat weet ik wel. Maar zij vond het geweldig. Ze snapte precies waar het om ging."

© Peter van Amstel - 2008