Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Han Bennink - telefoongesprek in november 2007

15/01/2008

Wereldreiziger tegen wil en dank

Niet toevallig siert een actiefoto van drummer Han Bennink de voorkant van het standaardwerk over geïmproviseerde muziek in Nederland: Jazz + Classical music + Absurdism ‘ New Dutch swing. Een Amerikaan schreef het, jazzcriticus Kevin Whitehead, dat zegt iets over de internationale reputatie van Nederlandse improvisatoren. Bennink, die ook andere instrumenten bespeelt en bovendien beeldend kunstenaar is, richtte in 1967 met pianist Misha Mengelberg en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool op, tot op de dag van vandaag het avontuurlijkste kwaliteits-improvisatie-orkest van Nederland, misschien wel van de hele wereld. Breuker stapte in 1974 over naar zijn eigen Kollektief, Mengelberg bleef leider van de ICP. Maar Breuker is nu helaas te ziek voor prestaties van wereldformaat, en Mengelberg te vermoeid. Anno 2007 is Bennink de opvallendste grondlegger-ambassadeur van de Nederlandse impro-muziek.

familie
Omdat Han Bennink zich op het podium alles veroorlooft dat nodig is om de geluiden te produceren die hij zoekt, is zijn optreden niet alleen voor het oor, maar ook voor het oog een feest. Door een trommelvel te dempen met de hak van zijn schoen (zwaar exemplaar, sok tot halverwege het blote onderbeen) houdt hij beide handen vrij. "Onder het drumstel gaan liggen slapen en snurkgeluiden maken met mijn snaredrum is wat mij betreft net zo interessant als een goeie roffel", zegt hij. "Al die mogelijkheden behoren tot mijn klankpalet."

Heel goed drummen in alle denkbare pop- en jazzstijlen kan Bennink ook. Ontzagwekkende uitbarstingen afgewisseld met breekbare subtiliteiten, dat presteren alle drummers van formaat, maar zij doen dat dan weer niet met, pak hem beet, een snaredrum, een eind hout en een scheidsrechtersfluit. "Het is niet een soort van showtje, zo van: nu ga ik even dit doen en daarna even dat. Leuk doen vind ik het ergste dat er is. Maar af en toe gebeurt er iets grappigs, iets buitenmuzikaals, iets onverwachts." Daarom, en omdat Bennink en zijn medemuzikanten zo onwaarschijnlijk muzikaal zijn, zijn zij overal in de wereld veel gevraagd.

Bennink speelt graag met het ICP Orkest ("mijn familie"), al waren die bijna veertig concerten in 2007 er wel een beetje veel. Dat was dan ook uitzonderlijk, het orkest vierde zijn veertigste verjaardag, de drummer zijn 65ste. Trio Clusone was ook een van Benninks lievelingscombinaties, die speelde in Europa en Noord-Amerika, in West-Afrika en China, in Vietnam en Australië. Bennink had het na 1998 nog minstens tien jaar volgehouden met zijn Clusone-medemuzikanten Ernst Reijseger en Michael Moore, als beide heren het maar wat beter met elkaar hadden kunnen vinden. Ook met de Nederlandse pianist en elektronische klanken-man Cor Fuhler, saxofonist Tobias Delius en de Duitse saxofonist Peter Brötzmann ("mijn broer") speelt Bennink uit passie en overtuiging.

ambassadeur
Maar soms gaat het gewoon om geld verdienen, dat is niet te vermijden. De afgelopen veertig jaar speelde Bennink op alle belangwekkende plaatsen in allerlei combinaties, met Nederlanders, met buitenlanders, op prestigieuze jazzfestivals, op alle podia die ertoe doen en ook op vele andere. Daarnaast geeft hij met plezier les, aan geroutineerde studenten van gerenommeerde instellingen, soms zelfs aan sympathieke beginners in een arm land als Bolivia. Het reizen daarheen, of waar dan ook naartoe, kan hem inmiddels gestolen worden, maar er zit niets anders op.

"In Nederland zijn we wat speelmogelijkheden snel klaar", zegt Bennink. "Bimhuis, Baerle Nassau en Edam, dan heb ik het wel gehad. Dan nog de Zomer Jazz Fiets Tour eens per jaar in Groningen, misschien een incidenteel concert hier of daar. Vroeger had je overal jazzclubs, die zijn nu allemaal weg. Dan mag je wereldberoemd zijn, voor ons valt in Nederland geen droog brood te verdienen. Ik ben dus heel veel in het buitenland, jammer genoeg.

"Als ze me een cultureel ambassadeur willen noemen, zou ik ook graag als zodanig behandeld willen worden". Hij denkt aan het reizen in de goedkoopste vliegtuigstoelen, "een half etmaal in zo'n zilveren vogel voor een concert van een uur". Aan "heel soms een leuk hotel" en "is er een kleedkamer of wordt het weer omkleden op het toilet?". Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming, en bijgekomen van de jet lag, werkt Bennink eigenlijk overal graag: "Al is het nog zo'n waardeloze plek, als de muziek maar lukt. Dan is het gewoon fijn dat onze muziek buiten de grenzen wordt gehoord."

merkwaardig
In 1960, toen Bennink achttien jaar oud was, kwam hij aan in New York als drummer van een swingtrio met zangeres op het cruiseschip de Maasdam. Spelen in de stad was er die eerste keer nog niet bij, maar hij had een paar dagen de tijd om zich te vergapen aan de grote Amerikanen. Zo hoorde hij de radicale multi-instrumentalist Ornette Coleman spelen met drummer Charles Moffett. Met ingang van het jaar erna trad Bennink zelf regelmatig op met Amerikanen van naam, onder wie Johnny Griffin, Ben Webster en Eric Dolphy; als zij in Nederland waren of, steeds vaker, als Bennink in de States kwam. Zijn eerste optreden in Amerika was op het Newport Jazz Festival in 1966 met het kwartet met Misha Mengelberg, Piet Noordijk en bassist Rob Langereis, na een Europese tournee.

Tegenwoordig kent Bennink New York als zijn broekzak, op de Nederlandse ambassade is hij kind aan huis. Begin 2008 is hij weer een maand in de Amerikaanse hoofdstad voor concerten met trompettist Dave Douglas en saxofonist Joe Lovano. Voor maart en april staat een volgende Amerikaanse tour met Peter Brötzmann op stapel.

Dave Douglas is ook artistiek leider van de Banff International Workshop in Jazz and Creative Music, onderdeel van het befaamde Banff Centre, instituut voor opleidingen in kunsten en wetenschap in Canada. In 2007 was Bennink er voor de derde keer om les te geven. Bennink: "Daar komen mensen die heel ver gevorderd zijn, soms ook voltallige groepen die al cd's hebben gemaakt en iets bij willen leren. En mensen die in de educatieve sector werken, allemaal heel jong." Ook aan LaGuardia, de American School for Performing Arts in New York is Bennink een graag geziene gastdocent, "daar ben ik zeker al tien keer geweest.

"Ik kan muzikanten misschien een andere visie bijbrengen, ze op iets wijzen waarover ze nooit hebben nagedacht. Of ze in een stramien laten spelen waarvan ze denken: hé, dit is heel merkwaardig. De mensen zijn altijd geïnteresseerd, of het nu in New Orleans is, in Hongkong of Tietjerksteradeel." Eind 2007 reisde Bennink met rietblazer Michael Moore en bassist Pablo Nahar naar Bolivia en Brazilië, op uitnodiging van Platform Brazilië Nederland. "Bolivia is het armste land van de twee, het peil op de conservatoria is daar zo laag dat je alleen maar een beetje met ze kunt meespelen. Zij improviseren niet met jou, daar zijn ze nog lang niet aan toe. Maar ze vinden onze muziek wel geweldig."

tienduizend cassettes
Begin jaren negentig werd Bennink gevraagd of hij zin had naar Ouagadougou te komen. "Ik kon het niet geloven, het was mijn grote wens een keer naar Afrika te gaan." Dus maakte Trio Clusone een trip dwars door de binnenlanden van Burkina Faso en Mali, met overal concerten. Oost-Afrika heeft voor Bennink een bijzondere aantrekkingskracht, al drie keer reisde hij met punkband The Ex naar Ethiopië voor concerten met plaatselijke muzikanten. Voorjaar 2008 gaat hij weer, om er concerten te spelen en les te geven aan het conservatorium van Addis Abeba. Bennink: "Ze kennen me daar goed, ze hebben mijn kop daar twee jaar lang op de televisie gezien. Bij de douane kan ik tegenwoordig gewoon doorlopen." Van een cassette met gezamenlijke muziek van Ethiopiërs, Bennink en The Ex werden er in het land meer dan tienduizend verkocht.

De Ethiopië-cassette meegerekend komt het aantal albums dat op Benninks website vermeld staat op 94. Te beginnen met het Trio Tony Vos in 1963 en twee lp's met Eric Dolphy in 1964, tot Zeng! met Terrie Ex in 2006 en het Duits-Nederlandse Ammü Quartet in 2007. Het ICP Orkest komt vanzelfsprekend veel voor in de lijst, evenals Trio Clusone en de musici Willem Breuker, Guus Janssen, Ernst Glerum - eigenlijk vrijwel iedere naam die er in Nederland-improvisatieland toe doet. En veel buitenlanders, van de oude, inmiddels overleden Ethiopische zanger Mohammed "Jimmy" Mohammed tot de Amerikaanse tenorsaxofonist Dexter Gordon; van de Duitse pianist en bandleider Alex von Schlippenbach tot de Japanse gitarist Kazuo Imai.

Stuk voor stuk musici die óf wild zijn, óf iets bijzonders te melden hebben. "Zo goed mogelijk Monk of Coltrane naspelen, dat is achterhaald. En dan ook nog eens in een keurig pak, zoals ik dat droeg toen ik in de jaren zestig met Johnny Griffin optrad. Dat hoorde vroeger zo. Maar nu wil ik lekker spelen, alles dat wijd om me heen zit, zit me in de weg." Zie de actiefoto voorop het boek New Dutch swing, zo'n acht jaar oud en toen al: korte mouwen, korte broek, geen wapperende haren. (De rook die uit de hi-hat opkringelt is van een vuurtje dat nog altijd brandt.)

© Peter van Amstel - 2008