Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

De internationale carrière van Jacob ter Veldhuis - opgetekend in de tuin van de componist, juli 2007

15/01/2008

Toeval, doorzettingsvermogen en goede noten

"How come I didn't know this guy?", het is bijna de standaardreactie van een Amerikaan, expert of argeloze luisteraar, die voor het eerst Jacob ter Veldhuis' boombox muziek hoort. Deze gespierde stukken met samples uit de shows van Jerry Springer, uit een toespraak van president Bush, of uit televisiereclames voor afslankproducten vallen goed bij het Amerikaanse publiek. Toch vierde Ter Veldhuis zijn eerste internationale successen niet in de Verenigde Staten en niet met het opzwepende boombox repertoire. Het begon in Rusland met welluidende muziek na een min of meer misplaatst artist in residence-schap in Darmstadt, dankzij de pianocompositie Toccata voor tien vingers en een neus.

Jacob Ter Veldhuis was een Groningse popmuzikant in meer of minder succesvolle bands toen hij zich in 1973 aan het Gronings Conservatorium inschreef als student compositie en elektronische muziek. Hij had misschien wereldberoemd kunnen worden als toetsenist in de band van Herman Brood, maar de repetities met Neerlands beste rockzanger uit Zwolle liepen op niets uit. Ter Veldhuis houdt nog altijd van rock en jazz, maar van het ruige leven van seks, drugs en rock 'n' roll kreeg hij schoon genoeg en in 1980 speelde hij voor het laatst op een poppodium. Sinds dat jaar noemt Ter Veldhuis zich full time componist, aan het conservatorium opgeleid door Willem Frederik Bon en Luctor Ponse, en afgestudeerd met de Prijs voor Compositie op zak. En naar verluidt ondanks de kritische kanttekeningen van Louis Andriessen, uit bewondering door Ter Veldhuis zelf uitgenodigd als lid van de afstudeercommissie.

Warschau
De toekenning van de Prijs voor Compositie door het Gronings Conservatorium in 1980 was Ter Veldhuis' eerste mijlpaal als componist. Om voor bijbehorende geldprijs van tienduizend gulden in aanmerking te komen, hoefde hij alleen nog maar een nieuw werk schrijven, geheel naar eigen inzicht. Ter Veldhuis, ambitieus als hij was, besloot tot het componeren van zijn Eerste Symfonie, een stuk voor vijf slagwerkers, synthesizer, elektronisch orgel en orkest. Het werd een stoer stuk met in de slagwerksectie stalen platen en grote hamers, met snijdende fluittonen en tegendraadse ritmes. Met dank aan Penderecki en Varèse, al ontbraken bij de jonge componist vooralsnog de beheersing, stijlvastheid en raffinement van de grote meesters die zijn voorbeelden waren.

Niettemin was de Poolse dirigent Andrzej Markovski (1924-1986) van het Noordelijk Filharmonisch Orkest, het tegenwoordige Noord Nederlands Orkest, erg enthousiast over het stuk. Hij voerde het meerdere malen uit in Nederland en nam zich voor de symfonie nog datzelfde jaar in Polen te spelen tijdens het festival Warschauer Herbst. Ter Veldhuis reed zelf met een auto vol slagwerk naar Warschau. Daar trof hij Markovski aan in het ziekenhuis, geveld door een hartaanval en in zorgelijke toestand. Van dirigeren kon geen sprake zijn, en de uitvoering ging niet door.

Terug in Groningen zette Ter Veldhuis zich aan het ontwikkelen van een nieuwe, eigen stijl, hij gooide het roer drastisch om. Zijn Tweede Symfonie uit 1986 is niet stoer maar welluidend, niet tegendraads maar soepel, minder cerebraal en met invloeden uit popmuziek en jazz. Zelf karakteriseert hij dit werk voor synthesizer en orkest als superharmonieus. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest met Willem Wijnbergen als solist voerde de symfonie uit onder de Britse dirigent Paul Daniel, maar Ter Veldhuis' Tweede kwam voorlopig evenmin buiten de landsgrenzen tot klinken.

Darmstadt
Min of meer per ongeluk bezorgde pianist Kees Wieringa, met wie Ter Veldhuis vaak samenwerkte, de componist in 1991 een interessant contact. Wieringa bewoonde het tuinhuis bij Walter Maas' villa in Bilthoven. Maas, de oprichter en decennia lang directeur van Gaudeamus, was de spin in het web van Nederlandse muziekcontacten met het buitenland. Rond de kerst logeerde Friedrich Hommel, directeur van de Internationale Ferienkurse für Neue Musik Darmstadt, bij Maas in de villa. Hommel hoorde Wieringa in het tuinhuis op de piano een stuk instuderen dat hem zeer aanstond. Het ging om Ter Veldhuis' Toccata uit 1988, in werkelijkheid een ongezouten kritiek op de naar zijn smaak onherbergzame complexiteit van de moderne Duitse muziek.

In de Toccata dient de neus van de pianist als elfde vinger. Hommel nam deze vondst serieus, en zonder aarzelen nodigde hij componist en pianist uit als artists in residence voor de Ferienkurse in het volgende jaar. In Darmstadt vielen zowel het recital als Ter Veldhuis' aansluitende lezing over het gebruik van de neus in de pianoliteratuur in goede aarde. Evenals Insonnia voor mezzosopraan, accordeon, basklarinet en percussie met de in Nederland wonende Tatiana Koleva achter het slagwerk. Maar de componist voelde zich niet thuis tussen zijn Duitse collega´s en de overige Ferienkurse-bezoekers; omgekeerd bleek al snel dat de meesten van hen niet in deze eigenzinnige Nederlander waren geïnteresseerd.

Toch legde dit bezoek aan Darmstadt Ter Veldhuis geen windeieren, hij ontmoette er Russische componisten die, vlak na de val van de Berlijnse muur, voor het eerst in aanraking kwamen met vakgenoten uit het Westen. Door hun spirituele, gevoelsmatige en onbevangen houding ten opzichte van nieuwe muziek voelden zij zich evenmin aangetrokken tot de academische Duitse nieuwe muziek, maar wel tot die van Ter Veldhuis. Het genoegen was wederzijds en er ontstond een ware vriendschap, met voor Ter Veldhuis als gevolg dat zijn muziek niet lang daarna klonk in Odessa, in Moskou en overal in Rusland. Zijn May this bliss never end, een hommage aan trompettist Chet Baker, prijkt op het repertoire van het Moscow Contemporary Music Ensemble.

Maleisië en Japan
Jazz en rock, Steve Reich en John Adams - Ter Veldhuis' muzikale belangstelling ging vooral richting de Verenigde Staten, het werd dus tijd te proberen ook daar vaste voet aan de grond te krijgen. Opnieuw dankzij pianist Wieringa kwam Ter Veldhuis in 1993 in contact met componist Robert Pollock, niet in de eerste plaats om ideeën over het vak uit te wisselen, maar om voor de duur van twee maanden van huis te ruilen. Pollock was oprichter en artistiek directeur van het ongeveer veertig leden tellende Composers Guild of New Jersey, in samenwerking met Gaudeamus had hij voor Ter Veldhuis lezingen, workshops en concertjes geregeld, ook in New York. Via het netwerk van Pollock kwam Ter Veldhuis in contact met componisten, musici en ensembles her en der in de Verenigde Staten. En doordat hij later in hetzelfde jaar enige tijd in de loft van kunstenares Wijnanda Deroo in Manhattan kon wonen, raakte hij thuis en bekend in het muziekleven van New York.

In de jaren die volgden verschenen de eerste cd's met muziek van Ter Veldhuis bij BVHaast, het platenlabel van Willem Breuker, componist en leider van het Willem Breuker Kollektief. Noodgedwongen, want tussen Ter Veldhuis en de Nederlandse uitgeverij van platen, cd's en bladmuziek Donemus boterde het toen nog niet. Cd's dienden de componist als muzikaal visitekaartje, de opname in 1997 van Goldrush door het Deense Safri Duo op het label Chandos werd een hit. Het Safri Duo speelde Goldrush daarna meer dan vijftig maal overal in de wereld, en vervolgens het Goldrush Concerto voor percussieduo en orkest met het Gelders Orkest, het Ulster Orchestra of het Deens Nationaal Radio Symfonie Orkest. Uitvoeringen in Hong Kong en Maleisië volgden.

Ter Veldhuis' internationale reputatie werd verder gevoed doordat choreograaf Hans van Manen in de periode 1999-2001 drie balletten maakte op zijn muziek. Voor zijn Derde Strijkkwartet, De zuchten van Rameau (clavecimbel, beelden en geluidsspoor) en Lipstick (fluit, altfluit en geluidsspoor) ontving Ter Veldhuis eervolle vermeldingen van onder meer het International Rostrum of Composers van de Unesco International Music Council en van het Bourges Festival voor Elektronische muziek. In 2000 bracht het Aurelia Saxofoonkwartet Pitch Black naar Japan. Sinds 2003 verspreidt het Britse platenlabel Chandos wereldwijd cd's en dvd's van Paradiso, een hemels en welluidend video-oratorium met beelden van Jaap Drupsteen.

New York
Ter Veldhuis's zegetocht in de Verenigde Staten en Canada begon in 2000 met de première van Jungle Heart voor fluit en percussie-duo, in Kopenhagen in première gebracht door James Galway en het Safri Duo, gevolgd door een Amerikaanse tournee. Het Other Minds Festival in San Francisco nodigde de componist uit voor het bijwonen van de Amerikaanse première van zijn Derde Strijkkwartet. Arno Bornkamp presenteerde Grab it! voor saxofoon en boombox tijdens het World Saxophone Congress in Montreal, Canada. Dit agressieve, indringende duet voor altsaxofoon en gemonteerde spraaksamples van een ter dood veroordeelde misdadiger sloeg in als een bom. Het stuk duikt sindsdien overal op, van New York tot Chicago, en is naast Goldrush zonder twijfel Ter Veldhuis's meest gespeelde compositie - en niet alleen in Amerika.

Musici van de saxfoonkwartetten Prism Quartet en New Century Quartet waren aanwezig tijdens het World Saxophone Congress, onder de indruk van Grab it! besloten beide ensembles muziek van Ter Veldhuis op hun repertoire te nemen. Ook andere Amerikaanse musici stortten zich vol overgave op de boombox-stukken, onder wie Kevin R. Gallagher, gitarist en leider van de band Electric Kompany, en fluitiste Margaret Lancaster. Zij wierpen zich op als ambassadeurs van deze Nederlander met zijn op Amerikaanse leest geschoeide muziek. In 2005 speelde het Prism Quartet een avond lang muziek van Ter Veldhuis in een uitverkochte zaal van het New Yorkse muziek- en kunstcentrum Symphonic Space in de negentigste straat van Manhattan. Daar was ook Limor Tomer van het Whitney Museum present, en op haar uitnodiging vond in het voorjaar van 2007 het driedaagse Jacob TV Festival plaats in het Whitney Museum of American Art at Altria.

Ter Veldhuis' internationale zegetocht kwam op gang dankzij een ontvlambare mix van toeval en planning, productiviteit en zelfwerkzaamheid, goede zin, passie en doorzettingsvermogen. En natuurlijk vooral dankzij de goede noten, die maken dat musici en orkestleiders, promotors en luisteraars overal in de wereld voor deze Nederlander vallen. Honderden keren per jaar, van Birmingham tot Tokio en van Ljubljana tot Hawaiï.

© Peter van Amstel - 2008