Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Nederlands-Marokkaanse jongerenmuziek

12/12/2008

Rappen en feesten

Muziek is een bruikbaar handvat om de medemens beter te leren kennen. Vroeger waren vooral verre volkeren het studieobject van antropologen of etnomusicologen, maar dicht bij huis werkt de methode ook, zo bewijst Miriam Gazzah. Zij stortte zich op de muzikale liefhebberijen van Nederlands-Marokkaanse jongeren.

‘Laat op de avond’, vertelt de 29-jarige Ali aan de onderzoekster, ‘luister ik graag naar Oum Kalsoum’, de Egyptische diva van het lichtklassieke lied. ‘Maar ik houd ook van raï, Marokkaanse chaabi, religieuze liederen, gnawa en Nass el Ghiwan.’ En, als hij in de stemming is, van Cubaanse son. De 22-jarige Dounia luistert naar Egyptische en Saoedische muziek, Marokkaanse chaabi en r&b. Fatima (27) noemt raïzangers Cheb Mami en Khaled, zangeres Najat Aatabou en de Arabische zanger Amr Diab, maar ook soul en r&b van Otis Redding, Tina Turner en Norah Jones. Naast, opnieuw, Marokkaanse chaabi. Amal (25) valt voor Bløf en Jamaicaanse rap, de Amerikaanse rockband Goo Goo Dolls en koranrecitaties.

Onlangs promoveerde antropologe Miriam Gazzah op een studie naar de sociale betekenis van muziek onder Nederlands-Marokkaanse jongeren. Zij gaat niet erg diep in op de muziek zelf, maar biedt wel een verrassend inkijkje in hun muzikale voorkeuren. Wat na 29 interviews en de nodige concert- en feestbezoekjes komt bovendrijven, is vooral chaabi (populaire muziek), raï (vrijgevochten muziek van Algerijnse oorsprong), charki (populaire stijl uit het Midden-Oosten), r&b en hiphop. Die muziek is te horen op megaconcerten met Marokkaanse en Arabische artiesten, tijdens danceparty’s met dj’s en soms een Nederlands-Marokkaanse chaabiband, op feesten voor alleen vrouwen, tijdens lounge-events en festivals.

Chaabi tegenover rap en hiphop
Daar ontmoeten jongeren elkaar, maar op Marokkaanse bruiloften genieten zij het meest van hun gezamenlijke Marokkaanse achtergrond. De feestmuziek daar is chaabi, een moeilijk te definiëren genre, schrijft Gazzah. Als kenmerkende elementen noemt zij het gebruik van Arabische en westerse instrumenten, de Marokkaans-Arabische en Berbertalen, en het geïmproviseerde en feestelijke karakter. De beroemdste chaabimuzikanten: Najat Aatabou, Daoudi, Mustapha Bourgogne en Senhaji.
Chaabi is om van te genieten; als Nederlands-Marokkaanse jongeren zélf iets te melden hebben, bedienen zij zich vooral van hiphop en rap – op alledaags niveau beoefend door wie maar wil, op professioneel niveau aangevoerd door Ali B. Rappers stellen de negatieve beeldvorming over Marokkanen aan de kaak of snijden grote onderwerpen aan – de oorlog in Irak, de Israëlisch-Palestijnse kwestie – vaak in niet bepaald vrolijk stemmende bewoordingen.

Miriam Gazzah lijkt te suggereren dat die rebelse hiphopperij vanzelf overgaat als jongeren eenmaal in aanraking komen met de feestelijk nostalgische chaabidansmuziek van het bruiloftsfeest. Het hoe en waarom daarvan wordt echter niet duidelijk. Het onderzoek roept nog meer vragen op. Zo blijken de ondervraagden goeddeels hoogopgeleid (wo, hbo), spreken meestal geen Berbers maar wel Marokkaans-Arabisch en variëren in leeftijd van 20 tot 36 jaar. Is deze groep wel representatief voor de Nederlands-Marokkaanse jeugd? Nederlands-Marokkaanse muzikanten die niet rappen komen in het boek nauwelijks voor, en de prachtige Marokkaans-Andalusische kunstmuziek met haar liefdespoëzie al helemaal niet.

Niettemin leert de lezer allerlei wetenswaardigs over Nederlands-Marokkaanse Nederlanders. De moraal: schat de woede, de weerbaarheid en het verzet van de rappers op hun waarde en bezoek eens een Marokkaanse bruiloft, voor de gezelligheid en de typisch Marokkaanse sfeer.

boek
Miriam Gazzah - Rhythms and Rhymes of Life: Music and Identification Processes of Dutch-Moroccan Youth, Amsterdam University Press, 2008.

© Peter van Amstel - 2008