Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Leoni Jansen en Onno Krijn: Female Factory

11/02/1998

Janka improvise, Janka improvise

Omringd door wapperend wasgoed, onder stemmige schemerlampen of badend in een zee van licht werkten dertien zangeressen uit tien verschillende landen aan een kwaliteitsproduct: hemelbestormende zang in zinnenstrelende smaken. Het Amsterdamse Carré was in januari 1998 vijf dagen lang uitverkocht voor muziekspektakel de Female Factory. Samenstelster Leoni Jansen en pianist-arrangeur Onno Krijn zijn er nog wat beduusd van: `Daar hadden we natuurlijk wel op gehoopt, maar nooit op durven rekenen’.

Een voor een zongen de solistes hun aangrijpend, opwindend of hilarisch lied. Wie niet voor een solo aan de beurt was wijdde zich vol overgave aan wringende Bulgaarse tegenstemmen, een swingend Kongolees koortje of een lichtvoetig doebiedoewaa. De zangeressen kenden elkaar nog maar kort en ze genoten hartgrondig van elkaars Texaanse rockabilly of Schotse ballade, Oezbeekse popsong of het volksliedje uit Volendam.

Noten schrijven
Leoni Jansen is als zangeres, actrice en presentatrice bekend van radio- en tv. Zij volgde haar opleiding aan de Kleinkunstacademie, `bij de solfègeles en koorzangrepetities kwam ik er al vrij snel achter dat ik goeie oren aan mijn hoofd had.’ Zij besloot zich op de muziek toe te leggen en deed dat niet alleen vol overgave maar vooral heel zelfverzekerd. `Toen ik eens een aantal programma’s deed met het Metropole Orkest’, herinnert zij zich, `begon ik me tegen de arrangementen aan te bemoeien. In het begin had iedereen natuurlijk zoiets van, wat moet die vrouw? Maar op een gegeven moment kreeg de dirigent wel in de gaten dat ik niet helemaal gek was.’

Daarna maakte Jansen zo’n zes jaar lang iedere zomer programma’s voor het Boulevard Theater Festival. `Daar hanteerden we ook de formule van één band en een aantal mensen die daarbij met elkaar zongen’, vertelt zij. `Er moest materiaal worden uitgezocht, zo heb ik de gewoonte ontwikkeld altijd mijn ogen en oren open te houden. Laatst was ik met een van mijn oppassen mee om het wilde nachtleven van Haarlem te verkennen en in een kroeg hoorde ik State of Independence. Dat nummer kende ik natuurlijk al lang, maar ineens wist ik: dat is de perfecte finale voor de Female Factory. Ik hoorde het Afrikaanse koor er al doorheen zingen. Zo werkt het heel vaak, dan denk ik: dat is mooi achter elkaar, of dat zou die en die eens moeten zingen.

`Het heerlijke van de samenwerking met een arrangeur als Onno is, dat hij noten kan schrijven’, voegt ze er aan toe. `Met zo’n project als dit zing ik alle stemmen aan iedereen voor en dat studeren de zangeressen dan in. Maar Onno schrijft alles op en maakt de arrangementen.’

`Dat is lang niet zo moeilijk als het lijkt’, vindt componist, arrangeur en pianist Krijn, `het is allemaal popmuziek.’ Maar de solide opbouw van de Female Factory was mede te danken aan de voorbeeldig begeleidende tienmans band (met scheurgitaar naast Afrikaanse kora, keyboard naast Turkse luit) onder Krijns leiding. `We hadden acht nationaliteiten in de band’, vertelt hij, `maar dat gaf geen enkel probleem. Die mensen zijn zonder uitzondering topmuzikanten, ik hoefde ze niets uit te leggen. Als er iets niet klopte hoorden zij het soms eerder dan ik.’

Voorgoed verloren
`Voor de couleur locale zorgden de zangeressen zelf wel’, vervolgt Krijn. Maar voordat alles op rolletjes liep moest er een hoop werk worden verzet. Iedere zangeres (`ze zijn tenslotte allemaal een ster in eigen land’) stelde zo haar eigen eisen. Krijns belangstelling voor muziek van ver over de grenzen, en zijn ervaring als salsa- en latinpianist, kwamen hem dus goed van pas.

`Toen ik nog op het conservatorium zat en compositie studeerde bij Ton de Leeuw’, vertelt hij, `deed ik al mee aan de workshops over acculturalisatie die hij organiseerde.’ Voor het jaarlijkse Musicultura nodigde De Leeuw componisten uit van over de hele wereld. Krijn: `Die kwamen daar uitleggen wat voor invloed hun eigen muziek had op de manier waarop zij hedendaagse muziek componeerden. Dat was natuurlijk allemaal behoorlijk serieus en deftig, maar het ging in feite om hetzelfde als wat wij nu hebben gedaan, het mengen van culturen. Ik ben daar dus al heel lang mee bezig. En omdat latinmuziek me het meest aansprak, heb ik jarenlang heel veel salsa en merengue gespeeld.’

Dat het samenbrengen van verschillende culturen vaak niet zonder gevolgen blijft, beseft Krijn zich terdege. Hij haalt een voorbeeld aan dat De Leeuw hem in de jaren zeventig vertelde. `Bij de viering van de onafhankelijkheid van Suriname was de Nederlandse koningin uitgenodigd. Voor die gelegenheid had de Surinaamse overheid een heleboel stammen uit de oerwouden opgetrommeld, die moesten voor het eerst in de geschiedenis samen iets doen. Toen ze aankwamen hadden ze allemaal nog hun eigen muziek, die van de anderen hoorden ze daar voor het eerst. En die klonk veel interessanter. Wat ze zelf hadden ging op slag voorgoed verloren.’

`Tsja, aan de ene kant verdwijnen dingen’, merkt Jansen nuchter op, `maar aan de andere kant, juist doordat er wordt gemixt, blijven er oude dingen bewaard. Schotse muziek is daar een mooi voorbeeld van. Er zijn ontzettend veel oude Schotse liederen en zangeres Annie Grace bleek er een heleboel te kennen. Doordat mensen als zij er iets mee doen worden die liederen nog altijd gezongen.’

Cross-over
`Ik ben sowieso ontzettend gefascineerd door stem’, verklaart Jansen haar inzet voor de Female Factory, `met name door vrouwenstemmen.’ Maar de directe aanleiding voor de show was het bezoek aan een platenwinkel. `Daar stond een cd op en ik dacht: wat is dit, wat is dit?’. Het bleek zo’n verzamelplaatje’, vult Krijn aan, `Women of the World of zoiets, geen gecombineerd geheel, maar losse tracks die van allerlei cd’s waren gehaald. "Daar gaan we een programma van maken", zei Leoni meteen.’

Jansen: `Toen heb ik Adelheid Roosen opgezocht en samen hebben we het idee uitgewerkt tot een samenhangend geheel. Het was nog nooit eerder gebeurd dat al die vrouwen met elkaar zouden zingen, begeleid door één en dezelfde band in een theatrale setting. Want het moest meer worden dan een concert alleen.

`De laatste tijd gingen wij veel naar concerten, tijdens het World Roots Festival bijvoorbeeld. Yulduz Usmanova uit Oezbekistan had ik al eens gehoord.’ Usmanova’s muziek, een mengeling van Oezbeekse volksmuziek en westerse pop (`samen echt iets nieuws’) paste precies in Jansens straatje. `Want vooral die cross-over fascineert me, niet zozeer de volksmuziek op zichzelf. Maar een hele avond Yulduz, of welke vrouw dan ook, dat is te veel. Zoiets trekt een publiek met een ongeoefend oor niet. Daarom ben ik zelf altijd ontzettend dol op zo’n verzameling van een heleboel mensen, waarbij je van alles niet zo veel over je heen krijgt, maar wat van begin tot eind wél heel erg goed is.’

Miep uit Nederland
Iedere zangeres van naam, waar of ter wereld, heeft tegenwoordig wel een of meer cd’s gemaakt, of tenminste een rijtje cassettes. En omdat festivalmakers en podiumprogrammeurs menigeen al wel eens naar Europa haalden, was het vinden van interessante vrouwen niet zo’n probleem. Maar een topzangeres overhalen moederziel alleen naar Nederlands te komen bleek nog zo eenvoudig niet.

Jansen heeft er alle begrip voor. `Zo iemand weet toch niet waarin ze terecht komt? We zijn naar Parijs gegaan om de Zaïrese zangeres Tshala Muana over te halen. Daar zag zij opeens een of andere Miep uit Nederland met een arrangeur verschijnen die kwamen zeggen dat ze mee moest doen.’ Krijn: `Ze zei hetzelfde als alle zangeressen. Dat ze wel ontzettend graag wilde meedoen, maar dan wel met haar eigen gitarist, haar eigen drummer en haar eigen muzikaal leider. Maar dat was nu natuurlijk juist niet de bedoeling.’

`Iedereen is maar voor een ding bang’, vult Jansen aan, `dat merk ik keer op keer: dat ze met een band worden opgezadeld die hun muziek niet behoorlijk kan spelen. Iedereen wil natuurlijk het liefst haar eigen dingen doen op de allermooiste manier. Pas als ze echt zeker weten dat ze goeie muzikanten krijgen en een goed geluid, dan is het goed.

`Muana zingt Zaïrese dansmuziek met een heel specifiek ritme’, legt Jansen uit. `We waren dan ook ontzettend blij dat we uiteindelijk een Afrikaanse gitarist bij de band hebben genomen. Want al kun je als westerling heel ver komen met exotische muziek, de beheersing tot in alle finesses is eigenlijk onmogelijk’, weet zij. `Daarom kozen we ook voor de cross over. We zijn wel fantastische volksmuziek tegengekomen, zoals die van Oumou Sangaré uit Mali. Maar zoiets kunnen wij niet.’

Na veel moeite slaagde het tweetal er in Muana ervan te overtuigen dat het allemaal goed zou komen. Jansen en Krijn zetten hoog in met de verzekering: `als je het niet goed vindt dan mag je weg’. Jansen: `Maar ze stond natuurlijk al wel van tevoren op de affiches, dus iedereen was gek van de zenuwen toen ze binnenkwam.’ Eerst reageerde Muana lauwtjes, maar later dook ze enthousiast met de bassist een hoekje in om het ritme net zo lang te oefenen tot het goed zat.

Flink tellen
`Gelukkig kwamen ze niet allemaal tegelijk’, zegt Krijn, `zodat ze een voor een langzaam aan het warme water konden wennen. En wij aan hen. We hadden al wel drie Caribische zangeressen, die hoorden bij de groep. Een vierde erbij konden we gemakkelijk absorberen. En we hadden het geluk dat die vrouwen het goed met elkaar konden vinden. Alles was productioneel dan ook goed geregeld goed hotel, goed eten, luxe vervoer. Die verzorging, dat bepaald het succes van zo’n productie.’

Janka Rupkina uit Bulgarije kwam als eerste. Krijn: `Zij was mijn favoriete, toen we begonnen zei ik meteen: die nemen we.’ Rupkina zingt gewoonlijk met haar Trio Bulgarka snerpende Bulgaarse harmonieën, `dat vind ik zó prachtig.’ Zij was de enige in het gezelschap die gewoonlijk niet met een eigen band werkt, `maar ze heeft wel met Kate Bush, Dolly Parton George Harrison samengewerkt. Dus die kende het hedendaagse idioom.’ Jansen: `Toen Janka binnenkwam begon ze gelijk iedereen te zoenen. Bij haar wist ik meteen, oh, dat zit wel goed.’

Omdat zij alleen Bulgaars spreekt was Rupkina tijdens de voorbereidingen een van de moeilijker gevallen geweest. `Ik kon haar niet eens bellen’, zucht Jansen. Gelukkig bleek in Nederland een meisje te wonen dat in het beroemde koor Le Mystère des Voix Bulgares had gezongen. Jansen zocht haar op en vroeg haar een Volendams liedje in het Bulgaars te vertalen. Met de mededeling `we willen zo’n soort nummer en een waarvan we een hedendaagse versie kunnen maken’, ging er vervolgens een muziekcassette naar Bulgarije.

Jansen: `Op een gegeven moment kregen we een bandje terug en daar stond het nummer op waarmee we de show zouden beginnen. En een tweede met een aftands jazzensemble erachter, een beetje richting Charley Haden maar dan totaal fout. En ook nog een disco-versie. Toen zei Adelheid: wat zou het nou leuk zijn als ze dat eerst a cappella doet, dan hoor je een beetje de oorsprong. En dan een moderne versie met de band. Ik weet nog dat Onno daar ontzettend op heeft zitten zweten.’ Maar toen Janka uiteindelijk haar opwachting maakte lag alles klaar.

Net als voor de anderen. Lang van tevoren lag al vast welke nummers iedereen zou zingen, want Krijn moest de arrangementen maken. Iedereen was benaderd, aan de hand van cd’s en bandjes werden de nummers uitgezocht. Krijn: `Als je ze zelf laat kiezen nemen ze twee heel gemakkelijke nummers omdat ze bang zijn dat de band er anders niet uitkomt.’ Jansen vult aan: `We hadden natuurlijk ook een aantal nummers waarvan we hoopten dat ze er met zijn allen aan zouden meedoen. En wat natuurlijk vooral voor samengestelde programma’s geldt: je moet het overzicht houden.’

Ondanks het uitvoerige overleg ging niet alles van een leien dakje. Jansen: `De Texaanse Rosie Flores wilden we graag Highway laten zingen, en we hadden een leuk country nummer op het oog. Maar ze wilde liever rockabilly.’ Voor de Schotse had Jansen een nummer op het oog dat zij ooit zelf had gezongen. `Dat is zo mooi, ik dacht dat móet zij zingen. Maar daar had ze in eerste instantie helemaal niet zoveel zin in.’

Krijn: `Ook Tschala Muana wist precies wat ze wilde, die zong zelf alles voor. En het klopte helemaal, indrukwekkend hoor’. Volgens Jansen vond ze Krijns arrangementen uiteindelijk `helemaal te gek’. Net als Usmanova, `die band, die dreun, ze vond het heerlijk.’ Krijn: `Voor Yulduz hebben we een saz- en een darbukaspeler bij de band gehaald. In die Oezbeekse muziek gebruiken ze lange periodes van zes maten, als je even niet oplet weet je niet meer waar je bent. Het was voor de band in het begin flink tellen’, grinnikt hij.

Een vriend die huilt
Ook voor de bezoekende vrouwen was het even wennen, vooral aan de discipline die een groot opgezette show nu eenmaal van de deelnemers eist. Jansen: `Toen Tshala voor het eerst haar twee nummers had gedaan zei ze: "ik ga weer weg". Nee, zei ik, het is de bedoeling dat je blijft en meezingt in een achtergrondkoortje. Toen begon ze vreselijk te lachen.’

Iedereen kreeg een cassettedeck om de bandjes te beluisteren die tijdens de repetities werden gemaakt. Jansen: `Het probleem was dat iedereen riep van: oh, ik hoor het wel. Maar na twee repetities was dan ineens de middenstem verdwenen. Konden we weer opnieuw beginnen.’ En aan de theatrale aanpak onder regie van Adelheid waren ze al helemaal niet gewend. `Iedereen kreeg een plaats toegewezen en aanwijzingen van: nu moet je daarheen lopen. Maar binnen twee minuten waren ze het alweer vergeten. Het was zó moeilijk om dat erin te krijgen.’

Langzamerhand kregen de zangeressen het gevoel dat zij deel uitmaakten van een totaalconcept, gestaag groeide het vertrouwen dat het klopte. Jansen: `Tenslotte vonden ze het zelfs zo leuk, dat ik moest zeggen: we doen niet álles samen. Want dat vervlakt natuurlijk weer. Bij Janka heb ik echt steeds de microfoon moeten weghalen, die wilde overal aan meedoen. Janka improvise, riep ze altijd, Janka improvise. Dat werden gevleugelde woorden.

Leoni Jansen droeg zelf als zangeres aan het programma bij met Aan de Amsterdamse grachten, een nummer van de Vlaamse zanger Jacques Brel en een lied uit Volendam.
`Volendam is de enige plek in Nederland waar ze zo zingen’, ontdekte Jansen. `Met die uitgerekte lettergrepen boven een complete melodie lijkt het soms net Portugese fado.’ Zij kan het weten, want ze werkt al jaren samen met de Portugees Fernando Lameirinhas, met wie ze in het voorjaar van 1998 de Nederlandse delegatie naar de Expo in Portugal zal versterken.

Op Brels Een vriend die huilt was zij al jaren verliefd. `Het frappante was, dat Yulduz uit het verre Oezbekistan onmiddellijk hoorde wat een prachtige melodie dat lied heeft.’ Ook Aan de Amsterdamse grachten moest Jansen helemaal voor haar laten uitschrijven.’ `Ik heb eigenlijk mijn westerse populariteit aan Nederland te danken’, had Usmanova gezegd. `Als ik weer in Nederland kom wil ik dit aan het eind van mijn concert zingen'.’

Prrring...
Na de Female Factory werkte Jansen aan een aantal programma’s mee waarin zij de enige blanke zangeres was. `Ik werd op de een of ander manier opgetild door een kleur, door een sfeer, dat raakte mij diep. Ik zou daar mijn hele leven mee bezig kunnen zijn. En bovendien, als je muzikant bent en het commercieel bekijkt, dan ben je gek als je je er niet mee bezig houdt. Kijk maar naar de die band van Onno. Daarin speelden allemaal mensen die op de een of andere manier met andere culturen bezig zijn.’

Wereldmuziek heeft de toekomst, daarvan is Jansen overtuigd. `Voor mij is niet-westerse muziek een grote bron van inspiratie geworden. Alleen al het praten met al die mensen. Tien jaar geleden maakte ik een radioprogramma met jongeren die oorspronkelijk uit een ander land kwamen. Of dat nou Chili of Turkije, Marokko of waar vandaan dan ook was. Ik merkte dat ik er zo door geïnspireerd raakte, die mensen gaan op een andere manier met muziek om. Vaak veel zielvoller dan wij dat in Nederland doen.

Maar ook strenger soms. Jansen: `Hoe mondialer mensen kunnen denken, hoe sterker zij de behoefte krijgen aan het vasthouden aan hun eigen roots. Dat zie je op een camping ook. Ik kijk maar naar mijzelf, ik ben al twee jaar bezig te bedenken waar die Nederlandse muziek nou eigenlijk vandaan komt.’

Nog lang niet iedereen in Nederland weet wat er over de grenzen te halen valt. Het verbaasde Krijn dat zelfs de muzikanten in de band van de meeste zangeressen die aan de Female Factory meededen nog nooit hadden gehoord. `Er is dus kennelijk maar een heel kleine groep mensen die er wel vanaf weet.’ `Dat was ook een van de redenen’, vult Jansen aan, `om zo’n project te doen. Ik dacht dit moet iedereen horen.’

Dat voelde zij goed aan, getuige het avond aan avond laaiend enthousiaste publiek en het afscheid met de zangeressen toen het allemaal voorbij was. Jansen: `Iedereen ging huilend weg. Met Tshala Muana hadden we drie uur moeten lullen in het Frans om haar over te halen. Na afloop tegen zei ze tegen mij: "Chef, you prrring, I come."‘

Peter van Amstel



Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 1998 © Peter van Amstel - 1998