Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Een eeuw Balinese muziek

17/09/2002

Bali en het Westen

Van collectief geheugen naar individuele inbreng, van vaste vorm naar vrije schakering, van sonore elegantie naar exuberante uitbarsting; de afgelopen honderd jaar vond op het Indonesische eiland Bali een ware muzikale omwenteling plaats. Koloniale bestuursambtenaren gaven er de aanzet toe, westerse kunstenaars deden vervolgens hun invloed gelden. Betaalbaar vliegverkeer en massatoerisme speelden tenslotte een rol, maar ondanks dat alles klinkt Balinese muziek vooral heel erg Balinees.

Componisten op Bali leggen er eer mee in westerse muzikale opvattingen, elementen en principes tot zich te nemen, zonder ze ooit direct herkenbaar toe te passen. Pas na een vertaling naar vijftoonsmelodie, tweepersoons ritmepatroon of gamelan-samenklank worden zij ingepast. De gang naar individuele expressie, vrije vorm en spectaculaire virtuositeit is niettemin goed te volgen als oude en nieuwe stukken na elkaar worden gespeeld.

Rituele muziek en slaapkamervertier
De eerste Nederlandse expeditie bereikte het eiland Bali omstreeks 1600. Ooggetuigen repten sindsdien van gitzwarte lavastranden langs diepblauwe zeeën, van halfnaakte mensen onder strooien hoofddeksels in goudgeel glanzende rijstvelden. Van orchideeën in opgestoken haren boven glitterende danskostuums. En van zinderende, even onbegrijpelijke als betoverende muziek in paleizen en tempels.

De geschiedenis van de hindoeïstische hoven op Bali gaat terug tot 1343, toen de vorst van het hindoe-Javaanse Majapahit-rijk een kolonie stichtte op het aangrenzende eiland. De val van de Majapahit-dynastie, een kleine tweehonderd jaar later, leidde ertoe dat Javaanse nobelen die zich niet tot de islam wilden bekeren (Indonesië is het grootste Islamitische land ter wereld) naar Bali vertrokken. De complete hofhouding reisde mee, inclusief dansers, acteurs en musici.

Pas in 1906 gingen de Nederlanders ertoe over Bali in te lijven bij de kolonie in de Oost. Zij troffen een feodale samenleving aan, het eiland was verdeeld in meerdere koninkrijken. Vorsten en edelen toonden zich toegewijde liefhebbers van de kunsten. Om de goden te dienen, maar ook voor het eigen genoegen, onderhielden zij schrijvers en schilders, beeldhouwers en acteurs, dansers en musici.

Een Balinees hof was destijds niet compleet zonder tenminste een viertal traditionele gamelans. De muzikanten werden gerecruteerd uit de dorpen, voor de bezetting van het grootste orkest waren er meer dan dertig nodig. Deze gong gedé (gong betekent op Bali ook gamelan) diende voor het opluisteren van ceremoniële en religieuze aangelegenheden.

Daarnaast beschikte het hof over twee kleinere, lichter klinkende combinaties. Palegongan, het standaard-ensemble voor de begeleiding van klassieke hofdansen, en semar pegulingan dat instrumentale muziek speelde tijdens ‘s konings bezigheden in zijn slaapvertrek. De balaganjur tenslotte is een combinatie van bekkens en trommels, toen en nu gebruikt tijdens processies.

Componisten met een naam
De Nederlandse regenten, bestuursambtenaren en hun klerken lieten zich niet afleiden door de hoofse praal, rijstveldschittering en blote borsten-pracht. Om het eiland onder controle te krijgen ontnamen zij zonder pardon de vorsten hun macht. Het plaatselijk bestuur werd gedelegeerd naar nieuw benoemde dorpshoofden, vanzelfsprekend onder het gezag van de koloniale machthebbers. Musici en dansers uit de dorpen die tot dan toe tegen betaling voor de adel optraden, stonden er nu alleen voor. Zij maakten van de nood een deugd.

Het voormalige hofinstrumentarium smolten zij om tot nieuwe instrumenten, en in een moeite door ontwikkelden zij er een nieuwe speelstijl bij: gong kebyar. Niet langer hielden zij vast aan traditionele vormen, zoals de driedelige opbouw van een semar pagulingan-stuk. Vrije vormen en structuren kwamen er voor in de plaats. Bovendien maakten het statige karakter en de trage melodieën van de gong gedé plaats voor flitsend snelle passages met veel dynamische contrasten en plotselinge overgangen.

Van oudhser zijn muziek en dans op Bali nauw met elkaar verbonden, het duurde dan ook niet lang of er kwam ook een kebyar-dansstijl. I Mario, vermaard danser uit Zuid Bali, raakte in de jaren twintig diep onder de indruk van de gong kebyar. Met zijn in 1925 gecreëerde solodans Kebyar duduk legde hij de basis voor een compleet nieuwe, abstracte en op persoonlijke expressie gerichte dansstijl. Daarin interpreteert de danser, in nauwe coördinatie met het orkest, de wisselende stemmingen en de abrupte pauzes in de muziek.

Minder begaan met de nieuwe kebyar-stijl, maar wel net als danser Mario goed voor een sensatie, was musicus I Wayan Lotring. In 1926 presenteerde hij zijn stuk Gambangan, naar voorbeeld van rituele crematie-muziek voor xylofoonensemble, maar nu gespeeld door een palegongan-kamermuziekensemble onder zijn leiding. Het putten uit strikt gereglementeerd repertoire gebruik voor persoonlijke muzikale expressie was destijds een waagstuk. Lotring vestigde er als een van de eersten een naam mee als individueel, autonoom componist.

Kreasi baru - nieuwe muziek
In het Westen groeide langzamerhand de belangstelling voor Balinese muziek en dans. Dit dankzij bemoeienissen van onderzoekers, musici en componisten als Colin McPhee en Benjamin Britten, de toenemende beschikbaarheid van geluidsopnamen en het gemak van vervoer door de lucht.

‘De uitvoerders spelen prachtige, complexe muziek zonder elkaar aan te kijken’, meldde de Britse componist Benjamin Britten (1913-1976) eind jaren vijftig. ‘Zij hebben het zelfvertrouwen van een slaapwandelaar en roken sigaretten. De muziek is fantastisch rijk - melodisch, ritmisch, de samenklank (wat een orkestratie!!) en vooral de vorm. Langzamerhand krijg ik de techniek te pakken, maar het is ongeveer zo gecompliceerd als Schönberg.’

Inmiddels hadden Europeanen en Amerikanen ook persoonlijk kennis kunnen maken met de door Britten bejubelde muziek. In 1952 toerde een compleet kebyar-gezelschap door Europa en Amerika, er zouden er talloze volgen. Vooraanstaande Balinese musici verwierven aanstellingen als docent aan westerse kunstinstellingen, sommigen wijdden zich er bovendien aan de studie van westerse muziek.

Het is nauwelijks vast te stellen in welke mate Balinese componisten zich lieten leiden door in het Westen opgedane ideeën. Vast staat dat zij het klankkleurenpalet van de gamelan verder verrijkten door bijvoorbeeld de bekkens van het balaganjur-looporkest aan het kebyar-ensemble toe te voegen. Solopassages voor instrumentensecties of afzonderlijke instrumenten deden hun intrede. Het tempo werd verder opgeschroefd en virtuositeit werd een doel op zichzelf.

Kreasi baru, nieuwe creaties worden muziekstukken in deze recentste stijl genoemd. De superexpressiviteit ervan wordt jaarlijks tot een hoogtepunt gevoerd tijdens het Bali Arts Festival. Kebyar-orkesten uit talloze dorpen strijden daar om de eerste prijs in een vindingrijkheids-, virtuositeits- en kwaliteitscompetitie.

I Ketut Gedé Rudita, docent en muzikaal leider van Irama Legong, maakte op verzoek van het ensemble een kreasi baru. Rudita doceerde en studeerde meermaals maanden lang in Nederland, voor zijn stuk Sasih liet hij zich inspireren door de westerse seizoenen, door pianoakkoorden en jazzy off-beats. Maar zoals het een Balinees componist betaamt kwamen die invloeden in gesublimeerde vorm in zijn compositie terecht. Baliërs bouwen in de eerste plaats voort op de mogelijkheden die hun eigen traditie, hun eigen klankwereld ze biedt.

Peter van Amstel


programmatekst concertserie Irama, 2002 © Peter van Amstel - 2002