Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Shruti Sadolikar - muziektheater uit Maharashtra

15/01/1999

De nectar van het geluk

In Bombay spelen klassieke muziek en kwaliteitstheater zich niet zelden af in droevig stemmende gebouwen. Een deel van het trapportaal dat de muziekstudio’s van All India Radio verbindt is geplaveid met vogelpoep. Voorstellingen en concerten vinden plaats in zalen vol knerpende stoelen bekleed met sleetse pluche. Maar zelfs het kale tl-licht in de zaal van de Muziek en Kunst Academie doet de zeggingskracht van een gloedvol theaterstuk niet verbleken. De oude Indiase kunsten kunnen wel een stootje verdragen.

De Academie is de uitvalsbasis van de troupe die in april de voorstelling Sangeet Samshaykallol in Nederland komt spelen. Het gebouw ligt ingeklemd tussen een groot grasveld waar jongens in schooluniform cricket spelen, een spoorlijn met overvolle treinen, een benzinepompstation en de middelbare school van de Hindu-stadswijk. Nu eerst omhoog in een lift met ijzeren harmonica-hekken, dan door gangen vol foto’s en tekeningen van cursisten, en langs een lokaal met tientallen kleurige zandtekeningen op de vloer. Achter de deur met het grootste hangslot is het domein van de directrice, even verderop krijgt een groep vrouwen uit de buurt zangles.

De theaterzaal is net voorbij het lokaal waar twee mannen, onder leiding van een architect, het raamwerk voor de inklapbare decorstukken samenstellen uit scharnieren, multiplex en pvc-pijp. In de zaal staan tien acteurs en drie begeleidende musici klaar voor een doorloop van Sangeet Samshaykallol onder het toeziend oog van regisseuse Shubadha Dadarkar, de directrice van het instituut. Ook zangeres Shruti Sadolikar is present. Zij zingt een concert dat onderdeel is van dit traditionele muziekdrama uit de provincie Maharashtra, en heeft de muzikale leiding.

‘Moge Heer Sadashiva u besprenkelen met de nectar van het geluk’, openen de acteurs zingend het stuk. Dadarkar en Sadolikar zitten naast elkaar in witte plastic tuinstoelen vlak voor het podium. Nu en dan steken zij samenzweerderig de hoofden bij elkaar en het duurt niet lang of Dadarkar staat druk gebarend op het podium. Even later springt ook de zangeres van haar stoel om een van de actrices tot meer stemkracht aan te zetten. Ze zingt voor, het kost de actrice enige moeite de veertien brommende plafondventilatoren te overstemmen. Yes, roept Sadolikar, that’s it.

De actrices en acteurs zijn muziekdocenten, stuk voor stuk getrainde zangers en zangeressen. Voor het podium staat een draagbaar harmonium van het type dat ooit door Britse missionarissen werd geïmporteerd, maar al snel in bezit werd genomen door Indiase zangers. Een viool neemt de plaats in van het robuuste strijkinstrument sarangi, ‘helaas, er zijn er nog maar weinig goede bespelers van dit instrument’, verklaart Sadolikar die keuze. De tabla, het standaard ritme-instrument in de klassieke Noord-Indiase muziek, completeert het begeleidingsensemble.

‘Die liederen, ze zitten zó vol emotie’, fluistert Sadolikar, ze geniet met volle teugen van het stuk waarmee zij toch al maandenlang vrijwel dagelijks in de weer is. ‘Er zijn verschillend typen’, legt ze uit. Het eerste heet nandi waarin we het onderwerp van het stuk introduceren. Het tweede lied wordt op een heel bijzondere manier gezongen. Het is heel kort, de stem beweegt zich in het hoge octaaf, het geeft weer wat de gevoelswaarde van het stuk is. De held zingt veel dieper en soberder, op een klassieker niveau. De liederen van de jonge hebben een andere smaak, lichter, richting semi-klassiek. In dit stuk een heel scala aan muzieksoorten te horen, ook daarom is het mij dierbaar.’

Straks zullen de actrices hun elegante sari’s, de acteurs hun comfortabele katoenen hemden verruilen voor schitterende kostuums. Maar zelfs in hun alledaagse kledij geven zij een imposante voorstelling. Hun speelstijl is heel natuurlijk, hun mimiek uitbundig maar ongekunsteld. De komische verwikkelingen vormen een verrassend contrast met de lyrische muziek. ‘Dit muziekdrama is een prachtige liefdesgeschiedenis’, vat Sadolikar het stuk bondig samen, ‘vol humor maar met schitterende poëzie. Marathi is licht, maar zeker niet frivool.’

Sadolikar hield al van het marathi-theater toen ze nog een kind was. Haar vader was een vooraanstaand marathi-zanger en -acteur, en een vooraanstaand zanger van klassiek repertoire. ‘Ik heb deze voorstelling georganiseerd als een postuum eerbetoon aan mijn vader’, legt zij uit. Van hem leerde ze de kunst van het zingen en daar maakte zij later haar beroep van.

Sadolikar vertelt graag, met een simpele vraag laat zij zich verleiden tot een vurig exposé. Ze spreekt vrijmoedig over de liefde, vertelt vol respect over kunstenaars, wijdt lachend uit over de richting van de krul in de slurf van olifantengod Ganesha. Nu en dan maakt zij zich kwaad over alledaagse ongemakken, zoals het onophoudelijk toeterende verkeer en de toenemende agressie op straat. Als ze praat vlammen haar ogen, met sierlijke gebaren zet ze haar argumenten kracht bij.

Ze vertelt net zo gemakkelijk thuis als onderweg. Met haar draagbare telefoon binnen handbereik raast de in een oberispelijke srai geklede Sadolikar per taxi, in haar eigen minuscule Fiat uit 1963 of te voet als een wervelwind door Bombay. Tot ze ergens gaat zitten voor een lied. Dan sluit zij haar ogen en als bij toverslag is deze dynamische vrouw het toonbeeld van innerlijke rust. En hemel, wat zingt ze mooi.

In kleermakerszit op de trappen van een theater doet zij voor hoe een klassieke raga klinkt. Daarna zingt zij een stukje uit de voorstelling. ‘Er is bijna geen verschil, veel melodieën zijn gebaseerd op het klassieke repertoire. Want vroeger stelden de eigenaren van de theatergezelschappen gerenommeerde klassieke musici aan om de acteurs te trainen. Deze musici reisden met de gezelschappen mee, zij werden riant betaald en uitstekend verzorgd.

‘Zo maakten de gewone mensen, zowel de zanger-acteurs als hun publiek, kennis met de geraffineerde nuances van klassieke raga’s. Dat was voordien ondenkbaar. De grote musici werden vroeger onderhouden door de raja’s, het kon ze dus niet schelen of ze leerlingen hadden uit het gewone volk. Maar toen het mecanaat ten einde liep, hadden zij plotseling behoefte aan een nieuw publiek. Dat hadden zij toen al voor zich gewonnen door middel van het marathi-theater.’

Ook Sadolikars vader profiteerde van het goede gebruik muziek-guru’s aan de troupes toe te voegen. ‘Hij was heel actief op het marathi-podium, al vanaf zijn vijftiende jaar. In 1925 werd hij lid van een gezelschap omdat hij wist dat zanger Aladdiya Khan als leraar was aangetrokken. Aladdiya Khan vroeg destijds tienduizend rupi’s voor zijn lessen, dat kon mijn vader natuurlijk niet betalen. Maar als lid van de groep kon hij voorlopig meeprofiteren van de lessen aan anderen. ‘Uiteindelijk ging vaders droom in vervulling’, weet Sadolikar, ‘toen Aladdiya Khan hem als leerling accepteerde.’

Het gemak waarmee Sadolikars vader zich de klassieke muziek eigen maakte, erfde over op zijn dochter. ‘Het verhaal gaat’, glimlacht zij, ‘dat ik, toen ik anderhalf jaar oud was, al bijna het hele marathi-stuk dat mijn vader regisseerde uit mijn hoofd kende. Ik zong alles mee en al gauw corrigeerde ik de acteurs als ze iets oversloegen of verkeerd zongen.’ Ze kan zich niet herinneren dat ze ooit bewust het besluit nam zangeres te worden. ‘Het lot heeft voor mij beslist, ik ben er gewoon ingerold.’

Sadolikar woont nog altijd in het huis waarin ze opgroeide. De woonkamer is tevens keuken en rommelzolder, bibliotheek en geluidsarchief. Voor tafels of stoelen is geen plaats. Hier gaf haar vader les gaf aan Lata Mangeshkar (de beroemde filmzangeres die met het grootste aantal opnamen vermeld staat in het Guiness Book of Records), en aan een hele reeks van nu veel gevraagde filmzangers en -zangeressen. Sadolikar prijst zich gelukkig dat zij er bijna altijd bij was als haar vader les gaf.

‘Hij had de goede gewoonte zijn leerlingen van een afstandje les te geven’, herinnert zij zich, ‘want veel van hen waren vrouwen. Er was dus geen sprake van dat ze dicht bij elkaar konden zitten. Maar ik zat bij hem op schoot, ik sliep op zijn knieën. Ik voelde de vibraties in zijn borst als hij zong. Als hij mij vroeg iets na te zingen kon ik dat meteen.’ Het duurde niet lang of hij zette zijn dochter aan tot les geven, lang voordat ze er zelf van overtuigd was dat ze dat kon. ‘Daar ben ik mijn vader het dankbaarst voor, dat hij wist uit welk hout ik was gesneden.’

Door de combinatie van talent, durf en doorzettingsvermogen ontwikkelde Sadolikar zich tot een vooraanstaand zangeres. Met grote regelmaat geeft zij concerten in binnen- en buitenland. Ze staat onder contract bij All India Radio, de staatsomroep die dagelijks tien uur klassieke muziek uitzendt. Maar nog altijd verbaast de zangeres zich over het gemak waarmee ze overal toegang heeft, over de égards waarmee iedereen haar behandelt.

Moeiteloos vindt zij een kennis uit de filmwereld bereid tot het verzorgen van een uitvoerige rondleiding. Tijdens een concertbezoek knopen de eminente aanwezigen, onder wie collegae-musici en hoge ambtenaren, een gesprek met Sadolikar aan. Maar het leukst vindt de zangeres het dat ze tegenwoordig zomaar bij de wethouder van cultuur kan aankloppen.

‘De Academie voor Kunst en Cultuur is in de eerste plaats bedoeld voor de schooljeugd’, vertelt hij van achter zijn riante bureau in het gemeentehuis met zuilengalerij, dat zoals het grootste deel van de stad stamt uit de koloniale tijd. Natuurlijk, dat er in de wijk waar de Academie staat moeders met kinderen en zwervers zonder benen in de goot leven, het is een groot probleem. Voor een ander departement, wel te verstaan. ‘Wilt u nog koffie?’

Geduldig legt de wethouder uit hoe de docenten van de Academie lessen geven aan de kinderen in de wijk en bijscholingscursussen verzorgen voor leraren en docenten. ‘De theaterproductie is een eenmalig, door het stadsbestuur apart gesubsidieerd project’, licht hij toe. En hij heeft het grootste vertrouwen in de kwaliteit van de artistiek leiders en de groep. ‘Het is voor de stad van groot belang dat het gezelschap naar Nederland reist, wij presenteren ons graag overal in de wereld met onze prachtige traditionele kunsten.’

Die waardering is niet geveinsd, benadrukt Sadolikar even later in de taxi op weg naar de bibliotheek waar zij haar naspeuringen verricht. ‘Toen we de voorstelling in oktober voor het eerst speelden, was de wethouder er ook. Hij huilde bij het lied waarin de hoofdrolspeler afscheid wil nemen van zijn geliefde en bezingt hoeveel hij van haar heeft gehouden. Het hele publiek was in tranen, dat was voor het eerst dat ik mensen heb zien huilen bij dat lied.’

De bibliotheek blijkt een schat aan informatie te herbergen over de Indiase kunsten. Op degelijke houten planken staan achter glas eindeloze rijen eerbiedwaardige traktaten over oude hofmuziek, plaatwerken over beeldende kunst, boeken over volkstradities uit alle hoeken van het land. Ook de bibliothecaresse blijkt een goede vriendin van Sadolikar. Na een allerhartelijkste begroeting haalt zij een grote doos te voorschijn vol oude foto’s van marathi-voorstellingen. ‘Kijk’, de zangeres vist een reeks afbeeldingen van kunstig bewerkte zetstukken uit de stapel. ‘Hierop hebben we ons decor gebaseerd.’

De weg terug naar het centrum voert langs een imposante moskee die in zee ligt tegenover de riante luxe-appartementen in het zuidelijke deel van de stad. Verderop perst de taxi zich door straten met eindeloze markten met kleding, voedsel en specerijen, waar bezitters van stokoude Remington-schrijfmachines tegen betaling brieven typen.

Sadolikar praat over haar moeder die niet alleen zangeres was maar ook meerdere academische graden haalde, over decadente filmsterren in Porches, over videospelers en kleurentelevisies in de uit blik, plastic en golfplaten opgebouwde slums. Ze vergelijkt musici die hun guru slaafs imiteren met een bonzai-boompje. ‘Trouwens, voor morgen heb ik een speciaal concert in de Academie georganiseerd.’

De ventilatoren in de zaal blazen weer ronkend vochtige, hete lucht, maar voor muziekversterking is gezorgd. Om beurten laten de acteurs van het theaterstuk horen wat ze kunnen, hun zang is imposant genoeg. Maar zoals Sadolikar tenslotte haar licht-klassieke liederen zingt, dat is ronduit betoverend.

‘Ik heb veel nagedacht over de emoties in Sangeet Samshaykallol, hier en daar heb ik de snelle, virtuoze passages weggehaald’, legt ze bij het afscheid nog even uit. ‘De muziek in het marathi-theater was wel érg klassiek geworden. Misschien dat daarom de belangstelling ervoor een tijdje geleden wat afnam. Ik heb de muziek minder ingewikkeld gemaakt, dat komt de schoonheid en de emotionele zeggingskracht ervan alleen maar ten goede. ‘Deze manier van zingen populair maken, dat is eigenlijk wat ik hoop met deze voorstelling te bereiken.’

Peter van Amstel


Wereld Muziektheater Festival, 1999

© Peter van Amstel - 1999