Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Vijfentwintig jaar Rasa

31/08/1995

Op het snijvlak van kunst en welzijn

Een groep met witte verf bespikkelde, halfnaakte Ekonda's uit Zaïre begeeft zich blootsvoets naar het hotel in Utrecht. De toevallige passanten staan paf en Rasa-directeur Tineke de Jonge lacht in haar vuistje. Het kostte haar en haar medewerkers een jaar of tien om Rasa om te vormen van politiek scholierencentrum tot intercultureel podium. De dansende Afrikanen die, na de rituele bobongo-ceremonie binnen, op de Oude Gracht een voorstelling improviseren voor verbaasde voorbijgangers bewijzen het: het is gelukt. Reden voor een bijzonder feestelijke maand oktober, als Rasa precies vijfentwintig jaar bestaat.

Muziektheater uit Suriname, een Colombiaanse rap-opera en Cubaanse swing, vervolgens Arabo-funk, een lezing over de positie van vluchtelingen in Europa en als als klap op de vuurpijl de Marokkaanse zangeres Amina Alaoui met het orkest van Ahmed Piro. Die programma's vormen samen nog niet de helft van het totale verjaardagsprogramma, een mooie staalkaart van wat Rasa door het jaar heen presenteert: kunst, cultuur en kennis van mensen uit de hele wereld in woorden, klanken en beelden. Dat lag niet voor de hand, want het politieke ideaal van de oprichters, vijfentwintig jaar geleden was het `mensen bewust maken dat de huidige kapitalistiese samenleving steeds meer ontmenselijkt en samen met hen zoeken naar mogelijkheden voor een leefbare samenleving'.

`De start van Rasa lag in de subcultuur', licht de Jonge toe. In 1980 kwam zij binnen als stafmedewerker, in 1986 werd zij directeur. In de loop der jaren verdiepte zij zich in de cultuur van migranten en al snel werd zij gegrepen door de muziek. Klassieke muziek uit de Arabische wereld is haar passie, `maar een mooi concert van het Surinaamse jazz-orkest Fra Fra Sound kan ik absoluut op prijs stellen, al heb ik ze thuis niet in de platenkast'. Zanger Adib Dayikh uit Syrië, de Pakistaanse zangeres van soefi-liederen Abida Parveen en Monâjât Yultchieva uit Oezbekistan, allen onlangs nog te horen in de Rasa-bijdrage aan het Holland Festival Oude Muziek, staan daar wel.

Kunst van belang uit alle windstreken krijgt in Rasa de volle aandacht, gewoonlijk rijkelijk voorzien van informatie. Ook Marokkaanse, Turkse en Surinaamse groepen van Nederlandse bodem mochten en mogen laten zien wat ze konden, met als gevolg dat er nog wel eens goed bedoelende maar middelmatig presterende groepjes bandjes optraden. Als ze maar een sympathieke boodschap ventileerden, dat kon toen nog, maar die tijd is voorgoed voorbij.

Nu spelen in Rasa kwaliteitsmuzikanten wereldmuziek uit Nederland en gerenommeerde artiesten uit het buitenland maken er hun opwachting vergezeld van een eigen ensemble of, een enkele keer, met in Nederland wonende collega's. `Lang niet iedere musicus heeft nu eenmaal de mogelijkheid een paar maanden in het buitenland te gaan studeren', legt De Jonge uit, dus haalt zij de meesters naar hier.

Zo vroeg zij de Marokkaanse topzanger Mohamed Bajeddoub in 1992 voor de duur van een kleine twee weken de comfortabele bedrevenheid van Abdelkrim Rais' orkest uit Fez te verruilen voor een begeleidend ensemble van Marokkaanse musici uit Nederland. Dat werkte prima en met zijn hoge, krachtige stem verleidde Bajeddoub de Marokkanen in het publiek tot bewonderende uitroepen. Op het puntje van de stoel bij een veeleisende improvisatie (leerzaam voor de Nederlands-Marokkaanse musici), lekker meezingen en -klappen met een sappige melodie (leerzaam voor het Nederlandse publiek), dat is in deze klassieke Arabisch-Andalusische muziek ongeveer het idee.

Met dit soort confrontaties slaagt Rasa er in mensen met elkaar in contact brengen op zo'n manier dat iedereen er een beetje wijzer van wordt. Dat was nodig, want al waren er ook vijfentwintig jaar geleden volop Marokkanen en Turken in Nederland, het zou tot eind jaren zeventig duren totdat hun cultuur begon door te sijpelen in de Nederlandse podiumcircuits.

In Utrecht had men eind jaren zestig wel wat anders aan het hoofd. Zoals de jonge hippe LSD-spuiters, speed-slikkers en opiumschuivers in jongerencentrum Kasieno, het pand moest dicht. Eind 1970 ging het weer open onder het motto tabula rasa, een schone lei, dat kracht werd bijgezet door het wild beschilderde gebouw aan het Paardeveld hagelwit te verven en de organisatie om te dopen tot Rasa. `Via recreatie en ontspanning komen tot politiek-inhoudelijke activiteiten en informatie' was het devies en vanaf dat moment kreeg de middelbare scholier de volle aandacht. Met cursussen jazzballet, yoga en volksdans, met soos-avonden, culturele activiteiten en popconcerten slaagden de jongerenwerkers er in de jeugd te lokken.

In 1974 verhuisde Rasa naar een oude verffabriek in de Pauwstraat en daar huist het centrum nog altijd. De goed geoutilleerde zaal met 180 stoelen is de ideale plek voor het presenteren van buitenlandse muziek, vindt De Jonge. `Al zijn de artiesten in hun eigen land nog zo beroemd, hier moeten ze eerst maar zorgen dat ze een publiek veroveren. Wij introduceren de artiesten, geven ze een kans en dat stellen zij op prijs.'

Zo was de inmiddels wereldberoemde qawwali-zanger Nusrat Fateh Ali Khan in 1989 op uitnodiging van Rasa en de VPRO voor het eerst in Nederland, stelt De Jonge tevreden vast. Elders treedt hij op in grote zalen, verdient fantastische gages en slaapt in luxe hotels. En toen zijn vrouwelijke collega Abida Parveen vorige maand om een vijfsterrenhotel vroeg stuurde De Jonge een beleefd en vriendelijk maar dwingend faxje terug over het uitstekende hotel om de hoek.

Tegenover de beperkte materiële vergoedingen die Rasa zijn artiesten kan bieden stellen de medewerkers een riante hoeveelheid kennis van zaken, hoffelijkheid en inzet. `Theater en dans, fusiemuziek, traditioneel of klassiek, de kennis er over is allemaal bij ons in huis. En we doen meer dan strikt noodzakelijk, we eten, drinken en praten met de mensen. En als het nodig is zoeken we de mensen op. Abdelkrim Rais hebben we bezocht in Marokko. Hij vond het hoogst komisch en erg bijzonder dat er twee dames uit Holland langs kwamen die zijn muziek kenden, vroegen welke nouba's hij zou spelen en die eisen stelden aan de zangers. Daar komt bij, hij wilde heel graag zijn muziek hier brengen. Hoe hoog ze ook staan, dat willen ze bijna allemaal.'

Het gaat hetzelfde als vroeger met popgroepen. `Toen was Rasa hèt centrum voor jeugdcultuur. De Talking Heads, Kevin Coyne en de Poison Girls kwamen hier optreden', vertelt De Jonge. Maar midden jaren zeventig werd popmuziek big business en Rasa wierp zich op de `niet-kommersjele muziek'. Strijdgroepen en koren bleven welkom, de rest van de pop-scene verhuisde naar de minder politiek-bewuste jeugdhonken HE 33, het Spinnehok en later naar Tivoli. Rasa organiseerde concerten onder niet mis te verstane titels als Muziek als VERZETje of SoLIEDariteit.

In de zomer van 1978 voerde Freek de Jonge een `boikotskampanje' om de Nederlandse deelname aan het wereldkampioenschap voetbal in het dictatoriale, door terreur geteisterde Argentinië tegen te houden. Rasa organiseerde dat jaar voor de derde maal een zomerspektakel in het Julianapark en nodigde Freek uit. De solidariteit met de Argentijnen sloot naadloos aan bij de groeiende aandacht voor Latijnsamerikaanse probleemlanden. Toch was het niet het politieke lied van Mercedes Sosa, de gebroeders Mejía Godoy of Victor Jara dat de programmasamenstellers van Rasa op het spoor zette van niet-westerse muziek. De aanleiding daartoe vonden zij in het Julianapark zelf.

`Het park werd gewoonlijk gebruikt door Turkse en Marokkaanse families en we waren het er snel over eens dat het absurd was om daar steeds opnieuw een uitgesproken wit spektakel te organiseren', vertelt De Jonge. Dus nam Rasa contact op met organisaties van buitenlanders. Er volgden gesprekken die leidden tot een levendige uitwisseling van ideeën, adreslijsten en geld. `Iedere organisatie kreeg iets van / 2500,- om een programma samen te stellen. Wij coördineerden het geheel, al hadden we er geen idee van wat er zich in die kringen op muziek- en dansgebied afspeelde.'

De combinatie van eten en drinken, muziek en informatie (`want bewust worden, dàt zouden ze') was ieder jaar opnieuw een groot succes en de deelnemende migrantenorganisaties wilden al snel meer dan alleen een parkfeest. Toen De Jonge in 1986 directeur werd nam zij de taak op zich Rasa te ontwikkelen tot een intercultureel centrum.

Arabische week, Turks cultureel festival, Cultureel Berberfestival, Istanbul-poort van de Oriënt, in festivals, themaweken en losse evenementen met films, concerten en lezingen doet Rasa sinds eind jaren tachtig de kunst en cultuur van Marokkaan en Turk uit de doeken. En het bleef niet bij klassiek en volks, naast pop, rock en rap schuwt Rasa het experiment evenmin. Afgelopen januari bijvoorbeeld deelde de Turkse klassieke kemençe-speler Ihsan Özgen het podium met saxofonist Theo Loevendie, pianist Guus Janssen en drummer Martin van Duynhoven. Loevendie liet zijn sopraansax hikken en knallen, Guus Janssen dook in zijn piano voor een rats over de snaren of een gedempt ploppen terwijl kemençe-virtuoos Özgen zich hield aan het rigide systeem van de Turkse makam. Maar het werkte, vond ook de enthousiaste, goed gevulde zaal met een gemengd Turks-Nederlands publiek.

`Al bij het parkgebeuren eind jaren zeventig toonden veel Nederlanders een gezonde nieuwsgierigheid, maar de panden van de migrantenorganisaties waren niet uitgerust voor voorstellingen met dans, concerten of theater. Trouwens, het was vrijwel onmogelijk een Nederlander te verleiden daar naar binnen te gaan. Maar wij waren gewoon een cultureel centrum midden in de stad', legt De Jonge uit. Zo werd Rasa het eerste Nederlandse podium waar Turkse en Marokkaanse muziek- en theatergroepen werden binnen gehaald, `niet met het idee ze van de straat te houden of zo, maar omdat ze iets te bieden hadden.

`Migrantentheater werd door ons in een rare mix van groen en rijp gepresenteerd', stelt De Jonge nu vast, `dat deugde niet. Deze toneelvorm was door migranten ontwikkeld om hun situatie te tonen, maar ons theater bleek daarvoor niet de geschikte plek. De ene avond boden wij geëngageerd maar amateuristisch vormingstoneel, de volgende avond abstracte moderne dans door een professioneel gezelschap. Dat werkte niet, het bracht bij publiek èn artiesten grote verwarring teweeg.'

Uit het Migrantentheater zijn wel groepen als De Nieuw Amsterdam en Cosmic Illusion voortgekomen, die staan nu gewoon in de reguliere theaters. Zij zijn uit het allochtonen-circuit gebroken en zoiets ziet Rasa graag gebeuren. De Jonge vat kunst op als een universeel cultureel erfgoed en het plaatsen van niet-westers ònder Europees, daar wil ze snel vanaf. Al kost dat nog veel inspanning, want `hoe lang wordt in Nederland al niet klassieke muziek uit India aangeboden? Vraag aan doorgewinterde Nederlandse concertbezoekers welke Indiase musici hij kent, en de enige naam die ooit valt is Ravi Shankar.'

De Jonge maakt zich niet druk, het is een kwestie van stug doorwerken en overtuigingskracht. `Neem de muziek van zanger Alem Kassimov uit Azerbeidzjan. Dat is muziek waarin de instrumenten en de stem zich op en perfecte wijze verbinden. Het is bovendien een ongeëvenaarde mix tussen volks- en klassieke muziek. Kassimov kan waar ook ter wereld terecht, die verovert iedereen.'

Een eersteklas ensemble op het podium is natuurlijk niet voldoende, de mensen moeten ook weten dat het er is. `Wij werken samen met allochtonenorganisaties, zij verspreiden onze affiches en folders, als tegenprestatie geven we een aantal vrijkaartjes. En we brengen ons materiaal zelf naar winkels en koffiehuizen, wat niet altijd zo vanzelfsprekend is als het klinkt.'

Dat bleek dit voorjaar weer eens. Uitgeverij De Geus bracht het epos Mensenlandschappen uit van wijlen Nazim Hikmet, de gerenommeerde linkse Turkse schrijver. Rasa stelde een programma samen met voordrachten uit het werk door Meral Taygun en Ton Lutz. `Zo'n programma is iets heel bijzonders, een groot progressief schrijver wordt er mee geëerd. Maar een wat behoudender Turk is daar niet blij mee. De argeloze Nederlander gaat er gemakkelijk van uit dat een buitenlander loyaal is met al zijn vroegere landgenoten. Alsof Nederlanders het onderling zo eens zijn.

Veel podiumprogrammeurs vertillen zich aan wereldmuziek omdat zij noch het publiek noch de muziek kennen. Sinds 1991 maakt Rasa het ze wat gemakkelijker. `We werden bestormd met vragen over wereldmuziekgroepen door collega-instellingen, en ook bij bruiloften, partijen en anti-racisme manifestaties bleken die zeer in trek. Een mooie ontwikkeling, maar wij konden het niet bijhouden.' Daarom riep Rasa het Netwerk Niet-Westerse Muziek in het leven dat sinds januari 1991 met subsidie van het ministerie van OCW tournees van eersteklas musici en gezelschappen langs Nederlandse podia organiseert. Naast het Tropeninstituut in Amsterdam en de Evenaar in Rotterdam, eveneens wereldcultuurpodia van het eerste uur, programmeren tegenwoordig ook deftige concertzalen wereldmuziek. Toch speelt het kleine Utrechtse centrum nog altijd een voortrekkersrol.

Voortdurend neemt Rasa nieuwe initiatieven. Toen er behoefte bleek te bestaan aan muzieklessen Turkse saz, Surinaams-hindoestaanse percussie en Indiase sitar regelde Rasa subsidie bij de Gemeente en na een jaar kon een bloeiende lespraktijk met tweehonderd leerlingen worden overgedragen aan de Muziekschool. `We letten gewoon goed op wat er om ons heen gebeurt', stelt De Jonge nuchter vast.

`Laatst hadden we afspraken met Somalische organisaties voor een concert en een filmprogramma. Plotseling hadden we 180 Somaliërs in huis. Dan merk je dus dat er iets aan de hand is. Reken maar dat er in de nabije toekomst vanuit die vluchtelingenhoek veel meer initiatieven zullen komen. Dat betekent constructies bedenken waardoor je geld kunt vinden, want je kunt natuurlijk niet zomaar een contingent musici uit Somalië laten overvliegen.'

Rasa is volop in de weer dus het gaat goed. `Dit vijfentwintigjarig jubileum is een mooie gelegenheid om dat eens extra nadrukkelijk te laten merken', zegt De Jonge. `We leggen veel nadruk op kunst en op mooi, de kwaliteit komt op de eerste plaats. Maar Rasa heeft zich altijd op het snijvlak van kunst en welzijn bewogen.' Daarom vertroetelt De Jonge haar publiek èn haar artiesten. Het is niet ongebruikelijk dat bezoekende Pakistaanse musici de foyer van Rasa gebruiken als huiskamer, tot groot genoegen van de directeur. `Iedere ochtend zaten ze hier op de thee. De werksters zeiden tegen hun familie en bekenden van òhhh, je moet effe binnenwippen, pràchtig zoals ze er uitzien. Dus kwamen er overdag allerlei mensen langs, gewoon om even te kijken.

`Het aardige van ons werk is dat je je bemoeit met het grootste deel van de wereld. Je hebt tegenwoordig twee mogelijkheden: òf je sluit je overal voor af, òf de wereld ligt voor je open. Dat laatste vind ik veruit de aantrekkelijkste optie.'

Peter van Amstel


OnzeWereld, 1995

© Peter van Amstel - 1995