Peters actuele website is
tetterettet.net




archief titels & intro's
 
reportages
interviews
artikelen
recensies
radioprogramma's
flyers, affiches
 
texts in English reportages
interviews
articles
 

mail naar Peter  
cv, werk, et cetera
 

 

 

Vernieuwende jazzfestivals

15/01/2008

Balanceren tussen groove en experiment

Spelen op het podium van een gerenommeerd buitenlands festival is goed voor de internationale carrière van iedere musicus, dat geldt ook in de wereld van de eigentijdse jazz. Maar hoe kom je daar te staan? De promotors van de Dutch Jazz Connection bieden de helpende hand, zij brengen Nederlandse jazz- en improviserende musici onder de aandacht van de artistiek directeuren en programmeurs van vooruitstrevende festivals overal in de wereld. De meeste jazzfestivals in Europa zijn aangesloten bij het Europe Jazz Network (EJN). De vertegenwoordigers ontmoeten elkaar tijdens officiële vergaderingen, maar minstens zo vaak in informele sfeer, bijvoorbeeld tijdens festivals; regelmatig zijn daarbij ook collega's uit andere werelddelen present.

Een succesvol festival maken met alleen nieuwe, experimentele muziek, met op de affiches vrijwel uitsluitend onbekende, buitenlandse namen is bijna onmogelijk. Het samenstellen van een festivalprogramma is een oefening in het vinden van de juiste balans tussen swingende groove en radicaal experiment. Redenen om daarbij ook buitenlandse musici te programmeren liggen voor de hand. Bijvoorbeeld omdat zij wereldberoemd zijn en nooit eerder op het programma stonden. Of ze kwamen wel vaker langs, maar hebben weer iets nieuws te melden. Ook nodigen deze programmasamenstellers graag musici of combinaties uit die nog nauwelijks bekend maar heel bijzonder zijn. De kans die te vinden ligt hoger in het buitenland, dat is nu eenmaal groter dan het eigen land.

Het boeken van buitenlandse, bijvoorbeeld Nederlandse musici kan om verschillende redenen de moeite en het geld waard zijn, maar ideaal is de combinatie van een fonkelnieuw, eigen geluid en grote zeggingskracht. Ook musici die met perfecte timing, onberispelijk stijlgevoel en jaloersmakende virtuositeit de grootmeesters van vroeger naar de kroon steken maken soms een kans. Maar zij worden zelden uit het buitenland gehaald omdat ze overal ter wereld in eigen land te vinden zijn. Daarom is voor musici die de toonaangevende festivalpodia willen veroveren een eigen stem, een eigen geluid een absolute must.

De criteria daarvoor zijn moeilijk te omschrijven, de programmeurs vertrouwen op hun jarenlange luisterervaring, zij hebben een feilloos oor voor veelbelovend talent. Geen van hen heeft vooraf rigide ideeën over gewenste stijlkenmerken, favoriete technieken of voorkeurscombinaties, ieder gaat tamelijk onbevangen op zoek naar de creatieve kracht van improviserende musici, componisten en arrangeurs. Ook brengt vrijwel iedere programmeur bij wijze van experiment graag musici samen die elkaar anders wellicht niet onmiddellijk zouden tegengekomen. Soms leidt dat tot hemelbestormende resultaten, soms tot een regelrechte ramp, maar vrijwel iedereen is graag bereid risico's te nemen. Dat geldt ook ten aanzien van combinaties met elektronica, of mengingen van stijlen en genres. Vooral de Britten en de Duitsers zijn geïnteresseerd in het slechten van de grenzen tussen geïmproviseerde en gecomponeerde muziek, en juist daarin zijn sommige Nederlandse musici en componisten dan weer heel erg bedreven. Het kan niet toevallig zijn dat de grondleggers van de new Dutch swing, Willem Breuker en Misha Mengelberg, even bedreven waren en zijn in improviseren als in componeren.

eerste ontmoetingen
Peter Schulze, JazzFest Berlin, Duitsland:
"De muziek van Willem Breuker was een openbaring voor me. In heb hem in 1972 voor de radio in Berlijn opgenomen met zijn Tentet. Willem was de eerste die vrij maar geaard speelde, op een heel grappige manier. Een van zijn stukken was een collage van het Berlijnse lied Berliner Luft en het slotkoor uit Bachs Matthäus Passion. Hij speelde ze door elkaar en dat klonk tegelijkertijd zo respectloos en zo respectvol, het was verbijsterend. Ik vond het geweldig. Willem, Han Bennink en Misha Mengelberg hadden, en hebben nog steeds zo'n gevoel voor vrijheid, een gevoel voor humor zonder leuk te willen doen, een gevoel van energie. En hun muziek is geaard. Vóór hen was vrij spelen gewoon een manier om energie kwijt te raken, het spelen van geluiden zonder handen en voeten. Voor mij was dat stuk van Willem de allereerste vitale combinatie van vrijheid en geaardheid.

Ken Pickering, Coastal Jazz and Blues Society, Vancouver, Canada: "Het sleutelmoment voor mij was de Oktober Meeting in het Bimhuis in 1991. Dat was een ongelooflijke gelegenheid, niet alleen om Nederlandse muziek te horen, maar een om snapshot voorgeschoteld te krijgen van de hele Europese geïmproviseerde muziekscene. Willem Breuker plaveide de weg voor de Nederlanders, daarna volgden Han en Misha. In Noord-Amerika hebben we wat pionierswerk voor deze jongens gedaan, organisatoren en programmeurs hadden nog nauwelijks iets van Europese muziek gehoord. Wij maakten die acceptabel en interessant voor ze."

Graham McKenzie, Huddersfield Contemporary Music Festival, Engeland: "Ik ging naar het Bimhuis en daar kwam ik die wonderlijk fantastische musici en karakters tegen, Misha Mengelberg, Tristan Honsinger, Han Bennink, Sean Bergin, Willem Breuker, en ik dacht: poeh, wat gebeurt hier? Dit was totaal nieuw voor mij en mijn houding tegenover muziek veranderde er totaal door. Het veranderde mijn leven."

Gianbattista Tofoni, TAM Eventi, Italië: "Bij mijn eerste contact met de Nederlandse musici was het absoluut nieuw voor mij wat ze deden, en compleet anders dan wat er in de rest van de Europese scene gebeurde. Ze vonden een nieuwe weg, een totaal onbevooroordeelde manier zonder grenzen en volkomen oorspronkelijk. En deze mensen konden zowel jazz als gecomponeerde muziek spelen."

Nederlandse improvisatie nu
Nod Knowles, Bath Festival, Engeland:
"Ik voel me nog altijd het meest aangetrokken tot de oudere garde en de jongens van middelbare leeftijd. Het ICP Orkest verraste me een paar jaar geleden weer eens met hun pastiche van bewerkingen van Ellington-stukken, vooral omdat ze daarmee te kennen gaven open te staan voor Ellington. Maar ook heel wat jongere musici spelen interessante muziek - Yuri Honing en zijn bassist Tony Overwater, Michiel Borstlap om er een paar te noemen. Het is niet echt behoudend, het is geen hardbop en ze proberen niet als Blue Note-spelers te klinken. Maar, net als in Groot Brittannië, hun muziek balanceert niet op de rand. Honing speelt populaire muziek en populaire melodieën, wat prachtig is want dat spreekt een breed publiek aan. Maar je voelt dat het niet zo experimenteel is, niet zo venijnig, niet zo vooruit dwingend. Maar Borstlap staat bij mij op het festivalprogramma, samen met Bill Bruford. Twee improvisatoren van verschillende generaties die de muziek van hun eigen keuze spelen, dat leek me wel interessant. We zullen zien wat er gebeurt."

Graham McKenzie: "De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Nederland, wat de geïmproviseerde muziek betreft, nog altijd wordt gedomineerd door de oudere generatie. Hun profiel is nog zo dominant. Jongere musici moeten hun eigen ziel nog vinden, hun eigen stem. Er kan natuurlijk maar één Han Bennink zijn, één Misha Mengelberg, dus ze moeten naar iets anders op zoek. Maar de jongeren lijken een beetje weg te zakken in groovy jazz, acid en popjazz. Precies het omgekeerde van wat de oudere generatie deed."

Jacques Panisset, Grenoble Jazz Festival, Frankrijk: "Het belangrijkst is de Nederlandse benadering van groepsimprovisatie en arrangeren. Een aantal briljante geesten is zo ver verheven boven de rest, dat werpt misschien een schaduw over de anderen."

Enrico Blumer, Clusone Festival, Italië: "Siii, Boi Akiiihhh!

Peter Schulze: "Het is niet afgelopen met Holland, helemaal niet. Het wordt multicultureler, dat zie je aan mensen als Mola Sylla, Alexei Levin en Michael Moore. Ab Baars is natuurlijk iemand om in de gaten te houden. Anton Goudsmit is een perfect voorbeeld voor de nieuwe generatie, hij past precies binnen het concept van de new Dutch swing zonder zijn voorgangers te kopiëren. Dat zijn maar een paar voorbeelden, om aan te geven hoeveel effect een Dutch Jazz Meeting kan hebben. Maar die levert niet de komende maand meteen resultaten op, daar gaat tijd overheen."

de wijde wereld in
Enrico Blumer:
"Het probleem voor jonge musici is in Nederland hetzelfde als overal in de wereld: het is buitengewoon lastig jezelf te laten opvallen in de magmastroom van enorme aantallen groepen."

Jacques Panisset: "Vorig jaar hadden we een speciaal programma met het TryTone collectief uit Den Haag en een collectief uit Grenoble. Ze werkten samen en schreven muziek voor elkaar, ze traden op in Nederland en Frankrijk. In de Europse scene nemen steeds meer musici de vrijheid samen te spelen met collega's met wie zij zich verwant voelen, of het nu Italianen of Noren, Belgen, Britten of Nederlanders zijn."

Graham McKenzie: "Ik ben niet zo geïnteresseerd in bestaande ensembles, ik houd ervan mensen bij elkaar te brengen. Voor mij is het element van ontdekking een essentieel bestanddeel van waar het in de nieuwe muziek en jazz om gaat,"

Ken Pickering: "Tegenwoordig studeren er wereldwijd honderdduizenden musici af aan conservatoria waar ze een orthodoxe jazzvariant hebben leren spelen. Deze studenten zouden zich moeten afvragen: hoe kan ik overleven? Ik las op iemands website dat ze in shocktoestand verkeren: na acht jaar studeren kunnen ze geen optredens krijgen! Maar Noorwegen is nu wel heel interessant. Omdat het daar zo afgelegen en geïsoleerd is, hoeven ze zich op het conservatorium niet alle kneepjes van de orthodoxe Amerikaanse jazz eigen te maken. Jonge musici daar werken samen met elektronicapioniers, met singer-song-writers, met componisten. Dat is buitengewoon fascinerend."

Jacques Panisset: "Plotseling komt het tot je en je weet: ja, dit is het. Het kan overal vandaan komen, de situatie in Scandinavië is fantastisch, Zwitserland, Oostenrijk. En we reizen naar Algerije, naar Cuba, naar Argentinië. Ik ga naar festivals om te horen wat mijn collega's hebben uitgekozen, want ik houd niet van showcases. Zo'n optredentje van veertig minuten is geen echt optreden. Met alle respect voor mijn collega's, dat is een politieke oefening."

Nod Knowles: "Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want in het Bimhuis spelen de bands een complete, tamelijk lange set. En de zaal is open voor publiek, dus het is een echte gig."

Peter Schulze: "Ik vind dat de Nederlanders buitengewoon goed werk hebben gedaan met het verspreiden van nieuws over wat er gaande is, vooral sinds 1998 door middel van de Dutch Jazz Meeting. Toen werkte ik nog bij de radio, ik heb heel wat bands die op een Meeting speelden uitgenodigd. Nederlandse groepen spelen nu overal in de wereld. In Duitsland zijn we jaloers op de Noren vanwege hun systeem van muziekeducatie, en op de Nederlanders vanwege de manier waarop ze hun muziek promoten."

Gianbattista Tofoni: "De Jazz Meetings zijn fantastisch, een snapshot van de plaatselijke jazz scene in een paar dagen. Dat soort showcases wordt nu overal in Europa geïmiteerd. Italiaanse jazzmusici zien Nederland als het paradijs. Wij hebben het Casa del Jazz, opgericht door de burgemeester van Rome, maar dat is niet te vergelijken met het Bimhuis."

Peter Schulze: "Het nieuwe Bimhuis is een investering waar wij stikjaloers op zijn. Voor zover ik weet is er nergens in Europa nog zo'n zaal."

compo & impro
Nod Knowles:
"Guus Janssen, ik vind hem absoluut briljant. Hij bewandelt een nieuwe weg met de manier waarop hij geïmproviseerde en gecomponeerde muziek combineert. Guus praat daar op een filosofische manier over. Hij zegt dat hij soms niet eens weet of hij een compositie aan het spelen is, of aan het improviseren."

Graham McKenzie: "Ik heb het altijd erg verfrissend gevonden dat Nederlanders zich op meer dan een manier met muziek mogen bezighouden. In Groot Brittannië hebben we de neiging alles in hokjes te stoppen: jazz, klassiek, eigentijds, dance, noise. Er bestaat hier een bijna absolute scheiding tussen geïmproviseerde en gecomponeerde muziek. Als je een klassiek componist of musicus bent, is het zonder meer schadelijk voor je carrière als je je met improvisatie bezig houdt. Maar voor mij is al die verschillende experimentele muziek uit hetzelfde weefsel gemaakt. Tenzij ik hartstikke gek ben en niemand anders er zo over denkt, is er een publiek dat geïnteresseerd is in al die combinaties en varianten."

Nod Knowles: "Het mooie aan jazz is, dat de ontwikkeling nooit ophoudt."

© Peter van Amstel - 2008